<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR381337_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidskader voor de toedeling van vervoerscapaciteit op het lokale spoor in de Vervoerregio Amsterdam</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Vervoerregio Amsterdam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aalsmeer</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amsterdam</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beemster</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Edam-Volendam</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmermeer</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Landsmeer</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oostzaan</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Purmerend</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uithoorn</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waterland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wormerland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2017-398.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dBladGemeenschappelijkeRegeling%26dpr%3dAlle%26spd%3d20170728%26epd%3d20170728%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dVervoerregio%2bAmsterdam%26orgt%3dregionaal%2bsamenwerkingsorgaan%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Blad Gemeenschappelijke Regeling 20 juli 2017, nr. 398</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidskader Capaciteitstoedeling Lokaal spoor in de Vervoerregio Amsterdam</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0034363&amp;artikel=30, lid 2&amp;g=2017-01-01">Wet lokaal spoor, artikel 30, lid 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">dagelijks bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-02-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-07-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2017-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Wijziging naar aanleiding van wijziging naam Stadsregio Amsterdam in Vervoerregio Amsterdam</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BBV/2017/3687</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Wet lokaal spoor</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De gemeenschappelijke regeling Stadsregio Amsterdam heeft met ingang van 1 januari 2017 de naam gewijzigd in "Vervoerregio Amsterdam". De geldende regelgeving van de Stadsregio Amsterdam in de periode van 1 januari 2014 tot 1 januari 2017 is terug te vinden onder regelgeving van de Vervoerregio Amsterdam.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidskader Capaciteitstoedeling Lokaal Spoor in de Vervoerregio
            Amsterdam</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam</al><al/><al>Beslissende over toewijzingscriteria voor de verdeling van de
                        vervoercapaciteit op lokaal spoor in de Vervoerregio Amsterdam conform
                        artikel 30, tweede lid, Wet lokaal spoor</al><al/><al>Overweegt het volgende:</al><al/><al>Het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam (het dagelijks bestuur)
                        dient per 1 december 2015 op grond van artikel 4, tweede lid, van de Wet
                        lokaal spoor (Wls) zorg te dragen voor de aanleg en het beheer van de lokale
                        spoorweginfrastructuur, voor zover die is gelegen in het gebied van de
                        vervoerregio Amsterdam.</al><al>De integrale bestuurlijke eindverantwoordelijkheid voor zowel het regionale
                        verkeer- en vervoerbeleid als voor de veiligheid op de lokale
                        spoorweginfrastructuur in het gebied van de vervoerregio Amsterdam komt
                        daarmee per 1 december 2015 bij het dagelijks bestuur te liggen.</al><al>Het dagelijks bestuur heeft bij besluit van 10 december 2013 een convenant
                        getekend met de gemeente Amsterdam voor beheer en onderhoud van de
                        railinfrastructuur in de Vervoerregio Amsterdam voor de periode 2013 tot en
                        met 2024 (convenant BORI). De Vervoerregio Amsterdam en de gemeente
                        Amsterdam hebben in het convenant BORI afspraken gemaakt over
                        beschikbaarheid van de railinfrastructuur.</al><al/><al>Het dagelijks bestuur heeft op 17 september 2015 besloten om de bevoegdheid
                        tot het aanwijzen van de beheerder en daarmee samenhangende bevoegdheden te
                        delegeren aan het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente
                        Amsterdam.</al><al>Op grond van artikel 8 van de Wls is een ieder, daaronder begrepen de
                        vervoerder, verplicht het beheer van de lokale spoorweginfrastructuur te
                        gedogen voor zover dit voor de goede uitvoering van het beheer noodzakelijk
                        is. Onder dit beheer is ook begrepen het vervoer dat noodzakelijk is voor de
                        uitvoering van het beheer en het verrichten van test- en proefritten door de
                        beheerder.</al><al>Op grond van artikel 35 van de Wp2000 is een ieder die enig recht kan doen
                        gelden op de lokale spoorweginfrastructuur, daaronder begrepen de gemeente
                        Amsterdam als eigenaar van de infrastructuur, verplicht het gebruik daarvan
                        door de concessiehouder redelijkerwijs te gedogen voorzover dit voor de
                        goede uitvoering van de concessie nodig is. Onder de uitvoering van de
                        concessie is ook het verrichten van test- en proefritten door de vervoerder
                        begrepen.</al><al/><al>Het dagelijks bestuur heeft bij besluit van 26 augustus 2010 aan GVB
                        Exploitatie B.V. een concessie als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de
                        Wet personenvervoer 2000 (Wp2000) verleend ten behoeve van het verrichten
                        van openbaar vervoer in het concessiegebied Amsterdam. Daarmee kwalificeert
                        GVB Exploitatie B.V. zich als vervoerder in de zin van de Wls. Bij besluit
                        van 5 december 2013 heeft het dagelijks bestuur deze concessie aangepast en
                        de duur verlengd tot maximaal eind 2014.</al><al>Het dagelijks bestuur heeft op 17 september 2015 het veiligheidscertificaat,
                        als bedoeld in artikel 27 van de Wls, verleend aan GVB Exploitatie
                        B.V..</al><al>Er zijn op 1 december 2015 geen andere vervoerders die in het bezit zijn van
                        een veiligheidscertificaat voor de lokale spoorwegen in de Vervoerregio
                        Amsterdam.</al><al>Op grond van artikel 26, eerst lid, van de Wls is het verboden met een
                        spoorvoertuig over een lokale spoorvoertuig te rijden zonder een geldig
                        veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 27 en een met de beheerder
                        gesloten toegangsovereenkomst als bedoeld in artikel 30. </al><al>Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Wls 1 hebben de beheerder en de
                        vervoerder een toegangsovereenkomst gesloten die in elk geval bedingen bevat
                        over de te bieden kwaliteit van de lokale spoorweginfrastructuur en de dagen
                        en tijdstippen waarop vervoer over de lokale spoorweginfrastructuur is
                        toegestaan.</al><al>Wettelijk is bepaald dat hulpdiensten waar mogelijk gebruik mogen maken van
                        vrije trambanen. De gemeente Amsterdam is bevoegd ontheffingen te verlenen
                        aan taxi’s om gebruik te maken van vrije trambanen.</al><al>Het dagelijks bestuur moet op grond van artikel 30, tweede , van de Wls een
                        beleidskader vaststellen met toewijzingscriteria, dat de beheerder bij de
                        verdeling van de vervoerscapaciteit in acht moet nemen. Daarbij is bepaald
                        dat voorrang dient te worden gegeven aan de capaciteit die redelijkerwijs
                        nodig is voor de uitvoering van de concessie als bedoeld in artikel 20,
                        tweede lid, van de Wp2000.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al>BESLUIT:</al><al>Ingevolge artikel 30, tweede lid, van de Wls het volgende beleidskader voor
                        de toedeling van vervoerscapaciteit op het lokale spoor in de Vervoerregio
                        Amsterdam vast te stellen:</al><lijst><li nr="1."><al>De beschikbare capaciteit wordt in eerste instantie toegewezen aan
                                de uitvoering van het railvervoer op grond van de concessie in de
                                zin van de Wp2000.</al></li><li nr="2."><al>In geval van meerdere concessies in de zin van Wp2000 voor het
                                verrichten van openbaar vervoer op het lokaal spoor zijn verleend,
                                zal de Vervoerregio Amsterdam afspraken maken met alle vervoerders
                                met een concessie over de dienstregeling en het daaruit
                                voortvloeiende beslag op de capaciteit van de
                                railinfrastructuur.</al></li><li nr="3."><al>Restcapaciteit op vrije trambanen die zijn voorzien van een
                                verharding is beschikbaar voor lijnbussen ten behoeve van de
                                uitvoering van een door het dagelijks bestuur verleende concessie in
                                de zin van de Wp2000, dan wel lijnbussen ten behoeve van de
                                uitvoering van openbaar vervoer van en naar een concessiegebied als
                                bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Wp2000.</al></li><li nr="4."><al>Vervoerders die capaciteit vragen voor railvervoer dat niet valt
                                onder het vervoer genoemd in de leden 1 t/m 3 op de lokale spoorweg
                                in het toepassingsgebied, kunnen alleen gebruik maken van
                                restcapaciteit als gegarandeerd is dat de Concessiehouders geen
                                enkele beperking wordt opgelegd en/of ondervinden.</al></li><li nr="5."><al>Vervoerders die capaciteit vragen voor vervoer genoemd onder lid 4
                                dienen alle kosten die door het vervoer worden veroorzaakt te
                                vergoeden aan de partij die de kosten moet maken. Het gaat daarbij
                                om onderhoudskosten aan de infrastructuur, energiekosten en kosten
                                voor verkeersleiding op basis van gereden kilometers en
                                administratiekosten.</al></li><li nr="6."><al>Restcapaciteit voor vervoer genoemd in lid 4 kan worden toebedeeld
                                tot de eerstvolgende dienstregelingswijziging van de
                                OV-concessie(s).</al></li><li nr="7."><al>Ingeval van een tekort aan capaciteit voor vervoer voor vervoer
                                genoemd in lid 4 wordt de beschikbare capaciteit verdeeld in de
                                verhouding van de aangevraagde hoeveelheid, tenzij anders wordt
                                overeengekomen.</al></li></lijst></tekst></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>