Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Nuth

Verordening op de heffing en invordering van Afvalstoffenheffing 2016

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNuth
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en invordering van Afvalstoffenheffing 2016
CiteertitelVerordening afvalstoffenheffing 2016
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp
Externe bijlageTarieventabel

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling is vervangen door de Verordening afvalstoffenheffing 2017.

Deze regeling vervangt de Verordening afvalstoffenheffing 2015.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.

Artikel 11 bevat een overgangsrecht.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 229, lid 1
  2. Wet Milieubeheer, art. 15.33

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

03-12-201501-01-2017nieuwe regeling

05-11-2015

Elektronisch Gemeenteblad, 25-11-2015

Z.10344 INT.10268

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van Afvalstoffenheffing 2016

Z.10344 INT.10268

 

 

De raad van de gemeente Nuth;

 

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 oktober 2015

 

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en

artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer;

 

besluit vast te stellen de volgende verordening

 

Verordening op de heffing en invordering van Afvalstoffenheffing 2016

(“Verordening afvalstoffenheffing 2016”)

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    perceel: een gebouwde onroerende zaak – of een gedeelte daarvan – dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is om als afzonderlijk geheel door een particuliere huishouding te worden gebruikt en ook als zodanig wordt gebruikt. Met perceel wordt gelijkgesteld een stacaravan, een woonboot, een woonwagen en een demontabel zomer- of vakantiehuisje, indien gebruikt door een particuliere huishouding;

  • b.

    gft-afval: groente, fruit- en tuinafval;

  • c.

    restafval: huishoudelijk afval niet zijnde gft-afval;

  • d.

    mini-container: de vanwege de gemeente uitgezette ophaalbakken, waaronder city-bins, onderverdeeld in de verschillende volumina;

  • e.

    verzamelcontainer: de vanwege de gemeente geplaatste verzamelcontainers, die kunnen worden ontsloten door middel van chipkaarten;

  • f.

    gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Artikel 2 Belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam "Afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

  • 2.

    Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:

    • a.

      degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van het perceel;

    • b.

      ingeval een gedeelte van een perceel in gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Een belastingplichtige die om medische redenen genoodzaakt is om extra afval te moeten aanbieden aan de gemeentelijke inzameldienst, kan op aanvraag in aanmerking komen voor een vermindering van 60 % van de verschuldigde belasting als gevolg van het aantal aangeboden ledigingen restafval, bedoeld in hoofdstuk 1, lid 1.2.3 en 1.2.4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, in zoverre deze het gemiddeld aantal ledigingen restafval van 14 op jaarbasis per huishouden overstijgt. De vermindering kan maximaal € 60,- per belastingtijdvak bedragen.

Artikel 5 Belastingstijdvak

  • 1.

    Met betrekking tot de belasting die per belastingjaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2.

    Met betrekking tot de belasting die per lediging/inworp wordt geheven is het belastingtijdvak gelijk aan een kalenderhalfjaar.

  • 3.

    Het eerste belastingtijdvak gaat in op de datum van ingang van de heffing.

Artikel 6 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting bedoeld in onderdeel 1.1. van hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    De belasting bedoeld in onderdeel 1.2. tot en met 2.1.3 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 5.

    Het derde en het vierde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1.

    Bij niet-automatische incasso:

    De aanslag moet worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later.

  • 2.

    Bij automatische incasso:

    De aanslag moet worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste vier en maximaal tien bedraagt.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid geldt, dat de aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke betaaltermijnen, ingeval het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar een aanslag bevat, het bedrag van deze aanslag hoger is dan € 20.000. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later;

  • 4.

    In afwijking van de voorgaande leden moet de belasting als bedoeld in de onderdelen 1.2 tot en met 2.1.3 van de hoofdstukken 1 en 2 van de tarieventabel worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later.

  • 5.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.

Artikel 9 Kwijtschelding

  • 1.

    Voor de belasting bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.1. van de bij deze verordening behorende tarieventabel kan kwijtschelding worden verkregen tot 100 %.

  • 2.

    Van de belasting bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.2., 1.3. en 1.4. van de bij deze verordening behorende tarieventabel kan kwijtschelding worden verleend tot een maximum van € 125,00

Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing.

Artikel 11 Overgangsrecht

De "Verordening afvalstoffenheffing 2015" vastgesteld bij raadsbesluit van 13 november 2014 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing 2016".

Aldus besloten in de openbare vergadering van 5 november 2015.

De griffier, De voorzitter,

Dhr. P.J.M. Boyen Mevr. D.H. Schmalschläger

Bijlage 1 Tarieventabel

Tarieventabel