<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR382204_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2015, nr. 116254</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Rioolheffing 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=228a">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">Gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>vervangt de verordening uir 2015</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015/133438</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen, retributies en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016. De verordening blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor de datum van intrekking hebben voorgedaan.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zaanstad stelt vast:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing
                        2016</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="1."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li><li nr="2."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="3."><al>voorzieningen: alle voorzieningen die worden getroffen ter nakoming
                                van de zorgplichten, waaronder eigendom of beheer van het
                                oppervlaktewater; </al></li><li nr="4."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="5."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="1."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li><li nr="2."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van
                                waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                                afgevoerd.</al></li><li nr="2."><al>Als gebruiker wordt aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al
                                        dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                        persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als
                                        bedoeld in artikel 4 - voor gebruik heeft afgestaan: degene
                                        die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven terzake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat
                                vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></li><li nr="2."><al>Het aantal kubieke meters wordt gesteld op het aantal kubieke meters
                                leidingwater en grondwater dat:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belastingjaar naar het perceel is toegevoerd of
                                        opgepompt;</al></li><li nr="b."><al>in het aan het belastingjaar voorafgaande kalenderjaar naar
                                        het perceel is toegevoerd of opgepompt. </al></li></lijst><al>Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van
                                twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water herleid naar een
                                verbruiksperiode van 365 dagen. </al></li><li nr="3."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een: </al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of </al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
                                        kan worden afgelezen.</al></li></lijst><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                                hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige wettelijke
                                bepaling.</al></li><li nr="4."><al>De op voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoegd of
                                opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet
                                is afgevoerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedraagt, indien 300 m<sup>3</sup> of minder water
                                wordt geloosd, </al><al>€ 280,48.</al></li><li nr="2."><al>De belasting bedraagt, indien meer dan 300 m<sup>3</sup> wordt
                                geloosd, € 280,48 voor de hoeveelheid tot en met 300 m<sup>3</sup>,
                                te vermeerderen met € 93,49 per volle 100 m<sup>3</sup> voor de
                                hoeveelheid van meer dan 300 m<sup>3</sup>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Aangifte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de belasting, als bedoeld in artikel 6, tweede lid wordt
                                jaarlijks aan ieder die vermoedelijk belastingplichtig is een
                                aangiftebiljet uitgereikt. Degene die geen aangiftebiljet heeft
                                ontvangen, is gehouden bij de gemeenteambtenaar, als bedoeld in
                                artikel 231, tweede lid , onder b, van de Gemeentewet, een
                                schriftelijk verzoek in te dienen om uitreiking van een
                                aangiftebiljet.</al></li><li nr="2."><al>De gemeenteambtenaar, als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onder
                                b, van de Gemeentewet kan op schriftelijk verzoek uitstel van het
                                doen van aangifte verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of
                                zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop
                                van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor
                                zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
                                belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht,
                                nog volle kalendermaanden overblijven. </al></li><li nr="4."><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in gebruik neemt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                                moet de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                                eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
                                twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, ingeval
                                machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaal bedrag
                                van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolheffing of
                                andere gemeentelijke fiscale heffingen € 100,-- of meer doch minder
                                dan € 2.500,-- bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in
                                10 gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de
                                28<sup>e </sup>dag van de maand volgend op de maand die in de
                                dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                                termijnen telkens een maand later. In geval van automatische incasso
                                wordt een geheel of gedeeltelijke vermindering van aanslagen
                                verrekend met de nog openstaande betaaltermijnen, te beginnen met de
                                laatste termijn. Indien bovengenoemde aanslagen in maart of later in
                                het belastingjaar worden opgelegd, is het aantal betaaltermijnen
                                gelijk aan de nog in het desbetreffende belastingjaar overblijvende
                                volle maanden.</al></li><li nr="3."><al>De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso
                                wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen
                                niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening
                                van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één
                                maand na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de
                                betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het eerste lid is een voorlopige aanslag
                                invorderbaar in zoveel gelijke termijnen als er in het betreffende
                                belastingjaar nog volle maanden overblijven.</al></li><li nr="5."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de vorige
                                leden gestelde termijnen.</al></li><li nr="6."><al>In afwijking van het eerste lid moet een aanslag bedoeld in artikel
                                6, tweede lid, worden betaald in één termijn welke vervalt op de
                                laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening
                                van het aanslagbiljet is vermeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en
                        invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Verordening rioolheffing 2015, vastgesteld in de openbare
                                raadsvergadering van 13 november 2014, wordt ingetrokken met ingang
                                van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met
                                dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten
                                die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Verordening
                                rioolheffing 2016’.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Bekendmaking</titel></kop><al>Deze verordening zal worden bekendgemaakt door het plaatsen van de
                        verordening in het Gemeenteblad.</al><al>In een huis-aan-huisblad wordt meegedeeld dat de verordening voor een ieder
                        kosteloos ter inzage ligt in het gemeentehuis. Daarnaast zal de tekst van de
                        verordening worden geplaatst op de website van de overheid.</al><al/></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>