<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR377552_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening Baarn 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-140923.html">Gemeenteblad Jaargang 2016 Nr. 140923</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening Baarn 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0035303">Huisvestingswet 2014, artikelen 4, eerste lid, aanhef en onder a, 5, 7, 9 tot en met 14, 17, 20 en artikel 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-09-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-06-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>artikel 17 lid 5 sub g toegevoegd</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>16RV000044</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Aan artikel 17 lid 5 is met het besluit van 28 september 2016 een sub g toegevoegd (meervoudige problematiek)</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening Baarn 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Baarn,</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 mei 2015;</al><al>gelet op de artikelen 4, eerste lid, aanhef en onder <cursief>a,
                            </cursief>5<cursief>, 7, 9 tot en met 14, 17, 20 en artikel 35
                        </cursief>van de Huisvestingswet 2014;</al><al/><al>Overwegende dat het gewenst is regels te stellen om tot een evenwichtige en
                        rechtvaardige verdeling van de beschikbare woonruimte in de gemeente Baarn
                        te komen, </al><al/><al><vet>Besluit: </vet></al><al/><al>Vast te stellen de volgende verordening, houdende regels omtrent de
                        verdeling van woonruimte in de gemeente Baarn. </al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al><cursief>aanbodmodel:</cursief> het selecteren van een kandidaat
                                    uit de ingekomen reacties van woningzoekenden op een in een
                                    advertentiemedium ter toewijzing aangeboden woonruimte;</al></li><li nr="2."><al><cursief>aanleunwoning: </cursief>zelfstandige woningen (meestal
                                    voor senioren) in of in de nabije omgeving van een
                                    zorgunit;</al></li><li nr="3."><al><cursief>corporatie</cursief>: de toegelaten instellingen als
                                    bedoeld in artikel 19 van de Woningwet, die feitelijk werkzaam
                                    is in de gemeente;</al></li><li nr="4."><al><cursief>economische binding</cursief>: binding van een persoon
                                    aan de woningmarktregio of de kern, daarin gelegen dat die
                                    persoon met het oog op de voorziening in het bestaan, een
                                    redelijk belang heeft zich in dat gebied te vestigen. Onder een
                                    economische binding wordt verstaan:</al><lijst><li nr="1."><al>Iemand heeft een contract van minimaal een halve
                                            werkweek (18 uur) met een duur van minstens een jaar bij
                                            een bedrijf in het gebied of vanuit een bedrijf
                                            tewerkgesteld in de woningmarktregio of de kern of</al></li><li nr="2."><al>Iemand volgt een dagopleiding van minimaal 19 uur per
                                            week aan een in de woningmarktregio of de kern
                                            gevestigde instelling van onderwijs of</al></li><li nr="3."><al>Een zelfstandig ondernemer die in het bestaan voorziet
                                            en kan aantonen dat het bedrijf in de woningmarktregio
                                            of de kern is gevestigd;</al></li></lijst></li><li nr="5."><al><cursief>eigenaar:</cursief> het daaromtrent bepaalde in artikel
                                    106 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;</al></li><li nr="6."><al><cursief>gemeente:</cursief> de gemeente Baarn;</al></li><li nr="7."><al><cursief>huishouden</cursief>: een alleenstaande, dan wel twee
                                    of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding
                                    voeren of willen gaan voeren;</al></li><li nr="8."><al><cursief>huisvestingsvergunning:</cursief> de vergunning als
                                    bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wet; </al></li><li nr="9."><al><cursief>huurprijs</cursief>: het daaromtrent in artikel 2,
                                    onder a van de Wet bepaalde;</al></li><li nr="10."><al><cursief>huurtoeslaggrens:</cursief> de rekenhuur zoals bedoeld
                                    in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag bepaalde, dan wel de
                                    daarvoor in de plaats tredende overheidsregeling;</al></li><li nr="11."><al><cursief>ingezetene</cursief>: degene die in de Gemeentelijke
                                    Basisadministratie van de gemeente Baarn of één der andere
                                    gemeenten in de woningmarktregio is opgenomen en feitelijk
                                    hoofdverblijf heeft in een voor permanente bewoning aangewezen
                                    woonruimte; </al></li><li nr="12."><al><cursief>inkomen:</cursief> het inkomen zoals bedoeld in de
                                    Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang
                                    toegelaten instellingen volkshuisvesting, dan wel de Woningwet
                                    die daarvoor in de plaats wordt gesteld, dan wel een andere
                                    regeling op grond van de Woningwet;</al></li><li nr="13."><al><cursief>inschrijfduur</cursief>: de periode dat een
                                    woningzoekende aaneensluitend is ingeschreven in het register
                                    van woningzoekenden;</al></li><li nr="14."><al><cursief>kern</cursief>: tot de gemeente behorende kern Baarn of
                                    kern Lage Vuursche;</al></li><li nr="15."><al><cursief>maatschappelijke binding</cursief>: binding van een
                                    persoon aan de woningmarktregio of de kern en is daarin gelegen
                                    dat die persoon een redelijk met de plaatselijke samenleving
                                    verband houdend belang heeft zich in de woningmarktregio of de
                                    kern te vestigen. Een maatschappelijke binding wordt in ieder
                                    geval aangenomen ten aanzien van:</al><lijst><li nr="1."><al>een persoon die ten minste 1 jaar onafgebroken
                                            ingezetene is in de woningmarktregio of de kern of:</al><al>2. een persoon die gedurende de voorafgaande twintig
                                            jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is
                                            geweest van de woningmarktregio of de kern;</al></li></lijst></li><li nr="16."><al><cursief>mantelzorg</cursief>: het bepaalde in artikel 1.1.1
                                    onder 1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning;</al></li><li nr="17."><al><cursief>mantelzorgontvanger</cursief>: degene die mantelzorg
                                    ontvangt;</al></li><li nr="18."><al><cursief>mantelzorgverstrekker</cursief>: degene die mantelzorg
                                    verstrekt;</al></li><li nr="19."><al><cursief>onzelfstandige woonruimte:</cursief> woonruimte, niet
                                    zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen
                                    toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden
                                    bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke
                                    voorzieningen buiten die woonruimte;</al></li><li nr="20."><al><cursief>standplaats:</cursief> kavel, bestemd voor het plaatsen
                                    van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het
                                    leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of
                                    van gemeenten kunnen worden aangesloten;</al></li><li nr="21."><al><cursief>vergunninghouder:</cursief> degene aan wie de
                                    huisvestingsvergunning is verleend;</al></li><li nr="22."><al><cursief>verhuurder: </cursief>corporaties en particuliere
                                    verhuurders die professioneel woonruimte
                                        verhuren<cursief>;</cursief></al></li><li nr="23."><al><cursief>Wet:</cursief> de Huisvestingswet;</al></li><li nr="24."><al><cursief>woningmarktregio;</cursief> het grondgebied van de
                                    gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden,
                                    Nijkerk, Soest en Woudenberg;</al></li><li nr="25."><al><cursief>woningzoekende:</cursief> degene die in het register
                                    als bedoeld in artikel 5 van deze verordening is
                                    ingeschreven;</al></li><li nr="26."><al><cursief>woonruimte:</cursief> zelfstandige woonruimte met een
                                    eigen toegang die door een huishouden kan worden bewoond zonder
                                    dat het huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke
                                    voorzieningen buiten die woonruimte.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2 VERDELING VAN WOONRUIMTE</titel></kop><paragraaf><kop><titel>PARAGRAAF 1 WERKINGSGEBIED</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2 Vergunningplichtige woonruimte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om zonder huisvestingsvergunning van
                                        burgemeester en wethouders woonruimte in eigendom van
                                        corporaties of van eigenaren die meer dan één woonruimte
                                        verhuren, met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens,
                                        voor bewoning in gebruik te nemen of te geven. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder huisvestingsvergunning van
                                        burgemeester en wethouders een standplaats in gebruik te
                                        nemen of te geven.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid,
                                                onder a tot en met c, van de Leegstandwet;</al></li><li nr="b."><al>onzelfstandige woonruimten; </al></li><li nr="c."><al>bedrijfswoningen;</al></li><li nr="d."><al>woonwagens.</al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Toelatingscriteria</titel></kop><al>Om toegelaten te worden tot de in artikel 2 aangewezen woonruimten
                                gelden de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>Ten minste één der leden van het huishouden moet
                                        meerderjarig zijn in de zin van de wet.</al></li><li nr="b."><al>Ten minste één van de volwassen leden van het huishouden
                                        moet òf de Nederlandse nationaliteit bezitten òf op grond
                                        van een wettelijke bepaling als Nederlander worden
                                        behandeld, of </al></li><li nr="c."><al>Vreemdeling zijn en rechtmatig verblijf in Nederland hebben
                                        als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met e en i van
                                        de Vreemdelingenwet 2000.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Criteria voor verlening
                                    huisvestingsvergunning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning indien
                                aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het inkomen van het huishouden voldoet aan het daaromtrent
                                        bepaalde in de Tijdelijke regeling diensten van algemeen
                                        economisch belang toegelaten instellingen volkshuisvesting,
                                        dan wel het daaromtrent bepaalde in de Woningwet dan wel in
                                        een andere regeling op grond van de Woningwet. </al></li><li nr="b."><al>het huishouden voldoet aan artikel 3 en het bepaalde in
                                        paragraaf 4.</al></li><li nr="c."><al>sub a is niet van toepassing voor woningzoekenden die
                                        beschikken over een urgentieverklaring of die een woonruimte
                                        betrekken van een andere verhuurder dan een corporatie.</al></li></lijst><al/><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>PARAGRAAF 2 INSCHRIJVING</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5 Register van woningzoekenden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het aanleggen en
                                        bijhouden van een register van woningzoekenden. </al></li><li nr="2."><al>In het register worden op hun verzoek als woningzoekenden
                                        ingeschreven:</al></li><li nr="-"><al>de huishoudens die voldoen aan de toelatingseisen ingevolge
                                        artikel 3</al></li><li nr="-"><al>de huishoudens die een urgentieverklaring als bedoeld in
                                        paragraaf 5 bezitten.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Verzoek om inschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verzoek om als woningzoekende te worden ingeschreven in
                                        het in het vorige artikel bedoelde register wordt gericht
                                        aan burgemeester en wethouders en dient te geschieden met
                                        gebruikmaking van een daartoe bestemd formulier. </al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen het overleggen van
                                        bescheiden eisen die zij voor de beoordeling van de aanvraag
                                        nodig achten.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Bewijs van inschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders verstrekken aan de in het
                                        register ingeschreven woningzoekenden een digitaal account
                                        waarmee de volgende gegevens kunnen worden ingezien:</al><lijst><li nr="a."><al>naam van de aanvrager en het aantal meeverhuizende
                                                personen;</al></li><li nr="b."><al>adresgegevens;</al></li><li nr="c."><al>inkomensgegevens en</al></li><li nr="d."><al>inschrijvingsdatum en inschrijfnummer. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De inschrijving blijft twee jaar geldig mits de leges tijdig
                                        zijn voldaan, behoudens het in het derde en vierde lid
                                        gestelde.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders stellen de ingeschreven
                                        woningzoekende, schriftelijk of per e-mail, in de
                                        gelegenheid om binnen een door burgemeester en wethouders te
                                        bepalen termijn de inschrijving met twee jaar te verlengen.
                                    </al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders beëindigen een inschrijving,
                                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de woningzoekende via het aanbodmodel voor
                                                onbepaalde tijd zelfstandige en op basis van de
                                                Huisvestingsverordening passende woonruimte in Baarn
                                                heeft betrokken;</al></li><li nr="b."><al>de woningzoekende daarom verzoekt;</al></li><li nr="c."><al>de woningzoekende niet meer aan de toelatingseisen
                                                van artikel 3 voldoet;</al></li><li nr="d."><al>de woningzoekende de kosten van verlenging niet
                                                binnen de door burgemeester en wethouders gestelde
                                                termijn heeft betaald.</al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel><cursief>PARAGRAAF 3 PROCEDURE
                                HUISVESTINGSVERGUNNING</cursief></titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8 Aanvragen van een huisvestingsvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag voor een huisvestingsvergunning wordt ingediend
                                        bij burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen bewijsstukken vragen
                                        waaruit afdoende blijkt dat er een economische of
                                        maatschappelijke binding bestaat of dat een vruchteloze
                                        aanbiedingsprocedure volgens artikel 15 heeft
                                        plaatsgevonden.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen andere bescheiden
                                        verlangen, die zij voor de beoordeling van de aanvraag nodig
                                        achten. </al></li><li nr="4."><al>Op of bij de huisvestingsvergunning vermelden burgemeester
                                        en wethouders de volgende informatie:</al></li><li nr="a."><al>de mededeling dat de vergunning vervalt indien er binnen zes
                                        maanden na de datum van afgifte van de
                                        huisvestingsvergunning geen gebruik van is gemaakt;</al></li><li nr="b."><al>aan wie de vergunning wordt verleend;</al></li><li nr="c."><al>voor welke woning de vergunning wordt verleend;</al></li><li nr="d."><al>het aantal personen dat de woning in gebruik neemt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Intrekking van een huisvestingsvergunning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning
                                intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen
                                        de door burgemeester en wethouders bij de verlening van de
                                        vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de
                                        vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of
                                        redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                        waren. </al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>PARAGRAAF 4 AANBIEDING EN RANGORDE</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10 Methodes voor woningaanbieding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Woonruimte wordt aangeboden door middel van het
                                        aanbodmodel.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing voor woonruimte
                                        bestemd voor bijzondere doelgroepen van beleid die in
                                        overleg tussen corporatie en burgemeester en wethouders
                                        rechtstreeks wordt bemiddeld. Hierbij kan worden gedacht aan
                                        woonruimte; </al><lijst><li nr="a."><al>voor vergunninghouders;</al></li><li nr="b."><al>die ingrijpend is aangepast voor gehandicapten voor
                                                wie een indicatie geldt op grond van de Wet
                                                maatschappelijke ondersteuning;</al></li><li nr="c."><al>die bestemd is voor woningzoekenden die noodopvang
                                                nodig hebben;</al></li><li nr="d."><al>die bestemd is voor de huisvesting van personen
                                                waaromtrent afspraken zijn gemaakt met erkende
                                                hulpverleningsinstellingen;</al></li><li nr="e."><al>die bestemd is voor een door de gemeente erkende
                                                woongroep.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In aanvulling op het tweede lid kan een corporatie ten
                                        hoogste 2% van de vrijkomende woonruimte bemiddelen voor
                                        zittende huurders.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Labeling bij woningaanbieding</titel></kop><al>1.Woonruimte kan bij aanbieding overeenkomstig de tabel worden
                                gelabeld voor aangewezen doelgroepen.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Woningtype</vet><vet> en
                                                  woninggrootte</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>A</vet><vet>angewezen doelgroep</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woning voor senior</al></entry><entry colname="col2"><al>65 jaar en ouder</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woning voor jongere</al></entry><entry colname="col2"><al>Tot en met 30 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woning voor middengroepen</al></entry><entry colname="col2"><al>Vanaf 31 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aanleunwoning</al></entry><entry colname="col2"><al>Woningzoekenden met een Wmo-indicatie of
                                                  Wlz-indicatie met voorrang of exclusief</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woningen met 3 of meer slaapkamers</al></entry><entry colname="col2"><al>Huishoudens van 2 of meer personen hebben
                                                  voorrang</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Voor woonruimte voor zoals genoemd in artikel 11 eerste lid
                                        geldt dat deze minimaal 1 maal en maximaal 3 maal ter
                                        verhuur dienen te zijn aangeboden alvorens deze woonruimte
                                        op basis van andere criteria wordt aangeboden.</al></li><li nr="3."><al>Voor de gevallen waarin dit artikel niet voorziet, stellen
                                        burgemeester en wethouders nadere labeling op om tot een
                                        rechtvaardige verdeling van woonruimte te komen.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Voorrang bij economische of maatschappelijke
                                    binding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Van de in artikel 2 aangewezen categorieën woonruimte kan
                                        ten hoogste 50% van het aanbod met voorrang worden
                                        aangeboden aan woningzoekenden die economisch of
                                        maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio. </al></li><li nr="2."><al>Van de in het eerste lid bedoelde aanbod kan ten hoogste de
                                        helft met voorrang worden aangeboden aan woningzoekenden die
                                        economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de kern.
                                    </al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Rangorde woningzoekenden bij toewijzing en
                                    verlening huisvestingsvergunning bij het aanbodmodel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rangorde van woningzoekenden bij het aanbodmodel is in
                                        geval van:</al><lijst><li nr="a."><al>Woonruimte die met voorrang wordt aangeboden aan
                                                woningzoekenden met binding aan de
                                                woningmarktregio:</al></li></lijst></li><li nr="1."><al>Woningzoekende met een geldige urgentieverklaring als
                                        bedoeld in artikel 17, die voldoet aan artikel 11;</al></li><li nr="2."><al>Woningzoekende met de langste inschrijfduur die beschikt
                                        over een economische of maatschappelijke binding aan de
                                        woningmarktregio, overeenkomstig het bepaalde in artikel 12,
                                        eerste lid die voldoet aan artikel 11.</al></li><li nr="3."><al>Overige woningzoekenden op volgorde van de langste
                                        inschrijfduur, die voldoen aan artikel 11.</al><lijst><li nr="b."><al>Woonruimte die met voorrang wordt aangeboden aan
                                                woningzoekenden met binding aan de woningmarktregio
                                                en daarbinnen met voorrang aan woningzoekenden met
                                                binding aan de kern:</al></li></lijst></li><li nr="1."><al>Woningzoekende met een geldige urgentieverklaring als
                                        bedoeld in artikel 17, die voldoet aan artikel 11;</al></li><li nr="2."><al>Woningzoekende met de langste inschrijfduur die beschikt
                                        over een economische of maatschappelijke binding aan de
                                        kern, overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 tweede lid,
                                        die voldoet aan artikel 11.</al></li><li nr="3."><al>Woningzoekende met de langste inschrijfduur die beschikt
                                        over een economische of maatschappelijke binding aan de
                                        woningmarktregio, overeenkomstig het bepaalde in artikel 12
                                        eerste lid, die voldoet aan artikel 11.</al></li><li nr="4."><al>Overige woningzoekenden op volgorde van de langste
                                        inschrijfduur die voldoen aan artikel 11.</al><lijst><li nr="c."><al>Woonruimte die wordt aangeboden zonder
                                                voorrangsbepaling met betrekking tot economische of
                                                maatschappelijke binding:</al></li></lijst></li><li nr="1."><al>Woningzoekende met een geldige urgentieverklaring als
                                        bedoeld in artikel 17 die voldoet aan artikel 11;</al></li><li nr="2."><al>Overige woningzoekenden op volgorde van de langste
                                        inschrijfduur die voldoen aan artikel 11.</al></li><li nr="2."><al>Indien een woningzoekende de aangeboden woonruimte niet
                                        accepteert, wordt de woonruimte aangeboden aan de
                                        eerstvolgende woningzoekende op de lijst, die voldoet aan
                                        artikel 11.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Rangorde urgenten</titel></kop><al>Woningzoekenden die beschikken over een geldige urgentieverklaring
                                als bedoeld in artikel 17 worden ten opzichte van elkaar als volgt
                                gerangschikt </al><lijst><li nr="a."><al>Volkshuisvestelijk geïndiceerden gaan voor op sociaal of
                                        medisch geïndiceerden;</al></li><li nr="b."><al>binnen de onder a genoemden groepen, op datum afgifte
                                        urgentieverklaring. </al></li><li nr="c."><al>Bij urgentieverklaringen van gelijke datum van afgifte op
                                        volgorde van de inschrijfduur.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Vruchteloze aanbieding</titel></kop><al>1.Als de woonruimte door de verhuurder tenminste 1 maal, gedurende 5
                                dagen vruchteloos is aangeboden overeenkomstig paragraaf 4, kan de
                                huisvestingsvergunning worden verleend aan een andere woningzoekende
                                dan die ingevolge artikel 4, 11, 12 en 13, voor die woonruimte in
                                aanmerking komen. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel><cursief>PARAGRAAF 5 URGENTIE</cursief></titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16 Urgentieverklaring</titel></kop><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Indien een woningzoekende dringend behoefte heeft
                                                aan een (andere) woonruimte, kan hij aan
                                                burgemeester en wethouders verzoeken hem een
                                                urgentieverklaring te verstrekken, mits er sprake is
                                                van een dusdanige noodsituatie van de woningzoekende
                                                dat - in afwijking van de reguliere wachttijd - een
                                                snellere oplossing van het huisvestingsprobleem
                                                noodzakelijk is. </al></li><li nr="2."><al>Een urgentieverklaring kan worden verstrekt op grond
                                                van een:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>sociale indicatie of;</al></li><li nr="b."><al>medische indicatie of;</al></li><li nr="c."><al>volkshuisvestelijke indicatie.</al><lijst><li nr="3."><al>Een door burgemeester en wethouders verstrekte
                                                urgentieverklaring geldt alleen in de gemeente.
                                            </al></li><li nr="4."><al>Een urgentieverklaring kan een zoekprofiel
                                                bevatten.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders kunnen woonruimte
                                                aanwijzen waarvoor een urgentieverklaring niet van
                                                toepassing is.</al></li><li nr="6."><al>De urgentieverklaring op grond van een sociale of
                                                medische indicatie is zes maanden geldig. Een
                                                urgentie op basis van sociale of medische gronden
                                                kan niet worden verlengd.</al></li><li nr="7."><al>De urgentieverklaring op grond van een
                                                volkshuisvestelijke indicatie is achttien maanden
                                                geldig. Een urgentie op basis van
                                                volkshuisvestelijke gronden kan niet worden
                                                verlengd.</al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Urgent woningzoekenden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een in het register
                                        ingeschreven woningzoekende, die voldoet aan een van de
                                        genoemde indicatiegronden, urgent verklaren, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de woningzoekende ingezetene is van de
                                                gemeente;</al></li><li nr="b."><al>de woningzoekende beschikt(e) over zelfstandige
                                                woonruimte in de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>er sprake is van een bijzondere persoonlijke
                                                noodsituatie;</al></li><li nr="d."><al>de noodsituatie is ontstaan buiten eigen schuld en
                                                door de woningzoekende niet was te voorzien;</al></li><li nr="e."><al>de woningzoekende kan aantonen eerst zelf naar een
                                                oplossing te hebben gezocht;</al></li><li nr="f."><al>een verhuizing binnen zes maanden noodzakelijk is,
                                                en</al></li><li nr="g."><al>de woningzoekende niet in staat is om zelf binnen
                                                zes maanden voor passende huisvesting te zorgen via
                                                het aanbodmodel als bedoeld in artikel 10 of op
                                                andere wijze. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid gestelde voorwaarden onder a t/m g
                                        worden niet gesteld aan: </al><al>a. woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor
                                        tijdelijke opvang voor personen die hun woning hebben moeten
                                        verlaten in verband met relationele problemen of huiselijk
                                        geweld, </al><lijst><li nr="b."><al>vergunninghouders die op basis van de taakstelling
                                                gehuisvest dienen te worden zoals bedoeld in artikel
                                                28 van de wet;</al></li><li nr="c."><al>mantelzorgontvangers;</al></li><li nr="d."><al>mantelzorgverstrekkers;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid gestelde voorwaarden e t/m g zijn niet
                                        van toepassing voor urgentie op grond van een
                                        volkshuisvestelijke indicatie. </al></li><li nr="4."><al>Een urgentie op grond van een sociale indicatie voor
                                        urgentie wordt verstrekt aan de in het tweede lid genoemde
                                        groepen. </al></li><li nr="5."><al>Een urgentie op grond van een sociale indicatie wordt ook
                                        verstrekt aan ingezetenen van de gemeente die in verband met
                                        sociale problemen in combinatie met omstandigheden in de
                                        huidige in de gemeente gelegen woning dringend op korte
                                        termijn een andere woning nodig hebben. Alleen onder de
                                        navolgende genoemde omstandigheden wordt een sociale
                                        indicatie verleend:</al></li></lijst><al><vet>a. Echtscheiding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>er een rechterlijke (eind-)beschikking en/of voorlopige
                                        voorziening is waarin is bepaald dat het huwelijk is
                                        ontbonden;</al></li><li nr="2."><al>uit het huwelijk één of meer kinderen voortkomen, die
                                        minderjarig zijn en de ouder die de urgentieverklaring
                                        aanvraagt (mede) ouderlijk gezag uitoefent over het
                                        minderjarige kind/ de minderjarige kinderen en het kind/de
                                        kinderen bij deze ouder het hoofdverblijf heeft/hebben;</al></li><li nr="3."><al>deze ouder, het recht dan wel de mogelijkheid ontbeert om in
                                        de echtelijke woning te blijven wonen;</al></li><li nr="4."><al>er naar het oordeel van burgemeester en wethouders geen
                                        andere mogelijkheid bestaat om het woonruimte probleem op te
                                        lossen;</al></li><li nr="5."><al>het verzoek voor een urgentieverklaring binnen drie maanden
                                        na de gerechtelijke uitspraak wordt gedaan. </al></li></lijst><al>Voor gevallen van “samenleving” worden de vermelde criteria, voor
                                zover mogelijk, analoog toegepast. In deze situatie dient in plaats
                                van een beschikking of voorlopige voorziening een convenant
                                beëindiging samenleving te worden opgesteld door de notaris. Dit
                                convenant moet zijn ondertekend door de notaris en beide
                                ex-partners.</al><al><vet>b. Financiële problemen in relatie tot het wonen in de gemeente
                                    Baarn</vet></al><al>Door vermindering van inkomen is aanvrager niet (meer) in staat zijn
                                huidige huur- of koopwoning in de gemeente Baarn te betalen.
                                Aanvrager is aangewezen op schuldhulpverlening, of dreigt daarop
                                aangewezen te raken indien er niet kan worden bezuinigd op de
                                woonlasten. Aanvrager dient dit aan te tonen door inzicht te geven
                                in zijn financiële situatie. Er moet een redelijke kans zijn dat
                                door het toekennen van urgentie een goedkopere woonruimte kan worden
                                gevonden.</al><al><vet>c. Misdrijven in relatie tot wonen in de gemeente
                                Baarn</vet></al><al>Door misdrijven die in relatie staan tot wonen in de gemeente Baarn,
                                zoals bedreiging of erger door ex-partner of buurtbewoners. De
                                aanvrager heeft van het misdrijf melding en/of aangifte gedaan bij
                                de politie en kan dit aantonen met kopieën van de aangifte, of een
                                verklaring van de politie.</al><al><vet>d. Verlaten inrichting</vet></al><al>Woningzoekenden die na een opname weer een nieuwe start willen maken
                                en die in verband met de opname in het verleden een zelfstandige
                                woonruimte in de gemeente Baarn hebben vrijgemaakt. De aanvrager
                                dient zelf aan te tonen dat hij/zij opgenomen is geweest in een
                                psychiatrisch ziekenhuis, gevangenis of alcohol- en
                                drugsverslavingskliniek. </al><al><vet>e. Overlijden</vet></al><al>Indien na het overlijden kinderen in de zelfstandige woonruimte
                                achterblijven en hierdoor een niet passende situatie in de zin van
                                paragraaf 4 ontstaat. </al><al><vet>f. Calamiteit</vet></al><al>Indien een woningzoekende dringend behoefte heeft aan andere
                                woonruimte in geval van dakloosheid door plotselinge overmacht.
                                Onder dakloosheid door plotselinge overmacht wordt verstaan;
                                dakloosheid doordat de woning ernstig beschadigd is als gevolg van
                                een calamiteit en daardoor onbewoonbaar is geraakt.</al><al>g. <vet>meervoudige problematiek</vet></al><al>Indien op advies van een door burgemeester en wethouders in te
                                schakelen onafhankelijk deskundige, blijkt dat:</al><al>1. in afwijking van artikel 17 lid 1 sub d, de aanvrager bij het
                                bepalen van zijn huidige woonsituatie niet de consequenties heeft
                                kunnen overzien waardoor nu andere huisvesting noodzakelijk is;</al><al>2. Er sprake is van meervoudige problematiek (combinatie van
                                bijvoorbeeld financiele, psychische, sociale problemen) waarbij
                                andere woonruimte een voorwaarde is voor het oplossen van de
                                problematiek;</al><al>3. Er sprake is van een ernstige ontwrichting van een duurzaam te
                                voeren huishouden of van een situatie waarbij kinderen ernstig in
                                hun ontwikkeling worden belemmerd;</al><al>4. Er aantoonbaar hulpverlening en begeleiding is geaccepteerd om de
                                problematiek op te lossen.</al><al/><lijst><li nr="6."><al><vet>Een urgentie op grond van een medische indicatie wordt
                                            verstrekt in de volgende gevallen:</vet></al><lijst><li nr="a."><al>indien, op advies van een door burgemeester en
                                                wethouders in te schakelen onafhankelijk medisch
                                                adviesorgaan, is vastgesteld dat een oplossing van
                                                het huisvestingsprobleem uit medisch oogpunt binnen
                                                zes maanden noodzakelijk is, waarbij een relatie
                                                dient te bestaan tussen de medische problematiek en
                                                de huidige woonsituatie en er naar het oordeel van
                                                burgemeester en wethouders geen andere mogelijkheid
                                                bestaat om het woonruimteprobleem op te lossen.</al></li><li nr="b."><al>indien aanvrager op basis van de Wet
                                                maatschappelijke ondersteuning een besluit heeft
                                                voor primaat verhuizing en ten gevolge daarvan een
                                                verhuisurgentie heeft.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al><vet>Een urgentie op grond van volkshuisvestelijke indicatie
                                            wordt verstrekt in de volgende gevallen:</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Huurders en eigenaar-bewoners van woningen in de
                                                gemeente Baarn die in het belang van de
                                                volkshuisvesting of ter uitvoering van openbare
                                                werken in het algemeen belang, gesloopt of
                                                ingrijpend verbeterd moeten worden;</al></li><li nr="b."><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij verlening van
                                                de urgentie bepalen dat de betrokken bewoners na
                                                voltooiing van de werken eenmalig een vooraf te
                                                bepalen passend aanbod krijgen tot terugkeer in het
                                                ingrijpend verbeterde of nieuwgebouwde complex.
                                                Bewoners aan wie geen passend aanbod als bedoeld in
                                                paragraaf 4 kan worden geboden in het ingrijpend
                                                verbeterde dan wel nieuwgebouwde complex, krijgen
                                                een urgentieverklaring. </al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Aanvraag urgentieverklaring</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De woningzoekende kan bij burgemeester en wethouders
                                        schriftelijk een aanvraag voor een sociale of een medische
                                        indicatie indienen. De aanvraag dient in ieder geval een
                                        motivering te bevatten, waarin wordt vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard van de persoonlijke problematiek;</al></li><li nr="b."><al>de relatie van deze problematiek met de huidige
                                                woonsituatie en</al></li><li nr="c."><al>de argumentatie op grond waarvan de verhuizing
                                                binnen zes maanden absoluut noodzakelijk is. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanvraag voor een volkshuisvestelijke indicatie voor
                                        urgentie kan uitsluitend schriftelijk door de eigenaar van
                                        een woning bij burgemeester en wethouders worden ingediend.
                                    </al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aanvullende bewijsstukken
                                        vragen.</al></li><li nr="4."><al>Bij een aanvraag voor een medische indicatie voor urgentie
                                        winnen burgemeester en wethouders advies in bij een door hen
                                        aan te wijzen medisch adviseur.</al></li><li nr="5."><al>Bij een aanvraag voor een sociale indicatie voor urgentie
                                        kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door
                                        een door hen aan te wijzen instantie.</al></li><li nr="6."><al>Een aanvraag voor urgentie waarover in het verleden reeds is
                                        beslist, wordt alleen dan in behandeling genomen als er
                                        sprake is van gewijzigde feiten en omstandigheden.</al></li><li nr="7."><al>De urgentieverklaring op grond van een sociale en medische
                                        indicatie houdt in:</al><lijst><li nr="a."><al>dat burgemeester en wethouders bij het verlenen van
                                                een huisvestingsvergunning in aanvulling op het
                                                bepaalde in artikel 4 voorrang zullen verlenen aan
                                                de woningzoekende;</al></li><li nr="b."><al>de mededeling dat de urgente woningzoekende dient te
                                                reageren op woonruimte die ingevolge paragraaf 4
                                                passend is;</al></li><li nr="c."><al>dat de urgentieverklaring geldig is tot en met zes
                                                maanden na de dag van afgifte;</al></li><li nr="d."><al>dat indien aanvrager binnen twee maanden na afloop
                                                van de geldigheidsduur van de urgentieverklaring kan
                                                aantonen dat gedurende de geldigheidsduur van de
                                                urgentieverklaring geen passende woonruimte voor hem
                                                beschikbaar is gekomen, door burgemeester en
                                                wethouders eenmalig een passend aanbod wordt
                                                gedaan.</al><al>8.De urgentieverklaring op volkshuisvestelijke
                                                gronden houdt in:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>dat burgemeester en wethouders bij het verlenen van een
                                        huisvestingsvergunning in aanvulling op het bepaalde in
                                        artikel 4 voorrang zullen verlenen aan de
                                        woningzoekende;</al></li><li nr="b."><al>dat de urgente woningzoekende dient te reageren op
                                        woonruimte die ingevolge paragraaf 4 passend is;</al></li><li nr="c."><al>de urgentieverlening beperkt is tot een bepaald soort
                                        woonruimte en zo ja welke;</al></li><li nr="d."><al>dat indien aanvrager twee maanden voor afloop van de
                                        geldigheidsduur van de urgentieverklaring geen passende
                                        woonruimte in gebruik heeft genomen, eenmalig een passend
                                        aanbod wordt gedaan;</al></li><li nr="e."><al>in afwijking van het achtste lid, sub b worden de eisen van
                                        passendheid, zoals bedoeld in paragraaf 4, buiten werking
                                        gesteld indien het huishouden met een volkshuisvestelijke
                                        urgentie daardoor een woning zou moeten accepteren van een
                                        ander type of met minder slaapkamers dan zijn huidige
                                        woonruimte.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Wijziging en intrekking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij gewijzigde omstandigheden kunnen burgemeester en
                                        wethouders, al dan niet op verzoek van de woningzoekende,
                                        besluiten de afgegeven urgentieverklaring te wijzigen. De
                                        woningzoekende ontvangt een gewijzigde urgentieverklaring.
                                        Toepassing van dit lid heeft geen invloed op de termijn
                                        waarbinnen de urgentie verloopt.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de urgentieverklaring
                                        wijzigen c.q. intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet langer aan de vereisten voor het verkrijgen van
                                                een urgentieverklaring wordt voldaan;</al></li><li nr="b."><al>de urgentieverklaring is verstrekt op grond van
                                                gegevens waarvan de woningzoekende wist of
                                                redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of
                                                onvolledig waren;</al></li><li nr="c."><al>de urgente eenmaal een naar het oordeel van
                                                burgemeester en wethouders passende woonruimte zoals
                                                genoemd in paragraaf 4 heeft geweigerd. </al><lijst><li nr="3."><al>Indien de termijn waarvoor urgentie verleend
                                                  is, is verstreken, gerekend vanaf de datum waarop
                                                  de urgentie is verleend, en er geen gebruik is
                                                  gemaakt van het passende aanbod dat door
                                                  burgemeester en wethouders aan betrokkene is
                                                  gedaan, vervalt de urgentie van rechtswege.</al></li><li nr="4."><al>Na het intrekken of vervallen van een
                                                  urgentieverklaring kan niet op grond van dezelfde
                                                  omstandigheden opnieuw een urgentie worden
                                                  aangevraagd. </al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>PARAGRAAF 6 AFWIJKENDE BEPALINGEN VOOR BIJZONDERE
                                WOONVORMEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 20 Standplaatsen voor een woonwagen</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in paragrafen 1 tot en met zijn 5 voor
                                de aanbieding en toewijzing van standplaatsen voor woonwagens de
                                regels van kracht zoals weergegeven in artikel 21 tot en met
                                26.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Toepassingsbereik</titel></kop><al>Deze paragraaf is van toepassing op de in de gemeente Baarn
                                gerealiseerde en nog te realiseren standplaatsen van
                                woonwagens.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Voorwaarden voor vergunningverlening</titel></kop><al>Om voor een huisvestingsvergunning in aanmerking te kunnen komen
                                moet de standplaatszoekende voldoen aan de criteria zoals benoemd in
                                artikel 3 en artikel 25. </al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Wachtlijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het aanleggen en
                                        bijhouden van een wachtlijst voor standplaatszoekenden.</al></li><li nr="2."><al>De wachtlijst vermeldt de namen van de kandidaten in
                                        volgorde van inschrijving, in geval van standplaatszoekenden
                                        gespecificeerd per woonwagencentrum.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24 Vervallen van inschrijving</titel></kop><al>De inschrijving als gegadigde voor een standplaats vervalt
                                indien:</al><lijst><li nr="1."><al>De ingeschrevene de beschikking heeft gekregen over passende
                                        andere woonruimte - zoals een andere standplaats, een woning
                                        - in de gemeente Baarn of één van de andere gemeenten in de
                                        woningmarktregio. </al></li><li nr="2."><al>De standplaatszoekende daarom verzoekt.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25 Toewijzing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders wijzen alleen maar een
                                        standplaats toe aan een standplaatszoekende die ingeschreven
                                        staat op de wachtlijst als bedoeld in artikel 23.</al></li><li nr="2."><al>De standplaats wordt toegewezen op volgorde van
                                        inschrijfduur. </al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26 Aanvragen van een huisvestingsvergunning</titel></kop><al>De aanvraag van een huisvestingsvergunning voor een standplaats
                                dient conform het in artikel 8 van deze verordening bepaalde te
                                geschieden.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>PARAGRAAF 7 ORGANISATIE EN BEVOEGDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 27 Mandatering</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de uitoefening van hun
                                bevoegdheden krachtens hoofdstuk 2 te mandateren of machtiging te
                                verlenen aan een door hen aan te wijzen functionaris, en of aan de
                                eigenaren of groep van eigenaren van woonruimte. </al><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3 VERDERE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 28 Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de toepassing
                            van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt,
                            ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening. Bij hun
                            oordeel zullen zij zich uitsluitend laten leiden door overwegingen
                            betrekking hebbende op de evenwichtige en rechtvaardige verdeling van
                            schaarse woonruimte.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 29 Bestuurlijke boete</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Overtreding van het verbod bedoeld in de artikel 8 van de wet,
                                    kan worden beboet met een bestuurlijke boete.</al></li><li nr="2."><al>De boete voor overtreding artikel 8, eerste lid van de wet
                                    bedraagt voor de eerste overtreding € 350 en voor herhaalde
                                    overtreding binnen 3 jaar € 1000.</al></li><li nr="3."><al>De boete voor overtreding van artikel 8 tweede lid van de wet
                                    bedraagt: </al><lijst><li nr="a."><al>voor de eerste overtreding € 3000;</al></li><li nr="b."><al>voor herhaalde overtreding binnen 3 jaar na de eerste
                                            keer € 4500.</al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 30 Overleg bij wijziging</titel></kop><al>Bij de voorbereiding van een besluit tot de vaststelling of tot
                            wijziging van deze verordening plegen burgemeester en wethouders overleg
                            overeenkomstig artikel 6 van de wet.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 31 Overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aanvragen van huisvestingsvergunningen, urgentieverklaringen en
                                    verzoeken tot inschrijving als woningzoekende of
                                    standplaatszoekende die zijn ingediend voor het in werking
                                    treden van de verordening en waarop ten tijde van het in werking
                                    treden van deze verordening nog niet is beslist worden behandeld
                                    op grond van de in deze verordening vervatte criteria, tenzij
                                    het voordien geldende recht voor de aanvrager gunstiger is.</al></li><li nr="2."><al>Bij de behandeling van bezwaar- en beroepschriften op grond van
                                    de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waarop ten tijde van het
                                    inwerkingtreden van deze verordening nog niet is beslist,
                                    gericht tegen enige beschikking die is genomen voor het tijdstip
                                    van inwerkingtreding van deze verordening vindt het bepaalde in
                                    het eerste lid van dit artikel overeenkomstige toepassing. </al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 32 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als de Huisvestingsverordening Baarn
                            2015.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 33 Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Huisvestingsverordening Baarn 2015 treedt in werking 1 dag na
                                    bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Op het tijdstip genoemd in het eerste lid wordt de eerste
                                    wijziging Huisvestingsverordening Baarn 2013 ingetrokken.</al></li><li nr="3."><al>De intrekking van de eerste wijziging Huisvestingsverordening
                                    Baarn 2013 heeft geen gevolgen voor de geldigheid van
                                    vergunningen of ontheffingen – hoe ook genaamd – dan wel
                                    krachtens die verordening geldende beleidsregels en beperkingen
                                    – hoe ook genaamd.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 24 juni 2015</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting Huisvestingsverordening Baarn </vet></al><al><vet>Algemeen </vet></al><al>Op 1 januari 2015 is de Huisvestingswet 2014 in werking getreden. De
                    Huisvestingswet 2014 biedt gemeenten instrumenten om te sturen bij de
                    woonruimteverdeling en bij wijzigingen in de samenstelling van de
                    woningvoorraad. Een huisvestingsverordening kan bestaan uit drie onderdelen:
                    toewijzingsregels, urgentieregels en regels voor wijzigingen in samenstelling
                    van de voorraad. </al><al>De belangrijkste punten uit de nieuwe wet zijn: </al><lijst><li nr="-"><al>Het uitgangspunt van de nieuwe wet is vrijheid van vestiging. Volgens de
                            Huisvestingswet mogen gemeenten alleen nog toewijzingsregels hanteren
                            als er sprake is van schaarste en de wet vraagt daarbij om een
                            onderbouwing van die schaarste. De gemeenteraad moet deze onderbouwing
                            goedkeuren. </al></li><li nr="-"><al>De overheid mag alleen nog sturen in de woonruimteverdeling door middel
                            van een huisvestingsverordening. Gemeenten mogen geen ‘nadere regels’
                            (beleidsregels) meer opstellen bij een huisvestingsverordening. De
                            beleidsregels zijn daarom nu geïntegreerd in de huisvestingsverordening.
                        </al></li><li nr="-"><al>Het stellen van regels in een verordening kan voor maximaal vier jaar en
                            moet onderdeel zijn van een bredere aanpak om schaarste te
                            verminderen.</al></li><li nr="-"><al>De provinciale bindingseisen vervallen. Met een verordening kan bij een
                            deel van de vrijkomende voorraad wel voorrang worden gegeven aan mensen
                            met een regionale of lokale binding. De wet maakt het mogelijk dat
                            maximaal 50% van de vergunningplichtige woonruimte met voorrang kan
                            worden aangeboden aan huishoudens met binding aan de regio en maximaal
                            de helft daarvan met voorrang aan huishoudens met binding aan de
                            gemeente of de kern.</al></li><li nr="-"><al>Een urgentieregeling kan ook worden opgesteld als er geen sprake is van
                            schaarste. Gemeenten zijn vrij om urgentiecategorieën te bepalen, maar
                            áls de gemeente een urgentieregeling hanteert, dan zijn drie
                            urgentiecategorieën verplicht: woningzoekenden die verblijven in een
                            voorziening voor tijdelijke opvang voor personen die hun woning hebben
                            moeten verlaten in verband met relationele problemen of geweld,
                            woningzoekenden die mantelzorg ontvangen of verlenen en
                            vergunninghouders (‘statushouders’). </al></li></lijst><al/><al><vet>Schaarste in Baarn</vet></al><al>In de gemeente Baarn is sprake van schaarste aan goedkope huurwoningen. Er is
                    meer vraag dan aanbod aan goedkope woonruimte. Onder goedkope woonruimte wordt
                    verstaan woningen met een huurprijs tot de huurtoeslaggrens.</al><al>Dit onderbouwen wij als volgt:</al><al>De huisvestingsverordening geeft geen bepalingen voor de samenstelling van de
                    woningvoorraad.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze </vet><vet>t</vet><vet>oelichting</vet></al><al/><al><cursief>Definities (artikel 1) </cursief></al><al>De begrippen mantelzorg, mantelzorgontvanger en mantelzorgverstrekker zijn nieuw
                    opgenomen. Mantelzorgontvangers en -verstrekkers zijn een in de Huisvestingswet
                    erkende urgentiedoelgroep. De wet sluit aan bij het begrip mantelzorg uit de Wet
                    maatschappelijke ondersteuning (Wmo), dat als volgt is gedefinieerd: hulp ten
                    behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp,
                    het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld
                    in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen
                    bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een
                    hulpverlenend beroep. </al><al>De Huisvestingwet laat toe dat regulering van standplaatsen voor woonwagens kan
                    plaats vinden. Er is in de wet geen definitie opgenomen. Voor de duidelijkheid
                    is standplaats in de verordening wel gedefinieerd. </al><al/><al><cursief>Werkingsgebied (artikel 2 t/m 4) </cursief></al><al>De verordening heeft betrekking op alle zelfstandige huurwoningen onder de
                    huurtoeslaggrens, alsmede op standplaatsen voor woonwagens. Koopwoningen mogen
                    niet meer onder een verordening vallen.</al><al>Met de huisvestingsvergunning wordt geregeld dat huurwoningen onder de
                    huurtoeslaggrens terecht komen bij doelgroepen met een inkomen onder de voor
                    woningcorporaties geldende inkomensgrens. Deze inkomensgrens geldt niet voor
                    professionele verhuurders die ook woonruimte verhuren onder de huurtoeslaggrens.
                    Deze bovengrens geldt ook niet voor woningzoekenden met een urgentieverklaring.
                    Verder moeten woningzoekenden Nederlander zijn of beschikken over een geldige
                    verblijfstitel. </al><al/><al><cursief>Inschrijving (artikel 5 t/m 7)</cursief></al><al>Burgemeester en wethouders blijven verantwoordelijk voor het inschrijfsysteem.
                    Woningzoekenden moeten bij inschrijving voldoen aan artikel 3. Daarin is
                    aangegeven dat één van de volwassen leden van het huishouden meerderjarig moet
                    zijn. Daarnaast moet één van de volwassen leden van het huishouden Nederlander
                    zijn of moet volgens de wet zo worden behandeld, of moet beschikken over een
                    geldige verblijfstitel. </al><al/><al><cursief>Procedure huisvestingsvergunning (artikel 8, 9) </cursief></al><al>In artikel 8 is bepaald hoe de aanvraag van de huisvestingsvergunning moet
                    plaatsvinden.</al><al>Artikel 9 geeft aan wanneer een huisvestingsvergunning kan worden ingetrokken. </al><al/><al><cursief>Aanbieding en rangorde (artikel 10 t/m 15) </cursief></al><al>Woonruimte wordt aangeboden via het aanbodmodel. Bemiddeling vindt plaats in
                    bijzondere gevallen, die in de verordening zijn genoemd.</al><al>Tevens is bepaald dat maximaal 2% van het vrijkomende woningaanbod door de
                    corporaties mag worden bemiddeld voor zittende huurders. Artikel 11 (passendheid
                    en labeling) is daarbij van toepassing. </al><al/><al>In artikel 11 is opgenomen dat indien een woning voor een specifieke doelgroep
                    na minimaal 1 keer en maximaal 3 keer adverteren geen kandidaat heeft
                    opgeleverd, de woning op basis van andere criteria kan worden aangeboden.
                    Bijvoorbeeld indien er geen 65-plusser heeft gereageerd op een seniorenwoning,
                    kan de woning worden aangeboden met een aangepaste leeftijdsgrens van
                    55-plus.</al><al/><al>In artikel 12 is geregeld dat voor ten hoogste 50% van het woningaanbod voorrang
                    kan worden gegeven aan woningzoekenden met een economische of maatschappelijke
                    binding aan de woningmarktregio. Dit gebied omvat de gemeenten Amersfoort,
                    Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Nijkerk, Soest en Woudenberg. Daarbinnen kan
                    bij ten hoogste de helft van het woningaanbod voorrang worden gegeven aan
                    woningzoekenden met een economische of maatschappelijke binding aan de kernen
                    Baarn of Lage Vuursche, die zijn gelegen in de gemeente Baarn. Binding wil
                    zeggen in de kern Baarn of de kern Lage Vuursche wonen of gewoond hebben, werken
                    of studeren. Vrijkomende woonruimte onder de € 710 kan niet 100% exclusief
                    worden gereserveerd voor (voormalige) inwoners van de kern Baarn of de kern Lage
                    Vuursche (maatschappelijke binding) of voor woningzoekenden die daar een
                    economische binding hebben of studeren. Dit is niet toegestaan omdat er geen van
                    rijks- of provinciewege bouwbeperking is opgelegd voor de kernen Baarn en Lage
                    Vuursche.</al><al/><al>De overige helft van de vrijkomende woonruimte in de kernen Baarn en Lage
                    Vuursche moet op grond van de Huisvestingswet zonder bindingseisen worden
                    aangeboden. </al><al/><al>Voorts zijn in artikel 13 en 14 rangorderegels geformuleerd waarmee de volgorde
                    van de woningzoekenden dan wel urgenten wordt bepaald. </al><al/><al>Urgenten gaan voor op de andere woningzoekenden. Zij hebben de hoogste
                    prioriteit. Daarnaast is de inschrijfduur van een woningzoekende bepalend voor
                    de volgorde, al dan niet in combinatie met het voldoen aan de regionale of kern
                    bindingseis. De bindingseisen zijn geen absoluut toelatingscriterium meer voor
                    de huisvestingsvergunning maar een rangordecriterium.</al><al/><al>In artikel 14 is de rangorde tussen de urgenten geregeld. De rangorde tussen
                    urgent woningzoekenden vindt plaats op basis van het type urgentie.
                    Woningzoekenden met een volkshuisvestelijke urgentie gaan voor op
                    woningzoekenden met een sociale of medische urgentie. Binnen de groepen urgenten
                    geldt de datum van afgifte van de urgentieverklaring. Mochten er binnen deze
                    groepen verklaringen zijn afgegeven op dezelfde datum, dan is inschrijfduur
                    bepalend voor de volgorde.</al><al/><al>Artikel 15 bevat de vruchteloze aanbiedingsprocedure, waarbij na 5 dagen
                    vruchteloos adverteren de woning kan worden toegewezen waarbij van de
                    doelgroepbepaling (artikel 11) en van de rangordebepalingen (artikel 12 en 13)
                    kan worden afgeweken.</al><al/><al><cursief>Urgentie (artikel 16 t/m 19) </cursief></al><al>Woningzoekenden kunnen een urgentieverklaring aanvragen bij burgemeester en
                    wethouders. In artikel 16 is geregeld onder welke omstandigheden en voor welke
                    groepen urgentie kan worden verleend. Er zijn drie soorten urgentie: een
                    sociale, een medische en een volkshuisvestelijke. </al><al>In de eerste categorie vallen in ieder geval de vergunninghouders, de
                    mantelzorgontvangers en mantelzorgverstrekkers en de cliënten die verblijven in
                    (hulpverlenings-)organisaties en die hun woning hebben moeten verlaten in
                    verband met relationele problemen of huiselijk geweld. Verder kunnen
                    woningzoekenden die gaan scheiden, financiële problemen hebben in relatie tot
                    het wonen, dreiging ondervinden van een misdrijf, een inrichting verlaten en
                    weer zelfstandig willen gaan wonen, achterblijven na overlijden van de huurder
                    of noodopvang nodig hebben, onder een sociale indicatie vallen. De verordening
                    geeft aan welke gronden daarvoor gelden.</al><al/><al>Een medische indicatie kan worden verstrekt na een advies van een onafhankelijk
                    adviesorgaan, waaruit blijkt dat verhuizing binnen zes maanden noodzakelijk is.
                    Ook een verhuisindicatie primaat verhuizen op grond van de Wet maatschappelijke
                    ondersteuning leidt tot urgentie.</al><al/><al>Een volkshuisvestelijke indicatie wordt verstrekt aan woningzoekenden (huurders
                    of eigenaar bewoners) die hun woonruimte in het belang van de volkshuisvesting,
                    of ter uitvoering van openbare werken in het algemeen moeten verlaten, omdat
                    deze woningen worden gesloopt dan wel ingrijpend moeten worden verbeterd.</al><al/><al>Urgentie kan alleen worden aangevraagd door ingezetenen van de gemeente Baarn.
                    Deze beperking geldt op grond van de wet niet voor vergunninghouders,
                    mantelzorgers en – ontvangers en cliënten uit een opvanghuis.</al><al/><al>Urgenten kunnen een zoekprofiel meekrijgen. Daarmee kan een urgentieverklaring
                    geldig worden verklaard voor een bepaald type woonruimte. Ook kan bij het
                    woningaanbod worden aangegeven dat een urgentieverklaring niet geldig is voor de
                    rangordebepaling. De betreffende woningzoekende kan voor zo’n woning wel
                    reageren op basis van zijn inschrijfduur. Hierdoor worden de kansen voor
                    woningzoekenden zonder urgentie op een schaarse eengezinswoning vergroot en
                    wordt voorkomen dat het grootste deel van deze schaarse woningen naar urgenten
                    gaat.</al><al/><al><cursief>Standplaatsen(artikel 20 t/m 26) </cursief></al><al>In deze artikelen is de procedure voor het toewijzen van standplaatsen
                    opgenomen. De toewijzing van standplaatsen vindt plaats op andere wijze als de
                    toewijzing van huurwoningen onder de huurtoeslaggrens. Burgemeester en
                    wethouders houden een inschrijflijst bij. De standplaatsen worden toegewezen op
                    datum inschrijfduur. De kandidaten moeten voor een huisvestingsvergunning
                    voldoen aan artikel 3.</al><al/><al><cursief>Mandatering (artikel 27)</cursief></al><al>In dit artikel is bepaald dat burgemeester en wethouders de uitoefening van
                    bepaalde bevoegdheden kunnen mandateren aan corporaties en eigenaren van
                    particuliere huurwoningen.</al><al/><al><cursief>Hardheidsclausule (artikel 28) </cursief></al><al>De hardheidsclausule maakt het voor burgemeester en wethouders mogelijk om in
                    het voordeel van de aanvrager af te wijken van de verordening in gevallen waar
                    de verordening naar hun oordeel tot bijzondere hardheid leidt. </al><al/><al><cursief>Bestuurlijke boete (artikel 29)</cursief></al><al>Dit artikel regelt dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd en hoe hoog de
                    boete is. Er kan een boete worden opgelegd als een huurder de woonruimte zonder
                    een huisvestingsvergunning in gebruik neemt. Ook kan een boete worden opgelegd
                    aan de verhuurder die woonruimte zonder vergunning in gebruik geeft. De boete
                    voor de huurder is lager dan die voor de verhuurder. Verder is bepaald dat een
                    hogere boete mogelijk is als de overtreding binnen 3 jaar na de eerste keer
                    wordt herhaald. </al><al/><al><cursief>Overleg bij wijziging (artikel 30) </cursief></al><al>In dit artikel wordt bepaald dat burgemeester en wethouders bij het voorbereiden
                    van vaststelling of wijziging van deze verordening overleg plegen met de
                    relevante partijen en deze afstemmen met andere gemeenten uit de
                    woningmarktregio. </al><al/><al><cursief>Overgangsregeling (artikel 31)</cursief></al><al>In de overgangsregeling is bepaald dat aanvragen voor urgentie of voor de
                    huisvestingsvergunningen die zijn gedaan vóór 1 juli 2015, worden behandeld
                    volgens de regels in de nieuwe verordening, tenzij de oude verordening gunstiger
                    is voor de aanvrager. </al><al/><al><cursief>Citeertitel (artikel 32) </cursief></al><al>Deze verordening wordt genoemd “Huisvestingsverordening Baarn 2015”. </al><al/><al><cursief>Inwerkingtreding (artikel 33) </cursief></al><al>In dit artikel is opgenomen dat de verordening 1 dag na publicatie in werking
                    treedt. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>