<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR379937_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening schadevergoeding waterschap Brabantse Delta</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Brabantse Delta</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-10-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Brabantse Delta</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2015-8377.html">Waterschapsblad 2015, nr 8377</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening schadevergoeding waterschap Brabantse Delta</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-10-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15IT025800</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening schadevergoeding waterschap Brabantse Delta</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van waterschap Brabantse Delta;</al><al>gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 29 september 2015, nummer
                        15IT024206</al><al>gelet op het bepaalde in de Waterwet en de Algemene wet bestuursrecht </al><al>B E S L U I T :</al><al>vast te stellen de :</al><al>VERORDENING SCHADEVERGOEDING WATERSCHAP BRABANTSE DELTA</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>bestuur: het dagelijks bestuur van het waterschap Brabantse
                                    Delta;</al></li><li nr="b."><al>adviseur: adviseur als bedoeld in artikel 3.5 van de Algemene
                                    wet bestuursrecht;</al></li><li nr="c."><al>schade: schade als bedoeld in artikel 7.14 e.v. van de Waterwet;
                                </al></li><li nr="d."><al>verzoeker: degene die een verzoek indient als bedoeld in artikel
                                    2 van deze Verordening;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Het verzoek</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het verzoek om schadevergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een verzoek om vergoeding van schade wordt schriftelijk
                                    ingediend bij het bestuur.</al></li><li nr="2."><al>Het verzoek wordt ondertekend en bevat tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de verzoeker;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>een aanduiding van de schadeveroorzakende
                                            gebeurtenis;</al></li><li nr="d."><al>een vermelding van de reden of redenen waarom het
                                            bestuur gehouden zou zijn de schade te vergoeden die het
                                            gevolg is van de onder c bedoelde gebeurtenis;</al></li><li nr="e."><al>een opgave van de aard van de geleden of te lijden
                                            schade en, voor zover redelijkerwijs mogelijk, het
                                            bedrag van de schade en een specificatie daarvan;</al></li><li nr="f."><al>een kaart die voldoende nauwkeurig de ligging van de
                                            getroffen percelen in het gebied aangeeft, waarop de
                                            schade geleden is en waarop het verzoek om toekenning
                                            van schadevergoeding op grond van deze verordening
                                            betrekking heeft.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De verzoeker verschaft tevens de gegevens en bescheiden die voor
                                    het nemen van een beschikking op zijn verzoek nodig zijn en
                                    waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.</al></li><li nr="4."><al>Het bestuur bevestigt de ontvangst van het verzoek zo spoedig
                                    mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken, en stelt de
                                    verzoeker in kennis van de op grond van deze Verordening te
                                    volgen procedure. </al></li><li nr="5."><al>Indien naar het oordeel van het bestuur niet of onvoldoende is
                                    voldaan aan het bepaalde in het tweede of het derde lid stelt
                                    het bestuur de verzoeker in de gelegenheid het verzuim te
                                    herstellen binnen een door het bestuur te stellen termijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Afdoening van het verzoek zonder externe advisering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuur neemt het verzoek niet in behandeling indien het
                                    niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 is ingediend en
                                    van de geboden gelegenheid om het verzuim te herstellen niet
                                    tijdig of onvoldoende gebruik is gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuur zendt het besluit als bedoeld in het vorige lid aan
                                    de verzoeker toe binnen vier weken na ontvangst van de ingevolge
                                    artikel 2, lid 5 ingezonden ontbrekende gegevens of nadat de
                                    daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.</al></li><li nr="3."><al>Het bestuur kan het verzoek zonder externe advisering behandelen
                                    in onder meer de volgende gevallen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het verzoek kennelijk ongegrond is;</al></li><li nr="b."><al>indien het verzoek kan worden toegewezen;</al></li><li nr="c."><al>indien voor de beoordeling van het verzoek externe
                                            advisering niet noodzakelijk is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Inwinning advies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Behandeling verzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien geen toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel
                                    3 wordt het verzoek om advies voorgelegd aan een adviseur. </al></li><li nr="2."><al>De adviseur wordt ondersteund door een secretaris die wordt
                                    benoemd door het bestuur. </al></li><li nr="3."><al>De adviseur en de secretaris hebben een
                                    geheimhoudingsplicht.</al></li><li nr="4."><al>Het bestuur kan nadere regels stellen omtrent de afhandeling van
                                    het verzoek, zoals bedoeld in artikel 5, lid 1. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De taken en bevoegdheden van de adviseur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De adviseur stelt een onderzoek in naar en brengt advies uit
                                    over:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de schade;</al></li><li nr="b."><al>het causaal verband tussen schade en schadeoorzaak;</al></li><li nr="c."><al>de vraag of de schade niet of niet geheel ten laste van
                                            de verzoeker behoort te blijven;</al></li><li nr="d."><al>de vraag of de schade niet of niet voldoende anderszins
                                            is verzekerd;</al></li><li nr="e."><al>de vraag of en in hoeverre er aanleiding bestaat
                                            deskundigenkosten te vergoeden;</al></li><li nr="f."><al>de hoogte van de door het bestuur te verlenen
                                            schadevergoeding.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De adviseur brengt in de vorm van een gemotiveerd rapport advies
                                    uit over zijn bevindingen. Wanneer hij daartoe aanleiding ziet,
                                    adviseert de adviseur over voorstellen voor maatregelen en
                                    voorzieningen, waardoor de schadevergoeding anders dan door een
                                    compensatie in geld kan worden beperkt of ongedaan gemaakt.
                                </al></li><li nr="3."><al>De adviseur is bevoegd inlichtingen en adviezen bij derden,
                                    waaronder ambtenaren in dienst van het waterschap, in te winnen
                                    alsmede een plaatsopneming te houden. Indien met het verstrekken
                                    van inlichtingen of het verlenen van adviezen door derden kosten
                                    gemoeid zijn, oefent de adviseur deze bevoegdheid eerst uit na
                                    instemming van het bestuur.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>De procedure bij inwinning advies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Procedure</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als het verzoek wordt voorgelegd aan een adviseur brengt het
                                    bestuur verzoeker hiervan op de hoogte. </al></li><li nr="2."><al>Het bestuur en de verzoeker stellen de adviseur de gegevens en
                                    bescheiden ter beschikking die nodig zijn voor een goede
                                    vervulling van zijn taak.</al></li><li nr="3."><al>De adviseur kan zowel de verzoeker, andere belanghebbenden als
                                    het bestuur (verder: betrokkenen) in de gelegenheid stellen hun
                                    standpunt mondeling toe te lichten. </al></li><li nr="4."><al>Betrokkenen kunnen zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door
                                    een gemachtigde of een deskundige.</al></li><li nr="5."><al>Van de mondelinge toelichting wordt een verslag gemaakt. De
                                    adviseur zendt het verslag naar betrokkenen.</al></li><li nr="6."><al>De adviseur stelt een conceptadvies op dat wordt toegezonden aan
                                    betrokkenen. </al></li><li nr="7."><al>Betrokkenen worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen
                                    naar aanleiding van het conceptadvies schriftelijk bij de
                                    adviseur naar voren te brengen.</al></li><li nr="8."><al>De adviseur zendt het definitieve advies met inbegrip van het
                                    verslag en de zienswijzen toe aan betrokkenen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>De beslissing op verzoek</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuur beslist binnen acht weken of – indien extern advies
                                    wordt ingewonnen– binnen zes maanden na de ontvangst van de
                                    aanvraag, tenzij bij of krachtens wettelijk voorschrift een
                                    andere termijn is bepaald.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuur kan de beslissing eenmaal voor ten hoogste acht
                                    weken of – indien een externe adviseur als bedoeld in het eerste
                                    lid is ingeschakeld – zes maanden verdagen. Van de verdaging
                                    wordt schriftelijk mededeling gedaan.</al></li><li nr="3."><al>Indien de schade mede is veroorzaakt door een besluit waartegen
                                    beroep kan worden ingesteld, kan het bestuursorgaan de
                                    beslissing aanhouden totdat het besluit onherroepelijk is
                                    geworden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als het besluit als bedoeld in artikel 7 schadevergoeding in de
                                    vorm van betaling van een geldsom betreft, is titel 4.4 Algemene
                                    wet bestuursrecht van toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Als het besluit als bedoeld in artikel 7 schadevergoeding in een
                                    andere vorm dan betaling van een geldsom betreft, wordt daarmee
                                    een aanvang gemaakt binnen een redelijke termijn na het
                                    onherroepelijk worden van de in artikel 7 bedoelde
                                    beslissing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onverschuldigde betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuur kan de beslissing op het verzoek om een
                                    schadevergoeding intrekken of ten nadele van de verzoeker
                                    wijzigen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van feiten of omstandigheden, waarvan het
                                            bestuur ten tijde van het nemen van de beslissing op het
                                            verzoek redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn, de
                                            schadevergoeding niet of lager zou zijn
                                            vastgesteld;</al></li><li nr="b."><al>de verzoeker onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                            verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige
                                            gegevens tot een andere beslissing op het verzoek zou
                                            hebben geleid;</al></li><li nr="c."><al>de hoogte van de schadevergoeding anderszins onjuist was
                                            en de verzoeker dit wist of behoorde te weten;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip
                                    waarop de schadevergoeding is verleend, tenzij bij de intrekking
                                    of wijziging anders is bepaald;</al></li><li nr="3."><al>De beslissing op het verzoek kan niet meer worden ingetrokken of
                                    ten nadele van de ontvanger worden gewijzigd, indien vijf jaren
                                    zijn verstreken sinds de dag waarop de beslissing op het verzoek
                                    is bekendgemaakt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze Verordening treedt in werking op 1 november 2015.</al></li><li nr="2."><al>Op de in het eerste lid genoemde datum wordt de Verordening
                                    schadevergoeding waterschap Brabantse Delta, vastgesteld op 15
                                    september 2010, ingetrokken. </al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening
                                    schadevergoeding waterschap Brabantse Delta’. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van
                        waterschap Brabantse Delta van 14 oktober 2015,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De 1e loco-dijkgraaf</ondertekening><ondertekening>C.A.A. Coppens</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris-directeur</ondertekening><ondertekening>ir. H.T.C. van Stokkom</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><divisie><kop><label>TOELICHTING</label></kop></divisie><divisie><kop><label>Algemene toelichting</label></kop><al><vet>Aansprakelijkheid bij rechtmatig overheidshandelen</vet></al><al>Het waterschap neemt binnen zijn taakuitoefening veel maatregelen en
                        besluiten die in het algemene belang en rechtmatig genomen zijn. Burgers en
                        bedrijven kunnen echter nadeel ondervinden door dit optreden van het
                        waterschap. </al><al>Artikel 7.14 e.v.van de Waterwet bevat een algemene regeling die voorziet in
                        de vergoeding van schade als gevolg van de rechtmatige uitoefening van een
                        taak of bevoegdheid van het waterschap. Wie schade lijdt, kan zich op dit
                        artikel beroepen. </al><al>Uit artikel 7.14 Waterwet volgt een aantal criteria waaraan voldaan moet
                        zijn, voordat schadevergoeding wordt toegekend. Op deze criteria wordt
                        achtereenvolgens ingegaan.</al><lijst><li nr="1."><al>er moet sprake zijn van rechtmatige uitoefening van een taak of
                                bevoegdheid van het waterschap;</al></li><li nr="2."><al>de schade moet het gevolg zijn van deze uitoefening van een taak of
                                bevoegdheid;</al></li><li nr="3."><al>de schade behoort niet of niet geheel tot de lasten van de
                                gedupeerde te blijven;</al></li><li nr="4."><al>de vergoeding van schade wordt niet of niet anderszins
                                verzekerd.</al></li></lijst><al/><al><vet>Ad 1. er moet sprake zijn van rechtmatige uitoefening van een taak of
                            bevoegdheid van het waterschap</vet></al><al>Er moet sprake zijn van rechtmatig overheidshandelen door het waterschap.
                        Een voorwaarde voor een verzoek om schadevergoeding op grond van rechtmatige
                        overheidsdaad is dat – indien de schadeoorzaak is gelegen in een besluit –
                        het schadeveroorzakende besluit onherroepelijk is geworden. </al><al>Voorbeelden van schade die mogelijk voor vergoeding in aanmerking komen
                        zijn: schade (aan gebouwen) door peilwijzigingen, door baggerwerkzaamheden,
                        door de toepassing van gedoogplichten zoals in gebruikneming van
                        waterbergingsgebieden of de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk. </al><al/><al><vet>Ad 2. de schade moet het gevolg zijn van deze uitoefening van een taak
                            of bevoegdheid</vet></al><al>De schade moet aantoonbaar het gevolg zijn van de uitoefening van de taak of
                        bevoegdheid van het waterbeheer. Dit betekent dat artikel 7.14 niet alleen
                        betrekking heeft op schade die uit de toepassing van de Waterwet
                        voortvloeit, maar ook op schade die volgt uit de uitoefening van taken of
                        bevoegdheden op grond van de Waterschapswet en de keur.</al><al>Artikel 7.14 is van toepassing op</al><lijst><li nr="-"><al>besluiten</al></li><li nr="-"><al>schade die ontstaat bij handelingen die gevaar beogen te beperken of
                                voorkomen,</al></li><li nr="-"><al>de toepassing van gedoogplichten</al></li><li nr="-"><al>feitelijke handelingen in het kader van het waterbeheer, zoals het
                                doorsteken van een dijk of het stopzetten van bemaling.</al></li></lijst><al/><al><vet>Ad 3. de schade behoort niet of niet geheel tot de lasten van de
                            gedupeerde te blijven</vet></al><al>De grondslag voor schadevergoeding bij rechtmatig overheidshandelen ligt in
                        het zogenaamde égalité-beginsel (gelijkheid voor de publieke lasten). Dit
                        beginsel gaat er van uit dat de burgers zo veel mogelijk gelijkelijk de
                        lasten dragen van maatregelen die de overheid in het algemeen belang oplegt.
                        Een verplichting tot schadevergoeding is in zoverre alleen aanwezig als de
                        last, die in het algemeen belang wordt opgelegd, ongelijk over de burgers is
                        verdeeld.</al><al>Op grond van het égalité-beginsel wordt enkel de onevenredige schade
                        vergoed.</al><al/><al><vet>Onevenredige schade, normaal maatschappelijk risico</vet></al><al>De toekenning van schadevergoeding wordt beperkt omdat schade alleen voor
                        vergoeding in aanmerking komt voor zover de schade niet of niet geheel ten
                        laste van de verzoeker behoort te blijven. Daarmee wordt tot uitdrukking
                        gebracht dat schade die behoort tot het normaal maatschappelijk of
                        ondernemersrisico niet voor vergoeding in aanmerking komt. Alleen
                        onevenredige schade die buiten het maatschappelijk risico valt en op een
                        beperkte groep belanghebbenden drukt, komt voor vergoeding in aanmerking.
                        Dit betekent niet dat schade nooit volledig wordt vergoed. Hierbij kan
                        worden gedacht aan vergoeding van (gewassen)schade na de inzet van
                        (agrarische) gronden voor het bergen van water.</al><al>Onder de term maatschappelijk (of ondernemers-)risico wordt verstaan:
                        algemene maatschappelijke ontwikkelingen en nadelen waarmee men rekening kan
                        houden, ook al is nog niet bekend welke vorm en omvang een ontwikkeling zal
                        hebben, waar en wanneer zij zal plaatsvinden of wat de aard en omvang van de
                        nadelen die daaruit voortvloeien zullen zijn. Voorbeelden van ontwikkelingen
                        die binnen het normaal risico vallen zijn onder andere het aanscherpen van
                        vergunningvoorschriften naar aanleiding van de verscherping van het
                        milieubeleid, maar ook de aanleg en onderhoud van waterstaatswerken en het
                        versterken van waterkeringen.</al><al>Bij de beoordeling of iets daadwerkelijk tot het normaal maatschappelijk
                        risico behoort, wordt rekening gehouden met de volgende omstandigheden:</al><lijst><li nr="-"><al>de aard van de schadeveroorzakende gebeurtenis (is het normale
                                uitoefening van een overheidstaak?);</al></li><li nr="-"><al>het bestaan van gerechtvaardigde verwachtingen (had de
                                belanghebbende gerechtvaardigd mogen verwachten dat de overheid niet
                                over zou gaan tot uitoefening van de taak of bevoegdheid);</al></li><li nr="-"><al>de ernst en omvang van de schade (is een bedrijf zonder al te
                                kostbare ingrepen nog levensvatbaar?);</al></li><li nr="-"><al>de aard van het getroffen belang (onderscheid tussen particulieren
                                en ondernemers; deze laatsten hebben ook nog te maken met het
                                normale bedrijfsrisico);</al></li><li nr="-"><al>de voorzienbaarheid van de handeling (in hoeverre was de handeling
                                te voorzien? Hierbij wordt onder andere gekeken naar de aard van de
                                schadeveroorzakende maatregelen, het tijdstip en de plaats van de
                                maatregel, enz);</al></li><li nr="-"><al>de eventuele voordelige positie waarin betrokkene als gevolg van
                                overheidshandelen of – nalaten verkeert (heeft de handeling ook
                                positieve gevolgen voor de betrokkene opgeleverd?);</al></li><li nr="-"><al>de mogelijkheid om het nadeel door te berekenen (heeft de gedupeerde
                                de mogelijkheid om de schade door te berekenen aan derden?).</al></li></lijst><al>Verder kan de burger/ondernemer worden aangerekend dat hij niet aan zijn
                        schadebeperkingsplicht heeft voldaan. </al><al>Van belang is verder het begrip ‘risicoaanvaarding’ of ‘voorzienbaarheid’.
                        Bij actieve risicoaanvaarding geldt als criterium dat sprake is van
                        aanvaarding indien, bezien vanuit de positie van een redelijk denkend en
                        handelend burger, aanleiding bestond om rekening te houden met de kans dat
                        er een ongunstig besluit zou worden genomen, Hiernaast bestaat ook de
                        passieve risicoaanvaarding. Hiervan is sprake indien de betrokkene
                        stilgezeten heeft en daarmee een gunstig regime van voorschriften of beleid
                        voorbij heeft laten gaan zonder dat hij daar gebruik van heeft gemaakt. Hij
                        dient alert te zijn op ontwikkelingen in het beleid van de overheid, normale
                        maatschappelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in zijn directe
                        ontwikkelingen die mogelijk nadelige gevolgen voor hem kunnen opleveren. </al><al/><al><vet>Ad 4. de vergoeding van schade wordt niet of niet anderszins
                            verzekerd.</vet></al><al>Vergoeding van schade blijft achterwege als deze reeds anderszins
                        (voldoende) is verzekerd, bijvoorbeeld via aankoop of onteigening. </al><al><vet>Afhandeling verzoek om schadevergoeding.</vet></al><al>Een verzoek om schadevergoeding moet volgens artikel 7.14 lid 2 Waterwet
                        bevatten:</al><lijst><li nr="-"><al>een motivering en een onderbouwing van de hoogte van de gevraagde
                                schadevergoeding</al></li><li nr="-"><al>nadere regels omtrent de inhoud, het indienen en de motivering van
                                een verzoek om schadevergoeding kunnen worden gesteld bij algemene
                                maatregels van bestuur of bij waterschapskeur. Dit is in onderhavige
                                Verordening schadevergoeding gebeurd door opname van artikel 2.</al></li></lijst><al>Het waterschap neemt een besluit over de vergoeding van de schade in een
                        afzonderlijke beschikking.</al><al>In artikel 7.14 lid 3 Waterwet is een verjaringstermijn van vijf jaar
                        opgenomen. Indien een verzoek wordt ingediend na meer dan vijf jaar nadat de
                        schade zich heeft geopenbaard, dan wel nadat de betrokkene redelijkerwijs op
                        de hoogte had kunnen zijn van de schadeveroorzakende gebeurtenis, kan het
                        waterschap dit verzoek afwijzen. De mogelijkheid om een
                        schadevergoedingsverzoek in te dienen verjaart in ieder geval na verloop van
                        twintig jaren na de schadeveroorzakende gebeurtenis. Bijzonder is dat de
                        eerste verjaringstermijn (vijf jaren) pas begint te lopen op het moment dat
                        de schade zich openbaart. De schadeveroorzakende gebeurtenis zelf is de
                        start van de ‘absolute' verjaringstermijn van twintig jaar.</al><al>Artikel 7.15 Waterwet is een specifieke schadevergoedingsregeling voor
                        schade bij waterberging. Het artikel geeft geen zelfstandige grondslag voor
                        vergoeding van schade in verband met wateroverlast en overstroming maar is
                        een nadere uitwerking van artikel 7.14 Waterwet. In artikel 7.15 Waterwet is
                        uitdrukkelijk geregeld dat ook schade door wateroverlast of overstroming in
                        aanmerking komt voor vergoeding krachtens artikel 7.14 Waterwet. Dit
                        betekent niet dat elke vorm van wateroverlast recht geeft op vergoeding van
                        schade. Uit de samenhang tussen de artikelen 7.14 Waterwet en 7.15 Waterwet
                        volgt dat de wateroverlast of overstroming het gevolg moet zijn van
                        overheidshandelen. </al><al>Naast de schadevergoedingsregeling van artikel 7.14 kent de Waterwet enkele
                        specifieke schaderegelingen namelijk een regeling voor schade toegebracht
                        aan waterstaatswerken (artikelen 7.21 e.v. Waterwet) en een
                        schadevergoedingsregeling in verband met grondwateronttrekkingen (artikel
                        7.18 e.v Waterwet). </al><al>De schadevergoedingsregelingen in de wet zijn bedoeld als uitputtende
                        regelingen zodat aanvullende regeling van het recht op schadevergoeding bij
                        verordening zoals een keur of een provinciale verordening niet mogelijk is. </al><al>Artikel 7.16 van de Waterwet bepaalt dat afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke
                        ordening buiten toepassing blijft, voor zover een belanghebbende met
                        betrekking tot de schade een beroep doet of kan doen op een schadevergoeding
                        als bedoeld in artikel 7.14, eerste lid Waterwet. Dit betekent dat ook
                        verzoeken om planschade onder deze regeling kunnen vallen.</al><al/><al><cursief>Beleidsregels</cursief></al><al>Het waterschap is bevoegd om voor de verschillende schadesoorten
                        beleidsregels op te stellen waarin het begrip schade wordt geconcretiseerd.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikelsgewijze toelichting</label></kop><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Ingevolge artikel 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen onder
                        een adviseur één of meerdere adviseurs (commissie) worden verstaan die zijn
                        belast met het adviseren inzake door een bestuursorgaan te nemen besluiten
                        en niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van dat
                        bestuursorgaan.</al><al><vet>Artikel 2 Het verzoek om schadevergoeding</vet></al><al>In dit artikel worden regels gegeven voor het indienen van een verzoek om
                        schadevergoeding. De regeling sluit aan bij de bepalingen in de Awb,
                        handelend over het aanvragen van een beschikking. </al><al>Indien er redelijkerwijs van kan worden uitgegaan dat het verzoek om
                        schadevergoeding zal worden toegekend, kan een voorschot verleend worden.
                        Artikel 4:95 e.v. Awb is van toepassing.</al><al/><al><cursief>Leden 2 en 3</cursief></al><al>Deze artikelleden bepalen aan welke eisen een aanvraag moet voldoen. Het
                        noemt een aantal formele en materiële eisen. Bij de materiële eisen gaat het
                        om gegevens die naar het oordeel van de aanvrager de aanvraag met argumenten
                        onderbouwen en om gegevens die het waterschap nodig heeft om zich een beeld
                        van de betrokken belangen te vormen.</al><al>Uit artikel 3: 2 van de Awb vloeit voort dat op het bestuursorgaan de
                        verplichting rust de nodige gegevens te verzamelen, maar het bestuursorgaan
                        kan binnen redelijke grenzen daarvoor een beroep doen op de aanvrager. Welke
                        gegevens nodig zijn voor een verantwoorde beslissing hangt af van het
                        concrete geval.</al><al/><al><cursief>Lid 5</cursief></al><al>In dit lid wordt bepaald welke de gevolgen zijn van het in strijd met de
                        voorschriften van deze regeling indienen van een verzoek tot
                        schadevergoeding. Het bevoegd gezag is verplicht de verzoeker in de
                        gelegenheid te stellen zijn gebrekkige verzoek te herstellen binnen een
                        termijn van zes weken na kennisgeving van het verzuim. </al><al><vet>Artikel 3 Behandeling van het verzoek zonder externe
                        advisering</vet></al><al>In dit artikel worden verschillende behandelscenario’s genoemd. </al><al/><al><cursief>Lid 1 </cursief></al><al>In lid 1 wordt bepaald dat een verzoek niet zal worden behandeld indien het
                        niet is ingediend overeenkomstig het bepaalde in artikel 2. Het artikel
                        sluit aan bij artikel 4:5 van de Awb. Het ontbreken van gegevens of
                        bescheiden kan alleen leiden tot het niet in behandeling nemen van de
                        aanvraag, indien het niet mogelijk is zonder die gegevens of bescheiden op
                        de aanvraag te beslissen. Indien direct of bij een inhoudelijke beoordeling
                        blijkt dat de aanvraag niet voor inwilliging vatbaar is, komt de bepaling
                        niet voor toepassing in aanmerking; er behoort dan een inhoudelijke
                        beslissing tot afwijzing te volgen.</al><al>De Awb voorziet niet in de mogelijkheid een verzoek niet-ontvankelijk te
                        verklaren. Wanneer de verzoeker bijvoorbeeld geen belanghebbende is, dient
                        een afwijzing te volgen. Deze afwijzende beslissing levert geen besluit op
                        en is dus niet vatbaar voor bezwaar en beroep. De afwijzende beslissing op
                        een verzoek van een niet-belanghebbende is geen afwijzing van een aanvraag.
                        (ABRvS 5 september 2001, JB 2001/271; ABRvS 6 februari 2002, AB 2002,142;
                        ABRvS 13 april 2005, AB 2005,162).</al><al>Het besluit van het bevoegd gezag om een verzoek niet in behandeling te
                        nemen is een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Tegen het besluit
                        staat bezwaar en beroep open. Tegen het besluit van het bestuursorgaan om
                        aanvulling van gegevens te vragen staat geen bezwaar en beroep open. De
                        aanvrager kan weigeren de aanvullende gegevens te verschaffen. Tegen de
                        daarop volgende beslissing om de aanvraag niet te behandelen of tegen de
                        inhoudelijke beslissing kan hij bezwaar maken.</al><al/><al><cursief>Lid 2</cursief></al><al>In bepaalde gevallen kan het bestuur een verzoek om schadevergoeding zonder
                        externe advisering behandelen omdat er bij voorbeeld geen twijfel is over de
                        oorzaak van de schade en het waterschap op basis van eigen beleid en
                        deskundigheid de hoogte hiervan kan vaststellen (denk bijv. aan
                        gewassenschade). Ook de hoogte van het schadebedrag kan aanleiding zijn om
                        af te zien van externe advisering bij de afhandeling van het verzoek.</al><al>Zodra de beoordeling van het verzoek te complex wordt of specifieke
                        deskundigheid vereist, zal een adviescommissie of deskundige worden
                        geraadpleegd zoals bedoeld in artikel 4.</al><al><vet>Artikel 4 Behandeling verzoek</vet></al><al>Het bestuur kan het verzoek om schadevergoeding voorleggen aan een adviseur,
                        die een gemotiveerd rapport advies uitbrengt over zijn onderzoek naar de
                        gegrondheid van het verzoek. </al><al/><al><cursief>Lid 4</cursief></al><al>De regels die het bestuur kan stellen, kunnen betrekking hebben op bij
                        voorbeeld de werkwijze van de adviseur.</al><al><vet>Artikel 5 De taken en bevoegdheden van een adviseur</vet></al><al><cursief>Lid 1</cursief></al><al>De adviseur adviseert het bevoegd gezag over het verzoek om schadevergoeding
                        en stelt daartoe een onderzoek in. Het onderzoek zal in het algemeen
                        betrekking hebben op: het causaal verband, de omvang van de schade en de
                        hoogte van de schadevergoeding. </al><al>Kosten inschakeling deskundige door de verzoeker</al><al>Indien de verzoeker een deskundige heeft ingeschakeld en daarvoor kosten
                        maakt, adviseert de adviseur hierover. De gemaakte deskundigenkosten worden
                        vergoed, als het redelijk is dat een deskundige is ingeschakeld en voor
                        zover de gemaakte kosten redelijk zijn; het dubbele redelijkheidscriterium
                        uit de rechtspraak. Hierbij dient in aanmerking te worden genomen dat de
                        adviescommissie of externe deskundige onafhankelijk is en dus objectief
                        adviseert. </al><al/><al><cursief>Lid 2</cursief></al><al>Wanneer de situatie daartoe aanleiding geeft kan de adviseur maatregelen in
                        natura voorstellen die geschikt zijn om het nadeel te beperken of ongedaan
                        te maken.</al><al><vet>Artikel 7 Beslistermijn</vet></al><al>Deze bepaling komt overeen met het toekomstige artikel 4:130 Awb<noot id="d9447e623"><noot.nr> 1
                                </noot.nr><noot.al>Op
                                15 februari 2013 is de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij
                                onrechtmatige besluiten (Wns) in het Staatsblad gepubliceerd (Stb.
                                2013, 50). De bepalingen uit de Wns die betrekking hebben op
                                schadevergoeding bij onrechtmatig bestuurshandelen zijn op 1 juli
                                2013 in werking getreden.</noot.al><noot.al>De
                                bepalingen die betrekking hebben op nadeelcompensatie zijn nog niet
                                in werking getreden omdat hiervoor nog aanpassingswetgeving in
                                voorbereiding is. Dit betreft de toekomstige artikelen 4:126 t/m 130
                                Awb.</noot.al></noot>. </al><al><vet>Artikel 8 Betaling</vet></al><al><cursief>Lid 2</cursief></al><al>Met schadevergoeding in een andere vorm dan betaling van een geldsom betreft
                        wordt bijvoorbeeld gedoeld op maatregelen in natura voorstellen die geschikt
                        zijn om het nadeel te beperken of ongedaan te maken.</al><al><vet>Artikel 9 Onverschuldigde betaling</vet></al><al>In artikel 10 worden de gevallen genoemd waarin het waterschap een
                        schadevergoeding of een voorschot zal terugvorderen. Gedacht moet dan worden
                        aan de situatie dat ten tijde van het besluit tot toekenning niet alle
                        feiten bekend waren, dat verzoeker onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel
                        dat de hoogte onjuist was en de verzoeker dit wist of behoorde te weten.
                        Teveel betaalde bedragen moeten ingevolge artikel 4:87 Awb worden
                        terugbetaald binnen zes weken nadat de terugvorderingsbeschikking is
                        bekendgemaakt. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>