<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR379970_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening afvoer hemelwater en grondwater gemeente Soest 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Soest</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-10-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Soest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Soester Courant 21-10-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening afvoer hemelwater en grondwater gemeente Soest 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 10.29a en Art 10.32a Wet Mileubeheer en Art. 149 en Art. 154 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-04-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV 15-09 (verseon 1201244)</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>hemelwater grondwater</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening afvoer hemelwater en grondwater gemeente Soest 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening afvoer hemelwater en grondwater </vet></al><al><vet>Gemeente Soest</vet></al><al>De raad van de Gemeente Soest;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 maart 2015, nr.
                        RV 15-09 ;</al><al>gelet op artikel 10.32a Wet milieubeheer en artikel 149 en 154 van de
                        Gemeentewet;</al><al>Overwegende</al><lijst><li nr="-"><al>dat afvalwater op een doelmatige en milieu hygiënisch verantwoorde
                                wijze dient te worden beheerd en afgevoerd;</al></li><li nr="-"><al>dat de gemeenteraad van Soest een Gemeentelijk Rioleringsplan heeft
                                vastgesteld waarin is gesteld dat vermenging van schone
                                afvalwaterstromen (zoals hemelwater en grondwater) met vuil
                                afvalwater, overeenkomstig de in artikel 10.29a van de Wet
                                milieubeheer vastgelegde voorkeursvolgorde voor de behandeling van
                                afvalwater, zoveel mogelijk moet worden teruggedrongen;</al></li><li nr="-"><al>dat artikel 10.32a van de Wet milieubeheer de gemeenteraad de
                                bevoegdheid biedt bij verordening regels te stellen over het brengen
                                van afvloeiend hemelwater of grondwater op of in de bodem of in een
                                openbaar vuilwaterriool en over het beëindigen van het lozen van
                                afvloeiend hemelwater en grondwater in een openbaar
                                vuilwaterriool;</al></li><li nr="-"><al>dat de gemeente via de bedoelde verordening de afkoppeling van
                                hemelwater en grondwater van een openbaar vuilwaterriool af kan
                                dwingen, mits afkoppeling in redelijkheid van de lozer kan worden
                                gevergd;</al></li><li nr="-"><al>dat het gewenst is, als sluitstuk van het voor een gemeente ter
                                beschikking staande instrumentarium, gebruik te maken van de
                                verordende bevoegdheid.</al></li></lijst><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>aankoppelen: het aansluiten van de afvoer van op verhard oppervlak
                                vallend hemelwater en de afvoer van grondwater naar een openbaar
                                vuilwaterriool;</al></li><li nr="b."><al>afkoppelen: het beëindigen van de afvoer van op verhard oppervlak
                                vallend hemelwater en de afvoer van grondwater naar een openbaar
                                vuilwaterriool, door dit afvalwater te benutten, te infiltreren in
                                de bodem dan wel te brengen in oppervlaktewater;</al></li><li nr="c."><al>afvalwater: al het water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens
                                is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, inclusief (relatief) schoon
                                hemelwater en grondwater. </al></li><li nr="d."><al>beheerder: beheerder van het openbaar vuilwaterriool zijnde het
                                college;</al></li><li nr="e."><al>bestaande bouw: reeds gebouwd bouwwerk;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal
                                of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct
                                hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect
                                steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te
                                functioneren. </al></li><li nr="g."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Soest;</al></li><li nr="h."><al>hemelwater: regenwater, ijzel, sneeuw en hagel.</al></li><li nr="i."><al>nieuwbouw: geheel of gedeeltelijk nieuw te bouwen bouwwerk;</al></li><li nr="j."><al>openbaar vuilwaterriool: voorziening voor de inzameling en het
                                transport van stedelijk afvalwater, in beheer bij een gemeente of
                                een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is
                                belast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op het grondgebied van de gemeente
                        Soest.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Verbod op aankoppelen in geval van nieuwbouw</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om bij nieuwbouw in een gebied, aangewezen door middel
                            van een besluit van de beheerder, in een openbaar vuilwaterriool
                            hemelwater aan te koppelen of grondwater aan te koppelen dat vrijkomt
                            bij drainage, oppompen of andere vormen van onttrekkingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gebiedsaanwijzing treedt in werking een dag na de bekendmaking
                            ervan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beheerder kan ontheffing verlenen van het verbod bedoeld in het
                            eerste lid, indien van de eigenaar van het bouwwerk, open erf of terrein
                            redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater en
                            grondwater kan worden gevergd, omdat het tot onredelijke hoge kosten
                            voor de perceeleigenaar leidt. Een ontheffing wordt aangevraagd middels
                            een door het college vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3.4 van de
                            Algemene wet bestuursrecht van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Plicht tot afkoppelen in geval van bestaande bouw</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om bij bestaande bouw in een gebied, aangewezen door
                                middel van een besluit van de beheerder, in een openbaar
                                vuilwaterriool hemelwater te lozen of grondwater te lozen dat
                                vrijkomt bij drainage, oppompen of andere vormen van
                                onttrekkingen.</al></li><li nr="2."><al>De beheerder kan de wijze bepalen waarop het afkoppelen moet
                                plaatsvinden. Dit kan:</al><lijst><li nr="a."><al>op initiatief van de gemeente, waarbij het hemelwater van
                                        het openbaar vuilwaterriool wordt afgekoppeld op het terrein
                                        van de eigenaar op kosten van de gemeente.</al></li><li nr="b."><al>op initiatief van de gemeente, waarbij de eigenaar van het
                                        terrein zelf op eigen kosten het hemelwater van het openbaar
                                        vuilwaterriool afkoppelt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De gebiedsaanwijzing treedt in werking een dag na de bekendmaking
                                ervan. Binnen twaalf maanden na de inwerkingtreding van het besluit
                                dient de afkoppeling te zijn gerealiseerd. De beheerder kan deze
                                termijn met ten hoogte twaalf maanden verlengen.</al></li><li nr="4."><al>De beheerder kan ontheffing verlenen van de verplichting tot
                                afkoppelen als bedoeld in het eerste lid, indien van de eigenaar van
                                het bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs</al><al>geen andere wijze van afvoer van het hemelwater en grondwater kan worden
                        gevergd, omdat het tot onredelijke hoge kosten voor de perceeleigenaar
                        leidt. Een ontheffing wordt aangevraagd middels een door het college
                        vastgesteld formulier.</al></li></lijst><al>5.Op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3.4 van de
                        Algemene wet</al><al>bestuursrecht van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3 en 4 en de
                        daarop gebaseerde voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis
                        van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                        verordening zijn belast</al><al>de bij besluit van het college aangewezen personen of groep van
                        personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening afvoer hemelwater en
                        grondwater Gemeente Soest.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking zes weken na de dag van
                        bekendmaking.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Soest, 30 april 2015.</ondertekening><ondertekening>de raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.van Vliet MPM AA R.T. Metz</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Artikel 3. Verbod op aankoppelen in geval van nieuwbouw</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>Het verbod op het aankoppelen van hemelwater geldt voor alle eigenaren van
                    bouwwerken, open erven en terreinen, voor zover deze zijn gelegen binnen de
                    gebiedsaanwijzing en het desbetreffende besluit geen uitzondering bevat.
                    Eenzelfde situatie geldt voor het grondwater. </al><al>De plicht tot niet aankoppelen is dus niet slechts beperkt tot het bouwwerk,
                    maar betreft ook het open erf of andere terreinen. Bedoeld is zowel het
                    afvloeiend hemelwater dat afkomstig is van een bouwwerk en via een dakgoot,
                    regenpijp, afvoerbuis enzovoort het openbaar vuilwaterriool bereikt als het
                    afvloeiend hemelwater dat afkomstig is van een open erf of terrein en via goten,
                    putten, afvoerbuis enzovoort het openbaar vuilwaterriool bereikt. Een open erf
                    of terrein waarin goten en putten zijn aangebracht is onder meer een terras, een
                    oprit, een parkeerterrein, een laad- en losperron. Ook de openbare weg binnen
                    een aangewezen gebied valt binnen de reikwijdte van de afkoppelplicht.</al><al>In het besluit tot gebiedsaanwijzing wordt beleidsmatig onderbouwd dat het
                    gevraagde in beginsel redelijk is, waarbij concreet wordt aangegeven wat
                    concreet gevraagd wordt (gescheiden aanbieden of infiltreren) en wat daarvan de
                    (financiële) consequenties zijn.</al><tussenkop>Lid 5</tussenkop><al>Op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is de uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb), van toepassing. Belanghebbenden
                    hebben hiermee de gelegenheid op het ontwerpbesluit zienswijzen in te brengen.
                    Op deze manier wordt een zorgvuldige voorbereiding en vaststelling
                    gewaarborgd.</al><tussenkop>Artikel 4. Plicht tot afkoppelen in geval van bestaande bouw</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>Het eerste lid geeft de plicht tot afkoppelen van de hemelwaterafvoerleiding van
                    het openbaar vuilwaterriool. Het gaat hier zowel om de afvoerleidingen die
                    direct zijn aangesloten op het openbaar vuilwaterriool alsmede leidingen die op
                    het perceel of binnen de woning/het gebouw zijn aangesloten op een gemengde
                    leiding die op het openbaar vuilwaterriool is aangesloten. De plicht tot
                    afkoppelen geldt voor alle eigenaren van bouwwerken, open erven en terreinen,
                    voor zover deze zijn gelegen binnen de gebiedsaanwijzing en het desbetreffende
                    besluit geen uitzondering bevat. Eenzelfde situatie geldt voor het grondwater. </al><al>De plicht tot afkoppelen is dus niet slechts beperkt tot het bouwwerk, maar
                    betreft ook het open erf of andere terreinen. Bedoeld is zowel het afvloeiend
                    hemelwater dat afkomstig is van een bouwwerk en via een dakgoot, regenpijp,
                    afvoerbuis enzovoort het openbaar vuilwaterriool bereikt als het afvloeiend
                    hemelwater dat afkomstig is van een open erf of terrein en via goten, putten,
                    afvoerbuis enzovoort het openbaar vuilwaterriool bereikt. Een open erf of
                    terrein waarin goten en putten zijn aangebracht is onder meer een terras, een
                    oprit, een parkeerterrein, een laad- en losperron. Ook de openbare weg binnen
                    een aangewezen gebied valt binnen de reikwijdte van de afkoppelplicht.</al><al>In de gebiedsaanwijzing wordt rekening gehouden met de locatie van de hemel-
                    en/of grondwaterafvoer. In eerste instantie wordt onderscheid gemaakt tussen
                    aansluitingen die zich aan de voorkant (wegzijde) van het bouwwerk bevinden en
                    de achterkant van het bouwwerk. Dit is een gevolg van het redelijkheidscriterium
                    uit het tweede lid van art. 10.32a Wet milieubeheer. De voorkant van het
                    bouwwerk kan in de meeste gevallen relatief gemakkelijk worden afgekoppeld. De
                    achterzijde van het bouwwerk is soms moeilijker af te koppelen en zal, indien
                    afkoppeling in redelijkheid niet verlangd kan</al><al>worden, buiten beschouwing worden gelaten. In het besluit tot gebiedsaanwijzing
                    wordt beleidsmatig onderbouwd dat het gevraagde in beginsel redelijk is, waarbij
                    concreet wordt aangegeven wat concreet gevraagd wordt (gescheiden aanbieden of
                    infiltreren) en wat daarvan de (financiële) consequenties zijn.</al><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Door de beheerder kan worden aangegeven op welke wijze afkoppelen (technisch)
                    moet gebeuren. Indien na het afkoppelen de hemelwater- en/of
                    grondwaterafvoerleiding moet worden aangesloten aan het openbaar
                    schoonwaterriool, biedt de bouwregelgeving de mogelijkheid aan te geven op welke
                    wijze deze aansluiting (technisch) moet plaatsvinden.</al><tussenkop>Lid 3</tussenkop><al>Artikel 10.32a Wet milieubeheer geeft aan dat de termijn waarbinnen de lozing
                    van het hemelwater moet zijn beëindigd in de verordening wordt genoemd. De
                    afkoppelplicht kan niet van de ene op de andere dag worden afgekondigd. In de
                    gebiedsaanwijzing wordt gekozen voor een termijn van 12 maanden.</al><tussenkop>Lid 4</tussenkop><al>Ontheffing van de afkoppelverplichting is mogelijk in uitzonderingssituaties
                    waarin toepassing van gebiedsaanwijzing een bijzondere onbillijkheid met zich
                    brengt die niet behoort tot de normaal beoogde gevolgen van het de
                    gebiedsaanwijzing. Enig individueel nadeel is echter aanvaardbaar om een
                    collectief doel te dienen (zoals het voorkomen van wateroverlast).</al><al>In de aan te wijzen gebieden is het soms mogelijk om het hemelwater en/of
                    grondwater aan te sluiten op het openbare schoonwaterriool. Waar er geen
                    openbaar schoonwaterriool aanwezig is, zijn er in de regel voldoende
                    mogelijkheden hemelwater te infiltreren in de bodem of te lozen in
                    oppervlaktewater. Het verlenen van een ontheffing van de afkoppelverplichting is
                    daarom alleen aan de orde indien het afkoppelen tot onredelijk hoge kosten voor
                    de perceeleigenaar leidt. Dit kan bijvoorbeeld spelen bij het moeten uitvoeren
                    van werkzaamheden aan leidingdoorvoeren door de fundering. Of de kosten
                    onredelijk zijn wordt, bij de beoordeling van een verzoek om ontheffing, bepaald
                    aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval. Als voor een
                    individuele perceel eigenaar de te maken kosten onevenredig hoog zijn, in
                    vergelijking met anderen in het aangewezen gebied, ligt ontheffing in de
                    rede.</al><al>Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Een voorschrift kan
                    betrekking hebben op onder meer een uitstel van de plicht tot afkoppelen en op
                    het treffen van een alternatieve (tijdelijke) voorziening. Een voorschrift dient
                    vergezeld te gaan van een goede motivering.</al><tussenkop>Lid 5</tussenkop><al>Op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is de uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb), van toepassing. Belanghebbenden
                    hebben hiermee de gelegenheid op het ontwerpbesluit zienswijzen in te brengen.
                    Op deze manier wordt een zorgvuldige voorbereiding en vaststelling
                    gewaarborgd.</al><tussenkop>Artikel 8. Inwerkingtreding</tussenkop><al>In verband met het bepaalde in de Referendumverordening treedt deze verordening
                    zes werken na de dag van bekendmaking in werking.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>