<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR379464_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw Gouda 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 31-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw Gouda 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw Gouda 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Gouda;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 oktober
                        2015;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; </al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening
                        persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw Gouda 2015.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al> In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>Bestuur: het Dagelijks Bestuur van Promen</al><al>de wet: de Wet sociale werkvoorziening</al><al>periodieke subsidie: de loonkostensubsidie en overige aan de werkgever
                        te</al><al>verstrekken vergoedingen voor structurele kosten.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De hoogte van de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden
                            uitvoeringskosten</titel><subtitel/></kop><al>Het Bestuur stelt elk jaar vóór 31 december de hoogte vast van de
                        rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten voor elk
                        te verstrekken persoonsgebonden budget voor het daarop volgende
                        kalenderjaar.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Invulling voorwaarden adequate werkplek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Bestuur verstrekt op aanvraag aan iedere Wsw-geïndiceerde die daar
                            recht op heefteen persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw, indien
                            werkgever enbegeleidingsorganisatie er zorg voor dragen dat de
                            arbeidsplaats voor de Wswgeïndiceerdeadequaat wordt ingevuld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgever voldoet aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al>Zijn onderneming staat ingeschreven bij de Kamer van
                                    Koophandel.</al></li><li nr="b."><al>De aangeboden arbeidsplaats en de omvang daarvan zijn, gelet op
                                    de indicatiestelling en mogelijkheden van de Wsw-geïndiceerde,
                                    als passend aan te merken.</al><al/></li><li nr="c."><al>De duur van het dienstverband bedraagt tenminste zes maanden,
                                    met een mogelijkheid tot verlenging.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De begeleidingsorganisatie voldoet aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al>De begeleidingsorganisatie is ingeschreven bij de Kamer van
                                    Koophandel.</al><al/></li><li nr="b."><al>De begeleidingsorganisatie en/of haar medewerkers zijn
                                    gekwalificeerd voor het begeleiden van de doelgroep, c.q. de
                                    Wsw-geïndiceerde voor wie het persoonsgebonden budget is
                                    bestemd.</al></li><li nr="c."><al> De begeleidingsorganisatie heeft aantoonbare kennis en ervaring
                                    in </al><al> het werkveld re-integratie en/of jobcoaching.</al><al/></li><li nr="d."><al>De begeleidingsorganisatie heeft tevens aantoonbare kennis van
                                    de specifieke arbeidshandicap van de Wsw-geïndiceerde die zij
                                    begeleidt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De wijze van vaststelling van de periodieke subsidie aan de
                            werkgever</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Bestuur stelt op voorstel van de Wsw-geïndiceerde de hoogte van de
                            subsidie aan de werkgever vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Bestuur neemt daarbij het gestelde in artikel 7, lid 2 WSW in
                            acht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte wordt bepaald aan de hand van een gemotiveerde opgave van de
                            geschatte loonwaarde van de aanvrager, conform die methodiek die ook bij
                            Begeleid Werken wordt toegepast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien er verschil van inzicht ontstaat tussen aanvrager en uitvoerend
                            medewerker van Promen die de aanvraag behandelt, wordt een externe
                            deskundige ingeschakeld die een loonwaarde onderzoek uitvoert.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Herziening van de loonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op verzoek van de werkgever kan een loonkostensubsidie worden herzien
                            als hier, gelet op de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit van de
                            werknemer, aanleiding voor is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van loonkostensubsidie wordt jaarlijks ambtshalve
                            geëvalueerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de herziening gelden de bepalingen uit het vorige artikel, lid 2 en
                            3.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De vergoeding aan de begeleidingsorganisatie en
                            verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de vergoeding aan de begeleidingsorganisatie en de omvang
                            van hetaantal uren begeleiding wordt door partijen in onderling overleg
                            schriftelijkovereengekomen. Tussentijdse aanpassingen zijn mogelijk
                            indien partijen dit voorafovereenkomen.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>2. De kosten van een begeleidingsorganisatie in verband met het zoeken
                            van een begeleid werkenplaats komen alleen voor vergoeding in aanmerking
                            als dit leidt tot het tot stand komen van een arbeidsovereenkomst.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De begeleidingsorganisatie verantwoordt zich minimaal één keer per jaar
                            over de begeleiding van de Wsw-geïndiceerde. Het Bestuur kan
                            aanwijzingen geven over een vorm van deze verantwoording.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergoeding voor éénmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de
                            omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht</titel><subtitel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Bestuur kan een vergoeding verstrekken voor de éénmalige kosten van
                            aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht als
                            uit een onderbouwd onderzoek blijkt dat aanpassingen op de werkplek
                            noodzakelijk zijn, deze persoonsgerelateerd zijn, en het niet redelijk
                            is dat deze kosten door de werkgever worden gedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De éénmalige kosten worden omgerekend naar jaarlijkse kosten, waarbij de
                            lengte van het dienstverband het aantal jaren bepaalt, met een maximum
                            van 5 jaar. De omgerekende éénmalige kosten worden betrokken bij de
                            afweging volgend uit artikel 7, tweede lid, Wsw.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Kosten voor aanschaf van apparatuur, kosten voor de werkplek en kosten
                            voortvloeiend uit arbowetgeving die de werkgever uit hoofde van normaal
                            en goed werkgeverschap voor iedere werknemer zou moeten maken, komen
                            niet in aanmerking voor vergoeding door het Bestuur.</al><al/><al/></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Bij onenigheid over de hoogte van de vergoeding als bedoeld in dit
                            artikel, wordt een deskundigenrapport opgesteld.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Indienen van de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Bestuur kan ten behoeve van de aanvraag een aanvraagformulier
                            vaststellen engebruik ervan voor een aanvraag voorschrijven.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>2.De aanvraag voor een persoonsgebonden budget wordt ingediend door
                            middel van eenvolledig ingevulde aanvraag.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De aanvraag wordt mede ondertekend door werkgever en</al><al>de begeleidingsorganisatie.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Bestuur besluit over de aanvraag binnen zes weken na ontvangst van
                            alle benodigdegegevens.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Bestuur kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. </al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van een verdaging stelt het Bestuur deaanvrager schriftelijk in
                            kennis.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Het besluit tot verlenen van de periodieke subsidie</titel></kop><al>Het besluit tot verlening van een periodieke subsidie bevat in ieder
                        geval:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van de periodieke subsidie;</al><al/></li><li nr="b."><al> de wijze waarop deze kan worden aangepast;</al><al/></li><li nr="c."><al>de wijze van bevoorschotting van de subsidie;</al><al/></li><li nr="d."><al>de verplichtingen van de werkgever.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Het vaststellen van de periodieke subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever verstrekt binnen zes weken na afloop van het kalenderjaar
                            aan het Bestuureen schriftelijke opgave van:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>het door hem in het voorgaande jaar betaalde bruto CAO-loon van
                                    de Wswgeïndiceerde,vermeerderd met alle werkgeverslasten;</al></li><li nr="b."><al>het aantal uren van de arbeidsovereenkomst;</al></li><li nr="c."><al>de periode dat betrokkene in dienst is geweest.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Bestuur stelt de periodieke subsidie binnen zes weken na ontvangst
                            van deze opgavevast.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><al>De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling binnen zes weken betaald,
                        onder verrekening van de betaalde voorschotten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verplichtingen van de werkgever</titel></kop><al>De werkgever doet onmiddellijk schriftelijke mededeling aan het Bestuur van
                        alle feiten enomstandigheden die van belang kunnen zijn voor de verstrekking
                        van de subsidie.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening persoonsgebonden budget
                        begeleid werken Wsw Gouda 2015.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel> Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2016 en werkt terug tot 1
                        januari 2015.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>toelichting</label></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Op 1 januari 2015 is de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) gewijzigd. De tot die
                    datum vigerende verordening van Promen, op grond waarvan aan Wsw-geïndiceerden
                    het recht op een persoonsgebonden budget (PGB) om begeleid werken te realiseren
                    als keuzemogelijkheid werd gegeven, kwam daarbij te vervallen.</al><al>De wet verplicht gemeenteraden niet langer om bij verordening nadere regels vast
                    te stellen over de wijze waarop het bestuur vorm geeft aan het PGB. Artikel 7,
                    tiende lid, van de Wsw, waarin dit verplicht was gesteld, is vervallen.
                    Aangezien het noodzakelijk is dat voor Wsw-geïndiceerden het recht op een PGB om
                    begeleid werken te realiseren als keuzemogelijkheid blijft bestaan, dienen de
                    raden van de gemeenten waarvan de colleges aan Promen deelnemen per datum van
                    inwerkingtreding van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen deze
                    verordening vast te stellen, nu de regelgevende bevoegdheid van de raden vanaf
                    die datum niet langer aan Promen is overgedragen.</al><al/><al><cursief>Twee vormen van begeleid werken</cursief></al><al>Sinds 1998 kent de Wsw de mogelijkheid van begeleid werken door
                    WSW-geïndiceerden bijeen reguliere werkgever. Bij deze vorm van begeleid werken
                    worden begeleid werkplekken tot stand gebracht.</al><al>Naast het begeleid werken bestaat de figuur van het persoonsgebonden</al><al>budget (PGB). Dit vanuit de gedachte dat de Wsw als vrijwillige voorziening voor
                    een specifieke groep arbeidsgehandicapten zo goed mogelijk moet aansluiten bij
                    de capaciteiten en mogelijkheden van een Wsw-geïndiceerde. Daarbij past ook dat
                    Wsw-geïndiceerden demogelijkheid moeten hebben om zelf te bepalen op welke
                    manier hun arbeidsplaats wordt gerealiseerd. Door de Wsw-geïndiceerde een recht
                    op een PGB te geven wordt hierin voorzien. Tussen beide vormen van begeleid
                    werken bestaat een aantal verschillen. Zo is begeleid werken met een PGB als een
                    recht voor elke Wsw-geïndiceerde geformuleerd. Deze heeft recht opbegeleid
                    werken met een PGB als de aanvraag aan de wettelijke eisen en de daarop
                    gebaseerde gemeentelijke voorwaarden voldoet. Bovendien ligt bij begeleid werken
                    met eenPGB het initiatief bij de Wsw-geïndiceerde zelf. De Wsw-geïndiceerde, of
                    iemand namens hem, zal een PGB bij de gemeente moeten aanvragen en om dit te
                    kunnen doen zal hij zelfeen werkgever en een begeleidingsorganisatie moeten
                    aandragen en de wijze van werkplekaanpassing moeten regelen, dan wel daar een
                    voorstel voor doen. Als een Wswgeïndiceerde(of een door hem ingeschakelde
                    begeleidingsorganisatie) een werkgever vindt die hem een adequate werkplek
                    aanbiedt, de begeleiding op de werkplek adequaat wordt geregeld én de kosten van
                    begeleid werken binnen het beschikbare budget vallen, dan is de gemeente (na de
                    aanvraag te hebben beoordeeld) verplicht de wens van de Wsw-geïndiceerde te
                    honoreren. ledere Wsw-geïndiceerde komt in beginsel in aanmerking voorbegeleid
                    werken met een PGB. Voor het beroep op een PGB is het niet noodzakelijk een
                    positief advies begeleid werken te hebben gekregen. Een Wsw-indicatie volstaat.
                    Ook een Wsw-werknemer met een bestaand dienstverband kan dus een beroep doen op
                    een PGB.</al><al/><al>Het verschil tussen begeleid werken zonder PGB en begeleid werken met een PGB is
                    in beginsel uitsluitend gelegen in de procedurele wijze waarop een begeleid
                    werkenplek tot stand wordt gebracht. Als de begeleid werkenplek eenmaal is
                    gerealiseerd zijn er in principe geen verschillen. Dit betekent dat gemeenten
                    bij het stellen van regels voor begeleid werken met een PGB zoveel mogelijk
                    kunnen aansluiten bij de wijze waarop zij het begeleid werken organiseren. Dit
                    geldt met name voor de eisen die zij aan werkgevers, de werkplek en aan
                    begeleidingsorganisaties stellen. </al><al/><al/><al><cursief>De regeling van begeleid werken met een PGB</cursief></al><al>De gemeente kan een verzoek van een Wsw-geïndiceerde om voor een PGB in
                    aanmerking te komen niet weigeren, als:</al><al>• de betrokkene al een Wsw-dienstbetrekking heeft;</al><al>• de door de Wsw-geïndiceerde of de door de door hem aangedragen
                    begeleidingsorganisatie voorgestelde werkplek en begeleiding op de werkplek
                    adequaat zijn</al><al>• de door de gemeente aan de werkgever te verstrekken periodieke subsidie en de
                    aan de begeleidingsorganisatie te verstrekken vergoeding, na aftrek van de voor
                    de gemeente rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten,
                    niet hoger zijn dan het (gemiddelde) budget dat beschikbaar is voor een
                    Wsw-plaats.</al><al>Komt het bedrag van de periodieke subsidie en de periodieke vergoeding van
                    begeleiding boven het budget uit dat beschikbaar is voor een Wsw-plaats, dan is
                    het Bestuur niet verplicht om subsidie te verstrekken, maar mag het wel
                    doen.</al><al>Het uitgangspunt van de wet is dat een Wsw-geïndiceerde recht heeft op begeleid
                    werken met een PGB. Het Bestuur heeft de bevoegdheid om op grond van de wet en
                    de voorwaarden in deze verordening te toetsen of het aangevraagde bedrag voor
                    het PGB nodig is om de betreffende Wsw-geïndiceerde op een adequate wijze
                    begeleid te latenwerken, dan wel dat zou kunnen worden volstaan met een lager
                    bedrag. Omgekeerd kan het Bestuur, hoewel het de toekenning van een dergelijke
                    hogere aanvraag mag weigeren,ook besluiten een hoger bedrag toe te kennen dan
                    het beschikbare bedrag.</al><al/><al>Het PGB bestaat uit drie bestanddelen:</al><lijst><li nr="1."><al>Een periodieke subsidie aan de werkgever waar de Wsw-geïndiceerde in
                            dienst is. Deze subsidie is primair bedoeld als een tegemoetkoming in de
                            loonkosten in verband met de geringere arbeidsproductiviteit. Ook kan
                            deze subsidie worden gebruikt als een vergoeding voor structurele kosten
                            van de werkgever die verband houden met het in dienst hebben van een
                            Wsw-geïndiceerde. Daarbij kan worden gedacht aan reiskosten of kosten
                            voor intermediaire activiteiten ten behoeve van mensen met een visuele
                            of auditieve handicap (zoals een voorleeshulp of een doventolk).</al></li><li nr="2."><al>Een periodieke vergoeding aan de begeleidingsorganisatie die de
                            begeleiding van de Wsw-geïndiceerde verzorgt;</al></li><li nr="3."><al>Een vergoeding voor de éénmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van
                            de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht. Hieronder worden
                            bijvoorbeeld kosten verstaan die gemaakt worden voor technische
                            aanpassingen op de werkplek. Gemeenten kunnen deze vergoedingen
                            verstrekken,ze zijn daartoe niet verplicht.</al></li></lijst><al>Het PGB is geen rugzakje, de Wsw-geïndiceerde krijgt geen budget mee. In feite
                    moet het PGB, als hier bedoeld, dan ook eerder worden gezien als
                    eenpersoonsvolgend budget. Het PGB wordt aangevraagd door de Wsw-geïndiceerde,
                    maar de subsidie en vergoeding worden door de gemeente verstrekt aan de
                    werkgever, respectievelijk de begeleidingsorganisatie. De Wsw-geïndiceerde heeft
                    echter geen recht op een bepaald budget. Het uitgangspunt van de wet is dat een
                    Wsw-geïndiceerde recht heeft op begeleid werken met een PGB. Enerzijds bestaat
                    er dus een recht op een PGB,anderzijds heeft het Bestuur de verantwoordelijkheid
                    voor het zo efficiënt en effectief mogelijk inzetten van publieke middelen en
                    het realiseren van Wsw-plekken.</al><al/><al><cursief>De onderwerpen die in deze verordening zijn geregeld:</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De wijze waarop de hoogte van de periodieke subsidie aan de werkgever
                            dient te worden vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van de voor het Bestuur rechtstreeks aan de subsidieverlening
                            verbonden uitvoeringskosten omgerekend op jaarbasis.</al></li><li nr="3."><al>De voorwaarden waaronder het Bestuur aan de werkgever een vergoeding
                            verstrekt voor de éénmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de
                            omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht.</al></li><li nr="4."><al>De voorwaarden waaronder het Bestuur een begeleidingsorganisatie
                            inschakelt die door de Wsw-geïndiceerde zelf is aangewezen. Het
                            verstrekken van subsidies is een publiekrechtelijke rechtshandeling, het
                            vindt plaats op basis van een beschikking. De bepalingen in de Algemene
                            wet bestuursrecht (Awb) zijn in beginsel van toepassing op de subsidies
                            die de gemeente in het kader van het PGB verstrekt. In de verordening
                            kunnen nadere regels worden gesteld over de subsidieverstrekking in het
                            kader van het PGB. De verstrekking van periodieke vergoedingen aan een
                            begeleidingsorganisatie is privaatrechtelijk van aard. Hierover hoeven
                            in de verordening in beginsel geen regels te worden gesteld. Niettemin
                            kan het om reden van transparantie en explicitering van
                            beleidsuitgangspunten gewenst zijn dit wél te doen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></al><al><cursief><cursief>Artikel 1</cursief></cursief></al><al>In artikel 1 is een beperkt aantal begrippen opgenomen, omdat de wet voldoende
                    duidelijk is over gehanteerde termen en begrippen. Een uitgebreide(re)
                    begrippenlijst is derhalve overbodig.</al><al/><al><cursief>Artikel 2</cursief></al><al>In dit artikel wordt bepaald dat het Bestuur elk jaar de hoogte van de
                    gemeentelijke uitvoeringskosten van begeleid werken met een PGB vaststelt.
                    Daarbij kan worden gedacht aan kosten in verband met de volgende
                    activiteiten:</al><lijst><li nr="1."><al>het beoordelen van aanvragen voor een PGB</al></li><li nr="2."><al>de administratieve handelingen in verband met het verstrekken van
                            subsidies envergoedingen in het kader van het PGB</al></li><li nr="3."><al>het monitoren van het begeleid werken met een PGB,</al></li><li nr="4."><al>het tussentijds bepalen van loonwaarde</al></li><li nr="5."><al>het voeren van (tussentijdse) gesprekken met begeleidingsorganisatie en
                            werkgever</al></li></lijst><al>De uitvoeringskosten worden afgetrokken van het bedrag dat de gemeente
                    (gemiddeld) per Wsw-geïndiceerde van het rijk ontvangt, waarbij ook rekening
                    wordt gehouden met de mate van arbeidshandicap. Het bedrag dat de gemeente
                    (gemiddeld) per Wsw-geïndiceerde van het rijk ontvangt minus de (gemiddelde)
                    uitvoeringskosten per Wsw-geïndiceerde levert vervolgens het bedrag op dat de
                    gemeente in beginsel beschikbaar heeft voor een PGB.</al><al/><al><cursief><cursief>Artikel 3</cursief></cursief></al><al>Het Bestuur zal bij elke aanvraag van een PGB moeten beoordelen of de inpassing
                    in de arbeid van betrokkene, met inbegrip van begeleiding op zijn werkplek
                    adequaat door de werkgever wordt verzorgd. In verband hiermee kan een gemeente
                    eisen stellen aan de werkgever en de door hem aangeboden werkplek. In dit
                    artikel zijn de voorwaarden geregeld waaronder het Bestuur een
                    begeleidingsorganisatie inschakelt die door de Wswgeïndiceerde is aangewezen. Om
                    de kwaliteit van de begeleiding te kunnen waarborgen isin de verordening
                    opgenomen dat de begeleidingsorganisatie ervaring moet hebben met jobcoaching en
                    re-integratie maar ook met de specifieke arbeidshandicap van de te begeleiden
                    medewerker. Hiermee wordt bedoeld dat de organisatie die de begeleiding gaat
                    verzorgen niet alleen ervaring heeft in de re-integratiebranche van bijvoorbeeld
                    werkzoekenden maar bijvoorbeeld ook over expertise met betrekking tot autisme,
                    visuele beperkingen of specifieke psychische beperkingen die deze
                    Wsw-geïndiceerde heeft en waarmee bij zijn begeleiding rekening gehouden moet
                    worden.</al><al/><al><cursief>Artikel 4</cursief></al><al>In dit artikel is de wijze waarop de hoogte van de periodieke subsidie aan de
                    werkgever dient te worden vastgesteld geregeld. De periodieke subsidie bestaat
                    uit een loonkostensubsidie en eventueel ook uit een vergoeding voor structurele
                    kosten van de werkgever die verband houden met het in dienst hebben van een
                    Wsw-geïndiceerde (bijvoorbeeld reiskosten of terugkerende kosten voor
                    intermediaire activiteiten).</al><al>Het doel van de loonkostensubsidie is het verstrekken van een tegemoetkoming in
                    de loonkosten in verband met de geringere arbeidsproductiviteit van de
                    Wsw-geïndiceerde. Om te kunnen bepalen wat de hoogte van de loonkostensubsidie
                    moet zijn, is inzicht nodig in de verdiencapaciteit (loonwaarde) van de
                    betrokken Wsw-geïndiceerde. In de praktijk kan de hoogte van de
                    loonkostensubsidie worden bepaald in onderhandeling. Daarbij wordt
                    gebruikgemaakt van bestaande methodiek voor inschatting van de loonwaarde. Ook
                    het functieprofiel van de te vervullen functie en het daarbij behorende
                    (CAO)loon maken deel uit van dit proces.</al><al/><al><cursief><cursief>Artikel 5</cursief></cursief></al><al>De productiviteit van een Wsw-geïndiceerde kan wijzigen, als deze persoon langer
                    op een begeleid werkenplek werkzaam is. Als dat het geval is, kan de
                    loonkostensubsidie worden aangepast. De werkgever kan dan, als de
                    productiviteit, c.q. verdiencapaciteit van de werknemer minder wordt, na overleg
                    en met instemming van de werknemer, een verzoek indienen om de
                    loonkostensubsidie te herzien. De werkgever moet zijn verzoek om herziening met
                    redenen omkleden. Ook ambtshalve kan het Bestuur, als er een gerede aanleiding
                    is voor een (tussentijds)aanpassing van de subsidie, een hernieuwde beoordeling
                    voorde hoogte van de subsidiedoen. Ook hier is de loonwaarde van belang (derde
                    lid van artikel 5 van de verordening).</al><al/><al><cursief>Artikel 6</cursief></al><al>Omdat de vergoedingen aan begeleidingsorganisaties op basis van een overeenkomst
                    plaatsvinden, en in feite de uitkomst zijn van overleg hierover, hoeft dit
                    artikel in principe niet in de verordening te worden opgenomen. Niettemin is het
                    wenselijk hierover een bepaling in de verordening op te nemen. In het tweede lid
                    is bepaald dat de kosten voor het zoeken naar een werkplek pas gehonoreerd
                    kunnen worden, als dit ook daadwerkelijk leidt tot een arbeidsovereenkomst (no
                    cure, no pay). Het stelsel van de PGB gaat uit van de veronderstelling dat een
                    Wswgeïndiceerde zelf met een werkgever aankomt. In de praktijk komt het echter
                    voor dat de begeleidingsorganisatie, c.q. het re-integratiebedrijf, eerst een
                    werkplek moet gaan zoeken,omdat die op voorhand niet beschikbaar
                    is.</al><al/><al><cursief>Artikel 7</cursief></al><al>Dit artikel bevat regels die betrekking hebben op de voorwaarden waaronder het
                    Bestuur aan de werkgever een vergoeding (subsidie) verstrekt voor de éénmalige
                    noodzakelijke kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder arbeid wordt
                    verricht. In het tweede lid wordt een maximum geformuleerd, waar overigens wel
                    van afgeweken kan worden. Het is een 'kan' bepaling.</al><al>Bij de toepassing van lid 2 kunnen de volgende voorbeelden als toelichting
                    dienen. Stel de aanpassing kost 3.000 euro. Bij een dienstverband van 2 jaar,
                    zijn de jaarlijkse kosten 1.500 euro. Bij een dienstverband voor onbepaalde tijd
                    geldt het maximum van 5 jaar en zijn de jaarlijkse kosten 600 euro.</al><al/><al><cursief>Artikel 8</cursief></al><al>De Wsw-geïndiceerde zal het PGB moeten aanvragen. Omdat begeleid werken met een
                    PGB leidt tot een subsidierelatie met de werkgever (in verband met het
                    verstrekken van een periodieke subsidie) en een contractrelatie met de
                    begeleidingsorganisatie (in verband met het verstrekken van een periodieke
                    vergoeding), zullen ook de werkgever en de begeleidingsorganisatie van de
                    Wsw-geïndiceerde de aanvraag moeten ondertekenen. Op basis van de aanvraag
                    beslist het Bestuur vervolgens of een periodieke subsidie aan de werkgever en
                    een periodieke vergoeding aan de begeleidingsorganisatie worden verstrekt en
                    voor welke bedragen. Vervolgens vindt de verstrekking van de periodieke subsidie
                    aan de werkgever plaats op basis van een beschikking en de verstrekking van een
                    periodieke vergoeding aan de begeleidingsorganisatie op basis van een
                    overeenkomst.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>