<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR379738_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleid standplaatsen en venten ambulante handel Alphen aan den Rijn</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alphen aan den Rijn</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-10-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alphen aan den Rijn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Week in Beeld huis-aan-huis bladen, 30
                september 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleid standplaatsen en venten ambulante handel Alphen aan den Rijn</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 5:14, 5:15, 5:17 en 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening Alphen aan den Rijn 2014</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-09-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-11-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015/38643, 2015/39550 en 2015/3955</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Vervangt de beleidsregels uit de fusiegemeenten Alphen aan den Rijn, Boskoop en Rijnwoude</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Nadere regels standplaatsen ambulante handel 2015</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleid standplaatsen en venten ambulante handel Alphen aan den Rijn</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders;</al><al/><al>Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen
                        5:14, 5:15, 5:17 en 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening Alphen aan
                        den Rijn 2014;</al><al/><al>B E S L U I T vast te stellen het volgende:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Beleid standplaatsen en venten ambulante handel Alphen aan den
                            Rijn</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Samenvatting</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al>Er is nog sprake van een 'oud' standplaatsenbeleid voor ambulante handel
                            uit de voormalige gemeenten Boskoop, Rijnwoude en Alphen aan den Rijn.
                            In verband met de fusie van de drie gemeenten moet dit beleid opnieuw
                            worden bepaald en vastgesteld. De gemeente wil met het beleid richting
                            geven hoe de komende jaren met de standplaatsen wordt omgegaan.</al><al/><al>Er is een groeiende behoefte aan het verlevendigen van de omgeving; om
                            een aantrekkelijk winkelgebied te creëren, of te voorzien in behoeften
                            van consumenten, recreanten en werknemers. Door te sturen in branchering
                            en locatie van standplaatsen en door het stimuleren van venten, kan meer
                            in die behoefte worden voorzien. </al><al/><al>Standplaatsen zijn vaste plekken in de gemeente waar ambulante
                            handelaren waren kunnen verkopen vanuit een mobiele kraam of kar. Venten
                            gebeurt met een kar of rijdende winkel, waarbij niet langer op een plek
                            wordt stilgestaan dan er klanten zijn. </al><al/><al>Het definitief aanwijzen van locaties en het bepalen van richtprijzen
                            van standplaatsen vindt plaats in de nadere regels die door het college
                            van B&amp;W worden vastgesteld. Naar deze regels wordt ook in de
                            Algemene Plaatselijke Verordening (APV) verwezen.</al><al/><al><vet>We gaan in dit beleid uit van de volgende maatregelen:</vet></al><al>Een branche op een standplaats is aanvullend (complementair) aan het
                            bestaande winkelaanbod in de buurt of het dorp. De winkelstructuur en de
                            openbare orde willen wij niet aantasten, daarom zal een maximumstelsel
                            en branchering worden toegepast voor de standplaatsen. Daarnaast willen
                            wij ook geen snoep- en snackkramen toestaan in de buurt van scholen of
                            bakkramen bij woningen. In alle kernen staat het
                            winkelvoorzieningenaanbod onder druk. Dit geldt met name in de dorpen.
                            Het is onze wens om in de dorpen (alle kernen behalve Alphen aan den
                            Rijn) de maximale standplaatsduur van een branche te beperken tot één
                            dag per week, tenzij er wezenlijke behoefte is aan een aanvullende
                            branche.</al><al/><al>De wachtlijst die nu nog geldt, wordt afgeschaft. In plaats daarvan
                            moeten ambulante handelaren vanaf 2016 inschrijven op een standplaats op
                            openbaar terrein. Er worden meerjarige huurovereenkomsten afgesloten
                            tegen tarieven die de markt zelf bepaalt op basis van inschrijvingen. Er
                            wordt daarbij uitgegaan van een richtprijs.</al><al/><al>Tot slot worden ook de huidige locaties van standplaatsen herzien.
                            Sommige standplaatsen zullen vervallen, bijvoorbeeld omdat er geen
                            gebruik van wordt gemaakt. Op andere plekken worden, bijvoorbeeld
                            vanwege stedenbouwkundige ontwikkelingen, nieuwe standplaatsen
                            aangewezen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inhoudsopgave</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="i5cbbec11-b739-4eb0-a4cb-7b6f7fc425c7" naam="i260658i5cbbec11-b739-4eb0-a4cb-7b6f7fc425c7.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="20.91cm"/></plaatje></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Straathandel kan op een positieve manier bijdragen aan de kwaliteit van
                            de openbare ruimte. Het brengt dynamiek en levendigheid in het
                            straatbeeld door kleinschaligheid, diversiteit en afwisseling.
                            Straathandelaren zijn daar een belangrijk onderdeel van. Ze dragen bij
                            aan een gezellige, levendige en aantrekkelijke omgeving voor bewoners en
                            bezoekers. Ze bieden aanvullende activiteiten, goederen en diensten die
                            mensen nodig hebben of waarvan zij kunnen genieten. De gemeente
                            stimuleert straathandelsactiviteiten die de vergroting van de
                            diversiteit en kwaliteit van de ervaringen en activiteiten op straat
                            ondersteunen. Het is daarbij van belang dat de uitstraling van de
                            straathandel ook past binnen de kwaliteit en het karakter van de
                            openbare ruimte. De straathandel vindt plaats tijdens week- en
                            jaarmarkten en evenementen, maar vindt ook plaats op wisselende of vaste
                            plekken in de gemeente. Over deze laatste twee gaat dit beleid.</al><al/><al>Standplaatsen zijn vaste plekken in de gemeente waar ambulante
                            handelaren een dagdeel, dag en/of een aantal dagen per week waren zoals
                            vis, kaas, snacks, bloemen, kleding en dergelijke vanaf kunnen verkopen.
                            Van een standplaats kunnen meerdere kramen gedurende een periode gebruik
                            maken. Venten gebeurt niet op een vaste plaats, maar de handelaar
                            beweegt zich met een doorgaans kleine kar of een rijdende winkel door de
                            straten op zoek naar klanten. Beide vormen van straathandel zijn een
                            niet meer weg te denken activiteit die het straatbeeld verlevendigt en
                            voorziet in een aanvulling op de bestaande winkels in dorp, wijk of
                            centrum.</al><al/><al>Een gemeente is echter niet verplicht om standplaatsen aan te wijzen.
                            Als er teveel kramen zijn, kunnen deze problemen opleveren voor de
                            openbare orde en kan de vitaliteit van een (wijk)winkelcentrum in de
                            directe omgeving worden aangetast. Ook zijn sommige branches,
                            bijvoorbeeld frietkramen, niet gewenst bij scholen. Daarnaast is er kans
                            dat de activiteiten overlast of onveilig verkeersgedrag veroorzaken of
                            het straatbeeld ontsieren. Om in dit spanningsveld een goede balans te
                            vinden, wordt in dit beleid bepaald hoe de gemeente de komende jaren met
                            het venten en de standplaatsen in de stad en dorpen wil omgaan.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.1</nr><titel>Aanleiding</titel></kop><al>Het huidige standplaatsenbeleid van Alphen aan den Rijn is aan
                            vervanging toe. Het beleid is sterk verouderd en er circuleren na de
                            fusie meerdere beleidsregels die verwarrend zijn voor zowel de interne
                            organisatie als de burger of ondernemer. Op grond van artikel 28 van de
                            Wet algemene regels herindeling (Wet arhi) behouden de beleidsregels van
                            de voormalige gemeenten na de datum van de herindeling nog twee jaar hun
                            rechtskracht. Dit betekent dat er in januari 2016 een nieuw
                            beleidsdocument voor standplaatsen van kracht moet zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.2</nr><titel>Verankering in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV)</titel></kop><al>De APV van Alphen aan den Rijn is van toepassing op venten en
                            standplaatsen in het algemeen. Hierin wordt aangegeven wat de definitie
                            is van venten (art. 5:14) en standplaatsen (artikel 5:17), dat er een
                            vergunning nodig is (art. 5:18) en wanneer deze kan worden geweigerd.
                            Het college kan daarbij op grond van artikel 5:18, lid 3 nadere regels
                            stellen. In de nadere regels worden bepalingen opgenomen over de,
                            vergunningverlening, locaties en branchering, alsook andere relevante
                            aspecten, uiteraard met dit beleid als richtinggevend kader.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.3</nr><titel>Leeswijzer</titel></kop><al>In hoofdstuk 2 wordt kort teruggekeken naar het oude beleid in de vorige
                            gemeenten, waarna het hoofdstuk wordt afgesloten met conclusies en
                            aanbevelingen voor het nieuwe beleid. Vervolgens worden in het
                            beleidskader in hoofdstuk 3 de begripsafbakening en belangrijkste
                            uitgangspunten genoemd. Ook aanvullende criteria voor de standplaatsen
                            wordt hierin besproken. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de uitvoering
                            van het beleid. Hoofdstuk 5 gaat over de private afspraken tussen
                            gemeente en ondernemer. In hoofdstuk 6 wordt kort ingegaan op de
                            handhaving.</al><al><plaatje><illustratie id="i91546ca5-f0d0-49ec-abdc-acce62aaf7b9" naam="i260596i91546ca5-f0d0-49ec-abdc-acce62aaf7b9.jpg" type="foto" breedte="5.9cm" hoogte="4.42cm"/></plaatje></al><al>Afbeelding 1, ook venten kan een creatieve bezigheid zijn </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>(Oud)beleid Alphen, Boskoop en Rijnwoude</titel></kop><structuurtekst><al>Het huidige beleid bestaat uit drie verschillende nota’s van de
                            voormalige gemeenten Alphen aan den Rijn, Rijnwoude en Boskoop.
                            Hieronder wordt ingegaan op de specifieke bijzonderheden.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Beleid Alphen aan den Rijn</titel></kop><artikel><kop><titel/></kop><al>Het vastgestelde beleid van Alphen aan den Rijn stamt uit 1996. In
                                dit ‘Maximumstelsel standplaatsen en venten’ zijn destijds 33
                                standplaatsen aangewezen. In 2005 is er op verzoek van de raad een
                                herziening van het maximumstelsel geweest (2005/5609). Inmiddels
                                zijn 23 standplaatsen door het college aangewezen. De standplaatsen
                                zijn onderverdeeld in seizoen standplaatsen (oliebollen en
                                kerstbomen) en permanente (vaste) standplaatsen. Op enkele plekken
                                zijn vaste bouwwerken geplaatst van waaruit consumpties of artikelen
                                worden verkocht. Dergelijke bouwwerken staan veelal zonder
                                vergunning en staan op plaatsen die vanuit stedenbouwkundige en
                                welstandsoverwegingen niet wenselijk zijn. Het beleid kent voor de
                                standplaatsen geen branchering, maar wel een branchering voor
                                venten. Het venten is om redenen van deregulering echter niet meer
                                vergunningplichtig gesteld in de APV van 2014. Het innemen van
                                standplaatsen wel. Standplaatsvergunningen zijn een jaar geldig. Na
                                het aflopen van het jaar komt de vergunninghouder als eerste in
                                aanmerking voor de vergunning. In het beleid worden geen nadere
                                bepalingen gesteld waaraan een vergunning moet voldoen. Verder is er
                                een wachtlijst ingesteld, waarbij na het verlaten van de plek door
                                een standplaatshouder de eerstvolgende op de lijst deze plek wordt
                                aangeboden. De wachtlijst kent inmiddels zo’n 60 personen. Ook wordt
                                er geen stageld of precario geheven. De enige prijs die de gemeente
                                vraagt zijn de legeskosten (€ 80,30 per jaar, prijspeil 2015). </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Beleid Boskoop</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al>Boskoop heeft het meest actuele en uitgebreide standplaatsenbeleid.
                                Het beleid is door het toenmalige college vastgesteld in 2008. Het
                                beleid, en dan met name de beleidsregels, zijn vrij gedetailleerd.
                                Er worden restricties gesteld ten aanzien van grootte, locatie en
                                tijdstip van de handel. Daarnaast regelt het beleid ook
                                vergunningvereisten zoals het intrekken ervan, verzekering, gebruik
                                van geluidsapparatuur, het schoonhouden van de straten etc. Er is
                                een wachtlijst met 2 personen. De vergunning kan een beperkte of
                                onbeperkte duur hebben, dit is verder niet in het beleid geregeld.
                                Op dit moment zijn er twee standplaatsen die worden gebruikt op de
                                Puttenlaan bij de Aldi. Ook hier wordt geen stageld of huur
                                geheven.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Beleid Rijnwoude</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al>Het beleid van Rijnwoude is opgesteld in 1995 en voor het laatst
                                aangepast in 2000. In het beleid staat dat per dag maximaal één
                                vent- en één standplaatsvergunning wordt verleend. De vergunningen
                                werden voor onbepaalde tijd afgegeven. Er wordt geen vergunning
                                verleend voor een branche die ook op de weekmarkt in dat dorp staat.
                                Om het redelijke voorzieningen niveau niet aan te tasten is in 2000
                                voor de kern Koudekerk het aantal vergunningen gemaximeerd tot 3
                                vent- en 3 standplaatsvergunningen, met een maximum van één
                                vergunning per branche. Op dit moment staan in Koudekerk afwisselend
                                vier verschillende kramen per week op één standplaats. Er worden
                                geen vergunningen verstrekt voor tabak, snoepgoed en algemene
                                kruidenierswaren. De laatste jaren wordt van de standplaatsen in
                                Hazerswoude-Dorp, Rijndijk en Benthuizen geen gebruik meer gemaakt.
                                In Hazerswoude-Rijndijk en –Dorp is in december een
                                kerstbomenverkoop.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.4</nr><titel>Overleg beleid en ontwikkelingen</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><lijst><li nr="-"><al>Omdat wij als gemeente willen stimuleren kinderen gezond op
                                        gewicht te houden, willen wij voorkomen dat kinderen snel in
                                        aanraking komen met ongezond voedsel. Om hieraan bij te
                                        dragen is het niet wenselijk om bijvoorbeeld snackkramen bij
                                        scholen te vergunnen. Hierdoor sluiten wij sommige branches
                                        in de directe omgeving van scholen uit.</al></li><li nr="-"><al>De brandweer en omgevingsdiensten stellen nadere eisen,
                                        bijvoorbeeld voor de brandveiligheid en toegankelijkheid bij
                                        bakkramen.</al></li><li nr="-"><al>Verder staat de retailsector onder druk. Structurele
                                        veranderingen in het consumentengedrag, de veranderende
                                        behoefte aan winkelruimte en de groeiende leegstand leiden
                                        ertoe dat er wordt gezocht naar maatregelen om
                                        winkelgebieden, bedrijventerreinen en recreatieterreinen
                                        weer vitaal en aantrekkelijk te maken.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.5</nr><titel>Conclusies en aanbevelingen</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><lijst><li nr="-"><al>Vanuit de retailsector gezien lijkt er geen behoefte te zijn
                                        aan veel meer standplaatsen, tenzij het aanbod aanvullend
                                        (complementair) is aan de reeds in de buurt gevestigde
                                        winkelbranches. </al></li><li nr="-"><al>Daarnaast is er een groeiende behoefte aan het verlevendigen
                                        van de omgeving; om een aantrekkelijk winkelgebied te
                                        creëren, of te voorzien in behoeften van consumenten,
                                        recreanten en werknemers. Door te sturen in branchering,
                                        aantal en locatie van standplaatsen en door het stimuleren
                                        van venten, kan een balans worden gevonden tussen openbare
                                        orde en het op peil houden van de voorzieningen enerzijds en
                                        levendigheid en aantrekkelijkheid anderzijds.</al></li><li nr="-"><al>Verder is er de afgelopen jaren een zekere ongelijkheid
                                        ontstaan tussen winkeliers en standplaatshouders. Waar bij
                                        winkeliers de exploitatie van het pand en verwante kosten
                                        voor een substantieel deel in de resultaten meewegen, is dat
                                        voor standplaatshouders niet of minder het geval. Dat de
                                        gemeente geen stageld, huur of precario ontvangt is
                                        bijzonder. Dit wordt in omliggende gemeenten wel gedaan,
                                        bijvoorbeeld door precarioheffing of via een heffing op
                                        basis van een marktgeldverordening. Als standplaatshouders
                                        profijt hebben van verkoop van producten in en via de
                                        openbare ruimte, zou ook een deel van dit profijt ten goede
                                        moeten komen voor die openbare ruimte. Daarom zou een meer
                                        marktconforme exploitatie van deze standplaatsen door de
                                        gemeente voor de hand liggen. </al></li><li nr="-"><al>Het verloop in de wachtlijst voor een vergunning voor een
                                        standplaats is in het algemeen laag. In de stad Alphen staan
                                        mensen soms jaren op een wachtlijst die inmiddels is
                                        aangegroeid tot circa 60 wachtenden. Deze personen krijgen
                                        door het lage verloop geen kans om in de gemeente op een
                                        standplaats te staan. Het afschaffen van de wachtlijst en
                                        publicatie van een vrijgekomen standplaats geeft iedereen
                                        een eerlijke kans om te kunnen inschrijven op een
                                        standplaats binnen de gemeente.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="-"><al>Kramen die niet ambulant zijn en als bouwwerk zijn
                                        opgericht, vallen niet onder de huidige en nieuwe strekking
                                        van standplaats. De definitie gaat immers uit van verrijd-
                                        of verwijderbare (ambulante) handel (zie ook paragraaf 3.1).
                                        Dit houdt in dat deze bouwwerken moeten worden
                                        verwijderd.</al></li><li nr="-"><al>Voor de vergunninghouders van de standplaatsen in Boskoop en
                                        Rijnwoude geldt een overgangsregeling, aangezien zij
                                        beschikken over een vergunning voor onbepaalde tijd. Conform
                                        wettelijke voorschriften dient de overgangsregeling in de
                                        APV opgenomen te worden. Dit zal bij de eerstvolgende
                                        wijziging (begin 2016) van de APV plaatsvinden. Nadien zal
                                        het beleid ook op hen van toepassing zijn. De in het beleid
                                        en de nadere regels genoemde openbare inschrijving zal voor
                                        deze groep vergunninghouders later aanvangen, namelijk na
                                        afloop van de in de APV op te nemen overgangsregeling
                                        (verwacht wordt 1 januari 2017).</al></li></lijst><al/><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Beleidskader</titel></kop><structuurtekst><al>Het in dit hoofdstuk beschreven beleidskader geeft de uitgangspunten
                            voor het te voeren beleid en het opstellen van de nadere regels.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr><titel>Begripsafbakening</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al>Dit beleid gaat over standplaatsen en venten. Onderstaand worden
                                deze begrippen toegelicht.</al><al/><al><vet>Standplaats</vet></al><al>Op grond van artikel 5:17 van de Algemene Plaatselijke Verordening
                                Alphen aan den Rijn 2014 verstaan wij onder het begrip
                                    <vet>standplaats</vet>: <cursief>het vanaf een vaste plaats, op
                                    een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop
                                    aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten,
                                    gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen
                                    of een tafel</cursief>. Benadrukt wordt, dat alle standplaatsen
                                voor het publiek toegankelijk moeten zijn.</al><al/><al>Standplaatsen worden aangewezen door het college.</al><al>Onder standplaats wordt <vet>niet</vet> verstaan: een vaste plaats
                                op een jaarmarkt of markt en een vaste plaats op een evenement.
                                Onder vast wordt ook geen kiosk of ander bouwwerk verstaan. Vast
                                wordt in dit geval gebruikt om aan te geven dat het een standplaats
                                op een <vet>vaste locatie</vet> is voor een bepaalde periode.</al><al/><al><vet>Standplaatsen zijn verdeeld in twee groepen, te weten:</vet></al><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Seizoen standplaatsen</vet></al><al>Seizoen standplaatsen zijn
                                                  standplaatsen <vet>met een aangewezen
                                                  locatie</vet> waar ondernemers voor een <vet>korte
                                                  periode in het jaar</vet> een standplaats kunnen
                                                  innemen met hun mobiele kraam of kar. De periode
                                                  dat de standplaatshouder de standplaats mag
                                                  innemen, wordt vermeld in de vergunning. Seizoen
                                                  standplaatsen zijn onder andere oliebollenkramen
                                                  en verkoop van kerstgroen.</al><al/><al><vet>Op seizoen standplaatsen mogen ondernemers,
                                                  in de periode waarvoor de vergunning verleend is,
                                                  de kraam of kar ‘s avonds laten staan.</vet></al><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Permanente standplaatsen</vet></al><al>Dit zijn standplaatsen met een
                                                  <vet>aangewezen locatie</vet> waar ondernemers
                                                  voor een <vet>lange tijd </vet>(minimaal een jaar)
                                                  een of meer dagen in de week een standplaats met
                                                  hun kraam kunnen innemen. In elk geval gaat het
                                                  hierbij om <vet>een mobiele kraam</vet>.</al><al/><al><vet>De kramen worden elke avond weggehaald en in
                                                  de ochtend kunnen de standplaatshouders de
                                                  standplaats weer innemen.</vet></al><al/><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>De <onderstreept>incidentele standplaatsen</onderstreept> vallen
                                niet binnen het standplaatsenbeleid. De maatschappelijke
                                standplaatsen en promotiestandplaatsen worden behandeld door de
                                gemeente met ‘een aanvraag in gebruik nemen openbaar gebied’.
                                Standplaatsen die <onderstreept>op privé terrein</onderstreept>
                                staan maar wel publiekelijk toegankelijk zijn, worden ook aangewezen
                                als standplaats. Hier wordt echter geen huurovereenkomst afgesloten
                                met de gemeente. Het college dient wel op grond van artikel 5:19 van
                                de APV een vergunning te verlenen en ook zal zij daarbij een
                                afweging moeten maken binnen de strekking van dit beleid.</al><al/><al><vet>Venten </vet></al><al>Op grond van het bepaalde in de APV (art. 5:14) bedoelen we met
                                venten het terloops producten aanbieden en dus niet stilstaan op een
                                vaste plek. Of, zoals in de toelichting van de APV is genoemd: de
                                venter biedt zijn waren voortdurend aan vanaf een andere plaats. Het
                                tijdelijk stilstaan in afwachting van klanten is geen
                                venten.</al><al/><al><vet>Ambulante verkoopinrichtingen</vet></al><al>Deze kunnen worden onderverdeeld in twee typen: </al><al/><al><plaatje><illustratie id="i44af8c44-6328-4bf2-b415-948f4ca83ca7" naam="i260617i44af8c44-6328-4bf2-b415-948f4ca83ca7.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.69cm"/></plaatje></al><al><vet>Kleine mobiele verkoopinrichting (kar) Grote mobiele
                                    verkoopinrichting (kraam)</vet></al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al><vet> Kenmerken kar</vet></al></entry><entry><al><vet> Kenmerken kraam</vet></al></entry></row><row><entry><al>&lt; 3m2</al></entry><entry><al>Gemiddeld tot groot formaat </al></entry></row><row><entry><al>Open en alzijdige uitstraling</al></entry><entry><al>Gesloten en eenzijdige uitstraling</al></entry></row><row><entry><al>Verkoper staat naast kar</al></entry><entry><al>Verkoper staat in de kraam</al></entry></row><row><entry><al>Activiteit en verkoop gebeurt op straat</al></entry><entry><al>Activiteit en verkoop gebeurt vanuit kar
                                                  (loketfunctie)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Kortom:</vet> standplaatsen kunnen worden ingenomen door karren
                                en kramen. Venten gebeurt doorgaans met karren, maar soms ook in de
                                vorm van rijdende (ijs)wagens, bijvoorbeeld SRV (zie ook paragraaf
                                3.6).</al><al/><al/><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.2</nr><titel>Uitgangspunten</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al>Het college wil met dit beleid in de eerste plaats bereiken dat de
                                ambulante handel op standplaatsen een aanvulling vormt op het
                                bestaande voorzieningenniveau. In de tweede plaats moeten
                                levendigheid en sfeer worden gebracht waar het wenselijk en mogelijk
                                is. Daarom wil het college, naast het aanwijzen van standplaatsen
                                nadrukkelijk ook het ondernemerschap stimuleren door middel van dit
                                beleid ondernemers te wijzen op plekken waar men met behulp van
                                karretjes kan venten. Overigens benadrukt het college dat onder
                                venten tevens de SRV-karren (‘rijdende winkels’) worden
                                gerekend.</al><al>Gezien de bevindingen in de voorgaande hoofdstukken en de
                                bovenstaande wens van het college zijn er een aantal uitgangspunten
                                en randvoorwaarden te formuleren waarmee bij dit nieuwe beleid
                                rekening wordt gehouden:</al><al/><lijst><li nr="1."><al><vet>De gevestigde detailhandel heeft onze eerste aandacht.
                                            De branches op de standplaatsen in de omgeving van de
                                            winkels dienen aanvullend (complementair) daaraan te
                                            zijn.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Standplaatsen kunnen een aanvulling zijn in omgevingen
                                            waar weinig voorzieningen zijn, zoals bijvoorbeeld
                                            bedrijventerreinen en wijken met weinig
                                            winkelvoorzieningen.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Om meer levendigheid en dynamiek binnen de stads- en
                                            dorpskernen te introduceren en in recreatiegebieden en
                                            een adequaat verzorgingsniveau in stand te houden, is
                                            het beleid erop gericht om het venten aan te moedigen en
                                            het aantal permanente standplaatsen beperkt te
                                            houden.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Er geldt een maximumstelsel voor de stad en de dorpen.
                                            Het beleid en aanvullende regelgeving moet voor wat
                                            betreft de standplaatsen kaders scheppen ten aanzien van
                                            de locaties, de standplaatsdagen, tijden, het aantal
                                            standplaatsvergunningen en de branches. Dit om de
                                            openbare orde, overlast en veiligheid voor omwonenden en
                                            andere belanghebbenden binnen aanvaardbare grenzen te
                                            houden en ter plaatse een redelijk verzorgingsniveau in
                                            stand te houden.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Het beleid moet scheefgroei tussen winkeliers en
                                            standplaatshouders herstellen door marktconforme
                                            tarifering.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>Bestaande (beleids)regels worden geharmoniseerd. </vet></al></li><li nr="7."><al><vet>Er wordt rekening gehouden met bestaande
                                            beleidsrichtingen, -visies en –kaders.</vet></al></li><li nr="8."><al><vet>Het uiterlijk van karren en kramen op standplaatsen
                                            moet passen binnen het karakter en de kwaliteit van de
                                            omgeving (redelijke eisen van welstand).</vet></al><al/></li></lijst><al>Om aan deze uitgangspunten tegemoet te komen, moet er een aantal
                                veranderingen in het beleid plaatsvinden in vergelijking met de
                                beleidsstukken van vóór de fusie. Door het kiezen van ruimtelijke,
                                strategische plekken in de gemeente kunnen standplaatslocaties
                                zorgen voor een duurzamere economie. Permanente standplaatsen, maar
                                zeker ook ventkarren kunnen een bijdrage leveren aan de vitale
                                wijken en kernen door het vergroten van de bereikbaarheid van
                                voorzieningen. Ook op bedrijventerreinen kan een standplaats in de
                                behoefte voorzien van werknemers.</al><al/><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.3.</nr><titel>Maatregelen</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al>Om de bovenstaande uitgangspunten in het beleid op te nemen, worden
                                de volgende maatregelen voorgesteld:</al><al/><lijst><li nr=""><al><vet>1. Er vindt een andere vorm van tarifering plaats</vet></al></li></lijst><al>Hierbij denken wij aan het afsluiten van huurovereenkomsten, naast
                                het hebben van een vergunning. De hoogte van de huur is afhankelijk
                                van wat de markt hiervoor over heeft met een vastgesteld
                                minimumbedrag. locatie, soort standplaats (seizoen/mobiel) en
                                periode. Kosten voor elektriciteit en water (nutsvoorzieningen) zijn
                                echter uitgezonderd van de vastgestelde huurprijzen, aangezien niet
                                elke aangewezen standplaats beschikt over een nutsvoorziening, dan
                                wel omdat de nutsvoorziening via particulieren (winkels) of
                                anderszins wordt gefaciliteerd. Bij het instellen van deze
                                exploitatievorm past geen systeem met een wachtlijst. Deze wordt
                                afgeschaft en er wordt overgegaan tot een vorm van inschrijving (zie
                                punt 4).</al><al/><lijst><li nr=""><al><vet>2. De locaties van standplaatsen worden herzien</vet></al></li></lijst><al>Er zijn locaties waar standplaatsen geen toegevoegde waarde hebben
                                voor het bestaande winkelaanbod of waar geen belangstelling voor
                                lijkt te zijn. Aan de andere kant vinden wij dat het in elk dorp wel
                                mogelijk moet zijn om een standplaats in te nemen. Ook zijn er
                                locaties waar een standplaats bijdraagt aan het verlevendigen van de
                                buurt. De bestaande locaties zijn daarom onder de loep genomen.
                                Sommige standplaatsen vervallen, op andere plekken worden
                                standplaatsen aangewezen. Voor de dorpen gaan wij uit van tenminste
                                één permanente en één seizoen standplaats, míts dit mogelijk
                                is.</al><al>Overigens kan het college flexibel omgaan met eventuele nog aan te
                                wijzen standplaatsen, dit gelet op eventuele nieuwe
                                ontwikkelingen.</al><al/><lijst><li nr=""><al><vet>3. Er vindt branchering plaats van de
                                            standplaatsen</vet></al></li></lijst><al>Eerder is al opgemerkt dat de standplaatsen een aanvulling moeten
                                zijn op de bestaande winkelvoorziening. Daarnaast willen wij ook
                                geen snoep- en snackkramen toestaan in de buurt van scholen of
                                bakkramen bij woningen. In alle kernen staat het verzorgingsniveau
                                onder druk. Dit geldt met name in de dorpen. Het is daarom onze wens
                                om in de dorpen (alle kernen behalve Alphen aan den Rijn) de
                                maximale standplaatsduur van een branche te beperken tot één dag per
                                week. Zo wordt een gevarieerd aanbod gestimuleerd en wordt voorkomen
                                dat het bestaande verzorgingsniveau direct of indirect wordt
                                aangetast. </al><al/><lijst><li nr=""><al><vet>4. De wachtlijst voor standplaatsen wordt
                                            afgeschaft</vet></al></li></lijst><al>Gezien het geringe verloop zien wij af van het verdere gebruik van
                                de wachtlijst. Wij willen vrijgekomen plaatsen op gemeentelijk
                                eigendom publiceren en per inschrijving aanbieden aan de hoogste
                                bieder (profijtbeginsel).<extref doc="1">1 </extref>Op die manier
                                verwachten wij dat, naast de extra publiciteit voor standplaatsen,
                                ondernemerschap wordt gestimuleerd en een deel van het profijt
                                terugkeert naar het in stand houden en verbeteren van het openbare
                                gebied. Bij het vrijkomen van standplaatsen worden daarmee ook
                                gelijke (inschrijvings)kansen gecreëerd voor andere gegadigden.</al><al/><lijst><li nr=""><al><vet>5. Er vindt differentiatie plaats van kosten naar
                                            verschillende locaties</vet></al></li></lijst><al>De ervaring leert dat een standplaats in een dorp commercieel minder
                                aantrekkelijk wordt gevonden dan een locatie in het centrum van
                                Alphen aan den Rijn. Om daarom te kunnen differentieren en een beeld
                                te krijgen van de huurwaarde, wordt met behulp van een
                                rekenmethodiek voor grondprijzen een minimale huurprijs voor de
                                standplaatslocaties vastgesteld. </al><al/><al><noot id="d1583e571"><noot.nr> 1
                                        </noot.nr><noot.al>Hiermee wordt echter bedoeld hoogste bieder in de zin van
                                        Marktplaats-activiteiten. Bedoeld wordt dat de standplaats
                                        wordt gegund aan de hoogste bieder op het moment van de
                                        sluiting van de openbare inschrijving.</noot.al></noot> Hiermee wordt echter niet bedoeld ‘hoogste bieder’ in de zin
                                van Marktplaats-activiteiten. Bedoeld wordt dat de standplaats wordt
                                gegund aan de hoogste bieder op het moment van de sluiting van de
                                openbare inschrijving. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.4</nr><titel>Branchering</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al>Om redenen die genoemd zijn in de vorige paragraaf kiezen wij voor
                                een onderverdeling in branches. Door de branches te koppelen aan een
                                standplaats of locatie, wordt voor ondernemers en omwonenden
                                duidelijk welke waren verkocht zullen gaan worden.</al><al/><al><vet>De indeling in branches is als volgt:</vet></al><al>Branche 1: Snacks en aanverwante artikelen (frites, loempia’s, kip,
                                shoarma, etc.)</al><al>Branche 2: Visproducten</al><al>Branche 3: Groenten en fruit</al><al>Branche 4: Bloemen en planten</al><al>Branche 5: Overige food (o.a. kaas, brood, suikerwaren, etc.)</al><al>Branche 6: Non food (diensten en detailhandelsgoederen o.a. tassen,
                                kleding, schoenen, fietsartikelen, etc.)</al><al>Seizoen producten: Oliebollen en kerstgroen</al><al/><al>Deze branches zullen bij het aanwijzen van de locaties een rol
                                spelen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.5</nr><titel>Aanvullende criteria voor algemene standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al>Omdat de standplaatsen door het college worden aangewezen worden in
                                dit beleid geen aanvullende criteria gesteld over de standplaats
                                zelf. Dit wordt in de Nadere regels vermeld. Het college kan
                                besluiten om extra standplaatsen aan te wijzen in het kader van dit
                                beleid, rekening houdend met eventuele nieuwe ontwikkelingen. Wel is
                                het relevant op te nemen welke regels wij onder andere stellen bij
                                het verlenen van een vergunning en huurovereenkomst. Om redenen van
                                duidelijkheid en efficiency worden vergunningsvoorwaarden zoveel
                                mogelijk generiek opgesteld en staan in de af te sluiten
                                huurovereenkomsten meer specifieke eisen.</al><al/><al><vet>De belangrijkste voorwaarden om op te nemen:</vet></al><al/><lijst><li nr=""><al><vet>1. Eisen aan aanvragers</vet></al></li></lijst><al>Standplaatsvergunningen worden alleen verleend aan personen die in
                                het bezit zijn van een geldig inschrijvingsbewijs bij de Kamer van
                                koophandel.</al><al/><lijst><li nr=""><al><vet>2. Maximum standplaatsen per aanvrager</vet></al></li></lijst><al>Aan een aanvrager kan slechts vergunning worden verleend voor het
                                persoonlijk innemen van maximaal twee standplaatsen voor twee
                                verschillende branches in de gemeente Alphen aan den Rijn.</al><al/><lijst><li nr=""><al><vet>3. Overdracht standplaats</vet></al></li></lijst><al>De standplaats moet door de vergunninghouder persoonlijk worden
                                ingenomen waarbij de vergunninghouder zich op de standplaats mag
                                laten bijstaan. Als een standplaats gedurende een bepaalde periode
                                niet of slechts incidenteel wordt ingenomen, kan de gemeente
                                besluiten de vergunning in te trekken.</al><al/><lijst><li nr=""><al><vet>4. Openingstijden standplaats</vet></al></li></lijst><al>De vergunninghouder dient zich qua openingstijden te houden aan het
                                gestelde in de Winkeltijdenverordening van Alphen aan den Rijn, dan
                                wel de tijden die gelden voor de meest nabij gelegen winkels. De
                                standplaats mag niet eerder in gebruik worden genomen dan een uur
                                voordat met de verkoop mag worden begonnen en moet zijn ontruimd
                                binnen een uur nadat de verkoop moet zijn beëindigd. </al><al/><al>Om het redelijke verzorgingsniveau niet aan te tasten wordt in de
                                dorpskernen Benthuizen, Hazerswoude-Dorp, Hazerswoude-Rijndijk en
                                Koudekerk geen vergunning afgegeven voor verkoop tijdens de dag van
                                de weekmarkt (indien aanwezig) in het betreffende dorp. Een
                                standplaats dient aanvullend te zijn op het bestaande
                                winkelaanbod.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.6</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al>Om ondernemerschap te stimuleren en levendigheid in het straatbeeld
                                te creëren, willen wij inzetten op meer gebruik van kleine
                                (vent)karretjes zoals ijs, koek en zopie et cetera. Voor dit soort
                                ondernemerschap is geen vergunning nodig en worden geen
                                (leges)kosten in rekening gebracht. Indien echter blijkt dat door
                                het venten problemen ontstaan in de sfeer van overlast, zal
                                overwogen worden het venten opnieuw vergunningplichtig te maken. Op
                                de in de bijlage aangegeven kaarten zijn locaties weergegeven
                                waarvan wij denken dat er goede mogelijkheden zijn voor deze vrije
                                vorm van handel. Wij denken dat, met name in de recreatiegebieden
                                zoals het Bentwoud en de omgeving van de Zegerplas, het venten met
                                kleine karren voor een verhoging van de belevingswaarde kan zorgen.
                                Wij nemen dit op in voorlichtingscampagnes en andere communicatie
                                over gerelateerde onderwerpen.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="id171780f-085b-4612-b38b-34ed16763808" naam="i260605id171780f-085b-4612-b38b-34ed16763808.jpg" type="foto" breedte="7.3cm" hoogte="4.84cm"/></plaatje></al><al>Het venten kan ook een alternatief zijn voor huidige
                                standplaatshouders. De kosten kunnen daarbij aanleiding zijn om, in
                                plaats van een vaste plek te huren, rond te rijden en daarbij op
                                verschillende locaties de producten te verkopen.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i1ea9415f-f6d2-4b54-90e2-5f1885769282" naam="i260606i1ea9415f-f6d2-4b54-90e2-5f1885769282.jpg" type="foto" breedte="8.5cm" hoogte="10.60cm"/></plaatje></al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><structuurtekst><al>In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke stappen worden ondernomen om het
                            beleid ten uitvoer te brengen.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.1</nr><titel>Opstellen nadere regels</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al>Er worden Nadere regels opgesteld zoals bedoeld in art. 5:18, lid 3
                                APV 2014. In deze regels wordt een actuele lijst met standplaatsen
                                opgenomen en wordt opgenomen dat voor het innemen van een
                                standplaats, naast een standplaatsvergunning ook een
                                huurovereenkomst nodig is. In de nadere regels wordt ook een link
                                gelegd met de minimum huurprijzen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.2.</nr><titel>Vergunningen en huurovereenkomsten</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al>De vergunningsvoorwaarden worden opnieuw onder de loep genomen en
                                aangepast. Verder worden huurovereenkomsten opgesteld, complementair
                                gemaakt aan de vergunning(voorwaarden) en zoveel mogelijk
                                gestandaardiseerd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.3</nr><titel>Illegale bouwwerken</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al>In een aantal gevallen wordt op sommige locaties of standplaatsen
                                gedurende velen jaren vanuit een vast gebouwtje handel gedreven.
                                Deze vorm van invullen van de standplaatsen past niet meer in dit
                                beleid. Bovendien staan deze bouwwerken vaak illegaal. De eigenaren
                                van deze bouwwerken zullen worden aangeschreven om deze bouwwerken
                                weg te halen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.4</nr><titel>Opheffen wachtlijst en vrijkomen standplaats</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al>Zoals bij paragraaf 3.3 gemeld wordt de wachtlijst opgeheven.
                                Voordat de vergunningen aflopen, vanaf 2016, wordt het vrijkomen van
                                de betreffende standplaats gepubliceerd zodat ondernemers hierop
                                kunnen inschrijven. Eerst wordt echter de huidige standplaatshouder
                                in staat gesteld om te bieden op de standplaats. Daarbij dient de
                                door het college opgegeven minimumprijzen in acht te worden genomen.
                                Indien de huidige standplaatshouder heeft aangegeven geen interesse
                                meer te hebben in de betreffende standplaats, zal de standplaats
                                vrijkomen en kunnen geïnteresseerden na publicatie hun bod
                                uitbrengen, daarbij ook de minimumprijzen in acht nemend. Het bedrag
                                van de inschrijving is minimaal het bedrag van het richtbedrag zoals
                                dat in de bijlage van de Nadere regels is genoemd. De inschrijver
                                met het hoogste bod krijgt de standplaats. Daarmee wordt bedoeld dat
                                de standplaats wordt gegund aan de hoogste bieder om het moment van
                                de sluiting van de openbare inschrijvingen. In ieder geval wordt
                                niet bedoeld de hoogste bieder in de zin van Marktplaats. Alle
                                huidige vergunninghouders worden van dit gewijzigde voornemen in
                                2015 op de hoogte gesteld. Na de huurperiode komt de standplaats
                                vrij en wordt de standplaats opnieuw gepubliceerd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.5</nr><titel>Gebruik van elektriciteit</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al>Op de meeste locaties is geen elektriciteitspunt. De
                                vergunninghouder dient zelf voor elektriciteit en/of water te
                                zorgen. De standplaatshouder kan de kosten voor aanleg hiervan niet
                                op de gemeente verhalen. Op punten waar wel elektriciteit aanwezig
                                is, zal de gemeente de kosten voor het energiegebruik in rekening
                                brengen of de aanvrager verzoeken zelf een energiemeter te plaatsen.
                                In ieder geval zijn de kosten voor dergelijke nutsvoorzieningen niet
                                bij de huurprijs/ leges inbegrepen.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Private afspraken Gemeente-Ondernemer</titel></kop><structuurtekst><al>Naast het hebben van een geldige vergunning vraagt de gemeente voor het
                            gebruik van de grond een huurbedrag. Hiertoe sluit de gemeente een
                            huurovereenkomst af met de aanvrager. De financiële vergoeding aan de
                            gemeente blijft, zoals tot op heden gebruikelijk is, plaatsvinden
                            middels een private afspraak, vastgelegd in een huurcontract. </al><al/><al>In de vergunningsvoorwaarden zal staan dat geen standplaats mag worden
                            ingenomen zonder huurovereenkomst en in de huurovereenkomst zal een
                            bepaling staan dat een vergunning nodig is. Het tarief van de
                            huurovereenkomst is afhankelijk van de locatie. De huurprijs wordt
                            vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders.</al><al/><al>Wij vragen van de huurder dat de standplaats voor de juiste functie,
                            namelijk ambulante handel, wordt gebruikt. Indien dit niet het geval is
                            dan zullen wij overgaan tot het beëindigen van de huurovereenkomst en
                            het intrekken van de vergunning.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Handhaving</titel></kop><structuurtekst><al>De handhaving van het gebruik van de standplaatsen kan plaatsvinden op
                            basis van de verleende vergunning, op basis van de APV en op basis van
                            de WABO (illegale bouwwerken). De gemeente Alphen aan den Rijn is
                            bevoegd hier op te handhaven. Dit kan leiden tot het intrekken van de
                            huurovereenkomst en/of de vergunning. zijn ook publiekrechtelijk
                            sancties mogelijk (aanzeggen van bestuursdwang of opleggen van een last
                            onder dwangsom), met als uiterste sanctie het verwijderen van de mobiele
                            verkoopinrichting door de Gemeente Alphen aan den Rijn. De afdeling
                            Veiligheid, Toezicht &amp; Handhaving is belast met toezicht, controle
                            en handhaving. In het Veiligheid- en handhavingsbeleid gaat het bij
                            standplaatsen voornamelijk om markttoezicht. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Geraadpleegde bronnen</titel></kop><structuurtekst><al>Gemeente Rotterdam. (2009, juli 6). <cursief>www.rotterdam.nl.</cursief>
                            Opgeroepen op maart 9, 2015, van
                            http://www.rotterdam.nl/DSV/Document/Binnenstad/
                            Verkoopinr.%20in%20de%20openbare%20ruimte%20concept%20060709.pdf</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><titel>overzichtskaarten</titel></kop><lijst><li nr=""><al><vet>Alphen aan den Rijn</vet></al></li></lijst><al><plaatje><illustratie id="i8b59814a-e022-4f9e-af7d-9f1de6f82982" naam="i260607i8b59814a-e022-4f9e-af7d-9f1de6f82982.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="16.77cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Hazerswoude-Dorp en Benthuizen</vet></al><al><plaatje><illustratie id="i7bfa34c4-a6fb-4d3e-aca6-105885346851" naam="i260608i7bfa34c4-a6fb-4d3e-aca6-105885346851.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="11.50cm"/></plaatje></al><al><vet>Boskoop</vet></al><al><plaatje><illustratie id="i3fd0147d-985c-41cd-a431-db2778d748e4" naam="i260609i3fd0147d-985c-41cd-a431-db2778d748e4.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="12.85cm"/></plaatje></al><al><vet>Hazerswoude-Rijndijk en Koudekerk</vet></al><al><plaatje><illustratie id="if90cd872-d778-44d4-a708-c591b246ba59" naam="i260610if90cd872-d778-44d4-a708-c591b246ba59.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="13.97cm"/></plaatje></al><al><vet>Aarlanderveen en Zwammerdam</vet></al><al/><al><plaatje><illustratie id="i0d32a4c9-f190-4b30-88fa-c9f15747e9f3" naam="i260611i0d32a4c9-f190-4b30-88fa-c9f15747e9f3.jpg" type="foto" breedte="13.4cm" hoogte="23.22cm"/></plaatje></al><al><vet>Voorbeeld detailinformatie standplaats, als bijlage opgenomen in de Nadere
                        regels</vet></al></bijlage><bijlage><kop><titel>Koudekerk aan den Rijn, 1. Prins Bernhardstraat</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="i703c8967-b62b-400a-bca5-38ea4d777e2d" naam="i260612i703c8967-b62b-400a-bca5-38ea4d777e2d.jpg" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="20.96cm"/></plaatje></al><al/><al>Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 22 september
                    2015,</al><al>de secretaris, de burgemeester,</al><al>drs. P.W. Jeroense, mr. drs. J.W.E. Spies</al></bijlage></regeling></body></cvdr>