<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR381288_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregel nadeelcompensatie Kockengen Waterproof</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Vechtstroom, 11-11-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregel nadeelcompensatie Kockengen Waterproof</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Waterwet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-10-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-11-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Beleid</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregel nadeelcompensatie Kockengen Waterproof</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht
                        ;</al><al/><al>gelet op de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet en de Waterwet;</al><al>overwegende dat het in het kader van de uitvoering van het project Kockengen
                        Waterproof wenselijk is om een nadeelcompensatieregeling vast te
                        stellen;</al><al/><al>kennis genomen hebbende van de concept versie van het juridisch rapport
                        ‘Kockengen Waterproof: een gedeelde verantwoordelijkheid’ van 27 februari
                        2015;</al><al/><al>b e s l u i t</al><al/><al>vast te stellen de Beleidsregel nadeelcompensatie Kockengen Waterproof</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><al>a. Project Kockengen Waterproof: het herstel van het rioleringssysteem, in
                        combinatie met het afkoppelen van de hemelwaterafvoer en het ophogen van
                        gronden in Kockengen. </al><al>b. Bestuursorgaan: het college van burgemeester en weth.ouders, de
                        burgemeester</al><al>c. Vergoeding: tegemoetkoming in geleden nadeel, uitgedrukt in geld of.bij
                        uitzondering anderszins;</al><al>d. Aanvrager: indiener van een aanvraag om tegemoetkoming in geleden
                        nadeel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepassingsbereik beleidsregel</titel></kop><al>Deze beleidsregel is van toepassing op aanvragen tot vergoeding van schade,
                        voortvloeiende uit de rechtmatige uitoefening door de gemeente Stichtse
                        Vecht of een van haar bestuursorganen van feitelijke werkzaamheden in het
                        kader van het project “Kockengen Waterproof”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Recht op schadevergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het bestuursorgaan in de rechtmatige uitoefening van haar
                                publiekrechtelijke bevoegdheid of taak in het kader van het project
                                “Kockengen Waterproof” schade veroorzaakt die uitgaat boven het
                                normale maatschappelijke risico en die een benadeelde in
                                vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft, kent het
                                bestuursorgaan de benadeelde desgevraagd een vergoeding toe. </al></li><li nr="2."><al>Schade blijft voorts voor rekening van de aanvrager voor zover:</al><lijst><li nr="a."><al>hij het risico van het ontstaan van de schade heeft
                                        aanvaard;</al></li><li nr="b."><al>hij de schade had kunnen beperken door binnen redelijke
                                        grenzen maatregelen te nemen,</al><al> die tot voorkoming of vermindering van de schade hadden
                                        kunnen leiden;</al></li><li nr="c."><al>de schade anderszins het gevolg is van een omstandigheid die
                                        aan de aanvrager kan</al><al> worden toegerekend of </al></li><li nr="d."><al>de vergoeding van de schade anderszins is verzekerd.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien een schadeveroorzakende gebeurtenis als bedoeld in het eerste
                                lid tevens voordeel</al><al> voor de benadeelde heeft opgeleverd, wordt dit bij de vaststelling
                                van de te vergoeden </al><al> schade in aanmerking genomen.</al></li><li nr="4."><al>Het bestuursorgaan kan een vergoeding toekennen in andere vorm dan
                                betaling van een</al><al> geldsom.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vereisten aanvraag</titel></kop><al>Onverminderd artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht, bevat de
                        aanvraag om een vergoeding:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanduiding van de schadeveroorzakende gebeurtenis;</al></li><li nr="b."><al>een motivatie waarom het bestuursorgaan gehouden is een vergoeding
                                toe te kennen;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van aard en omvang van de geleden of te lijden schade,
                                bedoeld in artikel 3, eerste lid; en</al></li><li nr="d."><al>voor zover redelijkerwijs mogelijk het bedrag van de schade en een
                                specificatie daarvan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Ontvangstbevestiging</titel></kop><al>Door of namens het bestuursorgaan wordt de ontvangst van het verzoek zo
                        spoedig mogelijk, doch tenminste binnen drie weken na de ontvangst ervan
                        bevestigd, en wordt de aanvrager in kennis gesteld van de te volgen
                        procedure.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Termijn aanvraag</titel></kop><al>Het bestuursorgaan kan de aanvraag afwijzen indien op het tijdstip van de
                        aanvraag vijf jaren zijn verstreken na aanvang van de dag na die waarop de
                        benadeelde bekend is geworden zowel met de schade als met het voor de
                        schadeveroorzakende gebeurtenis verantwoordelijke bestuursorgaan, en in
                        ieder geval na verloop van twintig jaren nadat de schade is
                        veroorzaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan beslist binnen acht weken of – indien deskundigen
                            zijn ingesteld– binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de beslissing eenmaal voor ten hoogste acht weken
                            of – indien deskundigen als bedoeld in het eerste lid is ingeschakeld –
                            zes maanden verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling
                            gedaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de schade mede is veroorzaakt door een besluit waartegen beroep
                            kan worden ingesteld, kan het bestuursorgaan de beslissing aanhouden
                            totdat het besluit onherroepelijk is geworden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Deskundige</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan advies vragen aan één of meer onafhankelijke
                            deskundigen alvorens op de aanvraag om vergoeding te beslissen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deskundige kan zich rechtstreeks wenden tot de aanvrager die op diens
                            verzoek alle relevante gegevens en bescheiden moet verstrekken die voor
                            de advisering nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking
                            kan/moet krijgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanvrager en/of het bestuursorgaan verlenen medewerking aan een
                            bespreking van de aanvraag of een plaatsopneming indien de deskundige
                            daartoe verzoekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De deskundige brengt, voordat hij een definitief advies opstelt, eerst
                            een conceptadvies uit, waarop de aanvrager en het bestuursorgaan
                            schriftelijk en binnen een door de deskundige gestelde termijn kunnen
                            reageren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hoogte vergoeding</titel></kop><lid><lidnr/><al> 1. Een vergoeding als bedoeld in artikel 3 bestaat uit:</al><al> a. een vergoeding van het deel van het geleden nadeel dat boven het
                            normaal maatschappelijk risico uitstijgt;</al><al> b. de redelijke kosten van door aanvrager getroffen maatregelen ter
                            voorkoming of beperking van nadeel;</al><al> c. de redelijke kosten van door aanvrager ingeschakelde rechts- of
                            deskundigenbijstand voor het laten behandelen van de aanvraag;</al><al> d. de wettelijke rente, bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk
                            Wetboek, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de volledige
                            aanvraag, doch niet eerder dan vanaf het moment dat het nadeel zich
                            daadwerkelijk volledig heeft geopenbaard.</al><al>2. Op de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt in mindering
                            gebracht het voordeel dat aanvrager heeft verkregen als gevolg van de
                            schadeveroorzakende.eurtenis</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Voorschot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan aanvrager op aanvraag een voorschot toekennen
                            indien naar het </al><al>oordeel van het bestuursorgaan aannemelijk is dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvraag zal leiden tot het toekennen van een vergoeding
                                    en</al></li><li nr="b."><al>het belang van aanvrager een voorschot redelijkerwijs
                                    rechtvaardigt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan, al dan niet met toepassing van artikel 8, advies
                            vragen aan één of </al><lijst><li nr=""><al>meer onafhankelijk deskundigen over het nut en de noodzaak van
                                    het toekennen van een voorschot.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan voorwaarden verbinden aan de toekenning van een
                            voorschot.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een voorschot geeft geen recht op toekenning van de
                            schadevergoeding.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het voorschot wordt uitsluitend verleend als de aanvrager schriftelijk
                            verklaart dat een ten onrechte uitbetaald voorschot geheel wordt
                            terugbetaald, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van
                            betaling van het voorschot tot aan de dag van de algehele voldoening.
                            Het bestuursorgaan kan hiervoor een zekerheidsstelling vragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van de
                        bekendmaking en behoudt haar werking tot vijf jaren na de afronding van het
                        Project Kockengen Waterproof.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregel nadeelcompensatie Kockengen
                        Waterproof.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en
                        wethouders van Stichtse Vecht d.d. 6 oktober 2015.</ondertekening><ondertekening>Burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht,</ondertekening><ondertekening>De secretaris, De burgemeester,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting behorende bij de Beleidsregel nadeelcompensatie Kockengen Waterproof</label></kop><divisie><kop><label>Algemeen</label></kop><al>Bij nadeelcompensatie is een bestuursorgaan onder voorwaarden verplicht tot
                        het vergoeden van onevenredige nadelen die rechtmatige handelingen of
                        besluiten in het kader van de uitoefening van een aan het publiekrecht
                        ontleende bevoegdheid bij derden hebben veroorzaakt.</al><al>De beleidsregel is afgestemd op de Algemene wet bestuursrecht en beoogt een
                        met waarborgen omklede regeling vast te stellen ten behoeve van de
                        voorbereiding en besluitvorming van verzoeken om vergoeding ten titel van
                        nadeelcompensatie in het kader van het project Kockengen Waterproof.</al></divisie><divisie><kop><label>Reikwijdte</label></kop><al>Deze regeling heeft uitsluitend betrekking op de rechtmatige uitoefening van
                        een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid van de gemeente Stichtse
                        Vecht in het kader van het project Kockengen Waterproof.</al></divisie><divisie><kop><label>Tot slot</label></kop><al>Deze regeling bevat geen bepaling over onvolledige aanvragen. Indien een
                        aanvraag onvolledig wordt ingediend, volgt het bestuursorgaan het bepaalde
                        in artikel 4.5 van de Awb en volgt er een hersteltermijn.</al><al>Indien al op voorhand op grond van de gegevens die aanvrager beschikbaar
                        heeft gesteld overduidelijk blijkt dat het bestuursorgaan de aanvraag om
                        nadeelcompensatie moet afwijzen, kan zij de aanvraag vereenvoudigd
                        afhandelen.</al><al>Het plegen van een volledig nader onderzoek of het inschakelen van een
                        extern deskundige is voor de behandeling van de aanvraag dan niet nodig. Er
                        is dan sprake van kennelijke ongegrondheid.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikelsgewijs</label></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel 2 Toepassingsbereik beleidsregels</label></kop><al>Het nadeel moet zijn veroorzaakt binnen het kader van de rechtmatige
                        (feitelijke) uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid
                        in het kader van het project Kockengen Waterproof door hetzelfde
                        bestuursorgaan als dat waaraan nadeelcompensatie wordt gevraagd (materiële
                        connexiteit).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 3 Recht op schadevergoeding</label></kop><al>Toetsing aan de criteria resulteert in een antwoord op de vraag of het
                        nadeel redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van aanvrager behoort te
                        blijven.</al><al>Indien het nadeel buiten het normaal maatschappelijke risico valt is er
                        sprake van een abnormale last.</al><al>Bij het normaal maatschappelijke risico gaat het om algemene
                        maatschappelijke ontwikkelingen en nadelen waarmee men rekening behoort te
                        houden, ook al kan nog niet worden voorzien in welke vorm, op welk moment en
                        wat de duur van de nadeel veroorzakende maatregelen zullen zijn. Het begrip
                        normaal maatschappelijk risico wordt in de praktijk zowel gekoppeld aan de
                        aard van de nadeel veroorzakende gebeurtenis, als aan de ernst en omvang van
                        het nadeel en ook de aard van het getroffen belang.</al><al>Uitsluitend die nadelen komen voor vergoeding in aanmerking, die het normaal
                        maatschappelijk risico van de benadeelde hebben overschreden. </al><al>Indien het nadeel drukt op een naar verhouding gering aantal rechtssubjecten
                        die in een vergelijkbare positie verkeren, dan wel het nadeel in belangrijke
                        mate afwijkt van het nadeel dat op een ieder drukt is er sprake van een
                        speciale last. De benadeelde maakt deel uit van een beperkte groep die de
                        nadelen ondervindt, terwijl een grote groep, de referentiegroep, juist baat
                        heeft bij de voordelen van de overheidshandelingen.</al><al>Indien door de aanvrager een beslissing tot investering in het geschade
                        belang is genomen op een moment dat het risico op het ontstaan van de
                        geleden nadelen voor aanvrager redelijkerwijs voorzienbaar was, is er sprake
                        van actieve risicoaanvaarding. De risico’s die benadeelde hiermee aanvaardt
                        behoren voor rekening van benadeelde te blijven.</al><al>Zo wordt een investering in een belang dat wordt gedaan op het moment dat
                        voorzienbaar was dat het betreffende belang mogelijk zou worden aangetast
                        als een actieve risicoaanvaarding aangemerkt.</al><al>Bij de beantwoording van de vraag of een nadeel redelijkerwijs ten laste van
                        aanvrager moet blijven wordt bij nadeelcompensatie gekeken naar de
                        (hypothetische) reconstructie van hetgeen waarmee aanvrager, voorafgaand aan
                        de gebeurtenis waarop de eventuele aansprakelijkheid berust, redelijkerwijs
                        rekening kon en moest houden.</al><al>Belangrijk daarbij is welke eventuele risico’s aanvrager op het moment van
                        investeren redelijkerwijs kon kennen of overzien (voorzienbaarheid).</al><al>Ook als de (égalité)schade niet tot het normaal maatschappelijk risico
                        behoort, betekent dat niet dat de schade volledig voor vergoeding in
                        aanmerking komt. Voor zover sprake is van een voorzienbare ontwikkeling,
                        wordt bijvoorbeeld de koper geacht de waardevermindering van of de schade
                        aan de aangekochte gronden of bouwwerken die het gevolg is van die
                        ontwikkeling in de aankoopprijs te hebben verdisconteerd. Die
                        waardevermindering of die schade komt dus niet voor nadeelcompensatie in
                        aanmerking, maar blijft voor het eigen risico van de koper. Volgens vaste
                        jurisprudentie dient voorzienbaarheid van een ontwikkeling te worden
                        beoordeeld aan de hand van de vraag of ten tijde van de aankoop van een
                        onroerende zaak voor een redelijk denkend en handelend koper aanleiding
                        bestond om rekening te houden met de kans dat de ontwikkeling voor hem in
                        nadelig opzicht zou veranderen. Daarbij dient hij ook rekening te houden met
                        beleidsvoornemens van de overheid waarvan openbaar kennis is gegeven. </al><al>Voorzienbaarheid kan betrekking hebben op onder meer de aard van de
                        maatregelen, het tijdstip waarop de maatregelen genomen werd, de plaats waar
                        de maatregel genomen werd, de wijze en duur van de uitvoering of de aard en
                        omvang van het uit de maatregel voortvloeiende nadeel. De risico’s waarmee
                        aanvrager redelijkerwijs bekend kon zijn op het moment van investeren worden
                        geacht door benadeelde te zijn aanvaard. Het mogelijke nadeel, voortvloeiend
                        uit maatregelen die verband houden met de eerder genoemde voorzienbare
                        risico’s, dient in beginsel dan ook voor rekening van aanvrager te blijven.
                        Of in een concreet geval risicoaanvaarding wordt</al><al>aangenomen hangt in belangrijke mate af van het handelen of nalaten van
                        aanvrager zelf. Daarbij wordt uitgegaan van hetgeen van een
                        (geobjectiveerde) benadeelde, die zich van de mogelijkheden en de belangen
                        bewust is, had mogen worden verwacht onder de destijds geldende
                        omstandigheden. Van risicoaanvaarding is in ieder geval sprake op het moment
                        van de investeringsbeslissing de mogelijkheid van een schadeveroorzakende
                        maatregel in voldoende</al><al>mate kenbaar was om hiermee rekening te houden bij de beslissing tot
                        investeren. Er rust daarbij een duidelijke onderzoeksplicht op de benadeelde
                        om zich voldoende inspanningen te getroosten zich te (laten) informeren.
                        (zie onder meer ABRS 29 februari 2011 inzake 201002871/1/H2)</al><al>In geval van actieve risicoaanvaarding wordt niet aan de inhoudelijke
                        beoordeling toegekomen. Om die reden vindt de beoordeling van een eventuele
                        actieve risicoaanvaarding plaats voorafgaand aan de beoordeling van de
                        inhoudelijke en financiële gegevens.</al><al>Indien de aanvrager afziet van het nemen van passende maatregelen vanaf het
                        moment dat in voldoende mate rekening kon worden gehouden met de
                        mogelijkheid dat een belang in de toekomst door een bepaald
                        overheidshandelen zou kunnen worden aangetast is er sprake van passieve
                        risicoaanvaarding.</al><al>In het geval aanvrager geen passende maatregelen heeft getroffen terwijl hij
                        hiermee redelijkerwijs het nadeel had kunnen voorkomen, dan wordt de
                        benadeelde geacht het nadeel te hebben aanvaard en vindt een mindering
                        plaats op de vergoeding. Het verzuimen nadeel te beperken of te voorkomen
                        wordt aan benadeelde toegerekend.</al><al>Dit vereiste wordt het subsidiariteitvereiste genoemd. Het regelt dat de
                        benadeelde slechts aanspraak op vergoeding van nadeel kan maken voor zover
                        het nadeel niet op een andere wijze vergoed kan worden. Dit vereiste
                        voorkomt dat een benadeelde zich ongerechtvaardigd verrijkt doordat
                        hetzelfde nadeel tweemaal vergoed wordt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 4 Vereisten aanvraag</label></kop><al>In dit artikel worden regels gegeven voor het indienen van een verzoek om
                        nadeelcompensatie.</al><al>Op de aanvraag zijn verder het bepaalde in de artikelen 4:1 en 4:2 van de
                        Awb van toepassing.</al><al>Artikel 4:2 Awb bepaalt onder meer dat een aanvraag wordt ondertekend en
                        tenminste de naam en het adres van de aanvrager, een dagtekening en een
                        aanduiding van de beschikking die gevraagd wordt bevat. Daarnaast verschaft
                        de aanvrager de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag
                        nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.</al><al>De omvang van de schade is niet altijd direct bekend. Van de benadeelde kan
                        dan ook niet worden verwacht dat hij in alle gevallen al in de aanvraag een
                        opgave van de omvang van de schade doet. Hetzelfde geldt met betrekking tot
                        de specificatie van het schadebedrag. Deze kan alleen worden gegeven als de
                        omvang van de schade bekend is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 6 Termijn aanvraag</label></kop><al>Uitgangspunt is dat een benadeelde de aanvraag tot nadeelcompensatie zo
                        spoedig mogelijk indient. Het is mede uit bestuurlijk oogpunt onwenselijk
                        dat de aanvragen pas jaren nadat het schadeveroorzakende besluit is genomen,
                        worden ingediend.</al><al>Deze regeling sluit aan bij de tekst van artikel 4:131 Awb.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 7 Beslistermijn</label></kop><al>De beslistermijn houdt rekening met de extra behandelingsduur die
                        inschakeling van een deskundige met zich meebrengt.</al><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid de beslissing aan te houden zolang voor
                        het besluit nog de mogelijkheid voor beroep open staat en daarmee nog niet
                        onherroepelijk is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 8 Deskundige</label></kop><al>Artikel 3:2 van de Awb verplicht het bestuursorgaan haar beslissingen
                        zorgvuldig voor te bereiden. Het bestuursorgaan kan het daarom noodzakelijk
                        vinden een extern deskundige in te schakelen om advies uit te brengen over
                        de behandeling van de aanvraag om nadeelcompensatie en de beslissing daarop.
                        Het bestuursorgaan zal alle relevante gegevens aan de adviseur ter
                        beschikking stellen, zoals de aanvraag om nadeelcompensatie en de daarop
                        betrekking hebbende documenten. Deze handelwijze sluit aan bij het bepaalde
                        in artikel 3:7 en verder van de Awb. Indien het bestuursorgaan een
                        deskundige inschakelt, deelt zij dit mede aan aanvrager.</al><al>Aanvrager is verplicht medewerking te verlenen door alle relevante gegevens
                        ter beschikking te stellen aan de extern deskundige die het bestuursorgaan
                        heeft ingeschakeld. De juistheid, volledigheid en relevantie van de door
                        aanvrager aan te leveren gegevens wordt de aanvrager zwaar toegerekend. Op
                        aanvrager rust immers de bewijslast dat het geleden nadeel niet voor zijn
                        rekening moet blijven. In dat kader kan het ook noodzakelijk zijn dat de
                        extern deskundige een plaatsopneming houdt. De externe deskundige beschikt
                        echter niet over een bijzondere</al><al>opsporingsbevoegdheid en kan zich niet begeven op plaatsen waar aanvrager
                        geen toestemming voor geeft. Het is wel in het belang van aanvrager om zijn
                        medewerking aan een verzoek tot plaatsopneming te verlenen, zodat het
                        bestuursorgaan een zorgvuldige en goed afgewogen beslissing op zijn aanvraag
                        kan nemen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 9 Hoogte vergoeding</label></kop><al>Uitgangspunt voor de berekening van de hoogte van de vergoeding is het
                        werkelijk geleden nadeel, in de vorm van onder meer extra gemaakte
                        kosten.</al><al>Aanvrager heeft een plicht tot schadebeperking en dient derhalve daartoe
                        maatregelen te treffen. Deze verplichting is geïnspireerd door artikel 6:101
                        Burgerlijk Wetboek, dat in geval van nadeelcompensatie van overeenkomstige
                        toepassing wordt geacht.</al><al>De omvang van deze plicht wordt enerzijds begrensd door redelijkheid.
                        Slechts de maatregelen die door aanvrager binnen de grenzen van de
                        redelijkheid zijn genomen ter voorkoming of beperking van nadeel komen voor
                        vergoeding in aanmerking. De kosten van de nadeelbeperkende maatregelen
                        worden anderzijds begrensd door de omvang van het te beperken nadeel. De
                        kosten van</al><al>maatregelen mogen het nadeelbedrag niet te boven gaan. </al><al>Voor het bepalen van de redelijke kosten van rechts- of deskundigenbijstand
                        sluit het bestuursorgaan aan bij het Besluit proceskosten
                        bestuursrecht.</al><al>Kwantificeerbaar voordeel wordt verrekend. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 10 Voorschot</label></kop><al>De regeling biedt de aanvrager de mogelijkheid om, vooruitlopend op de
                        beslissing op de aanvraag, het bestuursorgaan om een voorschot te vragen,
                        bijvoorbeeld om de schade te beperken.</al><al>Om voor een voorschot in aanmerking te komen, moet er sprake zijn van
                        aanzienlijke nadelige gevolgen voor de verzoeker.</al><al>Indien het bestuursorgaan beslist tot toekenning van een voorschot wordt
                        daarmee geen aansprakelijkheid erkend.</al><al>Het voorschot kan uitsluitend worden verleend indien de verzoeker
                        schriftelijk de verplichting aanvaardt tot gehele en onvoorwaardelijke
                        terugbetaling van wat ten onrechte als voorschot is uitbetaald. Het
                        bestuursorgaan kan daarvoor zekerheidstelling verlangen, bijvoorbeeld in de
                        vorm van een bankgarantie.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>