<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR382321_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing Krimpenerwaard 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">Gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-11-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>rioolheffing</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Krimpenerwaard;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van &lt;
                        datum en eventueel nummer &gt;;</al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2016</al><al>(Verordening rioolheffing Krimpenerwaard 2016)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater.</al></li><li nr="e."><al>niet-woning: een niet-woning in de zin van artikel 220a, tweede lid,
                                Gemeentewet een recreatieterrein in de zin van art. 16, onder e, van
                                de Wet WOZ, een perceel dat wordt gebruikt door een instelling in de
                                zin van artikel 1, onder f, van de Wet toelating zorginstellingen en
                                een garagebox, voor zover deze niet op de voet van artikel 16,
                                aanhef en onderdeel d, van de Wet WOZ, een samenstel vormt met een
                                woning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven: </al><al> van de gebruiker van een perceel, verder te noemen:
                            gebruikersdeel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt: </al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat
                                    gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gebruikersdeel bedraagt per jaar voor een perceel in gebruik als
                            woning:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de woning op 1 januari van het belastingjaar, of, indien de
                            belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht wordt
                            gebruikt door één persoon € 192,42</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de woning op 1 januari van het belastingjaar, of, indien de
                            belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht wordt
                            gebruikt door meerdere personen € 256,56</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebruikersdeel bedraagt per jaar voor een perceel in gebruik als
                            niet woning 0,0785% van de waarde in het economische verkeer met een
                            maximum van € 1.116,28.</al><lijst><li nr="a."><al>Ingeval het perceel een onroerende zaak is, is de waarde in het
                                    economische verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                    waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde
                                    waarde zoals deze voor het in artikel 7 bedoelde kalenderjaar
                                    geldt.</al></li><li nr="b."><al>Ingeval voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV
                                    van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de
                                    heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met overeenkomstige
                                    toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17 ,
                                    18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende
                                    zaken.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor
                            het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
                            belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
                            aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het
                            bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 9 worden niet geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet
                            de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van
                            het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen
                            door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                            afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke
                            termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                            aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Intrekken oude regelingen en overgangsrecht</titel></kop><al>De volgende verordeningen worden ingetrokken met ingang van de in artikel
                        12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande
                        dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                        datum hebben voorgedaan:</al><lijst><li nr="a."><al>Verordening rioolheffing 2014, vastgesteld door de raad van de
                                voormalige gemeente Bergambacht op 7 november 2013;</al></li><li nr="b."><al>Verordening rioolheffing 2014, vastgesteld door de raad van de
                                voormalige gemeente Nederlek op 26 november 2013;</al></li><li nr="c."><al>Verordening rioolheffing 2014, vastgesteld door de raad van de
                                voormalige gemeente Ouderkerk op 14 november 2013;</al></li><li nr="d."><al>Verordening rioolheffing 2014, vastgesteld door de raad van de
                                voormalige gemeente Schoonhoven op 12 december 2013;</al></li><li nr="e."><al>Verordening rioolheffing 2014, vastgesteld door de raad van de
                                voormalige gemeente Vlist op 17 december 2013.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rioolheffing
                                Krimpenerwaard 2016.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de Gemeente
                        Krimpenerwaard, gehouden op, dinsdag 10 november 2015</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>Drs. K.E. Driehuis</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Mr. T.P.J. Bruinsma</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>