<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR379235_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-119008.html">Gemeenteblad 2015, Nr. 119008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende-zaakbelastingen Etten-Leur 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220">Gemeentewet, art. 220 t/m 220h</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Art. 5</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>FIN</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Algemeen bestuur</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>In deze regeling is de 1e wijziging van de Verordening onroerende-zaakbelastingen Etten-Leur 2016 verwerkt;</al><al>Datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van
            onroerende-zaakbelastingen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Etten-Leur;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 6
                        oktober 2015, met overneming van de daarin vermelde motieven;</al><al/><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</al><al><vet>BESLUIT</vet></al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van
                            onroerende-zaakbelastingen</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden voor binnen de
                            gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:</al><al>a. een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                            kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient,
                            al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                            recht, gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;</al><al>b. een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                            kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom,
                            bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><al>a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
                            gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als gebruik door
                            degene die dat deel in gebruik heeft gegeven (verder: de gebruikgever);
                            de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de
                            gebruiker;</al><al>b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig
                            gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter
                            beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking
                            heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene
                            aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                            begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster
                            is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                            vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend
                            aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig
                            dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde
                            voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 1.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van
                            hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de
                            heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                            toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20,
                            tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is
                            gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde
                            van:</al><al>a. voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond,
                            daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van
                            glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt
                            van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                            gebruiken;</al><al>b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of
                            teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in
                            onderdeel a bedoelde grond;</al><al>c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                            eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                            levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van
                            zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al><al>d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van
                            de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de
                            voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit
                            Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende
                            gebouwde eigendommen;</al><al>e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden,
                            zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met
                            volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg
                            uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd
                            worden;</al><al>f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail,
                            een en ander met inbegrip van kunstwerken;</al><al>g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door
                            organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen,
                            met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als
                            woning;</al><al>h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                            afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten
                            van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van
                            zodanige werken die dienen als woning;</al><al>i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden
                            zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt
                            toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te
                            merken;</al><al>j. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde
                            eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het
                            belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing
                            van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden,
                            monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;</al><al>k. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer
                            zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken
                            die dienen als woning;</al><al>l. begraafplaatsen en urnentuinen, met uitzondering van delen van
                            zodanige onroerende zaken die dienen als woning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten
                            de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot
                            woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                            woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al><al>a. de gebruikersbelasting 0,1474 %;</al><al>b. de eigenarenbelasting </al><al>- voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1150
                            %;</al><al>- voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,1790
                            %.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Belastingbedragen tot € 10,00 worden niet geheven. Voor de toepassing
                            van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde
                            aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden na de eerste vervaldatum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, in geval het
                            totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer
                            bedraagt dan € 10.000,00, dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op
                            dit aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de maand
                            volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Betaling via automatische incasso is voor alle aanslagen mogelijk. In
                            afwijking van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid geldt,
                            ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het
                            totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 100,00 of
                            meer doch niet meer dan € 10.000 bedraagt, dat de aanslagen moeten
                            worden betaald in tien gelijke termijnen waarvan de eerste termijn
                            vervalt op de 28<sup>e</sup> dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt
                            geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn
                            betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de
                            belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56 dagen na
                            afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als
                            bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het Dagelijks Bestuur</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking West-Brabant kan nadere
                        regels geven voor de heffing en de invordering van de
                        onroerende-zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de onroerende-zaakbelastingen wordt geen
                        kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overgangsrecht en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De 'Verordening onroerende-zaakbelastingen Etten-Leur 2015’, vastgesteld
                            bij raadsbesluit van 29 oktober 2014, gewijzigd bij besluit van 2
                            december 2014 , wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid
                            genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande, dat zij
                            van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum
                            hebben voorgedaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt inwerking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening
                        onroerende-zaakbelastingen Etten-Leur 2016’. </al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering</ondertekening><ondertekening>van 9 november 2015</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Mw. H. van Rijnbach-de Groot</ondertekening><ondertekening>raadsvoorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Dhr. W.C.M. Voeten</ondertekening><ondertekening>raadsgriffier </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>