<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR3768_1</dcterms:identifier><dcterms:title>nr 04.04 Verordening op de heffing en invordering van rioolafvoerrecht 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-03-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zevenaar Post, 12-11-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolafvoerrecht 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 229 lid 1 , aanhef en onderdeel a, artikel 255</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-10-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-11-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>08-099</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>gemeentelijke belastingen, retributies en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Tarieventabel</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      nr 04.04 Verordening op de heffing en invordering van rioolafvoerrecht 2009
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al/>
          <al/>
          <al>De raad van de gemeente Zevenaar;</al>
          <al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 september 2008, nr. 08-099;</al>
          <al>gelet op de artikelen 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en 255 van de Gemeentewet;</al>
          <al>
            <vet>besluit:</vet>
          </al>
          <al>vast te stellen de:</al>
          <al>
            <vet>Verordening op de heffing en de invordering van rioolafvoerrecht 2009</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>– Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>Voor de toepassing van deze verordening wordt:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>onder gemeentelijke riolering mede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater begrepen;</al></li>
            <li nr="b."><al>onder afvalwater verstaan: water, waaronder mede begrepen hemelwater, en stoffen die worden</al></li>
          </lijst>
          <al>afgevoerd via de gemeentelijke riolering;</al>
          <lijst>
            <li nr="c."><al>onder eigendom verstaan: een roerende of een onroerende zaak;</al></li>
            <li nr="d."><al>onder verbruiksperiode verstaan: de periode waarop de afrekening van het waterleidingbedrijf betrekking</al></li>
          </lijst>
          <al>heeft.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>– Belastbaar feit en belastingplicht</titel>
          </kop>
          <al>1.Onder de naam “rioolafvoerrecht” wordt op grond van het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en</al>
          <al>onderdeel a, van de Gemeentewet, een recht geheven van de gebruiker van een eigendom van waaruit</al>
          <al>afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt geloosd.</al>
          <lijst>
            <li nr="2."><al>Met betrekking tot het recht als bedoeld in het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>degene die naar omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
          <al>recht of persoonlijk recht gebruikt;</al>
          <al>b.ingeval een gedeelte van een eigendom - niet zijnde een gedeelte als bedoeld in artikel 3 - ten gebruike is</al>
          <al>afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>– Zelfstandige gedeelten</titel>
          </kop>
          <al>Indien gedeelten van een in artikel 2 bedoeld eigendom blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk</al>
          <al>geheel te worden gebruikt, worden de rechten geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met</al>
          <al>dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als</al>
          <al>één eigendom worden aangemerkt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>– Maatstaf van heffing en tarief</titel>
          </kop>
          <al>Het rioolafvoerrecht wordt geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening</al>
          <al>behorende tarieventabel.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>– Belastingjaar</titel>
          </kop>
          <al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>– Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De rechten worden geheven bij wege van aanslag.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>– Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel>
          </kop>
          <al>1.Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, zo dit later is,</al>
          <al>bij de aanvang van de belastingplicht.</al>
          <al>2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is het recht verschuldigd voor</al>
          <al>zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na de aanvang van de</al>
          <al>belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
          <al>3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor</al>
          <al>zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de</al>
          <al>belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
          <al>4.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente</al>
          <al>verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt, waarvoor hetzelfde belastingbedrag</al>
          <al>verschuldigd is.</al>
          <al>5.Belastingaanslagen van minder dan € 9,- worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige</al>
          <al>volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen aangemerkt als één</al>
          <al>belastingaanslag.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>– Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li>
            <li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet</al></li>
          </lijst>
          <al>verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan</al>
          <al>€ 2.000,- en de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de</al>
          <al>belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat:</al>
          <al>a.aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1 oktober van het belastingjaar waarop ze</al>
          <al>betrekking hebben, moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening</al>
          <al>van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven, met een maximum van tien;</al>
          <al>b.aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september van het belastingjaar waarop ze betrekking</al>
          <al>hebben, moeten worden betaald in drie gelijke termijnen.</al>
          <al>Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste incassotermijn een maand na de</al>
          <al>dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al>
          <al>3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>– Kwijtschelding</titel>
          </kop>
          <al>1.Bij de invordering van rioolafvoerrecht wordt in afwijking van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet</al>
          <al>1990 het percentage voor de kosten van bestaan gesteld op 100%.</al>
          <al>2.Bij de invordering van rioolafvoerrecht als bedoeld in artikel 1 lid 2 sub a van de tarieventabel</al>
          <al>behorend bij deze verordening, wordt geen kwijtschelding verleend.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>– Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de</al>
          <al>invordering van de rioolafvoerrechten.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>– Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>1.De “Verordening rioolafvoerrecht 2008”, vastgesteld bij raadsbesluit van 1 november 2007, wordt</al>
          <al>ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien</al>
          <al>verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al>
          <lijst>
            <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.</al></li>
            <li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2009.</al></li>
            <li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening rioolafvoerrecht 2009”.</al></li>
          </lijst>
          <al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zevenaar,</al>
          <al>gehouden op 29 oktober 2008.</al>
          <al>De griffier, 		De voorzitter,</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Tarieventabel behorende bij de Verordening rioolafvoerrecht 2009</label>
          </kop>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Maatstaven en tarieven</label>
          </kop>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>– Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <al>1.Het recht als bedoeld in artikel 2 van de verordening wordt voor eigendommen c.q.</al>
          <al>gedeelten van eigendommen als bedoeld in artikel 3 van de verordening, welke zijn</al>
          <al>bestemd en worden gebruikt voor woondoeleinden, geheven per eigendom c.q.</al>
          <al>gedeelte van een eigendom.</al>
          <al>2.a Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt voor de overige eigendommen c.q. gedeelten</al>
          <al>van eigendommen als bedoeld in artikel 3, geheven naar het aantal kubieke meters</al>
          <al>afvalwater dat vanuit een eigendom c.q. gedeelte van een eigendom wordt afgevoerd.</al>
          <al>2.b Het aantal kubieke meters afvalwater wordt daarbij gesteld op het aantal kubieke</al>
          <al>meters (hemel)water, dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar</al>
          <al>voorafgaande verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd of opgepompt.</al>
          <al>2.c Voor de bepaling van de toegevoegde hoeveelheid water wordt daarbij uitgegaan van</al>
          <al>de gegevens op de waternota van het waterleidingbedrijf en voor de bepaling van de</al>
          <al>toegevoerde hoeveelheid hemelwater van een gemiddelde neerslag van 0,75m3 per</al>
          <al>m2 bebouwde en/of verharde oppervlakte, met dien verstande dat bij het laatste buiten</al>
          <al>beschouwing wordt gelaten de verharde oppervlakte van terreinen met een openbaar</al>
          <al>karakter.</al>
          <al>2.d Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn</al>
          <al>voorzien van een:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen of</al></li>
            <li nr="2."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste</al></li>
          </lijst>
          <al>capaciteit in bedrijf is geweest, kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van</al>
          <al>toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op</al>
          <al>grond van enige andere wettelijke bepaling.</al>
          <al>2.e Ingeval de verbruiksperiode als bedoeld onder b. niet gelijk is aan een periode van</al>
          <al>twaalf maanden, wordt de hoeveelheid naar tijdsgelang bepaald. Indien ingeval van</al>
          <al>nieuwbouw tijdens bedoelde verbruiksperiode nog geen water naar een eigendom is</al>
          <al>toegevoerd of is opgepompt, wordt het jaarverbruik naar het meest recente verbruik</al>
          <al>becijferd.</al>
          <al>2.f De op grond van het bepaalde onder b. tot en met e. berekende hoeveelheid</al>
          <al>toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet</al>
          <al>als afvalwater is afgevoerd c.q. die niet op de gemeentelijke riolering is afgevoerd,</al>
          <al>waarbij er in ieder geval van wordt uitgegaan dat van de onder c. bepaalde</al>
          <al>hoeveelheid toegevoerd hemelwater door verdamping e.d. 40% niet op de</al>
          <al>gemeentelijke riolering wordt geloosd.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>– vast bedrag per jaar</titel>
          </kop>
          <al>1 Het recht als bedoeld in artikel 2 van de verordening bedraagt per eigendom of</al>
          <al>gedeelte van een eigendom als bedoeld in artikel 3 van de verordening, welke is</al>
          <al>bestemd en wordt gebruikt voor woondoeleinden, per kalenderjaar:</al>
          <al>€133,20</al>
          <al>2 Indien een eigendom of een gedeelte van een eigendom als bedoeld onder 1.a. op 1</al>
          <al>januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang</al>
          <al>van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon bedraagt het recht:</al>
          <al>€99,60</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>– bedrag per hoeveelheid afvalwater</titel>
          </kop>
          <al>1 Het recht als bedoeld in artikel 2 van de verordening bedraagt voor de overige</al>
          <al>eigendommen c.q. gedeelten van eigendommen, per kalenderjaar:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>bij een hoeveelheid afvalwater tot 400m3 € 133,20</al></li>
            <li nr="b."><al>bij een hoeveelheid afvalwater van 400m3 of meer, per eenheid van 400 m3 of</al></li>
          </lijst>
          <al>gedeelte daarvan:</al>
          <lijst>
            <li nr="b."><al>1 van 0 m3 tot en met 1.599 m3 € 199,80</al></li>
            <li nr="b."><al>2 van 1.600 m3 tot en met 3.999 m3 € 159,60</al></li>
            <li nr="b."><al>3 van 4.000 m3 tot en met 9.999 m3 € 138,20</al></li>
            <li nr="b."><al>4 vanaf 10.000 m3 € 99,60</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>– bedrag afvalwater saneringen</titel>
          </kop>
          <al>In afwijking van het hiervoor in de artikelen 1 en 2 bepaalde, bedraagt bij lozing van</al>
          <al>afvalwater afkomstig van saneringen het recht per kalenderjaar voor eigendommen</al>
          <al>als bedoeld in artikel 2 van de verordening c.q. gedeelten van eigendommen als</al>
          <al>bedoeld in artikel 3 van de verordening per eenheid van 100m3 of gedeelte daarvan:</al>
          <al>€12,00</al>
          <al>Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Zevenaar van 29 oktober 2008,</al>
          <al>Mij bekend,</al>
          <al>De griffier,</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>