<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR381207_1</dcterms:identifier><dcterms:title>IKAP-regeling provincies</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Regionale uitvoeringsdienst Zeeland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Zeeland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Middelburg</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hulst</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veere</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Borsele</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noord-Beveland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Reimerswaal</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Kapelle</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tholen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Goes</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schouwen-Duiveland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sluis</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Scheldestromen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/">Elektronisch publicatieblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>IKAP-regeling provincies</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-09-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-11-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-11-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      IKAP- REGELINGPROVINCIES
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Definities</titel>
          </kop>
          <al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>CAP: Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies;</al></li>
            <li nr="b."><al>bedrijfsfitness: bedrijfsfitness als bedoeld in artikel 29 van de
                                Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Recht op keuzen in het arbeidsvoorwaardenpakket</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De ambtenaar heeft recht op keuzen in het arbeidsvoorwaardenpakket
                            overeenkomstig het bepaalde in deze regeling.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Keuzen als bedoeld in de artikelen 5 en 6 kunnen eenmaal per
                            kalenderjaar voor het betreffende kalenderjaar worden gemaakt en eenmaal
                            per kalenderjaar voor dat kalenderjaar worden herzien.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Keuzen als bedoeld in artikel 8 kunnen maandelijks worden gemaakt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Gemaakte keuzen moeten zijn gerealiseerd binnen het kalenderjaar waarop
                            zij betrekking hebben.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Aanvraag keuze(n)</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De ambtenaar maakt zijn keuze(n) kenbaar door middel van een aanvraag.
                            Hij maakt daarbij gebruik van het door gedeputeerde staten vastgestelde
                            aanvraagformulier.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De aanvraag voor meer uren werken en voor extra verlof, bedoeld in de
                            artikelen 5 en 6 wordt ingediend vóór 1 november van het jaar
                            voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
                            De aanvraag kan ook gedurende het jaar worden ingediend dan wel worden
                            herzien, mits de keuze nog in hetzelfde kalenderjaar is te verwerken.
                            Het extra verlof kan bij herziening niet worden verkocht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De keuze, bedoeld in artikel 8, kan tot de maandelijkse sluitingsdatum
                            van de salarisverwerking worden gemaakt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Gedeputeerde staten kennen de aanvraag voor de keuzen als bedoeld in de
                            artikelen 5 en 6 toe, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen
                            zich daartegen verzetten en beslissen binnen 4 weken op de
                            aanvraag.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Algemene voorwaarden</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Op een gehonoreerde aanvraag kan, behoudens de herzieningsmogelijkheid
                            als bedoeld in artikel 2, tweede lid, gedurende de periode waarop deze
                            betrekking heeft niet meer worden teruggekomen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De waarde van de gemaakte keuzen bedraagt per aanvraag minimaal €
                            100.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De ambtenaar kan binnen een kalenderjaar niet kiezen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>voor zowel meer uren werken, bedoeld in artikel 5, als voor
                                    extra verlof, bedoeld in artikel 6;</al></li>
              <li nr="b."><al>voor meer uren werken, bedoeld in artikel 5, over de periode
                                    waarin hij hetzij ouderschapsverlof geniet, hetzij anderszins
                                    voor langer dan 4 weken aaneengesloten geheel of gedeeltelijk
                                    buitengewoon verlof geniet, hetzij minder werkt als gevolg van
                                    deeltijdontslag wegens FPU, deeltijdpensionering of de geboden
                                    mogelijkheid om met behoud van de formele arbeidsduur minder te
                                    werken;</al></li>
              <li nr="c."><al>voor extra verlof, bedoeld in artikel 6, over de periode waarin
                                    zijn arbeidsduur met toepassing van artikel D.1, vijfde lid, van
                                    de CAP is bepaald op meer dan die in een volledige functie.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De vergoeding voor meer uren werk als bedoeld in artikel 5 en de waarde
                            van extra verlof als bedoeld in artikel 6, worden berekend op basis van
                            het salaris per uur op 1 januari van het be- treffende kalenderjaar,
                            onderscheidenlijk op basis van het salaris per uur op de eerste dag van
                            indiensttreding indien de ambtenaar in de loop van het betreffende
                            kalenderjaar in dienst treedt. Eventuele latere aanpassingen van het
                            salaris met terugwerkende kracht naar een datum gele- gen op of vóór de
                            peildatum leiden niet tot een aanpassing van het per de peildatum
                            vastge- stelde salaris per uur.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Meer uren werken</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De ambtenaar kan een aanvraag indienen om gedurende het kalenderjaar of
                            gedurende een bepaalde periode in dat kalenderjaar meer uren te werken
                            dan de voor hem geldende arbeidsduur.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het maximumaantal meer te werken uren is 108 per kalenderjaar. Bij een
                            niet volledige arbeidsduur en bij indiensttreding in de loop van het
                            betreffende kalenderjaar geldt een naar evenredigheid verlaagd
                            maximumaantal uren waarbij de uitkomst zo nodig op hele uren naar boven
                            wordt afgerond.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het totaal van de arbeidsduur en het ingevolge dit artikel toegewezen
                            aantal meer te werken uren bedraagt niet meer dan gemiddeld 40 uur per
                            week.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Voor elk meer gewerkt uur heeft de ambtenaar als vergoeding recht op het
                            salaris per uur op de voor hem geldende peildatum als bedoeld in artikel
                            4, vierde lid.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Extra verlof</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De ambtenaar kan uit zijn IKB per kalenderjaar maximaal 144 uren
                            aanwenden voor extra verlof. Bij een niet volledige arbeidsduur en bij
                            indiensttreding in de loop van het betreffende kalenderjaar wordt het
                            maximumaantal uren naar evenredigheid verlaagd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het extra verlof wordt aangemerkt als vakantieverlof. De artikelen D.5
                            tot en met D.9 van de CAP zijn van overeenkomstige toepassing, met dien
                            verstande dat het extra verlof pas vervalt na verloop van 5 jaren na de
                            laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak op dit verlof is
                            ontstaan.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Vervallen</titel>
          </kop>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Afzien van aanspraken voor fiscaal aantrekkelijke
                            bestemmingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De ambtenaar kan een aanvraag indienen om in ruil voor een
                            belastingvrije vergoeding voor of verstrekking van een of meer in het
                            tweede lid genoemde bestemmingsmogelijkheden geheel of gedeeltelijk af
                            te zien van een maximaal 10% van het jaarsalaris.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Binnen de fiscale voorwaarden zoals die golden direct vóór invoering van
                            de Werkkostenregeling zijn de belastingvrije
                            bestemmingsmogelijkheden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>bedrijfsfitness;</al></li>
              <li nr="b."><al>een fiets voor het woon-werkverkeer met de daarmee samenhangende
                                    zaken en een fiets- verzekering;</al></li>
              <li nr="c."><al>de inrichting van een telewerkruimte;</al></li>
              <li nr="d."><al>openbaar vervoerbewijzen die mede voor het werk worden
                                    gebruikt;</al></li>
              <li nr="e."><al>contributies voor het lidmaatschap van een vakorganisatie van
                                    overheidspersoneel die is vertegenwoordigd in het SPA dan wel in
                                    het overleg, bedoeld in artikel I.1, eerste lid, van de
                                    CAP.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Van een aanspraak als genoemd in het eerste lid kan slechts worden
                            afgezien als deze aanspraak nog niet tot uitbetaling is gekomen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Voor zover de fiscale bepalingen dit mogelijk maken kan de gevraagde
                            belastingvrije vergoeding in een keer worden uitbetaald voorafgaande aan
                            het moment waarop de ingezette aanspraken tot uitbetaling komen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De ambtenaar dient bij de in het eerste lid bedoelde aanvraag, maar
                            uiterlijk binnen een maand na ontvangst van de belastingvrije
                            vergoeding, bewijsstukken te overleggen waaruit blijkt dat de kosten
                            waarvoor die vergoeding is verstrekt daadwerkelijk zijn gemaakt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>De ambtenaar kan bij zijn aanvraag om salaris in te zetten voor de in
                            het tweede lid, onderdelen d en e, genoemde bestemmingsmogelijkheden,
                            aangeven dat die aanvraag, behoudens wederopzegging, wordt geacht ook te
                            gelden voor een of meer volgende kalenderjaren. In dat geval wordt, voor
                            zover de fiscale bepalingen dit mogelijk maken, de beslissing op de
                            aanvraag tot wederopzegging geacht ook betrekking te hebben op die
                            volgende kalenderjaren.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Inhouding, verrekening of uitbetaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Indien de ambtenaar aan wie een belastingvrije vergoeding is uitbetaald
                            de bewijsstukken als bedoeld in 8, vijfde lid, niet tijdig overlegt
                            worden over die vergoeding alsnog de verschuldigde loonheffingen
                            ingehouden.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In geval van gehele of gedeeltelijke beëindiging van het dienstverband,
                            structurele wijziging in de arbeidsduur, ouderschapsverlof of
                            buitengewoon verlof van lange duur, wordt vastgesteld welke in het kader
                            van deze regeling opgebouwde en in geldswaarde uit te drukken aanspraken
                            en aangegane verplichtingen tussen de provincie en de ambtenaar op dat
                            moment bestaan. Indien van toepassing, vindt verrekening dan wel
                            uitbetaling plaats.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien een aanvraag voor meer uren werken niet meer volledig binnen het
                            kalenderjaar kan worden uitgevoerd, heeft een herberekening van de
                            vergoeding plaats op basis van de daadwerkelijk meer gewerkte uren.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Bij overlijden van de ambtenaar wordt gehandeld zoals in het tweede lid
                            aangegeven, waarbij een eventueel saldo ten gunste van de provincie niet
                            wordt ingevorderd.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Meldingsplicht en verhaal loonheffing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De ambtenaar is verplicht alle informatie en omstandigheden die van
                            betekenis zijn voor de uitvoering van de toegewezen aanvraag in het
                            kader van deze regeling terstond te melden.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien achteraf blijkt dat door onjuiste of onvolledige informatie van
                            de ambtenaar een vergoe- ding ten onrechte belastingvrij is verstrekt,
                            zullen de loonheffingen die over de vergoeding ver- schuldigd zijn,
                            alsmede de eventuele boetes, op de ambtenaar worden verhaald.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Hardheidsclausule</titel>
          </kop>
          <al>Gedeputeerde staten kunnen, wanneer bijzondere omstandigheden van het
                        individuele geval daartoe naar hun oordeel aanleiding geven, ten gunste van
                        de ambtenaar afwijken van deze regeling.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze regeling wordt aangehaald als IKAP-regeling provincies.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <bijlage>
        <kop>
          <titel>OVERGANGSRECHT BIJ INVOERING NIEUWE IKAP-REGELING 2008</titel>
        </kop>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>III</nr>
          </kop>
          <al>De Uitvoeringsregeling IKAP, vastgesteld op 2004, zoals sedertdien
                        gewijzigd, komt te vervallen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>IV</nr>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Aanvragen voor meer en minder uren werken en voor vermindering van
                                het algemeen verlof als bedoeld in achtereenvolgens de artikelen 5,
                                6 en 7 van de nieuwe IKAP- regeling provincies kunnen voor het
                                kalenderjaar 2008 worden ingediend vóór 2008.</al></li>
            <li nr="2."><al>Gedeputeerde staten beslissen op de aanvraag vóór 2008. Bij de
                                beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met eerdere
                                beslissingen voor het kalenderjaar 2008 op grond van de oude
                                Uitvoeringsregeling IKAP, bedoeld in artikel III.</al></li>
          </lijst>
        </divisie>
      </bijlage>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <tussenkop>ALGEMEEN</tussenkop>
        <tussenkop>Doel IKAP</tussenkop>
        <al/>
        <al>Met het IKAP- systeem (Individuele Keuzemogelijkheden Arbeidsvoorwaarden
                    Provincies) is een win/win- situatie beoogd voor werkgever en werknemers.</al>
        <al/>
        <al>De werknemer kan hiermee prioriteiten stellen in zijn arbeidsvoorwaardenpakket
                    waardoor het beter aansluit bij zijn persoonlijke wensen en omstandigheden. Hij
                    is met IKAP – in aanvulling op de instrumenten in de Wet arbeid en zorg en de
                    levensloopregeling - beter in staat om arbeid en zorg te combineren. Hij kan ook
                    beter de fiscale mogelijkheden benutten doordat hij een deel van zijn salaris en
                    het IKB kan inzetten voor een onbelaste vergoeding of verstrekking of
                    eindheffingsloon.</al>
        <al/>
        <al>Voor de provincie als werkgever kan IKAP (in beperkte mate) bijdragen aan
                    versterking van de arbeidsmarktpositie. De provinciale werkgever heeft baat bij
                    werknemers die tevreden zijn over hun arbeidsvoorwaarden en de keuzes die zij
                    daarin zelf kunnen maken. Een bijkomende (maatschappelijke) doelstelling is de
                    stimulering van het gebruik van het openbaar vervoer en van de fiets en een
                    verdere terugdringing van de autokilometers in het woon-werkverkeer.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Uitgangspunten en randvoorwaarden</tussenkop>
        <al>IKAP voldoet aan een aantal belangrijke uitgangspunten en randvoorwaarden.</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>IKAP is gebaseerd op vrijwilligheid en kent dus geen verplichte deelname
                            van de werknemer.</al></li>
          <li nr="-"><al>IKAP kent alleen keuzemogelijkheden die voorzien in een reële behoefte.
                            Er zijn dus geen keuzes opgenomen waarvan een verwaarloosbaar beperkt
                            gebruik zal worden gemaakt.</al></li>
          <li nr="-"><al>IKAP betekent geen verhoging van het totale aansprakenniveau maar
                            vergroot enkel de keuze- mogelijkheden in het bestaande
                            arbeidsvoorwaardenpakket. In die zin is IKAP budgettair neutraal. Het
                            feitelijk gebruik kan uiteraard wel kosteneffecten hebben. Dat is het
                            geval als per saldo meer tijd wordt verkocht dan gekocht. Daarvoor zal
                            binnen het bestaande budget een oplossing moeten worden gevonden.</al></li>
          <li nr="-"><al>IKAP leidt niet tot knelpunten in de bedrijfsvoering. Van belang is dat
                            er bij uitruil tussen tijd en geld steeds voldoende werk en budget
                            beschikbaar is. Gelet hierop is in IKAP aan de omvang van de uitruil
                            tussen tijd en geld een maximum gesteld en heeft de manager de
                            bevoegdheid de uitruil tussen tijd en geld op grond van het dienstbelang
                            af te wijzen.</al></li>
          <li nr="-"><al>IKAP is administratief goed uitvoerbaar. Keuzes die te ingewikkeld c.q.
                            te kwetsbaar zijn, zijn niet in IKAP opgenomen. Daarnaast is vastgelegd
                            dat de gemaakte keuzes onherroepelijk zijn.</al></li>
          <li nr="-"><al>IKAP is klantvriendelijk. Het is eenvoudig toegankelijk en zodanig
                            ingericht dat de te maken keuzes en de gevolgen van die keuzes voor
                            zowel de werknemer als de manager inzichtelijk zijn.</al></li>
          <li nr="-"><al>IKAP houdt rekening met de fiscale mogelijkheden en blijft binnen de
                            fiscale en andere wettelijke grenzen (bijv. het wettelijk
                            minimumloon).</al></li>
          <li nr="-"><al>IKAP doet geen afbreuk aan bestaande beleidsdoelstellingen zoals bijv.
                            geformuleerd in het seniorenbeleid, het arbeidsomstandighedenbeleid of
                            het beleid, gericht op de bevordering van het openbaar vervoer. Dit
                            betekent o.a. dat er geen keuzemogelijkheden zijn die eerder volledig
                            vervroegd uittreden stimuleren of de werkdruk vergroten en dat niet is
                            voorzien in een auto van de zaak in ruil voor andere
                            arbeidsvoorwaarden.</al></li>
          <li nr="-"><al>Inzet van bronnen voor bedrijfsfitness en telewerken thuis is pas
                            mogelijk als recht op die voorzieningen bestaat.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <tussenkop>Hoofdlijnen van IKAP</tussenkop>
        <al>IKAP geeft de werknemer het recht om binnen bepaalde grenzen zijn individuele
                    arbeidsvoorwaardenpakket samen te stellen. Daarbij wordt hem de mogelijkheid
                    geboden om meer of minder te werken en om een aantal rechtspositionele
                    aanspraken in te zetten voor alternatieve bestedingen die betrokkene op grond
                    van belastingwetgeving voordeel oplevert. Deelname aan IKAP geschiedt op basis
                    van vrijwilligheid. Voor wie daarvan geen gebruik maakt blijft het bestaande
                    arbeidsvoorwaardenpakket ongewijzigd in stand. IKAP betreft een ruilmodel waarin
                    bepaalde bronnen kunnen worden ingezet voor bepaalde doelen.</al>
        <al/>
        <al>IKAP biedt de ambtenaar jaarlijks de volgende keuzemogelijkheden.</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>Een hoger IKB in ruil voor meer uren werken</al></li>
          <li nr="b."><al>Meer vrije tijd door inzet van IKB.</al></li>
          <li nr="c."><al>Minder inkomen of inzet IKB in ruil voor een aantal vrije vergoedingen
                            of verstrekkingen of voor eindheffingsloon.</al></li>
        </lijst>
        <al>Het betreft een limitatieve opsomming van de bronnen en doelen. Wel kunnen
                    provincies in het lokaal Georganiseerd Overleg met de bonden afspraken maken
                    over extra keuzemogelijkheden.</al>
        <al/>
        <tussenkop>IKAP en de gevolgen voor de bedrijfsvoering</tussenkop>
        <al>Bepaalde keuzes in IKAP hebben betekenis voor de bedrijfsvoering. Dat betreft de
                    mogelijkheid om tijd en geld tegen elkaar uit te ruilen. Daarbij gaat het immers
                    om meer en minder werken. Bij keuzes om inkomen of verlof in te zetten voor
                    fiscaal aantrekkelijke doelen zal de bedrijfsvoering niet in het geding
                    zijn.</al>
        <al/>
        <al>Gelet op de gevolgen voor de bedrijfsvoering zijn de uitruilmogelijkheden tussen
                    tijd en geld niet onbeperkt. Per kalenderjaar kan IKB worden aangewend voor
                    maximaal 144 uren extra verlof en kunnen maximaal 108 uren meer worden gewerkt
                    (voor deeltijders zijn de maxima naar rato).</al>
        <al/>
        <al>IKAP geeft met het oog op de bedrijfsvoering geen absoluut recht op uitruil
                    tussen tijd en geld binnen het aangegeven maximum. De leidinggevende kan een
                    aanvraag weigeren ingeval een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang zich
                    daartegen verzet. Daarbij is aangesloten bij de criteria die gelden in de Wet
                    aanpassing arbeidsduur welke de werknemer een geclausuleerd (wettelijk) recht
                    geeft op vermeerdering of vermindering van de arbeidsduur.</al>
        <al/>
        <al>Bij
                        <onderstreept>inzet</onderstreept><onderstreept>van</onderstreept><onderstreept>tijd</onderstreept><onderstreept>voor</onderstreept><onderstreept>geld</onderstreept>(=
                    meer werken) is er sprake van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang als een
                    en ander leidt tot ernstige problemen van:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>financiële of organisatorische aard;</al></li>
          <li nr="2."><al>wegens het niet voorhanden zijn van voldoende werk; of</al></li>
          <li nr="3."><al>omdat de vastgestelde formatieruimte of personeelsbegroting ontoereikend
                            is.</al></li>
        </lijst>
        <al>Het betreft hier geen limitatieve opsomming. Ook ernstige schade aan andere
                    economische, technische of operationele belangen kan reden zijn tot afwijzing
                    van een aanvraag. Voorbeelden van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang zijn
                    ook:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>schadelijkheid voor de gezondheid (bijv. bij een hoge
                            verzuimfrequentie)</al></li>
          <li nr="-"><al>bij oneigenlijk gebruik (bijv. als de werknemer gedeeltelijk of volledig
                            arbeidsongeschikt is);</al></li>
          <li nr="-"><al>In geval van disfunctioneren van de werknemer, waarbij uiteraard wel
                            voorwaarde is dat betrokkene op de hoogte is van de ontevredenheid over
                            zijn functioneren en daarover een behoorlijk gedocumenteerd dossier is
                            bijgehouden.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>Bij
                        <onderstreept>inzet</onderstreept><onderstreept>van</onderstreept><onderstreept>geld</onderstreept><onderstreept>voor</onderstreept><onderstreept>tijd</onderstreept>(=
                    minder werken) is er sprake van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang als
                    een en ander leidt tot ernstige problemen:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>voor de bedrijfsvoering bij de herbezetting van de vrijgekomen
                            uren;</al></li>
          <li nr="2."><al>op het gebied van de veiligheid; of</al></li>
          <li nr="3."><al>van rooster`-technische aard.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>Ook hier betreft het geen limitatieve opsomming en kan afwijzing van een
                    aanvraag ook plaatsvinden als andere economische, technische of operationele
                    belangen ernstig worden geschaad. Zo kan het zijn dat werkruimtes of apparatuur
                    minder worden benut doordat de werknemer minder aanwezig is. Afwijzing van de
                    aanvraag kan in dat geval als toewijzing zou leiden tot ernstige economische of
                    operationele problemen. De aanwezigheid van (aanzienlijke) verlofstuwmeren kan
                    een grond zijn voor afwijzing van een aanvraag om minder te gaan werken.</al>
        <al/>
        <al>De aanvraag voor meer of minder werken kan eenmaal per jaar worden gedaan. De
                    aanvraag moet vóór 1 november van het voorafgaande jaar zijn ingediend. De
                    ambtenaar kan ook gedurende het kalenderjaar de aanvraag voor meer of minder
                    werken indienen dan wel (eenmalig) om herziening van de gemaakte afspraken over
                    meer of minder werken vragen. Voorwaarde is dat de gemaakte (herziene) keuze nog
                    in hetzelfde kalenderjaar is te verwerken. De overige keuzes kunnen maandelijks
                    worden gemaakt, vóór de sluitingsdatum van de salarisverwerking.</al>
        <al/>
        <al>Eenmaal gemaakte keuzes kunnen niet worden herroepen of gewijzigd. De
                    beslissingen op de aanvragen voor meer of minder uren werken worden genomen
                    binnen vier weken na 1 november. Hierdoor beschikt de manager tijdig over een
                    totaalbeeld van alle aanvragen voor het nieuwe kalenderjaar binnen zijn
                    organisatie-eenheid. Op basis van dit totaalbeeld zal de manager moeten kunnen
                    aangeven of de keuzes kunnen worden gehonoreerd en welke maatregelen hij moet
                    treffen om een goede uitvoering van taken te waarborgen en de werklast
                    evenwichtig te verdelen.</al>
        <al/>
        <al>Het personeelsinformatiesysteem moet daarop zijn afgestemd. Bij het maken van
                    resultaatafspraken in het planningsgesprek met de werknemer zal moeten worden
                    uitgegaan van de feitelijke werktijd en de verlofafspraken die in het kader van
                    IKAP zijn gemaakt. Er zullen duidelijke afspraken moeten worden gemaakt over de
                    werktijdregeling die zal gaan gelden.</al>
        <al/>
        <tussenkop>De fiscale aspecten van IKAP en de gevolgen voor de loonheffing, sociale
                    zekerheid, pensioenen en andere rechtspositionele aanspraken</tussenkop>
        <al/>
        <al>1<onderstreept>Fiscale</onderstreept><onderstreept>aspecten</onderstreept></al>
        <al>De IKAP-doelen van artikel 8 zijn onder de Werkkostenregeling (WKR) dezelfde
                    gebleven. De meeste zijn onder de WKR geen gerichte vrijstelling of
                    nihil-waardering. Dat betreffen de fiets, de vakbondscontributie, de inrichting
                    van een telewerkruimte en de bedrijfsfitness buiten de werkplek. Betalingen voor
                    deze IKAP-doelen zijn eindheffingsloon en vallen onder de forfaitaire ruimte van
                    de WKR.</al>
        <al/>
        <al>2<onderstreept>Gevolgen</onderstreept><onderstreept>voor</onderstreept><onderstreept>de</onderstreept><onderstreept>sociale</onderstreept><onderstreept>zekerheid</onderstreept></al>
        <al>Gebruik van IKAP en IKB kan gevolgen hebben voor de berekening van het dagloon
                    en de hoogte van de uitkeringen in het kader van de sociale zekerheid. Zo kan
                    het inzetten van brutoloon of IKB leiden tot een lagere (bovenwettelijke)
                    WAO/WIA-uitkering of WW-uitkering. Storting van de vergoeding voor meer gewerkte
                    uren in het IKB wordt bij de bepaling van het dagloon in het kader van de
                    WAO/WIA en de WW meegenomen.</al>
        <al/>
        <al>3<onderstreept>Gevolgen</onderstreept><onderstreept>voor</onderstreept><onderstreept>het</onderstreept><onderstreept>pensioen</onderstreept></al>
        <al>Het salaris en/of het IKB kunnen worden aangewend voor:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>een vrije vergoeding of verstrekking of voor eindheffingsloon;</al></li>
          <li nr="-"><al>extra vrije tijd; of</al></li>
          <li nr="-"><al>een levensloopbijdrage.</al></li>
        </lijst>
        <al>Deze loonbestanddelen behoren in principe niet tot het pensioengevend loon. De
                    staatssecretaris van Financiën keurt echter onder voorwaarden goed dat
                    pensioenopbouw hierover toch mogelijk is. Zie het besluit van 9 september 2010,
                    DGB2010/ 2733M. De provinciale regeling van het IKB en de IKAP voldoet aan deze
                    voorwaarden.</al>
        <al/>
        <al>4<onderstreept>Gevolgen</onderstreept><onderstreept>voor</onderstreept><onderstreept>andere</onderstreept><onderstreept>rechtspositionele</onderstreept><onderstreept>aanspraken</onderstreept></al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>De vergoeding voor meer uren werken wordt in het IKB gestort en niet
                            aangemerkt als salaris of bezoldiging. Zij heeft daardoor ook geen
                            gevolgen voor de aan het salaris of de bezoldiging gerelateerde
                            aanspraken. Er zijn geen gevolgen voor de aan de arbeidsduur
                            gerelateerde rechtspositionele aanspraken zoals het aantal uren
                            vakantieverlof.</al></li>
          <li nr="b."><al>Extra verlof betaalt de ambtenaar uit zijn IKB. Het salaris en de
                            bezoldiging blijven ongewijzigd. Daardoor zijn er ook geen gevolgen voor
                            de aan het salaris of de bezoldiging gerelateerde aanspraken. Er zijn
                            evenmin gevolgen voor de aan de arbeidsduur gerelateerde
                            rechtspositionele aanspraken zoals het aantal uren vakantieverlof.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <tussenkop>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 2 Recht op keuzen in het arbeidsvoorwaardenpakket</tussenkop>
        <al>Dit artikel vormt de kern van IKAP: het recht om (binnen de grenzen van de
                    regeling) zelf keuzes in het arbeidsvoorwaardenpakket te maken.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 4 Algemene voorwaarden</tussenkop>
        <al>Dit artikel bevat een aantal algemene voorwaarden voor deelname aan IKAP. Op de
                    in het eerste lid genoemde voorwaarde is reeds ingegaan in de algemene
                    toelichting.</al>
        <al/>
        <al>In beginsel kan elke keuze worden gemaakt. Er zijn echter beperkingen. Zo zijn
                    aan elkaar tegengestelde keuzes uitgesloten. De ambtenaar kan bijvoorbeeld niet
                    kiezen voor zowel meer uren werken als extra verlof in het zelfde kalenderjaar.
                    De uitsluiting van tegengestelde keuzes is geregeld in het derde lid.</al>
        <al/>
        <al>Ten behoeve van de administratieve uitvoerbaarheid is voor de berekening van de
                    vergoeding voor meer gewerkte uren en voor de berekening van de waarde van het
                    extra verlof uitgegaan van het salaris per uur op een vaste peildatum. Latere
                    wijzigingen in het salaris hebben geen gevolgen, zelfs niet als die terugwerken
                    tot en met de peildatum. Dat is in het vierde lid geregeld. Omwille van de
                    administratieve uitvoerbaarheid is voor IKAP ook een minimumwaarde aan de
                    keuze(n) gesteld (tweede lid).</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 5 Meer uren werken</tussenkop>
        <al/>
        <al>De ambtenaar kan worden toegestaan meer te gaan werken. Het totaal aantal extra
                    uren bedraagt ten hoogste 108 uren (= 3 weken van 36 uur) als men gemiddeld 36
                    of meer uren per week werkt. Bij deeltijdarbeid en tussentijdse indiensttreding
                    is dit naar rato minder.</al>
        <al/>
        <al>De keuze voor meer werken mag er niet toe leiden dat de ambtenaar meer dan
                    gemiddeld 40 uur per week werkt. Dat kan het geval zijn als meer werken voor
                    korte tijd wordt gevraagd (in plaats van over het hele jaar) of als de ambtenaar
                    al met toepassing van artikel D.1, vijfde lid, van de CAP meer dan gemiddeld 36
                    uur per week werkt. De bovengrens van gemiddeld 40 uur per week is geregeld in
                    het derde lid.</al>
        <al/>
        <al>De vergoeding voor meer uren werken wordt in het IKB gestort. Via het IKB kunnen
                    ze worden ingezet voor de IKAP-doelen van artikel 8.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 6 Extra verlof</tussenkop>
        <al/>
        <al>De ambtenaar kan worden toegestaan in een kalenderjaar te kiezen voor maximaal
                    144 uur extra verlof (= 4 weken van 36 uur) als men 36 of meer uren per week
                    werkt. Bij deeltijdarbeid en tussentijdse indiensttreding is dit maximum naar
                    rato minder. De formele arbeidsduur blijft ongewijzigd.</al>
        <al>De ambtenaar betaalt het extra verlof uit het IKB dat hij heeft opgebouwd. Het
                    extra verlof wordt als vakantieverlof aangemerkt en kan 5 jaar worden
                    opgespaard.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 8 Inzet salaris en IKB voor vrije vergoedingen, verstrekkingen of
                    eindheffingsloon</tussenkop>
        <al/>
        <al>De ambtenaar kan (maximaal 10% van zijn jaar)salaris of IKB inzetten voor de
                    navolgende doelen: bedrijfsfitness; een fiets voor het woon/werkverkeer en een
                    fietsverzekering; de inrichting van een telewerkruimte; openbaar vervoerbewijzen
                    die mede voor het werk worden gebruikt en de vakbondscontributies. Het betreft
                    een limitatieve opsomming. Provincies kunnen in het Georganiseerd Overleg
                    afspraken maken over andere keuzemogelijkheden.</al>
        <al/>
        <al>Over de fiscale aspecten is hierboven in de algemene toelichting ingegaan. In
                    het tweede lid is geregeld dat de fiscale voorwaarden die golden direct vóór
                    invoering van de Werkkostenregeling gehandhaafd blijven. Vooral voor de
                    IKAP-fiets golden enkele specifieke voorwaarden, onder andere aanschaf van een
                    fiets in drie kalenderjaren, maximale fiscale vergoeding van</al>
        <al>€ 749 en gebruik van de fiets op meer dan de helft van de dagen dat de ambtenaar
                    naar het werk fietst. Deze voorwaarden blijven dus van toepassing.</al>
        <al/>
        <al>Keuze van inzet van salaris in plaats van IKB heeft gevolgen voor de omvang van
                    het IKB. Omdat het IKB is uitgedrukt in een percentage van het salaris,
                    onderscheidenlijk de bezoldiging, zal een daling van het brutoloon door inzet
                    voor IKAP-doelen van artikel 8 leiden tot een daling van het budget aan
                    IKB.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 9 Inhouding, verrekening of uitbetaling</tussenkop>
        <al>Indien de ambtenaar aan wie een belastingvrije vergoeding is uitbetaald, de
                    originele op naam gestelde aankoopnota’s niet binnen de daarvoor gestelde
                    termijn overlegt is de sanctie dat over die vergoeding alsnog loonheffing en
                    sociale premies worden ingehouden.</al>
        <al/>
        <al>In het tweede t/m vierde lid zijn bepalingen opgenomen over verrekening en
                    uitbetaling in situaties waarin de IKAP- aanvraag niet meer volledig binnen het
                    kalenderjaar kan worden uitgevoerd.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 10 Meldingsplicht en verhaal loonheffing</tussenkop>
        <al>In het kader van IKAP kan de ambtenaar een aantal rechtspositionele aanspraken
                    inzetten voor alternatieve doelen die een fiscaal voordeel opleveren ten
                    opzichte van een netto uitbetaling. Dit betekent wel dat aan de
                    uitvoeringsregelingen van de Belasting- dienst moet zijn voldaan. Indien blijkt
                    dat de ambtenaar zich niet aan die voorschriften houdt (bijv. de fiets wordt
                    niet voor woon/werkverkeer gebruikt of de originele OV- abonnementen worden niet
                    ingeleverd) vervalt de fiscale begunstiging en volgt naheffing. In dat geval
                    vindt doorbelasting plaats naar de ambtenaar.</al>
        <al/>
        <al>Het is dus noodzakelijk ontwikkelingen die van belang zijn voor de uitvoering
                    van de regeling zo snel mogelijk met de werkgever te bespreken en vast te
                    stellen of de gemaakte afspraken in stand kunnen blijven. Dan kunnen tijdig
                    gepaste maatregelen worden getroffen en is er geen reden achteraf correcties
                    door te voeren.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 11 Hardheidsclausule</tussenkop>
        <al>In bijzondere omstandigheden zou van deze hardheidsclausule gebruik gemaakt
                    kunnen worden.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>