<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR378120_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening gemeente Sliedrecht 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sliedrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sliedrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het gemeenteblad, 29 september 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Sliedrecht 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 212 Gemw</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële Verordening gemeente Sliedrecht 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Versie geldig vanaf </vet></al><al><vet>1 januari 2016</vet></al><al/><al>De raad der gemeente Sliedrecht;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.
                        2 juni 2015;</al><al>gelet op de artikel 212 van de Gemeentewet;</al><al><vet><onderstreept>besluit.:</onderstreept></vet></al><al>vast te stellen:</al><al><vet>Financiële Verordening gemeente Sliedrecht 2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de
                                    gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse
                                    verantwoordelijkheid aan het college;</al></li><li nr="-"><al>inkomsten: totaal van de baten voor onttrekking reserves;</al></li><li nr="-"><al>netto schuld: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke
                                    bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder
                                    bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen,
                                    kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder
                                    geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke
                                    taak wordt verstaan het totaal van langlopende uitzettingen,
                                    vorderingen, liquide middelen en overlopende activa;</al></li><li nr="-"><al>overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke
                                    rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met
                                    rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere
                                    publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te
                                    bepalen of een onderneming in de vorm van een
                                    personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon deelneemt;</al></li><li nr="-"><al>Thema: onderdeel van een programma bestaande uit een samenstel
                                    van een aantal samenhangende producten of een enkel product van
                                    de productenraming en productenrealisatie. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een
                                programma-indeling voor die raadsperiode vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op basis van de
                                door het college aan de programma’s toegewezen producten de
                                onderverdeling van de programma’s in thema’s
                                    vast<cursief>.</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante
                                indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van
                                verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en
                                diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke
                                beleid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke
                                onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen
                                in de begroting en rekening kaders wil stellen en wil worden
                                geïnformeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en
                                baten per thema weergegeven en bij de jaarstukken worden onder elk
                                van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per thema
                                weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt
                                van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                                investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende
                                investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming
                                van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar
                                weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in
                                aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het
                                Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht
                                gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de
                                begroting, de meerjarenraming en de investeringen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige
                                projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten
                                en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt voor het zomerreces aan de raad een Kadernota aan
                                met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de
                                begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De
                                raad stelt deze nota voor het zomerreces vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de begroting wordt een post onvoorzien van 0,1% van de totale
                                lasten voor resultaatsbestemming opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en
                                de lasten per thema.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe
                                investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor
                                autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige
                                nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het
                                vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het
                                college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde
                                budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het
                                beleid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het
                                vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college
                                vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel
                                met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet
                                aan de raad voor.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente na
                                drie, vijf, acht en tien maanden van het lopende boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tussentijdse rapportages geven een beeld van de financiële
                                realisatie op themaniveau. Deze hoofdlijnenrapportages leiden niet
                                tot een financiële bijstelling van budgetten. Begrotingswijzigingen
                                worden verwerkt in de kaderstellende documenten (kadernota,
                                begroting).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De derde tussentijdse rapportage geeft naast de financiële
                                realisatie ook inzicht in de voortgang van ‘wat gaan we daarvoor
                                doen’-vraag uit de begroting. De beleidsvoortgang wordt op
                                hoofdlijnen gerapporteerd, gevolgd door een bijpraatsessie in de
                                raad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de budgetrapportages worden afwijkingen op het saldo van de
                                oorspronkelijke ramingen van thema’s groter dan € 25.000 per thema
                                toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Er wordt twee keer per jaar over de voortgang van de projecten
                                gerapporteerd. Deze informatie wordt verwerkt in de jaarrekening en
                                begroting, gevolgd door een bijpraatsessie in de raad.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Materiële vaste activa met een meerjarig maatschappelijk nut worden
                                onder aftrek van bijdragen van derden geactiveerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en
                                de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij
                                deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste
                                van de exploitatie gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college biedt de raad eens in de vier jaar een Nota Activabeleid
                                aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt ten
                                minste:</al><lijst><li nr="a."><al>regels omtrent het aanvragen en uitvoeren van
                                        investeringskredieten;</al></li><li nr="b."><al>de methoden van waarderen;</al></li><li nr="c."><al>een overzicht van de gehanteerde
                                        afschrijvingsmethodieken;</al></li><li nr="d."><al>een overzicht van de gehanteerde de
                                        afschrijvingstermijnen;</al></li><li nr="e."><al>de rentesystematiek.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Voorziening voor dubieuze debiteuren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een
                                voorziening dubieuze debiteuren gevormd op basis van een beoordeling
                                op inbaarheid van de openstaande vorderingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor openstaande vorderingen betreffende gemeentelijke aanslagen,
                                heffingen wordt, met uitzondering van individuele vorderingen groter
                                dan € 25.000, een voorziening dubieuze debiteuren gevormd ter
                                grootte van het historische percentage van oninbaarheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt de raad eens in de vier jaar een Nota Reserves en
                                Voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en
                                behandelt ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding van voorzieningen; en</al></li><li nr="c."><al>de rentetoerekening aan reserves en voorzieningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor
                                een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het specifieke doel van de reserve;</al></li><li nr="b."><al>de voeding van de reserve;</al></li><li nr="c."><al>de maximale hoogte van de reserve; en</al></li><li nr="d."><al>de maximale looptijd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen
                                de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een
                                investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de
                                algemene reserve toegevoegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en
                                diensten van de gemeente, die worden geleverd aan overheidsbedrijven
                                en derden, wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij
                                de kostentoerekening worden naast de directe kosten de indirecte
                                kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de
                                gemeente verleende diensten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van
                                voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken
                                activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor
                                rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele belasting over
                                de toegevoegde waarde (BTW) en de kosten van het
                                kwijtscheldingsbeleid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de inzet van materiële activa worden naast directe kosten,
                                indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de
                                financiering van het actief toegerekend. Deze rente is een
                                vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen vermogen.
                                De rentepercentages voor deze vergoeding worden bij de behandeling
                                van de begroting vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de levering van goederen, diensten of werken aan
                                overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten
                                de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt
                                tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij
                                afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten
                                afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek
                                belang van de activiteit wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven
                                en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in
                                rekening. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor
                                een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of
                                garantie wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan
                                overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding
                                van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte
                                middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor
                                een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de
                                kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Raadbesluiten met de motivering van het publiekbelang als bedoeld in
                                de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van:</al><lijst><li nr="a."><al>leveringen van goederen, diensten of werken en het
                                        verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere
                                        overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn
                                        bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die
                                        andere overheid;</al></li><li nr="b."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij
                                        wet opgedragen publiekrechtelijke taak;</al></li><li nr="c."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een
                                        toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor
                                        prijsvoorschriften gelden;</al></li><li nr="d."><al>een bevoordeling van sociale werkplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al></li><li nr="f."><al>een bevoordeling van publieke media-instellingen; en</al></li><li nr="g."><al>een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
                                        staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese
                                        Unie en daarmee verenigbaar is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van
                                de gemeentelijke tarieven voor de belastingen en heffingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren
                                en erfpachten ten opzichte van de kaders uit de nota vooraf een
                                besluit voor aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt de raad eens in de vier jaar een Nota
                                Treasurystatuut aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en
                                behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al>regels omtrent het aantrekken van middelen;</al></li><li nr="b."><al>regels omtrent het gebruik van complexe financiële
                                        producten;</al></li><li nr="c."><al>het informeren van de raad als de kastgeldlimiet, bedoeld in
                                        artikel 1, onder f, van de Wet financiering decentrale
                                        overheden, of de wettelijke renterisiconorm, bedoeld in
                                        artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale
                                        overheden, dreigt te worden overschreden;</al></li><li nr="d."><al>regels omtrent het verstrekken van leningen, garanties en
                                        risicodragend kapi taal.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Weerstandsvermogen en risicobeheersing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt de raad eens in de vier jaar een Nota
                                Weerstandsvermogen en risicobeheersing aan. Deze nota wordt door de
                                raad vastgesteld en behandelt ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>regels omtrent het inventariseren van risico’s;</al></li><li nr="b."><al>een rekenmethode voor het bepalen van het aan de risico
                                        gerelateerde weerstandscapaciteit;</al></li><li nr="c."><al>regels voor de berekening van de weerstandscapaciteit;</al></li><li nr="d."><al>regels omtrent het bepalen van de gewenste minimale
                                        weerstandscapaciteit en/of –ratio.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>In de paragraaf Financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting
                            en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:</al><lijst><li nr="a."><al>de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het
                                    verschuldigde rentepercentage;</al></li><li nr="b."><al>de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het
                                    verschuldigde rentepercentage;</al></li><li nr="c."><al>de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de
                                    komende vier jaar;</al></li><li nr="d."><al>de rentevisie voor de komende vier jaar.</al><lijst><li nr="2."><al>Daarnaast worden de volgende gegevens ook opgenomen in
                                            deze paragraaf:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>de solvabiliteitsratio;</al></li><li nr="b."><al>de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner;</al></li><li nr="c."><al>de ontwikkeling van de netto schuld als percentage van de
                                    gemeentelijke inkomsten;</al></li><li nr="d."><al>de ontwikkeling van de som van de voorraden bouwgrond, de
                                    voorraden onderhanden werk en overige voorraden als percentage
                                    van de gemeentelijke inkomsten;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Weerstandsvermogen &amp; risicobeheersing</titel></kop><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het in beeld brengen van de weerstandscapaciteit van de gemeente
                            wordt beoordeeld of de gemeente bij een risicoscenario de
                            schuldverplichtingen in de toekomst kan blijven nakomen zonder dat de
                            uitgaven aan en de investeringen in noodzakelijke publieke voorzieningen
                            in de knel komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
                                onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond
                                van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording
                                provincies en gemeenten in ieder geval op:</al><lijst><li nr="a."><al>de voortgang van het geplande onderhoud;</al></li><li nr="b."><al>de omvang van het achterstallig onderhoud; en</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad tenminste eens in de vijf jaar een
                                onderhoudsplan openbare ruimte aan. Het plan geeft het kader weer
                                voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en
                                de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen,
                                kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het plan vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college biedt de raad tenminste eens in de vijf jaar een
                                gemeentelijk rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader weer voor
                                het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de
                                uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud en de
                                eventuele uitbreidingen. De raad stelt het plan vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college biedt de raad tenminste eens in de acht jaar een
                                onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het te
                                plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke
                                gebouwen. De raad stelt het plan vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van
                            het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder
                            geval op:</al><lijst><li nr="a."><al>de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en
                                    de loonkosten;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van inhuur derden;</al></li><li nr="c."><al>de huisvestingskosten;</al></li><li nr="d."><al>de automatiseringskosten;</al></li><li nr="e."><al>de budgetten voor de raad, de griffie, de rekenkamer en de
                                    accountant</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt
                                het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel van
                                16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten in ieder geval op:</al><lijst><li nr="a."><al>het verloop van de grondvoorraad;</al></li><li nr="b."><al>de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een Nota
                                Grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt
                                aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                                        gemeente;</al></li><li nr="b."><al>te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al></li><li nr="c."><al>het verloop van de grondvoorraad;</al></li><li nr="d."><al>de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Financiele organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Administratie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in
                                    ieder geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en
                                            processen in de gemeente als geheel en inde
                                            afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                            omvang van de va te activa,voorraden, vorderingen,
                                            schulden, contracten;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                            budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                            kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking
                                    tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de
                                    maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
                                    wet- en regelgeving; en</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                    begroting en relevante wet- en regelgeving.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder administratie wordt verstaan het systematisch
                                            verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van
                                            informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en
                                            beheersen van de gemeentelijke organisatie en de
                                            verantwoording die daarover moet worden afgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt zorgt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de interne regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening 
                                    van de financieringsfunctie;</al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties,
                            de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de
                            voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;</al></li><li nr="f."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en
                            baten aan de producten van de productenraming en de productenrealisatie;</al></li><li nr="g."><al>het beleid en de interne regels voor de inkoop en de
                                    aanbesteding van goederen, werken en diensten;</al></li><li nr="h."><al>het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de
                                    toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
                                    en</al></li><li nr="i."><al>het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik
                                    en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                                    eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en
                                    verantwoording wordt voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                                jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de
                                Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                                balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de
                                Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid
                                van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                                beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen
                                tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie
                                en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de
                                gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de
                                uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de
                                opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van
                                crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en
                                bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in
                                de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de
                                tekortkomingen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Intrekken oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><al>De verordening op de inrichting van de financiële organisatie, het
                            financiële beheer en de uitgangspunten van het financiële beleid van de gemeente Sliedrecht
                            wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op
                            de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het
                            begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in
                            werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en
                            bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar
                            waarin deze verordening in werking treedt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2016.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening
                                    gemeente Sliedrecht 2015.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente
                        Sliedrecht op 23 juni 2015.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. R.P.A. van Aalst drs. A.J.P. van Hemmen </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>