<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR379106_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Bezwaarschriftencommissie Personeelszaken Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-10-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Bezwarencommissie Personeelszaken</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-04-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-04-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>ab-voorstel AB/0714</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Bezwaarschriftencommissie Personeelszaken Veiligheidsregio Noord- en
                Oost-Gelderland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland;</al><al>Gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 15 februari 2007;</al><al>Gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                        gemeentewet</al><al>besluit vast te stellen de “Verordening Bezwaarschriftencommissie
                        Personeelszaken”</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissie: Bezwaarschriftencommissie Personeelszaken</al></li><li nr="b."><al>wet: Algemene wet bestuursrecht</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inleidende bepaling commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren
                            tegen besluiten van het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur inzake
                            personele aangelegenheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn
                            ingediend tegen:</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Besluiten op grond van een wettelijk voorschrift betreffende belastingen
                            of de wet onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie is als volgt samengesteld:</al><lijst><li nr="a"><al>een lid aan te wijzen door het Dagelijks Bestuur, niet zijnde
                                    een bestuurder van de organisatie of anderszins werkzaam
                                    (geweest) bij of voor de organisatie;</al></li><li nr="b"><al>een lid aan te wijzen door de werknemersorganisaties, niet
                                    werkzaam (geweest) bij of voor de organisatie en niet zijnde
                                    (geweest) een vaste adviseur van de Ondernemingsraad of van het
                                    Georganiseerd Overleg;</al></li><li nr="c"><al>een voorzitter, aan te wijzen door de leden onder a en b, niet
                                    in enige verhouding werkzaam (geweest) bij of voor de
                                    organisatie. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van de commissie worden benoemd door het Algemeen Bestuur, op
                            aanbeveling van de onderscheidenlijke organisaties, zoals aangegeven in
                            lid 1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><al>Het secretariaat van de commissie wordt bekleed door een door het Dagelijks
                        Bestuur aan te wijzen ambtenaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de commissie worden in principe voor drie jaar benoemd. Na
                            deze drie jaar is herbenoeming mogelijk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie kan worden ontslagen op eigen verzoek of
                            door het Algemeen Bestuur, op aanbeveling van het Dagelijks
                            Bestuur;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven
                            hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ingediend bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                            aangetekend;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig
                            mogelijk in handen van de commissie gesteld;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:14 van de wet
                            (Awb) wordt vermeld dat een commissie over het bezwaar of beroep zal
                            adviseren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden</titel></kop><al>De bevoegdheden als gevolg van de hierna genoemde artikelen van de wet
                        worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de
                        voorzitter van de commissie.</al><lijst><li nr="a."><al>artikel 2:1, tweede lid;</al></li><li nr="b."><al>artikel 6:6, wat betreft het aan de indiener stellen van een
                                termijn;</al></li><li nr="c."><al>artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft
                                tijdens de behandeling door de commissie;</al></li><li nr="d."><al>artikel, 7:4, tweede lid;</al></li><li nr="e."><al>artikel 7:6, vierde lid;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste
                            inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie
                            bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig
                            uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan
                            kosten zijn verbonden is vooraf machtiging van het Dagelijks Bestuur
                            vereist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting
                            waarin de belanghebbenden en het verwerende orgaan in de gelegenheid
                            worden gesteld zich door de commissie te laten horen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de
                            wet;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van
                            het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het
                            verwerende orgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitnodiging zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerende orgaan
                            tenminste twee weken voor de zitting schriftelijk uit;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het
                            verwerende orgaan onder opgave van redenen de voorzitter verzoeken het
                            tijdstip van de zitting te wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week
                            voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het
                            verwerende orgaan meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of
                            afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste
                            tot en met het derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Quorum</titel></kop><al>Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het aantal
                        leden, onder wie in elk geval de voorzitter, aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Niet-deelneming aan de behandeling</titel></kop><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                        behandeling van het bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het
                        geding kan zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbaarheid zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zitting van de commissie is openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie
                            of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een
                            belanghebbende daartoe een verzoek doet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig
                            zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de
                            zitting plaats met gesloten deuren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de namen van
                            de aanwezigen en hun hoedanigheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is
                            gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond,
                            of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in
                            elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan
                            melding.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die
                            aan het verslag kunnen worden gehecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de
                            commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien na afloop van de zitting, maar voordat het advies wordt
                            opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter
                            uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit
                            onderzoek houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan
                            de leden van de commissie, het verwerende orgaan en de belanghebbenden
                            toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de commissie, het verwerende orgaan en de belanghebbenden
                            kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de
                            voorzitter een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe
                            hoorzitting. De voorzitter beslist op een dergelijk verzoek;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen van deze verordening die
                            betrekking hebben op de hoorzitting, zoveel mogelijk van overeenkomstige
                            toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het
                                uit te brengen advies.</al></li><li nr="2."><lijst><li nr="a."><al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het
                                        uit te brengen advies.</al></li><li nr="b"><al>Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem
                                        van de voorzitter.</al></li><li nr="c"><al>Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding
                                        gemaakt indien die minderheid dat verlangt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen
                                beslissing op het bezwaarschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de
                                commissie ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Uitbrengen advies en verdaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het advies wordt, onder meezending van het verslag als bedoeld in
                            artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en
                            nader verslag, tijdig uitgebracht aan het Dagelijks Bestuur;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn
                            van 10 weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, van de wet,
                            ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en
                            het nemen van een beslissing, verzoekt hij het Dagelijks Bestuur tijdig
                            de beslissing te verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de
                            belanghebbenden een afschrift.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na het besluit van het
                        Dagelijks Bestuur, vooruitlopend op de formele beslissing van het Algemene
                        Bestuur, op 5 april 2007.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                        Bezwaarschriftencommissie Personeelszaken</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in haar vergadering van 5 april 2007</ondertekening><ondertekening>mr. G.J. de Graaf Ir. J.W. Scherjon H. Wullink</ondertekening><ondertekening>voorzitter Directeur Brandweer Adjunct directeur GHOR</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>