<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR380948_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bodegraven-Reeuwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bodegraven-Reeuwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2015, Nr. 128824 (30-12-2015)</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=228&amp;g=2015-11-10">Gemeentewet, art. 228</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z-15-34521</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening precariobelasting 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk;</al><al/><al>gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders van 10 november 2015;</al><al/><al>gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;</al><al/><al>besluit</al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2016</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>jaar: een kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van een openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>terrasvergunning: het besluit waarbij van gemeentewege aan de belastingplichtige vergunning wordt verleend tot het hebben van een terras op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven terzake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, meer specifiek: leidingen, kabels, buizen en terrassen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie, de in artikel 2 bedoelde voorwerpen worden aangetroffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:</al><lijst><li nr="a."><al>voorwerpen, waarvoor krachtens een andere gemeentelijke belastingverordening of op grond van een overeenkomst rechten of vergoedingen aan de gemeente verschuldigd zijn;</al></li><li nr="b."><al>voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>Het tarief bedraagt:</al><lijst><li nr="1."><al>voor het hebben van leidingen, kabels en buizen per strekkende meter per jaar: € 1,26</al></li><li nr="2."><al>voor het hebben van een terras per vierkante meter:</al><lijst><li nr="a."><al>voor elke week of gedeelte van een week: € 0,00</al></li><li nr="b."><al>bij een terrasvergunning zonder tijdsbepaling of voor een jaar of langer afgegeven, per jaar: € 0,00</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Aangifte</titel></kop><al>De belastingplichtige die niet binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar is uitgenodigd tot het doen van aangifte of aan wie niet binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen een maand na het verstrijken van die zes maanden bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar een verzoek in te dienen te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Voorlopige aanslag</titel></kop><al>Na de aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de precariobelasting ver-schuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 50,-.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 50,- worden niet geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in maximaal twee gelijke termijnen. Bij betaling in twee gelijke termijnen vervalt de eerste termijn op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn vervalt twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de precariobelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De “Verordening precariobelasting 2015” van 17 december 2014 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2016, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16:</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening precariobelasting 2016'.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk, gehouden op 16 december 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>drs J.H. Rijs</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. C. van der Kamp</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>