<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR381116_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nota handhaven bouwen en strijdig gebruik van gronden en/of bouwwerken</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Giessenlanden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Giessenlanden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-106775.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAlle%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dGiessenlanden%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=2&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">GVOP dd 12-11-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nota handhaven bouwen en strijdig gebruik van gronden en/of bouwwerken</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 5.2 lid 1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 7.2 Besluit omgevingsrecht (Bor)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-09-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-11-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Zaak nr 14-16518</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Dd 15 september 2015 ondertekend onder opschortende voorwaarde dat door de raad budget beschikbaar wordt gesteld, dit is 5 november 2015 conform voorstel besloten door raad</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Nota handhaven bouwen en strijdig gebruik van gronden en/of bouwwerken
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Deel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Handhaving bouwen en strijdig gebruik van gronden en/of
                            bouwwerken</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>Regelgeving</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Met de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht (Wabo) per 1 oktober 2010 zijn verschillende
                                vergunningsstelsels samengevoegd in één omgevingsvergunning. De
                                omgevingsvergunning is een samengevoegde vergunning voor bouwen,
                                wonen, monumenten, ruimte, natuur, milieu en slopen. Een
                                sloopvergunning is overigens alleen noodzakelijk indien dat in een
                                bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is
                                geregeld. Dat is in onze gemeente niet aan de orde, zodat voor
                                slopen een meldingsplicht geldt. De Wabo maakt het mogelijk dat voor
                                verschillende vergunningplichtige activiteiten één aanvraag wordt
                                ingediend bij één loket.</al>
              <al>Ingevolge artikel 2.4 Wabo is het college van B&amp;W in beginsel
                                het bevoegd gezag om op deze aanvragen te beslissen. De zorgplicht
                                voor de bestuursrechtelijke handhaving ligt ingevolge artikel 5.2
                                Wabo bij het vergunningverlenend bevoegd gezag, het college van
                                B&amp;W. </al>
              <al>In het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Regeling omgevingsrecht
                                (Mor) staan de regels voor het uitvoeren van de handhavingstaken.
                                Met name het Bor is bepalend voor het vormgeven van het
                                handhavingproces. Voorts zijn de regels in hoofdstuk 5 (Handhaving)
                                van de Algemene wet bestuursecht (Awb) relevant. </al>
              <tussenkop>
                <vet>
                  <onderstreept>College van B&amp;W bevoegd gezag</onderstreept>
                </vet>
              </tussenkop>
              <al>Op grond van artikel 7.2 van het Bor wordt in het handhavingsbeleid
                                gemotiveerd aangegeven welke doelen worden gesteld bij de handhaving
                                en welke activiteiten daartoe worden uitgevoerd. Ingevolge het zesde
                                lid van dat artikel dient het college van B&amp;W het
                                handhavingsbeleid aan de gemeenteraad bekend te maken.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>Opzet handhavingsnota</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Het opzetten van de handhavingnota gebeurt aan de hand van een
                                aantal stappen zoals omschreven in het Bor. Het doorlopen van deze
                                stappen vormt de structuur van de op te stellen handhavingsnota. </al>
              <al/>
              <al>Deze structuur wordt ook wel de ‘dubbele regelkring’ of ‘Big 8’
                                genoemd.</al>
              <al>
                <plaatje>
                  <illustratie id="i385aaa29-a3f2-4536-81a9-3bc99b651cdf" naam="i261163i385aaa29-a3f2-4536-81a9-3bc99b651cdf.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="15.3cm"/>
                </plaatje>
              </al>
              <al>De beleidscyclus start met het stellen van doelen en prioriteiten.
                                Deze zijn als eerste stap, bovenaan de cyclus weergegeven. Mede aan
                                de hand van deze doelen en prioriteiten wordt de strategie bepaald.
                                In de strategie is een methode bepaald om het doel/de doelen te
                                bereiken. De strategie wordt vervolgens uitgewerkt in een concreet
                                uitvoeringsprogramma dat wordt afgestemd op onze organisatie.
                                Jaarlijks wordt deze werkwijze geëvalueerd en eventueel
                                bijgestuurd.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>Doel van handhaven</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Het opstellen en vaststellen van een handhavingsnota en
                                uitvoeringsprogramma is wettelijk voorgeschreven. Daarbij moet voor
                                ogen worden gehouden waarom gehandhaafd moet worden:</al>
              <table>
                <tgroup cols="1">
                  <colspec colname="colA"/>
                  <tbody>
                    <row>
                      <entry>
                        <al>
                          <vet> Handhaving zorgt voor de geloofwaardigheid
                                                  en legitimiteit van beleid en regels,
                                                  rechtsverwezenlijking, het beschermen van
                                                  kwetsbare belangen en het realiseren van de
                                                  achterliggende doelen die met wet- en regelgeving
                                                  beoogd worden.</vet>
                        </al>
                      </entry>
                    </row>
                  </tbody>
                </tgroup>
              </table>
              <al>In wet- en regelgeving zijn vaak kwaliteitseisen opgenomen ter
                                bevordering en instandhouding van een goede en veilige woon- en
                                leefomgeving. Het is van belang dat daar ook aan wordt vastgehouden.
                                In de meest ruime zin kan dan ook worden gesteld dat deze
                                handhavingnota als doel heeft het bevorderen/in standhouden van een
                                goede en veilige woon- en leefomgeving door toe te zien op naleving
                                van de betreffende wet- en regelgeving. </al>
              <al/>
              <al>Tot nu toe is voornamelijk handhavend opgetreden als strijdig met
                                een verleende vergunning is gehandeld of indien door een burger om
                                handhaving is verzocht. Dit brengt de volgende risico’s met zich: </al>
              <lijst>
                <li nr="-"><al>opzettelijk illegaal handelen;</al></li>
                <li nr="-"><al>het ontstaan van rechtsongelijkheid;</al></li>
                <li nr="-"><al>onduidelijkheid over al dan niet (stilzwijgend) gedogen van
                                        een illegale situatie.</al></li>
              </lijst>
              <al>Met deze risico’s zijn nut en de noodzaak van handhaven
                                gegeven.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>Beginselplicht handhaven in relatie tot
                                prioriteitenstelling</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Het college van B&amp;W heeft een beginselplicht tot handhaving. De
                                standaardoverweging in de jurisprudentie van de Afdeling
                                bestuursrechtspraak van de Raad van State luidt:</al>
              <al>
                <cursief>“Gelet op het algemeen belang dat gediend is met
                                    handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk
                                    voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met
                                    bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de
                                    regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder
                                    bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden
                                    gevergd, dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet
                                    uitzicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden
                                    zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen
                                    belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te
                                    worden afgezien.”</cursief>
              </al>
              <al>Prioriteitenstelling</al>
              <al>Gelet op de beschikbare capaciteit is het niet mogelijk om op alle
                                momenten tegen alle mogelijke overtredingen handhavend op te treden.
                                De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State acht
                                prioriteitstelling toegestaan om in het kader van een doelmatige
                                handhaving onderscheid te maken in de wijze waarop uitvoering wordt
                                gegeven aan de handhavingstaak. Echter, wanneer door een
                                belanghebbende om handhaving wordt verzocht, kan niet uitsluitend
                                onder verwijzing naar de prioriteitstelling van handhaving worden
                                afgezien. In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de
                                Raad van State van 4 juni 2014, nr. 201308060/1/A4 overweegt de
                                Afdeling daaromtrent als volgt:</al>
              <al>
                <cursief>“Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 28 </cursief>
                <cursief>juli 2010, nr. 200910268/1/H1, </cursief>
                <cursief>geldt de keuze van een bestuursorgaan om in verband met een
                                    beperkte handhavings-capaciteit een bepaalde overtreding een
                                    lage prioriteit toe te kennen, niet als een bijzondere
                                    omstandigheid. Het orgaan zal dus na een verzoek om handhaving
                                    een afweging moeten maken in het individuele geval, waarbij de
                                    belangen van de v</cursief>
                <cursief>erzoeker worden betrokken. Bij </cursief>
                <cursief>deze afweging moet het bestuursorgaan bezien of het
                                    ondank</cursief>
                <cursief>s de prioritering in dit geval </cursief>
                <cursief>toch moet optreden. Het resultaat van die afweging kan zijn
                                    dat van handhaving wordt afgezien, gelet op het karakter van het
                                    overtreden voor</cursief>
                <cursief>schrift, het daarbij betrokken </cursief>
                <cursief>algemene belang en de belangen van de verzoeker.
                                    Le</cursief>
                <cursief>idt de naar aanleiding van een </cursief>
                <cursief>verzoek van een belanghebbende uitgevoerde beoordeling of
                                    handhavend moet worden opgetreden daarentegen tot het nemen van
                                    een sanctiebesluit dan levert dat op zichzelf geen strijd met
                                    het gelijkheidsbeginsel op ten opzichte van de gevallen waarin
                                    niet om handhaving is verzocht en geen sanctiebesluit is
                                    genome</cursief>
                <cursief>n.</cursief>
                <cursief>”</cursief>
              </al>
              <al>Dit betekent dat bij handhaving wel degelijk prioriteiten mogen
                                worden gesteld. Maar, indien een belanghebbende om handhaving
                                verzoekt, kan niet uitsluitend onder verwijzing naar de
                                prioriteitstelling van de handhaving worden afgezien! De Afdeling
                                bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de vaste lijn in
                                de jurisprudentie dat slechts onder bijzonder omstandigheden mag
                                worden afgezien van handhaving. Bij een verzoek om handhaving moet
                                dus, ondanks een lage prioriteitstelling, altijd nog een afweging
                                worden gemaakt of opgetreden moet worden. Indien in de
                                besluitvorming enkel verwezen wordt naar de lage prioriteitstelling
                                is dat onvoldoende. Dat in andere vergelijkbare situaties, vanwege
                                die lage prioriteitstelling, niet wordt opgetreden levert geen
                                strijd met het gelijkheidsbeginsel op, als in die vergelijkbare
                                situaties niet om handhaving is verzocht.</al>
              <al>Dit betekent dat de prioriteitenlijst met name betekenis toekomt bij
                                de aanpak van (vermeende) overtredingen als daar niet concreet om
                                verzocht wordt door een belanghebbenden. </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>Afweging en prioriteitstelling</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Aan elk publiekrechtelijk besluit ligt een generieke of specifieke
                                afweging ten grondslag, waarbij belangen in kaart worden gebracht en
                                afgewogen. Om doelmatigheidsredenen wordt niet altijd ogenblikkelijk
                                tegen elke overtreding opgetreden, maar maakt het college van
                                B&amp;W een afweging aan de hand van de volgende aspecten, die waar
                                relevant in samenhang moeten worden bezien.</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Zijn de veiligheid en/of gezondheid in het geding? </al><al>Gedacht moet worden aan bijvoorbeeld constructieve
                                        tekortkomingen en brandgevaar, die een bedreiging kunnen
                                        vormen voor de veiligheid en/of gezondheid van de bewoners
                                        en/of anderen;</al></li>
                <li nr="2."><al>Ontstaat er door het illegale handelen een onwenselijke
                                        onomkeerbare situatie? </al><al>Gedacht moet worden aan bijvoorbeeld het wijzigen van een
                                        monument zonder of in afwijking van een vergunning;</al></li>
                <li nr="3."><al>Is er hinder en/of overlast voor de omgeving? </al><al>Gedacht moet worden aan hinder en of overlast in de directe
                                        leefomgeving als aan hinder en/of overlast voor het algemene
                                        (leef)milieu.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>Maatwerkfactoren prioriteitstelling</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Om tot een volledige afweging te komen wordt in elke individuele
                                situatie bekeken of er specifieke omstandigheden zijn die de
                                prioriteitstelling meer of minder doen wegen. Deze specifieke
                                omstandigheden zijn als aanvullende maatwerkfactoren geformuleerd. </al>
              <tussenkop>
                <onderstreept>De urgentie om op bovengenoemde prioriteitstelling te
                                    handhaven kan toenemen als:</onderstreept>
              </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="•"><al>er sprake is van een onveilige situatie en/of de
                                        volksgezondheid in gevaar komt;</al></li>
                <li nr="•"><al>de invloed van de overtreding op de natuur en/of
                                        (leef-)omgeving groot is;</al></li>
                <li nr="•"><al>de overtreding in hoge mate overlast oplevert voor
                                        derden;</al></li>
                <li nr="•"><al>er gevaar is voor onherstelbaarheid;</al></li>
                <li nr="•"><al>er sprake is van een kwetsbaar gebied;</al></li>
                <li nr="•"><al>er sprake is van financieel-economische nadelen voor de
                                        gemeente en/of derden; </al></li>
                <li nr="•"><al>er sprake is van een herhaalde overtreding;</al></li>
                <li nr="•"><al>er sprake is van onwenselijke invloed op lopende en/of
                                        mogelijke toekomstige handhavingstrajecten;</al></li>
                <li nr="•"><al>de overtreding in strijd is met nadrukkelijk gemaakte
                                        afspraken;</al></li>
                <li nr="•"><al>de rechter opdracht heeft gegeven om handhavend op te
                                        treden.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                <onderstreept>De urgentie om op bovengenoemde prioriteitstelling te
                                    handhaven kan afnemen als:</onderstreept>
              </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="•"><al>er sprake is van mogelijke/waarschijnlijke wijzingen in de
                                        regelgeving waardoor de strijdigheid in de toekomst zal
                                        worden opgeheven (anders dan concreet zicht op legalisatie
                                        als bedoeld in de jurisprudentie van de Afdeling
                                        bestuursrechtspraak van de Raad van State);</al></li>
                <li nr="•"><al>bijzondere persoonlijke omstandigheden van de overtreder
                                        daar aanleiding toe geven;</al></li>
                <li nr="•"><al>de overtreding (mede) is ontstaan door onduidelijkheid en/of
                                        tegenstrijdigheid in wetgeving en/of voorlichting van een
                                        overheid;</al></li>
                <li nr="•"><al>er door of namens het bestuur toezeggingen zijn gedaan;</al></li>
                <li nr="•"><al>er geruime tijd (bijvoorbeeld meer dan 15 jaar) na het
                                        ontstaan van de overtreding is verstreken én van
                                        gemeentewege op geen enkele wijze is aangegeven dat er van
                                        een overtreding sprake is.</al></li>
              </lijst>
              <al>Volledigheidshalve wordt bij de prioriteitsstelling en de genoemde
                                maatwerkfactoren de kanttekening gemaakt dat, gezien de
                                beginselplicht tot handhaven, het juist in het belang van de
                                overtreder kan zijn dat hij ten minste op de overtreding wordt
                                gewezen. Hij heeft immers uiteindelijk meer belang bij duidelijkheid
                                over de situatie doordat het college van B&amp;W daar zelf actief in
                                handelt, dan de onzekerheid of er ooit om een handhavingsprocedure
                                wordt verzocht door een derde-belanghebbende en het college in de
                                besluitvorming alsdan gehouden is aan de jurisprudentie over de
                                beginselplicht tot handhaven. </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Deel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Handhavingsstrategie</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>Toezichtstrategie</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>De handhavingsorganisatie handelt op grond van een
                                toezichtstrategie, waarin is vastgelegd welke vormen van toezicht
                                worden onderscheiden.</al>
              <tussenkop>
                <vet>
                  <onderstreept>Bouwtoezicht</onderstreept>
                </vet>
              </tussenkop>
              <al>De twee toezichthouders van de gemeente Giessenlanden zijn o.a.
                                belast met het toezicht op bouwactiviteiten waarvoor vergunning is
                                verleend, dus zowel nieuwbouw als verbouw. In principe wordt bij de
                                uitvoering van de bouw altijd gecontroleerd.Het
                                is van belang dat onvolkomenheden tijdig worden gesignaleerd zodat
                                achteraf handhavend optreden kan worden voorkomen. De
                                verantwoordelijkheid voor een correcte uitvoering ligt echter bij de
                                vergunninghouder/eigenaar.</al>
              <al>De verdere frequentie en intensiteit van de controles van nieuwbouw
                                en verbouw door de toezichthouder wordt bepaald door de grootte van
                                het project, de aard van het gebruik, de moeilijkheidsgraad van de
                                uitvoering en de maatschappelijke en bestuurlijke gevoeligheid van
                                het project. </al>
              <tussenkop>
                <onderstreept>Vrije veldtoezicht</onderstreept>
              </tussenkop>
              <al>Naast dit toezicht op nieuwbouw en verbouw controleert de
                                toezichthouder de activiteiten die voortvloeien uit de “prioriteiten
                                top 5”. Dit kunnen gerichte controles zijn, maar de toezichthouder
                                kan ook iets toevallig tegenkomen. De hoogste prioriteiten in het
                                toezicht liggen op het gebied van veiligheid en de gezondheid.
                                Naarmate het project groter is en de veiligheid en/of gezondheid van
                                een grotere groep mensen in het geding is, zal het toezicht
                                intensiever zijn. De wijze van toezicht is niet strikt vastgelegd in
                                een matrix, puntensysteem o.i.d. Het toezicht moet flexibel genoeg
                                blijven om in een concreet geval te kunnen handelen naar
                                bevinden.</al>
              <al>Uiteraard zal intensiever toezicht worden gehouden in geval van
                                klachten of een verzoek om handhaving. Uitgangspunt is dan dat één
                                of meer inwoners hinder ondervinden van een (vermeende) overtreding.
                                Bij een verzoek om handhaving vindt altijd een inspectie plaats.
                                </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>Naleefstrategie</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>De activiteiten die erop gericht zijn om ervoor te zorgen dat de
                                regels worden nageleefd, maken onderdeel uit van de naleefstrategie. </al>
              <tussenkop>
                <onderstreept>Preventie</onderstreept>
              </tussenkop>
              <al>In hoeverre gestelde normen ook daadwerkelijk worden nageleefd,
                                wordt bepaald door een groot aantal factoren. Deze factoren variëren
                                van kennis van de regels, via het nut en noodzaak ervan inzien tot
                                het bewust overtreden ervan. Onder handhaven verstaan we niet alleen
                                “dwang” uitoefenen om de naleving van regels af te dwingen (dit
                                betreft repressief handhaven, zie daarvoor hieronder onder
                                Sanctiestrategie). Onder handhaven verstaan we ook het voorkomen dat
                                de regels worden overtreden. En zo dat dan toch zou gebeuren, het
                                voorkomen dat via “dwang” de naleving van de regels moet worden
                                afgedwongen (preventief handhaven).</al>
              <al>Bij preventie wordt vooral ingezet op een goede voorlichting en
                                communicatie over de invulling en uitvoering van het
                                handhavingsbeleid. Duidelijk moet zijn dat het college van B&amp;W
                                ook daadwerkelijk de verantwoordelijkheid voor deze taken neemt en
                                hierover ook publiekelijk verantwoording aflegt. Dit moet leiden tot
                                een beter naleefgedrag. </al>
              <tussenkop>
                <onderstreept>Voorlichting</onderstreept>
              </tussenkop>
              <al>Via de gemeentelijke pagina in Het Kontakt en de gemeentelijke
                                website <extref doc="http://www.giessenlanden.nl">www.giessenlanden.nl</extref> wordt informatie verstrekt over
                                plannen en projecten, waaronder bestemmingsplannen. Op de
                                gemeentelijke website kan de burger informatie vinden over het
                                bouwen, verbouwen en omgevingsvergunningen. Voor meer informatie
                                over een concrete aanvraag omgevingsvergunning wordt op de
                                gemeentelijke website verwezen naar <extref doc="http://www.omgevingsloket.nl">www.omgevingsloket.nl</extref>. Via deze website is het
                                mogelijk te toetsten of voor een plan een vergunning noodzakelijk
                                is. Dit geeft overigens niet in alle gevallen duidelijkheid. Voor
                                vragen en informatie kan contact worden opgenomen met de medewerkers
                                van de afdeling BWT. Tevens zijn op de landelijke website <extref doc="http://www.ruimtelijkeplannen.nl">www.ruimtelijkeplannen.nl</extref> o.a. bestemmingsplannen te
                                raadplegen. Voor een ieder is zo inzichtelijk wat planologisch is
                                toegestaan. </al>
              <tussenkop>
                <onderstreept>Huisnummers</onderstreept>
              </tussenkop>
              <al>Bij het toekennen van een huisnummer op grond van de BAG wordt in de
                                huisnummerbeschikking, in die situaties waarbij ook maar enige
                                twijfel bestaat over de planologische wenselijkheid van het
                                toekennen van het huisnummer, de volgende zinsnede opgenomen: “dat
                                aan deze beschikking geen andere rechten zijn te ontlenen dan met
                                het voeren van de conform de uitvoeringsvoorschriften aan te brengen
                                nummeraanduiding. Het toegekende huisnummer is dan ook niet van
                                invloed op de planologische situatie, deze blijft zoals het voor het
                                pand in het bestemmingsplan is aangegeven.” Indien burgers een
                                aangifte adreswijziging bij de afdeling Burgerzaken doen, wordt in
                                die situaties gewezen op het planologische strijdige gebruik van het
                                pand. Dit betekent dat de aangifte adreswijziging dus wel gedaan kan
                                worden. Maar de nieuwe bewoner is dan wel geïnformeerd over de
                                planologische strijdige situatie en de eventuele consequenties die
                                dat kan hebben.</al>
              <tussenkop>
                <onderstreept>Direct waarschuwen nieuwe geconstateerde (vermeende)
                                    overtredingen</onderstreept>
              </tussenkop>
              <al>Zodra een overtreding wordt geconstateerd wordt de overtreder
                                schriftelijk gewaarschuwd dat de situatie illegaal is, waarbij wordt
                                aangegeven hoe de illegale situatie opgeheven kan worden. Hierdoor
                                weet de overtreder direct dat het college van B&amp;W de overtreding
                                heeft geconstateerd en niet stilzwijgend gedoogt. Formeel gezien is
                                daarmee de illegale situatie gewraakt. Afhankelijk van de
                                prioriteitstelling zullen na deze constaterings-/waarschuwingsbrief
                                nadere stappen worden ondernomen. </al>
              <tussenkop>
                <onderstreept>Waarschuwen eerder geconstateerde (vermeende)
                                    overtredingen</onderstreept>
              </tussenkop>
              <al>Door de tijd heen zijn constateringen gedaan van (vermeende)
                                illegale situaties, waarop nog geen nadere actie is ondernomen.
                                Daarbij moet een onderscheid gemaakt worden tussen situaties die op
                                voorhand wel of niet legaliseerbaar lijken te zijn. </al>
              <al>Voor wat betreft de eerder gedane constateringen worden onderstaande
                                werkprocessen doorlopen. Getracht wordt om de overtreder te bewegen
                                zelf de overtreding te beëindigen. Bij een overtreding die niet
                                legaliseerbaar lijkt te zijn dient de waarschuwingsbrief nog een
                                ander doel. Met de daarin openomen uitnodiging om de ontstane
                                situatie te bespreken wordt ook beoogd om in dit stadium zoveel
                                mogelijk relevante informatie te krijgen.</al>
              <al/>
              <al>
                <vet>Werkproces van situaties die legaliseerbaar zijn</vet>
              </al>
              <al>
                <plaatje>
                  <illustratie id="iebc86df7-c0c2-4002-aae4-8f572059d266" naam="i261177iebc86df7-c0c2-4002-aae4-8f572059d266.png" type="foto" breedte="14.2cm" hoogte="19.7cm"/>
                </plaatje>
              </al>
              <al>
                <vet>Werkproces van situaties die niet legaliseerbaar (lijken te)
                                    zijn</vet>
              </al>
              <al>
                <plaatje>
                  <illustratie id="ic73472a5-a635-4f6d-8e23-27f835b9a215" naam="i261176ic73472a5-a635-4f6d-8e23-27f835b9a215.png" type="foto" breedte="14.2cm" hoogte="18.5cm"/>
                </plaatje>
              </al>
              <al>Bij een situatie die al langer bekend is, maar waarop geen nadere
                                actie is ondernomen wordt een waarschuwingsbrief verzonden. Indien
                                op de waarschuwingsbrief geen reactie wordt ontvangen, zal worden
                                geverifieerd of de inhoud van de brief goed is begrepen. Een tweede
                                maal een waarschuwingsbrief toezenden lijkt dan niet echt zinvol.
                                Beter is het om dan te trachten op een directere wijze in contact te
                                komen (bijvoorbeeld telefonisch contact opnemen of de toezichthouder
                                nogmaals langs laten gaan zodat gevraagd kan worden of de brief
                                ontvangen en begrepen is). Met de mogelijkheid om over de ontstane
                                situatie overleg te hebben, wordt beoogd een evt.
                                handhavingsprocedure zo zorgvuldig mogelijk op te starten.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>Gedoogstrategie</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Gedogen betekent dat het overtreden van één of meer regels wordt
                                toegestaan en niet handhavend wordt opgetreden. Er zijn twee vormen
                                van gedogen, te weten actief en passief (stilzwijgend) gedogen. Van
                                actief gedogen is sprake wanneer het college van B&amp;W via een
                                gedoogbeschikking expliciet mededeelt dat niet handhavend wordt
                                opgetreden. Aan een gedoogbeschikking kunnen voorwaarden en een
                                termijn worden verbonden. Tegen deze beschikking kunnen derden
                                belanghebbenden rechtsmiddelen aanwenden. Daarom is het van belang
                                een gedoogbeschikking te publiceren. </al>
              <al/>
              <al>Tegen het overtreden van een voorwaarde die aan een
                                gedoogbeschikking is verbonden kan overigens niet handhavend worden
                                opgetreden. De sanctie kan zijn dat de gedoogbeschikking in zijn
                                geheel wordt ingetrokken en alsnog handhavend wordt opgetreden.</al>
              <al>Indien een overtreding jaren bestaat zonder dat daar tegen wordt
                                opgetreden, betekent dit niet dat het college van B&amp;W
                                stilzwijgend heeft gedoogd. Aan het niet handelen door het college
                                van B&amp;W kunnen juridisch gezien geen rechten worden ontleend. In
                                een bredere politiek-bestuurlijke afweging, waarbij ook moet worden
                                bepaald hoe de schaarse handhavingscapaciteit wordt ingezet, kan de
                                lange duur wel een argument zijn om deze handhaving een lagere
                                prioriteit toe te kennen.</al>
              <al>Van gedogen is formeel slechts sprake als dit gebeurt in een
                                beschikking. Als een wettelijk voorschrift wordt overtreden bestaat
                                er volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak
                                van de Raad van State een beginselplicht tot handhaven. Van
                                handhaving kan worden afgezien als er concreet zicht is op
                                legalisatie, of als er sprake is van bijzondere omstandigheden
                                waardoor redelijkerwijs van handhaving moet worden afgezien. Met een
                                gedoogbeschikking wordt voor alle betrokken partijen duidelijkheid
                                gecreëerd. Dat de situatie al heel lang bestaat – ook al wist het
                                college van B&amp;W daarvan, maar is daar geen enkele actie op
                                ondernomen – is geen ‘bijzondere omstandigheid’. </al>
              <table>
                <tgroup cols="1">
                  <colspec colname="colA"/>
                  <tbody>
                    <row>
                      <entry>
                        <al>
                          <vet>Van gedogen is alleen maar sprake indien
                                                  een schriftelijk gedoogbesluit is
                                                  genomen</vet>.</al>
                      </entry>
                    </row>
                  </tbody>
                </tgroup>
              </table>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>Sanctiestrategie</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Indien het college van B&amp;W overgaat tot handhaving, staat een
                                aantal handhavingsinstrumenten tot haar beschikking, namelijk de
                                last onder bestuursdwang en de last onder dwangsom. Daarnaast
                                bestaat de mogelijkheid van stillegging van de bouw.</al>
              <al>Het college van B&amp;W kiest per geval voor het meest doelmatige
                                handhavinginstrument. Meestal is dat de last onder dwangsom. De last
                                onder bestuursdwang kan immers tot hogere kosten leiden en vraagt om
                                meer voorbereiding en organisatie. Het opleggen van een last onder
                                dwangsom legt de verantwoordelijkheid voor het ongedaan maken van de
                                overtreding bij de overtreder zelf. </al>
              <al>De last onder bestuursdwang zal in principe alleen aan de orde zijn
                                als er sprake is van een spoedeisend belang, en/of als vaststaat dat
                                de overtreder de overtreding niet zelf ongedaan zal/kan maken en/of
                                een eerdere last onder dwangsom niet tot beëindiging van de
                                overtreding heeft geleid.</al>
              <tussenkop>
                <onderstreept>Last onder dwangsom</onderstreept>
              </tussenkop>
              <al>De wet kent drie varianten van de dwangsom:</al>
              <al>1. een bedrag per overtreding;</al>
              <al>2. een bedrag ineens;</al>
              <al>3. een bedrag per tijdseenheid.</al>
              <al>Ook zijn combinaties hiervan mogelijk.</al>
              <al>Bij een bedrag per tijdseenheid of per overtreding moet altijd een
                                maximum bedrag worden genoemd. In het concrete geval moet worden
                                bekeken welke vorm het meest geschikt is om het gewenste resultaat
                                te bereiken. De drie varianten van de dwangsom hebben ieder hun
                                eigen gebruiksmogelijkheden. </al>
              <tussenkop>
                <onderstreept>Omschrijving van de last</onderstreept>
              </tussenkop>
              <al>Een last is gericht op het geheel of gedeeltelijk herstel van een
                                overtreding. Indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd
                                bestaat de verplichting tot een geldsom, zoals hierboven beschreven.
                                Dit betekent dat in de last onder dwangsom zeer duidelijk en
                                specifiek beschreven moet worden welke herstelmaatregelen of
                                werkzaamheden op welk moment door de overtreder moeten zijn verricht
                                om te voorkomen dat aan de betalingsverplichting moet worden
                                voldaan. De omschrijving van de last is te allen tijde maatwerk.
                                Indien niet duidelijk uit de last onder dwangsom blijkt wanneer aan
                                de last voldaan wordt, is de last onder dwangsom in strijd met het
                                rechtszekerheidsbeginsel. </al>
              <tussenkop>
                <onderstreept>Hoogte dwangsom</onderstreept>
              </tussenkop>
              <al>De hoogte van een dwangsom moet in het concrete geval worden
                                beargumenteerd en gemotiveerd. Als uitgangspunt geldt dat de
                                dwangsom minimaal het voordeel moet compenseren dat de overtreder
                                heeft bij het laten voortbestaan van de overtreding. Bij het bepalen
                                van de hoogte mag ook rekening worden gehouden met het nadeel dat de
                                samenleving ondervindt en het bestuurlijk belang bij handhaving.
                                Indien een dwangsombeschikking het ongedaan maken van meerdere
                                overtredingen omvat, dan wordt per overtreding een dwangsom opgelegd
                                en wordt per overtreding de hoogte daarvan bepaald. Het bepalen van
                                de hoogte van een dwangsom is maatwerk. </al>
              <tussenkop>
                <onderstreept>Last onder bestuursdwang</onderstreept>
              </tussenkop>
              <al>De last onder bestuursdwang zal in principe alleen aan de orde zijn
                                als er sprake is van spoedeisend belang, en/of als tevoren al
                                vaststaat dat de overtreder de overtreding niet zelf ongedaan
                                zal/kan maken en/of een eerdere last onder dwangsom niet tot
                                beëindiging van de overtreding heeft geleid. Bij de last onder
                                bestuursdwang geeft het college van B&amp;W de overtreder een last
                                of bevel om een overtreding binnen de begunstigingstermijn ongedaan
                                te maken of te beëindigen. Indien de overtreder dat niet doet, maakt
                                de gemeente de overtreding ongedaan op kosten van de overtreder. Het
                                spreekt vanzelf dat de last onder bestuursdwang een gedegen
                                voorbereiding en organisatie van de zijde van de gemeente
                                vraagt.</al>
              <tussenkop>
                <onderstreept>Begunstigingstermijn</onderstreept>
              </tussenkop>
              <al>Bij elke dwangsombeschikking wordt een begunstigingstermijn gesteld.
                                Dit is de termijn gedurende welke de overtreder de overtreding
                                ongedaan kan maken, zonder dat een dwangsom verschuldigd wordt of de
                                bestuursdwang wordt geëffectueerd. De duur van de
                                begunstigingstermijn in bestuursdwangbesluiten en
                                dwangsombeschikkingen is maatwerk. </al>
              <al>De begunstigingstermijn moet lang genoeg zijn om in redelijkheid aan
                                de last te kunnen voldoen. Voorkomen moet echter worden dat de
                                termijn zodanig lang is dat (impliciet) sprake is van het gedogen
                                van de overtreding.</al>
              <al>De lengte van de begunstigingstermijn zal mede afhangen van de vraag
                                of een overtreding eenvoudig kan worden beëindigd, of er sprake is
                                van gevaar en of de overtreding hinder of overlast veroorzaakt voor
                                derden.</al>
              <tussenkop>
                <onderstreept>Invorderen </onderstreept>
              </tussenkop>
              <al>In de beschikking waarbij een last onder dwangsom is opgelegd, wordt
                                een termijn genoemd waarbinnen de overtreder de verbeurde dwangsom
                                moet voldoen. In de praktijk komt het regelmatig voor dat de
                                overtreder de overtreding niet tijdig de opgelegde last onder
                                dwangsom nakomt. Als niet tijdig de verbeurde dwangsom betaald
                                worden zullen invorderingsmaatregelen getroffen moeten worden. De
                                bevoegdheid tot het invorderen van een dwangsom verloopt na een jaar
                                na de dag dat de dwangsom verbeurd is. Tegen de
                                invorderingsbeschikking kan bezwaar worden ingediend</al>
              <al>Indien tegen een last onder dwangsom bezwaar is ingesteld, wordt in
                                beginsel gewacht met effectuering van de betaling tot is beslist op
                                bezwaar en dit heeft geleid tot het in stand laten van de
                                beschikking. Daarbij moet tijdig en op de juiste wijze worden
                                gestuit als de verjaringstermijn van een jaar dreigt te worden
                                overschreden.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>Hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Het college van B&amp;W is bevoegd om in voorkomende gevallen af te
                                wijken van dit beleid. Daarbij kan - niet limitatief - worden
                                gedacht aan onvoorziene omstandigheden, tijdsverloop,
                                onevenredigheid, bestuurlijke wensen en maatschappelijke
                                ontwikkelingen. </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      
      <bijlage>
        <al>
          <vet>Inhoudsopgave</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Deel 1: Handhaving bouwen en strijdig gebruik van gronden en/of
                        bouwwerken</vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Regelgeving</vet>
        </al>
        <al>College van B&amp;W bevoegd gezag</al>
        <al>
          <vet>Opzet handhavingsnota</vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Doel van handhaven</vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Beginselplicht handhaven in relatie tot prioriteitenstelling</vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Afweging en prioriteitstelling</vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Maatwerkfactoren prioriteitstelling</vet>
        </al>
        <al>De urgentie om op bovengenoemde prioriteitstelling te handhaven neemt toe
                    als</al>
        <al>De urgentie om op bovengenoemde prioriteitstelling te handhaven neemt af
                    als</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Deel 2: Handhavingsstrategie</vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Toezichtstrategie</vet>
        </al>
        <al>Bouwtoezicht</al>
        <al>Vrije veldtoezicht</al>
        <al>
          <vet>Naleefstrategie</vet>
        </al>
        <al>Preventie</al>
        <al>Voorlichting</al>
        <al>Huisnummers</al>
        <al>Direct waarschuwen nieuwe geconstateerde (vermeende) overtredingen</al>
        <al>Waarschuwen eerder geconstateerde (vermeende) overtredingen</al>
        <al>
          <vet>Werkproces situaties die legaliseer zijn</vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Werkproces situaties die niet legaliseerbaar (lijken te) zijn</vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Gedoogstrategie</vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Sanctiestrategie</vet>
        </al>
        <al>Last onder dwangsom</al>
        <al>Omschrijving van de last</al>
        <al>Hoogte dwangsom</al>
        <al>Last onder bestuursdwang</al>
        <al>Begunstigingstermijn</al>
        <al>Invorderen</al>
        <al>
          <vet>Hardheidsclausule</vet>
        </al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>