<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR379704_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Subsidie Jeugdhulp 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://www.overheid.nl">Gemeenteblad, 23 oktober 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Subsidie Jeugdhulp 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0034925">Jeugdwet, artikel 2.6</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537&amp;artikel=4:21">Algemene wet bestuursrecht, hoofdstuk 4 titel 2 (artikel 4:21 en volgenden)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-10-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-10-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BW15.00533</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening Subsidie Jeugdhulp 2016
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Beuningen,</al>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 augustus
                        2015,</al>
          <al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet,</al>
          <al>gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Overwegende dat: </vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>gemeenten op grond van artikel 2.6 van de Jeugdwet met ingang van 1
                                januari 2015 verantwoordelijk zijn voor alle jeugdhulp;</al></li>
            <li nr="-"><al>de samenwerkende gemeenten in regio Rijk van Nijmegen de Jeugdwet zo
                                goed mogelijk willen uitvoeren door te zorgen voor voldoende
                                passende en tijdig beschikbare jeugdhulp op basis van de
                                kernthema’s: toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid;</al></li>
            <li nr="-"><al>de gemeenten in regio Rijk van Nijmegen als gezamenlijke visie de
                                nota Transformeren en Integreren en de beleidsnota Kracht door
                                verbinding hebben vastgesteld en als nadere uitwerking van deze nota
                                het subsidie- en inkoopkader regio Rijk van Nijmegen is
                                opgesteld;</al></li>
            <li nr="-"><al>de samenwerkende gemeenten op 22 oktober 2013 het
                                Transitiearrangement jeugd regio Rijk van Nijmegen hebben
                                vastgesteld;</al></li>
            <li nr="-"><al>deze verordening van toepassing is op de regionaal te subsidiëren
                                jeugdhulp in de blokken C1 en C2;</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet> BESLUIT: </vet>
          </al>
          <al>vast te stellen de volgende verordeningVerordening Subsidie Jeugdhulp
                        2016: </al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <al>In dit subsidiekader wordt verstaan onder: </al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>ASV: Algemene Subsidieverordening van de gemeente Beuningen;</al></li>
            <li nr="b."><al>Awb: Algemene wet bestuursrecht</al></li>
            <li nr="c."><al>jeugdhulp: ondersteuning, hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan
                                jeugdigen en hun ouders bij alle denkbare opgroei- en
                                opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, waarbij
                                gelden de wettelijke uitgangspunten met betrekking tot de
                                doelgroepen en leeftijd, zoals aangegeven in de Jeugdwet.</al></li>
            <li nr="d."><al>Jeugdwet: Jeugdwet, zoals gepubliceerd op 14 maart 2014, Staatsblad
                                nr. 105, 2014;</al></li>
            <li nr="e."><al>subsidieontvanger: rechtspersoon waaraan op basis van deze
                                verordening subsidie is verleend.</al></li>
            <li nr="f."><al>subsidiebestek: het subsidiebestek Wmo en Jeugd regio Rijk van
                                Nijmegen C1 en C2, alle bijlagen daarbij en de nota’s van
                                inlichtingen.</al></li>
            <li nr="g."><al>college: college van burgemeester en wethouders van gemeente
                                Beuningen.</al></li>
            <li nr="h."><al>Regio Rijk van Nijmegen: de gemeenten Beuningen, Berg en Dal,
                                Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen, Wijchen.</al></li>
            <li nr="i."><al>Berg en Dal: gemeente Berg en Dal, als fusiegemeente van de
                                gemeenten Groesbeek, Millingen aan de Rijn en Ubbergen, tot 2
                                januari 2016 is de naamgeving van de gemeente bepaald als:
                                Groesbeek, na 2 januari 2016 is de naamgeving: Berg en Dal. </al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Doel van de subsidie</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het doel van dit subsidiekader is het in het continueren van de
                                beschikbaarheid van de in het tweede lid genoemde vormen van
                                jeugdhulp.</al></li>
            <li nr="2."><al>Subsidie kan worden verleend voor de volgende vormen van
                                jeugdhulp:</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet> C1: pleegzorg en (semi-)residentiele jeugdzorg</vet>
          </al>
          <al>Producten: </al>
          <al>Pleegzorg</al>
          <al> Gezinshuis</al>
          <al>Deeltijd-wonen, Leerhuis, fasehuis, kamertraining, Behandelgroep 24 uurs
                        open in de wijk j&amp;o</al>
          <al> Opname / langdurige klinische opname GGz/ psychiatrie, crisis klinisch
                        GGz</al>
          <al> Behandelgroep LVG 2 en 3</al>
          <al> Beschermd wonen J-GGz, </al>
          <al> Vervoer</al>
          <al>Bovenregionaal:</al>
          <al> Behandelgroep 24 uurs open op instituutsterrein</al>
          <al> Behandelgroep 24 uurs gesloten (jeugdzorgPlus)</al>
          <al>LVB ZZP 4 en 5 (Jeugdwet) (niet zijnde landelijk aanbod), inclusief
                        crisisplaatsen J-LVG</al>
          <al> Vervoer</al>
          <al> Crisisplaatsen of crisisopvang in het kader van spoedeisende hulp
                        j&amp;o</al>
          <al>
            <vet>C2: Jeugdbescherming en jeugdreclassering</vet>
          </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Werkingsgebied en bevoegd bestuursorgaan</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het werkingsgebied van de verordening is beperkt tot dienstverlening
                            voor jeugdigen uit de gemeenten in de regio Rijk van Nijmegen op welke
                            het Woonplaatsbeginsel van de Jeugdige zoals bedoeld in artikel 2.4
                            Jeugdwet van toepassing is.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Deze verordening is van toepassing op de subsidies zoals bedoeld in
                            artikel 2, lid 2, waarbij de werking van de ASV wordt uitgesloten.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Aanvullend op deze verordening zijn de regels en voorwaarden uit het
                            subsidiebestek van overeenkomstige toepassing. Het college is bevoegd
                            dit subsidiebestek als een nadere regeling op deze verordening vast te
                            stellen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Het college is bevoegd om te besluiten op aanvragen tot
                            subsidieverlening of –vaststelling in het kader van deze
                            verordening.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Het college is bevoegd om de besluiten zoals bedoeld in lid 4 te
                            mandateren.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college kan jaarlijks besluiten tot het vaststellen van
                            subsidieplafonds.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke
                            wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het college kan een subsidieplafond verlagen of verhogen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>Als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het
                                    betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd of</al></li>
              <li nr="b."><al>Als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking
                                    heeft, zijn ingediend voordat de begroting voor het betrokken
                                    jaar is vastgesteld of goedgekeurd.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd
                            overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van
                            verlaging.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die
                            nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan zij worden verleend onder de
                            voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting ter beschikking worden
                            gesteld.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Subsidieaanvraag, bij aanvraag in te dienen gegevens</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het
                            college met gebruikmaking van een door het college vastgesteld
                            (digitaal) aanvraagformulier.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Een subsidieaanvraag gaat naast het bepaalde in artikel 4:2 van de Awb
                            vergezeld van;</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>Een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                                    aangevraagd;</al></li>
              <li nr="b."><al>De doelstellingen en resultaten die daarmee worden nagestreefd
                                    en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen. In het bijzonder
                                    ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente n
                                    in de regio Rijk van Nijmegen en de ingezetenen en meer in
                                    bijzonder op de door de regio Rijk van Nijmegen vastgestelde
                                    doelen op het gebied van Jeugdhulp.</al></li>
              <li nr="c."><al>Een meerjarenbegroting van baten en lasten van de activiteiten
                                    waarvoor subsidie wordt aangevraagd over het tijdvak waarin de
                                    activiteiten worden uitgevoerd, waarbij alle kosten en
                                    opbrengsten aan de activiteiten zijn toegerekend, inclusief
                                    personeelslasten en de accommodatielasten, alsmede een
                                    toelichting op de begroting;</al></li>
              <li nr="d."><al>Indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand van
                                    de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag;</al></li>
              <li nr="e."><al>Vermelding van bestaan van (zakelijke) relaties op het niveau
                                    van bestuur of directie van de subsidieaanvrager met bloed– of
                                    aanverwanten dan wel eigen bedrijven, eigen stichtingen of
                                    andere eigen rechtspersonen en de aard van deze verhoudingen
                                    alsmede de financiële impact ervan. </al></li>
              <li nr="f."><al>Een opgave van de met de Subsidieaanvrager gelieerde
                                    rechtspersonen, de aard van de relatie tot de Subsidieaanvrager
                                    en de vermogenspositie van de gelieerde rechtspersoon; een
                                    recent (niet ouder dan 6 maanden vanaf de datum dat de
                                    Subsidieaanvraag wordt ingediend) uittreksel van de inschrijving
                                    bij de Kamer van Koophandel.</al></li>
              <li nr="g."><al>De jaarrekening en het accountantsrapport over het boekjaar
                                    voorafgaand aan het jaar waarover subsidie wordt aangevraagd met
                                    toelichting.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien een aanvrager voor het eerst een jaarlijkse subsidie aanvraagt,
                            voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, het
                            jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar als
                            bijlage toe aan het aanvraagformulier.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Het college kan bepalen dat ook andere of minder dan de in dit artikel
                            bedoelde gegevens en bescheiden die voor het nemen van een beslissing op
                            de aanvraag van belang zijn, worden overlegd.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>Aanvraagtermijn</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt ingediend uiterlijk 1
                            oktober in het jaar voorafgaand aan het jaar of de jaren, waarop de
                            aanvraag betrekking heeft.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het college kan in nadere regels andere termijnen stellen voor het
                            indienen van een aanvraag</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7.</nr>
            <titel>Beslistermijn</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Voor zover sprake is van een subsidieaanvraag (jaarlijkse) die
                            betrekking heeft op het kalenderjaar of kalenderjaren volgend op dat
                            waarin de aanvraag is ingediend, wordt door het college beslist
                            uiterlijk op 31 december van het jaar waarop de aanvraag is ingediend,
                            mits de aanvraag is ingediend voor 1 oktober van dat jaar. Voor de
                            subsidieaanvragen die zijn ingediend tussen 1 oktober en 31 december is
                            de afhandelingstermijn 13 weken. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In het geval dat er zich onvoorziene omstandigheden voordoen kan de
                            beslissing worden verlengd met maximaal 13 weken. Van deze verlenging
                            wordt de aanvrager in kennis gesteld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het college kan gemotiveerd besluiten om de termijnen genoemd in de
                            leden 1 tot en met 3 buiten toepassing te laten indien daar, naar het
                            oordeel van het college, zwaarwegende redenen voor zijn.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Indien de voorgenomen subsidieverlening is aangemeld bij de Europese
                            Commissie wordt de beslistermijn opgeschort met ingang van de dag waarop
                            het voornemen is aangemeld tot de dag waarop de Europese Commissie de
                            beslissing omtrent het steunkarakter van de aanvraag aan het college
                            heeft bekend gemaakt.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8.</nr>
            <titel>Weigerings- en intrekkingsgronden</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college weigert subsidie in ieder geval indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>De subsidie is aangemerkt als ontoelaatbare staatssteun;</al></li>
              <li nr="b."><al>Subsidie niet past binnen de door de raad vastgestelde
                                    beleidskaders en financiële kaders.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het college kan naast het bepaalde in de artikelen 4:25, 4:35 en 4:48
                            van de Awb subsidie weigeren of intrekken indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>Het college voor dezelfde activiteiten zoals bedoeld in artikel
                                    2, lid 2, reeds subsidie heeft verstrekt;</al></li>
              <li nr="b."><al>De activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op de
                                    belangen van de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan
                                    ingezetenen van de gemeente, meer in het bijzonder de
                                    jeugdigen;</al></li>
              <li nr="c."><al>De aanvrager ook zonder subsidie over de benodigde gelden,
                                    hetzij uit eigen middelen of uit middelen van derden kan
                                    beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken;</al></li>
              <li nr="d."><al> De gelden niet of in onvoldoende mate besteed zijn voor het
                                    doel waarvoor de subsidie is aangevraagd;</al></li>
              <li nr="e."><al>De doelstellingen of activiteiten van aanvrager in strijd zijn
                                    met de wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare
                                    orde;</al></li>
              <li nr="f."><al>De activiteiten een politieke, godsdienstige of
                                    levensbeschouwelijke boodschap hebben;</al></li>
              <li nr="g."><al>Met subsidieverstrekking geen continuïteit van jeugdhulp bereikt
                                    kan worden;</al></li>
              <li nr="h."><al>Subsidieverstrekking anderszins niet past binnen het beleid van
                                    de gemeente.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Beoordeling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De gemeenten in de regio Nijmegen zijn op zoek naar de
                            Subsidieaanvrager(s) met de best mogelijke zorg. Dat wil zeggen een
                            organisatie die zoveel mogelijk kan bijdragen aan het realiseren van de
                            ambities van: toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De beoordeling van de subsidieaanvragen gebeurt conform de criteria van
                            paragraaf 3.6 en hoofdstuk 5 van het subsidiebestek en de daarbij
                            behorende “minimumeisen en resultaten” die als respectievelijk bijlage 1
                            en bijlage 2 integraal onderdeel van deze verordening uitmaken.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10.</nr>
            <titel>Verlening subsidie</titel>
          </kop>
          <al>Het college geeft bij het besluit tot het verlenen van subsidies aan op
                        welke wijze de (tussentijdse) verantwoording van de te ontvangen subsidie
                        plaatsvindt en kan hiertoe nadere regels stellen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11.</nr>
            <titel>Betaling en bevoorschotting</titel>
          </kop>
          <al>Betaling en bevoorschotting van de subsidie geschiedt conform hoofdstuk 9
                        van het subsidiebestek. </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12.</nr>
            <titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
                            schriftelijk over:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>Besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van
                                    de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel
                                    ontbinding van de rechtspersoon;</al></li>
              <li nr="b."><al> Relevante wijzigingen in de algemene en financiële situatie en
                                    relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                    verhoudingen met derden;</al></li>
              <li nr="c."><al>Ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de beschikking
                                    tot subsidieverlening verbonden verplichtingen geheel of
                                    gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan een onderzoek van de
                            rekenkamer(functie) indien deze daarom verzoekt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het college kan naast de in artikel 4:37 van de Awb bedoelde
                            verplichtingen bij nadere regels of bij de subsidieverlening ook
                            verplichtingen opleggen met betrekking tot;</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>De overdracht van subsidie aan derden, anders dan als betaling
                                    voor goederen en diensten;</al></li>
              <li nr="b."><al>De verwezenlijking van het doel van de subsidie;</al></li>
              <li nr="c."><al>De wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde
                                    activiteit wordt verricht;</al></li>
              <li nr="d."><al>De wijze waarop de subsidie jegens- of namens hogere overheden
                                    dient te worden verantwoord.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Het college kan niet-doelgebonden verplichtingen op basis van artikel
                            4:39 van de Awb bij nadere regels of bij subsidieverlening opleggen of
                            richtlijnen geven met betrekking tot gemeentelijk beleid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Onverminderd de verplichtingen uit de deze verordening voldoet de
                            subsidieontvanger aan de volgende wettelijke eisen zoals vastgelegd in
                            de: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>Jeugdwet</al></li>
              <li nr="b."><al>Kwaliteitswet zorginstellingen</al></li>
              <li nr="c."><al>Wet klachtrecht cliënten zorginstellingen</al></li>
              <li nr="d."><al>Wet BIG (Wet op de beroepen in de individuele
                                    gezondheidszorg)</al></li>
              <li nr="e."><al>WGBO (Wet op de Geneeskundige Behandel Overeenkomst)</al></li>
              <li nr="f."><al>Wbp (Wet bescherming persoonsgegevens)</al></li>
              <li nr="g."><al>Wmcz (Wet medezeggenschap cliënten zorgsector)</al></li>
              <li nr="h."><al>Wbopz (Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische
                                    ziekenhuizen)</al></li>
              <li nr="i."><al>Geneesmiddelenwet</al></li>
              <li nr="j."><al>Mededingingswet</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>De subsidieontvanger:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>dient ingeschreven te zijn in het handelsregister;</al></li>
              <li nr="b."><al>is toegelaten op grond van de Wet Toelating
                                    Zorginstellingen;</al></li>
              <li nr="c."><al>dient te beschikken over een verklaring omtrent gedrag van alle
                                    medewerkers en een aantoonbare Good Governance Code
                                    zorginstellingen;</al></li>
              <li nr="d."><al>heeft hoofdbehandelaren in dienst die BIG geregistreerd zijn en
                                    voldoen aan de eisen van de beroepsverenigingen;</al></li>
              <li nr="e."><al>beschikt over een geldig en extern getoetst
                                    geldigheidscertificaat.</al></li>
              <li nr="f."><al>Subsidieontvanger beschikt over een landelijk erkend
                                    (gecertificeerd) kwaliteitskeurmerk of kwaliteitssysteem.</al></li>
              <li nr="g."><al>De Subsidieontvanger heeft een klachtenregeling en bespreekt de
                                    (relevante) klachten bij de kwartaalgesprekken met de
                                    Subsidieverlener.</al></li>
              <li nr="h."><al>De Subsidieontvanger waarborgt de rechtspositie van de cliënt en
                                    (pleeg)ouders conform de Jeugdwet, waaronder toegang tot een
                                    cliëntvertrouwenspersoon.</al></li>
              <li nr="i."><al>De Subsidieontvanger meet de tevredenheid van de cliënten en hun
                                    naasten periodiek en bespreekt de uitkomsten hiervan ten minste
                                    één keer per jaar met de Subsidieverlener.</al></li>
              <li nr="j."><al>De Subsidieontvanger houdt, indien van toepassing, rekening met
                                    de bepalingen die opgenomen zijn in het Kwaliteitskader
                                    voorkomen seksueel misbruik in de jeugdzorg (2013).</al></li>
              <li nr="k."><al>De Subsidieontvanger houdt, indien van toepassing, rekening met
                                    de bepalingen die opgenomen zijn in het Kwaliteitskader
                                    Voorbereiding en screening aspirant pleegouders (2010).</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7.</lidnr>
            <al>De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie dat te
                            allen tijde voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde
                            rechten en verplichtingen alsmede betalingen en ontvangsten kunnen
                            worden nagegaan.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>8.</lidnr>
            <al>De subsidieontvanger informeert het college periodiek op de wijze zoals
                            vastgelegd in de informatieparagraaf van het subsidiebestek.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>9.</lidnr>
            <al>De subsidieontvanger verleent aan het college dan wel aan de door het
                            college aangewezen ambtenaren of deskundigen inzage in de administratie,
                            indien dit naar het oordeel van het college nodig is voor de beoordeling
                            van de besteding van de verstrekte subsidie.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>10.</lidnr>
            <al>De subsidieontvanger dient onverwijld schriftelijk mee te delen dat hij
                            het redelijke vermoeden heeft de activiteiten waarvoor subsidie is
                            verleend niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet
                            tijdig of niet geheel aan de subsidie verbonden verplichtingen zal
                            worden voldaan. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>11.</lidnr>
            <al>De subsidieontvanger dient op de door het college in de beschikking
                            aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor subsidie is
                            verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie
                            verbonden verplichtingen. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13.</nr>
            <titel>Subsidievaststelling en verantwoording</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De subsidieontvanger dient binnen 13 weken na afloop van de
                            subsidieperiode een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De aanvraag tot vaststelling bevat:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>Een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten
                                    waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;</al></li>
              <li nr="b."><al>Een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden
                                    uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening). Dit
                                    verslag of jaarrekening moet op dezelfde wijze zijn ingericht
                                    als de bij de aanvraag om subsidie overlegde begroting;</al></li>
              <li nr="c."><al>Een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting
                                    daarop;</al></li>
              <li nr="d."><al>Een beoordelingsverklaring voor subsidies vanaf €
                                    20.000,00;</al></li>
              <li nr="e."><al>Een accountantsverklaring voor subsidies vanaf €
                                    100.000,00;</al></li>
              <li nr="f."><al>Het college kan een model voor de verklaring vaststellen</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het college kan bepalen bij subsidieregeling dat ook andere, of minder
                            dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de
                            vaststelling van belang zijn, worden overlegd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Het college kan bepalen bij subsidieregeling dat een andere termijn dan
                            die bedoeld in het eerste lid geldt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Het college kan een verantwoordingsprotocol vaststellen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14.</nr>
            <titel>Aanpassing tarieven</titel>
          </kop>
          <al>De subsidieverlener kan het tarief op basis waarvan de subsidieverlening tot
                        stand is gekomen verlagen gedurende de looptijd van de subsidie.
                        Subsidieverlener voert, hieraan voorafgaand, overleg met de
                        Subsidieontvanger. Nadrukkelijk zal hierbij in overweging genomen worden dat
                        de noodzakelijke bezuiniging ook op hoeveelheid, duur en type zorg
                        gerealiseerd kan worden. Het eventuele aangepaste tarief kan in de
                        subsidievaststelling worden meegenomen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15.</nr>
            <titel>Review accountant</titel>
          </kop>
          <al>De Raad heeft de bevoegdheid een review te laten uitvoeren op de door de
                        accountant van de subsidieontvanger verrichte werkzaamheden. Daarnaast kan
                        het college nadere regels stellen over de reikwijdte en intensiteit van de
                        accountantscontrole. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat zijn
                        accountant hiermee instemt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>16.</nr>
            <titel>Vermogensvorming en tekorten</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72 van de Awb die de
                            subsidieontvanger vormt bedraagt niet meer dan 10% van het vastgestelde
                            boekjaarsubsidiebedrag over hetzelfde subsidiejaar. Indien deze
                            egalisatiereserve negatief komt te staan, wordt het meerdere bij de
                            vaststelling voor het betreffende boekjaar afgetrokken. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De egalisatiereserve komt niet eerder negatief te staan dan voordat het
                            overige beschikbare eigen vermogen is aangewend. Indien de
                            egalisatiereserve negatief komt te staan, wordt in de toelichting op de
                            balans gemotiveerd weergegeven hoe deze weer positief wordt gemaakt.
                        </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb, is de
                            subsidieontvanger aan het college een vergoeding van de vermogenswaarden
                            verschuldigd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De vergoeding bedraagt maximaal het bedrag waarmee subsidiering door de
                            gemeente heeft bijgedragen aan de vermogensvorming in verhouding tot de
                            andere middelen die daaraan hebben bijgedragen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de
                            waarde van de eigendommen en andere vermogensbestanddelen op het
                            tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat
                            bij verlies of beschadiging of beschadiging van eigendommen wordt
                            uitgegaan van het bedrag, dat als schadevergoeding door de
                            subsidieontvanger is ontvangen. Indien het onroerende zaken betreft,
                            geschiedt de waardebepaling door één of meerdere onafhankelijke
                            deskundigen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Indien de activiteiten van de subsidieontvanger met toestemming van het
                            college door een andere rechtspersoon worden voortgezet en de activa en
                            passiva tegen boekwaarde aan de ander in eigendom worden overgedragen,
                            is de subsidieontvanger hiervoor in afwijking van het tweede lid geen
                            vergoeding verschuldigd.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>17.</nr>
            <titel>Hardheidsclausule</titel>
          </kop>
          <al>Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze
                        verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering
                        van artikel 1. 2. 3 en 8 voor zover toepassing gelet op het belang van de
                        aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.
                        Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het
                        besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>18.</nr>
            <titel>Toezicht op naleving</titel>
          </kop>
          <al>Het college heeft de bevoegdheid ambtenaren of derden-deskundigen aan te
                        wijzen, die belast zijn met het toezicht op naleving van de bij of krachtens
                        deze verordening vastgestelde voorschriften. </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>19.</nr>
            <titel>Europees steunkader</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader
                            noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling
                            afwijken van deze verordening en deze aanvullen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden
                            gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar
                            het toepasselijke steunkader.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is,
                            verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van
                            het steunkader.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen
                            alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in
                            aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke
                            steunkader.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, komen
                            onderneming alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen aan de
                            voorwaarden van de de-minimisverordening. Daartoe dient een
                            de-minimisverklaring overlegd te worden.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>20.</nr>
            <titel>Standaardberekeningswijze van uurtarieven en uniforme
                            kostenbegrippen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Indien bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt
                            van uurtarieven, dienen deze tarieven door de subsidieaanvrager te
                            worden berekend met gebruikmaking van een door het college voor te
                            schrijven standaardberekeningswijze.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekeningen van uurtarieven
                            wordt uitgegaan van door het college bepaalde definities.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen
                            alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de
                            eisen van het toepasselijke steunkader.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>21.</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en overgang</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening treedt één dag na haar bekendmaking in werking.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>22.</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening Subsidie Jeugdhulp
                        2016.</al>
          <al/>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 20 oktober 2015,</ondertekening>
        <ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <bijlage>
        <kop>
          <titel>Bijlage 1 en 2 SUBSIDIEBESTEK 2016 Wmo en Jeugd C (onderdelen 3.6 en
                        5)</titel>
        </kop>
        <al>(zie artikel 9 van de verordening)</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Bijlage 1</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>3.6 Minimum eisen</al>
        <al>In bijlage 2 zijn de minimumeisen en randvoorwaarden met betrekking tot de
                    subsidieaanvraag geformuleerd. Aan deze eisen dient de Subsidieaanvrager op het
                    moment van ingang van de subsidie te voldoen. Indien de Subsidieaanvraag niet
                    voldoet aan deze eisen kunnen de gemeente uit de regio Nijmegen de
                    Subsidieaanvraag weigeren. Indien na verlening blijkt dat niet is voldaan aan de
                    beoordelingscriteria en minimumeisen kan dat een grond kan opleveren voor
                    intrekking of wijziging van de subsidieverlening.</al>
        <al/>
        <al>5 Beoordeling </al>
        <al>5.1 Beoordeling Algemeen</al>
        <al>De subsidieaanvraag zal beoordeeld worden aan de hand van de volgende
                    (kwaliteits)eisen. Het beoordelingsteam van de Regio zal kijken in welke mate de
                    subsidieaanvraag voldoet aan de voorwaarden en de beleidskaders zoals geschetst
                    in de subsidietender. Daarbij wordt specifiek gelet op de volgende zaken:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>De Subsidieaanvrager geeft aan akkoord te gaan met de gestelde
                            randvoorwaarden zoals genoemd in paragraaf 3.1, 3.3, 3.4 en paragraaf
                            3.5 van het subsidiebestek.</al></li>
          <li nr="-"><al>De Subsidieaanvrager reflecteert op de geformuleerde
                            beleidsdoelstellingen zoals genoemd in paragraaf 3.2 van het
                            subsidiebestek en licht toe hoe deze doelstellingen behaald kunnen
                            worden in haar eigen bedrijfsvoering, waar nodig in samenwerking met
                            andere (keten)partners.</al></li>
          <li nr="-"><al>Daarbij dient gelet te worden op de voorgenomen Rijkskortingen die de
                            Regio wil doorberekenen naar de Subsidieaanvrager. Hierbij kan de
                            Subsidieaanvrager (bijvoorbeeld) haar visie geven op</al></li>
        </lijst>
        <al>o Op- en afschaling van zorg</al>
        <al>o Efficiënte bedrijfsvoering</al>
        <al>o Overhead en vastgoedbeheer</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>De Subsidieaanvrager geeft aan op welke manier haar organisatie meent te
                            gaan voldoen aan de eisen Duurzaamheid en Social Return, zoals genoemd
                            in paragraaf 3.1.12 en 3.1.13 van het subsidiebestek.</al><lijst>
              <li nr="5."><al>2 Beoordelingsgesprek</al></li>
            </lijst></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>De Contractmanager(s) van de Regio zal/zullen nadat de aanvraag is ontvangen in
                    gesprek gaan met de Subsidieaanvrager over de subsidieaanvraag en de door de
                    regio gestelde randvoorwaarden. Het doel van dit gesprek is enerzijds om waar
                    nodig een toelichting te vragen op de subsidieaanvraag en anderzijds om vast te
                    stellen dat de Subsidieverlener en de Subsidieaanvrager dezelfde doelstellingen
                    nastreven en de verwachtingen van de te behalen doelstellingen op elkaar zijn
                    afgestemd.</al>
        <lijst>
          <li nr="5."><al>3 Subsidieverlening</al></li>
          <li nr="1."><al>Subsidieaanvragen worden door een beoordelingsteam beoordeeld aan de
                            hand van de procedure, zoals omschreven in het Subsidiebestek. Dit
                            resulteert in een voorstel van weigering c.q. voor subsidieverlening aan
                            de subsidieaanvragers.</al></li>
          <li nr="2."><al>Dit voorstel zal worden voorgelegd aan het bestuur van de gemeente. Het
                            bestuur neemt - op voordracht van het beoordelingsteam- het
                            subsidiebesluit / de subsidiebesluiten, c.q. het weigeringsbesluit / de
                            weigeringsbesluiten.</al></li>
          <li nr="3."><al>Gemeente zal dit besluit middels beschikking bekendmaken aan
                            Subsidieaanvragers. Alle Subsidieaanvragers worden gelijktijdig
                            schriftelijk geïnformeerd door Gemeente over de uitkomst van de
                            Subsidieaanvraagprocedure.</al></li>
          <li nr="4."><al>Een Subsidieaanvrager kan binnen zes weken schriftelijk bezwaar maken
                            tegen de subsidieverlening, respectievelijk de weigering van subsidie.
                        </al></li>
          <li nr="5."><al>Een bezwaar schorst niet de werking van het bestreden besluit.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>
          <vet>Bijlage 2 </vet>
          <vet> Minimumeisen en gewenste resultaten</vet>
        </al>
        <al>(zie artikel 9 van de verordening) </al>
        <al/>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>Instellingen verlenen verantwoorde hulp conform de kwaliteitseisen van
                            de Jeugdwet. Er is een hulpverleningsplan conform de eisen van de
                            Jeugdwet afgestemd op het gezinsplan van de lokale toegangspoort.</al></li>
          <li nr="-"><al>De subsidieaanvrager verleent medewerking aan toezicht conform de
                            Jeugdwet, verleent inzicht in inspectierapporten en adviezen en maakt
                            melding van calamiteiten aan de opdrachtgever.</al></li>
          <li nr="-"><al>De medewerkers van de instellingen voldoen aan de eisen conform de
                            Jeugdwet (VOG, geregistreerd).</al></li>
          <li nr="-"><al>De zorg wordt zo licht, zo gezinsgericht, zo kort en (indien mogelijk)
                            zo dichtbij mogelijk geleverd</al></li>
          <li nr="-"><al>Instellingen waarborgen de rechtspositie van de cliënt conform de
                            Jeugdwet: onder meer toegang tot een cliëntvertrouwenspersoon.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>Specifiek voor Jeugdzorginstellingen:</al>
        <al>-Wij werken als gemeenten de rechtspositie van jeugdigen en hun ouders nog
                    verder uit en gaan ervan uit dat u hier uw medewerking aan zult verlenen.
                    Hierbij moet u denken aan de instelling van een (kinder)ombudsman. </al>
        <al/>
        <al>Gewenst resultaat</al>
        <al/>
        <al>Specifieke resultaten voor de C-zorg (voortvloeiend uit de algemene resultaten)
                    op basis van de sturingsprincipes van de regio Nijmegen:</al>
        <al>Sturingsprincipe Kwaliteit:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>Medewerkers zijn professionals met een brede oriëntatie. Zij begrijpen
                            hoe problemen op meerdere levensdomeinen met elkaar samenhangen en zijn
                            in staat de klant daarin te begeleiden. Kennis, kwaliteit en opleiding
                            van het personeel is afgestemd op de aard en de ernst van de beperkingen
                            van de deelnemers.</al></li>
          <li nr="-"><al>De instellingen gezamenlijk dragen er zorg voor dat er zo min mogelijk
                            registratie / bureaucratie is (het hoogst noodzakelijke). Zij komen tot
                            één systeem voor verantwoording aan de gemeenten.</al></li>
          <li nr="-"><al>Prestatie-indicatoren: doelrealisatie, cliënt tevredenheid en afname en
                            stabilisatie problematiek.</al></li>
          <li nr="-"><al>Instellingen binnen de ‘alliantie’ werken zoveel als mogelijk met
                            dezelfde registratie- en cliëntvolg-systematiek.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>Sturingsprincipe Toegankelijkheid:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>De instellingen zorgen voor een goede samenwerking met de lokale
                            toegangspoort en indien nodig de justitiële keten. Veiligheid van
                            kinderen is ten alle tijden van belang. Het werken met instrumenten
                            zoals de meldcode is van groot belang.</al></li>
          <li nr="-"><al>Bij deze zorg behoort ook het geven van consultatie en advies. Partijen
                            die inschrijven voor het bestek zijn ook beschikbaar voor het geven van
                            consultatie en advies. Hieronder verstaan we het op afroep beschikbaar
                            zijn om aan te schuiven bij het keukentafelgesprek om te adviseren over
                            de in te zetten hulp en ondersteuning. Daarnaast moeten partijen
                            beschikbaar zijn voor kortdurende vragen van andere partijen als het
                            onderwijs, andere zorgpartijen etc. Over het algemeen gaan we ervan uit
                            dat dit gaat om telefonisch consultatie. In sommige gevallen kan het
                            echter ook gaan om mee kijken op locatie. Consultatie en advies wordt
                            niet apart gefinancierd, maar is integraal onderdeel van de
                            hulpverlening.</al></li>
          <li nr="-"><al>De instellingen zorgen daarnaast voor deelname aan de regionaal
                            specialistische hulplijn. Voor de toeleiding naar de C1-zorg is advies
                            van de (regionaal) specialistische hulplijn ingewonnen. Dit advies is
                            niet bindend, maar er dient wel gegronde motivatie gegeven te worden om
                            daar van af te wijken.</al></li>
          <li nr="-"><al>Er wordt voorrang gegeven aan cliënten uit onze regio.</al></li>
          <li nr="-"><al>Focus op het betrekken van het eigen netwerk en de professionals in de
                            wijkteams (de verwijzers, de casusregisseur, de gezinscoach). Het
                            wijkteam houdt regie (op afstand) tijdens de duur van de C1-zorg (bijv.
                            het verblijf in de residentiele zorg). Er is structureel contact en men
                            werkt voortdurend en gestructureerd samen aan de 'terugkeer' naar huis /
                            de wijk. De thuissituatie (gezin) wordt voorbereid op de terugkeer van
                            het kind.</al></li>
          <li nr="-"><al>Binnen de ‘alliantie’ die de C1-zorg uitvoert hebben cliënten zoveel
                            mogelijk keuzevrijheid, behalve bij gedwongen plaatsing. Wanneer er zich
                            alternatieven aandienen (bijv. in de vorm van lokale initiatieven)
                            kunnen deze ingezet worden.</al></li>
          <li nr="-"><al>De inzet van wijkgerichte en gezinsgerichte vormen van zorg willen we
                            stimuleren. We willen hierover afspraken maken in relatie tot de afbouw
                            van de meer ‘traditionele’ vormen van residentiele zorg, bijv. zorg op
                            een instituutsterrein.</al></li>
          <li nr="-"><al>De inzet van Netwerkpleegzorg willen we stimuleren. Ook hierover worden
                            afspraken in nader overleg gemaakt.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>Sturingsprincipe Betaalbaarheid:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>Zorg wordt niet langer dan strikt noodzakelijk ingezet: instellingen
                            werken gericht aan een zo spoedig mogelijke terugkeer naar huis.</al></li>
          <li nr="-"><al>Er wordt minder residentiele zorg ingezet. Er wordt sneller afgeschaald
                            van residentiele zorg naar lichtere zorg (zorg thuis of in een
                            gezinssetting). Er is een plan op maat: op- en afschaling wordt flexibel
                            ingezet.</al></li>
          <li nr="-"><al>Er wordt aandacht besteedt aan het voorkomen van herplaatsingen in de
                            residentiele zorg / jeugdzorg-plus.</al></li>
          <li nr="-"><al>Er is samenhang met andere vormen van zorg, er is een relatie tussen
                            residentiele zorg en de inzet van respijtzorg (logeren) en
                            deeltijd-wonen met als doel de inzet van voltijds uithuisplaatsing te
                            voorkomen. Daarnaast is ook de gerichte inzet van (intensieve) ambulante
                            hulp van belang om dit te kunnen realiseren. Een koppeling met de
                            uitvoerders van de B-bestekken, waarin ambulant en logeren worden
                            aanbesteed, dient nadrukkelijk gelegd te worden.</al></li>
          <li nr="-"><al>Duurverkorting is een expliciet aandachtspunt: er is zo min mogelijk
                            'wachttijd' in de instelling en zo veel mogelijk effectieve
                            behandeltijd.</al></li>
          <li nr="-"><al>Tussentijdse korte opnames worden mogelijk gemaakt.</al></li>
          <li nr="-"><al>Ten behoeve van cliënten in de residentie kan indien nodig gebruik
                            gemaakt worden van weekeinde- en vakantieopvang door middel van
                            gastgezinnen, netwerkpleegzorg en meeleefgezinnen.</al></li>
          <li nr="-"><al>Meeleefgezinnen (inzet vrijwilligers) is een onderdeel van gehele
                            pleegzorgvisie en visie op residentiele zorg (in samenhang).</al></li>
          <li nr="-"><al>Het aantal pleegzorgplaatsingen dat mislukt en leidt tot overplaatsing
                            van het pleegkind naar een ander gezin (of opname in een voorziening)
                            neemt af (in overleg).</al></li>
          <li nr="-"><al>Instellingen trekken zoveel als mogelijk gezamenlijk op in de werving
                            van pleeg-, gezinshuis-ouders en vrijwilligers.</al></li>
          <li nr="-"><al>Er is beschikbaarheid geregeld voor crisis- of spoedsituaties. Er wordt
                            binnen 4 uur een plek beschikbaar gesteld in samenwerking met een
                            spoeddienst (nader te omschrijven). We willen afspraken maken, in
                            afstemming met de Gelderse regio’s, over de inzet van crisisopvang /
                            crisisplaatsen.</al></li>
        </lijst>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>