<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR380552_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Kostentoedelingsverordening (KTV) 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap van Rijnland</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap van Rijnland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Waterschapswet</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Kostentoedelingsverordening watersysteembeheer Rijnland 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005108&amp;artikel=120 122">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-09-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14.32604</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Kostentoedelingsverordening (KTV) 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>DE VERENIGDE VERGADERING VAN HET HOOGHEEMRAADSCHAP VAN RIJNLAND;</al><al>Gelezen het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden d.d. 02-09-2014, nr.
                        14.55623;</al><al>Gelet op artikelen 120 en 122 van de Waterschapswet;</al><al>B E S L U I T :</al><al>-Onderstaande Kostentoedelingsverordening (KTV) 2015 vast te stellen,
                        waarbij het</al><al>aandeel ingezetenen wordt teruggebracht tot 50<vet>07o</vet></al><al>-Deze Kostentoedelingsverordening ter goedkeuring aan de provincies
                        Noord-Holland en</al><al>Zuid-Holland toe te zenden</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>kosten voor het watersysteembeheer: nettokosten van de kostendrager
                                watersysteembeheer,</al><al>zoals opgenomen in de begroting van het hoogheemraadschap en
                                die</al><al>gedekt worden met behulp van de watersysteemheffing;</al></li><li nr="b."><al>gebied van het hoogheemraadschap: het gebied dat is aangegeven op de
                                bij het reglement</al><al>van bestuur behorende kaart, waarin de zorg voor het watersysteem
                                aan het</al><al>hoogheemraadschap is opgedragen;</al></li><li nr="c."><al>ingezetenen: degenen die blijkens de basisregistratie personen bij
                                het begin van het</al><al>kalenderjaar woonplaats hebben in het gebied van het
                                hoogheemraadschap en aldaar</al><al>gebruik hebben van woonruimte;</al></li><li nr="d."><al>zakelijk gerechtigden ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen,
                                degenen die krachtens</al><al>eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde
                                onroerende zaken,</al><al>die geen natuurterreinen zijn, in het gebied van het
                                hoogheemraadschap;</al></li><li nr="e."><al>zakelijk gerechtigden natuurterreinen: degenen die krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt</al><al>recht het genot hebben van natuurterreinen in het gebied van het
                                hoogheemraadschap;</al></li><li nr="f."><al>zakelijk gerechtigden gebouwd: degenen die krachtens eigendom, bezit
                                of beperkt</al><al>recht het genot hebben van gebouwde onroerende zaken in het gebied
                                van het hoogheemraadschap.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Kostentoedeling watersysteembeheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten voor het watersysteembeheer worden als volgt aan de
                            heffingplichtige categorieën</al><al>toegedeeld:</al><lijst><li nr="a."><al>50<vet>07o </vet>aan de ingezetenen;</al></li><li nr="b."><al>6,4<vet>0Zo </vet>aan de zakelijk gerechtigden ongebouwd, niet
                                    zijnde natuurterreinen;</al></li><li nr="c."><al>0,l<vet>07o </vet>aan de zakelijk gerechtigden
                                    natuurterreinen;</al></li><li nr="d."><al>43,5<vet>07o </vet>aan de zakelijk gerechtigden gebouwd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De waarde in het economisch verkeer van de onroerende zaken, bedoeld in
                            het eerste</al><al>lid, onderdelen b, c en d, wordt bepaald naar de waarde die de
                            onroerende zaken op de</al><al>waardepeildatum hebben naar de staat en hoedanigheid, waarin zij op die
                            datum verkeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De waardepeildatum is 1 januari 2013.</al><al>2</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Kosten van heffing en invordering en van de verkiezing</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, worden de kosten van
                        heffing en invordering</al><al>van de watersysteemheffing en de kosten van de verkiezing van de leden
                        van</al><al>de Verenigde Vergadering, voor zover die kosten worden toegerekend aan het
                        watersysteembeheer</al><al>en zoals opgenomen in de begroting van enig belastingjaar, rechtstreeks</al><al>aan de betrokken categorieën toegerekend naar rato van deze voor elk van de
                        genoemde</al><al>categorieën te maken kosten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Tariefdifferentiatie verharde openbare wegen</titel></kop><al>Voor verharde openbare wegen wordt een tariefdifferentiatie als bedoeld in
                        artikel 122,</al><al>derde lid, onderdeel c, van de Waterschapswet toegepast. Het tarief na
                        toepassing van</al><al>de tariefdifferentiatie is 300<vet>0Zo </vet>hoger dan het tarief dat
                        blijkens de Verordening watersysteemheffing</al><al>Rijnland voor ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen,</al><al>geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Kostentoedelingsverordening watersysteembeheer Rijnland 2014,
                            vastgesteld bij</al><al>besluit van de Verenigde Vergadering d.d. 25 september 2013, nr.
                            13.33848, wordt ingetrokken</al><al>met ingang van de in het derde lid van dit artikel genoemde datum,
                            met</al><al>dien verstande dat zij van toepassing blijft op het belastingjaar
                            waarvoor zij heeft gegolden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van haar
                            bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening vindt voor het eerst toepassing in het belastingjaar
                            dat aanvangt op</al><al>1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als Kostentoedelingsverordening
                            watersysteembeheer</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Rijnland 2015.</ondertekening><ondertekening>Leiden, 24-09-2014</ondertekening><ondertekening>dijkgraaf</ondertekening><ondertekening>ir. A. Haitjema,</ondertekening><ondertekening>secretaris</ondertekening><ondertekening>3</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>De op 26 september 2013 door de Verenigde Vergadering vastgestelde
                    Kostentoedelingsverordening</al><al>(KTV) 2014 kent de volgende kostentoedeling:</al><lijst><li nr="-"><al>ingezetenen 55<vet>07o</vet></al></li><li nr="-"><al>ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen <cursief>5,70Zo</cursief></al></li><li nr="-"><al>gebouwd 39,2<vet>07o</vet></al></li><li nr="-"><al>natuurterreinen 0<vet>,l07o</vet></al></li></lijst><al>Het ingezetenenaandeel van 55<vet>07o </vet>geldt sinds de wijziging van de KTV
                    per 1 januari 2011.</al><al>Met de verhoging van 50 naar 55<vet>07o </vet>per die datum maakte Rijnland
                    gebruik van de door</al><al>recente jurisprudentie geboden ruimere bestuurlijke vrijheid om het
                    kostenaandeel ingezetenen</al><al>boven het maximum van de wettelijke bandbreedte (voor Rijnland 50<vet>07o)
                    </vet>vast te</al><al>stellen.</al><al>Een belangrijk bestuurlijk argument voor de verhoging was het afvlakken van de
                    sterke</al><al>stijging van het tarief ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen (waaronder
                    agrarisch ongebouwd)</al><al>als gevolg van de zogenaamde weeffout. De weeffout kan worden gedefinieerd</al><al>als de onevenredig hoge waterschapsheffing voor agrarische grondeigenaren als
                    gevolg</al><al>van het feit dat ook infrastructuur (met een hoge economische waarde) binnen de
                    categorie</al><al>ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen, valt.</al><al>Bij het besluit tot verhoging van het ingezetenenaandeel naar 55<vet>07o
                    </vet>heeft de Verenigde</al><al>Vergadering aangegeven dat, wanneer de weeffout via een wetswijziging zou zijn
                    hersteld,</al><al>een verlaging naar de oorspronkelijke 50<vet>07o </vet>nadrukkelijk moest worden
                    overwogen.</al><al>Deze wijziging van de Waterschapswet is in 2012 via een amendement tot stand
                    gekomen.</al><al>De wetswijziging biedt de mogelijkheid om via een aanpassing van de KTV de
                    tariefdifferentiatie</al><al>voor verharde openbare wegen van 100 naar maximaal 400<vet>07o </vet>te
                    verhogen.</al><al>Deze mogelijkheid geldt alleen voor de waterschappen, die op 1 juli 2012 al een
                    tariefdifferentiatie</al><al>kenden, waaronder Rijnland.</al><al>Met deze wetswijziging is de weeffout hersteld. Dit vormde voor de Verenigde
                    Vergadering</al><al>aanleiding om het ingezetenenaandeel weer terug te brengen naar 50<vet>o7o.
                    </vet>Een verlaging</al><al>van het ingezetenenaandeel leidt automatisch tot een verhoging van het
                    kostenaandeel</al><al>dat gezamenlijk door ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen, gebouwd en
                    natuurterreinen</al><al>moet worden opgebracht. De forse tariefstijging voor ongebouwd, niet zijnde</al><al>natuurterreinen, kan worden getemperd door een verhoging van de
                    tariefdifferentiatie</al><al>voor verharde openbare wegen. In de toelichting op het amendement dat tot de
                    wetswijziging</al><al>heeft geleid, wordt met zoveel woorden gesteld dat de bedoeling is "om
                    onevenredige</al><al>tarieven voor agrariërs te voorkomen". Vervolgens is het aan het bestuur van
                    het</al><al>waterschap om in een democratisch besluitvormingsproces af te wegen of en zo ja
                    in</al><al>welke mate van de mogelijkheid gebruik wordt gemaakt.</al><al>De Verenigde Vergadering heeft besloten van die wettelijke mogelijkheid gebruik
                    te maken</al><al>en heeft daarbij gekozen voor een tariefdifferentiatie van 300<vet>o7o.
                    </vet>Hoewel een uitgebreide</al><al>motivering, gelet op de toelichting op het amendement, niet noodzakelijk
                    lijkt,</al><al>heeft de Verenigde Vergadering de keuze van 300<vet>o7o </vet>als volgt
                    onderbouwd.</al><al>Een ingezetenenaandeel van 50<vet>o7o </vet>leidt tot een stijging van het
                    tarief ingezetenen met</al><al>ongeveer <vet>lOVo. </vet>Een tariefdifferentiatie van 300<vet>07o
                    </vet>resulteert in een stijging van het tarief</al><al>ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen, met eveneens ongeveer 10<vet>07o.
                    </vet>Er is dus sprake</al><al>van een gelijkmatige tariefontwikkeling van beide categorieën.</al><al>In het fictieve geval dat wegen als gebouwd worden aangemerkt, zou het tarief in
                    2014</al><al>ongeveer C 340,- bedragen. Dat is bij een ingezetenenaandeel van 50<vet>07o
                    </vet>te vergelijken</al><al>met een tariefdifferentiatie van ruim 300<vet>07o.</vet></al><al>4</al><al>Een verhoging van de tariefdifferentiatie leidt tot een hoger tarief voor de
                    eigenaren van</al><al>wegen. Het eigendom van wegen berust vooral bij gemeenten, provincies en rijk.
                    Een hogere</al><al>tariefdifferentiatie leidt dus indirect tot een lastenverzwaring voor de burger.
                    Daarbij</al><al>past een kanttekening. Ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen, bestaat niet
                    alleen uit</al><al>agrarische grond, maar ook uit infrastructuur en alle andere onbebouwde
                    terreinen, zoals</al><al>parken, begraafplaatsen, bouwgrond, sporterreinen en dergelijke. Dus niet alleen
                    agrariërs,</al><al>maar ook de overige grondeigenaren, waaronder gemeenten, betalen een lager
                    tarief</al><al>bij verhoging van de tariefdifferentiatie wegen. Dat leidt dus indirect weer tot
                    een</al><al>lastenverlichting voor de burger.</al><al>Met ingang van 2015 is de kostentoedeling als volgt:</al><lijst><li nr="-"><al>ingezetenen 50<vet>07o</vet></al></li><li nr="-"><al>ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen <cursief>6,40Zo</cursief></al></li><li nr="-"><al>gebouwd 43,5<vet>07o</vet></al></li><li nr="-"><al>natuurterreinen 0,l<vet>07o</vet></al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>