<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR378305_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Uitvoeringsregeling Stichting Certificering SNL</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Zeeland</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Zeeland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2015-6244.html">Provinciaal Blad, 2015, 6244</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Uitvoeringsregeling Stichting Certificering SNL</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.1:CVDR364848_1">Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Zeeland 2016</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-09-15</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-09-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-05-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15012887</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Natuur en Landschap</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Uitvoeringsregeling Stichting Certificering SNL</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Besluit van Gedeputeerde Staten van Zeeland van 15 september 2015, nr.
                            15012887, houdende gewijzigde vaststelling van het besluit van 31 maart
                            2015, nr 15004486 tot vaststelling van de voorwaarden</vet><vet>
                            waaronder de Stichting Certificering Subsidiestelsel Natuur- en
                            Landschapsbeheer certificaten afgeeft</vet><vet> zoals bedoeld in de
                            Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer 2016
                            (Uitvoeringsregeling </vet><vet>Stichting Certificering
                        SNL).</vet></al><al/><al><cursief>Gedeputeerde Staten van Zeeland,</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>gelezen het voorstel van de afdeling WBN nummer 1 501 2887; </al></li><li nr="-"><al>overwegende dat certificaten zoals bedoeld in artikel 1, onder e,
                                van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Zeeland 201 6
                                worden afgegeven door de Stichting Certificering Subsidiestelsel
                                Natuur- en Landschapsbeheer (hierna te noemen: de Stichting
                                Certificering SNL); </al></li><li nr="-"><al>overwegende dat besluit van 31 maart 201 5 tot vaststelling van de
                                Uitvoeringsregeling Stichting Certificering SNL aanpassing behoeft;
                                - </al></li><li nr="-"><al>gelet op de artikelen 1.8, 2.4 en 3.4 van de Subsidieverordening
                                Natuur- en Landschapsbeheer Zeeland 201 6; </al></li></lijst><al/><al>Besluiten de navolgende regeling gewijzigd vast te stellen: </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Primaire besluiten </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>Een aanvraag om afgifte van een certificaat wordt ingediend bij de
                            Stichting Certificering SNL. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><al>Een aanvraag tot afgifte van een certificaat gaat in elk geval vergezeld
                            van: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adresgegevens van de aanvrager; </al></li><li nr="b."><al>een kwaliteitshandboek van de aanvrager, met daarin een
                                    beschrijving van de elementen uit de bedrijfsvoering zoals
                                    beschreven in het Programma van Eisen; </al></li><li nr="c."><al>vermelding van het certificaat waarop de aanvraag betrekking
                                    heeft. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur van de Stichting Certificering SNL kan namens
                                Gedeputeerde Staten een certificaat collectief agrarisch
                                natuurbeheer afgeven als de aanvrager voldoet aan de
                                certificeringsvoorwaarden die zijn opgenomen in het corresponderende
                                onderdeel van het Programma van Eisen, zoals dat in de bijlage bij
                                dit besluit is vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuur van de Stichting Certificering SNL kan namens
                                Gedeputeerde Staten een certificaat natuurbeheer of een certificaat
                                samenwerkingsverband natuurbeheer afgeven als de aanvrager voldoet
                                aan de certificeringsvoorwaarden die zijn opgenomen in het
                                corresponderende onderdeel van het Programma van Eisen, zoals dat in
                                de bijlage bij dit besluit is vastgesteld. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Schorsing en intrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur van de Stichting Certificering SNL kan namens
                                Gedeputeerde Staten een certificaat voor een door hem te bepalen
                                termijn schorsen als de houder van het certificaat niet voldoet aan
                                één of meerdere certificeringsvoorwaarden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuur van de Stichting Certificering SNL kan namens
                                Gedeputeerde Staten een certificaat intrekken als: </al><lijst><li nr="a."><al>na afloop van de schorsingstermijn, bedoeld in het eerste
                                        lid, blijkt dat de houder van het certificaat nog steeds
                                        niet voldoet aan de betreffende certificeringsvoorwaarde;
                                    </al></li><li nr="b."><al>blijkt dat binnen een periode van 52 weken na afloop van de
                                        schorsingstermijn, bedoeld in het eerste lid, de houder van
                                        het certificaat opnieuw niet voldoet aan de betreffende
                                        certificeringsvoorwaarde;</al></li><li nr="c."><al>de houder van het certificaat opzettelijk een onjuiste
                                        aanvraag heeft ingediend ter verkrijging van een subsidie,
                                        bedoeld in de artikelen 2.2 of 3.2 van de
                                        Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Zeeland
                                        2016.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuur van de Stichting Certificering SNL maakt geen gebruik
                                van de bevoegdheid om namens Gedeputeerde Staten een certificaat te
                                schorsen of in te trekken als het niet voldoen aan de betreffende
                                certificeringsvoorwaarde het gevolg is van overmacht of
                                uitzonderlijke omstandigheden. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><al>Certificaten natuurbeheer en certificaten samenwerkingsverband
                            natuurbeheer die zijn afgegeven onder de Subsidieverordening Natuur- en
                            Landschapsbeheer Zeeland behouden hun werking na inwerkingtreding van de
                            Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Zeeland 2016. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><al>De ondertekening van besluiten op grond van artikel 2 luidt: </al><al>‘NAMENS GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZEELAND’, </al><al>gevolgd door </al><al>‘DE VOORZITTER VAN DE STICHTING CERTIFICERING SNL’ </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><al>Dit besluit wordt aangehaald als: de Uitvoeringsregeling Stichting
                            Certificering SNL. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><al>Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie in het Provinciaal
                            Blad en werkt terug tot en met 1 mei 2015 .</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van 15 september
                        2015. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Drs. J.M.M Polman, voorzitter </ondertekening><ondertekening>A.W. Smit, secretaris </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Uitgegeven 18 september 2015 </ondertekening><ondertekening>De secretaris, A.W. Smit </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>:</nr><titel>Programma van Eisen</titel></kop><al><vet>Programma van eisen voor agrarisch natuurbeheer en voor
                    natuurbeheer</vet></al><al>In dit document zijn de twee Programma’s van Eisen (PVE) beschreven die gelden
                    voor respectievelijk de certificering van de natuurbeheerders (paragraaf a) en
                    de certificering van de agrarische collectieven die aan agrarisch natuur beheer
                    doen (paragraaf b).</al><al>Tot nu toe is er gewerkt met één PVE voor beide categorieën beheerders. In het
                    kader van de beleidsbepaling met betrekking tot het Agrarisch natuur- en
                    landschapsbeheer (ANLB) 2016 is evenwel besloten om te komen tot een specifiek
                    PVE voor de nieuwe agrarische collectieven. Paragraaf a bestaat aldus uit het
                    PVE voor de certificering van de natuurbeheerders. Deze paragraaf bestaat uit
                    het oorspronkelijke PVE minus het deel dat betrekking had op de
                    gebiedscoördinatoren ANLB. Paragraaf b bevat het PVE voor de collectieven die
                    aan het ANLB 2016 gaan deelnemen. </al><al/><al><vet>(a) </vet><vet>Programma van eisen</vet><vet> NATUURBEHEER</vet></al><al>In dit PVE geeft de subsidiegever (in dit geval de provincie) aan, aan welke
                    eisen een natuurbeheerder moet voldoen om voor certificering in aanmerking te
                    komen. De beheerder legt in een kwaliteitshandboek vast hoe hij invulling geeft
                    aan deze eisen. De certificerende organisatie hanteert, in opdracht van de
                    provincies, het PVE als toetsingskader bij de certificering van een beheerder.
                    Als bepaalde aspecten al zijn geborgd via een andere certificaatvorm
                    (bijvoorbeeld FSC of CBF) dan gelden die certificaten en kan in het
                    kwaliteitshandboek daar naar worden verwezen. Zo wordt dubbele certificering
                    voorkomen. </al><al/><al>Het PVE dient de subsidiegever voldoende handvatten te geven dat de
                    subsidiegever het vertrouwen heeft dat de natuurbeheerder het natuurbeheer op
                    een goede manier uitvoert. Tegelijkertijd wordt er naar gestreefd het aantal
                    eisen zo beperkt mogelijk te houden, om te voorkomen dat de lastendruk voor
                    beheerder en overheid toenemen en om de beheerder voldoende de mogelijkheid te
                    bieden zelf te bepalen op welke wijze hij het beheer gaat uitvoeren. Er wordt
                    dus gezocht naar een goed evenwicht van waarborgen richting de subsidiegever en
                    ruimte voor de beheerder.</al><al/><al>Om te voorkomen dat certificering te complex wordt en extra eisen oplevert,
                    wordt zoveel mogelijk aangesloten op de eigen organisatie van de beheerder. De
                    inhoud van het kwaliteitshandboek is afhankelijk van de werkwijze en de
                    organisatie van de beheerder zelf. Wel zal de opzet van het kwaliteitshandboek
                    zo veel mogelijk verlopen via de volgorde van de onderdelen uit het PVE. Op die
                    manier is sprake van een bij alle beheerders herkenbare en vergelijkbare
                    inhoudsopgave. Zo wordt voorkomen dat de certificeringscommissie (het bestuur
                    Stichting Certificering SNL) steeds verschillend opgezette handboeken moet
                    beoordelen. Dit beperkt ook de uitvoeringskosten van de certificeringscommissie.
                    Een en ander laat onverlet dat binnen die identieke inhoudsopgave elke beheerder
                    zijn eigen werkprocessen dient te beschrijven. </al><al>Kortom: in het PVE wordt het “wat” beschreven en de beschrijving van het “hoe”
                    wordt overgelaten aan de beheerder. Zo is bijvoorbeeld het bepalen van de
                    beheermaatregelen een eigen keuze van de beheerder. Uitgangspunt daarbij is wel
                    dat de kwaliteit moet zijn geborgd. </al><al/><al>Om de doelen die verband houden met certificering te realiseren zijn in het
                    Programma eisen benoemd voor zeven elementen:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>De wijze waarop de beheerder vastlegt dat hij aansluit bij de
                            beheerdoelen die zijn vastgelegd in het natuurbeheerplan</al></li><li nr="2."><al>De handelingen waarmee de beheerder de doelen via beheer behaalt</al></li><li nr="3."><al>De basismonitoring</al></li><li nr="4."><al>De evaluatie van het beheer op basis van de basismonitoring en eventuele
                            bijstelling van doelen en beheermaatregelen</al></li><li nr="5."><al>De eigen controle van het beheersysteem</al></li><li nr="6."><al>Aanvullende eisen voor groepscertificaathouders</al></li><li nr="7."><al>De wijze waarop de beheerder projecten opstelt en uitvoert in een
                            projectenprogramma</al></li></lijst><al/><al>Punt 7 is optioneel. Om het certificaat ook van toepassing te laten zijn op
                    projecten, moeten beheerders punt 7 invullen. Overigens zal punt 7 alleen
                    onderwerp van audit </al><al>zijn wanneer de beheerder werkt met projectenprogramma’s, zoals overeengekomen
                    met één of meer provincies. Indien de beheerder dit niet doet, dan geldt de
                    certificering alleen voor de beheersubsidie en de recreatiesubsidie. Punt 6
                    geldt alleen voor houders van een groepscertificaat.</al><al/><al>Hieronder wordt per element aangegeven wat in het kwaliteitshandboek moet worden
                    uitgewerkt.</al><al/><al><cursief>0. Verantwoording aanvraagtitel</cursief></al><lijst><li nr="●"><al>De beheerder geeft aan op welke wijze hij kan aantonen dat hij de
                            aanvraagtitel bezit voor de gronden waarvoor hij subsidieaanvragen doet.
                            Dat kan door te omschrijven hoe de eigendomsadministratie wordt
                            bijgehouden of via een accountantscontrole.</al></li></lijst><al/><al><cursief>1. Bepaling beheerdoelen</cursief></al><lijst><li nr="●"><al>De beheerder gaat uit van de beheertypen die zijn aangegeven in de
                                SNL-subsidiebeschikking;</al></li><li nr="●"><al>De beheerder maakt inzichtelijk op welke wijze hij tot een tabel van
                            beheertypen komt.</al></li></lijst><al/><al><cursief>2. Behalen doelen door middel van beheer</cursief></al><lijst><li nr="●"><al>De beheerder legt de koppeling tussen het beheer en de doelstelling
                            vast, bijvoorbeeld in een beheerplan, een beheerrichtlijn of een
                            beheervisie; </al></li><li nr="●"><al>De beheerder geeft aan hoe ecologische kennis die intern en extern
                            beschikbaar is, benut wordt bij het beheer;</al></li><li nr="●"><al>De beheerder geeft aan welk aanbestedingsbeleid wordt gehanteerd en kan
                            dit desgewenst staven met voorbeelden; </al></li><li nr="●"><al>De beheerder geeft de wijze aan waarop bij het beheer samenwerking met
                            andere beheerders wordt gezocht.</al></li></lijst><al/><al>3. <cursief>Monitoring</cursief></al><lijst><li nr="●"><al>De beheerder beschrijft de werkwijze met betrekking tot de monitoring.
                            Hierover worden separaat afspraken gemaakt met de overheid.</al></li></lijst><al/><al>4. <cursief>Evaluatie beheer</cursief></al><lijst><li nr="●"><al>De beheerder draagt zorg voor een evaluatie van het beheer en maakt
                            daarbij gebruik van resultaten van de monitoring;</al></li><li nr="●"><al> De beheerder brengt in beeld op welke wijze de resultaten van de
                            evaluatie worden benut. </al></li></lijst><al/><al><cursief>5. Eigen controle van het proces</cursief></al><lijst><li nr="●"><al>De beheerder is zelf verantwoordelijk voor controle op het in het
                            kwaliteitshandboek beschreven proces en geeft aan de subsidiegever aan
                            hoe dit plaatsvindt (administratief en fysiek). De onderdelen die
                            daarbij aan de orde komen zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>vastleggen van gebruikstitels en oppervlakten;</al></li><li nr="2."><al>(tijdelijke) pachtovereenkomsten;</al></li><li nr="3."><al>terreinen die worden afgesloten of waar om bepaalde redenen het
                                    beheer niet kan worden uitgevoerd;</al></li><li nr="4."><al>wordt het beheer uitgevoerd op de wijze die binnen de
                                    organisatie is afgesproken</al></li><li nr="5."><al>hoe wordt geborgd dat met het beheer de doelen gerealiseerd
                                    worden.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al><cursief>6. Certificaat samenwerkingsverband natuurbeheer
                    </cursief></al><al>De voorgaande punten uit dit PVE zijn ook van toepassing op de certificaathouder
                    samenwerkingsverband natuurbeheer. Daarnaast gelden nog de volgende
                    punten:</al><lijst><li nr="●"><al>De houder van een groepscertificaat maakt inzichtelijk op welke wijze
                            hij afspraken met deelnemers maakt over de instandhouding van de
                            beheertypen en de controle daarop;</al></li><li nr="●"><al>De houder van een groepscertificaat geeft inzicht hoe hij borgt dat
                            deelnemers de beheertypen in stand houden (inzicht in veldcontrole en
                            administratieve controle) en hoe bij het niet nakomen sanctionering
                            plaatsvindt.</al></li></lijst><al/><al><cursief>7. De wijze waarop de beheerder projecten voor
                        kwaliteitsimpulsen opstelt en uitvoert</cursief></al><al>De beheerder kan aanvragen op projectniveau indienen of, wanneer de provincie
                    die mogelijkheid biedt, op programmaniveau. Indien de gecertificeerde beheerder
                    van deze mogelijkheid gebruik wenst te maken, dienen de onderstaande punten in
                    het kwaliteitshandboek te worden uitgewerkt. Indien de gecertificeerde beheerder
                    op andere wijze met de provincie afspraken maakt over projecten, bijvoorbeeld in
                    de vorm van een meerjarenovereenkomst of op projectniveau, gelden ten aanzien
                    van deze projecten de bepalingen in de overeenkomst of subsidieverordening en is
                    uitwerking in het kwaliteitshandboek niet nodig.</al><lijst><li nr="a."><al>De beheerder gaat bij projecten kwaliteitsimpuls uit van de beheertypen
                            die zijn aangegeven in het provinciale natuurbeheerplan; </al></li><li nr="b."><al>De beheerder geeft aan hoe bij projecten kwaliteitsimpuls een koppeling
                            met provinciale doelen gelegd wordt;</al></li><li nr="c."><al>De beheerder geeft aan op welke wijze binnen zijn organisatie bij
                            formulering, uitvoering en oplevering van projecten kwaliteitsimpuls
                            kwaliteitsborging plaatsvindt; </al></li><li nr="d."><al>De beheerder geeft aan hoe hij garandeert dat de projecten tegen
                            marktconforme prijs worden uitgevoerd;</al></li><li nr="e."><al>De beheerder geeft aan hoe de financiële verantwoording over projecten
                            kwaliteitsimpuls plaatsvindt;</al></li><li nr="f."><al>De beheerder geeft aan hoe hij projecten kwaliteitsimpuls evalueert en
                            hoe wordt omgegaan met de conclusies van evaluaties.</al></li></lijst><al/><al><vet>Toelichting bij het PVE natuurbeheer</vet></al><al/><al><vet>Inleiding </vet></al><al>Het subsidiestelsel voor Natuur- en Landschapsbeheer gaat uit van meer
                    vertrouwen in de beheerder en een vermindering van uitvoeringslasten. De
                    kwaliteit van het beheer van natuur en landschap is bovenal afhankelijk van de
                    deskundigheid, professionaliteit, toewijding en inzet van de beheerders. De
                    provincies willen de borging van de kwaliteit van het beheer dan ook allereerst
                    vormgeven door gebruik te maken van deze kwaliteiten van de beheerders. Daarom
                    hebben de provincies samen met de beheerders een kwaliteitsborgingsysteem
                    ontwikkeld, dat wordt aangeduid met de term „certificering‟. Deze certificering
                    geeft de overheid de zekerheid dat de kwaliteit van het natuurbeheer voldoende
                    geborgd is bij een beheerder. De bedoeling van de provincies is uitdrukkelijk om
                    tot een simpele eigen vorm van certificering te komen, die nauw aansluit bij de
                    huidige werkwijze en systemen van de beheerders en niet bureaucratisch is. Het
                    gaat in feite om een „erkenningseis‟ van professioneel handelen voor
                    natuurbeheer. </al><al/><al>De beheerder legt in een kwaliteitshandboek vast hoe hij invulling geeft aan de
                    eisen uit het PVE. De certificerende organisatie hanteert, in opdracht van de
                    provincies, het PVE als toetsingskader bij de certificering van een
                    beheerder.</al><al/><al>Het aantal eisen is zo beperkt mogelijk gehouden, om te voorkomen dat de
                    lastendruk voor beheerder en overheid te hoog wordt. De beheerder heeft de
                    ruimte om vorm en inhoud van het kwaliteitshandboek aan te laten sluiten op de
                    eigen werkwijze. Het PVE is de leidraad voor de beheerder voor het opzetten en
                    uitwerken van zijn kwaliteitshandboek. Binnen de identieke inhoudsopgave bestaat
                    ruimte voor elke beheerder om zijn eigen werkprocessen te beschrijven. De wijze
                    waarop de certificeringscommissie het kwaliteitshandboek toetst, zal verder
                    worden uitgewerkt in een toetsingsprotocol. </al><al/><al>Niet alle onderdelen uit het PVE zijn voor alle beheerders even relevant. Alle
                    te certificeren beheerders en samenwerkingsverbanden van beheerders dienen
                    onderdeel 1, 2, 4 en 5 uit te werken in het kwaliteitshandboek. Aanvullend wordt
                    onderdeel 3 uitgewerkt door beheerders die zelf basismonitoring wensen uit te
                    voeren. Onderdeel 6 is alleen relevant voor beoogde houders van een certificaat
                    samenwerkingsverband natuurbeheer. Om het certificaat ook van toepassing te
                    laten zijn op projecten, dienen beheerders onderdeel 7 invullen. </al><al/><al><vet>Aansluiting op eigen werkwijze </vet></al><al>Bij de certificering in het Subsidiestelsel Natuur en Landschap wordt zoveel
                    mogelijk aangesloten op de werkwijze en bedrijfsvoering van de
                    natuurbeheerder/organisatie op het terrein van de kwaliteitsborging. Het eigen
                    werkproces van de beheerder is de maat voor de kwaliteitsborging, waarbinnen de
                    beheerder de ruimte krijgt om zelf de eisen uit het programma te implementeren
                    in zijn bedrijfsvoering op die wijze die daarin het beste past. De beheerder is
                    er daarbij wel verantwoordelijk voor dat hij voldoet aan de eisen zoals
                    opgesteld in het programma, maar de manier van invullen is vrij. Om een voor
                    alle beheerders vergelijkbare inhoudsopgave te realiseren, volgt de beheerder
                    daarbij de volgorde van het PVE. </al><al/><al>Voor de kwaliteitseisen uit dit programma die al via andere certificaten zoals
                    FSC, CBF of Milieukeur zijn geborgd, hoeft de beheerder binnen deze
                    certificering geen aanvullende maatregelen te nemen. De kwaliteitseisen van het
                    andere certificaat kunnen dan worden overgenomen met een verwijzing en uitleg in
                    het kwaliteitshandboek.</al><al/><al><vet>(B) Programma van eisen AGRARISCH</vet><vet> NATUURBEHEER</vet></al><al/><al>Dit PVE is beperkt tot een aantal essentiële eisen rond het uitvoeringsproces.
                    Hiermee wordt voorkomen dat de lastendruk voor collectief en overheden toeneemt.
                    Ook biedt dit het collectief de ruimte om zelf te bepalen op welke wijze de
                    kwaliteit van het beheer wordt geborgd. Hierbij gaat het om een goed evenwicht
                    tussen risico-waarborging richting subsidiegever en uitvoeringsruimte voor het
                    collectief. </al><al>Het collectief dient de hieronder opgenomen onderdelen in het kwaliteitssysteem
                    uit te werken en in het kwaliteitshandboek te beschrijven. En vervolgens conform
                    die beschrijving de werkzaamheden in de praktijk uit te voeren.</al><al/><al><vet>Onderdelen PVE en de uitwerking ervan </vet></al><al/><al><vet>1. De wijze waarop het collectief is ingericht en werkt</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Beschrijving van de samenstelling van het collectief, de relatie met de
                            deelnemende beheerders en de Agrarische Natuurverenigingen in het
                            gebied; </al></li><li nr="b."><al>Beschrijving van het gebied (oppervlakte/ begrenzing) waarop het
                            collectief zich richt; </al></li><li nr="c."><al>Beschrijving van de volledig rechtsbevoegde rechtspersoon; </al></li><li nr="d."><al>Beschrijving van de wijze waarop het risico van financiële
                            aansprakelijkheid van bestuurders van het collectief is gedekt; </al></li><li nr="e."><al>Beschrijving van de wijze waarop het kwaliteitssysteem, zoals in het
                            kwaliteitshandboek is vastgelegd, intern wordt bewaakt om voortdurend
                            aan de certificeringeisen te blijven voldoen (bv. interne audit); </al></li><li nr="f."><al>Beschrijving van de datum van afgifte van het certificaat; </al></li><li nr="g."><al>Beschrijving van de functionarissen die verantwoordelijk zijn voor de
                            werkprocessen binnen het collectief, die fungeren als vaste
                            aanspreekpunten voor respectievelijk het Betaalorgaan en de deelnemende
                            beheerders; </al></li><li nr="h."><al>Beschrijving van de wijze van contracteren van derden<extref doc="#_ftn1">[1]</extref> (zijnde niet beheerders) voor het
                            uitvoeren van beheerwerkzaamheden; </al></li><li nr="i."><al>Beschrijving van de wijze waarop de resultaten van door of namens de
                            provincie uitgevoerde controles aan de betreffende beheerder wordt
                            teruggekoppeld; </al></li><li nr="j."><al>Beschrijving van de klachtenregeling inclusief de wijze waarop de
                            objectiviteit en onafhankelijkheid van een klachtencommissie gewaarborgd
                            is.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>2. De wijze waarop het collectief de administratie heeft georganiseerd
                    </vet></al><lijst><li nr="a."><al> Beschrijving van het administratieve systeem met de opzet van
                            administreren, de momenten van vastlegging, de vast te leggen gegevens
                            en de toegankelijkheid van de administratie voor audits van de
                            certificeringscommissie. De administratieve beheer- en controlestructuur
                            moet de naleving van de subsidievoorwaarden borgen. Zaken die worden
                            vastgelegd in de administratie zijn: </al><lijst><li nr="-"><al> de lijst </al></li><li nr="-"><al>met alle deelnemers; </al></li><li nr="-"><al>de contracten met de deelnemers; </al></li><li nr="-"><al> de GIS-gegevens voor het geografisch vastleggen van
                                    overeengekomen/verrichte prestaties per perceel; </al></li><li nr="-"><al> Als de uitvoering in de beheerpraktijk wordt aangepast t.o.v.
                                    van de vastgelegde uitvoering in de gebiedsaanvraag, dan dient
                                    dit vooraf als mutatie te worden doorgevoerd in het
                                    administratiesysteem; </al></li><li nr="-"><al> de gegevens vastgelegd bij interne audits; </al></li><li nr="-"><al> de betalingsopdrachten en accountantscontrole.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al> Beschrijving van de wijze waarop wordt geregeld dat alle stukken die
                            betrekking hebben op de gebiedsaanvraag en het betaalverzoek tenminste
                            tot 5 jaar na de laatste betaling bewaard blijven. Het origineel van de
                            getekende contracten dient bewaard te blijven. Digitale stukken kunnen
                            digitaal worden bewaard, maar moeten eenduidig opvraagbaar en
                            beschikbaar zijn. Deze bewaarplicht geldt ook voor alle mutaties die in
                            de looptijd hebben plaats gevonden en herleidbaar moeten zijn voor uit
                            te voeren EU audits (zogenaamde audit trail). </al></li></lijst><al/><al><vet>3. De wijze waarop het collectief contracten afsluit met deelnemende
                        beheerders</vet></al><al>Beschrijving van de wijze waarop met deelnemende beheerders afspraken<extref doc="#_ftn2">[2]</extref> voor het leveren van prestaties uit de
                    gebiedsaanvraag/beschikking worden gemaakt. Het ondertekende contract maakt deel
                    uit van de administratie.</al><al/><al><vet>4. De wijze waarop het collectief de interne controle in het veld (schouw)
                        heeft georganiseerd op de naleving van de afspraken/prestaties</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Beschrijving van het controleprotocol en de wijze van vastleggen van de
                            bevindingen van de schouw (controle in het veld) in het
                            administratiesysteem. De interne controle staat los van de controles die
                            door of namens de provincie uitgevoerd worden. Gestreefd wordt door het
                            collectief en de overheden naar een meervoudig gebruik van de verzamelde
                            gegevens. De verzamelmethodieken zullen dan wel op elkaar worden
                            afgestemd zodat de verzamelde data ook voor monitoring en controle door
                            overheden kunnen worden gebruikt; </al></li><li nr="b."><al>Beschrijving van de wijze waarop het collectief het objectief en
                            onafhankelijk beoordelen via de interne veldcontrole heeft geregeld.
                        </al></li></lijst><al/><al><vet>5. De wijze waarop het collectief sancties oplegt aan gecontracteerde
                        beheerders</vet></al><lijst><li nr="a."><al> Beschrijving van de wijze waarop wordt gehandeld bij het niet naleven
                            van contractuele afspraken door beheerders (in gebreke blijven of
                            onrechtmatigheden) en hoe intern sancties worden opgelegd. </al></li><li nr="b."><al> Beschrijving van de wijze waarop het collectief kortingen, die het
                            Betaalorgaan op basis van Europese en nationale regelgeving oplegt,
                            verwerkt in zijn administratie in afstemming met zijn gecontracteerde
                            beheerders. </al></li><li nr="c."><al>Beschrijving van de wijze waarop het collectief een sanctie
                            voor cross compliance<extref doc="#_ftn3">[3]</extref> van een
                            deelnemende agrariër int, naar rato van de betaling van het collectief
                            aan de agrariër van een door de Europese Unie meegefinancierde
                            activiteit binnen het agrarisch natuur- en landschapsbeheer. </al></li></lijst><al/><al><vet>6. De wijze waarop het collectief betalingen verricht aan gecontracteerde
                        beheerders</vet></al><lijst><li nr="a."><al> Beschrijving van de wijze waarop betalingen worden uitgevoerd aan
                            gecontracteerde beheerders. Het gaat daarbij om de opdracht tot
                            betaling, gegeven door een gemachtigde in het collectief, waarop is
                            aangegeven: </al><lijst><li nr="-"><al>Naam, adres, en KVK of BIN/BSN nummer en IBAN-rekeningnummer van
                                    de begunstigde; </al></li><li nr="-"><al>Het bedrag dat overgemaakt dient te worden inclusief de
                                    termijnen van de betalingen; </al></li><li nr="-"><al>De prestaties waarvoor de betalingen worden verricht; </al></li></lijst></li><li nr="b."><al> Naam en handtekening gemachtigde die handelt namens bestuur. </al><al>b. Beschrijving van de wijze waarop jaarlijks een totaal overzicht wordt
                            gemaakt over de betalingen per gecontracteerde beheerder. </al></li></lijst><al/><al><vet>7. De wijze waarop het collectief de realisatie van prestaties verantwoordt
                        (als onderbouwing van het betaalverzoek) </vet></al><lijst><li nr="a."><al>Beschrijving van de wijze waarop wordt bepaald hoe op gebiedsniveau de
                            samenhang in maatregelen ten behoeve van de soorten in de leefgebieden
                            is bereikt. </al></li><li nr="b."><al>Beschrijving van de wijze waarop verbeteringen in de toepassing van
                            maatregelen worden doorgevoerd op basis van veldwaarnemingen en
                            controleresultaten in relatie tot de beoordelingscriteria van de
                            gebiedsaanvraag.</al></li></lijst><al/><al><vet>8. De wijze waarop het collectief borgt dat medewerkers en beheerders voor
                        hun taken bekwaam worden, zijn en blijven (kennis en vaardigheden borgen
                        d.m.v. een kennisinfrastructuur)</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Beschrijving van de wijze waarop het collectief zorgt dat de taken en
                            rollen binnen het collectief (medewerkers en beheerders) op bekwame
                            wijze worden uitgevoerd en dat deze bekwaamheid op niveau wordt
                            gehouden. Het gaat daarbij o.a. om kennis en vaardigheden op gebied van
                            organiseren, administratie, (EU-)regelingen, controle,
                            ecologie/hydrologie en uitvoering van het beheer. </al></li><li nr="b."><al>Beschrijving van de wijze waarop het collectief de inzichten die
                            ontstaan bij het beheer op gebiedsniveau benut om de beheerders te
                            ondersteunen bij het uitvoeren van het beheer op bedrijfsniveau.
                            </al></li></lijst><al/><al><vet>Toelichting bij het PVE agrarisch natuurbeheer 2016</vet></al><al/><al><vet>Inleiding</vet></al><al>Vanaf 1 januari 2016 is een agrarisch collectief eindbegunstigde voor de
                    subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer, en niet meer de individuele
                    agrariër. <cursief>Een collectief is een samenwerkingsverband in een begrensd
                        gebied dat bestaat uit agrariërs en andere gebruikers van landbouwgrond.
                    </cursief>Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet het agrarisch collectief
                    zijn gecertificeerd. Voor de certificering is het nodig dat de overheid (IPO/EZ)
                    een PVE opstelt, waaraan een collectief moet voldoen. Dat zijn vooral eisen die
                    te maken hebben met de EU-conformiteit van de vernieuwde regeling. Op basis van
                    het PVE heeftde SCAN (Stichting Collectief Agrarisch Natuurbeheer) een
                    model-kwaliteitshandboek opgesteld. Vervolgens kan elk collectief op basis van
                    dat model een -op de eigen organisatie en werkwijze toegesneden-
                    kwaliteitshandboek maken. Dat handboek wordt vervolgens aan de
                    certificeringscommissie voorgelegd en die verleent, na een positieve
                    beoordeling, het collectief een certificaat. </al><al/><al><vet>Algemene eisen aan een doeltreffend en doelmatig collectief </vet></al><al>Er zit een groot verschil in taak en rol van de huidige agrarische
                    natuurverenigingen in vergelijking met die van het agrarisch collectief per 1
                    januari 2016 op grond van het Vernieuwde stelsel Agrarisch Natuur- en
                    Landschapsbeheer 2016. Daarom hebben de twaalf provincies, de koepels van
                    agrarische natuurverenigingen en IPO/EZ in september 2013 gezamenlijk
                    uitgangspunten vastgesteld voor de vorming van collectieven in de provincies. </al><al/><al>De kern van het vernieuwde stelsel is een collectieve benadering voor een
                    ecologisch meer effectief agrarisch natuur- en landschapsbeheer in die gebieden
                    waar dit het meest kansrijk is qua verbetermogelijkheden van de habitat van de
                    doelsoorten. Daarbij spelen ook de intensiteit van de landbouw in het landschap
                    waarin de maatregelen worden uitgevoerd en de structuur en diversiteit van
                    datzelfde landschap een rol. Waar beheer niet effectief kan zijn, is in het
                    kader van dit stelsel geen collectief nodig. In potentieel kansrijke gebieden
                    zijn vervolgens het aantal participerende boeren c.q. het aantal hectares onder
                    beheer en de ruimtelijke verspreiding daarvan belangrijke factoren waar een
                    collectief op in zet om een positief effect op de biodiversiteit ook
                    daadwerkelijk te bereiken. Het beheer, gericht op groepen van soorten in hun
                    leefgebieden, wordt zo uitgevoerd dat de maatregelen die voor één belangrijke
                    doelsoort worden genomen, ook ten goede komen aan de andere soorten. Om de
                    maatregelen op leefgebiedenniveau effectief uit te kunnen voeren, is een zekere
                    gebiedsomvang nodig. Die gebiedsomvang wordt bepaald door de eisen die de
                    doelsoorten aan hun leefgebied stellen en waarvoor leefgebieden optimaal worden
                    ingericht en beheerd. </al><al/><al>Verder moeten de uitvoeringskosten en de administratieve lasten drastisch worden
                    beperkt door een efficiënte inzet van de beperkte middelen. Binnen het
                    beschikbare budget wordt gestreefd naar relatief lage kosten en meer geld voor
                    beheer door de deelnemende boeren. <cursief>Het collectief hanteert als
                        richtlijn een omvang van 15% van de subsidie als dekking voor de
                        transactiekosten. </cursief></al><al/><al>Eisen, gesteld voor doeltreffendheid en doelmatigheid, leiden tot een structuur
                    met een beperkt aantal robuuste collectieven per provincie, die voldoende
                    schaalgrootte voor kritieke massa aan deskundigheid, routine en “omzet” hebben
                    (bijvoorbeeld 1,5 tot 2 miljoen euro per jaar) voor een efficiënte organisatie
                    met beperkte overhead om een kwalitatief goede uitvoering te organiseren van het
                    agrarisch natuur- en landschapsbeheer in het gebied. </al><al/><al><vet>Eisen vanuit nieuwe taken als collectief </vet></al><al>De nieuwe taken van een agrarisch collectief (in vergelijking met de
                    werkzaamheden bij een huidige agrarische natuurvereniging) stellen hoge eisen
                    aan de organisatie en werkwijze van het collectief, maar ook aan de kwaliteit en
                    competenties van bestuursleden en medewerkers van het collectief en de
                    deelnemende boeren. </al><al>Het gaat hierbij om de volgende nieuwe taken: </al><lijst><li nr="●"><al> Sturen op aansluiting van maatregelen bij doelen, op samenhang en
                            flexibiliteit in maatregelen en locaties in de tijd, en op continuïteit
                            van maatregelen in de jaren; </al></li><li nr="●"><al>Sturen op het daadwerkelijk leveren van de afgesproken prestaties<extref doc="#_ftn4">[4]</extref> door het mobiliseren en ondersteunen van
                            deelnemende boeren en andere grondgebruikers; </al></li><li nr="●"><al>Professioneel gesprekspartner zijn voor andere beheerders en overheden
                            in gebiedsprocessen onder regie van de provincie; </al></li><li nr="●"><al>Effectief relatiebeheer; </al></li><li nr="●"><al>Een kwalitatief goede gebiedsaanvraag opstellen, die is afgestemd met
                            gebiedspartijen en heldere na te streven doelen bevat; </al></li><li nr="●"><al>Als eindbegunstigde voldoen aan de hoge (Europese) eisen van
                            accountability; dit is het verantwoorden van de wijze van handelen bij
                            de uitvoering van het agrarisch natuur- en landschapsbeheer; </al></li><li nr="●"><al>Contractpartner zijn van provincie/Rijksdienst Voor Ondernemend
                            Nederland (RVO.nl) aan de voordeur met verantwoordelijkheid voor de
                            zakelijke verplichtingen en de reputatie en legitimatie als
                            gebiedsverantwoordelijke; </al></li><li nr="●"><al>Contractpartner van deelnemende agrariërs zijn aan de achterdeur met
                            verantwoordelijkheid voor de betreffende zakelijke verplichtingen; </al></li><li nr="●"><al>Beschikken over administratieve en financiële systemen die effectief
                            corresponderen met die van de RVO.nl; </al></li><li nr="●"><al>Uitvoeren van veldcontroles en daarbij -zo nodig- optreden tegen in
                            gebreke blijvende deelnemende boeren/ grondgebruikers; </al></li><li nr="●"><al>Organiseren van kwaliteitsborging via certificering en voortgaande
                            kwaliteitsverbetering door te leren van experimenteren en van andere
                            collectieven en kennispartners door het uitwisselen van kennis. </al></li></lijst><al/><al><vet>Certificeren: vertrouwen in de beheerder </vet></al><al>Het vernieuwde stelsel gaat uit van vertrouwen in het collectief als natuur- en
                    landschapsbeheerder in een agrarisch cultuurgebied. Dat vertrouwen is gericht op
                    het vergroten van de effectiviteit én van de efficiency in transactie- en
                    uitvoeringskosten. De kwaliteit van het beheer van natuur en landschap is in
                    sterke mate afhankelijk van de deskundigheid van alle betrokkenen bij een
                    collectief. De kwaliteit van het beheer wordt zodanig geborgd, dat rijk en
                    provincies daaraan het vertrouwen ontlenen dat de risico’s die bij het beheer
                    via de subsidieregeling spelen, beheerst worden. Belangrijk is ook de
                    efficiëntie in kosten binnen het collectief die bereikt wordt door het zo
                    efficiënt mogelijk organiseren van de werkzaamheden, waardoor er zo veel
                    mogelijk geld beschikbaar is voor de uitvoering. </al><al/><al>De kwaliteitsborging vindt plaats via certificering. In het PVE geeft de
                    subsidiegever (de provincie) aan, aan welke eisen een collectief moet voldoen om
                    voor certificering in aanmerking te komen. De stichting Certificering SNL
                    hanteert, conform de provinciale Uitvoeringsregeling Stichting Certificering
                    SNL, het PVE als toetsingskader bij de certificering van het collectief. </al><al>Het collectief werkt in een eigen kwaliteitssysteem uit hoe zij deze eisen
                    invult en legt dit vervolgens vast in een kwaliteitshandboek. De met de EU
                    conformiteit gerelateerde financiële risico’s worden zo via het
                    kwaliteitssysteem beheerst. Het kwaliteitssysteem in het handboek wordt
                    beoordeeld door de Certificeringscommissie SNL. Bij een positief oordeel wordt
                    het certificaat verleend. Het certificaat is het bewijs dat het collectief haar
                    eigen werkwijze heeft geprofessionaliseerd en de kwaliteit ervan borgt. Zo geeft
                    het certificaat de overheid het vertrouwen dat de kwaliteit van het agrarisch
                    natuur- en landschapsbeheer procedureel voldoende geborgd is bij het collectief.
                    En met het verlenen van het certificaat erkent de provincie ook het agrarische
                    collectief als uitvoerende beheerorganisatie. </al><al>Bij een audit van de Certificeringscommissie SNL, na het verstrekken van het
                    certificaat, wordt de naleving van werkwijze en afspraken conform het
                    kwaliteitshandboek van het collectief in de werkpraktijk beoordeeld. </al><al/><al><vet>Aansluiting op eigen werkwijze </vet></al><al>Een collectief kiest haar eigen wijze van werken en de organisatie die bij het
                    collectief past. Wel dient de kwaliteit van de eigen werkwijze geborgd te
                    worden. Dit is vooral ook bedoeld om de wijze van werken waar nodig te kunnen
                    verbeteren. Het collectief heeft de ruimte om zelf de eisen uit het PVE in te
                    vullen op de wijze die het best binnen de bedrijfsvoering past. Het collectief
                    is dus verantwoordelijk voor het voldoen aan de eisen zoals opgesteld in dit
                    PVE, maar de manier van invullen is vrij. </al><al/><al>Bij de kwaliteitsborging staan de werkprocessen, de systemen, protocollen en
                    werkwijzen van de organisatie van het collectief centraal. En dit geldt ook voor
                    de competenties (kennis en vaardigheden) van de medewerkers en agrarische
                    beheerders die deze werkprocessen uitvoeren c.q. daar verantwoordelijk voor
                    zijn. De inhoud van het kwaliteitssysteem, beschreven in het kwaliteitshandboek,
                    is afhankelijk van de werkwijze en de organisatie van het collectief. De
                    ervaring vanuit de GLB pilots leert dat het eigen kwaliteitssysteem vaak verder
                    is uitgewerkt dan dit PVE vraagt. </al><al/><al>De Certificeringcommissie SNL wil graag het kwaliteitssysteem van een collectief
                    op uniforme wijze toetsen. Daarom is het nodig dat alle collectieven een
                    vergelijkbare volgorde hanteren in hun kwaliteitshandboek in lijn met de
                    volgorde van de eisen in dit Programma. Het model-kwaliteitshandboek, dat is
                    ontwikkeld door de SCAN, kan daarbij helpen. De vergelijkbare opzet is ook
                    handig voor informatie-uitwisseling tussen collectieven en beperkt bovendien de
                    uitvoeringskosten van de commissie. Dit laat onverlet dat binnen die
                    vergelijkbare volgorde elk collectief zijn eigen werkprocessen beschrijft en hoe
                    daarin de eisen zijn verwerkt. Uitgangspunt is steeds dat de kwaliteit van de
                    eigen wijze van werken van alle uitvoerenden in het collectief wordt geborgd. </al><al/><al><vet>De vernieuwde Subsidieverdeling Natuur- en Landschapsbeheer 2016
                    </vet></al><al>De Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer 2016 wordt per provincie
                    vastgelegd op basis van een modelverordening voor alle provincies. In de
                    verordening worden onder meer de eisen beschreven waaraan een gebiedsaanvraag en
                    een verantwoording <cursief>en/of </cursief>betalingsverzoek moeten voldoen om
                    de beoordelingsprocedure en de uitbetaling bij provincie c.q. de RVO.nl zo
                    effectief en efficiënt mogelijk te laten verlopen. Bij de eisen aan de
                    gebiedsaanvraag gaat het over de wijze van samenwerking en afstemming van het
                    collectief binnen haar werkgebied met gebiedspartners (waaronder natuur- en
                    landschapsorganisaties, waterschap en gemeenten) en de samenwerking en
                    afstemming met aangrenzende collectieven ten behoeve van gebiedsgrenzen
                    overschrijdende optimale uitvoering van het beheer.</al><al/><al>Dit PVE benoemt de eisen waaraan een collectief moet voldoen om voor
                    certificering in aanmerking te komen. Als onderdelen van het kwaliteitssysteem
                    al worden geborgd via een andere door de subsidiegever erkende certificaatvorm
                    (bijv. CBF of Milieukeur), dan gelden deze certificaten en kan daar in het
                    kwaliteitshandboek naar worden verwezen.</al><al/><al><extref doc="#_ftnref1">[1]</extref> b.v. loonbedrijf, aannemer of groenbedrijf,
                    maar ook opdrachtnemers voor veldinventarisatie</al><al><extref doc="#_ftnref2">[2]</extref> In een deelnemerscontract is minimaal
                    opgenomen: </al><lijst><li nr="-"><al>Naam, adres, BRS-nummer en KVK of BIN/BSN nummer van de deelnemer; </al></li><li nr="-"><al>Te leveren prestatie, inclusief de duur, het aantal eenheden en locatie
                            op kaart; </al></li><li nr="-"><al>Het naleven van alle aan de prestatie verbonden voorwaarden/
                            beheermaatregelen, inclusief voorwaarden over voor het (niet) gebruik
                            van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen; </al></li><li nr="-"><al>De meldingsplicht van de deelnemer om het collectief vooraf op de hoogte
                            te stellen van: </al><lijst><li nr="°"><al> de afgesproken prestatie niet geleverd kan worden met opgave
                                    van reden; </al></li><li nr="°"><al> wijzigingen in de bedrijfssituatie die van invloed zijn op de
                                    naleving van de contractverplichtingen. </al></li></lijst></li><li nr="-"><al>Instemming met het uitvoeren van controles, meewerken aan voor het
                            gebiedsbeheer relevante wetenschappelijke onderzoeken en deelnemen aan
                            kennisactiviteiten die de kwaliteit van het beheer kunnen
                            verbeteren;</al></li><li nr="-"><al>Instemming met de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de deelnemers
                            voor de realisatie van de afgesproken prestaties van het collectief
                            zoals vastgelegd in de beschikking (lusten en lasten);</al></li><li nr="-"><al>Instemmen met de individuele borgstelling voor maximaal het te ontvangen
                            bedrag opgehoogd met een omslag voor de transactiekosten van het
                            collectief.</al></li></lijst><al><extref doc="#_ftnref3">[3]</extref> ter illustratie: wanneer een agrarisch
                    collectief in het jaar 2017 € 100 aan een beheerder betaalt en € 50 aan een
                    aannemer, voor het onderhoud van bijvoorbeeld een landschapselement, dan wordt
                    bij een sanctie bij de beheerder vanwege een cross compliance -overtreding van
                    5%, het agrarisch collectief een sanctie opgelegd van € 5.</al><al><extref doc="#_ftnref4">[4]</extref> Een <vet>prestatie </vet>is het volbrengen
                    van een gesteld doel of verplichting. De prestatie wordt gemeten of
                    vastgesteld.</al></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr/><titel/></kop><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>Op de website van het portaal Natuur en Landschap
                    (http://www.portaalnatuurenlandschap.nl/themas/subsidiestelsel-natuur-en-landschapsbeheer/certificering-natuur-en-landschap/organisatie/)
                    staan de gegevens opgesomd die een aanvrager van een certificaat aanlevert aan
                    de Stichting Certificering SNL. </al><al/><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>Voor de certificering hebben Gedeputeerde Staten twee aparte Programma’s van
                    Eisen opgesteld (PVE). Het ene PVE heeft betrekking op certificaten agrarisch
                    natuurbeheer. Het andere PVE betreft certificaten natuurbeheer en certificaten
                    samenwerkingsverband natuurbeheer. Vanwege deze aparte PVE’s bevat dit artikel
                    twee leden. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>