<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR376694_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels uitvoering herstructurering glastuinbouw en paddenstoelenteelt Bommelerwaard 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-02-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad 2016 nr. 959</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels uitvoering herstructurering glastuinbouw en paddenstoelenteelt Bommelerwaard 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-02-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-02-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>zaaknummer 2015-007385</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ruimtelijke ordening, agrarische sector, bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Red. De bijlagen zijn in deze bank niet afdoende weer te geven. Zij zijn als volgt te vinden:</al><al>Bijlage 1 is te vinden als een externe bijlage (exb-2015-23252) bij het Provinciaal Blad 2015 nr 5818 van 2 september 2015.</al><al>Bijlage 2 is te vinden als een externe bijlage (exb-2015-23523) bij het Provinciaal Blad 2015 nr 5818 van 2 september 2015.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels uitvoering herstructurering glastuinbouw en paddenstoelenteelt Bommelerwaard 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND </al><al>Overwegende dat: in artikel 1, sub g en artikel 3, lid 5 van de
                        Beleidsregels uitvoering herstructureringglastuinbouw en paddenstoelenteelt
                        Bommelerwaard 2015 abusievelijk “het PHTB” wordt genoemdwaar dit
                        “Gedeputeerde Staten” had moeten zijn; </al><al>Gelet op: artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;</al><al>BESLUITEN:</al><al>vast te stellen de volgende gewijzigde regeling: Beleidsregels uitvoering
                        herstructurering glastuinbouw en paddenstoelenteelt Bommelerwaard 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze beleidsregels wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> anterieure overeenkomst: een overeenkomst als bedoeld in artikel
                                6.12, tweede lid, van de Wetruimtelijke ordening; </al></li><li nr="b."><al> basisbereidheid: de bereidheid van grondeigenaren om over te gaan
                                tot realisering van de bestemming conform de
                                verkavelingsschets;</al></li><li nr="c."><al> basiskaarten: de kaarten die als bijlage 4 deel uitmaken van de
                                planregels van het PIP;</al></li><li nr="d."><al> dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke
                                regeling Projectbureau Herstructurering Tuinbouw Bommelerwaard;</al></li><li nr="e."><al> gebiedsproces: de voortzetting van het consultatieproces zoals
                                beschreven in paragraaf 1.2 van de toelichting van het PIP, waarbij
                                het gebiedsproces wordt benut om per intensiveringsgebied te komen
                                tot een voorontwerp wijzigingsplan volgens optie A;</al></li><li nr="f."><al> gebiedsdraagvlak: de mate van basisbereidheid binnen een
                                intensiveringsgebied op basis waarvan het dagelijks bestuur
                                vaststelt of de optimale benuttingsgraad van het gebied wordt
                                behaald, blijkend uit intentieovereenkomsten en een bijbehorende
                                verkavelingsschets;</al></li><li nr="g."><al> intentieovereenkomst: de overeenkomst tussen een grondeigenaar en
                                Gedeputeerde Staten ter voorbereiding van een later te sluiten
                                anterieure overeenkomst;</al></li><li nr="h."><al> optimale benuttingsgraad: het ter optimalisering van de teelt
                                redelijkerwijs beschikbare uitgeefbare areaal per
                                intensiveringsgebied, te bepalen door het dagelijks bestuur aan de
                                hand van het PIP, de bestaande eigendomsposities en een nader
                                onderzoek van het PHTB naar een realistisch te achten
                                verkaveling;</al></li><li nr="i."><al> kostenverhaal (anderszins) verzekerd: de invulling van de
                                verplichting van het bevoegd gezag om bij de vaststelling van
                                wijzigingsplannen, die tevens een bouwplan mogelijk maken, zorg te
                                (laten) dragen dat de kosten conform de systematiek van Afdeling 6.4
                                Grondexploitatie van de Wet ruimtelijke ordening worden verhaald
                                door middel van het sluiten van anterieure overeenkomsten of door
                                middel van het vaststellen van een of meer exploitatieplannen;</al></li><li nr="j."><al> optie A: een gebiedsdekkend wijzigingsplan dat bij recht bouwen
                                toelaat ten behoeve van glastuinbouw, alsmede de aanleg van wegen en
                                landschappelijk groen;</al></li><li nr="k."><al> optie B: een wijzigingsplan dat uitsluitend gronden omvat waarvoor
                                sprake is van een of meerdere tuinbouwinitiatieven en waaraan op
                                perceelsniveau directe bouw- en gebruikstitels worden
                                toegekend;</al></li><li nr="l."><al> optie C: een wijzigingsplan dat uitsluitend de structurerende
                                elementen omvat, bestaande uit gebiedsomzomend, landschappelijk
                                groen of nieuwe ontsluitingswegen en andere verkeersmaatregelen, ook
                                wel structurerend wijzigingsplan genoemd;</al></li><li nr="m."><al> optie D: een wijzigingsplan bestaande uit optie C met een
                                bestemming bij recht van de ten tijde van de vaststelling inpasbare
                                tuinbouwinitiatieven, ook wel pragmatisch wijzigingsplan
                                genoemd;</al></li><li nr="n."><al> optie E:eindbeeld voor de situatie waarbij via optie C en D
                                invulling wordt gegeven aan enig intensiverings- of
                                reserveconcentratiegebied;</al></li><li nr="o."><al> Projectbureau Herstructurering Tuinbouw Bommelerwaard: het openbaar
                                lichaam Projectbureau Herstructurering Tuinbouw Bommelerwaard, ook
                                wel afgekort tot PHTB;</al></li><li nr="p."><al> PIP: het provinciaal inpassingsplan ‘Tuinbouw Bommelerwaard’,
                                vastgesteld op 25 februari 2015,
                                NL.IMRO.9925.IPBommelerwaard-VST1;</al></li><li nr="q."><al> planregels: de planregels van het PIP;</al></li><li nr="r."><al> tuinbouwsector: het Tuinbouwplatform Bommelerwaard en de
                                ongeorganiseerde tuinders in de Bommelerwaard;</al></li><li nr="s."><al> verkavelingsschets: een gebiedsdekkende schets ter concretisering
                                van de desbetreffende Basiskaart, met daar op aangegeven de
                                inrichtings- en verkavelingsgrenzen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Reikwijdte</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten geven toepassing aan de wijzigingsbevoegdheden van
                        artikel 28 van de planregels via de opties A tot en met D met inachtneming
                        van de artikelen 3 en 4.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Intensiveringsgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen voor alle intensiveringsgebieden een
                            gebiedsdekkend wijzigingsplan vast volgens optie A, binnen een termijn
                            van maximaal 18 maanden na het besluit tot vaststelling van deze
                            beleidsregels, onder de voorwaarde dat het wettelijk verplichte
                            kostenverhaal is verzekerd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien het wettelijke kostenverhaal wordt verzekerd via een anterieure
                            overeenkomst, wordt daarin ten minste het volgende vastgelegd: </al><lijst><li nr="a."><al> de bijdrage in de exploitatiekosten door de grondeigenaar;</al></li><li nr="b."><al> het betalingsmoment van en de zekerheidstellingen voor deze
                                    bijdrage te voldoen binnen 2 jaar na vastlegging van de
                                    anterieure overeenkomst of zoveel eerder als de
                                    omgevingsvergunning onherroepelijk wordt;</al></li><li nr="c."><al> dat in geval van bedrijfsverplaatsing waarbij Gedeputeerde
                                    Staten subsidie hebben toegekend, de gronden na sloop van de
                                    kassen van het verplaatste bedrijf niet meer bebouwd mogen
                                    worden met nieuwe kassen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten winnen per afzonderlijk intensiveringsgebied het
                            advies in van het dagelijks bestuur over het gebiedsdraagvlak en de mate
                            waarin wordt voldaan aan de voorwaarden om een wijzigingsplan volgens
                            optie A vast te stellen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Gedeputeerde Staten meten het gebiedsdraagvlak af aan de volgende
                            bronnen: </al><lijst><li nr="- "><al> de uitkomsten van het gebiedsproces;</al></li><li nr="- "><al> de informatie van het PHTB over de optimale benuttingsgraad, de
                                    bestaande eigendomsposities en een realistisch te achten
                                    verkaveling;</al></li><li nr="- "><al> de informatie van de gemeenten over de urgentie van de publieke
                                    doelen conform de basiskaarten;</al></li><li nr="- "><al> de informatie van de tuinbouwsector over het aspect van de
                                    basisbereidheid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De basisbereidheid wordt bij voorkeur aangetoond door een
                            intentieovereenkomst tussen de individuele grondeigenaren en
                            Gedeputeerde Staten, welke overeenkomst aan de zijde van de
                            grondeigenaar ten minste de bereidheid bevat om mee te werken aan een
                            gebiedsdekkend wijzigingsplan volgens optie A, inclusief de van
                            toepassing zijnde verkavelingsschets en aan de zijde van het PHTB de
                            bereidheid om onder de voorwaarden als bedoeld in onderdelen a en b van
                            het tweede lid een anterieure overeenkomst te sluiten.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Onverlet de voorwaarde dat het wettelijke kostenverhaal is verzekerd,
                            kunnen Gedeputeerde Staten afwijken van het eerste lid en optie D
                            toepassen, indien het dagelijks bestuur na een periode van 9 maanden na
                            de start van het proces als bedoeld in het tweede lid rapporteert dat in
                            enig intensiveringsgebied geen gebiedsdraagvlak bestaat.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Onverlet de voorwaarde dat het wettelijke kostenverhaal is verzekerd,
                            kunnen Gedeputeerde Staten afwijken van het eerste lid en optie C
                            toepassen, al dan niet gecombineerd met optie D, indien het dagelijks
                            bestuur onderbouwd rapporteert dat het publieke doel van de leefbaarheid
                            daar aanleiding toe geeft.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> Onverlet de voorwaarde dat het wettelijke kostenverhaal is verzekerd,
                            kunnen Gedeputeerde Staten afwijken van het eerste lid en optie B
                            toepassen, indien het dagelijks bestuur rapporteert dat een onverkorte
                            toepassing van het eerste lid, gelet op het individuele belang van een
                            tuinder, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, waarbij
                            moet zijn voldaan aan de volgende voorwaarden: </al><lijst><li nr="a."><al> het initiatief draagt aantoonbaar bij aan hetgeen het PIP
                                    verstaat onder de herstructureringsopgave tuinbouw
                                    Bommelerwaard; en</al></li><li nr="b."><al> het initiatief frustreert niet het belang van een logische en
                                    efficiënte verkaveling van het beschikbare areaal voor
                                    glastuinbouw en paddenstoelenteeltbedrijven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al> Voor de gronden die na de toepassing van het zesde tot en met achtste
                            lid niet zijn opgenomen in een wijzigingsplan voorzien Gedeputeerde
                            Staten hetzij via optie B, hetzij via optie D in het eindbeeld conform
                            optie E, waarbij het streven erop is gericht om de bestuurlijke lasten
                            te minimaliseren onder meer door samenvoeging van meerdere individuele
                            initiatieven tot één wijzigingsplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Reserveconcentratiegebieden</titel></kop><al>Voor de reserveconcentratiegebieden stellen Gedeputeerde Staten een
                        wijzigingsplan vast conform optie D danwel optie B, indien het dagelijks
                        bestuur rapporteert dat:</al><lijst><li nr="- "><al> door de initiatienemer genoegzaam is aangetoond dat de ontwikkeling
                                niet realiseerbaar is binnen de door het dagelijks bestuur
                                opgestelde verkavelingsschetsen voor de intensiveringsgebieden;</al></li><li nr="- "><al> met het initiatief een aantoonbare meerwaarde wordt bereikt ten
                                opzichte van hetgeen het PIP verstaat onder de
                                herstructureringsopgave tuinbouw Bommelerwaard; en</al></li><li nr="- "><al> het wettelijke kostenverhaal is verzekerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Evaluatie</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten evalueren deze beleidsregels na een periode van 12
                        maanden na de vaststelling op basis van een rapportage door het dagelijks
                        bestuur.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Citeertitel</titel></kop><al>Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als: Beleidsregels uitvoering
                        herstructurering glastuinbouw en paddenstoelenteelt Bommelerwaard 2015.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na de datum van
                        uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Gedeputeerde Staten van Gelderland</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage 1. Inpassingsplan Tuinbouw Bommelerwaard: vijf typen
                        wijzigingsplannen</titel></kop><al>(red. te vinden in een externe bijlage van het Provinciaal Blad 2015 nr. 5818
                    van 2 september 2015: exb-2015-23252)</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 2. Inpassingsplan Tuinbouw Bommelerwaard: stroomschema proces
                        wijzigingsplannen</titel></kop><al>(red. te vinden in een externe bijlage van het Provinciaal Blad 2015 nr. 5818
                    van 2 september 2015: exb-2015-23253)</al></bijlage><nota-toelichting><al><vet>Toelichting</vet></al><al><vet>Motivering </vet> Het PIP legt de uitvoering van de herstructurering in
                    handen van Gedeputeerde Staten. Via het stelsel van wijzigings- en
                    afwijkingsbevoegdheden hebben Gedeputeerde Staten een ruime beleidsvrijheid over
                    het proces van de herstructurering en de vorm en inhoud van de
                    wijzigingsplannen. In het belang van de rechtszekerheid van de gebiedspartijen
                    leggen Gedeputeerde Staten in deze beleidsregels vast hoe zij van die
                    bestuurlijke vrijheid gebruik maken. De beleidsregels zijn een richtlijn in
                    handen van Gedeputeerde Staten, waarmee zij in staat zijn om – gegeven de
                    locatiespecifieke situatie – het meest geschikte type wijzigingsplan vast te
                    stellen, inclusief het bijbehorende totstandkomingsproces. Voor de
                    besluitvorming over de vaststelling van de wijzigingsplannen en andere besluiten
                    heeft dit tot gevolg dat Gedeputeerde Staten ter motivering van een concreet
                    besluit kunnen volstaan met een verwijzing naar de beleidsregel (art. 4:82 Awb).
                    Een ander gevolg is dat Gedeputeerde Staten gehouden zijn de beleidsregels toe
                    te passen, tenzij het toepassen wegens bijzondere omstandigheden
                    onevenredignadelig is voor belanghebbenden (art. 4:84 Awb).</al><al>In deze beleidsregels komt een adviesrol toe aan het dagelijks bestuur van de
                    gemeenschappelijke regeling Projectbureau Herstructurering Bommelerwaard.</al><al><vet>Voorwaarden uitbreiding en nieuwvestiging </vet> Het PIP bevat diverse
                    regelingen waarmee Gedeputeerde Staten de herstructurering kunnen realiseren. De
                    kernbepalingen zijn opgenomen in artikel 28, dat de voorwaarden bevat voor de
                    uitbreiding en nieuwvestiging van glastuinbouw- en paddenstoelenteeltbedrijven
                    in intensiverings- en reserveconcentratiegebieden. De betreffende kernbepalingen
                    zijn hierna zijn weergegeven:</al><al>28.2 Intensiveringsgebied</al><al>28.2.1 Nieuwvestiging en/of uitbreiding van glastuinbouw of paddenstoelenteelt
                    (Intensivering)</al><al>Gedeputeerde Staten zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het
                    realiseren of uitbreiden van één of meer glastuinbouw- of
                    paddenstoelenteeltbedrijven met bijbehorende bedrijfswoningen ter plaatse van de
                    aanduiding 'overige zone - intensiveringsgebied', mits de wijziging bijdraagt
                    aan de herstructureringsopgave tuinbouw Bommelerwaard en onder de voorwaarde
                    dat:</al><al>a. het initiatief rechtstreeks is te herleiden tot een glastuinbouwbedrijf uit
                    de Bommelerwaard;</al><al>b. het belang van een logische en efficiënte verkaveling van het beschikbare
                    areaal voor glastuinbouw en paddenstoelenteeltbedrijven in acht wordt
                    genomen;</al><al>c. de eisen met betrekking tot de waterhuishouding in acht worden genomen;</al><al>d. het wijzigingsplan wordt opgesteld overeenkomstig:</al><al>1. de van deze regels deel uitmakende Bijlage 4 Basiskaarten;</al><al>2. de van deze regels deel uitmakende Bijlage 2 Landschappelijke inpassing;</al><al>e. wanneer een bedrijfswoning als gevolg van de herstructurering niet meer als
                    zodanig wordt gebruikt, deze bedrijfswoning de herstructureringsopgave niet
                    belemmert en de afstand tussen woning en glasopstanden minimaal 14 m bedraagt,
                    deze bedrijfswoning kan worden voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van
                    agrarisch - voormalig agrarische bedrijfswoning' met als voorwaarde dat voldaan
                    moet worden aan het gestelde ten aanzien van voormalige agrarische
                    bedrijfswoningen in artikel 4;</al><al>f. omtrent het gestelde in sublid 28.2.1 onder c en d advies wordt gevraagd aan
                    de gemeenten en het waterschap;</al><al>[….]</al><al>28.3 reserveconcentratiegebied</al><al>28.3.1 Nieuwvestiging en/of uitbreiding van glastuinbouw of paddenstoelenteelt
                    (Reserve)</al><al>Gedeputeerde Staten zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het
                    realiseren of uitbreiden van één of meer glastuinbouw- en/of
                    paddenstoelenteeltbedrijven met bijbehorende bedrijfswoningen ter plaatse van de
                    aanduiding 'overige zone - reserveconcentratiegebied', onder de voorwaarde
                    dat:</al><al>a. het initiatief om bedrijfseconomische, ruimtelijke en/of landschappelijke
                    redenen aantoonbaar niet realiseerbaar is op gronden ter plaatse van de
                    aanduiding 'overige zone - intensiveringsgebied', met dien verstande dat deze
                    beperking niet geldt voor uitbreiding van een bestaand glastuinbouw- of
                    paddenstoelenteeltbedrijf;</al><al>b. het initiatief rechtstreeks is te herleiden tot een glastuinbouwbedrijf uit
                    de Bommelerwaard;</al><al>c. het belang van een logische en efficiënte verkaveling van het beschikbare
                    areaal voor glastuinbouw en paddenstoelenteeltbedrijven in acht wordt
                    genomen;</al><al>d. de eisen met betrekking tot de waterhuishouding in acht worden genomen;</al><al>e. de wijziging bijdraagt aan de herstructureringsopgave tuinbouw Bommelerwaard
                    en onder de voorwaarde dat het wijzigingsplan wordt opgesteld
                    overeenkomstig:</al><al>1. de van deze regels deel uitmakende Bijlage 4 Basiskaarten;</al><al>2. de van deze regels deel uitmakende Bijlage 2 Landschappelijke inpassing;</al><al>f. omtrent het gestelde in sublid 28.3.1 onder c en d advies wordt gevraagd aan
                    de gemeenten en het waterschap;</al><al>g. indien niet kan worden voldaan aan de eisen van landschappelijke inpassing
                    zoals genoemd in sublid 28.3.1 onder f sub 2, mag hiervan worden afgeweken
                    indien aangetoond kan worden middels een onderbouwde landschappelijke inpassing
                    dat de gewenste landschappelijke kwaliteit op een andere wijze kan worden
                    behaald;</al><al>[….]</al><al><vet>Wijzigingsplannen </vet> De toepassing van deze wijzigingsbevoegdheden kan
                    uitmonden in de 5 plantypes (A tot en met E) die zijn beschreven in bijlage
                    1.</al><al><vet>Centrale opgave voor de beleidsregels </vet> Elk van de in de tabel
                    beschreven opties moet worden gerelateerd aan de mate waarin de
                    herstructureringdoelen worden gediend. In het algemeen kan worden gesteld dat
                    optie A vanuit die benadering het ideaaltype is. In dat model komen alle
                    herstructureringsdoelen tot hun recht en vindt in één enkele procedure de
                    omzetting naar rechtstreekse bouw- en gebruikstitels plaats. Optie B is in dat
                    licht de minst te prefereren optie. Zij dient slechts het belang van een of
                    enkele individuele initiatieven. Van een integrale afweging van de
                    herstructureringsdoelen is daarbij geen sprake. Optie C is de variant die zich
                    richt op de publieke doelen van de herstructurering, in die zin dat de publieke
                    doelen op z’n minst vooruitlopen op de tuindersbelangen.</al><al>De wijzigingsbevoegdheden van artikel 28 zijn aan voorwaarden verbonden. Deze
                    kunnen worden onderscheiden in en voorwaarden. De voorwaarden hebben betrekking
                    op <vet>‘wat, waar en wanneer?’</vet> De voorwaarden komen aan bod nadat de
                    leidende voorwaarden zijn toegepast: als eenmaal bepaald is waar, wanneer, welk
                    type wijzigingsplan aan de orde is, moet worden bepaald <vet>‘hoe’</vet> het
                    wijzigingsplan dient te worden vormgegeven.</al><al>Voor deze beleidsregels wordt uitsluitend ingegaan op de voorwaarden. Die
                    voorwaarden zijn de volgende:</al><al>a) Het initiatief is rechtstreeks te herleiden tot een glastuinbouwbedrijf uit
                    de Bommelerwaard; b) De wijziging moet bijdragen aan de herstructureringsopgave
                    tuinbouw Bommelerwaard, waaronder wordt verstaan: - het bieden van economische
                    toekomstmogelijkheden aan de glastuinbouw en de paddenstoelenteelt in de vorm
                    van volwaardige bedrijfsvestigingen, dan wel volwaardige
                    gastuinbouwontwikkelingen; - het versterken van de leefbaarheid; - het
                    versterken van de bestaande ruimtelijke en landschappelijke kwaliteiten; Deze
                    voorwaarde benadrukt het belang van het integrale karakter van de
                    herstructurering. Het wijzigingsinstrument moet (uiteindelijk) alle doelen
                    behartigen zoals opgenomen in de Basiskaarten. c) Het beang van een logische en
                    efficiënte verkaveling van het beschikbare areaal voor glastuinbouw en
                    paddenstoelenteeltbedrijven moet in acht worden genomen; Deze voorwaarde richt
                    zich op het schaarse karakter van het tuinbouwareaal. Was dit in het vorige
                    regime nog ongebreideld, dan is dit in het PIP teruggebracht tot concreet
                    begrensde gebieden. De heruitgifte van bouwrechten moet waarborgen dat de
                    beschikbare gronden optimaal worden ingezet voor de glastuinbouw- en
                    paddenstoelensector. d) De infrastructuur moet berekend zijn op het
                    verkeersaanbod met inbegrip van de vergroting van de verkeersaantrekkende
                    werking die van de wijziging uitgaat; het initiatief is om bedrijfseconomische,
                    ruimtelijke en/of landschappelijke redenen aantoonbaar niet realiseerbaar op
                    gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - intensiveringsgebied', met
                    dien verstande dat deze beperking niet geldt voor uitbreiding van een bestaand
                    glastuinbouw- of paddenstoelenteeltbedrijf; Deze voorwaarde richt zich op het
                    voorkomen dat verkeersonveilige situaties ontstaan dan wel
                    onopgelostblijven.</al><al>Het vorenstaande leidt tot een totstandkomingsproces waarin het dagelijks
                    bestuur adviseert welke intensiveringsgebieden in aanmerking komen voor een
                    gebiedsdekkend wijzigingsplan conform optie A. Binnen een termijn van 9 maanden
                    moet deze stap worden afgerond en wel door het vaststellen van een
                    verkavelingsschets en het afsluiten van de nodige anterieure overeenkomsten. Het
                    dagelijks bestuur beoordeelt het niveau van het gebiedsdraagvlak per
                    intensiveringsgebied. Drie redenen aanleiding zijn om optie A te verlaten:</al><al>1. Gebiedsdraagvlak is niet realistisch (optie B is dan niet aan de orde, omdat
                    dat een bonus op niet-meewerken aan optie A zou zetten); 2. De publieke doelen
                    moeten met voorrang worden gediend (optie D kan aan de orde zijn); 3. Er is
                    sprake van een onbillijkheid van overwegende aard die tot afwijkend handelen
                    noodzaakt (optie B kan aan de orde zijn).</al><al>Indien het uitgangspunt van optie A moet worden verlaten, ontstaat een situatie
                    waarbij intensiveringsgebieden deels wel en deels niet in een wijzigingsplan
                    zijn opgenomen. Voor die laatstbedoelde gronden zal alsnog in het eindbeeld van
                    optie E moeten zijn voorzien. Toepassing van optie B ligt daarbij het meest voor
                    de hand. Ter voorkoming van een veelheid aan perceelsgerichte wijzigingsplannen,
                    kan er voor worden gekozen om initiatieven ‘op te bossen’ zodat via een gering
                    aantal wijzigingsprocedures in het eindbeeld wordt voorzien.</al><al>Voor de reserveconcentratiegebieden worden op maat gemaakte wijzigingsplannen
                    vastgesteld conform optie B. Voorwaarde is dat toetsing aan de
                    Verkavelingsschetsen kan plaatsvinden inzake de vestigingsmogelijkheden in
                    intensiveringsgebied.</al><al>In bijlage 2 is een stroomschema opgenomen voor het proces van de
                    wijzigingsplannen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>