<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR381420_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de gemeenteraad 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haaren</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haaren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.officielebekendmakingen.nl">Gemeenteblad, 30 november 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de gemeenteraad 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=16">Gemeentewet, art. 16 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-10-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-11-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-10-26</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsvoorstel, 22 oktober 2015</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de gemeenteraad 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al>HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN</al><al/><al><vet>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="b."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een besluit;</al></li><li nr="c."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                amendement;</al></li><li nr="d."><al>motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt
                                uitgesproken;</al></li><li nr="e."><al>motie vreemd aan de orde van de dag: een motie over een niet
                                geagendeerd onderwerp;</al></li><li nr="f."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                vergadering;</al></li><li nr="g."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel van een raadslid of raadsleden aan
                                de raad.</al></li><li nr="h."><al>hamerstuk: een raadsvoorstel waarover geen beraadslaging in de
                                vergadering plaatsvindt;</al></li><li nr="i."><al>besluitenlijst: een lijst met daarin opgenomen de tekst van alle
                                genomen besluiten, incl. de aangenomen moties.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 2. Het presidium</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad heeft een presidium.</al></li><li nr="2."><al>Het presidium bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters met
                                de griffier als ondersteuner.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan voorstellen de secretaris en/of anderen uit te
                                nodigen.</al></li><li nr="4."><al>Elke fractievoorzitter wijst een raadslid aan als vervanger.</al></li><li nr="5."><al>Het presidium heeft als taak:</al><lijst><li nr="a."><al>opstellen van de agenda van de raadsvergadering en de
                                        voorbereidende vergadering;</al></li><li nr="b."><al>vaststellen van het vergaderschema en de Lange Termijn
                                        Agenda;</al></li><li nr="c."><al>voorstellen doen aan de raad over organisatorische
                                        aangelegenheden van de raad;</al></li><li nr="d."><al>zorgdragen voor het regelen van de huishoudelijke zaken
                                        rondom de taken van de raad;</al></li><li nr="e."><al>bewaken van de kwaliteit van het functioneren van de
                                        raad.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al/><al>HOOFDSTUK 2. TOELATING VAN NIEUWE LEDEN; BENOEMING WETHOUDERS; FRACTIES</al><al/><al><vet>Artikel 3. Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging raadsleden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij de benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                                commissie in bestaande uit drie leden van de raad.</al></li><li nr="2."><al>De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking
                                hebbende stukken van de nieuw benoemde leden en doet daarover
                                verslag aan de raad. In het verslag wordt melding gemaakt van een
                                minderheidsstandpunt als dit aan de orde is.</al></li><li nr="3."><al>Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau
                                gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling
                                na de verkiezingen.</al></li><li nr="4."><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van
                                de raad op om in de eerste vergadering van de nieuwe raad de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></li><li nr="5."><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                                waarin over diens toelating wordt beslist om in dezelfde vergadering
                                de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 4. Benoeming wethouder</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in
                                bestaande uit ten minste drie leden van de raad die onderzoekt of de
                                kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet.</al></li><li nr="2."><al>De commissie doet verslag aan de raad en maakt zonodig melding van
                                een minderheidsstandpunt.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 5. Fractie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De leden van de raad die door het centraal stembureau op dezelfde
                                kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van
                                de zitting als één fractie beschouwd.</al></li><li nr="2."><al>De fractie voert de partijnaam die op de kandidatenlijst staat. Als
                                er geen naam is dan deelt de fractie in de eerste vergadering van de
                                raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil
                                voeren.</al></li><li nr="3."><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens
                                plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan
                                de voorzitter.</al></li><li nr="4."><al>Indien één of meer raadsleden van één of meer fracties als
                                zelfstandige fractie gaan optreden of indien één of meer leden van
                                een fractie zich aansluiten bij een andere fractie wordt hiervan zo
                                spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de
                                voorzitter.</al></li><li nr="5."><al>De naam van de nieuwe fractie wordt gebruikt met ingang van de
                                eerstvolgende vergadering van de raad. Wel behoort de naam te
                                voldoen aan de eisen uit de Kieswet (art. g3).</al></li></lijst><al/><al/><al>HOOFDSTUK 3. VERGADERINGEN</al><al/><al><vet><cursief>Paragraaf 1. Tijdstip van vergaderen,
                                voorbereidingen</cursief></vet></al><al/><al><vet>Artikel 6. Oproep</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter zendt tenminste 7 dagen voor een vergadering de leden
                                van de raad een digitale oproep onder vermelding van dag, tijdstip
                                en plaats van de vergadering.</al></li><li nr="2."><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende openbare stukken zijn
                                tegelijkertijd met de oproep digitaal beschikbaar voor de leden van
                                de raad en ieder ander.</al></li><li nr="3."><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de
                                oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een
                                aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende
                                stukken aan de leden van de raad digitaal verzonden en openbaar
                                gemaakt.</al></li><li nr="4."><al>Indien omtrent stukken geheimhouding is opgelegd zijn deze in te
                                zien door de leden bij de griffier.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 7. Vergaderfrequentie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op donderdag
                                in het gemeentehuis.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag bepalen of
                                een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er
                                sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in het
                                presidium.</al></li><li nr="3."><al>Het presidium stelt het vergaderschema vast en maakt deze
                                openbaar.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 8. Agenda</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast.</al></li><li nr="2."><al>Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad
                                de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></li><li nr="3."><al>Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad
                                bij de vaststelling van de agenda onderwerpen van de agenda afvoeren
                                of er aan toevoegen.</al></li><li nr="4."><al>Een raadsvoorstel wordt afgevoerd omdat de raad besluit dat het
                                raadsvoorstel terug gaat naar</al><al> het college of omdat het raadsvoorstel in een volgende vergadering
                                aan de orde zal komen. </al></li><li nr="5."><al>Een agendapunt toevoegen kan alleen als het spoedeisend is en geen
                                directe gevolgen heeft</al><al> voor inwoners of als het een motie vreemd aan de orde van de dag
                                betreft. </al></li><li nr="6."><al>De voorzitter inventariseert bij de vaststelling van de agenda welke
                                voorstellen</al><al> hamerstukken zijn, vraagt de raad of hij hiermee instemt en hamert
                                die voorstellen af als zijnde </al><al> aangenomen met de mededeling wie tegen heeft gestemd. </al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 9. Spreekrecht burgers</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgers mogen inspreken over onderwerpen die niet op de agenda staan
                                en over geagendeerde</al><al> onderwerpen, waarvoor 30 minuten in totaal beschikbaar is. </al></li><li nr="2."><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                        personen;</al></li><li nr="b."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Insprekers dienen zich bij de griffier aan te melden voor 12 uur op
                                de dag van de vergadering met</al><al> de vermelding van het onderwerp.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is
                                van de orde van de vergadering.</al></li><li nr="5."><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter
                                verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan
                                zes sprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken
                                van de maximale lengte van de spreektijd.</al></li><li nr="6."><al>De voorzitter biedt de leden de gelegenheid om aan de inspreker een
                                korte, verhelderende vraag te stellen.</al></li><li nr="7."><al>De voorzitter of een lid doet voor zover aan de orde een voorstel
                                voor nadere behandeling van de inbreng van de inspreker.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 10. Het college</vet></al><al>Het college is in principe in de vergadering van de raad aanwezig.</al><al>Artikel 11. Ter inzage leggen van stukken</al><lijst><li nr="1."><al>Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een
                                voorlopige agenda dienen,</al><al> worden gelijktijdig met de voorlopige agenda op de website gezet.
                            </al></li><li nr="2."><al>Voor een ieder is het mogelijk om de stukken digitaal op het
                                gemeentehuis in te komen zien onder</al><al> de openingstijden van het gemeentehuis. </al></li><li nr="3."><al>Als omtrent stukken geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken
                                onder berusting van de</al><al> griffier en verleent deze alleen de leden op verzoek inzage.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 12. Openbare kennisgeving</vet></al><al>De vergadering wordt door aankondiging op de raadspagina Nieuws uit de Raad
                        in een huis-aan-huisblad of op de voor afkondigingen in de gemeente
                        gebruikelijke wijze en door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar
                        gemaakt. </al><al/><al><cursief><vet>Paragraaf 2. Orde der vergadering</vet></cursief></al><al/><al><vet>Artikel 13. Opening vergadering; quorum</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde tijdstip als
                                minstens de helft van de leden volgens de presentielijst aanwezig
                                is.</al></li><li nr="2."><al>Mocht tot een kwartier na het vastgestelde tijdstip nog niet het
                                vereiste aantal leden aanwezig zijn, dan verdaagt de voorzitter de
                                vergadering.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 14. Primus bij hoofdelijke stemming</vet></al><al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de
                        voorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal
                        beginnen bij loting. Vervolgens is het eerstvolgende raadslid op
                        alfabetische volgorde aan de beurt. </al><al/><al><vet>Artikel 15. Verslaglegging en besluitenlijst</vet></al><al>1.De vergadering wordt digitaal opgenomen op geluidsband en openbaar gemaakt
                        via de website. Zodra geconstateerd wordt dat de opnameapparatuur niet naar
                        behoren functioneert, wordt overgegaan tot een beknopte schriftelijke
                        verslaglegging.</al><al>2 De besluitenlijst bestaat uit de teksten van alle genomen besluiten,
                        inclusief de teksten van alle</al><al> ingediende amendementen en moties met daarop de aantekening ‘aangenomen’,
                        ‘verworpen’,</al><al> ‘ingetrokken’ of ‘aangehouden’. </al><al>3.De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na de vergadering digitaal
                        openbaar gemaakt.</al><al/><al><vet>Artikel 16. Ingekomen stukken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen
                                van het college aan de raad, worden bij binnenkomst op de ingekomen
                                stukkenlijst geplaatst.</al></li><li nr="2."><al>Deze lijst is via de website beschikbaar voor de leden en ieder
                                ander.</al></li><li nr="3."><al>De raad stelt de wijze van afdoening van de ingekomen stukken
                                vast.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 17. Aantal spreektermijnen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Elk spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></li><li nr="3."><al>Een lid mag in de eerst termijn niet meer dan één maal het woord
                                voeren over hetzelfde</al><al> onderwerp of voorstel</al></li><li nr="4."><al>Het derde lid is niet van toepassing op het lid dat een
                                (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft
                                ingediend, voor wat betreft het ingediende.</al></li><li nr="5."><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of
                                voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken
                                over een voorstel van orde.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 18. Voorstel van orde en Spreektijd</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een lid kan tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van
                                orde indienen.</al></li><li nr="2."><al>Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de
                                leden en de overige aanwezigen.</al></li><li nr="3."><al>De raad neemt een besluit over een voorstel van orde.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 19. Handhaving orde; schorsing</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het in acht nemen
                                        van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                                        spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                        afronden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke
                                uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel
                                anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de
                                orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg
                                geeft, kan de voorzitter hem het woord ontzeggen.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een
                                door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de
                                orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 20. Beraadslaging</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad
                                beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel
                                afzonderlijk te beraadslagen.</al></li><li nr="2."><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter
                                kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen
                                tijd te schorsen ten einde het college of de leden de gelegenheid te
                                geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat
                                nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 21. Deelname aan de beraadslaging door anderen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad kan bepalen dat ook anderen dan de in de vergadering
                                aanwezige leden van de raad, collegeleden, griffier of
                                gemeentesecretaris kunnen deelnemen aan de beraadslaging.</al></li><li nr="2."><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of lid
                                genomen voor het begin van de beraadslaging van het aan de orde
                                zijnde agendapunt.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 22. Stemverklaring</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                                overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag toe te
                                lichten.</al></li><li nr="2."><al>Een raadslid kan tevens een stemverklaring afleggen bij
                                raadsvoorstellen waarover geen debat plaatsvindt, de zogenaamde
                                hamerstukken.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 23. Besluit</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel
                                voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad
                                anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt,
                                formuleert de voorzitter het te nemen besluit.</al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>Paragraaf 3. Procedures bij stemmingen</cursief></vet></al><al/><al><vet>Artikel 24. Algemene bepalingen over stemming</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter hamert de voorstellen af en meldt daarbij dat het
                                voorstel is aangenomen bij het vaststellen van de hamerstukken door
                                de raad aan het begin van de vergadering bij de vaststelling van de
                                agenda.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter vraagt de voor – of tegenstem van elke fractie na
                                afronding van de bespreking van het voorstel als de raad geen
                                hoofdelijke stemming verlangt en hamert dan af onder vermelding of
                                het voorstel is aangenomen of niet.</al></li><li nr="3."><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening op de
                                besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben voor-
                                of tegengestemd. In de besluitenlijst wordt aangetekend wie zich op
                                grond van stemming heeft onthouden volgens de wet of wie de raad
                                verlaten heeft tijdens de stemming, dan wel op onderdelen zich van
                                stemming onthoudt.</al></li><li nr="4."><al>Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter of de griffier de leden
                                van de raad bij naam op hun stem uit te brengen en begint daarmee
                                bij het lid dat daarvoor volgens de loting is aangewezen. Vervolgens
                                worden de leden van de raad in alfabetische volgorde gevraagd hun
                                stem uit te brengen.</al></li><li nr="5."><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat
                                zich niet volgens de Gemeentewet (art.28) moet onthouden verplicht
                                zijn stem uit te brengen.</al></li><li nr="6."><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan
                                hij deze vergissing nog herstellen tot dat het volgende lid
                                stemt.</al></li><li nr="7."><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met
                                vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij
                                doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 25. Stemming over amendementen en moties</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien een amendement op een voorstel is ingediend, wordt eerst over
                                dat amendement gestemd.</al></li><li nr="2."><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst
                                over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                amendement.</al></li><li nr="3."><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een voorstel
                                zijn ingediend, wordt het meest verstrekkende amendement of
                                subamendement het eerst in stemming gebracht.</al></li><li nr="4."><al>Indien aangaande een voorstel een motie is ingediend, wordt eerst
                                over het voorstel gestemd en daarna over de motie.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 26. Stemming over personen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij stemming over personen voor voordrachten of het opstellen van
                                voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden
                                tot stembureau.</al></li><li nr="2."><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen,
                                voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de
                                voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op
                                één stembriefje.</al></li><li nr="4."><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de
                                raad, op voorstel van de voorzitter.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 27. Herstemming over personen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen
                                twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich
                                hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over
                                meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming
                                uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal
                                plaatshebben.</al></li><li nr="3."><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                staken, beslist terstond het lot.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 28. Beslissing door het lot</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer het lot beslist, worden de namen van hen tussen wie de
                                beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke,
                                geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></li><li nr="2."><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                gedeponeerd en omgeschud.</al></li><li nr="3."><al>Vervolgens neemt de voorzitter één van de briefjes uit de
                                stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                gekozen.</al></li></lijst><al/><al/><al>HOOFDSTUK 4. INSTRUMENTEN VAN RAADSLEDEN</al><al/><al><vet>Artikel 29. Amendementen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                (sub)amendementen indienen. Er kan alleen beraadslaagd worden over
                                (sub)amendementen die ingediend zijn door leden van de raad die de
                                presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig
                                zijn.</al></li><li nr="2."><al>Elk amendement of subamendement en elk voorstel wordt schriftelijk
                                en ondertekend bij de voorzitter ingediend, tenzij de voorzitter -
                                met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde
                                -oordeelt, dat met mondelinge indiening kan worden volstaan.</al></li><li nr="3."><al>Intrekking, door de indiener(s), van het amendement of subamendement
                                is mogelijk, tot de besluitvorming door de raad.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 30. Moties</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen.</al></li><li nr="2."><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden genomen
                                schriftelijk en ondertekend bij de voorzitter worden ingediend.</al></li><li nr="3."><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of
                                voorstel plaats.</al></li><li nr="4."><al>Een motie ‘vreemd aan de orde van de dag’ komt aan het einde van de
                                vergadering aan de orde, tenzij de raad anders beslist bij de
                                vaststelling van de agenda.</al></li><li nr="5."><al>Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk tot de
                                besluitvorming door de raad plaatsvindt.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 31. Initiatiefvoorstel</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend in de lay-out
                                van een raadsvoorstel.</al></li><li nr="2."><al>De procedure voor de besluitvorming van het initiatiefvoorstel is
                                gelijk aan die van een door het college ingediend raadsvoorstel en
                                verloopt via het presidium.</al></li><li nr="3."><al>Het presidium kan besluiten om het college eerst te vragen om een
                                reactie voordat het initiatiefvoorstel naar de raad gaat.</al></li><li nr="4."><al>Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van
                                een wethouder, zijn de bepalingen in dit artikel niet van
                                toepassing. Een dergelijk voorstel kan na instemming van de raad
                                terstond aan de agenda toegevoegd worden.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 32. Interpellatie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                                naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste
                                48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de
                                voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving
                                van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de
                                te stellen vragen.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de
                                vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na
                                indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De
                                raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de
                                interpellatie zal worden gehouden.</al></li><li nr="3."><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                                leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan
                                eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 33. Schriftelijke vragen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd, waarbij
                                duidelijk is aangegeven dat het gaat om vragen op basis dit artikel.
                                De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
                                wordt aangegeven of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
                                verlangd.</al></li><li nr="2."><al>De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor
                                dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden
                                van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht.</al></li><li nr="3."><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen.
                                Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
                                raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen
                                kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of
                                de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis,
                                waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal
                                plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.</al></li><li nr="4."><al>De antwoorden van het college of de burgemeester worden door
                                tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad
                                toegezonden.</al></li><li nr="5."><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
                                dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda
                                voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door
                                de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad
                                anders beslist.</al></li><li nr="6."><al>De vragen met de antwoorden worden openbaar gemaakt door plaatsing
                                op de website.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 34. Vragenhalfuur</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In de raadsvergadering is er een vragenhalfuur. In bijzondere
                                gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenhalfuur op een
                                ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk
                                tijdstip het vragenhalfuur eindigt.</al></li><li nr="2."><al>Het lid van de raad dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil
                                stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24
                                uur voor aanvang van het vragenhalfuur bij de griffier. De
                                voorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een onderwerp
                                tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen indien hij het
                                onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het
                                onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde
                                komt.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                                vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de
                                overige leden van de raad rekening houdend met het half uur.</al></li><li nr="5."><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
                                of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een
                                toelichting daarop te geven.</al></li><li nr="6."><al>Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
                                vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
                                stellen.</al></li><li nr="7."><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord
                                verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of
                                de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 35. Verslag en verantwoording</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                                secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het
                                algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling of in een
                                andere organisatie of institutie, heeft het recht om in aansluiting
                                op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken of voor het
                                sluiten van de vergadering verslag te doen over zaken die in het
                                algemeen bestuur of gemeenschappelijk orgaan aan de orde zijn. Door
                                de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter
                                verwijzen naar de voorbereidende vergadering.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van
                                functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan
                                daarvan.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>HOOFDSTUK 5. BESLOTEN VERGADERING</vet></al><al/><al><vet>Artikel 36. Algemeen</vet></al><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                        overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met
                        het besloten karakter van de vergadering.</al><al/><al><vet>Artikel 37. Besluitenlijst</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De besluitenlijst van een besloten vergadering wordt niet verspreid,
                                maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage.</al></li><li nr="2."><al>De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering
                                neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van de
                                besluitenlijst. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de
                                voorzitter en de griffier ondertekend.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 38. Geheimhouding en opheffing daarvan</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor de afloop van een besloten vergadering beslist de raad of
                                omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding
                                zal gelden.</al></li><li nr="2."><al>De geheimhouding dient in acht te worden genomen door een ieder die
                                bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op een andere
                                wijze kennis heeft van de stukken.</al></li><li nr="3."><al>De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen, op verzoek van
                                het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of op eigen
                                initiatief.</al></li></lijst><al/><al/><al>HOOFDSTUK 6. TOEHOORDERS EN PERS</al><al/><al><vet>Artikel 39. Toehoorders en pers</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op
                                de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.</al></li><li nr="2."><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 40. Geluid- en beeldregistraties</vet></al><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare raadsvergadering geluid-
                        dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de
                        voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen
                        niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.</al><al/><al><vet>Artikel 41. Verbod gebruik mobiele telefoons</vet></al><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                        vergadering gebruik van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen,
                        dat inbreuk kan maken op de orde van de vergadering, zonder toestemming van
                        de voorzitter, niet toegestaan.</al><al/><al/><al>HOOFDSTUK 7. SLOTBEPALINGEN</al><al/><al><vet>Artikel 42. Uitleg reglement</vet></al><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de
                        toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                        voorzitter.</al><al/><al>Artikel 43. Inwerkingtreding</al><lijst><li nr="1."><al>Dit Reglement treedt in werking op één dag na bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden
                                van de raad 2011 van de gemeente, vervalt op dat moment.</al></li></lijst><al/><al/><al/></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad van de gemeente Haaren,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Eric Dammingh, plv. griffier </ondertekening><ondertekening>Jeannette Zwijnenburg-van der Vliet, voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN</al><al>Artikel 2. Het presidium</al><al>Het presidium is geen beslisorgaan als wel een adviserend orgaan van de raad.
                    Toch is het beter werkbaar als het presidium de bevoegdheid heeft om over
                    huishoudelijke aangelegenheden te kunnen beslissen. Als raadsleden het niet eens
                    zijn met wat het presidium heeft bedacht dan kan dit altijd voorgelegd worden
                    aan de raad, waar de raad dan een besluit over kan nemen. De voorzitter heeft in
                    het presidium recht van stemmen, want hij is lid van het presidium. Dit wijkt
                    dus af van de bevoegdheid van de voorzitter in de raadsvergadering. De plv.
                    voorzitter van de raad heeft wel in zowel de raad als in het presidium stemrecht
                    als hij de voorzitter vervangt. </al><al>De secretaris ontvangt standaard een uitnodiging om de LTA toe te lichten. Elk
                    lid wijst zelf een vervanger aan op het moment dat dit aan de orde is.</al><al>De taken zijn omschreven in lijn met wat de praktijk is. Het presidium stelt de
                    agenda van de raad vast totdat de raad deze in de vergadering definitief
                    vaststelt. Het presidium stelt ook de agenda vast van de voorbereidende
                    vergadering (raadsplein) voor zover dat mogelijk is. De versie van de agenda die
                    het presidium vaststelt kan dan nog aangepast worden aan verzoeken voor
                    tafelgesprekken. </al><al>HOOFDSTUK 2. TOELATING VAN NIEUWE LEDEN; BENOEMING WETHOUDERS; FRACTIES</al><al>Artikel 3. Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging raadsleden</al><al>De benoeming van het raadslid gaat via het stembureau waar de burgemeester
                    verantwoordelijk voor is. De voorzitter van het stembureau zorgt dat de raad de
                    geloofsbrieven en alle bijbehorende documenten ontvangt. Dit omvat de volgende
                    stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij
                    bekleedt, een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats,
                    geboorteplaats en -datum, en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt
                    dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de Gemeentewet
                    (artikel V 3 van de Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven gebeurt in een
                    openbare vergadering. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode betrokken worden.
                    De commissie welke de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan
                    zowel mondeling als schriftelijk.</al><al>Het onderzoek van het proces verbaal (onderzoek naar het verloop van de
                    verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak
                    voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. De
                    raad heeft de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen
                    en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in
                    een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het
                    proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of
                    herstemming.</al><al>Na een raadsverkiezing kunnen de raadsleden op de eerste vergadering van de raad
                    in nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter
                    zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of
                    verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de
                    toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden. De tekst van de eed of
                    verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het
                    raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet
                    vastgelegd.</al><al>Artikel 4. Benoeming wethouder</al><al>Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor
                    het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen. Dit artikel is ook van
                    toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd, de
                    nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te worden of het gerechtigd is om
                    deze naast het wethouderschap te behouden.</al><al>Bij de benoeming van een wethouder zal er een integriteitstoets plaatsvinden. De
                    gedragscode van de gemeente Haaren geldt. Daarnaast kan een verklaring omtrent
                    het gedrag (VOG) worden gevraagd. De raad kan aangeven dat zij deze procedure
                    wil volgen bij de benoeming van wethouders. De raad kan er voor kiezen om met de
                    kandidaat een interview te houden om te bezien of de kandidaat voldoet aan de
                    wensen van de raad. De raad kan er voor kiezen om dit in beslotenheid te doen of
                    in de openbaarheid.</al><al>Artikel 5. Fractie</al><al>De term fractie staat nergens in een wet aangegeven, daarom is dit opgenomen in
                    dit reglement van orde. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad
                    en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan voorkomen
                    dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan of dat een
                    raadslid zelf een fractie tussentijds begint. Aan de naam van een fractie zijn
                    de zelfde eisen gesteld dan aan die van de partijen. De naam mag niet teveel
                    lijken op andere partijnamen of bijvoorbeeld misleidend is. Hele lange namen
                    zijn ook uit den boze.</al><al>HOOFDSTUK 3. VERGADERINGEN</al><al>Paragraaf 1. Tijdstip van vergaderen, voorbereidingen</al><al>Artikel 6. Oproep</al><al>De oproep gebeurt digitaal, zo ook de beschikbaarheid van de stukken. Zonodig
                    kan er uiteraard altijd nog iets op papier geleverd worden mocht dat nodig zijn.
                    In feite zijn de stukken al een maand van te voren beschikbaarheid; de ingekomen
                    stukken lijst wordt continue aangevuld en gepubliceerd. De stukken voor de raad
                    zijn al beschikbaar vanaf de publicatie van de voorbereidende vergadering. </al><al>Artikel 7. Vergaderfrequentie</al><al>Het aantal vergaderingen en het tijdstip van aanvang is hier niet gemeld zodat
                    enige flexibiliteit mogelijk is. Gebruikelijk is één raadsvergadering per maand,
                    met uitzondering van de recesperiodes. Voor de begroting is doorgaans een extra
                    vergadering ingepland. </al><al>Artikel 8. Agenda</al><al>De raad beslist zelf over de agenda en stelt daarom in de vergadering zijn eigen
                    agenda vast. Het presidium geeft in feite de aanzet tot de vaststelling, die de
                    voorzitter benut voor de uitnodiging. Het wijzigen van de agenda gebeurt dan ook
                    bij het vaststellen van de agenda. Bij dit agendapunt neemt de raad ook het
                    besluit om een voorstel terug te geven aan het college omdat het onvoldoende
                    besluitrijp bevonden wordt of om het voorstel door te schuiven naar een volgende
                    raadsvergadering. Als een raadsvoorstel terug gaat naar het college, dan gebeurt
                    dit ook fysiek en geeft de griffier het ondertekende raadsvoorstel met de
                    stukken terug aan de gemeentesecretaris. </al><al>De voorzitter stelt voor raadsvoorstellen als hamerstuk aan te merken als het
                    niet nodig is dat de raad daar nog over spreekt. Het gaat dan om
                    raadsvoorstellen waar heel duidelijk een grote meerderheid voor is. De
                    tegenstemmers krijgen dan de gelegenheid om voor het afhameren aan te geven dat
                    zij tegen zijn eventueel met korte toelichting waarom. De agendapunten blijven
                    dan hetzelfde genummerd, alleen geeft de voorzitters aan welke agendapunten
                    worden afgehamerd en daarmee afgehandeld. Vervolgens worden de overgebleven
                    agendapunten doorlopen in volgorde van de agenda.</al><al>Artikel 9. Spreekrecht burgers</al><al>Het inspreekrecht op de raadsvergadering is een aanvulling op het meedoen aan
                    gesprekken op het raadsplein. Het doel is om burgers zoveel mogelijk mee te
                    laten doen bij de gesprekken over de geagendeerde raadsvoorstellen, zodat de
                    raadsleden de inbreng daadwerkelijk mee kunnen nemen bij de voorbereiding van de
                    raadsvergadering. </al><al>Het spreekrecht in de raad is vooral bedoeld om burgers de kans te bieden om
                    andere onderwerpen onder de aandacht van de raad te brengen dan de onderwerpen
                    op de agenda. De raad kan er dan voor kiezen om het onderwerp voor een volgend
                    raadsplein te agenderen of om te vragen aan het college om er actie op te
                    ondernemen of anderszins. </al><al>Artikel 10. Het college</al><al>Het college ontvangt standaard digitaal de uitnodiging en de leden ervan worden
                    tijdens de vergadering door de voorzitter zonodig verzocht om een reactie dan
                    wel een antwoord te geven op vragen van raadsleden. </al><al>Artikel 11. Ter inzage leggen van stukken</al><al>De stukken zijn digitaal in te zien op het gemeentehuis, zodat iedereen alle
                    stukken kan inzien. Niet alle stukken zijn op papier beschikbaar, denk aan met
                    name aan stukken bij een bestemmingsplan. Het doel is om zo min mogelijk papier
                    te gebruiken. Het is wel mogelijk om een print te ontvangen mocht dit gewenst
                    zijn, maar dit staat niet nadrukkelijk beschreven. </al><al>Artikel 12. Openbare kennisgeving</al><al>De openbaarmaking gebeurt vooral digitaal via de website, de agenda met beknopte
                    informatie komt op de gemeentelijke pagina in de huis-aan-huis krant ruim voor
                    de vergadering. </al><al>Paragraaf 2. Orde der vergadering</al><al>Artikel 13. Opening vergadering; quorum</al><al>Het benodigde quorum is bij wet vastgesteld, maar hier staat nog eens expliciet
                    vermeld dat dit via de handtekening op de presentielijst gebeurt. In feite kan
                    een raadslid daarna de vergadering verlaten, dus is het daarnaast nodig om op te
                    letten of bij de besluitneming daadwerkelijk het quorum deelneemt. De raad
                    beslist zelf hoe veel tijd hij neemt om te wachten op het voldoende aantal
                    leden, hier is gekozen voor een kwartier. </al><al>Artikel 14. Primus bij hoofdelijke stemming</al><al>Aan het begin van de vergadering wordt er een naam getrokken, de eerstvolgende
                    op de alfabetische lijst is vervolgens aan de beurt. </al><al>Artikel 15. Besluitenlijst</al><al>De besluitenlijst is er om voor iedereen duidelijk te hebben welke besluiten de
                    raad heeft genomen. Het is daarom nodig dat de teksten van de besluiten hierin
                    zijn opgenomen. Het is uiteraard niet de bedoeling om de volledige tekst van een
                    verordening of van een heel plan in de besluitenlijst te zetten; in zo’n geval
                    wordt er volstaan met de korte tekst van de vaststelling. Het aannemen of
                    verwerpen van een amendement of motie is ook een besluit van de raad. Het
                    resultaat daarvan moet dus ook onderdeel zijn van de besluitenlijst. Voor de
                    duidelijkheid is het nodig dat de teksten van alle ingediende amendementen en
                    moties worden geplaatst op de website in aanvulling op het digitale verslag. </al><al>De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering digitaal
                    gepubliceerd. </al><al>Mocht het nodig zijn om een kort verslag te maken dan wordt daarin vermeld de
                    beknopte weergave van de inbreng van de verschillende fracties en de inbreng van
                    het college of anderen. </al><al>Artikel 16. Ingekomen stukken</al><al>De ingekomen stukkenlijst is digitaal organisch, dat wil zeggen dat alle
                    ingekomen stukken zo spoedig mogelijk op de site komen te staan in de lijst van
                    de raadsvergadering. Als de sluitingsdatum van die vergadering (de
                    presidiumvergadering) voorbij is dan worden de stukken op de lijst van de
                    eerstvolgende raadsvergadering gezet. </al><al>Het is mogelijk om een ingekomen stuk al te agenderen voor het raadsplein
                    voordat de raad beslist heeft over de afhandeling. Het presidium neemt deze
                    beslissing bij de vaststelling van de agenda van het raadsplein. Voorwaarde is
                    in ieder geval dat het tijdig publiek gemaakt kan worden, dus ruim 7 dagen voor
                    de vergadering. </al><al>Artikel 17. Aantal spreektermijnen</al><al>De hantering van de termijnen heeft als doel om de bespreking te reguleren, met
                    name in de tweede termijn zal er voldoende ruimte zijn voor debat. De raad kan
                    in de vergadering besluiten dat er meer dan twee termijnen nodig zijn, maar dat
                    is dan een uitzondering op de regel. </al><al>Artikel 18. Voorstel van orde en Spreektijd</al><al>Ieder raadslid kan de voorzitter verzoeken om een orde voorstel te doen. Een
                    raadslid kan bijvoorbeeld vinden dat er teveel of juist te weinig tijd dan wel
                    aandacht besteed wordt aan een voorstel. Hij vraagt dan om te stoppen met het
                    debatteren en over te gaan tot besluitvorming of verzoekt juist om nog
                    bijvoorbeeld een derde termijn. Een ordevoorstel kan ook zijn om alsnog een
                    raadsvoorstel door te schuiven naar een volgende raadsvergadering.</al><al>Artikel 19. Handhaving orde; schorsing</al><al>De voorzitter kan ingrijpen, maar ook raadsleden kunnen de voorzitter erop
                    wijzen als zij vinden dat een raadslid of wel een collegelid zich onbetamelijk
                    gedraagt dan wel uitdrukt. </al><al>Artikel 20. Beraadslaging</al><al>Als het goed is zijn de beraadslagingen over raadsvoorstellen al grotendeels in
                    de voorbereidende vergadering aan de orde geweest. In de raad vindt vooral het
                    politieke debat plaats. Toch kan het zijn dat er tussen de voorbereidende
                    vergadering en de raadsvergadering zich omstandigheden voordoen die van invloed
                    zijn op het voorliggende raadsvoorstel. Dan kan het wenselijk zijn voor nadere
                    beraadslagingen en/of te schorsen. Bij schorsing vraagt de voorzitter hoeveel
                    tijd men denkt nodig te hebben en meldt dan hoelang de schorsing zal duren.</al><al>Artikel 21. Deelname aan de beraadslaging door anderen </al><al>De raad kan betrokkenen bij een raadsvoorstel in de vergadering uitnodigen om
                    het één en ander toe te lichten of mogelijke vragen te beantwoorden. In principe
                    is dit al gebeurd in de voorbereidende vergadering, maar er kan zich tussentijds
                    iets hebben voorgedaan waardoor de raad deze wens heeft. </al><al>Artikel 22. Stemverklaring</al><al>Een raadslid motiveert kort waarom hij voor of tegen stemt.</al><al>Een stemverklaring is ook mogelijk bij de raadsvoorstellen die verder niet
                    besproken worden in de raad, een hamerstuk. Een raadsvoorstel kan ook een
                    hamerstuk zijn als er tegenstemmers zijn, zij laten weten voordat het afgehamerd
                    wordt dat zij tegen zijn, eventueel met een korte toelichting. </al><al>Artikel 23. Beslissing</al><al>Het conceptbesluit is zoals het college de raad voorstelt om te beslissen. De
                    raad besluit dan of de tekst blijft zoals deze is of wordt aangepast middels een
                    amendement. Is de raad in meerderheid voor dan stemt de raad in met het voorstel
                    en wordt het conceptbesluit het besluit van de raad. Als de raad in meerderheid
                    tegen stemt dan is het raadsvoorstel verworpen. </al><al>Het kan zijn dat in de voorbereidende vergadering geconstateerd wordt dat het
                    wenselijk is dat het besluit wordt aangepast. Dit is dan toch alleen mogelijk
                    met het indienen van een amendement; de griffier kan dan een amendement
                    voorbereiden voor de fracties. Het college kan niet het al ingediende
                    conceptbesluit, dat gelijk met het getekende raadsvoorstel aan de raad, via de
                    griffier, is overhandigd, aanpassen. Als het gaat om een raadsvoorstel ingediend
                    door de raad zelf dan kan het concept raadsbesluit ook alleen worden aangepast
                    met een amendement in de raadsvergadering.</al><al>De voorzitter formuleert het te nemen besluit met daarin opgenomen de tekst van
                    de aangenomen amendementen voordat de stemming plaatsvindt. </al><al>Paragraaf 3. Procedures bij stemmingen</al><al>Artikel 24. Algemene bepalingen over stemming</al><al>Aan het begin van de vergadering bij de vaststelling van de agenda
                    inventariseert de voorzitter over welke voorstellen geen bespreking nodig is; de
                    hamerstukken. De voorzitter hamert deze stukken dan af waarmee de raad heeft
                    besloten. Een voorstel kan een hamerstuk zijn ook al zijn er tegenstemmers, dan
                    melden de tegenstemmers dat zij tegen stemmen, waarna de voorzitter afhamert
                    onder vermelding wie er tegen gestemd hebben. </al><al>Bij de overgebleven voorstellen vraagt de voorzitter na bespreking van een
                    voorstel aan de fractievoorzitters of de fractie voor of tegen stemt als er geen
                    hoofdelijke stemming nodig is. </al><al>Als een raadslid volgens de wet niet mee mag stemmen dan geeft de voorzitter aan
                    dat het betreffende raadslid geacht heeft niet te hebben gestemd. Voor de
                    overige raadsleden die zich van stem willen onthouden is dit alleen mogelijk
                    door de raadsvergadering tijdens de stemming te verlaten. Hiervan wordt melding
                    gemaakt door de voorzitter, zodat duidelijk is dat die raadsleden niet hebben
                    meegestemd ook al staat hun handtekening op de presentielijst. Uitzondering is
                    een raadsvoorstel waarbij het raadslid slechts op een onderdeel niet meestemt,
                    dan meldt deze met een stemverklaring om welk onderdeel het gaat. Bijvoorbeeld
                    bij de begroting of algemeen subsidiebeleid kan zich dat voordoen.</al><al>Artikel 25. Stemming over amendementen en moties</al><al>Het voorliggende besluit kan alleen worden aangepast door het indienen van een
                    amendement. De griffier en de voorzitter letten er bij een amendement op dat de
                    tekst van de wijziging zo is dat de raad een besluit neemt dat juridisch klopt,
                    zodat het besluit ook daadwerkelijk uitgevoerd kan worden. </al><al>Een raadslid kan vinden dat het amendement onvolledig is of aangepast moet
                    worden, dan kan het raadslid een subamendement indienen. Het is vervolgens
                    mogelijk om daarop weer een subamendement in te dienen. De voorzitter kan dan de
                    raadsleden aanraden om de vergadering te schorsen om tot overeenstemming te
                    komen over het amendement dan wel subamendement, zodat het besluitvormingsproces
                    voor iedereen helder blijft en er niet teveel sub- op subamendementen zijn.
                    Eerst wordt gestemd over het subamendement. Als dat wordt aangenomen wordt het
                    amendement daarop aangepast en ter besluitvorming voorgelezen door de voorzitter
                    zodat duidelijk is waarover men stemt.</al><al>Een motie is geen besluit maar een verzoek, wens of oordeel over het onderwerp
                    van het raadsvoorstel. Dit staat dan ook los van het te nemen besluit en
                    hierover wordt daarom gestemd nadat over het besluit is gestemd. </al><al>Artikel 26. Stemming over personen</al><al>De raad stelt in de raadsvergadering een stembureau in als er gestemd wordt over
                    personen. De voorzitter let er op dat de samenstelling van het stembureau
                    wisselt en dat niet degenen, over wie gestemd wordt, lid van het stembureau
                    zijn. </al><al>Er zijn vooraf stembriefjes rondgedeeld door de griffier, deze zijn identiek en
                    het aantal ervan is gelijk aan het aantal stemgerechtigde raadsleden. Het
                    stembureau telt de stembriefjes in de openbaarheid en deelt de uitslag mondeling
                    mee aan de voorzitter in de raadsvergadering. De griffier neemt de uitslag op in
                    het besluit. </al><al>Artikel 27. Herstemming over personen</al><al>Hier gaat het om stemming tussen meerdere personen voor een te benoemen functie.
                    Als het gaat om twee kandidaten of één kandidaat dan bepaalt het lot na de
                    tweede stemming al bij gelijk aantal stemmen of evenveel stemmen voor als tegen. </al><al>Artikel 28. Beslissing door het lot</al><al>Het loten vindt plaats in de vergadering. </al><al>HOOFDSTUK 4. INSTRUMENTEN VAN RAADSLEDEN</al><al>Artikel 29. Amendementen</al><al>Elk raadslid kan een amendement indienen voor de vergadering of in de
                    vergadering. De griffier zet het amendement op de website zodat iedereen er
                    kennis van kan nemen, ook als dit tijdens de vergadering wordt ingediend. Als de
                    indiener niet zelf aanwezig is in de raadsvergadering dan wordt het amendement
                    als niet ingediend beschouwd.</al><al>Een amendement is een wijziging van het besluit; in het amendement staat precies
                    de tekst waarover de raad besluit dat die opgenomen wordt in het nog te nemen
                    besluit. De tekst van de wijziging is zodanig dat de raad een besluit neemt dat
                    juridisch klopt en ook daadwerkelijk uitgevoerd kan worden. Een raadslid kan
                    vinden dat het amendement onvolledig is of aangepast moet worden, dan kan het
                    raadslid een subamendement indienen. Het is vervolgens mogelijk om daar weer een
                    subamendement in te dienen. De voorzitter kan dan de raadsleden aanraden om de
                    vergadering te schorsen om tot overeenstemming te komen over het amendement dan
                    wel subamendement, zodat het besluitvormingsproces voor iedereen helder blijft
                    en er niet teveel sub- op subamendementen zijn. Eerst wordt gestemd over het
                    subamendement, als dat wordt aangenomen wordt het amendement daarop aangepast en
                    ter besluitvorming voorgelezen door de voorzitter zodat duidelijk is waarover
                    men stemt. </al><al>De indiener kan een amendement intrekken tot op het moment van stemming, er
                    wordt dan niet meer over gestemd. </al><al>Artikel 30. Moties</al><al>In de vergadering of daarvoor kan ieder raadslid een motie indienen. Een motie
                    is geen besluit maar een verzoek, wens of oordeel over het onderwerp van het
                    raadsvoorstel. Dit staat dan ook los van het te nemen besluit en hierover wordt
                    daarom gestemd nadat over het besluit is gestemd. Wel is de motie onderdeel van
                    de bespreking van het voorstel. </al><al>Een motie vreemd aan de orde van de dag is een motie over een onderwerp dat niet
                    op de agenda staat. Hiervoor gelden dezelfde regels als voor het indienen van
                    een motie. Alleen is deze motie een apart agendapunt aan het einde van de
                    vergadering. </al><al>Het is mogelijk om een motie van wantrouwen, afkeuring of treurnis in te dienen.
                    Een dergelijke motie betreft dan het hebben als raad van een oordeel over het
                    college of een collegelid. Deze moties gelden dus ook niet als een besluit van
                    de raad maar zijn ‘slechts’ een oordeel. Het is dan aan het college of
                    collegelid hoe om te gaan met een dergelijke motie. </al><al>Artikel 31. Initiatiefvoorstel</al><al>Een initiatiefvoorstel is in feite gelijk aan een raadsvoorstel, alleen dan niet
                    in gediend door het college of het presidium. Het is daarom wenselijk dat over
                    een dergelijk voorstel net zo zorgvuldig wordt besloten als over overige
                    raadsvoorstellen. Daarom volgt een initiatiefvoorstel dezelfde route als de
                    overige raadsvoorstellen. Wel kan het presidium het college verzoeken om een
                    reactie voordat het voorstel de besluitprocedure ingaat. Het kan zijn dat de
                    initiatiefnemer zelf al het college heeft betrokken bij het voorstel.</al><al>Aan een initiatiefvoorstel inhoudend het ontslag van een wethouder gaat een
                    motie van wantrouwen vooraf, waardoor een dergelijk voorstel niet helemaal
                    onaangekondigd op de agenda komt. </al><al>Artikel 32. Interpellatie</al><al>Een interpellatiedebat wordt als een zwaar middel beschouwd. Het gaat dan om
                    iets dat zich ineens voordoet en waarover haast is geboden om hier een debat
                    over te hebben. Behandeling volgens de gebruikelijke wijze is dan niet mogelijk
                    volgens de aanvrager van dit debat. De raadsleden worden meteen op de hoogte
                    gebracht van het verzoek dat dus wel minstens 2 dagen voor de raadsvergadering
                    is ingebracht. In de raadsvergadering wordt bij de vaststelling van de agenda
                    bepaald wanneer de interpellatie aan de orde komt in de vergadering. Het zal
                    afhangen van het onderwerp of dit aan het begin of aan het eind zal zijn. </al><al>Artikel 33. Schriftelijke vragen</al><al>Schriftelijke vragen volgens dit artikel hebben een andere status dan de vragen
                    die gesteld worden bij het vragenhalfuurtje in de raad of tussendoor via de mail
                    of mondeling. Het gaat hier om formele vragen die ook als zodanig gearchiveerd
                    worden en gepubliceerd. Bij vragen volgens dit artikel wordt dit duidelijk
                    aangegeven in de titel; Vragen volgens art. 33 RvO.</al><al>Als een vragensteller aangeeft de antwoorden in de raadsvergadering mondeling te
                    willen ontvangen, dan noteert de griffier deze en verwerkt deze zoals ook de
                    schriftelijk antwoorden worden verwerkt.</al><al>Artikel 34. Vragenhalfuur</al><al>Het vragen halfuur neemt ook maximaal een half uur in beslag. Het college zal
                    hier bij de beantwoording rekening houden en kort antwoorden als er veel vragen
                    zijn. De vragen worden van te voren ingediend wat het mogelijk maakt om te
                    bezien of het wenselijk is dat alle vragen daadwerkelijk gesteld gaan worden.
                    Alleen op die vragen die uiteindelijk gesteld worden in de vergadering antwoordt
                    het college of diegene aan wie de vraag is gesteld. </al><al>Artikel 35. Verslag en verantwoording</al><al>Bij de agendering zou hier al rekening mee gehouden kunnen worden. Vooral voor
                    raadsleden die lid zijn van het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke
                    regeling is het aandachtspunt om de raad goed te informeren over de invulling
                    van zijn lidmaatschap, die hij namens de raad vervult. </al><al>HOOFDSTUK 5. BESLOTEN VERGADERING</al><al>Artikel 36. Algemeen</al><al>Een besloten vergadering is alleen aan de orde als er sprake is van zaken waar
                    het legitiem is om in het geheim hierover de spreken. Hierbij geldt met name
                    art. 10 van de wet openbaarheid van bestuur. Het gaat dan om bijvoorbeeld over
                    persoonlijke belangen of zaken die de gemeente kunnen schaden. Een besluit is
                    niet geheim, omdat het besluit anders niet uitgevoerd kan worden. Wel kan de
                    stemming over een besluit geheim zijn, dit is bijvoorbeeld aan de orde bij de
                    voordracht van een burgemeesterskandidaat.</al><al>Artikel 37. Besluitenlijst</al><al>De besluitenlijst van een besloten vergadering is niet vanzelf geheim, hierover
                    neemt de raad een besluit of de besluitenlijst geheim is of openbaar. Als de
                    raad geheimhouding oplegt op de besluitenlijst is het wenselijk om te bezien
                    wanneer de geheimhouding eraf kan. </al><al>Artikel 38. Geheimhouding en opheffing daarvan</al><al>De raad neemt een besluit over de geheimhouding van de stukken en heft de
                    geheimhouding op zodra dat mogelijk is. De geheimhouding geldt een ieder die bij
                    de besloten vergadering aanwezig is, dus ook eventueel genodigden. </al><al>HOOFDSTUK 6. TOEHOORDERS EN PERS</al><al>Artikel 39. Toehoorders en pers</al><al>De pers heeft een eigen plek aan een tafel en het publiek kan plaatsnemen op de
                    losse stoelen. </al><al>De voorzitter grijpt in als toehoorders of pers de vergadering (ver)storen. </al><al>Artikel 40. Geluid- en beeldregistraties</al><al>Filmen en geluid opnemen mag iedereen. Als de pers wil opnemen dat faciliteert
                    de griffier zodanig dat dit kan gebeuren zonder dat de vergadering wordt
                    verstoord maar wel dat de pers optimaal zijn werk kan doen. </al><al>Artikel 41. Verbod gebruik mobiele telefoons</al><al>Het geluid van mobiel en Ipad staat bij iedereen uit en er worden geen telefoon-
                    of andere gesprekken gevoerd tijdens de vergadering. </al><al>HOOFDSTUK 7. SLOTBEPALINGEN</al><al>Artikel 42. Uitleg reglement</al><al>De voorzitter stelt een uitleg voor aan de raad als er discussie is over hoe het
                    desbetreffende artikel uit te leggen of als er iets niet is opgenomen in dit
                    reglement van orde. </al><al>Artikel 43. Inwerkingtreding</al><al>Spreekt voor zich</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>