<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR381209_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling procedure en bescherming bij melding van vermoedens van een misstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Regionale uitvoeringsdienst Zeeland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Zeeland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Middelburg</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hulst</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veere</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Borsele</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noord-Beveland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Reimerswaal</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Kapelle</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tholen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Goes</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schouwen-Duiveland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sluis</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Scheldestromen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/">Elektronisch publicatieblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling procedure en bescherming bij melding van vermoedens van een misstand</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel F1, van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-09-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-11-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Regeling procedure en bescherming bij melding van vermoedens van een
            misstand
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Besluit van het Algemeen Bestuur van de Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland,
                        houdende de regeling procedure en bescherming bij melding van vermoedens van
                        een misstand</al>
          <al/>
          <al>Het Algemeen Bestuur van de Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland,</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Gelet op</vet>
          </al>
          <al>Gelet op artikel F1, van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling
                        Provincies;</al>
          <al>Gezien de instemming van de Ondernemingsraad d.d. 20-04-2015;</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Besluit</vet>
          </al>
          <al>Besluit vast te stellen: </al>
          <al>Regeling procedure en bescherming bij melding van vermoedens van een
                        misstand</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1:</nr>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>vermoeden van een misstand: een vermoeden van</al><al>1. schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels;</al><al>2. een gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het
                                    milieu;</al><al>3. een onbehoorlijke wijze van functioneren die een gevaar vormt
                                    voor het goed functioneren van de openbare dienst;</al></li>
              <li nr="b."><al>vertrouwenspersoon: de “vertrouwenspersoon integriteit”, de
                                    persoon die als zodanig door het Dagelijks Bestuur van de RUD
                                    Zeeland is aangewezen;</al></li>
              <li nr="c."><al>de OIO: de Onderzoeksraad Integriteit Overheid, ingesteld voor
                                    in ieder geval de sectoren rijk, defensie en politie, ook voor
                                    de RUD Zeeland; CAP: Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling
                                    Provincies, van toepassing verklaard op de RUD Zeeland.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Tot een misstand wordt niet gerekend een handeling of besluit inzake de
                            rechtspositie van degene die een vermoeden van een misstand meldt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Voor de toepassing van de artikelen 2 tot en met 12 wordt degene die
                            anders dan op basis van een ambtelijke aanstelling of een
                            arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht bij de RUD Zeeland werkzaam
                            is, gelijkgesteld met een ambtenaar in dienst van de RUD Zeeland.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2:</nr>
            <titel>Interne melding</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De ambtenaar die een vermoeden van een misstand in de organisatie wil
                            melden doet dat bij zijn direct leidinggevende of, als het vermoeden van
                            een misstand betrekking heeft op zijn direct leidinggevende, bij zijn
                            naast hogere leidinggevende. Indien de ambtenaar melding aan een van
                            zijn leidinggevenden niet wenselijk acht kan hij een vermoeden van een
                            misstand in de organisatie melden bij een vertrouwenspersoon.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De gewezen ambtenaar, die een vermoeden van een misstand in de
                            organisatie wil melden, doet dit bij een vertrouwenspersoon. Hij doet
                            dit uiterlijk binnen twaalf maanden na zijn ontslag bij de RUD Zeeland.
                            Melding kan alleen worden gedaan indien hij als ambtenaar bij de RUD
                            Zeeland kennis heeft gekregen van een vermoeden van een misstand in de
                            organisatie. Voor de toepassing van de artikelen 3 tot en met 12 wordt
                            onder ambtenaar mede verstaan de gewezen ambtenaar die overeenkomstig
                            deze regeling een vermoeden van een misstand in de organisatie
                            meldt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De vertrouwenspersoon, bij wie overeenkomstig het eerste of tweede lid
                            een melding is gedaan, maakt de identiteit van de ambtenaar of gewezen
                            ambtenaar, die de melding heeft gedaan, op diens verzoek niet
                            bekend.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3:</nr>
            <titel>Behandeling interne melding</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De leidinggevende of de vertrouwenspersoon stelt de directeur onverwijld
                            op de hoogte van een bij hem gemeld vermoeden van een misstand in de
                            organisatie en van de datum waarop de melding is ontvangen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De directeur</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>informeert het Dagelijks Bestuur over de melding;</al></li>
              <li nr="b."><al>stuurt een schriftelijke bevestiging van de ontvangst van de
                                    melding aan de ambtenaar die de melding heeft gedaan of, in
                                    voorkomend geval, aan de vertrouwenspersoon die hem ingevolge
                                    het eerste lid van de melding op de hoogte heeft gesteld;</al></li>
              <li nr="c."><al>informeert de persoon of personen op wie de melding betrekking
                                    heeft over de melding, tenzij daardoor het onderzoeksbelang kan
                                    worden geschaad;</al></li>
              <li nr="d."><al>zorgt ervoor dat onverwijld een onderzoek naar aanleiding van de
                                    melding van een vermoeden van een misstand wordt gestart en dat
                                    dit onderzoek niet wordt verricht door een persoon die betrokken
                                    is of is geweest bij de vermoede misstand waarop de melding
                                    betrekking heeft;</al></li>
              <li nr="e."><al>zorgt ervoor dat de identiteit van de ambtenaar die
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 een melding heeft
                                    gedaan, niet verder bekend wordt dan noodzakelijk is voor de
                                    behandeling van de melding.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Als toepassing is gegeven aan artikel 2, derde lid, stuurt de
                            vertrouwenspersoon de ontvangstbevestiging door aan de ambtenaar.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Indien de melding betrekking heeft op de directeur wijst het Dagelijks
                            Bestuur van de RUD Zeeland voor de uitvoering van diens taken op grond
                            van dit artikel de voorzitter van het Dagelijks Bestuur aan als
                            vervanger.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4:</nr>
            <titel>Oordeel naar aanleiding van de interne melding</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Binnen acht weken na de melding van een vermoeden van een misstand in de
                            organisatie stelt het Dagelijks Bestuur de ambtenaar of, in voorkomend
                            geval, de vertrouwenspersoon, alsmede de persoon of personen op wie de
                            melding betrekking heeft, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de
                            bevindingen van het onderzoek, van hun oordeel daarover en van de
                            eventuele consequenties die zij daaraan verbinden.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De in het eerste lid genoemde termijn van acht weken kan met maximaal
                            vier weken worden verlengd. De ambtenaar of, in voorkomend geval, de
                            vertrouwenspersoon, alsmede de persoon of personen op wie de melding
                            betrekking heeft, worden daarvan schriftelijk in kennis gesteld.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5:</nr>
            <titel>Externe melding</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De ambtenaar kan het vermoeden van een misstand in de organisatie melden
                            bij de Onderzoeksraad Integriteit Overheid (OIO), indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>hij het niet eens is met het oordeel, bedoeld in artikel 4;</al></li>
              <li nr="b."><al>hij geen oordeel heeft ontvangen binnen de termijnen, bedoeld in
                                    artikel 4.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De ambtenaar doet de melding schriftelijk binnen zes weken na ontvangst
                            van het oordeel, bedoeld in artikel 4, dan wel binnen zes weken na
                            afloop van de in artikel bedoelde termijnen als hij binnen die termijnen
                            het oordeel niet heeft ontvangen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2 kan de ambtenaar een
                            vermoeden van een misstand in de organisatie rechtstreeks schriftelijk
                            melden bij de OIO, indien zwaarwegende belangen toepassing van dat
                            artikel in de weg staan. Het bepaalde in de tweede en derde volzin van
                            artikel 2, tweede lid, is van toepassing.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6:</nr>
            <titel>Taak en werkwijze van de OIO</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De OIO heeft tot taak een door een ambtenaar gemeld vermoeden van een
                            misstand in de organisatie te onderzoeken en het Dagelijks Bestuur
                            daaromtrent te adviseren.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De OIO besluit bij meerderheid van stemmen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De OIO</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>bevestigt schriftelijk de ontvangst van de melding aan de
                                    ambtenaar die de melding heeft gedaan;</al></li>
              <li nr="b."><al>informeert schriftelijk het Dagelijks Bestuur over de
                                    melding;</al></li>
              <li nr="c."><al>informeert schriftelijk de persoon of personen op wie de melding
                                    betrekking heeft over de melding, tenzij daardoor het
                                    onderzoeksbelang kan worden geschaad.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De OIO maakt de identiteit van de ambtenaar die overeenkomstig artikel 5
                            een melding heeft gedaan, op diens verzoek niet bekend.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7:</nr>
            <titel>Onderzoek OIO</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Indien de OIO dit voor de uitoefening van haar taak noodzakelijk acht
                            stelt zij een onderzoek in.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het Dagelijks Bestuur verstrekt de OIO alle inlichtingen die zij voor de
                            vorming van haar oordeel en advies nodig acht. Wanneer de inhoud van
                            bepaalde door het Dagelijks Bestuur verstrekte informatie vanwege het
                            vertrouwelijke karakter uitsluitend ter kennisneming van de OIO dient te
                            blijven, wordt dit aan de OIO medegedeeld.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8:</nr>
            <titel>Niet ontvankelijkheid</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De OIO adviseert het Dagelijks Bestuur binnen acht weken schriftelijk en
                            gemotiveerd de melding van een vermoeden van een misstand in de
                            organisatie niet ontvankelijk te verklaren, indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>er naar het oordeel van de OIO geen sprake is van een misstand
                                    of van een misstand van voldoende gewicht;</al></li>
              <li nr="b."><al>de ambtenaar de procedure bedoeld in artikel 2 niet heeft
                                    gevolgd, tenzij hij de melding naar het oordeel van de OIO op
                                    goede gronden rechtstreeks schriftelijk aan de OIO heeft gedaan
                                    als bedoeld in artikel 5, derde lid;</al></li>
              <li nr="c."><al>de ambtenaar de procedure bedoeld in artikel 2 wel heeft
                                    gevolgd, maar de termijnen als bedoeld in artikel 4 nog niet
                                    zijn verstreken en er nog geen oordeel van het Dagelijks Bestuur
                                    is ontvangen als bedoeld in artikel 4.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De OIO zendt de ambtenaar een afschrift van het advies.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9:</nr>
            <titel>Inhoudelijk advies OIO</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Indien de OIO het gemeld vermoeden van een misstand ontvankelijk acht
                            legt zij binnen acht weken haar bevindingen schriftelijk en gemotiveerd
                            neer in een advies aan het Dagelijks Bestuur.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De OIO kan de in het eerste lid genoemde termijn van acht weken met
                            maximaal vier weken verlengen. De OIO stelt het Dagelijks Bestuur en de
                            ambtenaar van deze verlenging in kennis.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De OIO zendt de ambtenaar een afschrift van het advies met inachtneming
                            van het mogelijk vertrouwelijke karakter van aan de OIO verstrekte
                            inlichtingen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Het advies wordt in geanonimiseerde vorm en met inachtneming van het
                            eventueel vertrouwelijk karakter van aan de OIO verstrekte informatie en
                            van de ter zake geldende wettelijke bepalingen openbaar gemaakt op een
                            wijze die de OIO geëigend acht, tenzij naar het oordeel van de OIO
                            zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten. Kosten van de
                            openbaarmaking komen ten laste van de RUD Zeeland.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Het advies van de OIO wordt niet eerder openbaar gemaakt dan nadat het
                            Dagelijks Bestuur hun standpunt over het gemelde vermoeden van een
                            misstand en over het daarop betrekking hebbende advies van de OIO aan de
                            ambtenaar hebben medegedeeld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Indien de OIO van oordeel is dat er sprake is van een situatie die
                            onmiddellijk optreden noodzakelijk maakt, adviseert zij het Dagelijks
                            Bestuur om, lopende het onderzoek, passende voorlopige maatregelen te
                            treffen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10:</nr>
            <titel>Standpunt naar aanleiding van het advies van de OIO</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het Dagelijks Bestuur bepaalt op basis van het advies van de OIO,
                            bedoeld in de artikelen 9 en 10, hun standpunt omtrent het gemeld
                            vermoeden van een misstand en stellen de ambtenaar, de OIO en de persoon
                            of personen op wie de melding betrekking heeft, binnen vier weken na
                            ontvangst van dit advies, schriftelijk op de hoogte van hun
                            standpunt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Als toepassing is gegeven aan artikel 7, vierde lid, stuurt de OIO het
                            standpunt van het Dagelijks Bestuur door aan de ambtenaar.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11:</nr>
            <titel>Jaarverslag</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De OIO stelt jaarlijks een verslag op en biedt dit aan het Dagelijks
                            Bestuur aan.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In dat verslag worden in geanonimiseerde vorm vermeld:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het aantal en de aard van de meldingen van een vermoeden van een
                                    misstand;</al></li>
              <li nr="b."><al>het aantal meldingen dat niet tot een onderzoek heeft
                                    geleid;</al></li>
              <li nr="c."><al>het aantal ondernomen onderzoeken dat de OIO heeft verricht,
                                    en</al></li>
              <li nr="d."><al>het aantal adviezen en de aard van de adviezen die de OIO heeft
                                    uitgebracht.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12:</nr>
            <titel>Bescherming ambtenaar tegen benadeling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Onder nadelige gevolgen als bedoeld in artikel 125 quinquies, derde lid,
                            van de Ambtenarenwet worden in ieder geval verstaan besluiten ten
                            aanzien van de ambtenaar die strekken tot:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het verlenen van ongevraagd ontslag;</al></li>
              <li nr="b."><al>het niet verlengen van een aanstelling voor bepaalde tijd;</al></li>
              <li nr="c."><al>het niet omzetten van een aanstelling voor bepaalde tijd in een
                                    aanstelling voor onbepaalde tijd;</al></li>
              <li nr="d."><al>de opgelegde benoeming in een andere functie;</al></li>
              <li nr="e."><al>het treffen van ordemaatregelen, schorsing en disciplinaire
                                    straffen als bedoeld in hoofdstuk G van de CAP;</al></li>
              <li nr="f."><al>het onthouden van een salarisverhoging, van een incidentele
                                    beloning voor prestaties of extra inzet en van toelagen,
                                    uitkeringen of vergoedingen als bedoeld in hoofdstuk C van de
                                    CAP;</al></li>
              <li nr="g."><al>het onthouden van promotiekansen en</al></li>
              <li nr="h."><al>het afwijzen van een verlofaanvraag, voor zover dit besluit
                                    wordt genomen vanwege een door de ambtenaar gedane melding
                                    overeenkomstig deze regeling.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat de ambtenaar ook
                            anderszins bij de uitoefening van zijn functie geen nadelige gevolgen
                            ondervindt van de door hem gedane melding overeenkomstig deze
                            regeling.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige
                            toepassing op de ambtenaar die te goeder trouw een vermoeden van een
                            misstand in een andere dan de RUD Zeeland organisatie volgens de in die
                            organisatie geldende regels bij die organisatie heeft gemeld. De
                            bescherming geldt slechts als de ambtenaar</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>uit hoofde van zijn functie met die organisatie samenwerkt of
                                    heeft samengewerkt;</al></li>
              <li nr="b."><al>uit hoofde van zijn functie kennis heeft gekregen van de
                                    misstand die wordt vermoed;</al></li>
              <li nr="c."><al>het vermoeden van de misstand in die andere organisatie tijdig
                                    vooraf bij zijn leidinggevende heeft gemeld, en</al></li>
              <li nr="d."><al>zich heeft gehouden aan de afspraken die de RUD Zeeland met hem
                                    heeft gemaakt en de aanwijzingen die de RUD Zeeland hem heeft
                                    gegeven ter zake van eventuele melding van de vermoede
                                    misstand.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13:</nr>
            <titel>Bescherming vertrouwenspersoon tegen benadeling</titel>
          </kop>
          <al>De vertrouwenspersoon geniet bescherming overeenkomstig het bepaalde in
                        artikel 12, eerste en tweede lid, tegen benadeling als gevolg van het
                        uitoefenen van zijn in deze regeling vastgelegde taken. </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14.</nr>
            <titel>Beëindiging van de functie van vertrouwenspersoon (VPI)</titel>
          </kop>
          <al>Het Dagelijks Bestuur verleent de vertrouwenspersoon integriteit gevraagd of
                        ongevraagd ontslag als vertrouwenspersoon integriteit.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15:</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>Citeertitel</vet>
          </al>
          <al>Deze verordening wordt aangehaald als: regeling procedure en bescherming bij
                        melding van vermoedens van een misstand.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Bekendmaking en inwerkingtreding</vet>
          </al>
          <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag van publicatie.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de RUD
                        Zeeland van 28 september 2015</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>de voorzitter, A.G. van der Maas</ondertekening>
        <ondertekening>de secretaris, ing. A. van Leeuwen MPA</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>