<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR379098_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheersverordening Alkmaar Noord</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alkmaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alkmaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch gemeenteblad, 14-10-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening Alkmaar Noord</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0020449&amp;artikel=3.8">Wet ruimtelijke ordening, art. 3.8</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-09-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-10-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beheersverordening Alkmaar Noord</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><artikel><kop><label> 1.1 Aanleiding tot de beheersverordening</label></kop><al>De Wet ruimtelijke ordening (verder Wro) geeft aan dat voor het gehele
                            grondgebied van de gemeente sprake dient te zijn van actuele ruimtelijke
                            plannen. Vane en actueel bestemmingsplan is sprake als een plan niet
                            ouder is dan 10 jaar. De gemeente spant zich ervoor in om de
                            actualiseringsopgave tijdig voor alle afzonderlijke bestemmingsplannen
                            af te ronden. Met de voorliggende beheersverordening wordt voldaan aan
                            de uit de Wro voortvloeiende actualiseringsplicht. </al><al>Voor het plangebied Alkmaar Noord stelt de gemeenteraad een verordening
                            vast, waarin het beheer van dat gebied, in overeenstemming met het
                            bestaande feitelijke of planologisch toelaatbare gebruik, wordt
                            geregeld. Het betreft dan wel de vergunde situatie, dan wel de rechten
                            die op grond van het geldend bestemmingsplan gelden. De voorliggende
                            beheersverordening is opgesteld conform de geldende normen voor
                            laag-dynamische gebieden, ontwikkelingen maken dan ook geen deel uit van
                            de voorliggende beheersverordening. Het betreft hier de zogenoemde
                            wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden. De Wro stelt als voorwaarde voor
                            het vaststellen van een beheersverordening dat voor het desbetreffende
                            gebied in de toekomst geen ruimtelijke ontwikkelingen worden voorzien.
                            Indien wel ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden, dan dient er een
                            apart (partieel) bestemmingplan opgesteld te worden. </al><al>De voorliggende beheersverordening is een herziening van eerder in een
                            bestemmingsplan vastgelegd beleid. </al></artikel><artikel><kop><label> 1.2 Doel van de beheersverordening</label></kop><al>Het doel van deze beheersverordening is het vastleggen van de bestaande
                            ruimtelijke structuur in een juridisch-planologisch kader. Het
                            ruimtelijke beleid voor dit plangebied, dat nu is neergelegd in
                            verschillende bestemmingsplannen, wordt daarmee vervangen door deze
                            beheersverordening. Het plangebied heeft betrekking op het plangebied
                            van het toekomstige bestemmingsplan Alkmaar Noord, met uitzondering van
                            de gebieden waarvoor recent dit bestemmingsplan is herzien. </al></artikel><artikel><kop><label> 1.3 Geldende planologische regelingen</label></kop><al>Binnen het plangebied zijn de volgende bestemmingsplannen van
                            kracht:</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colwidth="44*"/><colspec colname="col2" colwidth="15*"/><colspec colname="col3" colwidth="15*"/><colspec colname="col4" colwidth="17*"/><colspec colname="col5" colwidth="9*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Bestemmingsplan </al></entry><entry colname="col2"><al>Vastgesteld</al></entry><entry colname="col3"><al>Goedgekeurd</al></entry><entry colname="col4"><al>Onherroepelijk</al></entry><entry colname="col5"><al>Deelgebied</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Alkmaar Noord</al></entry><entry colname="col2"><al>22-02-2005</al></entry><entry colname="col3"><al>04-10-2005</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De Mare</al></entry><entry colname="col2"><al>27-02-2006</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>09-05-2006</al></entry><entry colname="col5"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Sperwerstraat 21</al></entry><entry colname="col2"><al>07-01-2014</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Paraplubestemmingsplan prostitutiebeleid</al></entry><entry colname="col2"><al>31-05-2001</al></entry><entry colname="col3"><al>14-08-2011</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>1, 2 en 3</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voorts is incidenteel met toepassing van de bevoegdheden van de
                            artikelen 11, 15, 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), dan
                            wel artikel 3.22 (Wro), dan wel artikel 2.12 Wabo medewerking verleend
                            aan afwijkende bouw- en gebruiksinitiatieven. Deze gelden als bestaande
                            rechten.</al><al>Omdat een beheersverordening ziet op het toestaan van reeds geldende
                            ruimtelijke gebruiks- en bouwmogelijkheden zonder grote ontwikkelingen,
                            zijn wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsverplichtingen uit de geldende
                            bestemmingsplannen niet overgenomen.</al><al>Van de bovenstaande geldende planologische regelingen zijn alleen die
                            geldende planologische regelingen van kracht, daar waar de deelgebieden
                            zich overlappen met de verbeelding van de bovenstaande geldende
                            regelingen. Voor de begrenzingen van de deelgebieden zie 1.4 Begrenzing
                            van het plangebied.</al></artikel><artikel><kop><label> 1.4 Begrenzing van het plangebied</label></kop><al>De onderstaande afbeelding geeft de plangrens aan van de
                            beheersverordening. Bij de plangrensbepaling is aansluiting gezocht bij
                            de grenzen van de geldende bestemmingsplannen.</al><al><plaatje><illustratie id="i9dd24024-556e-47d6-a13d-f3dad05f2567" naam="i260022i9dd24024-556e-47d6-a13d-f3dad05f2567.png" type="foto" breedte="13.3cm" hoogte="19.2cm"/></plaatje></al><al><sup>Begrenzing beheersverordening met ligging van de deelgebieden</sup></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 1.5 Uitzonderingen plangebied beheersverordening Alkmaar Noord</label></kop><al>Voor een tweetal gebieden binnen het plangebied beheersverordening
                            Alkmaar Noord geldt dat deze niet vallen onder de werking van de
                            voorliggende beheersverordening. het betreft de percelen De Hertog 5 en
                            Pater Schiphorststraat 15 te Alkmaar. Op deze percelen is een
                            zelfstandig bestemmingsplan van toepassing wat nog actueel is. </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Bestemmingsplan </al></entry><entry colname="col2"><al>Vastgesteld</al></entry><entry colname="col3"><al>Onherroepelijk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De Hertog 5</al></entry><entry colname="col2"><al>12-07-2012</al></entry><entry colname="col3"><al>06-09-2012</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Pater Schiphorststraat 15</al></entry><entry colname="col2"><al>09-07-2011</al></entry><entry colname="col3"><al>20-10-2011</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Beleid</titel></kop><paragraaf><kop><label> 2.1 Provinciaal beleid </label></kop><artikel><kop><label> 2.1.1 Structuurvisie Noord-Holland 2040</label></kop><al>Op 21 juni 2010 is door Provinciale Staten de Structuurvisie
                                Noord-Holland 2040 vastgesteld. Hierin zet de provincie haar visie
                                op de (ruimtelijke) ontwikkeling van Noord-Holland uiteen. Daarbij
                                omschrijft de provincie ook het beeld van Noord-Holland in
                                2040.</al><al> In de visie maakt de provincie de keuze om vooral in het bestaand
                                stedelijk gebied ontwikkelingen mogelijk te maken, waarvoor
                                gemeenten de beleidskeuzen maken. Hiermee zet de provincie in op het
                                behouden en versterken van het open landelijk gebied. Door de
                                uitbreiding van het stedelijk gebied te beperken wil de provincie
                                inspelen op de verwachte afname van het aantal inwoners in de
                                periode na 2040. </al><al> Noord-Holland moet een aantrekkelijke provincie blijven. In de
                                structuurvisie heeft de provincie hiervoor verschillende provinciale
                                belangen aangewezen. Hierbij zijn drie hoofdbelangen onderscheiden.
                                Deze drie hoofdbelangen zijn samen het ruimtelijke streven van de
                                provincie. In onderstaande figuur is dit in een overzicht
                                weergegeven.</al><al><plaatje><illustratie id="i4f47666b-d0dd-4d1d-8168-56a96edf2dff" naam="i260023i4f47666b-d0dd-4d1d-8168-56a96edf2dff.png" type="foto" breedte="12.4cm" hoogte="8.4cm"/></plaatje></al><al><sup>Overzicht provinciale belangen</sup></al><al> Om de provinciale belangen te waarborgen is door Provinciale Staten
                                de Provinciale Ruimtelijke Verordening vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label> 2.1.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening </label></kop><al>Door Provinciale Staten is op 21 juni 2010 de eerste Provinciale
                                Ruimtelijke Verordening Structuurvisie vastgesteld. Deze verordening
                                is op 3 november 2010 in werking getreden. Provinciale Staten hebben
                                op 3 februari 2014 de provinciale ruimtelijke verordening opnieuw
                                vastgesteld. Deze vaststelling betreft een beleidsarme wijziging ten
                                opzichte van de eerder vastgestelde verordening op 21 juni 2010. Dit
                                houdt in dat de verordening geen nieuw beleid bevat. In de
                                verordening zijn de provinciale belangen zoals opgenomen in de
                                Structuurvisie Noord-Holland 2040 uitgewerkt in algemene
                                regels.</al><al> In de verordening zijn voor verschillende gebieden regels
                                opgenomen. In hoofdlijnen zijn twee algemene gebieden onderscheiden:
                                het bestaand bebouwd gebied (rood) en het landelijk gebied. Op de
                                kaart bij de verordening ligt het plangebied in het bestaand bebouwd
                                gebied. Opgemerkt wordt dat de weergave op de kaart alleen
                                illustratief is, de tekst in de verordening is leidend voor de
                                begrenzing van Bestaand Bebouwd Gebied.</al><al><plaatje><illustratie id="id61bda66-5308-4230-90c5-f4c517057932" naam="i260024id61bda66-5308-4230-90c5-f4c517057932.png" type="foto" breedte="9cm" hoogte="9.7cm"/></plaatje></al><al><sup>bestaand bebouwd gebied (rood), Almaar Noord </sup></al><al> In de toelichting op de regels voor bestaand bebouwd gebied is
                                opgemerkt dat gemeenten voor de gronden in het bestaand bebouwd
                                gebied een ruimtelijk plan moeten opstellen. Daarbij is er veel
                                ruimte voor eigen beleid van de gemeenten. De voorliggende
                                beheersverordening voldoet hieraan. </al><al>Langs het beheersgebied Alkmaar Noord bevindt een regionale
                                waterkering gelegen. Deze waterkering is aangegeven op kaart 8 van
                                de provinciale ruimtelijke verordening. </al><al><plaatje><illustratie id="i85b4ba0f-584d-4900-a2f0-7229743ea1b7" naam="i260025i85b4ba0f-584d-4900-a2f0-7229743ea1b7.png" type="foto" breedte="9.3cm" hoogte="9.9cm"/></plaatje></al><al><sup>Fragment van de kaart bij de verordening, regionale waterkering (blauw), Alkmaar Noord</sup></al><al> In artikel 30 van de verordening staat aangegeven: 'Voor zover een
                                bestemmingsplan mede betrekking heeft op regionale waterkeringen,
                                zoals aangegeven op kaart 8 en de digitale verbeelding ervan,
                                voorziet het bestemmingsplan in bescherming van de waterkerende
                                functie door op deze functie toegesneden bestemmingen en regels en
                                voorziet het bestemmingsplan tevens in een vrijwaringzone aan
                                weerszijden van de waterkeringen opdat reconstructies van de
                                waterkeringen niet onmogelijk worden gemaakt. Deze lokaal benodigde
                                vrijwaringzones worden overgenomen van de
                                hoogheemraadschappen.'</al><al>In de voorliggende beheersverordening is een regeling opgenomen voor
                                de regionale waterkering binnen het verordeningsgebied. De regeling
                                is opgenomen in Artikel 10 Waterstaat - Waterkering. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label> 2.2 Gemeentelijk beleid</label></kop><sub-paragraaf><kop><label> 2.2.1 Archeologie en cultuurhistorie</label></kop><artikel><kop><label>2.2.1.1 Cultuurhistorie Alkmaar Beleidsvisie 2009 - 2019</label></kop><al>Op 10 september 2009 heeft de gemeenteraad de nota Cultuurhistorie
                                Alkmaar Beleidskader 2009-2019 'Authentiek door dynamiek'
                                vastgesteld. Centraal in deze beleidsvisie staat de samenhang tussen
                                de vakgebieden archeologie, bouwhistorie en monumentenzorg.</al><al> In het plangebied bevinden zich terreinen met archeologische
                                waarden. Het gemeentelijk beleid voor behoud van archeologische
                                waarden in het plangebied, is onderstaand weergegeven. In paragraaf
                                3.3 is de juridische regeling nader uitgewerkt..</al></artikel><artikel><kop><label> 2.2.1.2 Toetsingskader en beleid archeologie</label></kop><al>Ter implementatie van het Verdrag van Malta in de Nederlandse
                                wetgeving is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in
                                werking getreden. Deze wet heeft onder andere de Monumentenwet
                                gewijzigd. De wet schrijft voor dat de gemeente met het vaststellen
                                van bestemmingsplannen rekening moet houden met de in de bodem
                                aanwezige dan wel te verwachten (archeologische) waarden Op 10
                                september 2009 heeft de gemeenteraad de nota Cultuurhistorie Alkmaar
                                Beleidskader 2009-2019 ' Authentiek door dynamiek' vastgesteld.
                                Hierin wordt het beleid voor de komende 10 jaar geformuleerd.
                                Centraal in deze beleidsvisie staat de samenhang tussen de
                                vakgebieden archeologie, bouwhistorie en monumentenzorg.</al><al> Het beleid heeft, naast behoud, vooral ook tot doel om
                                cultuurhistorie in te zetten als een van de ontwerpuitgangspunten
                                bij bouwplannen en andere ruimtelijke ontwikkelingen. Waar wordt
                                voortgeborduurd op de historische ontwikkeling van de stad behoudt
                                zij haar kwaliteit, terwijl ook aan de eisen van een moderne
                                centrumstad kan worden voldaan.</al><al> Bij het maken van ruimtelijke plannen is het cultuurhistorische
                                erfgoed een belangrijke inspiratiebron. Voorkomen moet worden dat op
                                grote schaal het waardevolle uit het verleden teniet wordt gedaan.
                                Cultuurhistorie hoort bij een grondige analyse van gebieden ten
                                behoeve van structuurvisies en bestemmingsplannen. Een gedegen
                                analyse van de ondergrond is van belang voor duurzame ontwikkeling
                                van een gebied. Binnen de ruimtelijke ordening komt cultuurhistorie
                                in al zijn facetten dus samen. Hier komt de integrale aanpak van
                                cultuurhistorie het best tot zijn recht.</al></artikel></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>Artikel 2.2.2 Gemeentelijk Verkeers- en VervoerPlan</label></kop><structuurtekst><al>Op basis van de meest recente wet- en regelgeving dient in een
                                ruimtelijk plan het aspect parkeren te worden geregeld. Zie hiervoor
                                3.2 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in
                                gebouwen. Het Gemeentelijk Verkeers- en VervoerPlan (GVVP) dient als
                                uitgangspunt voor het opstellen van een passende regeling voor het
                                aspect parkeren. </al><al> De vraag hoe wordt bepaald of er sprake is van voldoende
                                parkeergelegenheid wordt beantwoord in het GVVP. In het GVVP wordt
                                aangegeven dat voor de berekening van het aantal parkeerplaatsen bij
                                bepaalde functies moet worden uitgegaan van de parkeercijfers van de
                                meest actuele CROW-publicatie (ten tijde van de opstelling van dit
                                plan is dat publicatie 317 'Kencijfers parkeren en
                                verkeersgeneratie'). Hetzelfde geldt ten aanzien van de afmetingen
                                van de te realiseren parkeerplaatsen dan wel -ruimten. Ook hier
                                verwijst het GVVP naar de relevante CROW-publicaties.</al><al> Op deze wijze wordt ten aanzien van de hiervoor genoemde punten een
                                duidelijk houvast geboden voor het beoordelen van aanvragen van een
                                omgevingsvergunning. </al><al> De regeling van Artikel 12 Parkeergelegenheid en laad- en
                                losmogelijkheden bij of in gebouwen biedt overigens (net als de
                                voorheen geldende Bouwverordening) de mogelijkheid om af te wijken
                                van de beleidsregels uit het GVVP (lid 4). Afwijken kan bijvoorbeeld
                                indien wordt bijgedragen aan het gemeentelijk parkeerfonds.</al></structuurtekst></sub-paragraaf></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Juridische aspecten</titel></kop><paragraaf><kop><label> 3.1 Juridische aspecten</label></kop><structuurtekst><al>De beheersverordening bestaat uit een analoge en digitale
                                verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en regels
                                zijn juridisch bindend, de toelichting is juridisch niet bindend
                                maar helpt bij de interpretatie van de verbeelding en de regels. De
                                regels zijn als volgt ingedeeld:</al><lijst><li nr="."><al>Inleidende regels (Inleidende regels). Dit hoofstuk omvat
                                        artikel 1 Begrippen. In dit artikel worden de begrippen die
                                        in de regels zijn opgenomen nader gedefinieerd. Het
                                        definiëren van begrippen vergroot de duidelijkheid en de
                                        rechtszekerheid.</al></li><li nr="."><al>Beheerregels (Hoofdstuk 2). De beheerregels bevatten voor
                                        elk deelgebied een regeling voor het beheer van het
                                        bestaande gebruik en regeling voortkomend uit het
                                        uitvoerbaarheidsvraagstuk Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid. </al></li><li nr="."><al>Overgangs- en slotregels (Hoofdstuk 3). Het overgangsrecht
                                        is opgenomen in artikel 13, de slotregel in artikel 14.</al></li></lijst><al>De onderhavige beheersverordening legt de bestaande situatie vast en
                                stelt met het oog op het beheer van die bestaande situatie regels
                                vast voor het gebruik en het bouwen. Onder de bestaande situatie
                                verstaat deze verordening het gebruik en de bebouwing conform het
                                geldende bestemmingsplan, waaronder tevens plannen ex artikel 11 Wet
                                op de Ruimtelijke Ordening (WRO) zijn begrepen en voorts,</al><lijst><li nr="."><al>inclusief de na inwerkingtreding van het desbetreffende
                                        bestemmingsplan genomen besluiten bij of krachtens de
                                        artikelen 15 en 19 van de WRO, dan wel artikel 3.22 (Wro),
                                        dan wel artikel 2.12 Wabo, één en ander zoals blijkt uit het
                                        gemeentelijke bouwarchief;</al></li><li nr="."><al>exclusief de daarvan deel uitmakende wijzigingsbevoegdheden
                                        en uitwerkingsplichten.</al></li></lijst><al>Deze beheersverordening wordt digitaal beschikbaar gesteld. De bij
                                de beheersverordening behorende bestanden worden gekoppeld aan een
                                contour (gecodeerd volgens de Praktijkrichtlijn Gebiedsgerichte
                                Besluiten). Daarmee voldoet de beheersverordening aan de digitale
                                verplichting overeenkomstig het bepaalde in artikel 1.2.3 Bro.</al><al>Het overgangsrecht is vormgegeven op de wijze die is voorgeschreven
                                in artikel 5.1.1 Bro.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label> 3.2 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen</label></kop><structuurtekst><al>Op 1 november 2014 is de AMvB "Quick wins" (Stb. 2014, nummer 333)
                                en op 29 november 2014 is de Reparatiewet BZK 2014 (Stb. 2014-458)
                                van kracht geworden. De AMvB wijzigt artikel 3.1.2 (lid 2) van het
                                Besluit ruimtelijke ordening terwijl de Reparatiewet enkele
                                bepalingen in de Woningwet herziet. Het eerste artikel legt
                                expliciet vast dat een bestemmingsplan regels mag bevatten die
                                betrekking hebben op een bevoegdheid waarvan de uitoefening
                                afhankelijk is gesteld van beleidsregels. De aanpassing van de
                                Woningwet komt er op neer dat de stedenbouwkundige bepalingen uit de
                                gemeentelijke bouwverordeningen niet meer van toepassing zijn op na
                                29 november 2014 nieuw vast te stellen bestemmingsplannen of
                                beheersverordeningen en in ieder geval volledig vervallen op 1 juli
                                2018.</al><al> Gezien het nieuwe artikel 3.1.2 Bro bestaat de mogelijkheid om via
                                algemene regels in het bestemmingsplan op de parkeerbehoefte te
                                kunnen sturen. Daarom is Artikel 12 Parkeergelegenheid en laad- en
                                losmogelijkheden bij of in gebouwen aan de regels van deze
                                verordening toegevoegd.</al><al> Deze regels sluiten aan bij artikel 2.5.30 van de gemeentelijke
                                Bouwverordening. In deze regels wordt uitdrukkelijk uitgegaan van
                                regulering bij het aanvragen en verlenen van omgevingsvergunningen.
                                Daarbij moet gedacht worden aan de omgevingsvergunning voor het
                                bouwen en alle gebruiksveranderingen die niet bij recht in de
                                verordening zijn toegestaan. Zodra een gebruiksverandering past
                                binnen de verordening en hiervoor geen omgevingsvergunning hoeft te
                                worden aangevraagd hoeft in beginsel niet nader te worden gekeken
                                naar het parkeerbeleid van de gemeente. </al><al>In Artikel 12 is een regeling opgenomen. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label> 3.3 Archeologie en cultuurhistorie</label></kop><artikel><kop><label> 3.3.1 Toetsing en uitgangspunten plangebied</label></kop><al>In het plangebied bevinden zich terreinen met een middelmatige (geel
                                op de archeologische verwachtingskaart), hoge (oranje) en zeer hoge
                                (rood) archeologische verwachting. </al><al> Deze gebieden zijn aangewezen door de raad in de bijbehorende
                                beleidsnota cultuurhistorie 2009-2019. Bij deze aanwijzing behoort
                                de uitgebreide toelichting die is verwoord in de Archeologische
                                Onderzoeksagenda Alkmaar. Deze onderzoeksagenda kan door actueel
                                onderzoek bijgesteld worden evenals de archeologische
                                verwachtingskaart. In de rode gebieden geldt een vrijstelling voor
                                bodemingrepen van minder dan 20 cm en een oppervlakte van 25
                                m<sup>2</sup>, in de oranje gebieden voor bodemingrepen van minder
                                dan 40 cm diepte en een oppervlak van minder dan 500 m<sup>2</sup>
                                en in de gele gebieden voor bodemingrepen van minder dan 40 cm
                                diepte en een oppervlak van minder dan 0,5 ha (5000 m<sup>2</sup>).
                                Aan vergunningen voor werkzaamheden die binnen deze gebieden de
                                bodem roeren (bodemingrepen), zullen door de gemeente voorwaarden
                                worden verbonden ten aanzien van behoud in situ dan wel het door de
                                initiatiefnemer laten uitvoeren van archeologisch onderzoek door een
                                daartoe gecertificeerd archeologiebedrijf. Deze voorwaarden zijn
                                voor de betreffende gebieden in het bestemmingsplan uitgewerkt. In
                                de verbeelding zijn deze gebieden met een dubbelbestemming
                                aangegeven. </al><al> In onderstaande figuur zijn de gebieden van archeologische waarden
                                aangegeven.</al><al><plaatje><illustratie id="i8b4c6de0-63f9-4e06-8fd6-1fc4c159f63d" naam="i260026i8b4c6de0-63f9-4e06-8fd6-1fc4c159f63d.png" type="foto" breedte="9.3cm" hoogte="9.0cm"/></plaatje></al><al><sup>Uitsnede uit de archeologische verwachtingskaart </sup></al></artikel><artikel><kop><label> 3.3.2 Dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 1, 2 en 3</label></kop><al>De bestemming kent een stelsel van omgevingsvergunningen om het
                                verstoren van de bodem door afgraven en ontgronden en planten van
                                bomen en struiken te reguleren, zodanig dat de waterkerende functie,
                                de verkeersveiligheid, de archeologische waarden en de
                                landschappelijke waarden, niet worden teniet gedaan.</al><al> In het plangebied bevinden zich terreinen met archeologische
                                waarden. Deze zijn door het college van de gemeente Alkmaar
                                aangewezen als archeologisch belangrijk terrein (nota
                                Stadsarcheologie op het goede spoor, juni 1992), terwijl ook de
                                provincie Noord-Holland deze gebieden van hoge archeologische waarde
                                acht (zie de provinciale Cultuur-Historische Waardenkaart). De
                                aanwijzing van deze gebieden is in 2005 door de gemeente verfijnd.
                                Daarbij is onderscheid gemaakt tussen gebieden met een zeer hoge
                                verwachting (rood op de archeologische Verwachtingenkaart), hoge
                                verwachting (oranje) en een middelhoge verwachting (geel). Aan
                                vergunningen voor werkzaamheden die binnen deze gebieden de bodem
                                roeren (bodemingrepen), zullen dan ook door de gemeente voorwaarden
                                worden verbonden ten aanzien van behoud in situ dan wel het door de
                                initiatiefnemer laten uitvoeren van archeologisch onderzoek door een
                                daartoe gecertificeerd archeologiebedrijf.</al><al> In de rode gebieden geldt een vrijstelling voor bodemingrepen
                                kleiner dan 25 m<sup>2</sup>. Op de verbeelding hebben deze gebieden
                                de bestemming "Waarde - Archeologie 1"; In de oranje gebieden voor
                                bodemingrepen van minder dan 40 cm diepte of een oppervlak van
                                minder dan 500 m<sup>2</sup>. Op de verbeelding hebben deze gebieden
                                de bestemming "Waarde - Archeologie 2"; In de gele gebieden voor
                                bodemingrepen van minder dan 40 cm diepte of een oppervlak van
                                minder dan 0,5 ha. Op de verbeelding hebben deze gebieden de
                                bestemming "Waarde - Archeologie 3".</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label> 3.4 Externe veiligheid</label></kop><structuurtekst><al> Op 13 juni 2001 is door de regering het vierde Nationale
                                milieubeleidsplan (NMP4) vastgesteld. Hierin zet zij haar (nieuwe)
                                externe veiligheidsbeleid uiteen. Dit beleid is gericht op het
                                beheersen van de risico's in de omgeving vanwege het gebruik, de
                                opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook op de risico's
                                die samenhangen met het gebruik van luchthavens is het externe
                                veiligheidsbeleid van toepassing. Uitgangspunten van dit beleid
                                zijn:</al><lijst><li nr="."><al> het plaatsgebonden risico: het risico op een plaats,
                                        bepaald als de kans dat een persoon die onafgebroken op die
                                        plaats aanwezig is overlijdt als gevolg van een ongeval
                                        waarbij een gevaarlijke stof is betrokken;</al></li><li nr="."><al> het groepsrisico: bepaald als de kans dat een groep van 10,
                                        100 of 1.000 personen overlijdt als gevolg van een ongeval
                                        waarbij een gevaarlijke stof is betrokken.</al></li></lijst><al> Voor het plaatsgebonden en groepsrisico zijn normen opgesteld. Deze
                                normen zijn uitgangspunt voor het ruimtelijk en milieubeleid. Wat
                                betreft het plaats-gebonden risico wordt (voor 'nieuwe' ruimtelijke
                                ontwikkelingen) een kans van eens per miljoen jaar (10-6)
                                aanvaardbaar geacht. Op dit moment is deze norm een grenswaarde.
                                Overschrijding van deze grenswaarde is niet toegestaan.</al><al> Voor het groepsrisico wordt een kans van:</al><lijst><li nr="."><al> eens per honderdduizend jaar (10-5 per jaar) op het
                                        overlijden van 10 personen of meer;</al></li><li nr="."><al>eens per tien miljoen jaar (10-7 per jaar) op het overlijden
                                        van 100 personen of meer;</al></li><li nr="."><al>eens per miljard jaar (10-9 per jaar) op het overlijden van
                                        1.000 perso-nen of meer bij inrichtingen aanvaardbaar
                                        geacht.</al></li></lijst><al> Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen
                                (Bevi) in werking getreden. De regelgeving zoals die in het Bevi is
                                opgenomen, is gericht op het beperken van de risico's van een
                                ongeval met gevaarlijke stoffen in inrichtingen (bedrijven) voor
                                personen. De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico en de
                                oriënterende waarde voor het groepsrisico zijn in het Bevi
                                vastgesteld.</al><al> De provincie Noord-Holland heeft de zogenoemde risicokaart
                                ontwikkeld. Hierop is onder andere informatie over risico's van
                                ongevallen met gevaarlijke stoffen opgenomen. In onderstaande figuur
                                is het voor het plangebied betreffende fragment van de risicokaart
                                opgenomen.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i11a2d75b-641f-41fa-8e80-b375828ef757" naam="i260027i11a2d75b-641f-41fa-8e80-b375828ef757.png" type="foto" breedte="13.6cm" hoogte="7.0cm"/></plaatje></al><al/><al>Uit de informatie van de risicokaart blijkt dat er in en in de
                                omgeving van het plangebied enkele risicobronnen bekend zijn,
                                waarvan twee bronnen rechtstreekse gevolgen hebben voor de
                                voorliggende beheersverordening. Het betreft het Total tankstation
                                aan de Huiswaarderweg in Alkmaar. De risicovolle onderdelen van dit
                                bedrijf zijn het LPG-vulpunt, -reservoir en -afleverinstallatie. De
                                doorzet van het bedrijf is op grond van de verleende
                                milieuvergunning 1500 m³ LPG per jaar. Bij deze onderdelen is een
                                risicozone voor het plaatsgebonden risico aanwezig van
                                achtereenvolgens 35 m, 25 m en 15 m. Bij het bedrijf is een
                                risicozone voor het groepsrisico (het zogenoemde invloedsgebied) van
                                150 m aanwezig. Deze risicozones liggen grotendeels binnen het
                                plangebied. Daarnaast is een klein deel van de veiligeheidszone ten
                                behoeve van de aardolie- en aardgaswinning in het verordeningsgebied
                                gelegen. Voor de plaatsgebonden risicozones is een aanduiding
                                "Veiligheidzone - LPG / Aardolie- en aardgaswinning" opgenomen. Voor
                                het groepsrsicio geldt dat dit risico niet toeneemt door de
                                voorliggende beheersverordening. Het invloedsgebied maakt dan ook
                                geen deel uit van de aanduiding "Veiligheidzone - LPG / Aardolie- en
                                aardgaswinning". </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Uitvoerbaarheid</titel></kop><paragraaf><kop><label> 4.1 Algemeen</label></kop><structuurtekst><al>De beheersverordening is opgesteld op basis van de vigerende
                                bestemmingsplannen. Het betreft uitsluitend het vastleggen van de
                                bestaande juridische-planologische situatie. Daarnaast zijn er
                                ontwikkelingen meegenomen waarvoor een vrijstellings-, ontheffings-
                                of projectprocedure is doorlopen. Deze beheersverordening is dan ook
                                conserverend van aard. Als in de nabije toekomst wel nieuwe
                                ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden, zal daarvoor een
                                afzonderlijke bestemmingsplanprocedure worden opgestart (inclusief
                                onderzoeks-verplichtingen) of een afwijkingsprocedure worden
                                doorlopen. Gelet op het conserverend karakter van deze
                                beheersverordening is er in beginsel geen aanleiding om te
                                veronderstellen dat de uitvoering van de beheersverordening leidt
                                tot nadelige gevolgen. </al><al>De voorliggende beheersverordening voldoent aan de meest recente
                                wet- en regelgeving. Op het punt van relevant beleid en een aantal
                                relevante uitvoerbaarheidsaspecten voorkomend uit het geldende
                                beleid is dan ook aandacht besteed in Hoofdstuk 2 Beleid. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label> 4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid</label></kop><structuurtekst><al>Op basis van de Inspraakverordening Alkmaar 2015 besluit elk
                                bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak
                                wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. De
                                beheersverordening Alkmaar Noord bevat slechts ondergeschikte
                                herzieningen van eerder vastgestelde beleidsvoornemens (de ter
                                plaatse geldende bestemmingsplannen), als gevolg waarvan inspraak
                                niet benodigd is. Verwezen wordt naar artikel 2 van de
                                Inspraakverordening Alkmaar 2015 van de gemeente Alkmaar. Conform
                                artikel 2 Inspraakverordening wordt geen inspraak verleend ten
                                aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld
                                beleidsvoornemen. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label> 4.3 Economische uitvoerbaarheid</label></kop><structuurtekst><al>De voorliggende beheersverordening is opgesteld naar aanleiding van
                                de plicht tot actualiseren van de geldende bestemmingsplannen voor
                                Alkmaar Noord. In het kader van de Grondexploitatiewet (onder-deel
                                van de Wet ruimtelijke ordening) dient een exploitatieplan te worden
                                opgesteld indien sprake is van een bouwplan als bedoeld in artikel
                                6.2.1 Bro. De voorliggende beheersverordening maakt geen
                                ontwikkelingen mogelijk zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Er hoeft
                                dan ook geen verdere aandacht te worden besteed aan het aantonen van
                                de economische uitvoerbaarheid op basis van een
                                exploitatieplan.</al><al>Op basis van deze overweging wordt de voorliggende
                                beheersverordening eco-nomisch uitvoerbaar worden geacht.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Regels</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label> Hoofdstuk 1 Inleidende regels</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1 Begrippen</label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al><vet>1.1 verordening:</vet></al><al>de Beheersverordening Alkmaar Noord van de gemeente Alkmaar;</al><al><vet>1.2 beheersverordening:</vet></al><al>de beheersverordening zoals vervat in het GML-bestand
                            NL.IMRO.0361.BV00100-0305 met bijbehorende bestanden;</al><al><vet>1.3 bestemmingsplan:</vet></al><al>het per deelgebied aan de beheersverordening voorafgaand onherroepelijk
                            bestemmingsplan of wijzigingsplan;</al><al><vet>1.4 beperkt kwetsbaar object:</vet></al><al>een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid
                            inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is
                            bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; </al><al><vet>1.5 deelgebieden:</vet></al><al>de deelgebieden genummerd 1 tot en met 3 die zijn aangegeven op de van
                            de beheersverordening deel uitmakende illustratie;</al><al><vet>1.6 gemeentelijk bouwarchief:</vet></al><al>het geheel van bij de gemeente in beheer zijnde documenten over de bouw-
                            en gebruiksrechten van gronden en opstallen binnen het grondgebied van
                            de gemeente.</al><al><vet>1.7 kwetsbaar object:</vet></al><al>een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid
                            inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot
                            een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden; </al><al><vet>1.8 risicovolle inrichting:</vet></al><al>een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid
                            inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een
                            risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan
                            toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Beheerregels</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 2 Anti-dubbeltelregel</label></kop><al>Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een
                            bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven,
                            blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten
                            beschouwing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Deelgebied 1</label></kop><al>Op de gronden die zijn aangegeven als 'Deelgebied 1' in deze
                            beheersverordening, zijn alle bestemmingen uit het ondergenoemde
                            bestemmingsplanvoorschriften en plankaart als volgt van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorschriften die zijn opgenomen in de van deze verordening
                                    deel uitmakende bestemmingsplan Alkmaar Noord Deelgebied 1
                                    VOORSCHRIFTEN;</al></li><li nr="b."><al>de plankaart die is opgenomen in de van deze verordening deel
                                    uitmakende bestemmingsplan Alkmaar Noord Deelgebied 1
                                    PLANKAART;</al></li></lijst><al>danwel,</al><lijst><li nr="c."><al>de na inwerkingtreding van het bestemmingsplan onherroepelijk
                                    geworden besluiten bij of krachtens de artikelen 15 en 19 van de
                                    Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), dan wel artikel 3.22
                                    (Wro), dan wel artikel 2.12 Wabo, één en ander zoals blijkt uit
                                    het gemeentelijk bouwarchief,</al><al/></li></lijst><al>en en ander met uitzondering van de in de voorschriften doorgehaalde
                            tekstgedeelten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Deelgebied 2</label></kop><al>Op de gronden die zijn aangegeven als 'Deelgebied 2' in deze
                            beheersverordening, zijn alle bestemmingen uit het ondergenoemde
                            bestemmingsplanvoorschriften en plankaart als volgt van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorschriften die zijn opgenomen in de van deze verordening
                                    deel uitmakende bestemmingsplan De Mare Deelgebied 2
                                    VOORSCHRIFTEN;</al></li><li nr="b."><al>de verbeelding die is opgenomen in de van deze verordening deel
                                    uitmakende bestemmingsplan De Mare Deelgebied 2 PLANKAART;</al></li></lijst><al>danwel,</al><lijst><li nr="c."><al>de na inwerkingtreding van het bestemmingsplan onherroepelijk
                                    geworden besluiten bij of krachtens de artikelen 15 en 19 van de
                                    Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), dan wel artikel 3.22
                                    (Wro), dan wel artikel 2.12 Wabo, één en ander zoals blijkt uit
                                    het gemeentelijk bouwarchief,</al></li></lijst><al/><al>en en ander met uitzondering van de in de voorschriften doorgehaalde
                            tekstgedeelten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Deelgebied 3</label></kop><al>Op de gronden die zijn aangegeven als 'Deelgebied 3' in deze
                            beheersverordening, zijn alle bestemmingen uit het ondergenoemde
                            bestemmingsplanvoorschriften en plankaart als volgt van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>het besluitdocument dat is opgenomen in de van deze verordening
                                    deel uitmakende wijzigingsplan Sperwerstraat 21 Deelgebied
                                    3.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Toepasbaarheid paraplubestemmingsplan prostitutiebeleid</label></kop><al>Op de gronden die zijn opgenomen in de beheersverordening: is tevens het
                            beleid als opgenomen in het van deze verordening deel uitmakend beleid
                            Paraplubestemmingsplan prostitutiebeleid van overeenkomstige toepassing.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Waarde - Archeologie 1</label></kop><al><cursief>7.1 Bestemmingsomschrijving</cursief></al><lijst><li nr="a."><al>De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn,
                                    behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede
                                    bestemd voor het behoud en/of het herstel van voorkomende
                                    archeologische waarden;</al></li><li nr="b."><al>de bestemming 'Waarde - Archeologie 1' (dubbelbestemming) is
                                    primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende
                                    enkelbestemmingen. </al><al/></li></lijst><al><cursief>7.2 Bouwregels</cursief></al><al>Voor het bouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>er mag slechts worden gebouwd, indien vooraf door de aanvrager
                                    een rapport is overgelegd dat voldoet aan de richtlijnen van de
                                    vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie,
                                    waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de
                                    aanvraag wordt verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag
                                    in voldoende mate is vastgesteld, en met dien verstande dat aan
                                    de omgevingsvergunning de volgende verplichtingen kunnen worden
                                    verbonden:</al><lijst><li nr="1."><al>het treffen van technische maatregelen waardoor
                                            archeologische resten in de bodem kunnen worden
                                            behouden;</al></li><li nr="2."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen op basis
                                            van een door burgemeester en wethouder vastgesteld
                                            programma van eisen; of</al></li><li nr="3."><al>de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring
                                            leidt te laten begeleiden door een deskundige op het
                                            gebied van de archeologische monumentenzorg die voldoet
                                            aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen
                                            kwalificaties.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Het bepaalde onder a is niet van toepassing indien de
                                    grondroerende bouwwerkzaamheden plaatsvinden met een maximale
                                    diepte van 0,20 meter, uitpandig gemeten vanaf het maaiveld,
                                    inpandig gemeten vanaf de top van de vloer, en een maximum
                                    oppervlak van 25 m².</al></li></lijst><al/><al><cursief>7.3 Afwijken van de bouwregels</cursief></al><al>Het bevoegd gezag kan afwijking verlenen van het bepaalde onder 7.2 sub
                            a voor de bouw van bouwwerken onder de voorwaarden dat:</al><lijst><li nr="a."><al>geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische
                                    waarden van het gebied of een afweging van de in het geding
                                    zijnde belangen tot uitkomst heeft dat, onverminderd het elders
                                    in het plan bepaalde, een ontheffing in redelijkheid niet kan
                                    worden geweigerd;</al></li><li nr="b."><al>het bevoegd gezag bij de afweging omtrent de afwijking
                                    toepassing geven aan de criteria als genoemd onder 7.2 sub a,
                                    dan wel dat voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de
                                    bouwaanvraag reeds een omgevingsvergunning als bedoeld onder 7.4
                                    is verleend;</al></li><li nr="c."><al>alvorens de afwijking wordt verleend door het bevoegd gezag
                                    advies is ingewonnen bij een door het bevoegd gezag aan te
                                    wijzen deskundige;</al></li><li nr="d."><al>het bepaalde in de onderliggende bestemming onverminderd van
                                    toepassing blijft.</al></li></lijst><al/><al><cursief>7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen
                                bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden</cursief></al><al/><al><vet>7.4.1 Vergunningplichtige werkzaamheden</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een
                                    omgevingsvergunning voor de onder 27.1 bedoelde bestemmingen de
                                    volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te
                                    voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere
                                    op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen:</al><lijst><li nr="1."><al>het afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren,
                                            diepploegen, diepwoelen, en/of het anderszins ingrijpend
                                            wijzigen van de bodemstructuur, tenzij deze worden
                                            uitgevoerd in het kader van archeologische opgravingen
                                            volgens een door het bevoegd gezag vastgesteld
                                            archeologisch Programma van Eisen; </al></li><li nr="2."><al>het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse
                                            transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de
                                            daarmee verband houdende constructies, installaties of
                                            apparatuur; </al></li><li nr="3."><al>het aanbrengen van diepwortelende beplanting, bomen en
                                            houtgewas; </al></li><li nr="4."><al>het aanbrengen van verhardingen en/of verharde
                                            oppervlakten anders dan een bouwwerk;</al></li><li nr="5."><al>de aanleg van een drainage ongeacht de diepte.</al><al/></li></lijst></li></lijst><al><vet>7.4.2 Toegestane werkzaamheden</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Het onder 7.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken
                                    en werkzaamheden welke:</al><lijst><li nr="1."><al>het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; </al></li><li nr="2."><al>reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van
                                            kracht worden van deze beheersverordening; </al></li><li nr="3."><al>zich in een reeds opgegraven gebied bevinden, zulks
                                            uitsluitend ter beoordeling door de gemeentelijk
                                            archeoloog; </al></li><li nr="4."><al>werkzaamheden waarbij de grondverstoring plaatsvindt in
                                            een gebied kleiner dan 25 m² en op minder dan 0,20 meter
                                            diepte.</al><al/></li></lijst></li></lijst><al><vet>7.4.3 Voorwaarden</vet></al><al>Een vergunning als bedoeld in lid 7.4.1 wordt slechts verleend indien: </al><lijst><li nr="a."><al>door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij
                                    direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer
                                    waarden of functies van de in lid 7.1 bedoelde gronden, welke
                                    het plan beoogt te beschermen, niet onevenredig worden of kunnen
                                    worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van
                                    die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden
                                    verkleind;</al></li><li nr="b."><al>vooraf door aanvrager van de omgevingsvergunning voor het
                                    uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van
                                    werkzaamheden een rapport is overgelegd, dat voldoet aan de
                                    richtlijnen van de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm
                                    Nederlandse Archeologie, waarin de archeologische waarden van
                                    het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar
                                    het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in
                                    voldoende mate is vastgesteld; </al></li><li nr="c."><al>voldaan is aan de volgende verplichtingen die aan de vergunning
                                    kunnen worden verbonden:</al><lijst><li nr="1."><al>de verplichting tot het treffen van technische
                                            maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen
                                            worden behouden; </al></li><li nr="2."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen op basis
                                            van een door het college van burgemeester en wethouders
                                            vastgesteld programma van eisen, of;</al></li><li nr="3."><al>de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring
                                            leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het
                                            terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet
                                            aan door het college van burgemeester en wethouders bij
                                            de vergunning te stellen kwalificaties.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Waarde - Archeologie 2 </label></kop><al><cursief>8.1 Bestemmingsomschrijving</cursief></al><lijst><li nr="a."><al>De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn,
                                    behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede
                                    bestemd voor het behoud en/of het herstel van voorkomende
                                    archeologische waarden;</al></li><li nr="b."><al>de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' (dubbelbestemming) is
                                    primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende
                                    enkelbestemmingen. </al><al/></li></lijst><al><cursief>8.2 Bouwregels</cursief></al><al>Voor het bouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>er mag slechts worden gebouwd, indien vooraf door de aanvrager
                                    een rapport is overgelegd dat voldoet aan de richtlijnen van de
                                    vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie,
                                    waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de
                                    aanvraag wordt verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag
                                    in voldoende mate is vastgesteld, en met dien verstande dat aan
                                    de omgevingsvergunning de volgende verplichtingen kunnen worden
                                    verbonden:</al><lijst><li nr="1."><al>het treffen van technische maatregelen waardoor
                                            archeologische resten in de bodem kunnen worden
                                            behouden;</al></li><li nr="2."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen op basis
                                            van een door burgemeester en wethouder vastgesteld
                                            programma van eisen; of</al></li><li nr="3."><al>de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring
                                            leidt te laten begeleiden door een deskundige op het
                                            gebied van de archeologische monumentenzorg die voldoet
                                            aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen
                                            kwalificaties.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Het bepaalde onder a is niet van toepassing indien de
                                    grondroerende bouwwerkzaamheden plaatsvinden met een maximale
                                    diepte van 0,40 meter, uitpandig gemeten vanaf het maaiveld,
                                    inpandig gemeten vanaf de top van de vloer, en een maximum
                                    oppervlak van 500 m².</al><al/></li></lijst><al><cursief>8.3 Afwijken van de bouwregels</cursief></al><al>Het bevoegd gezag kan afwijking verlenen van het bepaalde onder 8.2 sub
                            a voor de bouw van bouwwerken onder de voorwaarden dat:</al><lijst><li nr="a."><al>geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische
                                    waarden van het gebied of een afweging van de in het geding
                                    zijnde belangen tot uitkomst heeft dat, onverminderd het elders
                                    in het plan bepaalde, een ontheffing in redelijkheid niet kan
                                    worden geweigerd;</al></li><li nr="b."><al>het bevoegd gezag bij de afweging omtrent de afwijking
                                    toepassing geven aan de criteria als genoemd onder 8.2 sub a,
                                    dan wel dat voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de
                                    bouwaanvraag reeds een omgevingsvergunning als bedoeld onder 8.4
                                    is verleend;</al></li><li nr="c."><al>alvorens de afwijking wordt verleend door het bevoegd gezag
                                    advies is ingewonnen bij een door het bevoegd gezag aan te
                                    wijzen deskundige;</al></li><li nr="d."><al>het bepaalde in de onderliggende bestemming onverminderd van
                                    toepassing blijft.</al><al/></li></lijst><al><cursief>8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen
                                bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden</cursief></al><al/><al><vet>8.4.1 Vergunningplichtige werkzaamheden</vet></al><al/><lijst><li nr="a."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een
                                    omgevingsvergunning voor de onder 27.1 bedoelde bestemmingen de
                                    volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te
                                    voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere
                                    op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen:</al><lijst><li nr="1."><al>het afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren,
                                            diepploegen, diepwoelen, en/of het anderszins ingrijpend
                                            wijzigen van de bodemstructuur, tenzij deze worden
                                            uitgevoerd in het kader van archeologische opgravingen
                                            volgens een door het bevoegd gezag vastgesteld
                                            archeologisch Programma van Eisen; </al></li><li nr="2."><al>het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse
                                            transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de
                                            daarmee verband houdende constructies, installaties of
                                            apparatuur; </al></li><li nr="3."><al>het aanbrengen van diepwortelende beplanting, bomen en
                                            houtgewas; </al></li><li nr="4."><al>het aanbrengen van verhardingen en/of verharde
                                            oppervlakten anders dan een bouwwerk;</al></li><li nr="5."><al>de aanleg van een drainage ongeacht de diepte.</al><al/></li></lijst></li></lijst><al><vet>8.4.2 Toegestane werkzaamheden</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Het onder 8.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken
                                    en werkzaamheden welke:</al><lijst><li nr="1."><al>het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; </al></li><li nr="2."><al>reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van
                                            kracht worden van deze beheersverordening; </al></li><li nr="3."><al>zich in een reeds opgegraven gebied bevinden, zulks
                                            uitsluitend ter beoordeling door de gemeentelijk
                                            archeoloog; </al></li><li nr="4."><al>werkzaamheden waarbij de grondverstoring plaatsvindt in
                                            een gebied kleiner dan 500 m² en op minder dan 0,40
                                            meter diepte.</al><al/></li></lijst></li></lijst><al><vet>8.4.3 Voorwaarden</vet></al><al>Een vergunning als bedoeld in lid 8.4.1 wordt slechts verleend indien: </al><lijst><li nr="a."><al>door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij
                                    direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer
                                    waarden of functies van de in lid 8.1 bedoelde gronden, welke
                                    het plan beoogt te beschermen, niet onevenredig worden of kunnen
                                    worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van
                                    die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden
                                    verkleind;</al></li><li nr="b."><al>vooraf door aanvrager van de omgevingsvergunning voor het
                                    uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van
                                    werkzaamheden een rapport is overgelegd, dat voldoet aan de
                                    richtlijnen van de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm
                                    Nederlandse Archeologie, waarin de archeologische waarden van
                                    het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar
                                    het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in
                                    voldoende mate is vastgesteld; </al></li><li nr="c."><al>voldaan is aan de volgende verplichtingen die aan de vergunning
                                    kunnen worden verbonden:</al><lijst><li nr="1."><al>de verplichting tot het treffen van technische
                                            maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen
                                            worden behouden; </al></li><li nr="2."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen op basis
                                            van een door het college van burgemeester en wethouders
                                            vastgesteld programma van eisen, of;</al></li><li nr="3."><al>de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring
                                            leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het
                                            terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet
                                            aan door het college van burgemeester en wethouders bij
                                            de vergunning te stellen kwalificaties.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Waarde - Archeologie 3</label></kop><al><cursief>9.1 Bestemmingsomschrijving</cursief></al><lijst><li nr="a."><al>De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn,
                                    behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede
                                    bestemd voor het behoud en/of het herstel van voorkomende
                                    archeologische waarden;</al></li><li nr="b."><al>de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' (dubbelbestemming) is
                                    primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende
                                    enkelbestemmingen. </al><al/></li></lijst><al><cursief>9.2 Bouwregels</cursief></al><al>Voor het bouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>er mag slechts worden gebouwd, indien vooraf door de aanvrager
                                    een rapport is overgelegd dat voldoet aan de richtlijnen van de
                                    vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie,
                                    waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de
                                    aanvraag wordt verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag
                                    in voldoende mate is vastgesteld, en met dien verstande dat aan
                                    de omgevingsvergunning de volgende verplichtingen kunnen worden
                                    verbonden:</al><lijst><li nr="1."><al>het treffen van technische maatregelen waardoor
                                            archeologische resten in de bodem kunnen worden
                                            behouden;</al></li><li nr="2."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen op basis
                                            van een door burgemeester en wethouder vastgesteld
                                            programma van eisen; of</al></li><li nr="3."><al>de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring
                                            leidt te laten begeleiden door een deskundige op het
                                            gebied van de archeologische monumentenzorg die voldoet
                                            aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen
                                            kwalificaties.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Het bepaalde onder a is niet van toepassing indien de
                                    grondroerende bouwwerkzaamheden plaatsvinden met een maximale
                                    diepte van 0,40 meter, uitpandig gemeten vanaf het maaiveld,
                                    inpandig gemeten vanaf de top van de vloer, en een maximum
                                    oppervlak van 5000 m².</al><al/></li></lijst><al><cursief>9.3 Afwijken van de bouwregels</cursief></al><al>Het bevoegd gezag kan afwijking verlenen van het bepaalde onder 9.2 sub
                            a voor de bouw van bouwwerken onder de voorwaarden dat:</al><lijst><li nr="a."><al>geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische
                                    waarden van het gebied of een afweging van de in het geding
                                    zijnde belangen tot uitkomst heeft dat, onverminderd het elders
                                    in het plan bepaalde, een ontheffing in redelijkheid niet kan
                                    worden geweigerd;</al></li><li nr="b."><al>het bevoegd gezag bij de afweging omtrent de afwijking
                                    toepassing geven aan de criteria als genoemd onder 9.2 sub a,
                                    dan wel dat voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de
                                    bouwaanvraag reeds een omgevingsvergunning als bedoeld onder 9.4
                                    is verleend;</al></li><li nr="c."><al>alvorens de afwijking wordt verleend door het bevoegd gezag
                                    advies is ingewonnen bij een door het bevoegd gezag aan te
                                    wijzen deskundige;</al></li><li nr="d."><al>het bepaalde in de onderliggende bestemming onverminderd van
                                    toepassing blijft.</al><al/></li></lijst><al><cursief>9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen
                                bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden</cursief></al><al/><al><vet>9.4.1 Vergunningplichtige werkzaamheden</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een
                                    omgevingsvergunning voor de onder 27.1 bedoelde bestemmingen de
                                    volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te
                                    voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere
                                    op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen:</al><lijst><li nr="1."><al>het afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren,
                                            diepploegen, diepwoelen, en/of het anderszins ingrijpend
                                            wijzigen van de bodemstructuur, tenzij deze worden
                                            uitgevoerd in het kader van archeologische opgravingen
                                            volgens een door het bevoegd gezag vastgesteld
                                            archeologisch Programma van Eisen; </al></li><li nr="2."><al>het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse
                                            transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de
                                            daarmee verband houdende constructies, installaties of
                                            apparatuur; </al></li><li nr="3."><al>het aanbrengen van diepwortelende beplanting, bomen en
                                            houtgewas; </al></li><li nr="4."><al>het aanbrengen van verhardingen en/of verharde
                                            oppervlakten anders dan een bouwwerk;</al></li><li nr="5."><al>de aanleg van een drainage ongeacht de diepte.</al><al/></li></lijst></li></lijst><al><vet>9.4.2 Toegestane werkzaamheden</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Het onder 9.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken
                                    en werkzaamheden welke:</al><lijst><li nr="1."><al>het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; </al></li><li nr="2."><al>reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van
                                            kracht worden van deze beheersverordening; </al></li><li nr="3."><al>zich in een reeds opgegraven gebied bevinden, zulks
                                            uitsluitend ter beoordeling door de gemeentelijk
                                            archeoloog; </al></li><li nr="4."><al>werkzaamheden waarbij de grondverstoring plaatsvindt in
                                            een gebied kleiner dan 5000 m² en op minder dan 0,40
                                            meter diepte.</al><al/></li></lijst></li></lijst><al><vet>9.4.3 Voorwaarden</vet></al><al>Een vergunning als bedoeld in lid 9.4.1 wordt slechts verleend indien: </al><lijst><li nr="a."><al>door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij
                                    direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer
                                    waarden of functies van de in lid 9.1 bedoelde gronden, welke
                                    het plan beoogt te beschermen, niet onevenredig worden of kunnen
                                    worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van
                                    die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden
                                    verkleind;</al></li><li nr="b."><al>vooraf door aanvrager van de omgevingsvergunning voor het
                                    uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van
                                    werkzaamheden een rapport is overgelegd, dat voldoet aan de
                                    richtlijnen van de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm
                                    Nederlandse Archeologie, waarin de archeologische waarden van
                                    het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar
                                    het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in
                                    voldoende mate is vastgesteld; </al></li><li nr="c."><al>voldaan is aan de volgende verplichtingen die aan de vergunning
                                    kunnen worden verbonden:</al><lijst><li nr="1."><al>de verplichting tot het treffen van technische
                                            maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen
                                            worden behouden; </al></li><li nr="2."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen op basis
                                            van een door het college van burgemeester en wethouders
                                            vastgesteld programma van eisen, of;</al></li><li nr="3."><al>de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring
                                            leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het
                                            terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet
                                            aan door het college van burgemeester en wethouders bij
                                            de vergunning te stellen kwalificaties.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Waterstaat - Waterkering</label></kop><al><cursief>10.1 Bestemmingsomschrijving</cursief></al><al>De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor
                            de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en), mede bestemd voor
                            de waterkering en de waterbeheersing.</al><al/><al><cursief>10.2 Bouwregels</cursief></al><lijst><li nr="a."><al>In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag op
                                    of in de gronden binnen de bestemming 'Waterstaat - Waterkering'
                                    niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van de waterkering
                                    en met uitzondering van bestaande gebouwen en bouwwerken, geen
                                    gebouwen zijnde. </al></li><li nr="b."><al>Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.</al></li><li nr="c."><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat
                                    de bouwhoogte niet meer dan 5 m mag bedragen.</al><al/></li></lijst><al><cursief>10.3 Afwijken van de bouwregels</cursief></al><al>Het bevoegd gezag mag, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van
                            het doelmatig functioneren van de desbetreffende waterkering, bij
                            omgevingsvergunning afwijken van:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde in lid 10.2 sub a en lid 10.2 sub b en toestaan dat
                                    de in de andere bestemming genoemde gebouwen worden gebouwd,
                                    mits vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende
                                    dijkbeheerder;</al></li><li nr="b."><al>het bepaalde in lid 10.2 sub a en lid 10.2 sub c en toestaan dat
                                    de in de andere bestemming genoemde bouwwerken, geen gebouwen
                                    zijnde, worden gebouwd, mits vooraf advies wordt ingewonnen van
                                    de betreffende dijkbeheerder.</al><al/></li></lijst><al><cursief>10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen
                                bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden</cursief></al><al/><al><vet>10.4.1 Vergunningplichtige werkzaamheden</vet></al><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor
                            het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden van
                            het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of
                            werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:</al><lijst><li nr="1."><al>het afgraven of ophogen van gronden;</al></li><li nr="2."><al>het aanbrengen van beplanting.</al><al/></li></lijst><al><vet>10.4.2 Toegestane werkzaamheden</vet></al><al>De in sub 10.4.1 bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor
                            werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:</al><lijst><li nr="3."><al> het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen;</al></li><li nr="4."><al>reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht
                                    worden van deze beheersverordening;</al></li><li nr="5."><al> mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende
                                    omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen
                                    bouwwerken zijnde, of werkzaamheden.</al><al/></li></lijst><al><vet>10.4.3 Voorwaarden</vet></al><al>De omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend indien door de
                            uitvoering van de in sub 10.4.1 bedoelde werken of werkzaamheden, dan
                            wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de
                            waterkerende functie niet in onevenredige mate kan worden
                            aangetast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Veiligheidszone - LPG / Aardolie- en aardgaswinning </label></kop><al><cursief>11.1 Aanduidingsomschrijving</cursief></al><al>De gronden ter plaatse van de aanduiding "Veiligheidszone - LPG /
                            Aardolie- en aardgaswinning" zijn, naast de voor die gronden aangewezen
                            bestemmingen zoals beschreven in de artikelen 3, 4 en 5 tevens aangeduid
                            voor het tegengaan van een te hoog veiligheidsrisico van kwetsbare
                            objecten en beperkt kwetsbare objecten vanwege de aanwezigheid van een
                            risicovolle inrichting.</al><al/><al><cursief>11.2 Bouwregels</cursief></al><al>In afwijking van het bepaalde in de voor de gronden ter plaatse van de
                            aanduiding "veiligheidszone - lpg" aangegeven bestemmingen zoals
                            beschreven in de artikelen 3, 4 en 5 mogen in of op deze gronden geen
                            kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd.</al><al/><al><cursief>11.3 Specifieke gebruiksregels</cursief></al><al>Tot een gebruik in strijd met deze aanduiding wordt begrepen het gebruik
                            dat afwijkt van de opgenomen bovenstaande omschrijving, waaronder in
                            ieder geval wordt begrepen het gebruik van gronden en bouwwerken als
                            kwetsbaar object of beperkt kwetsbaar object.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen</label></kop><al>Op de gronden die zijn aangegeven als 'Deelgebied 1', 'Deelgebied 2' en
                            'Deelgebied 3' geldt ten aanzien van parkeergelegenheid en laad- en
                            losmogelijkheden bij of in gebouwen het volgende:</al><lijst><li nr="1."><al>Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe
                                    aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen
                                    van auto’s in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of
                                    onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat
                                    bij dat gebouw behoort. Deze ruimte mag niet overbemeten zijn,
                                    gelet op het gebruik of de bewoning van het gebouw, waarbij
                                    rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid
                                    per openbaar vervoer.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde ruimte voor het parkeren van
                                    auto’s moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare
                                    personenauto’s.</al><al> Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan:</al></li><li nr="a."><al>indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste 1,80
                                    m bij 5,00 m en ten hoogste 3,25 m bij 6,00 m bedragen;</al></li><li nr="b."><al>indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor
                                    een gehandicapte – voorzover die ruimte niet in de
                                    lengterichting aan een trottoir grenst – ten minste 3,50 m bij
                                    5,00 m bedragen.</al></li><li nr="3."><al> Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te
                                    verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van
                                    goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien
                                    aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde
                                    terrein dat bij dat gebouw behoort.</al></li><li nr="4."><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in
                                    afwijking van het bepaalde in het eerste en het derde lid:</al></li><li nr="a."><al> indien het voldoen aan die bepalingen naar het oordeel van
                                    burgemeester en wethouders op overwegende bezwaren stuit;
                                    of</al></li><li nr="b."><al>voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of
                                    stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Overgangs- en slotregels</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 13 Overgangsrecht</label></kop><al><cursief>13.1 Overgangsrecht bouwwerken</cursief></al><lijst><li nr="a."><al>Een bouwwerk dat op het tijdstip van het van kracht worden van
                                    deze beheersverordening aanwezig of in uitvoering is, dan wel
                                    gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt
                                    van de beheersverordening, mag, mits deze afwijking naar aard en
                                    omvang niet wordt vergroot,</al><lijst><li nr="1."><al>gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;</al></li><li nr="2."><al>na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel
                                            worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de
                                            omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de
                                            dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in
                                    sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de
                                    inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal
                                    10%.</al></li><li nr="c."><al>Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op bouwwerken die
                                    weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het
                                    plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het
                                    daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling
                                    van dat plan.</al><al/></li></lijst><al><cursief>13.2 Overgangsrecht gebruik</cursief></al><lijst><li nr="a."><al>Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip
                                    van het van kracht worden van deze beheersverordening en hiermee
                                    in strijd is, mag worden voortgezet.</al></li><li nr="b."><al>Het is verboden het met de beheersverordening strijdige gebruik,
                                    bedoeld in sub a te veranderen of te laten veranderen in een
                                    ander met die verordening strijdig gebruik, tenzij door deze
                                    verandering de afwijking naar aard en omvang wordt
                                    verkleind.</al></li><li nr="c."><al>Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van het
                                    van kracht worden van deze beheersverordening voor een periode
                                    langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit
                                    gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.</al></li><li nr="d."><al>Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op het gebruik dat
                                    reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan,
                                    daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14 Slotregel</label></kop><al>Deze regels worden aangehaald als: Regels van de Beheersverordening
                            Alkmaar Noord </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><titel>Bijlagen</titel></kop><al>De bijlagen kunt u inzien via <extref doc="www.ruimtelijkeplannen.nl" struct="INTERNET">www.ruimtelijkeplannen.nl</extref> onder de vermelding
                    Alkmaar, Beheersverordening Alkmaar Noord of via de link <extref doc="http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/?planidn= NL.IMRO.0361.BV00100-0305" struct="INTERNET">http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/?planidn=
                        NL.IMRO.0361.BV00100-0305</extref>.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>