<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR379119_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Emmen 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Emmen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Emmen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Emmen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Geen.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Emmen 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-03-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-10-14</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Algemeen en organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Emmen 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Emmen;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 19 februari 2008,
                        nummer: 07/188;</al><al>gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van
                        de Gemeentewet,</al><al>gelet op het Rechtspositiebesluit wethouders, de Regeling rechtspositie
                        wethouders en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden,</al><al/><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>VERORDENING RECHTSPOSITIE WETHOUDERS, RAADS- EN COMMISSIELEDEN GEMEENTE
                            EMMEN 2008</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243;</al></li><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></li><li nr="d."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van
                                    20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li><li nr="e."><al>raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;</al></li><li nr="f."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="g."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                                    Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                            van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het
                            door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor
                            gemeenteklasse 14 vastgestelde maximum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
                            verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 14,
                            vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en
                            commissieleden.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                            artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964
                            voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, is
                            in afwijking van het eerste lid de onkostenvergoeding gelijk aan het
                            bedrag voor gemeenteklasse 14, vermeld in tabel III van het
                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is geweest
                            ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, naar
                            evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is
                            geweest.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                            geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten
                            in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter
                            uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi:
                                    een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                    noodzakelijke reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de
                                    in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig
                                    het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid
                            vergoed overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de
                            Regeling rechtspositie wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen,
                            seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de
                            gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                            gemeente. Het college beslist op een aanvraag van het raadslid om
                            kostenvergoeding.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                            symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                            verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat
                            vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De
                            kosten komen voor rekeningvan de gemeente als deelname van algemeen
                            belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Het college kent aan het raadslid ten laste van de gemeente een
                            eenmalige vergoeding toe voor de kosten van aanleg van een adsl- of
                            kabelinternetverbinding en een vaste maandelijkse vergoeding voor de
                            abonnementskosten voor aansluiting van de eigen computer op het internet
                            van € 25,-- (netto).</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Het college kent aan het raadslid een vaste jaarlijkse vergoeding toe
                            voor het gebruik van eigen printer en papier van € 80,-- (netto).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kinderopvang</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en
                            onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van
                            die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op aanvraag deelnemen
                            aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en
                            onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van
                            die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de
                            levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de
                            loonbelasting 1964.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het raadslid
                            gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                            aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10a</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en
                            onderdeel f, van de Wet op deloonbelasting 1964 voor de toepassing van
                            die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de
                            fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling
                            loonbelasting 2001. Naar keuze van het raadslid wordt de raadsvergoeding
                            dan wel vaste onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de
                            fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                            aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op
                            verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering
                            ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
                            arbeidsongeschiktheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de Werkloosheidswet
                            ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting
                            op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                            raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel bedoelde vergoeding
                            voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding
                            ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde
                            korting.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit
                            Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na
                            toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting
                            op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                            raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding
                            voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding
                            ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde
                            korting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                gemeenteraad</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan 30
                            dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad waarneemt,
                            ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in artikel 2
                            bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van de
                            waarneming.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                            onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13a</nr><titel>Ziektekostenvoorziening</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Aan een raadslid wordt een tegemoetkoming in de kosten van een
                            ziektekosten-verzekering toegekend, als bedoeld in artikel 11 van het
                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het kalenderjaar
                            lid van de raad is geweest ontvangt hij de tegemoetkoming, bedoeld in
                            het eerste lid, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat
                            jaar raadslid is geweest.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, geschiedt
                            in maandelijkse termijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13b</nr><titel>Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en
                                bevalling of ziekte</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De artikelen 2 tot en met 4, 8, 10 tot en met 12 en 13a blijven van
                            toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet
                            tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of
                            ziekte, met dien verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op
                            grond van artikel 3, eerste of tweede lid, ontvangt de helft bedraagt
                            van het bedrag dat op grond van die bepalingen van toepassing is.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>De artikelen 1 tot en met 7, 8, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, en
                            11 tot en met 13a van dezeverordening zijn van toepassing op raadsleden
                            die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een raadslid dat
                            ingevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft verkregen
                            wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschapschap
                            verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 18.001 of
                            meer inwoners, vermeld in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit
                            wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>De wethouder wordt voor het reizen tussen zijn woning en de plaats van
                            tewerkstelling geen tegemoetkoming in de kosten van het reizen verleend
                            overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 van de Regeling rechtspositie
                            wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><al>Aan de wethouder wordt een vergoeding verleend voor reiskosten ter zake
                            van reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt.</al><al>De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi:
                                    een volledige vergoeding van de reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als
                                    bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie
                                    wethouders;</al></li><li nr="c."><al>een vergoeding van de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte
                                    verblijfkosten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Dienstauto</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De wethouder kan voor reizen ten behoeve van de gemeente gebruik maken
                            van een dienstauto met of zonder chauffeur. Onder dienstauto wordt voor
                            de toepassing van dit artikel mede verstaan een door de gemeente
                            ingehuurde auto.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>De dienstauto met of zonder chauffeur kan door de wethouder ook worden
                            gebruikt voor reizen ten behoeve van nevenfuncties die de wethouder
                            vervult uit hoofde van zijn ambt.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Indien de wethouder voor reizen ten behoeve van in het tweede lid
                            bedoelde nevenfuncties gebruik maakt van de gemeentelijke dienstauto en
                            daarvoor van een derde ook een vergoeding van reiskosten ontvangt wordt
                            die vergoeding in de gemeentelijke kas gestort.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>(vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland
                            maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en
                            verblijfkosten vergoed.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde
                            een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het
                            college vereist.</al><al>De gemeenteraad kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                            seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de
                            gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                            gemeente.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                            symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                            verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat
                            vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De
                            kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen
                            belang is in verband met de uitoefening van het ambt van wethouder. Het
                            college beslist op een aanvraag van de wethouder om
                            kostenvergoeding.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Op aanvraag worden de wethouder ten laste van de gemeente voor de
                            uitoefening van het ambt een computer, bijbehorende apparatuur en
                            software in bruikleen ter beschikking gesteld.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met een ten
                            laste van de gemeente ter beschikking gestelde computer, bijbehorende
                            apparatuur en software als bedoeld in het eerste lid ontvangt de
                            wethouder ten laste van de gemeente op aanvraag per jaar een
                            tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde daarvan voor een periode
                            van maximaal drie jaar. Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de
                            aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en software
                            welke het college aan wethouders in bruikleen ter beschikking
                            stelt.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Indien geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter
                            beschikking is gesteld, verleent het college de wethouder op aanvraag
                            voor de uitoefening van het ambt voor een periode van maximaal drie jaar
                            een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde voor:</al><lijst><li nr="a."><al>aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software,
                                    of</al></li><li nr="b."><al>gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en
                                    software.</al><al>Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van de
                                    computer, bijbehorende apparatuur en software welke het college
                                    aan de wethouders in bruikleen ter beschikking stelt.</al></li></lijst><al><vet>Lid 4</vet></al><al>Voor wat betreft de aanleg- en abonnementskosten voor een
                                    internetverbinding en de kosten gebruik van eigen printer en
                                    papier, voor de in het eerste of derde lid genoemde
                                    computerapparatuur, is artikel 8 van deze verordening
                                    overeenkomstig van toepassing.</al><al><vet>Lid 5</vet></al><al>De wethouder ondertekent voor de bruikleen een
                                    bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al><al><vet>Lid 6</vet></al><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                    vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Op aanvraag wordt de wethouder voor de uitoefening van zijn ambt een
                            mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
                            gemeente.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk
                            personeel geldende spaarloonregeling.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in
                            artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de wethouder
                            gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                            aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23a</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><al><vet>Lid 1 </vet></al><al>De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel
                            37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze van de
                            wethouder wordt de bezoldiging dan wel vasteonkostenvergoeding dan wel
                            eindejaarsuitkering verminderd met de vergoeding voor de fiets als
                            bedoeld in de Uitvoeringsregeling.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                            aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Reis-, pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1
                                    van de Regeling rechtspositie wethouders;</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Kinderopvang</titel></kop><al>(vervallen).</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie
                            en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit
                            raads- en commissieleden is gelijk aan het door de minister van
                            Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 5
                            vastgestelde maximum.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als
                            lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als
                            bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie:</al><lijst><li nr="a."><al>als raadslid of wethouder;</al></li><li nr="b."><al>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een
                                    ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie
                                    bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt
                                    gesubsidieerd;</al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling,
                                    organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de
                                    commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang
                                    dient.</al></li></lijst><al><vet>Lid 4</vet></al><al>(vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en niet
                            in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is benoemd
                            worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de
                            commissie vergoed.</al><al>De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi:
                                    een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                    noodzakelijke reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de
                                    in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig
                                    het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders;</al></li></lijst><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in
                                    redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                                    reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente vergoed
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de
                                    Regeling rechtspositie wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad toestemming
                            verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. De gemeenteraad
                            kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege de
                            gemeente georganiseerd.</al><al><vet>Lid 3 </vet></al><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening
                            van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De kosten van deelname van een commissielid aan cursussen, congressen,
                            seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de
                            gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                            gemeente.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Het commissielid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                            symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                            verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat
                            vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De
                            kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen
                            belang is in verband met de vervulling van het
                            commissielidmaatschap.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Het college kent aan het commissielid ten laste van de gemeente een
                            eenmalige vergoeding toe voor de kosten van aanleg van een adsl- of
                            kabelinternetverbinding en een vaste maandelijkse vergoeding voor de
                            abonnementskosten voor aansluiting van de eigen computer op het internet
                            van € 25,-- (netto).</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Het college kent aan het commissielid een vaste jaarlijkse vergoeding
                            toe voor het gebruik van eigen printer en papier van € 80,--
                            (netto).</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats
                            door:</al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of</al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente; of</al></li><li nr="c."><al>(vervallen).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6, 16, 19,
                            24 en 27 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het
                            model door het college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen
                            middelen vooruit zijn betaald.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het
                            raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of het commissielid dient het
                            declaratieformulier binnen 2 maanden bij de griffier, onderscheidenlijk
                            de gemeentesecretaris of een door hem aangewezen ambtenaar in, onder
                            bijvoeging van de originele bewijsstukken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 16, 19, 20 en 24
                            kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het raadslid,
                            onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende factuur aan de
                            gemeente.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                            begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                            vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen.</al><al><vet>Lisd 3</vet></al><al>Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                            begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij de griffier,
                            onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de door hem aangewezen
                            ambtenaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Gebruik creditcard</titel></kop><al>(vervallen).</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr/><titel>Vl Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Intrekking oude regelingen</titel></kop><al>De Vergoedingsregeling raads- en commissieleden en de Verordening
                            onkostenvergoedingen wethouders, worden ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2008 en werkt voor wat
                            betreft de artikelen 1 tot en met 13a en 26 tot en met 30 terug tot en
                            met 16 maart 2006 en voor wat betreft de artikelen 16 tot en met 25 ten
                            aanzien van de op 12 april 2006 beëdigde wethouders terug tot en met de
                            dag van hun beëdiging.</al><al>De artikelen 31 tot en met 33 werken voor zover het betreft de leden van
                            de raad en</al><al>commissieleden terug tot en met 16 maart 2006. De artikelen 31 tot en
                            met 34 werken voor zover het de op 12 april 2006 beëdigde wethouders
                            betreft terug tot en met de dag van hun beëdiging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads- en commissieleden gemeente Emmen 2008.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 27 maart 2008.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>H.D. Werkman</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>C. Bijl</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage/></regeling></body></cvdr>