<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR379654_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van Orde voor de raad van de gemeente Rijswijk 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rijswijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rijswijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-3191.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dTractatenblad%257cStaatsblad%257cStaatscourant%257cGemeenteblad%257cProvinciaalblad%257cWaterschapsblad%257cBladGemeenschappelijkeRegeling%257cParlementaireDocumenten%26vrt%3dreglement%2bvan%2borde%2bgemeenteraad%2bRijswijk%2b2014%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26sdt%3dDatumPublicatie%26ap%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10%26_page%3d2%26sorttype%3d1%26sortorder%3d4&amp;resultIndex=18&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van Orde voor de gemeenteraad van Rijswijk 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-07-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van Orde voor de raad van de gemeente Rijswijk 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De gemeenteraad van Rijswijk,</al><al>Bijeen in openbare vergadering op 25 november 2014</al><al>Gelezen het voorstel van het presidium </al><al>d.d. 22 september 2014 </al><al>Gelet op artikel 16 van de Gemeentewet</al><al>BESLUIT:</al><al>Vast te stellen het volgende Reglement:</al><al/><al><vet>Reglement van Orde voor de raad van de gemeente Rijswijk 2014</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="2."><al>college: het college van Burgemeester en Wethouders</al></li><li nr="3."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of
                                    ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te
                                    worden opgenomen;</al></li><li nr="4."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een amendement dat
                                    ingediend is, naar de vorm geschikt om direct te worden
                                    opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="5."><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                    waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="6."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="7."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een
                                    ander voorstel ingediend door een raadslid;</al></li><li nr="8."><al>interruptie: een interruptie is een onderbreking, die een
                                    raadslid doet, in het betoog van een ander raadslid of
                                    collegelid. </al></li><li nr="9."><al>burgerinitiatief: een voorstel dat door een groep burgers is
                                    ingediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="1."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="2."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="3."><al>het doen naleven van het reglement van orde;</al></li><li nr="4."><al>alles wat de Gemeentewet of dit reglement hem verder
                                    opdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De griffier</titel></kop><al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al><lijst><li nr="1."><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen
                                    door zijn door de raad aangewezen plaatsvervanger.</al></li><li nr="2."><al>Hij kan, als hij daartoe door de voorzitter of door een raadslid
                                    wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit
                                    reglement deelnemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De secretaris</titel></kop><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering
                            aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als
                            bedoeld in dit reglement. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Het raadspresidium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad heeft een raadspresidium.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadspresidium bestaat uit de fractievoorzitters. Elke
                                fractievoorzitter wijst een lid van zijn fractie aan, dat hem bij
                                zijn afwezigheid in het raadspresidium vervangt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raadsvoorzitter is technisch voorzitter en adviseur van het
                                raadspresidium; de griffier is zijn secretaris. Anderen kunnen voor
                                de vergadering van het raadspresidium worden uitgenodigd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Naast de geplande vergaderingen kan de voorzitter het raadspresidium
                                bijeen roepen als dit hem wenselijk voorkomt of als een
                                fractievoorzitter of de griffier daarom verzoekt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het raadspresidium kan besluiten om (een deel van) een vergadering
                                niet openbaar te houden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het raadspresidium heeft als taak:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorbereiden van raadsvoorstellen betreffende de
                                        organisatie van de raad, fora, griffie etc.;</al></li><li nr="b."><al>voorstellen te doen met betrekking tot de werkwijze van de
                                        raad;</al></li><li nr="c."><al>(als dit noodzakelijk is) het bespreken van de toepassing
                                        van de gedragscode voor politieke ambtsdragers.</al></li><li nr="d."><al>Het presidium fungeert als overlegplatform namens de raad
                                        voor spoedeisende kwesties.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De griffie stelt de concept forum agenda op aan de hand van de
                                besluitvorming in het college. De griffie stelt de concept
                                raadsagenda op aan de hand van de besprekingen in het forum. Het
                                presidium stelt de conceptagenda voor forum en de raadsvergadering
                                vast.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; fracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beëdiging en ontslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                                commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                                onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken
                                van nieuw benoemde leden en de processen-verbaal van de
                                stembureaus.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven
                                schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel
                                voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                minderheidsstandpunt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van
                                de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                                samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de
                                raad, waarin over diens toelating wordt beslist, om de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Lid 4 geldt ook wanneer er sprake is van tussentijdse tijdelijke
                                benoeming in het kader van ziekte en/of zwangerschap van een
                                raadslid. Voor de tijdelijke benoeming gelden artikelen artikel X10,
                                X11 en X12 van de Kieswet. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een raadslid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij bericht dit
                                schriftelijk aan de raad. Het ontslag gaat in zodra zijn opvolger is
                                benoemd (Artikel X 6, X1, X 5 van de Kieswet).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Fracties</titel></kop><al>De leden van de raad die door het centraal stembureau op dezelfde
                            kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de
                            zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één
                            lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie
                            beschouwd.</al><lijst><li nr="1."><al>Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert
                                    de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als geen
                                    aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de
                                    fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter
                                    mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren.</al></li><li nr="2."><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als
                                    diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk
                                    doorgegeven aan de voorzitter.</al></li><li nr="3."><al>Als a: </al><lijst><li nr="I."><al>één of meer leden van een fractie als zelfstandige
                                            fractie gaan optreden;</al></li><li nr="II."><al>twee of meer fracties als één fractie gaan
                                            optreden;</al></li><li nr="III."><al>één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij
                                            een andere fractie; </al></li></lijst></li></lijst><al>wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de
                            voorzitter.</al><al>b) met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden
                            met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling
                            daarvan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op
                                    dinsdag, beginnen om 20.00 uur en worden gehouden in het
                                    gemeentehuis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen worden in principe uiterlijk om 0.00 uur
                                    beëindigd. Om 23.00 overlegt de voorzitter of afronding binnen
                                    een redelijke tijd kan plaatsvinden, of dat een schorsing
                                    plaatsvindt tot de daarop volgende raadsvergadering of tot de
                                    eerder vastgestelde reserveavond.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                    voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende
                                    situatie, overleg met het raadspresidium.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Vergaderdata worden jaarlijks vastgelegd in een schema dat
                                    uiterlijk in november van het jaar daarvoor door het
                                    raadspresidium aan de raad wordt aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter plaatstten minste zeven werkdagen voor een
                                    vergadering een digitaleoproep onder vermelding van dag,
                                    tijdstip en plaats van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    oproep voor de leden van de raad digitaal geplaatst op de
                                    daarvoor ingerichte plek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat de oproep wordt verzonden, stelt de voorzitter van de
                                    gemeenteraad de concept- agenda van de vergadering vast.Op
                                    voorspraak van de griffier stelt de voorzitter, per agendapunt
                                    een spreektijd voor.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de oproep tot uiterlijk tweeëndertig uur voor de aanvang van een
                                    vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze agenda en de
                                    daarop vermelde voorstellen, worden zo snel mogelijk, maar
                                    uiterlijk tweeëndertig uur voor aanvang van de vergadering aan
                                    de leden van de raad beschikbaar gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan het begin van de vergadering stelt de raad de agenda vast.
                                    Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de
                                    raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda
                                    toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de raad vindt dat een onderwerp onvoldoende voor de
                                    openbare beraadslaging voorbereid is, kan hij het onderwerp
                                    verwijzen naar een Forum of aan het college nadere inlichtingen
                                    of advies vragen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de
                                    raad de volgorde van behandeling van de agendapunten
                                    wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De wethouders</titel></kop><al>De wethouders zijn aanwezig bij de vergaderingen van de raad en
                                nemen deel aan de beraadslagingen, tenzij de raad anders
                                beslist.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ter inzage stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van
                                    de oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd.
                                    De voorzitter maakt van de ter inzage legging melding in de
                                    openbare kennisgeving bedoeld in artikel 16. Als na het
                                    verzenden van de oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt
                                    hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo
                                    mogelijk in een openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken, in afwijking van het eerste lid, onder bewaring van de
                                    griffier en verleent de griffier de leden van de raad
                                    inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt door aankondiging in een huis-aan-huis blad
                                    en door plaatsing op de internetsite van de gemeente voor een
                                    ieder bekend gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bekendmaking vermeldt:</al><lijst><li nr="·"><al>de datum, begintijd en plaats van de vergadering;</al></li><li nr="·"><al>hoe, waar en wanneer een ieder de voorlopige agenda en
                                            de daarbij behorende stukken kan inzien; </al></li><li nr="·"><al>hoe en wanneer burgers gebruik kunnen maken van het
                                            spreekrecht als bedoeld in artikel 17. </al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Vergaderorde</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad
                                    onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke
                                    vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier
                                    door ondertekening vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid dat de vergadering tussentijds verlaat, geeft hiervan
                                    kennis aan de voorzitter; hiervan wordt in het verslag melding
                                    gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid dat na aanvang van de vergadering arriveert, geeft
                                    hiervan kennis aan de voorzitter, hiervan wordt in het verslag
                                    melding gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het lid dat verhinderd is de vergadering bij te wonen geeft
                                    daarvan voor de aanvang van de vergadering kennis aan de
                                    voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een
                                    vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het
                                    raadspresidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van
                                    de raad bepaald</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer dit nodig blijkt, kan de voorzitter de indeling herzien
                                    na overleg in het raadspresidium.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter zorgt voor een zitplaats voor de wethouders,
                                    secretaris en overige personen die voor de vergadering zijn
                                    uitgenodigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, als
                                    uit de presentielijst blijkt dat meer dan de helft van alle
                                    raadsleden aanwezig is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                    voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de
                                    volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
                                    Gemeentewet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na de opening van de vergadering kunnen niet-raadsleden het
                                    woord voeren over geagendeerde onderwerpen. Elke spreker krijgt
                                    maximaal 5 minuten het woord, met een maximum van 12 sprekers.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden:</al><lijst><li nr="a."><al>over een besluit van het gemeentebestuur waartegen
                                            bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft
                                            opengestaan;</al></li><li nr="b."><al>over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen
                                            van personen;</al></li><li nr="c."><al>als een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet
                                            bestuursrecht kan of kon worden ingediend;</al></li><li nr="d."><al>over de ingekomen stukken;</al></li><li nr="e."><al>over een onderwerp dat niet op de agenda staat.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer iemand gebruik wil maken van het spreekrecht, meldt hij
                                    dit op de dag van de vergadering voor 16.00 uur bij de griffie.
                                    Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het
                                    onderwerp waarover hij het woord wil voeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                    voorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang
                                    is van de orde van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                    gegeven. De voorzitter of een lid van de raad kan een voorstel
                                    doen voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Primus bij hoofdelijke stemming</titel></kop><al>Alvorens de in de agenda opgenomen onderwerpen aan de orde te
                                stellen deelt de voorzitter mee bij welk lid van de raad de
                                hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een
                                volgnummer van de presentielijst aangewezen. Bij het daar genoemde
                                lid begint de hoofdelijke stemming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het ontwerpverslag van de voorgaande vergadering wordt, zo
                                    mogelijk tegelijkertijd met de oproep, aan de leden van de raad
                                    toegezonden. Deze zogenaamde handelingen worden tevens aan de
                                    overige personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan het begin van de vergadering wordt het verslag van de vorige
                                    vergadering vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de
                                    secretaris hebben het recht een voorstel tot verandering aan de
                                    raad te doen, indien het verslag onjuistheden bevat of niet
                                    duidelijk weergeeft wat er besloten is. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag moet inhouden:</al><lijst><li nr="·"><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de secretaris,
                                            de wethouders en aanwezige raadsleden, en de namen van
                                            overige personen die het woord gevoerd hebben, de naam
                                            van het raadslid en het tijdstip waarop deze na het
                                            begin van de vergadering is gaan deelnemen aan de
                                            vergadering en de naam van het raadslid en het tijdstip
                                            waarop deze voor het einde van de vergadering de
                                            vergadering verlaten heeft;</al></li><li nr="·"><al>de onderwerpen die besproken zijn;</al></li><li nr="·"><al>een zakelijke samenvatting van wat gezegd is met
                                            vermelding van de namen van de personen die het woord
                                            voerden;</al></li><li nr="·"><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met
                                            vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de
                                            leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van
                                            de namen van de leden die zich overeenkomstig de
                                            Gemeentewet van stemming hebben onthouden;</al></li><li nr="·"><al>de tekst van in de vergadering ingediende
                                            initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties,
                                            amendementen en subamendementen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt opgesteld onder de zorg van de griffier.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier
                                    ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder mededelingen van het
                                    college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst
                                    wordt aan de leden van de raad toegestuurd en ter inzage
                                    gelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt in zijn vergadering de wijze van afdoening van de
                                    ingekomen stukken vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de bespreking van de afdoening van ingekomen stukken wordt
                                    niet gesproken over de inhoud van deze stukken. Een ingekomen
                                    stuk kan wel worden geagendeerd voor een forum stad of een forum
                                    samenleving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Brieven en begeleidende stukken die dienen als antwoord op een
                                    ingekomen stuk kunnen wel afzonderlijk geagendeerd en besproken
                                    worden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verzoek om agendering moet tenminste door twee fracties
                                    ondersteund worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de raad vragen eerst het woord aan de voorzitter en
                                    beginnen pas met spreken nadat zij dit gekregen hebben. De leden
                                    van de raad spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats. Bij
                                    bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden
                                    van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats
                                    spreken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is niet toegestaan raadsleden te interrumperen in hun eerste
                                    termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Volgorde sprekers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De volgorde van de sprekers wordt bepaald door de voorzitter,
                                    meestal op volgorde van aanmelding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid
                                    van de raad het woord vraagt over de orde van de
                                    vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel vindt plaats in
                                    maximaal twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het derde lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="·"><al>de rapporteur van een commissie;</al></li><li nr="·"><al>het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                            initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat
                                            (sub)amendement, die motie of dat voorstel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel keer een lid over hetzelfde onderwerp of
                                    voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het vaststellen van de conceptagenda in het raadspresidium
                                    stelt de griffier per agendapunt een spreektijd voor.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De spreektijd is voor alle fracties gelijk. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een minuut voor het bereiken van de spreektijd wordt de spreker
                                    door de voorzitter gemaand tot afronding. Zodra de spreektijd is
                                    verstreken, nodigt de voorzitter de spreker uit zijn betoog te
                                    beëindigen. De spreker is verplicht zijn inbreng onmiddellijk te
                                    beëindigen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Lid 2 is niet van toepassing op de voorzitter en op een raadslid
                                    dat een door hem ingediend voorstel verdedigt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                        tenzij</al><lijst><li nr="·"><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het
                                                opvolgen van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="·"><al>een lid hem interrumpeert. </al></li></lijst></li></lijst><al>De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties
                                zijn betoog zal afronden</al><lijst><li nr="2."><al>Wanneer een spreker beledigende of onbetamelijke
                                        uitdrukkingen gebruikt, afwijkt van het besproken onderwerp,
                                        een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel op
                                        een andere manier de orde verstoort, wordt hij door de
                                        voorzitter tot de orde geroepen. Als de betreffende spreker
                                        dit niet opvolgt, kan de voorzitter hem gedurende de
                                        vergadering, waarin dit gebeurt, over het betreffende
                                        onderwerp het woord ontzeggen.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering
                                        voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - wanneer na
                                        de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de
                                        vergadering sluiten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter besluit op verzoek, van een lid van de raad of op
                                    voorstel van de raad, om het college of de leden de gelegenheid
                                    te geven tot onderling nader beraad besluiten, de beraadslaging
                                    voor een te bepalen tijd te schorsen. De beraadslagingen worden
                                    hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering
                                    aanwezige leden van de raad, de wethouders, de secretaris, de
                                    griffier en de voorzitter, deelnemen aan de beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    een van de leden van de raad genomen, voordat de raad begint met
                                    de beraadslaging over het betreffende agendapunt</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                                overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te
                                motiveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt, na een stemming over
                                    eventuele moties en/of amendementen, de stemming plaats over het
                                    voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel, tenzij geen
                                    stemming wordt gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                    plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te
                                    nemen eindbeslissing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Als er geen
                                    stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                    stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is
                                    aangenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
                                    notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben
                                    tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
                                    voorzitter daarvan mededeling; de stemming geschiedt bij
                                    handopsteken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het derde lid, vindt er hoofdelijke stemming
                                    plaats als een lid daarom vraagt. Bij hoofdelijke stemming
                                    worden de volgende regels in acht genomen:</al><lijst><li nr="a)"><al>De voorzitter of de griffier roept de leden van de raad
                                            bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint
                                            bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 19 is
                                            aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de
                                            volgorde van de presentielijst.</al></li><li nr="b)"><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van
                                            deelneming aan de stemming moet onthouden, is verplicht
                                            zijn stem uit te brengen.</al></li><li nr="c)"><al>De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of
                                            ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></li><li nr="d)"><al>Als bij de stemming blijkt, dat het in artikel 29
                                            Gemeentewet vermelde vereiste aantal leden niet aanwezig
                                            is, kan de voorzitter hetzij de vergadering voor enige
                                            tijd schorsen en als dan bij de heropening wel voldoende
                                            leden aanwezig zijn, voortzetten, of de stemming tot de
                                            volgende vergadering uitstellen.</al></li><li nr="e)"><al>Bij staken van stemmen is, als de vergadering voltallig
                                            is, het voorstel niet aangenomen. Is de vergadering niet
                                            voltallig, dan wordt het nemen van het besluit
                                            uitgesteld tot de volgende vergadering. Staken de
                                            stemmen opnieuw, dat is het voorstel niet
                                            aangenomen.</al></li><li nr="f)"><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem
                                            vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen
                                            voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid
                                            zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de
                                            voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft
                                            gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft
                                            vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter
                                            geen verandering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee,
                                    met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
                                    stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
                                    besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een amendement op een in behandeling zijnd voorstel is
                                    ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                    eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                    amendement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als twee of meer amendementen of subamendementen op een in
                                    behandeling zijnd voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter
                                    de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de
                                    regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement
                                    het eerst in stemming wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer over een in behandeling zijnd voorstel een motie is
                                    ingediend, wordt eerst over de motie gestemd en vervolgens over
                                    het voorstel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                    benoeming of het opstellen van een voordracht of aanbeveling
                                    moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot lid van
                                    het stembureau, waarbij het eerst benoemde lid als voorzitter
                                    optreedt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De stemming over personen is vertrouwelijk en vindt schriftelijk
                                    plaats, via stembriefjes.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                    benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
                                    voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                    worden samengevat op één briefje.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                    artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
                                    uitgebracht die leden die geen behoorlijk ingevuld stembriefje
                                    hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld
                                    stembriefje wordt verstaan:</al><lijst><li nr="·"><al>een blanco stembriefje;</al></li><li nr="·"><al>een ondertekend stembriefje;</al></li><li nr="·"><al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld,
                                            tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;</al></li><li nr="·"><al>een stembriefje waarbij, als het een benoeming op
                                            voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die
                                            niet is voorgedragen;</al></li><li nr="·"><al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt
                                            gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist
                                    de raad, op voorstel van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
                                    onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                    heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                    meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen
                                    twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op
                                    zich hebben verenigd, tenzij de voorgaande stemming slechts twee
                                    personen betreft. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen
                                    over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een
                                    tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde
                                    stemming zal plaatshebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                    staken, beslist terstond het lot.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen
                                    wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                    afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                    gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                    gedeponeerd en omgeschud.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                    stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                    gekozen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid kan uiterlijk 32 uur voor de raadsvergadering van te voren
                                amendementen indienen bij de voorzitter. Een amendement is een
                                wijziging van het voorgestelde besluit dat moet worden genomen.
                                Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn
                                door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in
                                de vergadering aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                stellen (subamendement).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen
                                te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend,
                                tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van
                                het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan
                                worden volstaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is
                                mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een in behandeling zijnd onderwerp
                                of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp
                                of voorstel plaats. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad op voorstel van de
                                voorzitter of een lid van de raad anders besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering
                                mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raad direct.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een initiatiefvoorstel wordt schriftelijk bij de griffie ingediend.
                                Het presidium beslist dan over agendering van het voorstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan het voorstel ook worden ingediend bij
                                de voorzitter en de griffier. Het voorstel moet dan, om in
                                behandeling genomen te kunnen worden, ten minste 32 uur voor het
                                begin van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter en griffier
                                worden ingediend. Ingevolge artikel 11, tweede lid, plaatst de
                                voorzitter het voorstel op de agenda van de eerstvolgende
                                vergadering. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van een voorstel als bedoeld in het tweede lid vindt
                                plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en
                                onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat het voorstel
                                met het oog op de orde van de vergadering eerder of juist
                                gezamenlijk met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp moet
                                worden behandeld, het voorstel eerst moet worden behandeld in een
                                forum stad of een forum samenleving of voor advies naar het college
                                moet worden gezonden. In de laatste twee situaties bepaalt de raad
                                in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van
                                een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het
                                college aan de raad dat vermeld staat op de agenda van de
                                raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van
                                de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de raad van oordeel is dat een voorstel dat vermeld staat op de
                                agenda van de raadsvergadering, voor advies terug aan het college
                                moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke vergadering het
                                voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Technische vragen over voorstellen dienen uiterlijk 32 uur voor de
                                vergadering te worden ingeleverd bij de griffie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Burgerinitiatief</titel></kop><al>1.De voorwaarden voor het indienen van een burgerinitiatief staan in de
                            Verordening Burgerinitiatief Rijswijk. Deze verordening is bepalend
                            boven dit Reglement van Orde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behalve in
                                naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste
                                32 uur voor het begin van de vergadering schriftelijk bij de
                                voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving
                                van het onderwerp waarover inlichtingen worden gevraagd én de te
                                stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de
                                behandeling van de ingekomen stukken van de eerstvolgende
                                vergadering wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt
                                op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden
                                gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                                leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan
                                eenmaal, tenzij de raad dit toestaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
                                wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
                                verlangd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vragen worden bij de griffier van de raad ingediend. Deze zorgt
                                ervoor dat de vragen zo snel mogelijk aan de overige raadsleden en
                                het college worden gestuurd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Schriftelijke beantwoording vindt zo snel mogelijk plaats, in ieder
                                geval binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen.
                                Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
                                raadsvergadering. Als beantwoording niet binnen deze termijnen kan
                                gebeuren, bericht het verantwoordelijk lid van het college de
                                vragensteller hiervan. Hij geeft daarbij zijn motivering aan en
                                wanneer de beantwoording dan wel zal gebeuren. Dit bericht wordt
                                behandeld als een antwoord.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De antwoorden van het college of de burgemeester worden door
                                tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad
                                toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als
                                bedoeld in artikel 10 aan de raadsleden toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
                                dezelfde raadsvergadering, aanvullende vragen stellen over het door
                                de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad
                                anders beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Vragenuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het begin van elke raadsvergadering is er een vragenuur, tenzij
                                er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere
                                gevallen kan het raadspresidium bepalen dat het vragenuur op een
                                ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk
                                tijdstip het vragenuur eindigt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt dit
                                onder aanduiding van het onderwerp minimaal 32 uur voor begin van
                                het vragenuur bij de griffier. De griffier zorgt voor doorzending
                                van de vragen aan de overige raadsleden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de wethouder of burgemeester de vragen niet direct kan
                                beantwoorden dan worden deze als artikel 42 vragen worden
                                behandeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                                vragensteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en voor de
                                overige leden van de raad.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
                                of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een
                                toelichting daarop te geven.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
                                vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
                                stellen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord
                                verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college
                                vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden
                                geen interrupties toegelaten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Begroting en rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al>De voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van
                            de begroting gebeurt volgens een procedure die het presidium vaststelt,
                            waarbij het presidium aansluit bij het bepaalde in de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Procedure jaarrekening</titel></kop><al>De voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag
                            en ook de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel
                            indemniteitsbesluit gebeuren volgens een procedure die het presidium
                            vaststelt, waarbij het presidium aansluit bij het bepaalde in de
                            Gemeentewet</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Verslag; verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                                secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het
                                algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
                                gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen, heeft de plicht om verslag te doen
                                over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn.
                                Bespreking van deze onderwerpen gebeurt bij voorkeur in een forum
                                stad of een forum samenleving</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder raadslid kan aan een lid van een algemeen bestuur,
                                schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van
                                schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 42, zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een raadslid een lid van een algemeen bestuur ter
                                verantwoording wil roepen over zijn wijze van functioneren als
                                zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
                                of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft
                                benoemd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                                overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig
                                zijn met het besloten karakter van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Door de raad benoemde forumleden, niet zijnde raadslid, en de
                                fractieassistenten mogen tijdens besloten vergaderingen als
                                toehoorder aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan toestaan dat anderen een besloten vergadering bijwonen.
                                Zij zijn verplicht geheimhouding te bewaren over de onderwerpen die
                                tijdens de vergadering besproken zijn</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In een besloten vergadering kan gesproken worden over stukken die
                                vertrouwelijk aan de raad zijn aangeboden, over een vertrouwelijk
                                onderwerp of over het bekrachtigen van de eerder door het college of
                                een andere instantie opgelegde geheimhouding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag van een besloten vergadering wordt uitsluitend aan de
                                raadsleden, fractieassistenten en het college verzonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze zogenoemde handelingen worden zo snel mogelijk in een besloten
                                vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering
                                neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van
                                dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de
                                griffier ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Openbaarmaking wordt achterwege gelaten voor zover het
                                aangelegenheden betreft waarvoor op grond van artikel 25 Gemeentewet
                                geheimhouding is opgelegd of ten aanzien waarvan openbaarmaking in
                                strijd is met het openbaar belang.”</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer er geheime stukken door het college aan de raad zijn
                                aangeboden, moet de raad volgens artikel 25, eerste lid, van de
                                Gemeentewet, in de eerstvolgende raadsvergadering de geheimhouding
                                bekrachtigen. Dit geldt ook als die stukken zelf nog niet in de raad
                                worden besproken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De geheimhouding dient in acht te worden genomen door iedereen die
                                bij de vergadering aanwezig is en door iedereen die op een andere
                                wijze kennis heeft van de stukken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de afloop van elke besloten vergadering beslist de raad
                                overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of over de
                                inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden.
                                De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de raad van plan is gebruik te maken van een hem gegeven
                                bevoegdheid om de geheimhouding op te heffen wordt, als een ander
                                orgaan de geheimhouding heeft opgelegd en daarom verzoekt, in een
                                besloten vergadering met dit orgaan overleg gevoerd alvorens tot
                                opheffing van de geheimhouding wordt beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tweemaal per jaar wordt door het college het overzicht van
                                onderwerpen/stukken waarop geheimhouding is opgelegd beoordeeld op
                                de noodzaak van verdere geheimhouding en ter voorbereiding van de
                                behandeling in de gemeenteraad voorgelegd aan het presidium.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en journalisten mogen alleen op de voor hen bestemde
                                plaatsen de openbare vergaderingen bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan
                            wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de
                            voorzitter en volgen zijn aanwijzingen op. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, moeten mobiele
                            telefoons uit of in de stand-by stand staan. Het hoorbaar gebruik van
                            mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen, die met een
                            geluidssignaal de vergadering kunnen verstoren, is zonder toestemming
                            van de voorzitter niet toegestaan. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>Het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente
                            Rijswijk, zoals vastgesteld op 14 maart 2002 en gewijzigd op 4 maart
                            2008 en 18 december 2012, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>56</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit reglement treedt in werking op de dag volgend op die van
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>57</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit reglement wordt aangehaald als “Reglement van Orde voor de raad van
                            de gemeente Rijswijk 2014”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de Raad van de Gemeente Rijswijk, in zijn openbare
                        vergadering van 25 november 2014.</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening>J.A. Massaar, bpa drs. M.J. Bezuijen </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>