<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR382011_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Aanvullende subsidievoorwaarden peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Vechtstroom, 16-11-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Aanvullende subsidievoorwaarden peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-11-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>1e wijziging (vervangen bijlage 1 t/m 3)</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Beleid</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Aanvullende subsidievoorwaarden peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse
            Educatie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders heeft op 17 november 2015
                        besloten:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><lijst><li nr="1."><al>De Aanvullende subsidievoorwaarden voor het onderdeel peuteropvang
                                binnen het “Subsidiebeleid Gemeente Stichtse Vecht 2016-2019”
                                vaststellen.</al></li><li nr="2."><al>De Subsidievoorwaarden Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) voor
                                doelgroepkinderen vaststellen.</al></li><li nr="3."><al>De doelgroepdefinitie VVE vaststellen.</al></li></lijst></tekst></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage 1</label></kop><al/><al><vet>Aanvullende subsidievoorwaarden voor het onderdeel peuteropvang binnen het
                        “Subsidiebeleid Gemeente Stichtse Vecht 2016-2019”</vet></al><al/><al><vet>Deze voorwaarden gelden per 1 januari 2017 en zijn een aanvulling op de
                        reeds gestelde voorwaarden voor peuteropvang binnen het subsidiebeleid. De
                        voorwaarden voor deze reguliere subsidie zijn van toepassing voor peuters in
                        de leeftijd 2,5 tot 4 jaar. </vet></al><al/><lijst><li nr="a."><al>peutergebonden subsidie voor 2 dagdelen per week van in totaal minimaal
                            5 en maximaal 6 uur per week peuteropvang x 40 weken per jaar;</al></li><li nr="b."><al>de maximum uurprijs voor subsidiëring is € 8,44; </al></li><li nr="c."><al>voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag geldt een
                            inkomensafhankelijke ouderbijdrage op basis van de
                            kinderopvangtoeslagtabel, verrekend met de daadwerkelijke uurprijs van
                            maximaal € 8,44;</al></li><li nr="d."><al>het maximum aantal te subsidiëren peuters is 200 gemeentebreed. </al></li><li nr="e."><al>Een maximering is nodig om gegarandeerd binnen het beschikbare budget te
                            blijven. De aanname is echter dat dit maximum niet gehaald wordt, dus
                            dat er geen sprake zal zijn van wachtlijsten of peuters die niet
                            geplaatst kunnen worden.</al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage 2</label></kop><al/><al><vet>Subsidievoorwaarden Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) voor
                        doelgroepkinderen</vet></al><al/><al><vet>Deze voorwaarden gelden per 1 januari 2017 en zijn een aanvulling op de
                        reeds gestelde voorwaarden voor peuteropvang binnen het subsidiebeleid
                        bedoeld voor doelgroepkinderen vanaf 3 jaar tot 4 jaar.</vet></al><al/><lijst><li nr="a."><al>peutergebonden subsidie voor aanbod van een programma voor VVE conform
                            wet- en regelgeving voor doelgroepkinderen vanaf 3 jaar van 4 dagdelen
                            per week van in totaal minimaal 10 en maximaal 12 uur x 40 weken per
                            jaar;</al></li><li nr="b."><al>ouders van doelgroepkinderen betalen een verlaagde ouderbijdrage die
                            overeenkomt met het netto bedrag dat de laagste inkomenscategorie
                            betaalt voor 10 uur kinderopvang als het maximum uurtarief waarvoor
                            kinderopvangtoeslag geldt gehanteerd wordt; </al></li><li nr="c."><al>subsidie voor de twee extra dagdelen voor doelgroepkinderen, waarbij een
                            maximum uurprijs geldt van € 8,44;</al></li><li nr="d."><al>een aanvullend subsidiebedrag van € 410 per doelgroeppeuter per
                            jaar;</al></li><li nr="e."><al>maximale bezetting van 50% doelgroepkinderen per groep; </al></li><li nr="f."><al>minimaal eens per twee maanden vindt afstemming plaats met het
                            consultatiebureau over de toeleiding en daadwerkelijke plaatsing van
                            doelgroepkinderen. </al></li></lijst><al/><al><vet>Toelichting op subsidievoorwaarden VVE</vet></al><al/><al><cursief>Toelichting op subsidievoorwaarden VVE</cursief></al><al><cursief>Ad a</cursief>. De doelgroepdefinitie bepaalt de omvang, vanwege die
                    wettelijke verplichting kan geen limiet gelden voor het aantal te subsidiëren
                    doelgroepkinderen. </al><al><cursief>Ad b</cursief>. Jaarlijks komt de VNG met een adviesbedrag voor het
                    daaropvolgende jaar. De gemeente Stichtse Vecht neemt dit adviesbedrag over en
                    subsidieert het verschil tussen het gehanteerde uurtarief (met een maximum van €
                    8,44) en de verlaagde ouderbijdrage voor de eerste twee dagdelen. </al><al><cursief>Ad c. </cursief>VVE wordt bekostigd middels het subsidiëren van 2 extra
                    dagdelen en een vast bedrag per doelgroepkind. Doelgroeppeuters komen 4 in
                    plaats van 2 dagdelen. Er geldt geen inkomensafhankelijke ouderbijdrage voor de
                    ouders voor de twee extra dagdelen, deze worden gratis aangeboden aan
                    doelgroepkinderen. Het gehanteerde uurtarief voor deze 2 extra dagdelen komt
                    daarmee geheel ten laste van de gemeente. </al><al><cursief>Ad d. </cursief>De begeleiding van doelgroepkinderen en de inzet van
                    een VVE-programma vergen aanvullende taakuren van de beroepskracht(en). Het
                    vaste bedrag van € 410 per doelgroepkind is conform de landelijke richtlijn van
                    de MOgroep. </al><al><cursief>Ad e.</cursief> Kinderen leren het meest van elkaar, dus een gemengde
                    groep met ook niet-doelgroepkinderen is van belang. Daarnaast voorkomt dit
                    segregatie en uitsluiting van niet-doelgroepkinderen omdat voor hen minder
                    subsidie geldt. </al><al><cursief>Ad f.</cursief> Gemeenten hebben een wettelijke inspanningsverplichting
                    om 100% van de doelgroepkinderen te bereiken met VVE. Jaarlijks moet het bereik
                    verantwoord worden. Om zicht te krijgen op het bereik, is afstemming nodig
                    tussen aan de ene kant het consultatiebureau dat indiceert en toeleidt en aan de
                    andere kant de VVE-biedende partijen die de doelgroepkinderen plaatsen. Zo wordt
                    inzichtelijk hoeveel van de geïndiceerde doelgroepkinderen daadwerkelijk
                    geplaatst zijn.</al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage 3 DOELGROEPDEFINITIE VVE</label></kop><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Doelgroep</vet></al><al>1. Kinderen die vallen onder de gewichtenregeling, met een
                                        drempel van 6% </al><al>en / of</al><al>2. Kinderen met (een risico op) een aantoonbare taal- of
                                        ontwikkelingsachterstand, met een drempel van 6% </al><al>en / of</al><al>3. Kinderen van wie de thuistaal niet Nederlands is en die
                                        tot de leeftijd van twee jaar niet naar een
                                        kinderdagverblijf gaan, met een drempel van 6% </al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Toelichting op de keuze voor deze criteria:</label></kop><al/><lijst><li nr="1."><al><onderstreept>Gewichtenregeling:</onderstreept></al><al>omdat basisscholen een wettelijke verplichting hebben naar ieg de
                            kinderen die onder de gewichtenregeling vallen, lijkt het handig om
                            hierop aan te sluiten. Dit maakt het makkelijker om een doorgaande
                            leerlijn te realiseren. Bovendien is dit een categorie die ook evt. in
                            een latere fase achterstanden kan oplopen doordat ouders vaak meer
                            moeite hebben met de ondersteuning van hun kind in het leerproces. </al></li></lijst><al/><al>De gewichtenregeling bestaat uit twee categorieën. Het onderscheid (verschil in
                    punten) is voorschools niet relevant, omdat kinderen uit beide categorieën tot
                    de doelgroep behoren. De definitie is als volgt:</al><al/><al>Kinderen van wie beide ouders / verzorgers een schoolopleiding hebben gevolgd op
                    maximaal het niveau praktijkonderwijs of voorbereidend beroepsonderwijs voor
                    zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg of de kaderberoepsgerichte
                    leerweg. Als het gaat om een éénoudergezin geldt deze opleidingseis ten aanzien
                    van de desbetreffende ouder / verzorger. </al><al/><lijst><li nr="2."><al><onderstreept>(Risico op) aantoonbare taal- of
                                ontwikkelingsachterstand:</onderstreept></al><al>dit kan geïndiceerd worden door het consultatiebureau. Dat beschikt over
                            de instrumenten daarvoor. In de praktijk blijkt dit goed toepasbaar.
                        </al></li></lijst><al/><al>Voorbeelden van factoren die bij het bepalen van een (verhoogd) risico in
                    overweging worden genomen zijn: </al><al/><lijst><li nr="0."><al>Langdurige werkloosheid ouder(s)</al></li><li nr="0."><al>Ouder(s) chronisch ziek</al></li><li nr="0."><al>Ouder(s) verslaafd aan alcohol of drugs</al></li><li nr="0."><al>Ouder(s)met psych(iatr)ische problemen</al></li><li nr="0."><al>Ouder(s) als kind mishandeld</al></li><li nr="0."><al>Ouder(s) zonder sociaal netwerk</al></li><li nr="0."><al>Er is sprake van verwaarlozing</al></li><li nr="0."><al>Er is sprake van kindermishandeling / seksueel misbruik</al></li><li nr="0."><al>Er is sprake van huiselijk geweld</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al><onderstreept>Thuistaal niet Nederlands:</onderstreept></al><al>als er thuis geen Nederlands wordt gesproken en een kind gaat niet van
                            jongs af aan naar een kinderdagverblijf, is de kans groot dat het kind
                            hier tegenaan gaat lopen. Als een kind van jongs af aan (vóór de
                            leeftijd van twee jaar) naar een kinderdagverblijf gaat, leert de
                            praktijk dat zich normaal ontwikkelende kinderen voldoende taalaanbod
                            krijgen om het Nederlands in voldoende mate op te pikken. Aangezien er
                            in Stichtse Vecht geen grote concentraties niet-Nederlandstaligen
                            aanwezig zijn op kinderdagverblijven en gezien het feit dat er eisen
                            gesteld worden aan het niveau Nederlands van de pedagogisch medewerkers,
                            is het reëel om ervan uit te gaan dat er voldoende structureel aanbod
                            van het Nederlands is. </al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Drempel:</onderstreept> Op basisscholen geldt een drempel van 6%
                    ten aanzien van de gewichtenregeling. Het idee daarachter is dat als het
                    percentage gewichtenkinderen klein is, zij mee kunnen liften met de gehele groep
                    en dat de leerkracht dit qua differentiatie aan zou moeten kunnen. Nu is de
                    aanname dat een kind dat onder één of meerdere van bovengenoemde criteria valt,
                    voorschools ook mee zou kunnen liften. Aangezien een voorschoolse groep maximaal
                    uit 18 kinderen bestaat, houdt de drempel van 6% in dat als er sprake is van één
                    kind op wie één of meerdere van bovenstaande criteria van toepassing is op een
                    groep van maximaal 18 kinderen, dit kind niet tot de doelgroep behoort. </al><al/><al>De Onderwijsinspectie is akkoord met de drempel van 6% mits:</al><lijst><li nr="1."><al>er extra aanbod is in frequentie (4 dagdelen ofwel 10 uur, conform Wet
                            OKE);</al></li><li nr="2."><al>er afspraken gemaakt worden met de leidsters / pedagogisch medewerkers
                            dat er extra aandacht is voor taal. Dit hoeft beslist geen VVE-programma
                            of specifieke methode te zijn; het gaat erom dat er gericht wordt
                            gewerkt met het kind, dat er wat extra aandacht is voor zijn
                            ontwikkelingsbehoeften;</al></li><li nr="3."><al>het kind adequaat gevolgd wordt. Per slot van rekening heeft dit kind
                            een (risico op) een achterstand en dient dit zowel voorschools als
                            vroegschools goed in de gaten gehouden te worden. Voor deze kinderen
                            geldt dus sowieso ook een warme overdracht conform Wet OKE.</al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>