<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR38081_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening gemeente Renkum 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Renkum</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Renkum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Veluwepost, 11-06-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening gemeente Renkum 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-06-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>12-04-2010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>openbare orde en veiligheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Algemeen Aanwijzingsbesluit APV</al><al>Regels gebruik openbare ruimte</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Algemene plaatselijke verordening (A.P.V.) van 17-12-2008.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening gemeente Renkum 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Inhoud Algemene plaatselijke verordening gemeente Renkum 2010</titel></kop><structuurtekst><al><vet><onderstreept>Blz</onderstreept></vet></al><al><onderstreept>Inhoudsopgave</onderstreept><onderstreept>1 t/m
                                6</onderstreept></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen 7</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen 7 </al><al>Artikel 1:2 Beslistermijn 7</al><al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag 7</al><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 7</al><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 7</al><al>Artikel 1:6 Intrekking of weigering van vergunning of ontheffing 7</al><al>Artikel 1:7 Vergunning of ontheffing voor onbepaalde tijd 8</al><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden 8</al><al>Artikel 1:9 Lex silencio positivo van toepassing 8</al><al>Artikel 1:10 Lex silencio positivo niet van toepassing 8</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde 9</titel></kop><structuurtekst><al><vet><cursief>Afdeling1</cursief></vet><vet><cursief> Bestrijding van
                                    ongeregeldheden</cursief></vet><vet>9</vet></al><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 9</al></structuurtekst><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging 9</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:2 Optochten (gereserveerd) 9</al><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 9</al><al>Artikel 2:4 Afwijking termijn (vervallen) 9</al><al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens (vervallen) 9</al><al><vet><cursief>Afdeling3</cursief></vet><vet><cursief> Verspreiden
                                        van gedrukte
                                    stukken</cursief></vet><vet>10</vet></al><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of </al><al> gedrukte stukken of afbeeldingen 10</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg 10</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. (gereserveerd) 10 </al><al>Artikel 2:8 Dienstverlening (gereserveerd) 10</al><al>Artikel 2:9 Straatartiest 10</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg 10</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:10 Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg 10</al><al>Artikel 2:11 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
                                10</al><al>Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 11</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg 11</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid 11</al><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes 11</al><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of voorwerp (gereserveerd)
                                12</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. 12</al><al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. 12</al><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen 12</al><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp (gereserveerd)
                                12</al><al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen (gereserveerd) 12</al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 12</al><al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn 12</al><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 12</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen 14</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:24 Begripsbepaling 14</al><al>Artikel 2:25 Evenement 14</al><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring 14</al><al>Artikel 2:26a Evenementen 14</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen 15</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen 15</al><al>Artikel 2:28 Terrassen 15</al><al>Artikel 2:29 Sluitingstijd 15</al><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingtijd; tijdelijke sluiting 16</al><al>Artikel 2:31 Verboden gedragingen 16</al><al>Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen 16</al><al>Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan 16</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van</titel></kop><structuurtekst><al><vet><cursief>nachtverblijf</cursief></vet><vet>16</vet></al><al>Artikel 2:35 Begripsbepalingen 16</al><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie 16</al><al>Artikel 2:37 Nachtregister (gereserveerd) 16</al><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister 16</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden 17</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden 17</al><al>Artikel 2:40 Speelautomaten 17</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid 17</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 17</al><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden 18</al><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. 18</al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 18</al><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. 18</al><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. 18</al><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 18</al><al>Artikel 2:47a Verplichte route 19</al><al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 19 </al><al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen 19</al><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                ruimten 19</al><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. 19</al><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt- en
                                kermisterrein e.d.</al><al> (vervallen) 19</al><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen 19</al><al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur (gereserveerd) 20</al><al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren (gereserveerd) 20</al><al>Artikel 2:56 Alarminstallaties (gereserveerd) 20</al><al>Artikel 2:57 Loslopende honden 20</al><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 20</al><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 20</al><al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 21</al><al>Artikel 2:61 Wilde dieren (gereserveerd) 21</al><al>Artikel 2:62 Loslopend vee 21</al><al>Artikel 2:63 Duiven 21</al><al>Artikel 2:64 Bijen 21</al><al>Artikel 2:65 Eikenprocessierupsen 22</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>(vervallen)</cursief><vet>22</vet></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk 22</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen 22</al><al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens
                                de </al><al> Verkoopdagen (vervallen) 22</al><al>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                jaarwisseling 22</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast 22</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat 22</al><al>Artikel 2:74a Drugsgebruik op straat 22</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en</titel></kop><structuurtekst><al><vet><cursief> cameratoezicht op openbare
                                    plaatsen</cursief></vet><vet>23</vet></al><al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding 23</al><al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden 23</al><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen 23</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d. 24</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen 24</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen 24</al><al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan 24</al><al>Artikel 3:3 Nadere regels 24</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke
                                24</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen 24</al><al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder 25</al><al>Artikel 3:6 Sluitingstijden 25</al><al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                sluiting 26</al><al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                beheerder 26</al><al>Artikel 3:9 Straatprostitutie 26</al><al>Artikel 3:10 Sekswinkels 26</al><al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                erotisch-</al><al> pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 26</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden 27</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:12 Beslissingstermijn 27</al><al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden 27</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer 27</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie 27</al><al>Artikel 3:15 Wijziging beheer 27</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en</titel></kop><structuurtekst><al><vet><onderstreept>zorg voor het uiterlijk aanzien van de
                                    gemeente</onderstreept></vet><vet><onderstreept>28</onderstreept></vet></al></structuurtekst><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting 28</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen 28</al><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 28</al><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten 28</al><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten (gereserveerd)
                                29</al><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek 29</al><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder 30</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg en milieuverontreiniging 30</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:7 Straatvegen 30</al><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen 30</al><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare </al><al> riolen en putten buiten gebouwen 30</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Gereserveerd (Het bewaren van houtopstanden) 30</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast 30</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.
                                30</al><al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen
                                (gereserveerd) 31</al><al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 31</al><al>Artikel 4:16 Vergunningplicht lichtreclame (gereserveerd) 31</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen 31</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:17 Begripsbepaling 31</al><al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
                                31</al><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen 31</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Bescherming van flora en fauna 31</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:20 Bescherming groenvoorzieningen 31</al><al>Artikel 4:21 Beschermde planten; hout sprokkelen 31</al><al>Artikel 4:22 Bosstrooisel en paddestoelen 32</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Schoonmaakactiviteiten door middel van stralen of</titel></kop><structuurtekst><al><vet><cursief>
                                    reinigen</cursief></vet><vet>32</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:23</nr><titel>Begripsbepalingen 32</titel></kop><al>Artikel 4:24 Verbodsbepaling 32</al><al>Artikel 4:25 Melding 33</al><al>Artikel 4:26 Uitzonderingen 33</al><al>Artikel 4:27 Verhouding met andere artikelen uit deze verordening
                                33</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente 34</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen 34</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen 34</al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. 34</al><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen 34</al><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen 34</al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken 34</al><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. 34</al><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen 35</al><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen 35</al><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen 35</al><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen </al><al> (gereserveerd) 35</al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 35</al><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets 35</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren 35</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen 35</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten 36</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling 36</al><al>Artikel 5:15 Ventverbod 36</al><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting 36</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen 37</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling 37</al><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 37</al><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende 37</al><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 37</al><al>Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht 37</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten 37</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:22 Begripsbepaling 37</al><al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 37</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water 37</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 37</al><al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen 38</al><al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats 38</al><al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats 38</al><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken 38</al><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen 38</al><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water 38</al><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen 39</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer</titel></kop><structuurtekst><al><vet><cursief> in
                                    natuurgebieden</cursief></vet><vet>39</vet></al><al>Artikel 5:32 Crossterreinen 39</al><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 39</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken 40</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen
                                of </al><al> anderszins vuur te stoken 40</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as 40</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:35 Begripsbepaling 40</al><al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen 40</al><al>Artikel 5:37 Hinder of overlast 40</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Detectorverbod 41</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:38 Mijndetector e.d. 41</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen 42</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 6:1 Strafbepaling 42</al><al>Artikel 6:2 Toezichthouders 42</al><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen 42</al><al>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening
                            42</al><al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling 42</al><al>Artikel 6:6 Citeertitel 42</al><al><vet>Algemene plaatselijke verordening gemeente Renkum
                            2010</vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b;</al></li><li nr="b."><al>Weg: de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van
                                    de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>Openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="d."><al>Bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
                                    tweede lid, van de Wegenwet;</al></li><li nr="e."><al>Rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="f."><al>Bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening gemeente Renkum;</al></li><li nr="g."><al>Gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet;</al></li><li nr="h."><al>Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de
                                aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor de
                                beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3:4,
                                eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste twaalf weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><al>1.Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing
                            kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften
                            en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de
                            belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.</al><al>2 Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing
                            is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en
                            beperkingen na te komen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                            daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is door het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Vergunning of ontheffing voor onbepaalde tijd</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden
                            geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Lex silencio positivo van toepassing</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><lijst><li nr="·"><al>Artikel 2:9 Ontheffing van het verbod optreden als
                                    straatartiest; </al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:23 Vergunning organisatie snuffelmarkt: </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:10</nr><titel>Lex silencio positivo niet van toepassing</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><lijst><li nr="·"><al>Artikel 2:25 Vergunning evenementen;</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:28 Terrasvergunning;</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:39 Exploitatievergunning speelgelegenheid;</al></li><li nr="·"><al>Artikel 3:4 Vergunning seksinrichting;</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:18 Ontheffing van het verbod tot recreatief
                                    nachtverblijf buiten kampeerterreinen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij enig voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegd gezag in het belang van
                                    de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden
                                    zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                        betoging te houden, geeft daarvan voor de openbare
                                        aankondiging ervan en ten minste 48 uur voordat de betoging
                                        wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de
                                        burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                                tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en
                                                de plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                                samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal
                                                treffen om een regelmatig verloop te</al></li></lijst></li></lijst><al>bevorderen.</al><lijst><li nr="3."><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                        waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></li><li nr="4."><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving door
                                        terugrekening valt op een vrijdag na 12.00 uur, een
                                        zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt
                                        dit tijdstip geacht te vallen op 12.00 uur op de aan de dag
                                        van die kennisgeving voorafgaande werkdag.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                        eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                        kennisgeving in behandeling nemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(vervallen, opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al> (vervallen, opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op of aan door het college aangewezen openbare
                                    plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al> (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:9 Straatartiest e.d.</al><al>1 Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op
                                te treden op of aan door de burgemeester aangewezen openbare
                                plaatsen.</al><lijst><li nr="2."><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke functie ervan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:</al><lijst><li nr="a."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar
                                            oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                            doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
                                    orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten
                                    aanzien van het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:28;</al></li><li nr="c."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:19.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement
                                    Gelderland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><al>1.Het is verboden zonder vergunning van het college een weg aan te
                                leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of
                                te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of
                                anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een
                                weg.</al><al>2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg mede
                                verstaan alle niet-openbare ontsluitingswegen van gebouwen.</al><al>3.Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                uitvoeren van hun publieke taak.</al><al>4 Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur, het Provinciaal
                                wegenreglement Gelderland, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                gebaseerde gemeentelijke Telecommunicatieverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college:</al><lijst><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                            uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                            weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan een vergunning als bedoeld in
                                    het eerste lid worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                            omgeving;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de
                                            gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994,
                                    de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement
                                    Gelderland.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>1.Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg te
                                werpen, uit te storten of te laten lopen.</al><al>2 Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder
                                4, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                Wegenverkeerswet 1994.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                    beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                    winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam
                                    van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in de
                                    omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare plaats
                                    achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zich met een winkelwagentje op de weg te
                                    bevinden buiten de onmiddellijke omgeving van het bedrijf als
                                    bedoeld in het eerste lid of, indien het bedrijf is gelegen in
                                    een winkelcentrum, buiten de onmiddellijke omgeving van dat
                                    winkelcentrum. Als onmiddellijke omgeving van het bedrijf of
                                    winkelcentrum wordt aangemerkt de weg of het weggedeelte,
                                    grenzende aan dat bedrijf of dat winkelcomplex en tevens een aan
                                    die weg of dat weggedeelte aansluitende parkeerplaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden een winkelwagentje dat is gebruikt op de weg,
                                    onbeheerd daarop achter te laten anders dan op een daartoe
                                    aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of voorwerp</titel></kop><al> (gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><al>1.Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al><al>2 Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder
                                1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><al>1.Het is verboden te roken in bossen, op heide- of veengronden of
                                binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende de door het
                                college aangewezen periode.</al><al>2 Het is verboden in bossen, op heide- of veengronden of binnen een
                                afstand van honderd meter daarvan, voorzover het de open lucht
                                betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te
                                werpen of te laten liggen.</al><lijst><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                        voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                        Strafrecht.</al></li><li nr="4"><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                        voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende,
                                        als tuin ingerichte, erven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al> (gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al> (gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk, voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet
                                    1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet
                                    Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al>1.Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden
                                van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee
                                meter te plaatsen of te hebben.</al><al>2 Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al><al>3.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten die
                                deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                                beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                                verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren
                                                of in gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                                veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde
                                                ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te
                                                beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                                daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></li></lijst></li></lijst><al>2 Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                                Vaarwegenverordening Gelderland.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                            verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li><li nr="e."><al>een klein evenement.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder klein evenement wordt verstaan een eendaags evenement dat
                                    niet of slechts in zeer ondergeschikte mate een commerciële
                                    doelstelling heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150
                                            personen, en;</al></li><li nr="b."><al>het evenement op een doordeweekse dag of een zaterdag
                                            tussen 09.00 en 23.00 uur plaatsvindt dan wel op een
                                            zondag tussen 13.00 en 23.00 plaatsvindt, en;</al></li><li nr="c."><al>niet langer dan tot 22.30 uur live en/of versterkte
                                            muziek ten gehore wordt</al><al> gebracht, en;</al></li><li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                            (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een
                                            belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten,
                                            en;</al></li><li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 25 m<sup>2</sup> per object,
                                            en;</al></li><li nr="f."><al>er een organisator is, en;</al></li><li nr="g."><al>de organisator binnen 10 werkdagen voorafgaand aan het
                                            evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                            burgemeester.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de
                                    melding besluiten het organiseren van het evenement als bedoeld
                                    in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare
                                    orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu
                                    in gevaar komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor een feest,
                                    muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg, voorzover in
                                    het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto
                                    148, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26a</nr><titel>Evenementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bij evenementen onnodig op te dringen, door
                                    uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden of
                                    wanordelijkheden te veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden bij evenementen messen, knuppels, slagwapens of
                                    andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op een
                                    zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of veiligheid
                                    in gevaar komt of kan komen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor wapens,
                                    behorend tot de categorie I, II, III en IV van de Wet Wapens en
                                    munitie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Eenieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van
                                    ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare
                                    orde en veiligheid terstond en stipt op te volgen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke,
                                        besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                        zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken
                                        worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
                                        consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een openbare
                                        inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel,
                                        restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek,
                                        buurthuis of clubhuis. Onder openbare inrichting wordt
                                        tevens verstaan een bij deze inrichting behorend terras en
                                        andere aanhorigheden.</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                        inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid
                                        kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen
                                        worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen
                                        worden bereid of verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Terrassen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een terras te exploiteren zonder vergunning van
                                    de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het terras in strijd is met een ter plaatse geldend
                                            bestemmingsplan.</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager niet voldoet aan de in het Besluit eisen
                                            zedelijk gedrag Drank-en Horecawet 1999 gestelde eisen
                                            ten aanzien van het zedelijk gedrag van leidinggevenden,
                                            of;</al></li><li nr="c."><al>redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke
                                            toestand niet met het in de aanvraag voor de vergunning
                                            vermelde in overeenstemming zal zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning
                                    geheel of gedeeltelijk weigeren:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                            gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
                                            het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="c."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van het
                                            horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze
                                            nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van een
                                            terras bij het horecabedrijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de toepassing van de in het derde lid, sub c, genoemde
                                    weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter
                                    van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is
                                    gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting
                                    en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
                                    blootstaat of bloot zal komen te staan door het terras.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><al>1.Het is de exploitant verboden de openbare inrichting voor
                                bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de openbare inrichting
                                te laten verblijven:</al><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 07.00 uur, en op
                                zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 07.00 uur
                                (sluitingstijd).</al><lijst><li nr="2."><al>Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers
                                        geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten
                                        verblijven na sluitingstijd.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan door middel van een besluit andere
                                        sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare
                                        inrichting of een daartoe behorend terras.</al></li><li nr="4."><al>Het eerste en derde lid zijn niet van toepassing in die
                                        situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is
                                        voorzien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen
                                    tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk
                                    sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties waarin
                                    artikel 13b van de Opiumwet voorziet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting </al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden gedurende de tijd dat de inrichting
                                        krachtens artikel 2:29 of ingevolge een op grond van artikel
                                        2:30 genomen besluit gesloten dient te zijn;</al></li><li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen
                                        die geen gebruik maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn
                                        op het terras.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet, treedt het college voor de toepassing van artikel 2:28
                                tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr></kop><al> (gereserveerd)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de
                                kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende
                                van die inrichting volledig en naar waarheid naam, adres,
                                woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van
                                aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1,
                                            onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het tweede lid
                                    weigeren dan wel intrekken in het geval en onder voorwaarden
                                    bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
                                    integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><al>1.In dit artikel wordt verstaan onder:</al><al>a Wet: de Wet op de kansspelen</al><al>b speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de
                                Wet;</al><al>c kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van
                                de Wet;</al><al>d hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                onder d, van de Wet;</al><al>e laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                onder e, van de Wet.</al><lijst><li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee
                                        speelautomaten toegestaan, waarvan maximaal twee
                                        kansspelautomaten.</al></li><li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee
                                        speelautomaten toegestaan, met dien verstande dat
                                        kansspelautomaten in het geheel niet zijn toegestaan.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de
                                        Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek
                                        toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                        behorend erf te betreden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                        gesloten woning, een niet voor het</al></li></lijst><al>publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal
                                behorend erf, een </al><al>voor publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                betreden.</al><lijst><li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in
                                        de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                        is.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede
                                        lid bedoelde verboden ontheffing te verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te
                                        bekrassen of te bekladden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                        rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                                aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op
                                                andere wijze aan te brengen of te doen
                                                aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof een
                                                afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen
                                                of te doen aanbrengen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></li></lijst><al>4 Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en bekendmakingen.</al><lijst><li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden
                                        te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking
                                        mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                        bekendmakingen.</al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                        toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                        diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij
                                    zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer,
                                    kleur- of verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats te vervoeren of bij zich
                                    te hebben: lopers, valse sleutels, touwladders, lantaarns of
                                    enig ander gereedschap, voorwerp of middel, dat ertoe kan dienen
                                    zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te
                                    verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken,
                                    diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken
                                    van sporen te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                    niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op de weg in de nabijheid van winkels te
                                    vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk
                                    toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te
                                    vergemakkelijken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in derde lid gestelde verbod is niet van toepassing indien
                                    redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid bedoelde
                                    voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                ontheffing van het college zich te </al><al>bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken,
                                wandelplaatsen, plantsoenen,</al><al>groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of
                                paden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement
                                    Gelderland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op
                                            een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                            weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder wordt
                                            veroorzaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47a</nr><titel>Verplichte route</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de door de burgemeester aangewezen groepen van personen
                                    verboden op door hem aangewezen tijdstippen van een door hem
                                    aangewezen route af te wijken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                    lid gestelde verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank- en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo’n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een
                                openbaarvervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al> (vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                    bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze
                                    woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te
                                    bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of
                                    woonschip bevindende persoon te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al> (gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen en buiten de bebouwde kom op de weg of in
                                            openbaar water zonder dat die hond aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door de raad aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="c."><al>op de weg of in de gemeentelijke bossen zonder voorzien
                                            te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk
                                            dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde verbod, onder a, geldt niet voor
                                    de in de verschillende dorpen van de gemeente Renkum zogeheten
                                    hondenlosloopgebieden, aangewezen door het college. Voorts geldt
                                    het verbod evenmin voor de gemeentelijke bos- en
                                    natuurterreinen, mits de eigenaar of houder van een hond die
                                    hond binnen zijn gezichtsveld op de paden laat verblijven en
                                    niet in de bosvakken. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden voorts
                                    niet, voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege
                                    zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een
                                    eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                    opleidt tot geleidehond.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Daar, waar het in het eerste lid genoemde verbod niet geldt,
                                    dient de hond altijd onder toezicht of geleide te zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al><lijst><li nr="a."><al>op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede
                                            bestemd voor het verkeer van voetgangers;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide;</al></li><li nr="c."><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op
                                    het terrein van een ander:</al><lijst><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de
                                            eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die
                                            hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod
                                            in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
                                            vindt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf
                                            nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft
                                            bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk
                                            acht en een aanlijn- en muilkorfgebod in verband met het
                                            gedrag van die hond noodzakelijk vindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder c,
                                    geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond
                                    voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>muilkorf:een muilkorf vervaardigd van stevige kunststof,
                                            of van stevig leer of van beide stoffen, die door middel
                                            van een stevige leren riem rond de hals zodanig is
                                            aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens
                                            niet mogelijk is en die zodanig is ingericht dat de
                                            drager geen mens of dier kan bijten, dat de afgesloten
                                            ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek
                                            toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn;</al></li><li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met
                                            een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet
                                            langer is dan 1,50 meter.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                    opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                    verboden is daarbij aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben; of</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door hen gestelde regels; of</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                    aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een
                                    groter aantal dan door het college is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>(Gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in
                                    een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart
                                    en 1 juni.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gesteld gebod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    ophokverordening Gelderland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bijen te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of
                                                andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van dertig meter van de weg.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op
                                        een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of
                                        kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte
                                        of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en
                                        invliegen van de bijen te voorkomen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod
                                        geldt niet voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de
                                        woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></li></lijst><al>4 Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                het Provinciaal wegenreglement Gelderland. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Eikenprocessierupsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, hetzij bij openbare bekendmaking van het
                                        gehele gebied van de gemeente of van bepaalde delen daarvan,
                                        hetzij bij persoonlijke kennisgeving aan de rechthebbende
                                        van een of meer bepaalde percelen mededelen, dat zij het
                                        noodzakelijk acht, dat aldaar in bomen of ander houtgewas
                                        voorkomende rupsen en rupsennesten verwijderd en vernietigd
                                        worden voor een bij die kennisgeving bepaalde datum.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende op percelen binnen die openbare
                                        kennisgeving aangewezen gebieden of van de in de
                                        persoonlijke kennisgeving aangeduide percelen is verplicht
                                        voor de door het college</al></li></lijst><al>bepaalde datum te zorgen, dat de in bomen of ander houtgewas op zijn
                                perceel voorkomende</al><al>rupsen en rupsennesten verwijderd en vernietigd zijn.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><structuurtekst><al>(vervallen)</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder vuurwerk:</al><al>Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74a</nr><titel>Openlijk drugsgebruik</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een openbare plaats of in een voor publiek
                                toegankelijk gebouw, middelen</al><al>als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe
                                te dienen, dan wel</al><al>voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik
                                voorwerpen en/of stoffen</al><al>voorhanden te hebben.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:19, 2:47,
                                2:48, 2:49, 2:50, 2:73 of 5:34 van de Algemene plaatselijke
                                verordening gemeente Renkum 2009 groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste
                                    lid eveneens ten aanzien van parkeerplaatsen.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie</titel></kop><structuurtekst><al><vet>e.d.</vet></al></structuurtekst><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>prostitutie:</cursief> het zich beschikbaar stellen
                                        tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander
                                        tegen vergoeding;</al></li><li nr="b."><al><cursief>prostituee:</cursief> degene die zich beschikbaar
                                        stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een
                                        ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="c."><al><cursief>seksinrichting:</cursief> de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen
                                        worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische
                                        aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk
                                        geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                        sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf
                                        waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan
                                        niet in combinatie met elkaar;</al></li><li nr="d."><al><cursief>escortbedrijf:</cursief> de natuurlijke persoon,
                                        groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt
                                        die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt
                                        uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al><cursief>sekswinkel: </cursief>de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen
                                        van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al><cursief>exploitant:</cursief> de natuurlijke persoon of
                                        personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een
                                        seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel
                                        exploiteren, en de tot vertegenwoordiging van die
                                        rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon
                                        of personen;</al></li><li nr="g."><al><cursief>beheerder:</cursief> de natuurlijke persoon of
                                        personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent,
                                        dan wel uitoefenen, in een seksinrichting of
                                        escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al><cursief>bezoeker:</cursief> degene die aanwezig is in een
                                        seksinrichting, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2 van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder <cursief>bevoegd
                                    bestuursorgaan:</cursief> het college of, voorzover het betreft
                                voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als
                                bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
                                            Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                            wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                            bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                            eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                            toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot
                                            een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste
                                            lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan
                                            wel mede wegens overtreding van:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de
                                    Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                    vreemdelingen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met
                                    249, 250a (oud), 250, 273f, 300 tot en met 303, 416, 417,
                                    417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                    Strafrecht;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
                                    artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                    1994;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op
                                    de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan € 375 bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem terzake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                    verblijven:</al><lijst><li nr="a."><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 en 07.00
                                            uur;</al></li><li nr="b."><al>op zaterdag en zondag tussen 02.00 en 07.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of
                                        op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit
                                        te nodigen dan wel aan te lokken.</al></li><li nr="2."><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid
                                        gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden
                                        gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                        verwijderen.</al></li></lijst><al>Artikel 3:10 Sekswinkels</al><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen,</titel></kop><al><vet>afbeeldingen en dergelijke</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden
                                        daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen,
                                        gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                        erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen,
                                        aan te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de
                                                rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van
                                                tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de
                                                openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar
                                                brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                                bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of
                                                de woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                        opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken
                                        dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van
                                        gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                        van de Grondwet.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning als bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling
                                    bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd in het
                                    belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan de vergunning weigeren danwel intrekken in
                                    het geval en onder voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet
                                    bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                    bestuur.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon</titel></kop><structuurtekst><al><vet>en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente</vet></al></structuurtekst><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen.</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet Geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer van de volgende kernen: Oosterbeek, Renkum, Wolfheze,
                                    Doorwerth, Heelsum of Heveadorp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, mag tijdens collectieve festiviteiten 20 dB(A) meer
                                    zijn dan de reguliere norm, gemeten op de gevel van gevoelige
                                    gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening - uiterlijk om 01.00 uur te worden
                                    beëindigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 4 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn mits de houder van de inrichting ten minste twee
                                    weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in
                                    kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 4
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, mag tijdens incidentele festiviteiten 10 dB(A) meer
                                    zijn dan de reguliere norm, gemeten op de gevel van
                                    geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening - uiterlijk om 01.00 uur beëindigd. De
                                    geluidsnorm is exclusief 10 dB(A) aftrek vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zevende lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                        bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid
                                        van het Besluit, binnen inrichtingen is de onder e.
                                        opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
                                                aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de
                                                gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen
                                                toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren
                                                of doen uitvoeren van geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook
                                                gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het
                                                terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen,
                                                voor zover het woningen betreft, gelden in
                                                geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld
                                                in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt
                                                toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel</al></li></lijst></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="35*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="21*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="23*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="21*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>7.00 – 19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>19.00 – 23.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>23.00 – 7.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Voor de duur van 10 uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. Indien versterkte
                                        elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen,
                                        wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en
                                        is het Besluit van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 en of artikel
                                        4:3 van deze verordening van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in
                                    werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige
                                    wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder
                                    wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening Gelderland.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem- weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen en buiten de bebouwde kom op een openbare
                                plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde
                                plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen
                                    en putten buiten</titel></kop><al><vet>gebouwen</vet></al><al>Sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al><al><vet>Afdeling 3</vet><vet> Het bewaren van houtopstanden
                                </vet>(gereserveerd)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                    een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                    openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                                    plaatsen of aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                    tweede lid nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet op de Ruimtelijke
                                    Ordening of de Provinciale milieuverordening Gelderland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40
                                van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:18, eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Bescherming van flora en fauna</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:20</nr><titel>Bescherming groenvoorzieningen</titel></kop><al>Het is in een voor publiek toegankelijk park of plantsoen of bossen,
                                in eigendom en beheer van de gemeente, of in bij de gemeente in
                                onderhoud zijnde groenstroken, grasperken of bloembakken verboden
                                enige schade toe te brengen aan een boom of een bloem- of
                                heesterperk dan wel aldaar bloemen te plukken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:21</nr><titel>Beschermde planten; hout sprokkelen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>plaatsen aan te wijzen waar het ter bescherming van
                                                het natuur-, landschaps- of dorps-/stadsschoon
                                                verboden is daarbij aangeduide bloemen of planten te
                                                plukken of bij zich te hebben;</al></li><li nr="b."><al>bosgebieden of gedeelten daarvan aan te wijzen waar
                                                het om redenen van milieubeheer verboden is hout te
                                                sprokkelen of gesprokkeld hout bij zich te
                                                hebben.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een, door het college, krachtens het
                                        eerste lid, aangewezen plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>de daarbij aangeduide bloemen of planten te plukken,
                                                bij zich te hebben dan wel</al></li><li nr="b."><al>hout te sprokkelen of gesprokkeld hout bij zich te
                                                hebben.</al></li></lijst></li></lijst><al>3 Het in dit artikel bepaalde geldt niet:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van door of met toestemming van de rechthebbende
                                        ter plaatse verkregen dan wel van elders afkomstige bloemen
                                        of planten of hout;</al></li><li nr="b."><al>indien de in dit artikel bedoelde handelingen worden
                                        verricht in het kader van normale
                                        onderhoudswerkzaamheden;</al></li><li nr="c."><al>voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door de Flora- en Faunawet of de Natuurbeschermingswet.</al><lijst><li nr="4."><al>Het in het tweede lid, aanhef en onder b, bepaalde
                                                geldt voorts niet:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>ten aanzien van hout dat afkomstig is van houtopstanden, die
                                        op grond van het bepaalde in de geldende gemeentelijke
                                        bomenverordening mogen worden geveld zonder voorafgaande
                                        vergunning van het college;</al></li><li nr="b."><al>ten aanzien van hout dat moet worden verwijderd krachtens
                                        een verordening van het Bosschap.</al><lijst><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het
                                                tweede lid gestelde verbod.</al></li><li nr="6."><al>Onder sprokkelen van hout wordt in dit artikel
                                                verstaan: het verzamelen en verwijderen van staand
                                                of losliggend, vermolmd dan wel uitdrogend dood
                                                hout.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:22</nr><titel>Bosstrooisel en paddestoelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>het in de bossen gevormde bosstrooisel te
                                            verwijderen;</al></li><li nr="b."><al>paddestoelen of varens van hun groeiplaats te
                                            verwijderen of bij zich te hebben.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid onder b bepaalde geldt niet indien
                                    genoemde handelingen betrekking hebben op paddestoelen, gekweekt
                                    in tuinen en kwekerijen, of voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Flora- en Faunawet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Schoonmaakactiviteiten door middel van stralen of
                                reinigen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:23</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>stralen: droog- of semi-droogstralen;</al></li><li nr="b."><al>reinigen: al of niet onder hoge druk reinigen met water met
                                        of zonder voorbehandeling van te behandelen gebouwen,
                                        bouwwerken of wegen;</al></li><li nr="c."><al>droogstralen: het mechanisch reinigen van gebouwen,
                                        bouwwerken of wegen door middel van het onder druk spuiten
                                        van vaste stoffen zonder toevoeging van water;</al></li><li nr="d."><al>semi-droogstralen: het mechanisch reinigen van gebouwen,
                                        bouwwerken of wegen door middel van het onder druk spuiten
                                        van vaste stoffen met toevoeging van water en het vervolgens
                                        schoonspuiten;</al></li><li nr="e."><al>hogedruk reinigen: het reinigen van gebouwen, bouwwerken of
                                        wegen door middel van het onder druk spuiten van water,
                                        zonder toevoegingen;</al></li><li nr="f."><al>hogedruk reinigen met voorbehandeling object: het reinigen
                                        van gebouwen, bouwwerken of wegen door middel van het
                                        opbrengen van een stof met een chemische of fysische werking
                                        en het vervolgens onder druk schoonspuiten;</al></li><li nr="g."><al>wet: Wet milieubeheer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:24</nr><titel>Verbodsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schoonmaakactiviteiten door middel van stralen
                                    of reinigen uit te voeren:</al><lijst><li nr="a."><al>in een milieubeschermingsgebied zoals aangewezen in de
                                            Provinciale milieuverordening Gelderland;</al></li><li nr="b."><al>- op werkdagen buiten de periode van 07.00 uur tot 19.00
                                            uur;</al><lijst><li nr="-"><al>op zaterdag of zondag;</al></li><li nr="-"><al>op algemeen erkende feestdagen;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>gedurende meer dan tien, al dan niet volledige,
                                            werkdagen binnen een tijdsbestek van zes maanden;</al></li><li nr="d."><al>in nader door het collegebij openbare
                                            kennisgeving aan te wijzen situaties.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                    verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:25</nr><titel>Melding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor andere dan in artikel 4:24 bedoelde schoonmaakactiviteiten
                                    door middel van stralen of reinigen kan worden volstaan met een
                                    melding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een melding, zoals bedoeld in het eerste lid, geschiedt
                                    tenminste twee werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden aan
                                    het collegedoor middel van een standaard
                                    meldingsformulier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kannadere regels stellen met betrekking
                                    tot het stralen of reinigen of de activiteiten die hiermee
                                    samenhangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:26</nr><titel>Uitzonderingen</titel></kop><al>Het in artikel 4:24 en artikel 4:25, eerste en tweede lid, gestelde
                                geldt niet indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de schoonmaakactiviteit door particulieren, anders dan
                                        bedrijfsmatig, wordt uitgevoerd;</al></li><li nr="b."><al>voor de schoonmaakactiviteit door middel van stralen of
                                        reinigen reeds een vergunning op basis van de wet is
                                        verleend;</al></li><li nr="c."><al>een gemeentelijke instelling of een bedrijf als gevolg van
                                        een ongewoon voorval een gebouw, bouwwerk of weg in het
                                        belang van de verkeersveiligheid of bij verstoring van de
                                        openbare orde terstond moet reinigen of stralen.
                                        Laatstgenoemde werkzaamheden moeten zo spoedig mogelijk,
                                        doch uiterlijk vóór de aanvang van de werkzaamheden worden
                                        gemeld bij de milieu-klachtentelefoon van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:26</nr><titel>Verhouding met andere artikelen uit deze verordening</titel></kop><al>De artikelen 4:6 (geluidhinder) en van deze verordening zijn niet
                                van toepassing op stralen en reinigen zoals bedoeld in deze
                                afdeling.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding</titel></kop><structuurtekst><al><vet>der gemeente</vet></al></structuurtekst><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder a1,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                        gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                        slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                                toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een
                                                cirkel met een straal van 25 meter met als
                                                middelpunt een van deze voertuigen; dan wel</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te
                                                gebruiken.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                        verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                                lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren
                                                van personen tegen betaling.</al></li></lijst></li></lijst><al>3 Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet
                                gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                        worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen,
                                        zulks gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt
                                        voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in het
                                        eerste lid genoemde persoon.</al><lijst><li nr="4."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde
                                                verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van dit verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen of te
                                    hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat rijtechnisch
                                    in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk
                                    verwaarloosde toestand verkeert.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of
                                        anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt
                                        gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te
                                                plaatsen of te hebben op een door het college
                                                aangewezen weg;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te
                                                parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                                voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid, aanhef en onder a, gestelde verbod, indien dit naar
                                        zijn oordeel niet buitensporig is met het oog op de
                                        verdeling van beschikbare parkeerruimte of niet schadelijk
                                        is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst><al>3 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                caravan- en tentenverordening, het Provinciaal wegenreglement of de
                                provinciale landschapsverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte
                                        van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college
                                        aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                        voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op
                                        een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar
                                        zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                        beschikbare parkeerruimte.</al></li></lijst><al>3 Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van
                                maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.</al><al>4.Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                verboden ontheffing verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al> (gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te
                                        doen of te laten staan in een park of plantsoen of bos of
                                        een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                        groenstrook.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                                door of vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is
                                                ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn
                                                bestemd.</al></li></lijst></li></lijst><al>3 Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                                belang van het uiterlijk aanzien </al><al>van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter
                                voorkoming van schade aan de </al><al>openbare gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd
                                buiten de daarvoor bestemde </al><al>ruimten of plaatsen te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                        daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                        verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook
                                        worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij
                                        het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                                        indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
                                        gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een
                                        liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li></lijst><al>3 Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                gehouden wordt.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                            degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                            snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22 van deze
                                            verordening.</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17 van deze
                                            verordening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag
                                    tussen 20.00 en 07.30 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van
                                    de Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al><lijst><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen,
                                    zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld
                                            in artikel 160, eerste lid onder h, van de
                                            Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                            2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van
                                            redelijke welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                                            redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
                                            in gevaar komt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al> (vervallen)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd als sprake is van strijd met het
                                    bestemmingsplan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                        verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of
                                        boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te
                                        hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving,
                                        constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor
                                        de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het
                                        doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering
                                        vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het
                                        openbaar water.</al></li><li nr="2."><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een
                                        ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven
                                        openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee
                                        weken tevoren een melding aan het college.</al></li></lijst><al>3 De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van
                                de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                voorwerp.</al><al>4.Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in de daarin
                                geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
                                de Provinciale Vaarwegenverordening Gelderland, de
                                Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                Telecommunicatieverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen
                                        of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig
                                        beschikbaar te stellen op door het college aangewezen
                                        gedeelten van openbaar water.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar
                                        stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op
                                        niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van
                                        openbaar water:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                                orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en
                                                het aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                                vaartuigen.</al></li></lijst></li></lijst><al>3 Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
                                de Provinciale Vaarwegenverordening Gelderland of de Provinciale
                                landschapsverordening Gelderland.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                        bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een
                                        vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen,
                                        veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de
                                        openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne
                                        en het aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                        vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot
                                        het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                        volgen.</al></li></lijst><al>3 Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
                                de Provinciale Vaarwegenverordening Gelderland of de Provinciale
                                landschapsverordening Gelderland.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid,
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement
                                    of de Provinciale Vaarwegenverordening Gelderland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    Vaarwegenverordening Gelderland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in</titel></kop><structuurtekst><al><vet>natuurgebieden</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                        motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel
                                            <cursief>z</cursief>, of een bromfiets als bedoeld in
                                        artikel 1, onderdeel <cursief>i</cursief>, of een snorfiets
                                        als bedoeld in artikel 1, onderdeel <cursief>af</cursief>
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, of
                                        een fiets of een paard of een aangespannen wagen, een
                                        wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een
                                        trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel
                                        daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een
                                        bromfiets of een snorfiets of een fiets of een paard of een
                                        aangespannen wagen met het kennelijke doel daartoe aanwezig
                                        te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet
                                        van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het
                                        gebruik van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                                overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                                aanzien van de omgeving en ter bescherming van
                                                andere milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers
                                                van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en
                                                ritten of van het publiek.</al></li></lijst></li></lijst><al>3 Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het
                                Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                        natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief
                                        gebruik beschikbare terreinen, zoals gemeentelijke bossen,
                                        te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig als
                                        bedoeld in artikel 1, onder <cursief>z</cursief>, of een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder
                                            <cursief>i</cursief>, of een snorfiets als bedoeld in
                                        artikel 1, onder <cursief>af </cursief>van het Reglement
                                        verkeersregels en verkeerstekens 1990, of een fiets of een
                                        paard of een aangespannen wagen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het
                                        eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan
                                        daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                        terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                                milieuwaarden;</al></li></lijst></li></lijst><al>c in het belang van de veiligheid van het publiek.</al><al>3 Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                        hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                        lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de
                                        minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                        hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                        exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                        bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                        wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden,huurders en pachters van
                                        percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                        eerste lid bedoeld ;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging
                                        van de onder d bedoelde personen.</al><lijst><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts
                                                niet:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van
                                        de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de provinciale verordening
                                        ‘Stiltegebieden’ aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                        motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                        aangewezen als ‘toestel’.</al></li></lijst><al>5 Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te</titel></kop><al><vet>stoken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                        buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                        anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                                dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                                geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat
                                                geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving
                                                oplevert.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp
                                        wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van
                                        het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                                        milieuverordening.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op andere plaatsen dan op
                                    de bij of krachtens de beheersverordening begraafplaatsen
                                    gemeente Renkum daartoe aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin de plaatsen, bedoeld in
                                    het eerste lid, voor een bepaalde termijn worden onttrokken aan
                                    de mogelijkheid voor asverstrooiing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande, die zorgdraagt
                                    voor de asbus, op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod voor het verstrooien op andere plaatsen
                                    dan op de plaatsen, bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Detectorverbod</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:38 Mijndetector e.d.</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats een mijndetector, een
                                        metaaldetector of enig ander voorwerp, kennelijk bedoeld
                                        voor het opsporen van explosieven, metalen voorwerpen en
                                        dergelijke, bij zich te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde
                                en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                                beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste
                                categorie: artikel 2:47t/m 2:50, 2:62 en 4:18.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens de andere dan in het eerste lid
                                genoemde artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij
                                gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis
                                van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en
                                kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke
                                uitspraak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de personen werkzaam bij de gemeente
                                Renkum, die zijn benoemd in de volgende functies:</al><lijst><li nr="-"><al>flora- en faunabeheerder;</al></li><li nr="-"><al>gemeentelijk opsporingsambtenaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2010.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Renkum 2009,
                                vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2008, wordt
                                ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            tweede lid, die golden op het</al><al>moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze
                            verordening</al><al>overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens
                            deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Algemene plaatselijke
                            verordening gemeente Renkum 2010”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2 juni 2010, nr.
                        5</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VAN DE GEMEENTE RENKUM</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. Joyce I.M. le Comte drs. J.P. Gebben</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>