<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR376216_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive WerkSaam Westfriesland 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">WerkSaam Westfriesland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Drechterland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Enkhuizen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoorn</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Koggenland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Medemblik</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Opmeer</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stede Broec</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Blad Gemeenschappelijke Regeling</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive WerkSaam Westfriesland 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-01-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive WerkSaam Westfriesland 2015
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling WerkSaam
                        Westfriesland, gevestigd te Hoorn;</al>
          <al/>
          <al>Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur WerkSaam Westfriesland dd 22
                        oktober 2014;</al>
          <al/>
          <al>Gelet op artikel 8b, van de Participatiewet en artikel 35 lid 1 onder c van
                        de IOAW en IOAZ; </al>
          <al/>
          <al>Gelet op artikel 15, lid 2, onderdeel c van de Gemeenschappelijke Regeling
                        WerkSaam Westfriesland</al>
          <al/>
          <al>Overwegende dat WerkSaam Westfriesland bij verordening nadere regels dient
                        vast te stellen met betrekking tot de verrekening van de bestuurlijke boete
                        bij recidive;</al>
          <al/>
          <al>Besluitvast te stellen de Verordening verrekening bestuurlijke boete
                        bij recidive WerkSaam Westfriesland 2015.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>Algemeen Bestuur: Algemeen Bestuur van WerkSaam </al></li>
              <li nr="b."><al>Bbz: Besluit bijstandverlening zelfstandigen</al></li>
              <li nr="c."><al>Beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen
                                    475c tot en met 475<sup>e</sup> van het Wetboek van Burgerlijke
                                    Rechtsvordering.</al></li>
              <li nr="d."><al>Bezit: waarde van de bezittingen waarover belanghebbende of
                                    diens gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, met
                                    uitzondering van het in de woning met bijbehorend erf gebonden
                                    vermogen, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de
                                    Participatiewet.</al><lijst>
                  <li nr="·"><al>Bijstandsnorm: 1° toepasselijke bijstandsnorm als
                                            bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de
                                            Participatiewet, of</al></li>
                  <li nr="·"><al>2° grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5
                                            van de IOAW of artikel 5 van de IOAZ voor zover sprake
                                            is van een uitkering op grond van de IOAW of de
                                            IOAZ;</al></li>
                  <li nr="·"><al>3° algemene bijstand volgens de Bbz</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="e."><al>Dagelijks Bestuur: Dagelijks Bestuur van WerkSaam </al></li>
              <li nr="f."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte werkloze werknemers</al></li>
              <li nr="g."><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</al></li>
              <li nr="h."><al>Recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a van
                                    de Participatiewet</al></li>
              <li nr="i."><al>Verrekenen: verrekening als bedoeld in artikel 60, vierde lid,
                                    van de Participatiewet</al></li>
              <li nr="j."><al>WerkSaam: Gemeenschappelijke Regeling WerkSaam
                                    Westfriesland</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien het bezit van een belanghebbende tenminste driemaal de
                                toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent het dagelijks
                                bestuur de recidiveboete zonder inachtneming van de beslagvrije
                                voet.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende een
                                tijdvak van drie maanden vanaf het moment van de dagtekening waarop
                                de bestuurlijke boete is opgelegd. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien het bezit van een belanghebbende niet ten minste driemaal de
                                toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent het dagelijks
                                bestuur de recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming van
                                de beslagvrije voet. De verrekening geschiedt vanaf het moment van
                                de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekent
                                het dagelijks bestuur de recidiveboete in de daarop volgende twee
                                maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken
                                over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke
                                bijstandsnorm.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen
                                gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r,
                                van de Participatiewet. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel>
            </kop>
            <al>In afwijking van de artikelen 2 en 3 kan het dagelijks bestuur de
                            recidiveboete met inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen
                            indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in de
                                    artikelen 2 of 3, zou leiden tot huisuitzetting van
                                    belanghebbende en diens gezin; of</al></li>
              <li nr="b."><al>anderszins sprake is van dringende redenen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel>
            </kop>
            <al>De artikelen 2, 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                            verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste
                            lid, van de Participatiewet, indien en voor zover deze boete nog niet is
                            betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag van bekendmaking en
                                    werkt terug tot en met 1 januari 2015.</al></li>
              <li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening
                                    bestuurlijke boete bij recidive WerkSaam Westfriesland
                                    2015.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van 7
                            januari 2015.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De secretaris </ondertekening>
        <ondertekening>M.Olierook </ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De voorzitter</ondertekening>
        <ondertekening>A.J. de Jong</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Algemene toelichting </titel>
        </kop>
        <al/>
        <al>Op 1 januari 2013 is de "Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid
                            SZW-wetgeving" in werking getreden. Deze wet heeft de bestuurlijke boete
                            bij een schending van de inlichtingenplicht geïntroduceerd. Het
                            dagelijks bestuur is verplicht de bestuurlijke boete met de lopende
                            uitkering te verrekenen. In beginsel moet bij deze verrekening de
                            bescherming van de beslagvrije voet in acht genomen worden. Is echter
                            sprake van een bestuurlijke boete wegens recidive, dan kan het dagelijks
                            bestuur besluiten gedurende maximaal drie maanden met de beslagvrije
                            voet te verrekenen. </al>
      </nota-toelichting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Artikelsgewijze toelichting</titel>
        </kop>
        <al/>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1. Begripsomschrijvingen</nr>
          </kop>
          <al>Begrippen In deze bepaling zijn een aantal begrippen nader omschreven.
                            De meeste behoeven geen nadere toelichting. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Bezit </cursief>
          </al>
          <al>De verordening kent een definitie van het begrip bezit. Het gaat daarbij
                            om (de waarde van) alle bezittingen waarover een belanghebbende of diens
                            gezinsleden beschikken of redelijkerwijs kunnen beschikken. Bezittingen
                            kunnen zowel bestaan uit geld als op geld waardeerbare goederen. Bij het
                            begrip bezit zoals dat in deze verordening wordt gebruikt, gaat het
                            nadrukkelijk niet om vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet. Eventueel aanwezige schulden spelen immers geen rol en
                            worden dus ook niet op het bezit in mindering gebracht. Ook de
                            vrijlatingen van artikel 34, tweede lid, van de Participatiewet zijn
                            hier niet van toepassing. Een belanghebbende die vanwege de volledige
                            verrekening met de beslagvrije voet zonder inkomsten komt te zitten, zal
                            de bezittingen waarover hij beschikt of redelijkerwijs kan beschikken,
                            volledig moeten aanwenden om in de noodzakelijke kosten van het bestaan
                            te kunnen voorzien. Een uitzondering is gemaakt voor de door
                            belanghebbende en zijn gezin bewoonde (eigen) woning. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Verrekenen </cursief>
          </al>
          <al>De Participatiewet kent een ruimer begrip van verrekenen dan het Wetboek
                            van Burgerlijke Rechtsvordering. Voor de duidelijkheid is daarom een
                            aparte begripsbepaling opgenomen in de verordening. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit</titel>
          </kop>
          <al>Uitgangspunt van deze verordening is dat volledige verrekening zonder
                            inachtneming van de beslagvrije voet plaats vindt voor de maximale
                            termijn van drie maanden als een belanghebbende over voldoende
                            bezittingen beschikt om dit op te kunnen vangen. Dat uitgangspunt is
                            vastgelegd in artikel 2 van deze verordening. Van voldoende bezit is
                            sprake als de waarde van de bezittingen waarover belanghebbende beschikt
                            (of redelijkerwijs kan beschikken), tenminste driemaal de toepasselijke
                            bijstandsnorm bedraagt. Immers, bij aanwending of tegeldemaking van deze
                            bezittingen, zou een periode van drie maanden overbrugd moeten kunnen
                            worden. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit</titel>
          </kop>
          <al>Heeft een belanghebbende onvoldoende bezittingen om een periode van drie
                            maanden volledige verrekening zonder inachtneming van de beslagvrije
                            voet te kunnen overbruggen, dan verrekent het dagelijks bestuur slechts
                            één maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet. Voor de overige
                            twee maanden vindt weliswaar verrekening plaats rekening houdend met de
                            beslagvrije voet, maar niet de volledige. Belanghebbende blijft
                            beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke
                            bijstandsnorm. </al>
          <al/>
          <al>Met de gekozen opzet wordt enerzijds uiting gegeven aan het principe dat
                            fraude niet mag lonen. Het gaat hier immers om belanghebbenden die
                            herhaaldelijk hun inlichtingenplicht hebben geschonden. Daar mag een
                            duidelijk signaal tegenover staan. Anderzijds wordt rekening gehouden
                            met de zorgplicht. Het volledig buiten werking stellen van de
                            beslagvrije voet gedurende drie maanden kan kwalijke maatschappelijke
                            consequenties hebben. Dat moet voorkomen worden, nu de regeling daarmee
                            zijn doel voorbij zou schieten. </al>
          <al/>
          <al>Een belanghebbende kan inkomsten uit arbeid hebben die op grond van
                            artikel 31, tweede lid, onderdelen n of r, van de Participatiewet worden
                            vrijgelaten voor de algemene bijstand. Bij verrekening van een
                            recidiveboete tot 80% van de bijstandsnorm, tellen deze inkomsten echter
                            gewoon mee. Het dagelijks bestuur laat deze inkomsten dus niet buiten
                            beschouwing bij de beoordeling van de vraag of een belanghebbende nog
                            over voldoende inkomen beschikt. Dat is geregeld in lid 3. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel>
          </kop>
          <al>Hoewel het hier gaat om een herhaaldelijke schending van de
                            inlichtingenplicht, zijn situaties denkbaar waarin volledige verrekening
                            met de beslagvrije voet niet aanvaardbaar wordt geacht. Die situaties
                            komen aan de orde in artikel 4. Het gaat daarbij altijd om individuele
                            omstandigheden waaraan het dagelijks bestuur zal moeten toetsen. </al>
          <al/>
          <al>In onderdeel a is geregeld dat het dagelijks bestuur kan besluiten in
                            afwijking van de artikelen 2 en 3 toch de beslagvrije voet te
                            respecteren wanneer volledige verrekening waarschijnlijk leidt tot
                            huisuitzetting van belanghebbende en diens gezin. Voorkomen moet worden
                            dat een belanghebbende door de volledige verrekening op straat komt te
                            staan, nu dit de problematiek alleen maar verergert, met alle
                            maatschappelijke kosten van dien. </al>
          <al/>
          <al>Een dreigende huisuitzetting wordt in deze verordening gezien als een
                            dringende reden om van verrekening met de beslagvrije voet af te zien.
                            Dat volgt uit het woord 'anderszins' in onderdeel b. Ook bij
                            aanwezigheid van andere dringende redenen dan een dreigende
                            huisuitzetting, kan het dagelijks bestuur rekening houden met de
                            bescherming van de beslagvrije voet. Van dringende redenen is niet snel
                            sprake. Het gaat slechts om incidentele gevallen, waarbij de behoeftige
                            omstandigheden waarin de belanghebbende en diens gezinsleden verkeren op
                            geen enkele andere wijze te verhelpen zijn. Het enkele feit dat het
                            belanghebbende door de verrekening aan middelen ontbreekt om in het
                            bestaan te voorzien, is op zich geen voldoende voorwaarde om te kunnen
                            spreken van dringende redenen. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel>
          </kop>
          <al>In artikel 60b, derde lid, van de Participatiewet is bepaald dat de
                            bevoegdheid om te verrekenen met de beslagvrije voet ook van toepassing
                            is op eerder opgelegde bestuurlijke boetes voor zover op het moment van
                            verrekening van de recidiveboete, die eerdere boetes nog niet zijn
                            betaald. Mocht het dagelijks bestuur die eerdere, nog openstaande boetes
                            gaan verrekenen, dan regelt artikel 5 dat de bepalingen in deze
                            verordening van overeenkomstige toepassing zijn. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. </al>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>