<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR376313_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Tegenprestatie WerkSaam Westfriesland 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">WerkSaam Westfriesland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Drechterland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Enkhuizen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoorn</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Koggenland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Medemblik</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Opmeer</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stede Broec</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Blad Gemeenschappelijke Regeling</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Tegenprestatie WerkSaam Westfriesland 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-01-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Tegenprestatie WerkSaam Westfriesland 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling WerkSaam
                        Westfriesland, gevestigd te Hoorn;</al><al/><al>Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur WerkSaam Westfriesland dd 22
                        oktober 2014;</al><al/><al>Gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet; </al><al/><al>Gelet op artikel 15, lid 2, onderdeel c van de Gemeenschappelijke Regeling
                        WerkSaam Westfriesland;</al><al/><al>Overwegende dat WerkSaam Westfriesland bij verordening nadere regels dient
                        vast te stellen met betrekking tot de tegenprestatie;</al><al/><al>Besluit vast te stellen de Verordening Tegenprestatie WerkSaam Westfriesland
                        2015.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a)"><al>Algemeen Bestuur: Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke
                                    Regeling WerkSaam Westfriesland</al></li><li nr="b)"><al>Additionele werkzaamheden: werkzaamheden die worden verricht
                                    naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden
                                    tot verdringing op de arbeidsmarkt. </al></li><li nr="c)"><al>Dagelijks Bestuur: Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke
                                    Regeling WerkSaam Westfriesland</al></li><li nr="d)"><al>Mantelzorg:langdurige zorg die niet beroepshalve wordt verleend
                                    aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving.
                                </al></li><li nr="e)"><al>Vrijwilligerswerk: Het geheel van activiteiten die op
                                    vrijwillige basis, zonder financiële vergoeding (buiten
                                    eventuele onkostenvergoedingen), in georganiseerd verband, en
                                    met een maatschappelijk doel.</al></li><li nr="f)"><al>WerkSaam: Gemeenschappelijke Regeling WerkSaam
                                    Westfriesland</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>De tegenprestatie naar vermogen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Inhoud van een tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan onbeloonde maatschappelijk nuttige
                                werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als
                                tegenprestatie voor zover die werkzaamheden: </al><lijst><li nr="a)"><al>naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de
                                        arbeidsmarkt; </al></li><li nr="b)"><al>niet zijn bedoeld als re-integratie instrument, zoals
                                        beschreven in de re-integratieverordening; </al></li><li nr="c)"><al>worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid
                                        in de organisatie waarin ze worden verricht; en </al></li><li nr="d)"><al>niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur kan ter nadere uitvoering van dit artikel
                                beleidsregels vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Het opdragen van een tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegenprestatie wordt opgedragen door het dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het dagelijks bestuur
                                rekening met de volgende factoren: </al><lijst><li nr="a)"><al>de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht
                                        door een belanghebbende; </al></li><li nr="b)"><al>de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van
                                        een belanghebbende moeten in aanmerking worden genomen;
                                    </al></li><li nr="c)"><al>de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende
                                        moeten in overweging worden genomen; </al></li><li nr="d)"><al>Er wordt geen tegenprestatie opgedragen wanneer sprake is
                                        van (vrijwilligers)werk, mantelzorg en/of een
                                        re-integratietraject, voor zover deze activiteiten naar het
                                        oordeel van het dagelijks bestuur redelijkerwijs
                                        noodzakelijk zijn.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Duur en omvang van een tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegenprestatie wordt opgedragen voor de maximale duur van 3
                                maanden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal 8 uren per week.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De tegenprestatie kan binnen een periode van 12 maanden slechts 1
                                keer worden opgedragen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan ten gunste van de persoon afwijken van de
                                bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening
                                leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen, die de uitvoering van deze verordening betreffen,
                                waarin deze verordening niet voorziet, beslist het dagelijks
                                bestuur.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag van bekendmaking en
                                    werkt terug tot en met 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                                    tegenprestatie WerkSaam Westfriesland 2015.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 7 januari
                        2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De secretaris </ondertekening><ondertekening>M.Olierook </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter</ondertekening><ondertekening>A.J. de Jong</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting</vet></al><al/><al><vet>Algemeen </vet></al><al>Voor WerkSaam is het belangrijk dat alle mensen participeren in de maatschappij.
                    Wanneer participatie binnen de reguliere arbeidsmarkt niet mogelijk is zijn
                    andere participatievormen zoals vrijwilligerswerk, een re-integratietraject en
                    mantelzorg belangrijk. De tegenprestatie wordt pas ingezet als er geen sprake is
                    van een van deze participatievormen en wordt dan ook alleen ingezet als
                    sluitstuk. Van mensen die al participeren door middel van een
                    re-integratietraject, vrijwilligerswerk of mantelzorg wordt geen tegenprestatie
                    gevraagd. Van klanten die nog niet actief zijn in één van deze
                    participatievormen, kan wel een tegenprestatie gevraagd worden. WerkSaam zet
                    hierbij vooral in op het verleiden van mensen om een tegenprestatie te leveren;
                    mensen worden gemotiveerd om zelf met initiatieven te komen en er wordt zoveel
                    mogelijk aangesloten bij de talenten van mensen. Hiermee wordt zo veel mogelijk
                    voorkomen dat WerkSaam mensen moet gaan dwingen. </al><al/><al><cursief>Individuele omstandigheden </cursief></al><al>Het dagelijks bestuur bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en
                    de voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de aard,
                    de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen tegenprestatie. Hierbij
                    moet het dagelijks bestuur de in deze verordening neergelegde criteria in acht
                    nemen. Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de wensen en talenten van een
                    belanghebbende. Als het dagelijks bestuur een tegenprestatie vraagt van
                    belanghebbende, moet het een duidelijke omschrijving geven van de te verrichten
                    werkzaamheden. Het moet voor een belanghebbende immers duidelijk zijn welke
                    tegenprestatie van hem verwacht wordt.</al><al/><al><cursief>Geen tegenprestatie </cursief></al><al>Indien daarvoor dringende redenen - zoals zorgtaken - aanwezig zijn, kan het
                    dagelijks bestuur in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van de
                    plicht tot het verrichten van een tegenprestatie (artikel 9, tweede lid, van de
                    Participatiewet). De plicht tot tegenprestatie is niet van toepassing op een
                    belanghebbende die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in
                    artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (artikel 9, vijfde
                    lid, van de Participatiewet). De plicht tot tegenprestatie is voorts niet van
                    toepassing op een alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing als
                    bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet (artikel 9, zevende
                    lid, van de Participatiewet). </al><al/><al><cursief>Afstemmen </cursief></al><al>Net als bij het niet nakomen van de arbeids- en re-integratieverplichting geldt
                    voor het niet nakomen van de tegenprestatie dat de bijstand kan worden afgestemd
                    overeenkomstig de afstemmingsverordening WerkSaam Westfriesland 2015. </al><al/><al><cursief>Tegenprestatie is geen re-integratieinstrument </cursief></al><al>De plicht tot tegenprestatie heeft tot doel om maatschappelijk nuttige
                    werkzaamheden te doen in de samenleving als tegenprestatie voor het ontvangen
                    van een uitkering. Het opdragen van een tegenprestatie heeft niet primair tot
                    doel de re-integratie van een belanghebbende te bevorderen, maar moet worden
                    gezien als een nuttige bijdrage aan de samenleving (TK 2013-2014, 33 801, nr. 7,
                    p. 49-50). De tegenprestatie is daarom naar zijn aard niet gericht op toeleiding
                    tot de arbeidsmarkt en is niet bedoeld als re-integratieinstrument. Voorts mag
                    een tegenprestatie het accepteren van passende arbeid of van
                    re-integratieinspanningen niet belemmeren. Immers, als uitgangspunt geldt werk
                    boven uitkering. </al><al/><al><cursief> Verordeningsplicht </cursief></al><al>De Participatiewet legt de verplichting op om bij verordening regels vast te
                    stellen over het opdragen van een tegenprestatie aan mensen met een
                    bijstandsuitkering in de leeftijd van 18 jaar tot de pensioengerechtigde
                    leeftijd. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8a, eerste lid,
                    onderdeel b Participatiewet. Het is aan het Algemeen Bestuur om de duur, omvang
                    en inhoud van de tegenprestatie te regelen (zie TK 2013-2014, 33 801, nr. 24, p.
                    6). </al><al/><al><cursief> Ontwikkelen beleid door Algemeen Bestuur</cursief></al><al>Het Algemeen Bestuur heeft de opdracht beleid te ontwikkelen ten behoeve van het
                    verrichten van een tegenprestatie en het uitvoeren ervan overeenkomstig de
                    verordening tegenprestatie. Dit volgt uit artikel 7, eerste lid, onderdeel c,
                    van de Participatiewet.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting </titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de Algemene wet
                        bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in
                        deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze
                        verordening. </al><al/><al><cursief>Mantelzorg </cursief></al><al>In artikel 1 van deze verordening is de definitie opgenomen van mantelzorg.
                        Deze begripsbepaling is gebaseerd op het begrip zoals dat wordt gehanteerd
                        in de Wet maatschappelijke ondersteuning (zie artikel 1, eerste lid,
                        onderdeel b, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015). Onder
                        mantelzorg wordt verstaan: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid,
                        participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien
                        van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de
                        Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen
                        bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een
                        hulpverlenend beroep. Het begrip 'mantelzorg' is van belang omdat artikel 3
                        van deze verordening bepaalt dat het dagelijks bestuur geen tegenprestatie
                        opdraagt indien een belanghebbende mantelzorg verricht, voor zover dit naar
                        het oordeel van het dagelijks bestuur redelijkerwijs noodzakelijk is. Uit
                        kamerstukken met betrekking tot het begrip ‘mantelzorg’ zoals neergelegd in
                        de Wet maatschappelijke ondersteuning volgt dat de vier belangrijkste
                        kenmerken van mantelzorg zijn:</al><al/><lijst><li nr="·"><al>Er is een bestaande sociale relatie tussen de zorgvragen en de
                                zorgverlener;</al></li><li nr="·"><al>Mantelzorg wordt niet verricht in een georganiseerd verband;</al></li><li nr="·"><al>Het verrichten van mantelzorg is veelal geen bewuste keuze;</al></li><li nr="·"><al>Het verlenen van mantelzorg is nooit afdwingbaar.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Inhoud van een tegenprestatie</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden
                        en de voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de
                        aard, de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen
                        tegenprestatie. Hierbij moet het dagelijks bestuur de in deze verordening
                        neergelegde criteria in acht nemen. Artikel 2 van deze verordening stelt
                        voorwaarden ten aanzien van de inhoud van de tegenprestatie. Het dagelijks
                        bestuur dient maatwerk toe te passen bij het opdragen van een
                        tegenprestatie. Rekening moet worden gehouden met de individuele
                        omstandigheden van belanghebbende, waaronder leeftijd, opleiding,
                        werkervaring en andere relevante persoonlijke omstandigheden. </al><al/><al><cursief>Additionele onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden
                        </cursief></al><al>In artikel 2, eerste lid, van deze verordening is bepaald dat de
                        tegenprestatie onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden betreffen
                        die additioneel van aard zijn. De maatschappelijk nuttige werkzaamheden in
                        het kader van de tegenprestatie dienen zich te onderscheiden van
                        werkzaamheden die door de reguliere arbeidsmarkt verricht worden. Het
                        onderscheid tussen betaalde en onbetaalde werkzaamheden is afhankelijk van
                        onder meer economische factoren en van keuzes die mede op basis daarvan door
                        het bedrijfsleven en/of de overheid worden gemaakt. </al><al/><al><cursief>Samenwerking met maatschappelijke organisaties: </cursief></al><al>Het dagelijks bestuur kan voor het werven van maatschappelijk nuttige
                        werkzaamheden samenwerken met de Westfriese gemeenten, maatschappelijke
                        organisaties zoals: welzijnsinstellingen, vrijwilligerswerkorganisaties,
                        buurthuizen en/of sportvoorzieningen. Om ervoor te zorgen dat voldoende
                        maatschappelijk nuttige werkzaamheden voorhanden zijn, is het van belang dat
                        contacten worden onderhouden met maatschappelijke organisaties. Een
                        vrijwilligersvacaturebank bij een vrijwilligerscentrale kan een belangrijk
                        hulpmiddel zijn om het aanbod van maatschappelijk nuttige werkzaamheden te
                        bepalen. </al><al/><al><cursief>Tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing </cursief></al><al>De tegenprestatie mag niet worden ingezet in het kader van de re-integratie.
                        De tegenprestatie mag bovendien niet direct gericht zijn op toeleiding naar
                        de arbeidsmarkt en is dan ook niet bedoeld als re-integratieinstrument. Het
                        betreffen werkzaamheden die worden verricht naast of in aanvulling op
                        reguliere arbeid en die niet mogen leiden tot verdringing op de
                        arbeidsmarkt. Reguliere werkzaamheden kunnen daarom niet als tegenprestatie
                        worden ingezet. De tegenprestatie mag het accepteren van passende arbeid of
                        van re-integratie-inspanningen niet belemmeren. Het uitgangspunt werk boven
                        uitkering staat voorop. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Het opdragen van een tegenprestatie</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur heeft beleidsvrijheid om een tegenprestatie op te
                        leggen. Het dagelijks bestuur bepaalt uiteindelijk of, en zo ja welke
                        tegenprestatie wordt opgedragen. Tegen een besluit tot het opdragen van een
                        tegenprestatie kan bezwaar en beroep worden aangetekend.</al><al/><al><cursief>Geen tegenprestatie </cursief></al><al>Indien daarvoor dringende redenen - zoals zorgtaken - aanwezig zijn, kan het
                        dagelijks bestuur in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van
                        de plicht tot het verrichten van een tegenprestatie (artikel 9, tweede lid,
                        van de Participatiewet). </al><al/><al>De verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie is niet van
                        toepassing op een belanghebbende die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt
                        is, als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
                        (artikel 9, vijfde lid, van de Participatiewet) De verplichting tot
                        tegenprestatie is niet van toepassing op een alleenstaande ouder die in het
                        bezit is van een ontheffing als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de
                        Participatiewet (artikel 9, zevende lid, van de Participatiewet).</al><al/><al><cursief>Weigering tegenprestatie </cursief></al><al>Het dagelijks bestuur dient bij weigering van belanghebbende om de
                        tegenprestatie te verrichten, op basis van het individuele geval de hoogte
                        en de duur van de op te leggen maatregel te bepalen. Dit is vastgelegd in
                        Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ WerkSaam
                        Westfriesland</al><al/><al><cursief>Factoren opdragen tegenprestatie </cursief></al><al>In artikel 3, tweede lid, van deze verordening is neergelegd met welke
                        factoren het dagelijks bestuur rekening moet houden bij het opdragen van een
                        tegenprestatie. Deze factoren worden hierna toegelicht. </al><al/><al><cursief>a) tegenprestatie 'naar vermogen' </cursief></al><al>De werkzaamheden die als tegenprestatie ingezet worden, moeten naar vermogen
                        door een belanghebbende verricht kunnen worden. De term 'naar vermogen'
                        heeft betrekking op de mogelijkheden waarover een belanghebbende beschikt om
                        deze werkzaamheden te verrichten. Immers, niet alle onbeloonde
                        maatschappelijk nuttige werkzaamheden kunnen worden opgedragen aan elke
                        uitkeringsgerechtigde. </al><al/><al><cursief> b) persoonlijke situatie en individuele omstandigheden
                            belanghebbende </cursief></al><al>Bij het opdragen van de tegenprestatie houdt het dagelijks bestuur rekening
                        met de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een
                        belanghebbende, waaronder leeftijd, opleiding en werkervaring. Hierbij wordt
                        rekening gehouden met het fysieke en psychische vermogen van een
                        belanghebbende. Bij het opdragen van de tegenprestatie dient het dagelijks
                        bestuur maatwerk te leveren. Voorts wordt bij het opdragen van een
                        tegenprestatie rekening gehouden met praktische omstandigheden zoals
                        reistijd, beschikbaarheid van kinderopvang en/of belanghebbende al
                        maatschappelijke activiteiten verricht.</al><al/><al><cursief>c) persoonlijke wensen en kwaliteiten belanghebbende
                        </cursief></al><al>Bij het opdragen van de verplichting tot tegenprestatie houdt het dagelijks
                        bestuur rekening met de persoonlijke wensen en kwaliteiten van
                        belanghebbende. Het dagelijks bestuur stimuleert dat belanghebbende zelf
                        ideeën aandraagt voor de als tegenprestatie te verrichten werkzaamheden. Het
                        dagelijks bestuur beoordeelt de door belanghebbende zelf aangedragen ideeën
                        en kan besluiten om het voorstel van belanghebbende over te nemen en die
                        werkzaamheden in te zetten als tegenprestatie. Uiteraard moet die
                        werkzaamheid voldoen aan het bepaalde bij of krachtens artikel 3 van deze
                        verordening en moet die werkzaamheid beschikbaar zijn. Het dagelijks bestuur
                        is niet gehouden te voldoen aan de wensen van een belanghebbende, maar moet
                        deze wel in de beoordeling meewegen. </al><al/><al><cursief>d)vrijwilligerswerk, mantelzorg en een re-integratietraject zijn
                            voorliggend op de tegenprestatie.</cursief></al><al>Van belanghebbenden die nog niet actief zijn in één van deze
                        participatievormen, kan een tegenprestatie gevraagd worden. Het dagelijks
                        bestuur zet hierbij vooral in op het verleiden van belanghebbenden om een
                        tegenprestatie te leveren; belanghebbenden worden gemotiveerd om zelf met
                        initiatieven te komen. Hiermee wordt zo veel mogelijk voorkomen dat het
                        dagelijks bestuur belanghebbenden moet gaan dwingen. </al><al/><al>Het dagelijks bestuur houdt er bij het opdragen van de plicht tot
                        tegenprestatie rekening met het eventuele gegeven dat een belanghebbende al
                        maatschappelijk actief is. Indien een belanghebbende al een maatschappelijke
                        activiteit verricht, kan het dagelijks bestuur besluiten geen tegenprestatie
                        op te leggen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Duur en omvang van een tegenprestatie</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden
                        en de voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de
                        aard, de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen
                        tegenprestatie. Hierbij moet het dagelijks bestuur de in deze verordening
                        neergelegde criteria in acht nemen. Artikel 4 van deze verordening stelt
                        voorwaarden ten aanzien van de duur en omvang van de tegenprestatie. </al><al/><al><cursief>Individuele omstandigheden </cursief></al><al>Het dagelijks bestuur beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden
                        van een belanghebbende de omvang en de duur van de tegenprestatie. De omvang
                        van de werkzaamheden en de duur in de tijd dienen in de regel beperkt te
                        zijn. Dat betekent dat het dagelijks bestuur steeds een afweging maakt op
                        basis van de situatie in welke mate een tegenprestatie verlangd kan worden. </al><al/><al><cursief>Maximale duur tegenprestatie in dagen </cursief></al><al>Artikel 4, eerste lid, regelt dat de tegenprestatie wordt ingezet voor een
                        maximale duur. De tegenprestatie kan worden opgedragen voor de maximale duur
                        van 3 maanden. Het is van belang dat de duur beperkt is. </al><al/><al><cursief>Maximale duur tegenprestatie in uren </cursief></al><al>Artikel 4, tweede lid, regelt dat de tegenprestatie wordt ingezet voor een
                        maximaal aantal uren. De tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal 8 uur
                        per week. Voor het maximaal aantal uren is gekozen om de tegenprestatie van
                        relatief geringe omvang te laten zijn. </al><al/><al>Artikel 4, derde lid, regelt dat het opdragen van een tegenprestatie binnen
                        een periode van 12 maanden slechts 1 keer kan worden opgedragen. Het gaat
                        hierbij om een aaneengesloten periode van 12 maanden. Deze bepaling
                        waarborgt dat de tegenprestatie relatief gering wordt ingezet. De
                        tegenprestatie dient immers niet in de weg te staan van de re-integratie van
                        een belanghebbende. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>Behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>