<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR380398_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling vergoeding dienstreizen MRDH</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Metropoolregio Rotterdam Den Haag</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-11-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barendrecht</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Brielle</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">'s-Gravenhage</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hellevoetsluis</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Krimpen aan den IJssel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leidschendam-Voorburg</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Maassluis</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Midden-Delfland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nissewaard</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Pijnacker-Nootdorp</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rijswijk</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rotterdam</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlaardingen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wassenaar</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westvoorne</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zoetermeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Blad gemeenschappelijke regeling</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling vergoeding dienstreizen MRDH</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-11-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-09-23</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-02-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>13384</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling vergoeding dienstreizen MRDH</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH),</al><al/><al>gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 17 juni 2015,</al><al/><al>overwegende dat dat er een vergoeding wordt gegeven voor het maken van
                        dienstreizen waarbij het accent ligt op het reizen met openbaar vervoer en
                        fiets;</al><al/><al><vet>Besluit:</vet></al><al/><al>tot het vaststellen van de navolgende regeling en deze op te nemen in de
                        arbeidsvoorwaardenregeling van Metropoolregio Rotterdam Den Haag.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="29*"/><colspec colname="col2" colwidth="71*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Medewerker</al></entry><entry colname="col2"><al>medewerker die door de MRDH is aangesteld om in
                                                openbare dienst werkzaam te zijn</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Secretaris-generaal</al></entry><entry colname="col2"><al>secretaris-generaal van de MRDH </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Dienstreis</al></entry><entry colname="col2"><al>de noodzakelijke verplaatsing van een medewerker om,
                                                in opdracht van het bevoegde gezag, buiten de plaats
                                                van tewerkstelling werkzaamheden te verrichten dan
                                                wel een seminar, congres etc. te bezoeken. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Standplaats</al></entry><entry colname="col2"><al>de gemeente waar de MRDH gevestigd is en waar de
                                                medewerker gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht
                                            </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>plaats van tewerkstelling</al></entry><entry colname="col2"><al>een gebouw, gebouwencomplex, terrein of een ander
                                                door bevoegd gezag aan te wijzen plaats, waar of van
                                                waaruit de medewerker gewoonlijk zijn werkzaamheden
                                                verricht</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>bekeuring</al></entry><entry colname="col2"><al>geldstraf voor een overtreding</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>openbaar vervoer</al></entry><entry colname="col2"><al>voor een ieder openstaand personenvervoer per trein,
                                                metro, tram, bus, OV- fiets, pont of (veer)boot,
                                                volgens een dienstregeling dan wel met de
                                                treintaxi</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>eigen vervoermiddel</al></entry><entry colname="col2"><al>een niet openbaar vervoermiddel, dat niet voor de
                                                dienstreis is gehuurd en niet door de werkgever
                                                beschikbaar is gesteld</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Reisregeling Binnenland</al></entry><entry colname="col2"><al>de door de Minister van Binnenlandse Zaken en
                                                Koninkrijkrelaties vastgestelde regeling van 16
                                                maart 1993 als opgenomen in bijlage I</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De medewerker reist per openbaar vervoer en/of fiets voor het maken
                                van de dienstreis tenzij dit niet doelmatig/mogelijk. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Is reizen per openbaar vervoer en/of fiets niet doelmatig/mogelijk
                                dan maakt de medewerker gebruik van de leaseauto van de MRDH.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Is de leaseauto niet beschikbaar, dan is het na toestemming van de
                                direct leidinggevende toegestaan dat de medewerker zijn eigen
                                vervoermiddel inzet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Vergoeding van reis- en verblijfkosten wordt verleend in verband met
                                dienstreizen binnen Nederland. Eventuele fiscale consequenties zijn
                                voor rekening van de werkgever. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten geldt dat de plaats
                                van tewerkstelling het beginpunt en het eindpunt is van de
                                dienstreis. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het vijfde lid kan de woning van de
                                medewerker of een andere plaats als beginpunt respectievelijk
                                eindpunt van de dienstreis worden aangemerkt, tenzij op een reisdeel
                                de plaats van tewerkstelling wordt bezocht. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien de medewerker in diensttijd een bekeuring ontvangt voor een
                                overtreding, dan wel een misdrijf pleegt op grond van de
                                Wegenverkeerswet, komen de (al dan niet financiële) gevolgen hiervan
                                voor rekening van de medewerker; ongeacht of de reis kan worden
                                aangemerkt als een dienstreis; ongeacht het feit of met een eigen
                                vervoermiddel dan wel met een door MRDH ter beschikking gesteld
                                vervoermiddel is gereisd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergoeding reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten aanzien van de reiskosten voor openbaar vervoer worden de
                                werkelijke kosten vergoed, mits deze kunnen worden aangetoond door
                                overlegging van een bewijsstuk. Als bewijs volstaan vervoersbewijzen
                                of door of vanwege het vervoerbedrijf gemaakte overzichten van
                                transacties met de OV-chipkaart. Deze bewijsplicht geldt niet voor
                                de dag-avondcomponent zoals omschreven in de bijlage.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerker die tijdens een dienstreis gebruik maakt van vervoer
                                per trein, is gerechtigd om in de 1<sup>e</sup> klasse te reizen.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de dienstreis, naar het oordeel van het bevoegde gezag op
                                gegronde redenen uitsluitend met gebruik van een motor, scooter,
                                auto dan wel vergelijkbaar vervoermiddel kan worden gemaakt dan
                                wordt een vergoeding verstrekt per kilometer overeenkomstig
                                Reisregeling binnenland. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien omtrent het gebruik van een eigen vervoermiddel geen of
                                onvoldoende gegevens voorhanden zijn, wordt het bedrag van de
                                vergoeding op grond van een schatting van het voor de dienst
                                benodigde gebruik voorlopig vastgesteld onder voorbehoud van nadere
                                verrekening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verzekering</titel></kop><al>Wanneer de medewerker, met toestemming van het bevoegde gezag, een
                            dienstreis maakt met een eigen vervoermiddel, dient de medewerker zich
                            ervan te vergewissen dat het voertuig voldoet aan de als normaal te
                            stellen eisen van veiligheid en technische betrouwbaarheid, alsmede
                            deugdelijk is verzekerd. Indien met meerdere passagiers wordt gereisd,
                            wordt onder deugdelijk verzekerd verstaan: een ongevallen- en
                            inzittendenverzekering. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Tijdelijke tewerkstelling elders</titel></kop><al>Indien en zodra is te voorzien dat de medewerker tijdelijk, voor een
                            periode van minstens vier weken, gedurende meer dan de helft van de voor
                            hem gebruikelijke werkdagen de werkzaamheden in of vanuit één bepaalde
                            plaats buiten de standplaats moet gaan verrichten, heeft de medewerker
                            voor het afleggen van het traject tussen zijn woning en de plaats van de
                            tijdelijke tewerkstelling alsmede voor eventuele pensionkosten die
                            vanwege de tijdelijke tewerkstelling worden gemaakt, aanspraak op een
                            vergoeding voor redelijk gemaakte reis- en pensionkosten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vergoeding kosten tijdelijk verblijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van tijdelijk verblijf is sprake indien een medewerker heen en weer
                                reist tussen een tijdelijke verblijfplaats en zijn werkplek, omdat
                                er zakelijke redenen zijn om (nog) niet bij de plaats van zijn werk
                                te gaan wonen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in verband met een dienstreis werkelijk gemaakte kosten voor
                                maaltijden en logies en voor kleine uitgaven overdag en ’s avonds,
                                worden vergoed tot een maximum van de vergoedingen als vastgesteld
                                in artikel 5 van de Reisregeling Binnenland. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen aanspraak op vergoeding wegens verblijfkosten bestaat voor een
                                dienstreis korter dan drie uur en voor een dienstreis binnen de
                                standplaats voor zover de reisbestemming op minder dan een kilometer
                                van de plaats van tewerkstelling ligt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gemaakte kosten ten behoeve van lunch of diner worden volgens
                                bijlage vergoed, indien wordt voldaan aan de voorwaarde dat de
                                dienstreis (ook) plaatsvindt tussen 12.00 en 14.00 uur
                                respectievelijk 18.00 en 21:00 uur. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vaste reissommen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter vervanging van de op deze regeling gebaseerde vergoedingen, kan
                                het bevoegde gezag voor de gemaakte reiskosten en voor de
                                verblijfkosten, zowel afzonderlijk als tezamen, vaste reissommen
                                vaststellen in een bedrag per maand of kwartaal. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de berekening van het bedrag wordt gelet op de veelvuldigheid en
                                de duur van de reis en de daarmee samenhangende gemiddelde
                                verblijfkosten die de dienstuitoefening van de medewerker in de
                                regel vereist. De vaste reissom bedraagt niet meer dan de vergoeding
                                die hij vervangt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vaste reissom wordt in ieder geval herzien zodra een wijziging
                                van betekenis optreedt in de omstandigheden die tot het toekennen
                                van die reissom hebben geleid. De medewerker is verplicht hiervan
                                mededeling te doen aan het bevoegde gezag. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Carpool</titel></kop><al>In geval er meerdere medewerkers gebruik maken van een eigen
                            vervoermiddel van een van de medewerkers, kan de medewerker die tevens
                            houder is van het eigen vervoermiddel waarmee onder de gestelde
                            voorwaarden een dienstreis wordt uitgevoerd, aanspraak maken op een
                            kilometervergoeding overeenkomstig het bepaalde in de bijlage. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9A</nr><titel>Declaraties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergoedingen van reis- en/of verblijfkosten op grond van deze
                                regeling, worden toegekend na inzending door de medewerker van een
                                declaratieformulier waarvan het model door de secretaris-generaal is
                                vastgesteld. Het declaratieformulier dient geaccordeerd te zijn door
                                de direct leidinggevende van de medewerker.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanspraak op een vergoeding vervalt, indien de medewerker het
                                declaratieformulier niet binnen drie maanden na de maand waarop de
                                declaratie betrekking heeft, indient.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De medewerker is verplicht betalingsbewijzen van gemaakte reis- en/
                                of verblijfskosten te overleggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9B</nr><titel/></kop><al>De medewerker is verplicht aan Bedrijfsvoering (cluster Financiën)
                            melding te maken van privéreizen welke hij/zij met de aan hem/haar
                            beschikbaar gestelde NS businesscard heeft gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Betaling</titel></kop><al>Betaling van de vergoedingen, bedoeld in artikel 8 en artikel 9A, vindt
                            plaats bij de salarisbetaling. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>De secretaris-generaal van de MRDH kan in individuele gevallen
                            bepalingen in deze regeling buiten toepassing laten of daarvan
                            afwijken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>De secretaris-generaal is belast met de uitvoering van deze
                            regeling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling kan worden aangehaald als “Regeling vergoeding
                            dienstreizen MRDH”. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking per 23 september 2015. Voor zover de
                            datum van bekendmaking is gelegen na 23 september 2015 heeft dit besluit
                            terugwerkende kracht tot een met 23 september 2015.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van
                            de Metropoolregio Rotterdam Den Haag van 3 juli 2015,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de secretaris, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening>mw. mr. drs. A.W.H. Bertram ing. A. Aboutaleb </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><titel>bij de regeling vergoeding dienstreizen</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder 'besluit': Reisbesluit
                            binnenland.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Eigen motorvoertuig (auto, motor, scooter) of bromfiets indien
                                openbaar vervoer niet mogelijk/ doelmatig is</titel></kop><al>De vergoeding voor het gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets
                            bedraagt € 0,37 per afgelegde kilometer.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Eigen motorvoertuig of bromfiets indien openbaar vervoer wel
                                mogelijk/ doelmatig is</titel></kop><al>De vergoeding voor het gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets
                            bedraagt € 0,09 per afgelegde kilometer. Deze vergoeding wordt verhoogd
                            met € 0,09 per afgelegde kilometer voor iedere in het kader van de
                            dienstreis meereizende betrokkene, tot een maximum van € 0,37 per
                            afgelegde kilometer.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>De vergoeding voor het gebruik van een eigen fiets bedraagt € 0,19 per
                            afgelegde kilometer.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maximale vergoedingen wegens verblijfkosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding wegens verblijfkosten omvat voor ieder vol etmaal dat
                                de dienstreis duurt een bedrag van € 4,56 voor kleine uitgaven
                                overdag (dagcomponent) evenals een bedrag van € 13,62 voor kleine
                                uitgaven 's-avonds (avondcomponent) vermeerderd met: </al><lijst><li nr="a."><al>€ 14,39 voor een lunch (lunchcomponent); </al></li><li nr="b."><al>€ 21,77 voor een avondmaaltijd (dinercomponent);</al></li><li nr="c."><al>€ 86,34 voor logies (logiescomponent);</al></li><li nr="d."><al>€ 8,43 voor een ontbijt (ontbijtcomponent).</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanspraak op de onder het eerste lid onderdeel a, b, c en d
                                bedoelde vergoedingen bestaat slechts indien voor het verkrijgen van
                                de respectievelijke verstrekkingen kosten zijn gemaakt in een
                                daarvoor bestemde gelegenheid.</al></li><li nr="3."><al>Bij aansluitende dienstreizen kan de avondcomponent als bedoeld in
                                het eerste lid niet langer dan voor de eerste acht avonden worden
                                toegekend. Voor ieder volgend etmaal dat binnen die dienstreizen
                                valt, wordt het bedrag van de avondcomponent gehalveerd.</al></li><li nr="4."><al>Voor een resterend gedeelte van een etmaal dan wel voor een
                                incidentele dienstreis van kortere duur dan een etmaal worden de uit
                                te keren bedragen voor verblijfkosten berekend overeenkomstig het
                                eerste, het tweede en het derde lid, met dien verstande dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de dagcomponent slechts wordt toegekend, indien mede wordt
                                        voldaan aan de voorwaarde dat ten minste 4 uren in het
                                        resterende gedeelte of in de dienstreis valt;</al></li><li nr="b."><al>de avondcomponent en de ontbijtcomponent slechts worden
                                        toegekend, indien mede wordt voldaan aan de voorwaarde dat
                                        een overnachting in het resterende gedeelte of in de
                                        dienstreis valt;</al></li><li nr="c."><al>de lunchcomponent respectievelijk de dinercomponent slechts
                                        worden toegekend, indien mede wordt voldaan aan de
                                        voorwaarde dat de tijd tussen 12.00 uur en 14.00 uur
                                        respectievelijk tussen 18.00 uur en 21.00 uur geheel in het
                                        resterende gedeelte of in de dienstreis valt.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De vergoeding voor een overnachting is gelijk aan de werkelijke, in
                                redelijkheid gemaakte kosten.</al></li></lijst></divisie></bijlage></regeling></body></cvdr>