<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR378100_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Oost Gelre</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oost Gelre</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oost Gelre</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.officiëlebekendmaking.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Oost Gelre</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 6 Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-09-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-09-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-05-14</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>22.09.2015/7</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>verordening loonkostensubiside Participatiewet</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Oost Gelre</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Oost Gelre; </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van augustus 2015; </al><al/><al>gelet op artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet; </al><al>gelet op de ministeriële regeling van 6 oktober 2014 tot het stellen van
                        nadere regels ten aanzien van de verstrekking van loonkostensubsidie; </al><al>gelet op de ministeriële regeling van 10 oktober 2014 tot het stellen
                        van nadere regels voor de loonwaardebepaling in het kader van de
                        Participatiewet; </al><al/><al>besluit vast te stellen de </al><al><vet>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Oost Gelre.
                    </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Vaststelling wie tot de doelgroep loonkostensubsidie
                                behoort</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
                                loonkostensubsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: </al><lijst><li nr="a."><al>een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven
                                        in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                                        Participatiewet; </al></li><li nr="b."><al>die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het
                                        wettelijk minimumloon te verdienen, en</al></li><li nr="c."><al>die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.
                                    </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Wanneer een werkgever een persoon die tot de doelgroep behoort in
                                dienst wil nemen en bij dat bedrijf al reeds eerder
                                loonwaardemetingen hebben plaatsgevonden uitgevoerd door het UWV
                                Werkbedrijf of door of onder verantwoordelijkheid van een andere
                                gemeente, dan wordt die loonwaardemeting bij die persoon uitgevoerd
                                door het UWV Werkbedrijf of door de desbetreffende andere gemeente.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college gebruikt de in de bijlage omschreven wijze om de
                                loonwaarde van een persoon vast te stellen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een organisatie met hiertoe gecertificeerde medewerkers in dienst
                                adviseert het college met betrekking tot de vaststelling van de
                                loonwaarde van een persoon. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                                    loonkostensubsidie Participatiewet Oost Gelre 2015. </al><al/></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 september
                        2015</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier</ondertekening><ondertekening>J. Vinke</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, </ondertekening><ondertekening>A.H. Bronsvoort</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage bij artikel 2 - wijze waarop loonwaarde wordt vastgesteld
                    </titel></kop><tussenkop>Als artikel 1 lid 3 NIET van toepassing is. </tussenkop><al>Het college maakt in 2015 gebruik van de loonwaardemethode Loonbalans van
                    CompetenSYS. Deze methode wordt gehanteerd om de loonwaarde van een persoon te
                    bepalen. De medewerkers die de methode toepassen zijn gecertificeerd. Ieder jaar
                    worden medewerkers opnieuw gecertificeerd om de gewenste kwaliteit te borgen </al><al>Methodiek en achtergrond </al><al>Loonbalans is door het ministerie erkend en doet wat het moet doen: het vertaalt
                    een verminderde arbeidsprestatie van een medewerker naar een betrouwbare
                    loonwaarde. Het instrument is gevalideerd door het AKC (Arbeidsdeskundig
                    Kenniscentrum, de Nederlandse vereniging van arbeidsdeskundigen). Uit deze
                    validatie is gebleken dat de meting tot een valide en eenduidige
                    loonwaardebepaling leidt. De loonwaarde meting voldoet ook aan de eisen die
                    gesteld zijn in de Participatiewet en de daarop gebaseerde ministeriele
                    regelingen. De loonwaarde meting vindt op een efficiënte wijze plaats en de
                    werkgever wordt nauw betrokken bij de totstandkoming van de te bepalen
                    loonwaarde. </al><al>De loonwaarde meting geeft een betrouwbare en onafhankelijke beoordeling over de
                    hoogte van de loonkostensubsidie. De uitspraak over de loonwaarde geeft een goed
                    beeld over het tempo, kwaliteit en inzetbaarheid van de persoon met een
                    verminderde loonwaarde in vergelijking met een regulier, volledig inzetbare
                    collega. </al><tussenkop>Een laagdrempelige basisscan</tussenkop><al>Loonbalans bestaat uit een laagdrempelige basisscan waarmee een consulent
                    gericht op zoek kan gaan naar functies waar een zo hoog mogelijke loonwaarde
                    bereikt wordt. De basisscan zorgt voor een uitgebreide diagnose, zodat u direct
                    gericht kunt ontwikkelen en bemiddelen. De uitkomst van de loonwaarde meting is
                    een betrouwbaar percentage van de tegemoetkoming aan de werkgever. Ook de
                    werkgever wordt betrokken bij de totstandkoming van de loonwaarde. Bovendien is
                    het advies door werkplekonderzoek afgestemd op de specifieke functie-inhoud.
                    CompetenSYS Loonbalans staat voor een goede balans tussen competenties en hard
                    meetbare prestatie-indicatoren. </al><tussenkop>Als artikel 1 lid 3 wel van toepassing is</tussenkop><al>Afgesproken is dat binnen de arbeidsmarktregio Achterhoek in de eerste 6 maanden
                    van 2015 drie methodes kunnen worden toegepast: de methode van het UWV, Dariuz
                    en Loonbalans. Door onderlinge werkafspraken voorkomen de
                    uitvoeringsorganisaties dat bij individuele werkgevers meerdere methodes worden
                    toegepast. In voorkomende gevallen wordt de eerder toegepaste methode ook
                    toegepast op nieuwe werknemers. </al><al>In de tweede helft van 2015 wordt nader bepaald hoe de loonwaardebepaling verder
                    vorm krijgt. Hierbij wordt nadrukkelijk gestreefd naar de implementatie van één
                    systeem per 1 januari 2016. </al><al/><tussenkop><vet>Toelichting</vet></tussenkop><al>Algemeen </al><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 6, tweede lid, van de
                    Participatiewet. Overeenkomstig deze bepaling dient de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast te stellen over de doelgroep loonkostensubsidie en de
                    loonwaarde. De regels dienen in ieder geval te bepalen: </al><lijst><li nr="-"><al>de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie behoort, en</al></li><li nr="-"><al>de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al></li></lijst><al>Het college kan op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoort (artikel 10c van de Participatiewet). Personen zoals
                    bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet die
                    mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld dat zij
                    met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk
                    minimumloon, behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid,
                    onderdeel e, van de Participatiewet). </al><al>Heeft het college vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie en is een werkgever voornemens met die persoon een
                    dienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het college in beginsel de loonwaarde
                    van die persoon vast (artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet). Hiervoor
                    is geen aanvraag vereist. De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in
                    een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële)
                    werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al><al>In het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet is geregeld dat het college de
                    loonwaarde vaststelt op basis van de feitelijke werkzaamheden van een persoon op
                    de werkplek bij een werkgever, op basis van een objectieve beschreven methodiek
                    en door of onder verantwoordelijkheid van een deskundige.</al><al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor
                    de door een persoon - die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie -
                    verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in
                    die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en
                    ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 6,
                    eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet). </al><al>In deze verordening gaat het overigens om een andere vorm van loonkostensubsidie
                    dan de loonkostensubsidie duurzame uitstroom als bedoeld in de
                    re-integratieverordening Participatiewet. </al><al>De loonkostensubsidie in de Verordening loonkostensubsidie Participatiewet kan
                    uitsluitend worden ingezet als de persoon in kwestie behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de
                    Participatiewet: mensen met een arbeidsbeperking. </al><al>Deze nieuwe vorm van loonkostensubsidie is niet per definitie tijdelijk, maar
                    kan indien nodig voor een langere periode worden ingezet. Met dit instrument
                    compenseert de gemeente werkgevers voor de verminderde productiviteit van de
                    werknemer (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 60). </al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                    bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend ook van
                    toepassing op deze verordening. Hiervan zijn in deze verordening daarom geen
                    begripsomschrijvingen opgenomen. Voor de duidelijkheid is een aantal belangrijke
                    wettelijke definities hieronder weergegeven. </al><lijst><li nr="-"><al><vet>doelgroep loonkostensubsidie </vet>(artikel 6, eerste lid,
                            onderdeel e, Participatiewet): personen als bedoeld in artikel 7, eerste
                            lid, onderdeel a, van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid
                            niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch
                            wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben;</al></li><li nr="-"><al><vet>loonwaarde </vet>(artikel 6, eerste lid, onderdeel g,
                            Participatiewet): vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon
                            voor de door een persoon, die tot de doelgroep loonkostensubsidie
                            behoort, verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de
                            arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde werknemer met een
                            soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie behoort;</al></li><li nr="-"><al><vet>dienstbetrekking </vet>(artikel 6, eerste lid, onderdeel f
                            Participatiewet): een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke
                            dienstbetrekking.</al></li></lijst><al>Artikelsgewijze toelichting </al><al>Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder
                    behandeld. </al><tussenkop>Artikel 1. Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort </tussenkop><al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld of
                    een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op schriftelijke
                    aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve vaststelling is alleen mogelijk bij: </al><lijst><li nr="-"><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdelen b en c, van
                            de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA), artikel 35,
                            vierde lid onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36, derde lid,
                            onderdelen b en c, van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid
                            in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het
                            minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren
                            geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                            Participatiewet is verleend;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                            Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al></li></lijst><al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan het college is
                    om vast te stellen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort.
                    Binnen de kaders van de wet is het aan de gemeente om vast te stellen op welke
                    wijze zij bepalen of mensen tot de doelgroep loonkostensubsidie behoren en of
                    loonkostensubsidie voor hen wordt ingezet (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161,
                    nr. 107, blz. 62). In artikel 1, tweede lid, is vastgelegd welke criteria
                    daarbij in acht genomen worden. Deze cumulatieve criteria zijn ontleend aan
                    artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet. Daarin is immers
                    wettelijk de doelgroep loonkostensubsidie vastgelegd. </al><tussenkop>Artikel 2. Vaststelling loonwaarde </tussenkop><al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als een
                    persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever voornemens
                    is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het college de loonwaarde
                    van die persoon vaststelt. Hiervoor is geen aanvraag vereist. In de bijlage bij
                    artikel 2 wordt de methode die het college gebruikt om de loonwaarde van die
                    persoon te bepalen omschreven. </al><al>De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in een beschikking waartegen
                    zowel de betrokken persoon als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep
                    kunnen instellen. </al><al>Als een dienstbetrekking tot stand komt, verleent het college loonkostensubsidie
                    aan de werkgever met inachtneming van artikel 10d van de Participatiewet.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>