<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR376448_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Drank- en Horecaverordening gemeente Gorinchem 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gorinchem</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-09-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gorinchem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, Nr. 80534</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Drank- en Horecaverordening gemeente Gorinchem 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 108, 2e lid en artikel 147; Drank- en Horecawet, artikel 4, 25a en 25d</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-05-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-09-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-07-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/1172</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Drank en horeca</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Drank- en Horecaverordening gemeente Gorinchem 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Drank- en Horecaverordening </vet><vet>gemeente Gorinchem
                        2014</vet></al><al>De raad van de gemeente Gorinchem; </al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        14 maart 2014</al><al>gelet op artikel 108, tweede lid en 147 van de Gemeentewet en de
                        artikelen 4, 25a en 25d van de Drank- en Horecawet;</al><al><vet>B E S L U I T :</vet></al><al><vet>I. </vet>in te trekken de Drank- en Horecaverordening</al><al><vet>II.</vet> vast te stellen de Drank- en Horecaverordening gemeente
                        Gorinchem 2014 </al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>de wet:</vet> Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al><vet>terras:</vet> het buiten de besloten ruimte
                            gelegen deel van een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, waar sta- of zitgelegenheid kan worden
                            geboden en waar bedrijfsmatig of anders dan om niet dranken of spijzen
                            voor gebruik ter plaatse mogen worden verstrekt;</al></li><li nr="c."><al><vet>vergunning:</vet> de vergunning als bedoeld in
                            artikel 3 van de wet;</al></li><li nr="d."><al><vet>bezoeker:</vet> een ieder die zich in een
                            inrichting bevindt, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="·"><al>leidinggevenden in de zin van de wet;</al></li><li nr="·"><al>personen die dienst doen in de inrichting; </al></li><li nr="·"><al>personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
                                            dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt onder de
                                            overige begrippen in deze verordening verstaan hetgeen
                                            de wet daaronder verstaat.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>BEPALINGEN VOOR HORECABEDRIJVEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2.1</nr><titel>Bepalingen voor de uitoefening van het horecabedrijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorschriften aan vergunningen om het horecabedrijf uit te
                                    oefenen</titel></kop><al>De burgemeester kan aan een vergunning voor het uitoefenen van het
                                horecabedrijf voorschriften verbinden. Deze voorschriften kunnen
                                alleen worden gesteld in het kader van de volgende belangen:</al><lijst><li nr="·"><al>ter bescherming van de volksgezondheid;</al></li><li nr="·"><al>in het belang van de openbare orde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Prijsacties horeca</titel></kop><al>Ter bescherming van de volksgezondheid en/of in het belang van de
                                openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet
                                alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse
                                tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is
                                dan 60% van de prijs die in de betreffende horecalokaliteit of op
                                het betreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2.2</nr><titel>Aanvullende bepalingen voor paracommerciële
                                rechtspersonen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend
                                alcoholhoudende drank gedurende de periode beginnende met één uur
                                voor aanvang en eindigende met drie uur na beëindiging van
                                activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de
                                desbetreffende paracommerciële rechtspersoon. Deze
                                verstrekkingsbeperking is uitsluitend van toepassing indien dit
                                leidt tot oneerlijke mededinging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Andere schenktijden voor bepaalde typen paracommerciële
                                    rechtspersonen</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 4 hanteren de in
                                onderstaand schema opgenomen typen paracommerciële rechtspersonen de
                                hierna opgenomen schenktijden:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="40*"/><colspec colname="col2" colwidth="32*"/><colspec colname="col3" colwidth="27*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Buurt- en dorpshuizen</al></entry><entry colname="col2"><al>Zondag t/m donderdag</al><al>Vrijdag en zaterdag</al></entry><entry colname="col3"><al>10:00 uur tot 24:00 uur</al><al>10:00 uur tot 01:00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verpleeg- en verzorgingshuizen</al></entry><entry colname="col2"><al>Maandag t/m vrijdag</al><al>Zaterdag en zondag</al></entry><entry colname="col3"><al>15:00 uur tot 23:00 uur</al><al>12:00 uur tot 24:00 uur</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden voor paracommerciële rechtspersonen om
                                    alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke
                                    aard te verstrekken, indien dit leidt tot oneerlijke
                                    mededinging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden voor paracommerciële rechtspersonen om
                                    alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten die
                                    gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de
                                    activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn,
                                    indien dit leidt tot oneerlijke mededinging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden om de mogelijkheid tot het houden van
                                    bijeenkomsten van persoonlijke aard (waaronder inbegrepen de
                                    verhuur van het pand en inventaris) en bijeenkomsten die gericht
                                    zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de
                                    activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn,
                                    als bedoeld in het eerste lid en tweede lid van dit artikel,
                                    openlijk aan te prijzen of onder de aandacht te brengen met
                                    bijvoorbeeld posters, brochures, publicaties in kranten of
                                    tijdschriften, of via internet of social media kenbaar te
                                    maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verbod verstrekken van sterke drank door bepaalde
                                    paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank
                                    te verstrekken in een inrichting van een paracommerciële
                                    rechtspersoon die: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>deel uitmaakt van een gebouw dat uitsluitend of waarvan een
                                    onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt om
                                    onderwijs te geven aan leerlingen die merendeels de leeftijd van
                                    achttien jaar nog niet hebben bereikt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel
                                    uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer
                                    jeugdorganisaties of -instellingen dan wel bezocht pleegt te
                                    worden door jeugdige personen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>BEPALINGEN VOOR DE DETAILHANDEL</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Prijsacties detailhandel</titel></kop><al>Ter bescherming van de volksgezondheid en/of in het belang van de
                            openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet
                            alcoholhoudende dranken aan te bieden voor gebruik elders dan ter
                            plaatse tegen een prijs die voor een periode van één week of korter
                            lager is dan 70% van de prijs die in het betreffende verkooppunt
                            gewoonlijk wordt gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Voorschriften slijterijen</titel></kop><al>De burgemeester kan aan een vergunning voor een slijtersbedrijf
                            voorschriften verbinden. Deze voorschriften kunnen alleen worden gesteld
                            in het kader van de volgende belangen:</al><lijst><li nr="·"><al>ter bescherming van de volksgezondheid;</al></li><li nr="·"><al>in het belang van de openbare orde.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening vervallen
                                voor paracommerciële rechtspersonen: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op grond van
                                eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn
                                gesteld;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de ontheffingen die tot dat tijdstip door het college van
                                burgemeester en wethouders en de burgemeester zijn verleend;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de tot dat tijdstip gehanteerde schenk- of taptijden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorschriften en beperkingen die tot het tijdstip van
                                inwerkingtreding van deze verordening op grond van eerdere
                                gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld aan
                                vergunningen van andere dan in het eerste lid bedoelde inrichtingen,
                                blijven van kracht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ontheffingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening zijn verleend op grond van eerdere gemeentelijke
                                verordeningen krachtens de wet, behalve de in het eerste lid, onder
                                b., bedoelde ontheffingen, blijven 12 maanden na inwerkingtreding
                                van deze verordening van kracht. Daarna komen deze ontheffingen te
                                vervallen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een ontheffing of vergunning op grond van de (oude)
                                Drank- en Horecaverordening is ingediend waarop nog niet is beslist,
                                wordt daarop deze verordening toegepast. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op bezwaarschriften gericht tegen een besluit krachtens de (oude)
                                Drank- en Horecaverordening wordt beslist met toepassing van deze
                                verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit besluit en de Drank- en Horecaverordening gemeente Gorinchem
                                    2014 treden in werking op de dag van publicatie.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Drank- en
                                    Horecaverordening gemeente Gorinchem 2014”.</al></li></lijst><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 mei 2014</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, </ondertekening><ondertekening>De griffier, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Drank- en Horecaverordening van de gemeente Gorinchem
                        2014</titel></kop><tussenkop>Leeswijzer </tussenkop><al>De toelichting op deze Drank- en Horecaverordening van de gemeente Gorinchem
                    2014 (hierna de verordening) bestaat uit deel A en deel B.</al><al>Deel A bevat een algemene toelichting op de verordening. Daarbij wordt ingegaan
                    op de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="·"><al>Wijziging van de Drank- en Horecawet </al></li><li nr="·"><al>Toezicht op de Drank- en Horecawet </al></li><li nr="·"><al>Hoofdelementen en uitgangspunten van de verordening</al></li><li nr="·"><al>Totstandkoming van deze verordening </al></li></lijst><al>Deel B bevat een artikelsgewijze toelichting op de verordening. </al><tussenkop>A Algemene toelichting</tussenkop><tussenkop>1. Wijziging van de Drank- en Horecawet </tussenkop><al>De Drank- en Horecawet ordent de distributie van alcoholhoudende drank. De wet
                    bestaat sinds 1964. Kern van de wet is dat alcoholgebruik kan leiden tot
                    gezondheidsschade, overlast en ongevallen. Daarom is een gemeentelijke
                    vergunning vereist voor het verstrekken van alcoholhoudende drank (voor gebruik
                    ter plaatse) in de horeca en het verstrekken (voor het gebruik elders dan ter
                    plaatse) van sterke drank in slijterijen. Voor de detailhandelsverkoop van
                    zwak-alcoholhoudende drank is geen vergunning vereist. </al><al>De Drank- en Horecawet stelt voor het verkrijgen van een vergunning enkele
                    eisen:</al><lijst><li nr="·"><al>leidinggevenden dienen te voldoen aan leeftijdseisen (21 jaar of
                            ouder);</al></li><li nr="·"><al>zedelijkheidseisen (geen antecedenten);</al></li><li nr="·"><al>eisen ten aanzien van kennis en inzicht in verantwoord verstrekken
                            (meestal Verklaring Sociale hygiëne). </al></li></lijst><al>Ook de inrichting zelf moet aan enkele basiseisen voldoen.</al><al>Om het alcoholgebruik onder jongeren zoveel mogelijk te helpen voorkomen, kent
                    de Drank- en Horecawet al van oudsher leeftijdsgrenzen. </al><al>Na 1 januari 2014 mag aan jongeren onder de 18 jaar geen alcohol worden
                    verkocht. De wet maakt in dit verband geen onderscheid meer tussen
                    zwak-alcoholhoudende drank en sterk drank. Alle verstrekkers van alcohol zoals
                    barkeepers, slijters, caissières dienen de leeftijd van jongeren vooraf vast te
                    stellen. Jongeren onder de 18 jaar zijn strafbaar als ze alcohol bij zich
                    hebben. Zowel op straat als op andere plekken toegankelijk voor het publiek.
                    Bijvoorbeeld in een café, winkelcentrum, stationshal of park.</al><tussenkop>2. Nieuwe bepalingen in Drank- en Horecawet</tussenkop><al>De belangrijkste wijziging is dat het toezicht op de naleving van vrijwel alle
                    bepalingen van de Drank- en Horecawet overgaat van de Nederlandse Voedsel- en
                    Warenautoriteit naar de gemeenten. Het uitgangspunt hierbij is dat gemeenten het
                    toezicht efficiënter in kunnen zetten en vaker toezicht kunnen uitoefenen. De
                    burgemeester wordt voortaan bevoegd gezag. </al><al>De gemeenteraad krijgt meer mogelijkheden om op lokaal niveau beter invulling te
                    geven aan het alcoholbeleid, met name om (overmatig) alcoholgebruik onder
                    jongeren tegen te gaan. De bestaande gemeentelijke bevoegdheid om
                    leeftijdsgrenzen voor de horeca vast te stellen wordt uitgebreid. Gemeenten
                    kunnen voortaan een minimum toelatingsleeftijd tot alle horecalokaliteiten en
                    terrassen vaststellen en deze koppelen aan tijdsruimten. Daarnaast krijgen
                    gemeenteraden de mogelijkheid extreme prijsacties in supermarkten en de horeca
                    in een verordening te verbieden. Gemeenteraden moeten een verordening opstellen
                    waarin de alcoholverstrekking door paracommerciële rechtspersonen wordt
                    gereguleerd. </al><al>De strafbepaling in de Drank- en Horecawet welke het verbiedt aan personen onder
                    de 18 jaar om op voor het publiek toegankelijke plaatsen alcohol aanwezig voor
                    consumptie gereed te hebben dient een drieledig doel. </al><al>Ten eerste is het een beschermingsmaatregel, waarmee het alcoholgebruik onder
                    jongeren onder de 18 jaar wordt tegengegaan. Ten tweede is het een
                    ordemaatregel, waarmee overlastgevende drinkende jeugd op straat kan worden
                    aangepakt. Ten derde is de bepaling een antwoord op het veel voorkomende
                    fenomeen dat een oudere persoon alcohol koopt en deze in de horeca of op straat
                    doorgeeft aan een jongere onder de leeftijdsgrens. Het verbod geldt niet voor
                    het aanwezig hebben van alcoholhoudende dranken in supermarkten, slijterijen en
                    dergelijke. Daar is er immers geen indirecte verstrekking en/of consumptie ter
                    plaatse. Het geldt wel voor het aanwezig hebben (of voor consumptie gereed
                    hebben) van alcoholhoudende drank in horeca-inrichtingen, inclusief de
                    inrichtingen van paracommerciële rechtspersonen.</al><al>Het verstrekken en verkopen van alcohol aan jongeren onder de 18 kan als gevolg
                    van de wijziging van de Drank- en Horecawet harder worden aangepakt.
                    Supermarkten en andere detailhandelaren die binnen één jaar drie keer betrapt
                    worden op het verkopen van alcohol aan jongeren onder de leeftijdsgrens kan het
                    tijdelijk worden verboden om alcoholhoudende drank te verkopen. De burgemeester
                    kan een alcoholverkoopverbod van één tot twaalf weken opleggen.</al><al>De horeca- en slijterijvergunning kan al na één overtreding van de
                    leeftijdsgrenzen worden geschorst. </al><al>De administratieve lasten voor horeca- en slijtersbedrijven worden fors
                    verminderd. Zo hoeft een ondernemer een nieuwe leidinggevende nog slechts bij de
                    burgemeester te melden en hoeft er in zo een geval ook geen nieuwe vergunning
                    meer te worden aangevraagd.</al><tussenkop>5. Hoofdelementen en uitgangspunten van deze verordening </tussenkop><al>De verordening hanteert de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="·"><al>Alcoholverstrekking in paracommerciële inrichtingen, zoals sportkantines
                            (artikel 4);</al></li><li nr="·"><al>Vaststellen van schenktijden, rekening houdend met de aard van de
                            paracommerciële rechtspersoon; </al></li><li nr="·"><al>Verbod / beperken alcoholverstrekking privé-bijeenkomsten en
                            bijeenkomsten derden, rekening houdend met de aard van de
                            paracommerciële rechtspersoon;</al></li><li nr="·"><al>Verbod verstrekken sterke drank in inrichtingen van paracommerciële
                            rechtspersonen waar veel jeugd komt;</al></li><li nr="·"><al>Voorschriften door de burgemeester aan vergunning horeca /
                            slijterij;</al></li><li nr="·"><al>Verbod extreme prijsacties in de horeca (bijvoorbeeld happy hours) en in
                            de detailhandel (bijvoorbeeld stuntprijzen) (artikel 25d):</al></li></lijst><al>Deze verordening is opgezet als een aparte verordening., De bevoegdheden op
                    basis van de Drank- en Horecawet betreffen medebewindbepalingen, gericht op
                    bescherming van de volksgezondheid en verantwoorde alcoholverstrekking. Ook het
                    toezicht en het sanctieregime is geregeld in de Drank- en Horecawet.</al><al>Een ander uitgangspunt van dit model is een indeling naar domeinen (horeca,
                    slijterijen, paracommerciële rechtspersonen, etcetera) en niet een indeling die
                    de artikelen van de Drank- en Horecawet volgt. Dit sluit beter aan bij de
                    praktijk, waar zaken zich afspelen bij een bepaalde verstrekker in een bepaalde
                    setting. Zo staan alle bepalingen voor een specifieke verstrekker bij
                    elkaar.</al><al>Een laatste uitgangspunt is de handhaafbaarheid, vooral ten aanzien van het
                    verplichte onderdeel gericht op paracommerciële inrichtingen. Zo is gekozen voor
                    een insteek die uitgaat van één basisbeleid voor alle paracommerciële
                    inrichtingen, met een mogelijkheid daarop uitzonderingen te maken.</al><tussenkop>6. Totstandkoming van deze verordening</tussenkop><al>Deze verordening is tot stand gekomen in samenwerking tussen de 17 gemeenten van
                    de regio Zuid-Holland-Zuid. Vertegenwoordigers van de sub-regio’s Alblasserwaard
                    en Vijfheerenlanden, Papendrecht / Alblasserdam en Sliedrecht (PAS), de Hoeksche
                    Waard en Dordrecht / Zwijndrecht / Hendrik-Ido-Ambacht hebben in (sub-)werkgroep
                    verband deze verordening tot stand gebracht. Hierbij is aansluiting gezocht bij
                    het standaardmodel van de STAP.</al><tussenkop>B Toelichting per artikel</tussenkop><tussenkop>HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>In artikel 1 van deze verordening is een aantal begripsbepalingen
                    opgenomen.</al><tussenkop>Eerste lid</tussenkop><al>Door de begripsbepaling ‘de wet’ kan op diverse plaatsen in deze verordening op
                    eenvoudige wijze verwezen worden naar de Drank- en Horecawet.</al><al>Uit de omschrijving blijkt dat het terras onderdeel uitmaakt van de inrichting
                    waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, maar dat het terras niet gelegen is
                    in het besloten deel van de inrichting. In de begripsbepaling ontbreekt dat een
                    terras in de open lucht moet zijn gelegen, daar er immers ook sprake kan zijn
                    van een terras in een overdekte winkelstraat. Een terras kan sta- of
                    zitgelegenheid bieden en het moet zijn toegestaan dat daar spijzen en dranken
                    worden verstrekt voor gebruik ter plaatse. De hier gebruikte begripsbepaling
                    sluit naadloos aan bij de andere begripsbepalingen van de Drank- en Horecawet. </al><al>De begripsbepaling ‘vergunning’ verwijst naar artikel 3 van de Drank- en
                    Horecawet. Het gaat derhalve niet alleen om door het bevoegd gezag verleende
                    vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen, maar ook om vergunningen voor
                    de uitoefening van het slijtersbedrijf.</al><al>De begripsbepaling ‘bezoeker’ heeft betrekking op eenieder die zich in een
                    inrichting bevindt waarin het horeca- of het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend,
                    met uitzondering van de leidinggevenden (exploitant, bedrijfsleider, beheerder)
                    en dienstdoende personen, zoals barpersoneel, keukenhulpen, schoonmakers en
                    portiers. Verder zijn uitgezonderd personen van wie de aanwezigheid in de
                    inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is. Het betreft hier
                    bijvoorbeeld ambulancepersoneel dat te hulp is geroepen of een politieagent of
                    toezichthouder die bezig is met wetshandhaving.</al><tussenkop>Tweede lid</tussenkop><al>Voor de niet in het eerste lid genoemde begrippen die in deze verordening worden
                    gebruikt wordt verwezen naar de begripsbepalingen opgenomen in artikel 1 van de
                    Drank- en Horecawet. </al><al>De vigerende wettekst is te vinden op www.overheid.nl.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 2 BEPALINGEN VOOR HORECABEDRIJVEN</tussenkop><tussenkop>§ 2.1 BEPALINGEN VOOR DE UITOEFENING VAN HET HORECABEDRIJF </tussenkop><tussenkop>Artikel 2 Voorschriften aan vergunningen om het horecabedrijf uit te
                    oefenen</tussenkop><al>In artikel 2 van deze verordening is opgenomen dat de burgemeester bevoegd is
                    voorschriften te verbinden aan vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen.
                    Bepaald wordt wel dat de voorschriften die de burgemeester stelt aan de
                    vergunning voor het uitoefenen van het horecabedrijf zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>ter bescherming van de volksgezondheid; </al></li><li nr="·"><al>in het belang van de openbare orde.</al></li></lijst><tussenkop>Achtergrond</tussenkop><al>Artikel 25a van de Drank- en Horecawet biedt gemeenten de mogelijkheid in een
                    verordening op te nemen dat de burgemeester, volgens bij die verordening te
                    stellen regels, vooraf - dat wil zeggen bij de afgifte van de vergunning-
                    voorschriften aan een vergunning kan verbinden of de vergunning kan beperken tot
                    het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank. Dit kan worden bepaald voor
                    horecavergunningen en voor slijterijvergunningen. Deze gemeentelijke bevoegdheid
                    was voorheen opgenomen in artikel 23 van de Drank- en Horecawet, zij het dat
                    toen aan het college van burgemeester en wethouders die bevoegdheid gegeven kon
                    worden.</al><al>In deze verordening wordt de burgemeester voor wat betreft de horecabedrijven
                    uitsluitend de bevoegdheid gegeven de alcoholverstrekking aan voorschriften te
                    verbinden. Hij krijgt niet de bevoegdheid de verstrekking te beperken tot
                    zwak-alcoholhoudende drank. Dit omdat in deze verordening de gemeenteraad al in
                    artikel 7 categorieën inrichtingen van paracommerciële rechtspersonen aanwijst
                    waar geen sterke drank mag worden verstrekt. Zoals hiervoor reeds vermeld
                    beperkt de gemeenteraad verder de bevoegdheid van de burgemeester door te
                    bepalen dat hij slechts voorschriften kan verbinden vanwege drie specifiek
                    genoemde redenen (bescherming volksgezondheid, openbare orde belang, naleving
                    leeftijdsbepalingen).</al><al>Voorbeelden van voorschriften die de burgemeester kan verbinden aan de
                    vergunning voor een horecabedrijf zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>Ter bescherming van de volksgezondheid:</al><al>oEen gevarieerde drankenkaart verplicht stellen. Dit houdt in dat er
                            naast alcoholhoudende dranken, voldoende betaalbare niet-alcoholhoudende
                            alternatieven moeten worden aangeboden (fris, water, thee, koffie).</al></li><li nr="·"><al>In het belang van de openbare orde:</al><lijst><li nr="o"><al>Eisen stellen ten aanzien van het maximaal aantal bezoekers.
                                </al></li><li nr="o"><al>Voor de veiligheid kan het aantal bezoekers dat tegelijkertijd
                                    in de inrichting aanwezig mag zijn worden gemaximeerd. </al></li></lijst></li><li nr="·"><al>Ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en
                            Horecawet (controle leeftijdsgrenzen): </al><lijst><li nr="o"><al>Verlangen dat polsbandjes-systemen worden toegepast.</al></li><li nr="o"><al>Eisen stellen aan het aantal entrees en het aantal
                                    portiers.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Artikel 3 Prijsacties horeca</tussenkop><al>Artikel 25d, eerste lid, aanhef en onder a. van de Drank- en Horecawet biedt
                    gemeenteraden de mogelijkheid prijsacties, zoals happy hours, gedeeltelijk te
                    beperken. Happy hours zijn doorgaans afgebakende tijden (enkele uren, één dag in
                    de week) waarop alcohol tegen een gereduceerd tarief wordt aangeboden. In veel
                    gemeenten zijn er uitgaansgelegenheden waar happy hours worden georganiseerd. De
                    maatregel kan, zo bepaalt de Drank- en Horecawet, alleen betrekking hebben op
                    het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende dranken
                    voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of
                    korter lager is dan 60% van de prijs die in de betreffende horecalokaliteit of
                    op het betreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd. </al><al>Met dit artikel kan de gemeenteraad bijvoorbeeld ook prijsacties als ‘2 drankjes
                    voor de prijs van 1’ verbieden. Ook kan men er bepaalde arrangementen mee
                    tegengaan, zoals één avond onbeperkt drinken voor € 15,00, althans als het
                    onbeperkt drinken gedurende één avond normaal gesproken voor meer dan € 25,00
                    wordt aangeboden en er in het kader van een actie tijdelijk een prijs van €
                    15,00 wordt gevraagd. </al><al>Het in artikel 3 van deze verordening opgenomen verbod heeft uitsluitend
                    betrekking op prijsacties in horecalokaliteiten en op terrassen en geldt dus
                    niet voor goedkoop verstrekken op andere plaatsen, bijvoorbeeld met een artikel
                    35-ontheffing tijdens bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard (veelal
                    evenementen). Het gaat bij dit verbod ook uitdrukkelijk om de korting op de
                    prijs die normaal in die horecalokaliteit of op dat terras wordt gevraagd. Dat
                    is in de horeca na te gaan door de actieprijs te vergelijken met de prijs die
                    wordt vermeld op de (op grond van het Besluit prijsaanduiding producten)
                    verplichte prijslijst. </al><al>Gemeenteraden kunnen deze bepaling alleen inzetten ter bescherming van de
                    volksgezondheid of in het belang van de openbare orde. </al><tussenkop>Achtergrond</tussenkop><al>Met de nieuwe verordenende bevoegdheid krijgen gemeenteraden voor het eerst de
                    mogelijkheid om invloed uit te oefenen op prijsacties in de horeca. Prijs en
                    betaalbaarheid zijn belangrijke factoren voor alcoholconsumptie (Meijer, e.a.,
                    2008). De conclusie uit verschillende onderzoeken naar het effect van prijs op
                    consumptie is helder: hoe lager de prijs hoe hoger de consumptie. Happy hours
                    zijn een bekend voorbeeld van een tijdelijke prijsverlaging van alcoholhoudende
                    drank. Tijdens happy hours wordt de consumptie van drank direct en actief
                    gestimuleerd. Uit veldonderzoek is gebleken dat prijsacties voorkomen in 26% van
                    de Nederlandse cafés (STAP, 2009). </al><al>Het grote voordeel van de inzet van dit artikel is dat gemeenten een effectieve
                    alcoholpreventie-maatregel in handen krijgen. De Wereldgezondheidsorganisatie
                    geeft al jaren aan dat het beïnvloeden van de prijs het meest effectief is in
                    het terugdringen van (schadelijk) alcoholgebruik. </al><tussenkop>§ 2.2 AANVULLENDE BEPALINGEN VOOR PARACOMMERCIËLE
                    RECHTSPERSONEN</tussenkop><al>Een paracommerciële rechtspersoon is een rechtspersoon - geen NV of BV zijnde -
                    die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele,
                    educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie
                    in eigen beheer van een horecabedrijf. Hieronder vallen onder meer:
                    sportkantines, dorps- en buurthuizen, kerkelijke centra, studentenverenigingen,
                    etcetera. Wanneer een stichting/vereniging ervoor kiest de exploitatie van de
                    kantine te verpachten of in een BV (of NV) onder te brengen is geen sprake van
                    het uitoefenen van het horecabedrijf door een paracommerciële rechtspersoon. </al><al>In deze paragraaf wordt uitvoering gegeven aan artikel 4 van de Drank- en
                    Horecawet waarin aan gemeenten wordt opgelegd in een verordening regels vast te
                    stellen voor paracommerciële rechtspersonen. De regels hebben als doel het
                    voorkomen van oneerlijke mededinging en gelden bij het verstrekken van
                    alcoholhoudende drank. </al><al>De volgende onderwerpen moeten volgens de wet in elk geval geregeld worden:</al><lijst><li nr="·"><al>de schenktijden voor alcoholhoudende drank;</al></li><li nr="·"><al>het verstrekken van alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van
                            persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen;</al></li><li nr="·"><al>het verstrekken van alcoholhoudende dranken tijdens bijeenkomsten
                            gericht op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten
                            van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn.</al></li></lijst><al>Volgens de memorie van toelichting bij de wijziging van de Drank- en Horecawet
                    mogen de lokale regels rond paracommercialisme naar de aard van de
                    paracommerciële rechtspersoon verschillend zijn. Dit betekent dat aan
                    studentenverenigingen andere regels kunnen worden opgelegd, dan aan
                    sportverenigingen of buurthuizen. </al><al>Wel is uitdrukkelijk opgenomen dat het niet is toegestaan onderscheid te maken
                    tussen stichtingen en verenigingen uit Nederland en die uit andere lidstaten,
                    evenals rechtspersonen uit de Europese Economische Ruimte en Zwitserland.</al><al>De regering verwacht dat de nieuwe wettelijke eis dat elke gemeente een
                    paracommerciële verordening moet vaststellen, zal leiden tot een
                    maatschappelijke discussie op gemeentelijk niveau. </al><al>De gemeente kan daarbij recht doen aan de verschillen tussen bijvoorbeeld
                    sportverenigingen en overige paracommerciële rechtspersonen. De regering gaat er
                    vanuit dat gemeenten bij deze afweging de belangrijke maatschappelijke functie
                    van de verschillende paracommerciële rechtspersonen in acht neemt en geen
                    onnodige beperkingen zullen opleggen daar waar de mededinging niet in het geding
                    is en er geen sprake is van onverantwoorde verstrekking van alcohol, met name
                    aan jongeren. Zie hiervoor ook de nadere uiteenzetting / voorbeelden bij de
                    toelichting op artikel 6 van de verordening. </al><tussenkop>Artikel 4 Schenktijden paracommerciële rechtspersonen </tussenkop><al>Artikel 4 is gebaseerd op artikel 4 (derde lid, aanhef en onder a.) van de
                    Drank- en Horecawet. Dit artikel behandelt de schenktijden voor paracommerciële
                    rechtspersonen . In deze verordening is onder andere ervoor gekozen om voor deze
                    rechtspersonen één schenktijd op te nemen. Een algemeen schenktijdenregime met
                    specifieke uitzonderingen daarop voor bepaalde paracommerciële rechtspersonen
                    (zie artikel 5) lijkt beter handhaafbaar dan een indeling met categorieën
                    waarbij elke categorie zijn eigen schenktijd heeft. De lijst van mogelijke
                    soorten paracommerciële rechtspersonen is schier oneindig en zal ook sterk
                    verschillen per gemeente of regio. Ook zijn er allerlei combinaties van
                    paracommerciële rechtspersonen denkbaar in bijvoorbeeld multifunctionele
                    accommodaties. Maatwerk is dus noodzakelijk. Een meerderheid van de inrichtingen
                    van paracommerciële rechtspersonen, met name die waar veel jeugd komt en die dus
                    relevant zijn voor de toezichthouder, past echter wel in één regime. Deze
                    inrichtingen vallen onder het standaardregime waar dit artikel over gaat. </al><al>Er is gekozen om schenktijden op te nemen, waarin bepaald is dat paracommerciële
                    rechtspersonen uitsluitend alcoholhoudende drank mogen verstrekken gedurende de
                    periode beginnende met één uur voor aanvang en eindigende met drie uur na
                    beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving
                    van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon. De inkomsten uit de
                    barexploitatie zijn voor veel (sport-) verenigingen belangrijk. Door deze ruime
                    omschrijving wordt deze verenigingen de gelegenheid geboden om te kiezen voor
                    een iets ruimere openingstijd. </al><tussenkop>Achtergrond</tussenkop><al>De gewijzigde Drank- en Horecawet legt gemeenteraden de plicht op om in een
                    verordening de schenktijden van de paracommerciële rechtspersonen te reguleren.
                    Door invoering van deze maatregel vervalt de in november 2000 in de Drank- en
                    Horecawet opgenomen eis dat paracommerciële rechtspersonen in een
                    bestuursreglement (huisreglement) schenktijden opnemen. Ook vervalt de eis dat
                    dagen en tijdstippen waarop geschonken wordt duidelijk zichtbaar zijn. </al><al>Met het reguleren van de schenktijden van de paracommerciële rechtspersonen kan
                    worden bewerkstelligd dat het verstrekken van alcoholhoudende drank een
                    nevenactiviteit van de vereniging blijft naast de primaire activiteiten van
                    recreatieve, sportieve, sociaal culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of
                    godsdienstige aard. Deze maatregel past binnen het uitgangspunt van de wijziging
                    van de Drank- en Horecawet om de verantwoordelijkheid voor het lokale
                    alcoholbeleid, en dus ook de schenktijden van paracommerciële rechtspersonen,
                    meer een zaak van de gemeenteraad te laten worden dan tot op heden het geval
                    was. Het waren tot nu toe in de praktijk toch veelal de paracommerciële
                    rechtspersonen zelf die hun schenktijden bepaalden (en vastlegden in het
                    bestuursreglement). Het gevolg was dat veel inrichtingen een enorm ruime
                    schenktijd hanteerden die regelmatig overeenkwam met de commerciële horeca. </al><al>Het bestuursreglement blijft overigens wel verplicht. In het reglement dient in
                    elk geval vastgelegd te worden welke normen het bestuur stelt aan de
                    voorlichtingsinstructie die de barvrijwilligers krijgen. Ook moet in het
                    bestuursreglement opgenomen worden hoe wordt toegezien op de naleving van het
                    reglement. </al><tussenkop>Artikel 5 Andere schenktijden voor bepaalde typen paracommerciële
                    rechtspersonen. </tussenkop><al>Zoals reeds vermeld, staat de Drank- en Horecawet het gemeenteraden toe
                    onderscheid te maken naar de aard van de paracommerciële rechtspersoon. Van deze
                    mogelijkheid zullen veel gemeenten gebruik willen maken. Artikel 5 van deze
                    verordening biedt de ruimte daartoe. In dat artikel kunnen gemeenteraden de
                    paracommerciële rechtspersonen benoemen waarvoor andere dan de standaard
                    schenktijden gelden.</al><tussenkop>Achtergrond</tussenkop><al>Bij het benoemen van de paracommerciële rechtspersonen, waarvoor afwijkende
                    schenktijden gewenst zijn, zullen gemeenten primair kijken naar de aard van de
                    paracommerciële rechtspersoon en / of de doelgroep waar die rechtspersoon zich
                    op richt. Vanzelfsprekend zal ook rekening gehouden moeten worden met oneerlijke
                    concurrentie. Veelal zullen alleen paracommerciële rechtspersonen een ruimere
                    schenktijd gegund worden als zij in beheer zijn bij een rechtspersoon die
                    rustige activiteiten aanbiedt en / of zich specifiek richt op bijvoorbeeld een
                    oudere doelgroep, er geen of nauwelijks openbare orde problemen spelen en er
                    bovendien geen sprake is van concurrentie met reguliere commerciële
                    horecabedrijven. Als voorbeelden kunnen gelden: kantines van kerkgenootschappen
                    in kleinere woonkernen en die van rechtspersonen die zich richten op
                    sociaal-culturele activiteiten voor bejaarden. Vanzelfsprekend kan een gemeente
                    in artikel 5 ook krappere schenktijden opnemen voor paracommerciële
                    rechtspersonen met veel jonge bezoekers (bijvoorbeeld een speeltuinvereniging)
                    en / of een verleden met openbare orde problemen. </al><al>Het maken van een onderscheid tussen de verschillende soorten paracommerciële
                    rechtspersonen moet transparant en controleerbaar zijn. De indruk mag niet
                    gewekt worden dat er sprake is van willekeur en rechtsongelijkheid. In alle
                    gevallen zullen de uitzonderingen daarom gemotiveerd moeten worden.</al><al>In artikel 4, vierde lid, van de Drank- en Horecawet is opgenomen dat de
                    burgemeester een verzoek om ontheffing van o.a. de afwijkende schenktijden
                        <cursief>kan</cursief> honoreren voor maximaal 12 dagen bij bijzondere
                    gelegenheden van zeer tijdelijke aard. De ontheffing als bedoeld in artikel 4,
                    vierde lid, van de Drank- en Horecawet geeft ook de mogelijkheid om voor
                    maximaal 12 dagen bij bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard, af te
                    wijken van de mededingsbepalingen inzake privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten
                    derden (zie voor deze mededingingsbepalingen artikel 6 van deze
                    verordening).</al><tussenkop>Artikel 6 Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden</tussenkop><al>Artikel 6 gaat over bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten derden. </al><al>Met bijeenkomsten van persoonlijke aard wordt gedoeld op: bijeenkomsten, waarbij
                    meestal alcoholhoudende drank wordt verstrekt en genuttigd, die geen direct
                    verband houden met de activiteiten van de desbetreffende paracommerciële
                    instelling, zoals bruiloften, feesten, partijen, recepties, jubilea,
                    verjaardagen, bedrijfsfeesten, koffietafels, condoleancebij-eenkomsten en
                    dergelijke. </al><al>Voor zover die bijeenkomsten ook een zakelijk karakter hebben dat direct verband
                    houdt met de activiteiten van de rechtspersoon, zoals het afscheid van de
                    voorzitter van een vereniging, vallen deze niet onder het bereik van deze
                    bepaling.</al><al>Bij bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij
                    de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn kan worden
                    gedacht aan: activiteiten die niet vereniging gebonden zijn. Dit doet zich voor
                    als een paracommerciële rechtspersoon zijn kantine of een andere ruimte verhuurt
                    aan derden om bijvoorbeeld een feest te geven (voor niet-leden van de vereniging
                    of niet-betrokkenen bij de stichting). Als daarbij alcohol wordt verstrekt kan
                    er oneerlijke mededinging ontstaan met de reguliere horeca. Of dat het geval is
                    hangt sterk af van de plaatselijke situatie; als de lokale horeca daarvoor geen
                    passende faciliteiten te bieden heeft, zal er niet snel / geen sprake zijn van
                    oneerlijke mededinging en is er dus geen reden om beperkingen op te leggen. </al><al>In aanvulling op hetgeen hierboven is beschreven, is in het derde lid van dit
                    artikel bepaald dat het verboden is om de mogelijkheid tot het houden (waaronder
                    inbegrepen de verhuur van het pand en inventaris) van bijeenkomsten van
                    persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet
                    rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken
                    zijn, als bedoeld in het eerste lid van artikel 6, openlijk aan te prijzen of
                    onder de aandacht te brengen met bijvoorbeeld posters, brochures, publicaties in
                    kranten of tijdschriften, internet of via social media kenbaar te maken. De
                    opname van deze bepaling zorgt ervoor dat de verbodsbepalingen, zoals zijn
                    opgenomen in het eerste en tweede lid, worden versterkt. Met deze formulering
                    wordt het openlijk aanprijzen of onder aandacht brengen van de in het eerste en
                    het tweede opgenomen verboden, zonder dat sprake is van de daadwerkelijke
                    verstrekking van alcohol, verboden. </al><al>Zoals eerder vermeld is er alleen aanleiding om beperkingen op te leggen aan
                    deze soorten bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen ter voorkoming van
                    oneerlijke mededinging. Derhalve is gekozen voor de formulering in artikel 6 van
                    deze verordening.</al><al>Door deze formulering zijn alle bijeenkomsten die leiden tot oneerlijke
                    mededinging verboden. Wanneer er geen sprake is of kan zijn van oneerlijke
                    mededinging, is de bijeenkomst dus toegestaan. Dit komt er op neer dat
                    bruiloften, feesten en dergelijke bij sportverenigingen, dorpshuizen, musea en
                    dergelijke in beginsel zijn toegestaan wanneer er geen reguliere horeca in de
                    omgeving aanwezig is die een reëel alternatief biedt. </al><al>Voor een aantal activiteiten kan zonder meer worden gesteld dat er geen sprake
                    is van oneerlijke mededinging. Dit betekent dus dat tijdens deze activiteiten de
                    paracommerciële rechtspersoon alcoholhoudende dranken mag verstrekken.
                    Voorbeelden in dit verband van de verschillende rechtspersonen staan hierna
                    genoemd. Het is geen limitatieve opsomming. </al><al>Rechtspersonen van recreatieve / sportieve aard: een jubileumfeest van het
                    bestuur; een kampioenschap; afscheidsfeest van het bestuur of een bestuurslid;
                    een feestavond voor vrijwilligers (maximaal 2x per jaar; jaarfeest of afsluiting
                    van seizoen, een toernooi en overige strikt clubgerelateerde feesten voor leden. </al><al>Rechtspersonen van sociaal-culturele aard: bijeenkomsten, vergaderingen, feesten
                    van en voor verenigingen en stichtingen die gebruik maken van het pand (dus
                    steeds alleen toegankelijk voor de leden); sociaal-culturele evenementen (ook
                    voor publiek toegankelijk); jaarvergaderingen; kerstviering.</al><al>Rechtspersonen van educatieve aard: lessen, cursussen; afstudeerbijeenkomst,
                    diploma-uitreiking; schoolfeesten voor leerlingen; ouderavond; laatste
                    schooldag; sportdag voor leerlingen en leraren.</al><al>Rechtspersonen van levensbeschouwelijke of godsdienstige aard; alle activiteiten
                    die verband houden met levensbeschouwelijke of godsdienstige zaken, zoals
                    cursussen, kerstviering, etc. </al><al>De burgemeester kan zo nodig door middel van beleidsregels aangeven welke
                    activiteiten van paracommerciële rechtspersonen in ieder geval niet tot
                    oneerlijke mededinging leiden. </al><tussenkop>Artikel 7 Verbod verstrekken van sterke drank door bepaalde
                    paracommerciële rechts- personen</tussenkop><al>Dit artikel verbiedt het verstrekken van sterke drank in inrichtingen van
                    paracommerciële rechtspersonen. Het verbod om sterke drank te verstrekken geldt
                    voor de volgende categorieën inrichtingen van paracommerciële
                    rechtspersonen:</al><lijst><li nr="·"><al>Indien dit deel uitmaakt van een gebouw dat uitsluitend of waarvan een
                            onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt om onderwijs te
                            geven aan leerlingen die merendeels de leeftijd van achttien jaar nog
                            niet hebben bereikt;</al></li><li nr="·"><al>Indien dit deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel
                            uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer
                            jeugdorganisaties of –instellingen dan wel bezocht pleegt te worden door
                            jeugdige personen. </al></li></lijst><tussenkop>Achtergrond</tussenkop><al>Dit artikel verbiedt het verstrekken van sterke drank in inrichtingen van
                    bepaalde paracommerciële rechtspersonen. In deze verordening is daarvoor als
                    basisbepaling gekozen, omdat inrichtingen van paracommerciële rechtspersonen
                    veel door jongeren worden bezocht. Bovendien is het wenselijk een duidelijk
                    onderscheid te maken tussen paracommerciële rechtspersonen en commerciële
                    horeca, waaraan zwaardere eisen worden gesteld, die geen gebruik kunnen maken
                    van barvrijwilligers, geen subsidies ontvangen en geen fiscale voordelen
                    genieten. Deze bevoegdheid is gebaseerd op artikel 25a van de Drank- en
                    Horecawet. </al><tussenkop>HOOFDSTUK 3 BEPALINGEN VOOR DE DETAILHANDEL </tussenkop><tussenkop>Artikel 8 Prijsacties detailhandel </tussenkop><al>In artikel 3 van deze verordening is een verbod opgenomen op bepaalde
                    prijsacties in de horeca, zoals happy hours. In artikel 8 van deze verordening
                    worden extreme prijsacties die van korte duur zijn in de detailhandel verboden.
                    Het gaat volgens de wet om prijsacties die één week of korter duren en een
                    prijskorting geven van meer dan 30% op de reguliere verkoopprijs in die winkel.
                    Ook vallen hieronder bepaalde koppelverkoopacties, zoals ‘Bij €25,00
                    boodschappen krat X-bier voor maar €6,95’, tenminste als er normaal gesproken
                    géén korting wordt gegeven op dergelijke kratten bier bij €25,00 boodschappen en
                    een krat X-bier pleegt te worden verkocht voor minimaal €9,95. </al><al>De grondslag voor deze bepaling is artikel 25d, eerste lid, aanhef en onder b.,
                    van de Drank- en Horecawet. Net als bij het verbod op bepaalde prijsacties in de
                    horeca kunnen gemeenten een verbod op extreme prijsacties in de detailhandel
                    alleen inzetten ter bescherming van de volksgezondheid en / of in het belang van
                    de openbare orde (en dus niet om bijvoorbeeld beginnende ondernemers te
                    ondersteunen. </al><tussenkop>Achtergrond</tussenkop><al>Er is veel onderzoek dat aantoont dat het verlagen van prijzen van
                    alcoholhoudende dranken (bijvoorbeeld door prijsacties) alcoholgebruik en
                    alcohol gerelateerde schade in de hand werkt (Babor 2010, RAND 2009, Meier
                    2008). Een meerderheid van de jongeren geeft aan als gevolg van prijsacties meer
                    te gaan drinken (Universiteit Twente 2007). Doel van het artikel is de
                    volksgezondheid te beschermen en de openbare orde te bewaken. Het artikel is
                    gericht op een verbod van extreme prijsacties die leiden tot het ‘dumpen’ van
                    alcohol, bijvoorbeeld op piekmomenten (in examenfeesttijd en rond Oud en Nieuw)
                    en vaak onder de kostprijs. In de toelichting bij de wet wordt er van uitgegaan
                    dat van dumpen in de detailhandel sprake is bij kortingen van meer dan 30%.
                    Gemiddeld werd in 2008/2009 25% korting gegeven. Maar naar schatting is een
                    kwart van de prijsacties op bier hoger dan 30% van de normale verkoopprijs (STAP
                    2011). Deze worden met dit artikel verboden als ze een week of korter duren.
                    Langere acties leiden in mindere mate tot ‘piek gedrag’ en zijn economisch
                    waarschijnlijk ook niet altijd mogelijk, aangezien dan aanzienlijk verlies wordt
                    geleden op deze acties. Overigens vinden producenten en importeurs een maximale
                    korting van 50% verantwoord (STIVA Reclamecode voor alcoholhoudende dranken,
                    januari 2012).</al><al>Het is belangrijk om in het lokale beleid juist ook in de detailhandel aandacht
                    te besteden aan extreme prijsacties. Naar schatting 80% van alle in Nederland
                    geconsumeerde liters alcohol wordt verkocht via de detailhandel, waarvan 90% via
                    supermarkten. De prijs van alcohol is in de detailhandel ook (met afstand) het
                    laagst. Verder vindt ongeveer driekwart van de prijsacties op bier plaats in
                    supermarkten. En tot slot adverteren supermarkten vooral voor goedkoop bier
                    tijdens feestdagen en andere piekmomenten in het jaar, waarop mensen vaak al
                    geneigd zijn om meer te drinken (STAP 2011). Dit stimuleert overmatig
                    alcoholgebruik en ook nog op momenten dat dit mogelijk extra risico’s met zich
                    meebrengt voor de openbare orde en veiligheid. Een lokaal alcoholbeleid dat aan
                    bovenstaande voorbij gaat, spant in wezen het paard achter de wagen. </al><al>Bij de handhaving van een verbod op stuntprijzen in de detailhandel kan de
                    toezichthouder gebruik maken van diverse internetsites, zoals
                    www.goedkoopbier.nl en www.supermarktcheck.nl, waarop alle aanbiedingen van
                    supermarkten met van / voor prijzen te vinden zijn.</al><al>Afspraken over prijsacties kunnen ook via een convenant gemaakt worden, zoals nu
                    soms al gebeurt. Daarin is echter meestal geen publiekrechtelijk element
                    opgenomen. Hierdoor kan er sprake zijn van privaatrechtelijke prijsafspraken.
                    Dit is op grond van Europese regels over mededinging ongeoorloofd. Juist om die
                    reden wordt in artikel 25d, eerste lid, aanhef en onder b., van de wet de
                    bevoegdheid van de gemeente uitgebreid om dit in een verordening te regelen. </al><al>Lokale ondernemers die onderdeel uitmaken van een groter netwerk geven soms aan
                    dat door een gemeentelijk verbod op bepaalde prijsacties het voor hen onmogelijk
                    wordt om te communiceren over sommige landelijke aanbiedingen. De voor de hand
                    liggende oplossing daarvoor is dat (ook landelijk) de prijskortingen worden
                    teruggebracht tot 30% of minder van de reguliere prijs en korte acties gefocust
                    op piekmomenten worden vermeden. Daarmee wordt precies bereikt wat de wetgever
                    met de maatregel heeft beoogd.</al><tussenkop>Artikel 9 Voorschriften slijterijen</tussenkop><al>In artikel 9 van deze verordening is opgenomen dat de burgemeester bevoegd wordt
                    bij het verlenen van vergunningen voor de uitoefening van het slijtersbedrijf
                    voorschriften aan de vergunning te verbinden. Bepaald wordt wel dat de
                    voorschriften die de burgemeester stelt in het kader van de volgende belangen
                    zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>ter bescherming van de volksgezondheid;</al></li><li nr="·"><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="·"><al>ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en
                            Horecawet (waarin onder meer leeftijdsgrenzen worden gesteld voor de
                            verstrekking van alcoholhoudende dranken). </al></li></lijst><tussenkop>Achtergrond</tussenkop><al>In de toelichting bij artikel 2 van deze verordening werd al aangegeven dat
                    artikel 25a van de Drank- en Horecawet gemeenteraden de mogelijkheid biedt bij
                    verordening te bepalen dat de burgemeester vooraf, dat wil zeggen bij de afgifte
                    van de vergunning, voorschriften aan een vergunning kan verbinden of de
                    vergunning kan beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank. Dit
                    kan worden bepaald voor horeca-vergunningen en voor slijterij-vergunningen. In
                    artikel 9 van deze verordening wordt de burgemeester bevoegd voorschriften aan
                    slijterijvergunningen te verbinden. Hij krijgt niet de mogelijkheid de
                    slijterijvergunning te beperken tot zwak-alcoholhoudende drank. Net als in
                    artikel 2, waarin een vergelijkbare bevoegdheid aan de burgemeester wordt
                    gegeven t.a.v. horecavergunningen, beperkt de raad deze mogelijkheid echter door
                    te bepalen dat e.e.a. alleen kan om drie specifiek genoemde redenen (bescherming
                    volksgezondheid en openbare orde belang, </al><al>Voorbeelden van voorschriften die de burgemeester kan verbinden aan de
                    vergunning voor een slijtersbedrijf zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>Ter bescherming van de volksgezondheid:</al><al>oEisen stellen ten aanzien van reclame buiten de inrichting.
                            Bijvoorbeeld het verbieden van losse reclameborden en andere staande
                            reclame-uitingen buiten de inrichting als die slijterij ligt binnen een
                            straal van 200 meter van een school met veel leerlingen onder de 18
                            jaar.</al></li><li nr="·"><al>In het belang van de openbare orde:</al><al>oEisen stellen ten aanzien van het maximaal aantal klanten. Voor de
                            veiligheid kan het aantal klanten dat tegelijkertijd in de inrichting
                            aanwezig mag zijn worden gemaximeerd.</al></li><li nr="·"><al>Ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en
                            Horecawet: </al><lijst><li nr="o"><al>Eisen dat er toegangscontrole is op bepaalde tijdstippen.
                                    Bijvoorbeeld zaterdag aan het einde van de middag moet bij de
                                    deur op leeftijd worden gecontroleerd.</al></li><li nr="o"><al>Eisen dat effectieve leeftijdscontrole wordt toegepast.
                                    Bijvoorbeeld verlangen dat controlesystemen worden ingezet die
                                    bewezen vrijwel sluitend zijn, zoals het systeem met
                                    leeftijdscontrole op afstand.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 10 Overgangsrecht</tussenkop><tussenkop>Eerste lid</tussenkop><al>In het eerste lid van artikel 10 is opgenomen dat alle oude voorschriften en
                    beperkingen op grond van gemeentelijke verordeningen komen te vervallen op het
                    moment van inwerkingtreding van de nieuwe plaatselijke verordening rond de
                    paracommercie. Deze bepaling voor paracommerciële rechtspersonen is in lijn met
                    het overgangsrecht zoals dat is opgenomen in art III van de wet die de Drank- en
                    Horecawet wijzigt. Daarin is bepaald dat op het moment van inwerkingtreding van
                    de plaatselijke verordening rond paracommercie de oude voorschriften en
                    beperkingen met betrekking tot oneerlijke mededinging komen te vervallen. Voor
                    paracommerciële rechtspersonen gelden nieuwe gemeentelijke bepalingen. Zo nodig
                    zendt de burgemeester een paracommerciële rechtspersoon een gewijzigde
                    vergunning met daarin de aangepaste voorschriften en beperkingen. </al><tussenkop>Tweede en derde lid</tussenkop><al>In het tweede en derde lid is overgangsrecht opgenomen voor alle andere
                    verstrekkers. De kern is dat voorschriften en beperkingen die aan
                    horecabedrijven en slijterijen zijn gesteld op grond van oude gemeentelijke
                    Drank- en Horecaverordeningen van kracht blijven en dat alle ontheffingen op
                    grond van deze oude verordeningen één jaar na inwerkingtreding van de nieuwe
                    gemeentelijke verordening komen te vervallen. Vanzelfsprekend kan op verzoek van
                    betrokkene de ontheffing ook eerder komen te vervallen. </al><tussenkop>Vierde lid</tussenkop><al>Aanvragen die ten tijde van de inwerkingtreding van de nieuwe verordening nog
                    niet zijn afgehandeld worden afgehandeld op basis van de nieuwe verordening. </al><tussenkop>Vijfde lid</tussenkop><al>Op bezwaarschriften wordt ook beslist met toepassing van de nieuwe
                    verordening.</al><tussenkop>Literatuur:</tussenkop><lijst><li nr="·"><al>Babor,T. et al. (2010). Alcohol: no ordinary commodity. Research and
                            public policy. Second edition. Oxford: University Press; </al></li><li nr="·"><al>Meier , P. et al. (2008). The independent review of the effects of
                            alcohol pricing and promotion. Summary of Evidence to Accompany Report
                            on Phase 1: Systematic Reviews. School of Health and Related Research,
                            University of Sheffield, UK;</al></li><li nr="·"><al>STAP (2009). Happy hours en andere prijsacties in de Nederlandse horeca
                            in 2009. Utrecht: STAP Universiteit Twente(2007);</al></li><li nr="·"><al>Happy hours en andere prijsacties in de Nederlandse horeca. Utrecht:
                            STAP.</al></li></lijst><tussenkop>Beleidsregel Drank – en Horecaverordening Gorinchem 2015:</tussenkop><tussenkop>Oneerlijke mededinging</tussenkop><tussenkop>Inleiding.</tussenkop><al>Paracommerciële rechtspersonen ontplooien soms activiteiten die losstaan van hun
                    hoofddoelstelling volgens hun statuten. Als bij een dergelijke activiteit
                    alcoholhoudende drank wordt verstrekt kan er oneerlijke mededinging ontstaan met
                    de reguliere horeca. Om dit te voorkomen is in de “Drank- en Horecaverordening
                    gemeente Gorinchem 2014” (artikel 6) bepaald dat paracommerciële rechtspersonen
                    geen alcoholhoudende drank mogen verstrekken tijdens ‘bijeenkomsten van
                    persoonlijke aard’ indien dit leidt tot ‘oneerlijke mededinging’. </al><al>Het is wenselijk om inzichtelijk te maken welke activiteiten een paracommercieel
                    rechtspersoon mag ontplooien en ook wanneer er sprake is van oneerlijke
                    mededinging.</al><tussenkop>Wat is oneerlijke mededinging?</tussenkop><al>In de Drank- en Horecawet (hierna DHW) wordt onder een paracommerciële
                    rechtspersoon verstaan:</al><al>Het begrip oneerlijke mededinging kan als volgt worden omschreven:</al><al>Er is dus sprake van oneerlijke mededinging als onder ongelijke voorwaarden de
                    gewone horecabedrijven ongewenste concurrentie van bepaalde instellingen
                    ondervinden. Het betreft dan instellingen die weliswaar bedrijfsmatig of anders
                    dan om niet alcoholhoudende drank verstrekken, maar dit doen als nevenactiviteit
                    en waarbij het niet direct in de bestemming is geregeld. De hoofdactiviteit
                    volgens de statuten ligt op een ander vlak. Het gaat daarbij om
                    hoofdactiviteiten van sportieve, sociaal-culturele, educatieve,
                    levensbeschouwelijke of godsdienstige aard.</al><al>De ongelijke voorwaarden, waaronder deze instellingen worden geëxploiteerd,
                    kunnen bestaan uit:</al><lijst><li nr="-"><al>de directe dan wel indirecte subsidieverstrekking;</al></li><li nr="-"><al>het regelmatig en vaak structureel werken met c.q. gebruik maken van
                            vrijwilligers;</al></li><li nr="-"><al>het niet inschrijfplichtig zijn bij het Bedrijfschap Horeca en
                            catering;</al></li><li nr="-"><al>het van toepassing zijn van fiscaal gunstiger voorwaarden;</al></li><li nr="-"><al>het verkrijgen c.q. huren van accommodaties tegen niet marktconforme
                            (vaak symbolische) voorwaarden en prijzen;</al></li><li nr="-"><al>het niet voor eigen rekening en risico exploiteren van de
                            horeca-inrichting.</al></li></lijst><tussenkop>Wanneer is er sprake van oneerlijke mededinging?</tussenkop><al>De mogelijkheid tot het houden van </al><lijst><li nr="-"><al>een bijeenkomst van persoonlijke aard of </al></li><li nr="-"><al>een bijeenkomst, die gericht is op personen, die niet of niet
                            rechtstreeks betrokken zijn bij de activiteiten van de desbetreffende
                            rechtspersoon, </al></li></lijst><al>wordt volgens de DHW niet helemaal uitgesloten. </al><al>Deze twee soorten bijeenkomsten zijn slechts <onderstreept>verboden als dat
                        leidt tot oneerlijke mededinging</onderstreept>. Dit betekent dat een
                    dergelijke bijeenkomst is toegestaan wanneer er geen sprake is of kan zijn van
                    oneerlijke mededinging. Dit komt er op neer dat bruiloften, feesten en
                    dergelijke bij sportverenigingen, dorpshuizen, schouwburgen en dergelijke in
                    beginsel zijn toegestaan wanneer er geen reguliere horeca in de omgeving –
                    jurisprudentie spreekt van een straal van 10 – 15 km – aanwezig of beschikbaar
                    is die een reëel alternatief biedt. Overigens is dit afstandscriterium niet
                    allesbepalend en mag ook niet in alle gevallen hetzelfde afstandscriterium
                    worden gehanteerd. Uit jurisprudentie blijkt, dat daarnaast ook plaatselijke
                    en/of regionale omstandigheden kunnen worden afgewogen. </al><al> Dat betekent in feite, dat in voorkomende gevallen eerst moet worden bepaald of
                    binnen die afstand één of meer commerciële alternatieven voorhanden zijn en als
                    dat het geval is moet worden bepaald of er lokale of regionale omstandigheden
                    aanwezig zijn, die er toe kunnen leiden dat er geen sprake is van oneerlijke
                    mededinging, zodat bijeenkomsten bij de paracommerciële rechtspersoon kunnen
                    worden toegestaan.</al><al>Gelet op het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er binnen de gemeente
                    Gorinchem bijna altijd sprake zal zijn van oneerlijke mededinging omdat er
                    binnen de genoemde straal van een paracommerciële instelling bijna altijd
                    reguliere horeca aanwezig zal zijn die een reëel alternatief kan bieden.</al><tussenkop>Welke bijeenkomsten mogen worden georganiseerd?</tussenkop><al>Paracommerciële instellingen mogen geen alcohol verstrekken tijdens
                    (feestelijke) bijeenkomsten van persoonlijke aard, ook niet voor eigen
                    medewerkers. Hiermee wordt voorkomen dat bij sportverenigingen en andere
                    paracommerciële instellingen met grote regelmaat bijeenkomsten van persoonlijke
                    aard worden georganiseerd, wat resulteert in oneerlijke mededinging. </al><al>Bijeenkomsten van persoonlijke aard:</al><al>Bijeenkomsten van persoonlijke aard zijn dus bijeenkomsten die geen direct
                    verband houden met de statutaire doelstellingen en de daaruit voortvloeiende
                    activiteiten van de rechtspersoon.</al><al>Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld bruiloften, personeelsfeesten,
                    recepties bij jubilea, verjaardagsfeesten, barbecueavond, feestavond,
                    koffietafels, condoleancebijeenkomst – hoewel deze geen feestelijk karakter
                    heeft – carnaval en dergelijke.</al><al>Toegestaan zijn alle bijeenkomsten waarbij <onderstreept>geen</onderstreept>
                    alcoholhoudende dranken worden gebruikt. De verordening is immers gebaseerd op
                    artikel 4 van de DHW: ter voorkoming van oneerlijke mededinging worden regels
                    gesteld waaraan paracommerciële rechtspersonen zich te houden hebben
                        <onderstreept>bij de verstrekking van alcoholhoudende
                    drank</onderstreept>.</al><al>Verder mag de kantine van de instelling geëxploiteerd worden in het kader van de
                    doelstelling van de instelling. Hieronder wordt verstaan het doen beoefenen en
                    bevorderen van de betreffende activiteit (recreatie, sport, sociaal-cultureel,
                    educatief, levensbeschouwelijk of godsdienstig), maar ook het stimuleren en
                    organiseren van activiteiten die de ontwikkeling, vorming en recreatie van de
                    mens als doel hebben.</al><al>Sociale binding van de leden onderling door activiteiten die op zich niet veel
                    met de doelstelling te maken hebben, kunnen hier ook toe behoren. Voorwaarde is
                    echter wel dat het voor en door leden is. Dit betekent met name dat de bij de
                    activiteit aanwezige personen alleen of in overwegende mate uit leden van de
                    vereniging of stichting bestaan. Hieronder kunnen vallen feestavonden in verband
                    met een kampioenschap of een lustrum. Eveneens zijn toegestaan het organiseren
                    van sinterklaasavonden, kerstbijeenkomsten, nieuwjaarsreceptie en dergelijke.
                    Bovendien kan de burgemeester vrijstelling of ontheffing verlenen van de in de
                    verordening opgenomen voorschriften en beperkingen.</al><tussenkop>Groslijst</tussenkop><al>Activiteiten die door paracommerciële instellingen mogen worden georganiseerd
                    waarbij alleen of overwegend leden van de vereniging of stichting naar
                    verwachting aanwezig zullen zijn en waarbij tevens alcoholhoudende dranken
                    verstrekt mogen worden en die in ieder geval niet leiden tot oneerlijke
                    mededinging, zijn:</al><tussenkop>Schenken alcohol mag WEL</tussenkop><al>De volgende activiteiten waarbij alleen of overwegend leden van de vereniging of
                    stichting naar verwachting aanwezig zullen zijn mogen door een vereniging of
                    stichting <vet>wel</vet> worden georganiseerd en daarbij mogen <vet>tevens</vet>
                    alcoholhoudende dranken worden verstrekt</al><lijst><li nr="-"><al>Openstelling kantine voor spelers, aanhang en supporters gedurende de
                            toegestane schenktijden;</al></li><li nr="-"><al>Jubileum- of afscheidsfeest van het bestuur of een bestuurslid;</al></li><li nr="-"><al>(Club)kampioenschap;</al></li><li nr="-"><al>Feestavond voor vrijwilligers;</al></li><li nr="-"><al>Jaarfeest of afsluiting van het seizoen;</al></li><li nr="-"><al>Toernooi met afsluitend feest;</al></li><li nr="-"><al>Clinic ter promotie van de sport;</al></li><li nr="-"><al>Sociaal-culturele evenementen, ook voor publiek toegankelijk;</al></li><li nr="-"><al>Jaarvergaderingen;</al></li><li nr="-"><al>Koningsdag, sinterklaas – en kerstviering, nieuwjaarsborrel.</al></li><li nr="-"><al>Lessen en cursussen indien alcoholverstrekking hiermee rechtstreeks
                            verband houdt;</al></li><li nr="-"><al>Sportdag voor leerlingen en leraren.</al></li><li nr="-"><al>Alle activiteiten die te maken hebben met levensbeschouwelijke of
                            godsdienstige zaken, zoals bijeenkomsten, cursussen, kerstviering,
                            etc.</al></li><li nr="-"><al>Overige strikt verenigings – of stichtingsgerelateerde activiteiten en
                            incidentele feesten voor leden zoals een lustrumviering, barbecuefeest
                            of bingoavond.</al></li></lijst><tussenkop>Sponsoren:</tussenkop><al>Een sponsorbijeenkomst is toegestaan, mits er een duidelijke relatie is met de
                    sportieve activiteiten. Bijvoorbeeld een doelgerichte uitnodiging aan het
                    bedrijfsleven met vermelding van het doel van de bijeenkomst. </al><tussenkop>Schenktijden </tussenkop><al>In de verordening zijn regels gesteld aan de schenktijden van paracommerciële
                    instellingen. Het gaat hier om <onderstreept>schenktijden</onderstreept> en niet
                    om openingstijden. Er is een onderscheid gemaakt in drie categorieën. In
                    onderstaande tabel zijn deze opgenomen met de daarbij behorende
                    schenktijden:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="38*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="29*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>buurt – en dorpshuizen</al></entry><entry colname="col2"><al>zondag t/m donderdag</al><al>vrijdag en zaterdag</al></entry><entry colname="col3"><al>10:00 uur tot 24:00 uur</al><al>10:00 uur tot 01:00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>verpleeg - verzorgingshuizen</al></entry><entry colname="col2"><al>maandag t/m vrijdag</al><al>zaterdag en zondag</al></entry><entry colname="col3"><al>15:00 uur tot 23:00 uur</al><al>12:00 uur tot 24:00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>overige paracommerciële instellingen</al></entry><entry colname="col2"><al>gehele week</al></entry><entry colname="col3"><al>1 uur vóór aanvang activiteit</al><al>3 uur na beëindiging activiteit</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Tijdens de schenktijden mag alcohol geschonken worden. Buiten deze tijden mag
                    geen alcohol geschonken worden maar mag de instelling wel geopend zijn. De
                    schenktijden zijn alleen van toepassing voor activiteiten die worden uitgeoefend
                    in verband met de statutaire doelstelling van de rechtspersoon en activiteiten
                    van persoonlijke aard zoals die hierboven zijn genoemd.</al><al>Hoewel de schenktijden met betrekking tot de overige paracommerciële
                    instellingen afhankelijk zijn van de activiteit, kan deze nooit later zijn dan
                    de sluitingstijden zoals deze gesteld zijn in de Algemene Plaatselijke
                    Verordening, namelijk van maandag tot en met zondag tussen 02:00 uur en 06:00
                    uur. </al><al>Als er meerdere paracommerciële instellingen zijn gevestigd in één pand, dan
                    gelden de schenktijden van de instelling die de DHW vergunning heeft. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>