<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR379237_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerlen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerlen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-106472.html">Gemeenteblad 2015, nr. 106472</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-04</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-11-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>OBM-15000232</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een onroerende zaak bedoeld in hoofdstuk III van de Wet
                                    waardering onroerende zaken of een roerende zaak;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                    voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of
                                    transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom,
                                    in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                    waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater
                                    of grondwater. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                    bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                    afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                    ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen
                                    teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand
                                    voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te
                                    voorkomen of te beperken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het
                                            genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                                            van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op
                                            de gemeentelijke riolering, dan wel dat belang heeft bij
                                            nakoming van de gemeentelijke waterzorgplichten, verder
                                            te noemen: eigenarendeel; en</al></li><li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel van waaruit water
                                            direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                                            afgevoerd dan wel dat belang heeft bij nakoming van de
                                            gemeentelijke waterzorgplichten, verder te noemen:
                                            gebruikersdeel.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel
                                    een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom,
                                    bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van
                                    het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is
                                    vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                                    genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                                    is.</al></li><li nr="3."><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                                    aangemerkt:</al><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet
                            krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                            gebruikt;</al></li><li nr="4."><al>voor toepassing van het derde lid wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik van een perceel door de leden van een huishouden
                                            aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231,
                                            tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
                                            gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat
                                            huishouden;</al></li><li nr="b."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een perceel –
                                            niet zijnde een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – in
                                            gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
                                            die dat deel in gebruik heeft gegeven.</al></li><li nr="c."><al>het ter beschikking stellen van een perceel voor
                                            volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene
                                            die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                            gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten
                            tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                            aangemerkt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per
                                perceel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters
                                water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                                meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar
                                voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of
                                opgepompt. Indien dit aan het begin van het belastingjaar niet
                                bekend is, wordt het aantal kubieke meters afvalwater gesteld op het
                                aantal kubieke meters dat naar het perceel is toegevoerd of
                                opgepompt van de laatst bekende verbruiksperiode. Ingeval de
                                verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden,
                                wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald.
                                Bij een herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een
                                volle maand gerekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor nieuwe gebruikers wordt, zolang geen gegevens als bedoeld in
                                het tweede lid bekend zijn, een belasting geheven als genoemd in
                                artikel 6, tweede lid, onder a.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ingeval de toegevoerde hoeveelheid water niet kan worden vastgesteld
                                vanwege het ontbreken van een watermeter en het perceel ook niet
                                aangesloten is op een gemeenschappelijke watermeter, wordt de
                                toegevoerde hoeveelheid water gesteld op de hoeveelheid als genoemd
                                in artikel 6, tweede lid, onder a.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
                                        kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van
                                        toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt
                                        water geschiedt op grond van enige andere wettelijke
                                        bepaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Voor zover de gegevens als bedoeld in het derde lid van dit artikel
                                niet bekend zijn wordt het waterverbruik van gemeentewege bepaald
                                aan de hand van de afgevoerde hoeveelheid afvalwater van
                                vergelijkbare percelen, met dien verstande dat voor de berekening
                                van de verschuldigde belasting als minimum waterafname wordt
                                aangehouden een hoeveelheid van 200 m3.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                                opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet
                                is afgevoerd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het eigenarendeel bedraagt per perceel € 87,40 </al></li><li nr="2."><al>Het gebruikersdeel als bedoeld in artikel 3, eerste lid,
                                    onderdeel b, bedraagt bij een hoeveelheid afgevoerde kubieke
                                    meters afvalwater van:</al><lijst><li nr="a."><al>0 t/m 200 m3 € 100,16</al></li><li nr="b."><al>201 m3 t/m 400 m3 € 185,18</al></li><li nr="c."><al>401m3 t/m 800 m3 € 324,10</al></li><li nr="d."><al>801 m3 t/m 2.000 m3 € 534,67</al></li><li nr="e."><al>2.001 m3 t/m 5.000 m3 € 828,64</al></li><li nr="f."><al>5.001 m3 t/m 10.000 m3 € 1.201,51</al></li><li nr="g."><al>10.001 m3 t/m 20.000 m3 € 1.621,89</al></li><li nr="h."><al>20.001 m3 t/m 30.000 m3 € 2.027,40</al></li></lijst></li></lijst><al>terwijl voor elke volgende hoeveelheid van 10.000 m3 of gedeelte daarvan
                            het onder h genoemde tarief met € 1.201,51 wordt vermeerderd, een en
                            ander met een maximum van € 17.646,65. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van garageboxen, trafo’s,
                            hoogspanningsmasten, zendmasten en onbebouwde percelen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting voor het eigenarendeel is verschuldigd bij het begin
                                van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, zo dit later is,
                                bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                                gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
                                belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor
                                dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                                gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
                                aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor
                                dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de vaststelling van de gebruikerssituatie is beslissend hetgeen
                                ter zake in de basisregistratie personen is geregistreerd, tenzij
                                blijkt dat de gebruikerssituatie anders is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen als volgt worden betaald:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>Bij niet automatische
                                                incasso</onderstreept>:</al><al>in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de
                            laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van
                            het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn één maand later.</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>Bij automatische incasso:</onderstreept></al><al>in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het
                            aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar
                            overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste vier
                            en maximaal tien bedraagt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid, onder b, geldt dat de aanslagen
                                    moeten worden betaald in twee gelijke betaaltermijnen, ingeval
                                    het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde
                                    aanslagen, of als het aanslagbiljet maar een aanslag bevat, het
                                    bedrag van deze aanslag hoger is dan € 20.000,00. De eerste
                                    termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                                    maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                    de tweede termijn een maand later.</al></li><li nr="3."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                    voorgaande leden gestelde termijnen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De ‘Verordening rioolheffing 2015’ van 5/6 november 2014, wordt
                            ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum
                            van ingang van de heffing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening rioolheffing
                            2016’.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten tijdens de openbare vergadering van de gemeenteraad van
                        de gemeente Heerlen van 4/5 november 2015.</al></slotformulering><ondertekening>
          griffier,
        </ondertekening><ondertekening>
           mr. J.H.M. Martens
        </ondertekening><ondertekening>
          voorzitter,
        </ondertekening><ondertekening>
           R.K.H. Krewinkel
        </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>