<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR38042_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening reinigingsheffingen 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-08-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 229 lid 1 sub a, b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">milieubeheer, art. 15.33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2005-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en
                reinigingsrechten 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Leiderdorp;gelezen het voorstel van 28 oktober 2003,
                        nr. 196;gezien het advies van commissie 1 van 1 december 2003;gelet op het
                        bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de
                        Gemeente-wet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en
                            reinigingsrechten 2004</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al/><al><vet>Inleidende bepaling</vet></al><al/><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten </al><al/><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2</label></kop><al>Begripsomschrijvingen</al><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder grof
                            bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig
                            van bedrijven en instellingen,</al><al>welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden
                            ingezameld.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 3 aard van de belasting en belastbaar feit</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting
                                    geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer
                                    (Stbl. 1994, 80).</al></li><li nr="2."><al>De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de
                                    daarbij behorende tarieven-tabel wordt naar afzonderlijke
                                    grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een
                                    perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.11 van de Wet
                                    milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van
                                    huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Belastingplicht</label></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van diegene die in de gemeente
                                    feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan
                                    ingevolge artikel 10.11 van de Wet milieubeheer een verplichting
                                    tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker
                                    aangemerkt:</al></li><li nr="a."><al>diegene die naar de omstandigheden beoordeelt al dan niet
                                    krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                                    feitelijk gebruik maakt van het perceel.</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan:
                                    diegene die dat ge-deelte ten gebruike heeft afgestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 </titel></kop><lijst><li nr=""><al><vet>Maatstaf van heffing en belastingtarief</vet></al><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven,
                                    opgenomen in hoofdstuk 1</al><al>van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6</label></kop><al/><al>Belastingtijdvak </al><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalender </al><al>jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7</label></kop><al/><al><cursief>Wijze van heffing</cursief></al><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8</label></kop><al/><al>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</al><lijst><li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het
                                    belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                    belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                    aanvangt, is de belasting ver-schuldigd voor de nog volle
                                    kalendermaanden die na de aanvang van de belastingplicht, in het
                                    belastingtijdvak overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    eindigt, bestaat aanspraak op ont-heffing voor zoveel nog volle
                                    kalendermaanden die na het einde van de belastingplicht, in het
                                    belastingtijdvak overblijven.</al></li><li nr="4."><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing, indien de
                                    belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een
                                    ander perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9</label></kop><al/><al><cursief>Termijnen van betaling</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De aanslagen moeten betaald worden in drie gelijke termijnen
                                    waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand
                                    volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet
                                    is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                    later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag
                                    van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                    aanslagbiljet maar een aanslag bevat het bedrag daarvan meer is
                                    dan Euro 136,13 doch minder is dan Euro 1.361,34 en zolang de
                                    verschuldigde be-dragen door middel van automatische incasso van
                                    de daartoe door de belastingplichtige aangewezen bank- of
                                    girorekening kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen
                                    betaald moeten worden in tien gelijke termijnen.</al></li></lijst><al>De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van
                            de volgende termijnen telkens een maand later.</al><al>3.In afwijking van het tweede lid geld dat in geval het totaalbedrag van
                            de op een aanslag-biljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet
                            maar een aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan Euro 136,13, en
                            zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische
                            betalingsincasso van de daartoe door de belastingplichtige aangewe- zen
                            bank- of girorekening kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen
                            betaald moe-ten worden in drie gelijke termijnen. De eerste termijn
                            vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en </al><al>elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 3 REINIGINGSRECHTEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 10</label></kop><al/><al>Belastbaar feit </al><al>Onder de naam “reinigingsrechten” worden rechten geheven zowel voor het
                            genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten als
                            voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in
                            beheer of onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11</label></kop><al/><al>Belastingplicht</al><al>De rechten worden geheven van diegene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van diegene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12</label></kop><al/><al><cursief>Maatstaf van heffing en belastingtarief</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven,
                                    opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende
                                    tarieventabel.</al></li><li nr="2."><al>Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in
                                    de tarieventabel ge-noemde eenheid als een volle eenheid
                                    aangemerkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13</label></kop><al/><al><cursief>Belastingtijdvak</cursief></al><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14</label></kop><al/><al>Wijze van heffing</al><lijst><li nr="1."><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2, onderdeel 2.1.1 van de
                                    tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien
                                    verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan
                                    worden opgelegd.</al></li><li nr="2"><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2, onderdeel 2.1.2 en 2.1.3 van
                                    de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende
                                    kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15</label></kop><al/><al><vet><cursief>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing
                                    naar</cursief></vet></al><al><vet><cursief>tijdsgelang voor de verschuldigde
                            rechten</cursief></vet></al><lijst><li nr="1."><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2, onderdeel 2.1.1 van de
                                    tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het
                                    belastingtijdvak of, zo dit later is bij de aanvang van de
                                    belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                    aanvangt, is de belasting ver-schuldigd voor de nog volle
                                    kalendermaanden die na de aanvang van de belastingplicht, in het
                                    tijdvak overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                    aanvangt, is de belasting ver-schuldigd voor de nog volle
                                    kalendermaanden die na de aanvang van de belastingplicht, in het
                                    belastingtijdvak overblijven.</al></li><li nr="4."><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                    belastingplichtige binnen de ge-meente verhuist en aldaar een
                                    ander perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 16</label></kop><al/><al>Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten</al><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2, onderdeel 2.1.2 en 2.1.3 van de
                            tarieventabel zijn ver-schuldigd bij de aanvang van de dienstverlening
                            of bij aanvang van het gebruik van de be-zittingen, werken of
                            inrichtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 17</label></kop><al/><al>Termijnen van betaling</al><lijst><li nr="1."><al>De op grond van artikel 14, eerste lid, verschuldigde rechten
                                    moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede
                                    maand volgende op de maand die in de dagteke-ning van het
                                    aanslagbiljet is vermeld.</al></li><li nr="2."><al>De op grond van artikel 14, tweede lid, geheven rechten moeten
                                    worden betaald:</al></li><li nr="a."><al>ingeval van uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van
                                    uitreiking;</al></li><li nr="b."><al>ingeval van toezending van de kennisgeving: binnen 14 dagen na
                                    de dagtekening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>AANVULLENDE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al><vet>Machtiging tot overdracht bevoegdheden</vet></al><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het verlenen
                            van schriftelijke toe-stemming met betrekking tot het verdagen van de
                            uitspraak op het bezwaarschrift voor ten hoogste een jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al><vet>Verzenden van aanslagbiljetten</vet></al><al>Het college van burgemeester en wethouders kan bepalen dat voor de
                            toezending of uitreiking van aanslagbiljetten, ingevolge artikel 8,
                            eerste lid, van de invorderingswet 1990 (Stbl. 221) voor de met de
                            invordering van gemeentelijk belastingen belaste gemeenteambtenaar een
                            andere gemeenteambtenaar in de plaats treedt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al><vet><cursief>Nakomen van verplichtingen</cursief></vet></al><al>De verplichtingen bedoeld in de artikelen 47,49 en 50 van de Algemene
                            wet inzake rijksbelas-tingen (Stbl. 1959,301) en in de artikelen 58 en
                            60 van de Invorderingswet 1990, dan wel be-doeld of van toepassing
                            verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachten artikel 246a van
                            de Gemeentewet, gelden mede jegens de door het college van burgemeester
                            en wethou-ders aangewezen ambtenaren belast met de heffing of de
                            invordering van gemeentelijk be-lastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al><vet>Rente </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bepaalde in Hoofdstuk V van de Invorderingswet 1990 inzake
                                    invorderingsrente vindt toepassing op de invordering van deze
                                    rechten.</al></li><li nr="2."><al>De ministeriele regeling bedoeld in artikel 31 van de
                                    Invorderingswet vindt daarbij overeen-komstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><al><vet>Inwerkingtreding en citeertitel</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening Reinigingsheffing 2003” van 9 december 2002,
                                    wordt ingetrokken met in-gang van de in het derde lid genoemde
                                    datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum
                                    hebben voorge-daan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van de bekend-making.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2004.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als</al><al><vet>“Verordening reinigingsheffingen
                                    </vet><vet>2004”</vet></al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van</ondertekening><ondertekening>de raad van Leiderdorp op 15 december 2003,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter, M.Zonnevylle</ondertekening><ondertekening>de griffier, mw. J.C. Zantingh</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>