<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR376077_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Landelijke Handhavingstrategie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dalfsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-08-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dalfsen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-79263.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3ddalfsen%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20150901%26epd%3d20150901%26sdt%3dDatumPublicatie%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad 28-08-2015, nr. 79263</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Landelijke Handhavingstrategie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-08-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-08-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-10-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>12-02-2015, nummer 1231</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage resourceIdentifier="exb-2017-50089">Landelijke handhavingstrategie</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Landelijke Handhavingstrategie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Landelijke handhavingstrategie</vet></al><al/><al>Een passende interventie bij iedere bevinding</al><al>(Versie 1.7, 24 april 2014)</al><al><extref doc="/cvdr/images/Dalfsen/i258868.pdf">Landelijke handhavingstrategie</extref></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel/></kop><paragraaf><kop><nr>1.1</nr><titel>Achtergrond en aanleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Op 11 april 2013 zijn de grondslagen van het nieuwe stelsel van
                                vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH)<noot id="d4179e137"><noot.nr> 1
                                        </noot.nr><noot.al>Het
                                        stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving voor
                                        de Wabo, Uitvoering met ambitie.nl, Vastgesteld BO 11 april
                                        2013</noot.al></noot> voor de Wabo bestuurlijk vastgesteld. Het nieuwe stelsel
                                beoogt een robuuste professioneel werkende uitvoeringsstructuur,
                                waarin de Omgevingsdiensten een centrale rol vervullen, die: </al><lijst><li nr="·"><al>knelpunten oplost, zoals die onder andere zijn vastgesteld
                                        door de Commissie Herziening Handhavingstelsel VROM-regelgeving<noot id="d4179e147"><noot.nr> 2 </noot.nr><noot.al>De Tijd is Rijp, juli 2008</noot.al></noot>;</al></li><li nr="·"><al>bijdraagt aan de realisatie van beleidsdoelen in de fysieke
                                        leefomgeving (een schoner milieu, natuur en water, veiliger
                                        leefomgeving, betere naleving); </al></li><li nr="·"><al>leidt tot vermindering van de door het bedrijfsleven ervaren
                                        regel- en toezichtsdruk en tot een gelijk speelveld voor
                                        bedrijven. </al></li><li nr="·"><al>een heldere rolverdeling regelt en ook eenvoudige en
                                        effectieve afstemming tussen het bestuurs- en strafrecht.
                                    </al></li></lijst><al>Het nieuwe VTH-stelsel is in 2013 en wordt gedurende 2014 verder
                                ontwikkeld en geïmplementeerd op drie essentiële onderdelen: </al><lijst><li nr="1."><al>generieke condities waaronder het stelsel kan functioneren
                                        en waaronder een (verdere) verbetering van de kwaliteit van
                                        vergunningverlening, toezicht en handhaving kan
                                        plaatsvinden. Hierbij valt te denken aan een infrastructuur
                                        voor kennis- en informatie-uitwisseling en training en
                                        opleiding van handhavers;</al></li><li nr="2."><al>onderling afgestemd en effectief handelen van alle
                                        instanties die een rol hebben in de handhaving van het
                                        omgevingsrecht, waaronder het maken van afspraken over de
                                        afstemming van landelijke en regionale prioriteiten en het
                                        zo effectief mogelijk bestuurs- en/of strafrechtelijk
                                        aanpakken ervan;</al></li><li nr="3."><al>monitoring, verantwoording en zo nodig bijsturing van het
                                        (gezamenlijke) overheidsoptreden in het nieuwe stelsel.</al></li></lijst><al>De onderhavige landelijke handhavingstrategie is primair uitgewerkt
                                voor onderdeel 2, in de vorm van een instrument voor alle overheden
                                om eenduidig te interveniëren naar aanleiding van tijdens het
                                toezicht gedane bevindingen. </al><al>De landelijke handhavingstrategie heeft ook raakvlakken met de
                                onderdelen 1 en 3. Met onderdeel 1 vanwege het uitwisselen van
                                ervaringen met (het toepassen van) de landelijke
                                handhavingstrategie, teneinde de (uitvoering van de) strategie stap
                                voor stap te verbeteren. Met onderdeel 3 vanwege de monitoring en
                                verantwoording van de toepassing van de landelijke
                                handhavingstrategie en de op termijn voorziene evaluatie van het
                                VTH-stelsel en de landelijke handhavingstrategie. </al><al>Voor het opstellen van de landelijke handhavingstrategie is gebruik
                                gemaakt van bestaande strategieën. Met de toepassing van de
                                landelijke handhavingstrategie komen de bestaande
                                handhavingstrategieën, die daarin goeddeels zijn geïncorporeerd, te
                                vervallen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>1.2</nr><titel>Beoogde brede werking, doel en positionering</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Beoogde brede werking </cursief></al><al>De landelijke handhavingstrategie is ontwikkeld vanuit het
                                milieurecht, met oog voor het bredere omgevingsrecht, en heeft in
                                eerste instantie betrekking op de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht (Wabo) en de in artikel 5.1 van de Wabo opgenomen wetten<noot id="d4179e192"><noot.nr> 3
                                        </noot.nr><noot.al>Op
                                        de publicatiedatum van onderhavig document is hoofdstuk 5
                                        van de Wabo (‘Bestuursrechtelijke handhaving’) voor wat
                                        betreft de handhaving van toepassing op de volgende wetten,
                                        voor zover dit bij of krachtens deze wetten is bepaald: de
                                        Flora- en faunawet, de Monumentenwet 1988, de
                                        Natuurbeschermingswet 1998, de Ontgrondingenwet, de Wet
                                        bodembescherming, de Wet geluidhinder, de Wet inzake de
                                        luchtverontreiniging, de Wet milieubeheer, de Wet
                                        ruimtelijke ordening, de Waterwet en de Woningwet. De
                                        Kernenergiewet en de Wet bescherming Antarctica ontbreken in
                                        voornoemde opsomming, omdat de landelijke
                                        handhavingstrategie daarop (vooralsnog) niet van toepassing
                                        is.</noot.al></noot>. Toepassing van de landelijke handhavingstrategie leidt tot
                                afgestemd en effectief bestuurs- en/of strafrechtelijk handelen.
                                Daarom is de landelijke handhavingstrategie breder toepasbaar dan
                                alleen op het omgevingsrecht. </al><al><cursief>Doel </cursief></al><al>De overheid is verantwoordelijk voor het handhaven van de wetgeving.
                                Voor wat het omgevingsrecht betreft ligt de basis van deze
                                verantwoordelijkheid voor het bestuur in diverse bijzondere wetten,
                                de Algemene wet bestuursrecht en in de jurisprudentie van de
                                Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de zogenoemde
                                beginselplicht tot handhaven<noot id="d4179e203"><noot.nr> 4
                                        </noot.nr><noot.al>Geformuleerd in ABRvS 7 juli 2004, LJN AP8242
                                    </noot.al></noot>. Voor het OM ligt de basis van deze verantwoordelijkheid in
                                artikel 124 van de Wet op de rechterlijke organisatie en in de
                                Europese richtlijn inzake de bescherming van het milieu door middel
                                van het strafrecht<noot id="d4179e209"><noot.nr> 5
                                        </noot.nr><noot.al>EG
                                        richtlijn nr. 2008/99/EG van het Europees Parlement en de
                                        Raad van 19 november 2008</noot.al></noot>. Uitgangspunt is dat bestuur en OM, elk handelend vanuit de
                                eigen verantwoordelijkheid, hun handelen afzonderlijk en in
                                combinatie richten op het naleven van wet- en regelgeving. </al><al>Uit het oogpunt van rechtsgelijkheid is het doel van de landelijke
                                handhavingstrategie, voortbouwend op de hiervoor geschetste
                                verantwoordelijkheden van bestuur en OM: <cursief>uitvoering geven
                                    aan de beginselplicht tot handhaven, passend interveniëren bij
                                    iedere bevinding, in vergelijkbare situaties vergelijkbare
                                    keuzes maken en interventies op vergelijkbare wijze kiezen en
                                    toepassen, landsbreed door het bestuurlijk bevoegd gezag / de
                                    Omgevingsdiensten, landelijke inspecties, politie en het
                                    OM</cursief>. Hiertoe bevat de landelijke handhavingstrategie
                                een duidelijke visie op handhaven (hoofdstuk 2) en een uitgeschreven
                                en geïnstrumenteerde aanpak (hoofdstuk 3). </al><al><cursief>Positionering </cursief></al><al>Handhavinginstanties moeten op grond van het Besluit omgevingsrecht
                                (Bor) een nalevingstrategie hebben, bevattende een toezicht-,
                                sanctie- en gedoogstrategie. De landelijke handhavingstrategie
                                ondersteunt dit, door één lijn te brengen in hoe instanties reageren
                                op tijdens het toezicht gedane bevindingen. In figuur 1 is de
                                positionering van de landelijke handhavingstrategie weergegeven. </al><al>De term ‘handhavingstrategie’ drukt uit dat interveniëren breder is
                                dan het opleggen van sancties naar aanleiding van overtredingen.
                                Omdat interveniëren ook tijdens toezicht kan plaatsvinden,
                                bijvoorbeeld in de vorm van aanspreken en informeren, raakt de
                                landelijke handhavingstrategie in figuur 1 de toezichtstrategie aan.
                                De landelijke handhavingstrategie gaat niet over het toezicht als
                                zodanig (prioriteiten, manieren van toezicht houden, en
                                dergelijke).</al><al>De landelijke handhavingstrategie raakt in figuur 1 ook de
                                gedoogstrategie aan. Dit betekent dat de landelijke
                                handhavingstrategie erkent dat er omstandigheden kunnen zijn om van
                                (bestuursrechtelijk) handhaven af te zien. Dit laat eventuele
                                strafvervolging door het OM overigens onverlet<noot id="d4179e229"><noot.nr> 6
                                        </noot.nr><noot.al>Gedogen in Nederland 25085, nr 2, 1996-1997</noot.al></noot>.</al><al>Figuur 1 toont tot slot dat er specifieke strategieën, die sporen
                                met de landelijke handhaving-strategie, onder de landelijke
                                handhavingstrategie kunnen hangen voor gebieden (bijvoorbeeld Natura
                                2000), groepen van normadressaten (BRZO bedrijven) of speciale
                                thema’s. Indien een met de landelijke handhavingstrategie sporende
                                specifieke strategie voorhanden en bestuurlijk vastgesteld is, wordt
                                deze specifieke strategie gevolgd. Reeds onderkend is dat het voor
                                bepaalde domeinen, zoals ‘water’, ‘erfgoed’ en ‘bouwen en wonen’,
                                noodzakelijk kan zijn om spoedig een specifieke, met de landelijke
                                handhaving-strategie sporende, handhavingstrategie te
                                ontwikkelen.</al><al><plaatje><illustratie id="if09640e7-1fca-4ab7-a8ea-bc350949207e" naam="i258865if09640e7-1fca-4ab7-a8ea-bc350949207e.jpg" type="tekst" breedte="15.9cm" hoogte="9.94cm"/></plaatje></al><al><vet>Figuur 1: Positionering landelijke handhavingstrategie </vet></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>1.3</nr><titel>Werking, implementatie en monitoring en evaluatie</titel></kop><structuurtekst><al>Voor de Wabo en de in artikel 5.1 van de Wabo opgenomen wetten<noot id="d4179e253"><noot.nr> 7
                                        </noot.nr><noot.al>Vooralsnog met uitzondering van de Kernenergiewet en de Wet
                                        bescherming Antarctica</noot.al></noot> is de landelijke handhavingstrategie voor gebruik in het
                                VTH-stelsel opgeleverd aan het Bestuurlijk omgevingsberaad. </al><al>Het overnemen en invoeren van de landelijke handhavingstrategie is
                                onderdeel van de VTH kwaliteitscriteria voor Wabo bevoegde overheden<noot id="d4179e261"><noot.nr> 8
                                        </noot.nr><noot.al>Paragraaf 5.2.4 Kwaliteitscriteria 2.1 voor
                                        vergunningverlening, toezicht en handhaving krachtens de
                                        Wabo, Uitvoering met ambitie.nl, 7 september
                                        2012</noot.al></noot>. Dit waarborgt landelijke eenduidigheid in twee opzichten,
                                te weten: </al><lijst><li nr="1."><al>dat iedere bevinding een passende interventie krijgt;
                                        en</al></li><li nr="2."><al>dat het proces om tot een passende interventie te komen
                                        overal hetzelfde verloopt.</al></li></lijst><al>Lokale/regionale bestuurlijke afwegingsruimte zit gezien het
                                voorgaande in keuzes over toezichtprioriteiten en de manier van
                                toezicht houden, maar niet in het toepassen van de landelijke
                                handhavingstrategie. De landelijke handhavingstrategie is een
                                landelijk geldend afwegingsinstrument dat iedereen volgt om van
                                bevinding naar interventie te komen. Dit onderstreept dat de
                                landelijke handhavingstrategie vooral een instrument is voor
                                uitvoerders. </al><al>Als stelselverantwoordelijke VTH voor de Wabo, draagt de minister
                                van IenM voor wat betreft het omgevingsrecht zorg voor het monitoren
                                en evalueren van de toepassing van de landelijke handhavingstrategie
                                en het zo nodig voorstellen van maatregelen naar aanleiding hiervan.
                                Alle partijen die met de landelijke handhavingstrategie werken
                                kunnen voorstellen voor maatregelen doen. Besluitvorming over
                                voorgestelde maatregelen vindt voor wat betreft het omgevingsrecht
                                plaats in het Bestuurlijk omgevingsberaad.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>2.</nr><titel>Visie landelijke handhavingstrategie</titel></kop><structuurtekst><al>Als richtinggevende visie zijn de volgende vijf uitgangspunten van het
                            nieuwe VTH-stelsel voor de Wabo voor de handhaving geoperationaliseerd.
                        </al></structuurtekst><paragraaf><kop><nr>2.1</nr><titel>Onafhankelijkheid – sterke, slagkrachtige en onafhankelijke
                                handhavinginstanties</titel></kop><structuurtekst><al>Handhavinginstanties en hun medewerkers handelen consequent en
                                vasthoudend op basis van de geldende wet- en regelgeving en de
                                landelijke handhavingstrategie. Het belang van sterke, slagkrachtige
                                en onafhankelijke handhavinginstanties is groot. Provincies en
                                gemeenten dragen hier als bevoegd gezag voor de Wabo aan bij, door
                                voor de aan hun Omgevingsdiensten opgedragen taken een duidelijk en
                                ruim mandaat te verstrekken, op grond waarvan de directeur bevoegd
                                is tot het toepassen van bestuursrechtelijke interventies, waaronder
                                sancties. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2.2</nr><titel>Professionaliteit en vakmanschap – training, opleiding, kennis-
                                en informatie-uitwisseling</titel></kop><structuurtekst><al>Handhavers wegen de ernst van de bevinding, het gedrag van de
                                normadressaat en de feiten en omstandigheden van de situatie.
                                Handhavers bepalen vervolgens welke interventie in het specifieke
                                geval passend is. Dit vereist professionaliteit en vakmanschap.
                                Handhaving-instanties brengen en houden daarom de voor handhaven
                                vereiste kennis<noot id="d4179e305"><noot.nr> 9
                                        </noot.nr><noot.al>Onder andere voldoen aan de voor het VTH-stelsel voor de
                                        Wabo gedefinieerde kwaliteitscriteria</noot.al></noot> en kunde op peil en ondersteunen binnen hun organisaties een
                                cultuur waarin (elkaar aanspreken op) kennis en informatie
                                uitwisselen, samenwerken en handhavers die zich blijven ontwikkelen
                                vanzelfsprekend zijn. </al><al>Ook uitwisseling van kennis en leerervaringen tussen
                                handhavinginstanties is van groot belang. De landelijke
                                handhavingstrategie op papier is immers het begin, maar waar het
                                vervolgens om gaat is dat alle instanties de papieren strategie op
                                soortgelijke wijze blijven toepassen en daarover met elkaar in
                                contact blijven en leerervaringen en beste praktijken uitwisselen.
                                Anders zullen praktijken ongewild toch weer uit elkaar gaan lopen. </al><al>Landelijk overleg over de implementatie en uitvoering van de
                                landelijke handhavingstrategie gebeurt tijdens de
                                implementatieperiode voor wat het omgevingrecht betreft in het
                                Implementatieberaad. Regionaal overleg ter zake vindt plaats in (de
                                voorportalen van) het door de provincie geïnitieerde Bestuurlijk
                                Handhavingsoverleg (BHO) van de bevoegde overheden en het
                                Functioneel Parket van het OM. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2.3</nr><titel>Betrouwbaarheid – beginselplicht tot handhaven en verantwoording
                                afleggen</titel></kop><structuurtekst><al>Handhavinginstanties hebben een beginselplicht tot handhaven<noot id="d4179e324"><noot.nr> 10
                                        </noot.nr><noot.al>Geformuleerd in ABRvS 7 juli 2004, LJN
                                        AP8242</noot.al></noot>. Handhavend optreden is zowel eerlijk tegenover
                                normadressaten uit het oogpunt van een gelijk speelveld, als
                                tegenover de maatschappij die ervan uit mag gaan dat handhavers
                                zodanig optreden dat haar rechtsgevoel wordt gerespecteerd en de
                                leefomgeving veilig, schoon en gezond blijft. </al><al>In het VTH-stelsel is de primaire verantwoordingsrelatie die van het
                                bevoegd gezag aan het eigen democratisch controlerend orgaan
                                (bijvoorbeeld Gemeenteraad en Provinciale Staten in het geval van
                                gemeenten respectievelijk provincies). De toepassing van de
                                landelijke handhavingstrategie is onderdeel van deze
                                verantwoordingsrelatie. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2.4</nr><titel>Eenvoud – een passende interventie bij iedere bevinding en hoe
                                daar toe te komen</titel></kop><structuurtekst><al>Met de landelijke handhavingstrategie wordt ingezet op een passende
                                interventie bij iedere bevinding. Handhavers hanteren de landelijke
                                handhavingstrategie bij iedere bevinding en maken daarbij gebruik
                                van de in de strategie opgenomen instrumenten. Omwille van
                                rechtsgelijkheid waarborgt dit passend interveniëren en eenduidig
                                optreden, dat wil zeggen: het in vergelijkbare zaken maken van
                                vergelijkbare keuzes en het op vergelijkbare wijze kiezen en
                                toepassen van interventies, landsbreed. </al><al>Een passende interventie wil zeggen dat de interventie, gegeven de
                                verzamelde feiten en de beoordeling van de aard en/of omstandigheden
                                van de bevinding en de normadressaat, zo effectief en efficiënt
                                mogelijk leidt tot spoedig herstel van de situatie voor de
                                bevinding, naleving waarborgt, herhaling voorkomt en/of straft daar
                                waar dit passend is of noodzakelijk om de normadressaat tot naleven
                                te bewegen, dan wel de norm te bevestigen. </al><al>Dit betekent dat twee keuzen noodzakelijk zijn: </al><lijst><li nr="1."><al>Hoe wordt er opgetreden: alleen bestuursrechtelijk,
                                        bestuurs- én strafrechtelijk, of alleen strafrechtelijk?
                                    </al></li><li nr="2."><al>Welke interventie(s) wordt (worden) ingezet? </al></li></lijst><al><cursief>Ad. 1 </cursief></al><al>Hoe wordt opgetreden is vastgelegd in hoofdstuk 3 van deze
                                landelijke handhavingstrategie. Bestuursrechtelijk optreden is
                                vooral gericht op het herstellen van de situatie, dat wil zeggen op
                                het in overeenstemming brengen met de wet- en regelgeving, opdat
                                vastgesteld beleid wordt geëffectueerd. Strafrechtelijk optreden is
                                vooral gericht op het straffen van de overtreder en het wegnemen van
                                diens wederrechtelijk genoten (concurrentie)voordeel. Bestuurs- en
                                strafrechtelijk optreden dienen daarnaast allebei tot ontmoediging,
                                ofwel tot individuele en algemene preventie. Omdat deze aspecten
                                vaak tegelijk aan de orde zijn, is een weloverwogen inzet van het
                                bestuursrecht en/of het strafrecht conform de landelijke
                                handhavingstrategie noodzakelijk. </al><al><cursief>Ad. 2 </cursief></al><al>De keuze van de in te zetten bestuursrechtelijke interventie(s)
                                vindt plaats aan de hand van de in hoofdstuk 3 van de landelijke
                                handhavingstrategie opgenomen interventieladder en
                                interventiematrix, waarbij het spoedig herstellen van de situatie
                                voor de bevinding de eerste prioriteit is. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2.5</nr><titel>Gezamenlijkheid – overleg, afstemming en planmatig en
                                informatiegestuurd gezamenlijk optreden</titel></kop><structuurtekst><al>Toezicht houden gebeurt op basis van door bevoegde overheden
                                bestuurlijk vastgestelde handhavingprogramma’s, inclusief
                                financiering en menskracht, die zijn afgestemd met alle bij het
                                omgevingsrecht betrokken instanties. Afgestemde
                                handhavingprogramma’s en de landelijke handhavingstrategie borgen in
                                combinatie dat de overheden planmatig gezamen-lijk optreden, bij het
                                toezicht en bij bevindingen die tijdens dat toezicht zijn gedaan<noot id="d4179e371"><noot.nr> 11
                                        </noot.nr><noot.al>Beperking toezichtlast: naleving bewerkstelligen tegen zo
                                        gering mogelijke kosten</noot.al></noot>. Informatie is voor goede risicoanalyses en daarop
                                gebaseerde handhavingprogramma’s onontbeerlijk. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>3.</nr><titel>Realisatie landelijke handhavingstrategie – stappenplan</titel></kop><structuurtekst><al>Dit hoofdstuk geeft een stappenplan voor het toepassen van de in
                            hoofdstuk 2 opgenomen visie. Startpunt van het stappenplan is een
                            tijdens het toezicht gedane bevinding.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><nr>3.1</nr><titel>Stap 1 – Positionering bevinding in de interventiematrix</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="i514d2114-f298-4e67-b38b-701cd96cc896" naam="i258866i514d2114-f298-4e67-b38b-701cd96cc896.jpg" type="tekst" breedte="15.9cm" hoogte="9.94cm"/></plaatje></al><al><vet>Figuur 2: De interventiematrix</vet></al><al>De handhaver bepaalt ten eerste in welk segment van de in figuur 2
                                opgenomen interventiematrix hij de bevinding positioneert<noot id="d4179e401"><noot.nr> 12
                                        </noot.nr><noot.al>Geldt enkel voor bevindingen die een overtreding
                                        zijn</noot.al></noot> door: (1) het beoordelen van de gevolgen van de bevinding
                                voor milieu, natuur, water, veiligheid, gezondheid en/of
                                maatschappelijke relevantie en (2) het typeren van de
                                normadressaat.</al><al><cursief>Ad. 1 </cursief></al><al>De gevolgen van bevindingen beoordeelt de handhaver als: </al><lijst><li nr="1."><al>vrijwel nihil; of </al></li><li nr="2."><al>beperkt; of </al></li><li nr="3."><al>van belang – er is sprake van aanmerkelijk risico dat de
                                        bevinding maatschappelijke onrust geeft en/of milieuschade,
                                        natuurschade, waterverontreiniging en/of doden, zieken of
                                        gewonden (mens, plant én dier) tot gevolg heeft; of </al></li><li nr="4."><al>aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar – onder andere het
                                        geval als de overtreding maatschappelijke onrust en/of
                                        ernstige milieuschade, ernstige natuurschade, ernstige
                                        waterverontreiniging en/of doden, zieken of gewonden (mens,
                                        plant én dier) tot gevolg heeft. </al></li></lijst><al><cursief>Ad. 2 </cursief></al><al>De handhaver typeert de normadressaat als: </al><lijst><li nr="A."><al>goedwillend, proactief en geneigd om de regels te volgen, de
                                        bevinding is het gevolg van onbedoeld handelen; of </al></li><li nr="B."><al>onverschillig/reactief, neemt het niet zo nauw met het
                                        algemeen belang, heeft een onverschillige houding, de
                                        bevinding en de gevolgen van zijn handelen laten hem koud;
                                        of </al></li><li nr="C."><al>is opportunistisch en calculerend, er is sprake van het
                                        bewust belemmeren van controlerenden, er is sprake van
                                        mogelijkheidsbewustzijn, maar de gevolgen van het handelen
                                        worden op de koop toe genomen, bewust risico nemend; of
                                    </al></li><li nr="D."><al>bewust en structureel de regels overtredend en/of crimineel
                                        of deel uitmakend van een criminele organisatie, houdt zich
                                        bezig met fraude, oplichting of witwassen. </al></li></lijst><al>Bij de typering van de normadressaat kijkt de handhaver dus verder
                                dan de bevinding op zich en neemt hij diens gedrag en toezicht- en
                                handhavinghistorie mee in beschouwing. Als de handhaver niet in
                                staat is om de normadressaat te typeren, dan is typering B
                                (onverschillig/reactief) het vertrekpunt. </al><al>De handhaver bepaalt tot slot of er sprake is van verzachtende of
                                verzwarende argumenten. Bij verzachtende argumenten wordt de in de
                                interventiematrix gepositioneerde bevinding één segment naar links
                                en vervolgens één segment naar onder verplaatst. Bij verzwarende
                                argumenten, waaronder recidive, is de verplaatsing één segment naar
                                rechts en vervolgens één segment naar boven. Als er meer
                                verzachtende of verzwarende argumenten zijn, levert dit toch maar
                                één verplaatsing op. </al><al>Als legalisatie van de bevinding mogelijk is, is dat de aangewezen
                                weg gelet op de hieruit voortvloeiende rechtszekerheid voor alle
                                betrokkenen. Dit laat het toepassen van de landelijke
                                handhavingstrategie en de interventiematrix onverlet, omdat er
                                maatregelen nodig kunnen zijn om de overtreding te beëindigen en de
                                gevolgen te beperken of weg te nemen. Bij het toepassen van de
                                interventiematrix is de mogelijkheid van legalisatie een
                                verzachtende omstandigheid. </al><al>Er kunnen tot slot omstandigheden zijn om bij een bevinding van
                                handhaven af te zien op basis van een vastgestelde gedoogstrategie.
                                Onder gedogen wordt verstaan het expliciete besluit van een
                                bestuursorgaan om tegen een bepaalde overtreding niet handhavend op
                                te treden. De nota ‘Gedogen in Nederland’<noot id="d4179e452"><noot.nr> 13
                                        </noot.nr><noot.al>Gedogen in Nederland 25085, nr 2, 1996-1997</noot.al></noot> bevat het landelijke kader voor gedogen: een gedoogsituatie
                                is van tijdelijke aard doordat het handelen binnen afziebare tijd
                                ophoudt dan wel doordat waarschijnlijk een vergunning zal worden
                                verleend. Ingeval tot gedogen wordt besloten dient het landelijke
                                kader voor gedogen onverkort te worden gevolgd. Gedogen laat
                                eventuele strafvervolging door het OM overigens onverlet.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>3.2</nr><titel>Stap 2 – Bepalen verzwarende aspecten</titel></kop><structuurtekst><al>De handhaver bepaalt of er verzwarende aspecten zijn die moeten
                                worden betrokken bij de afweging om het bestuurs- en/of strafrecht
                                toe te passen. Hoe meer verzwarende aspecten, des te groter de reden
                                om naast bestuursrechtelijk ook strafrechtelijk te handhaven. Vooral
                                voor bevindingen die na stap 1 in de middensegmenten van de
                                interventiematrix zijn gepositioneerd (A4, B3, B4, C2 en D2), kunnen
                                de verzwarende aspecten reden zijn om naast bestuursrechtelijk ook
                                strafrechtelijk op te treden. De volgende verzwarende aspecten
                                worden afgewogen: </al><lijst><li nr="1."><al><onderstreept>Verkregen financieel voordeel (winst of
                                            besparing).</onderstreept> De normadressaat heeft door
                                        zijn handelen financieel voordeel behaald of financieel
                                        voordeel halen was het doel. </al></li><li nr="2."><al><onderstreept>Status verdachte /
                                            voorbeeldfunctie.</onderstreept> De normadressaat is:
                                        een regionaal of landelijk maatschappelijk aansprekende of
                                        bekende (rechts)persoon, een overheid, een toonaangevend
                                        brancheonderdeel, een certificerende instelling, een persoon
                                        die een openbaar ambt bekleedt, de eigen organisatie. </al></li><li nr="3."><al><onderstreept>Financiële sanctie heeft vermoedelijk geen
                                            effect.</onderstreept> Een bestuurlijke boete kan
                                        waarschijnlijk niet geïnd worden of is waarschijnlijk door
                                        de normadressaat als (bedrijfs)kosten ingecalculeerd. </al></li><li nr="4."><al><onderstreept>Combinatie met andere relevante
                                            delicten.</onderstreept> Andere handelingen zijn
                                        gepleegd ter verhulling van de feiten, zoals valsheid in
                                        geschrift, corruptie of witwassen. </al></li><li nr="5."><al><onderstreept>Medewerking van deskundige
                                            derden.</onderstreept> De normadressaat is bij zijn
                                        handelen ondersteund door deskundige derden, zoals
                                        vergunningverlenende of certificerende instellingen,
                                        keuringinstanties en brancheorganisaties. De handhaver moet
                                        onderbouwen op grond van welke aanwijzingen hij het
                                        vermoeden heeft dat de deskundige derde op de hoogte was
                                        en/of medewerking heeft verleend aan de geconstateerde
                                        bevinding(en). </al></li><li nr="6."><al><onderstreept>Normbevestiging.</onderstreept> Bij dit aspect
                                        geldt dat het doel van de handhaving ligt in het onder de
                                        aandacht brengen van het belang van een bepaalde norm bij de
                                        branche of bij het bredere publiek. Strafrechtelijke
                                        handhaving vindt mede plaats in het kader van normhandhaving
                                        of normbevestiging met het oog op grotere achterliggende te
                                        beschermen rechtsbelangen. Hierbij speelt de openbaarheid
                                        van het strafproces een grote rol. Als in het openbaar, door
                                        middel van een onderzoek ter terechtzitting of de publicatie
                                        van een persbericht bij een transactie of strafbeschikking,
                                        verantwoording wordt afgelegd van gepleegde strafbare feiten
                                        krijgt de normhandhaving of normbevestiging het juiste
                                        effect. </al></li><li nr="7."><al><onderstreept>Waarheidsvinding.</onderstreept> Soms kan
                                        strafrechtelijk optreden met toepassing van
                                        opsporingsbevoegdheden met het oog op de strafrechtelijke
                                        waarheidsvinding en afdoening aangewezen zijn. Bijvoorbeeld
                                        als een controle of inspectie aanwijzingen aan het licht
                                        brengt dat er meer aan de hand is, maar de
                                        bestuursrechtelijke instrumenten ontoereikend zijn om de
                                        waarheid aan het licht te brengen. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>3.3</nr><titel>Stap 3 – Bepalen of overleg van het bestuur met politie en OM,
                                dan wel van politie en OM met het bestuur, over de toepassing van
                                het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is</titel></kop><structuurtekst><al>De handhaver bepaalt of overleg over de toepassing van het bestuurs-
                                en/of strafrecht geïndiceerd is op basis van de beoordeling van de
                                bevinding met de interventiematrix (stap 1) en de afweging van
                                verzwarende aspecten (stap 2). Dit overleg beoogt een weloverwogen
                                inzet van het bestuursrecht, het bestuurs- én strafrecht of alleen
                                het strafrecht. Dit overleg is </al><al>derhalve tweerichtingsverkeer: bestuursrechtelijke handhavers zoeken
                                indien noodzakelijk het overleg op met politie en OM en omgekeerd. </al><al>Overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht is
                                altijd noodzakelijk als de handhaver de bevinding na stap 1 heeft
                                gepositioneerd in de middensegmenten (A4, B3, B4, C2, D2 en D1) of
                                zware segmenten (C3, C4, D3 en D4) van de interventiematrix. Overleg
                                kan ook zinvol zijn bij bevindingen die de handhaver weliswaar heeft
                                gepositioneerd in de lichte segmenten van de interventiematrix (A1,
                                A2, A3, B1, B2 en C1), maar waarbij er op grond van stap 2 sprake is
                                van één of meer verzwarende aspecten. </al><al>In situaties waarin een handhavinginstantie een BSBm oplegt is
                                overleg met het OM niet geïndiceerd en is strafrechtelijk optreden
                                door het OM niet aan de orde. </al><al>Als de handhaver concludeert dat overleg over de toepassing van het
                                bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is, wordt gehandeld op basis
                                van vooraf tussen bestuursrechtelijke handhavinginstanties, politie
                                en OM gemaakte algemene afspraken over hun samenspel. Alleen zo kan
                                accuraat en effectief optreden in voorkomende gevallen worden
                                gewaarborgd, in het bijzonder als er sprake is van spoed en
                                heterdaad. Situaties waarin de vooraf gemaakte algemene afspraken
                                niet voorzien, zullen apart door handhavinginstantie, politie en OM
                                worden beoordeeld, in een regulier overleg of door middel van ad hoc
                                overleg als snelheid vereist is. Uit het overleg volgt hoe de
                                betreffende bevinding wordt opgepakt: alleen bestuursrechtelijk,
                                bestuurs- én strafrechtelijk of alleen strafrechtelijk. Het laatste
                                veelal startend met een opsporingsonderzoek onder leiding van de
                                Officier van Justitie. </al><al>Tenslotte is, afgezien van de interventiematrix, aangifte bij het OM
                                standaard als toezicht-houders de volgende ernstige bevindingen
                                doen: </al><lijst><li nr="·"><al>Situaties waarin bewust het toezicht onmogelijk wordt
                                        gemaakt, zoals het weigeren van toegang, intimidatie,
                                        geweldsdreiging, fraude, vernietiging van bewijs en poging
                                        tot omkoping. </al></li><li nr="·"><al>Situaties waarin de toezichthouder constateert dat er
                                        opzettelijk mensen in gevaar worden gebracht, door onder
                                        andere: sabotage, vernieling of het bewust verstrekken van
                                        verkeerde informatie. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>3.4</nr><titel>Stap 4 – Optreden met de interventiematrix</titel></kop><structuurtekst><al>De landelijke handhavingstrategie gaat uit van het in principe zo
                                licht mogelijk starten met interveniëren gericht op herstel en het
                                vervolgens snel inzetten van zwaardere interventies als naleving
                                uitblijft. De handhaver gebruikt de interventiematrix van figuur 3
                                daarbij als volgt: </al><lijst><li nr="1."><al>De handhaver kijkt naar de interventies in het segment van
                                        deze interventiematrix waarin hij de bevinding eerder met
                                        behulp van stap 1 (paragraaf 3.1) heeft gepositioneerd.
                                    </al></li><li nr="2."><al>De handhaver kiest voor de minst zware (combinatie) van de
                                        in het betreffende segment opgenomen interventies, tenzij de
                                        handhaver motiveert dat een andere (combinatie van)
                                        interventie(s) in de betreffende situatie passender is.
                                    </al></li></lijst><al>De interventies in de (segmenten van de) matrix lopen van beneden
                                naar boven op in zwaarte. In bijlage 2 staan alle interventies
                                eveneens van licht naar zwaar toegelicht. </al><al>Waar in de matrix van figuur 3 ‘PV’ staat betreft het de middelzware
                                en zware segmenten die in stap 3 zijn afgestemd tussen
                                handhavinginstantie en OM. Als in overleg is besloten dat het OM
                                niet optreedt, zijn er in deze situaties de in figuur 3 aangegeven
                                op herstel en/of op bestraffing gerichte bestuursrechtelijke
                                interventies om te overwegen, en ook de BSBm als strafrechtelijke
                                interventie.</al><al><plaatje><illustratie id="ib1d67e3c-9b9c-4396-b89e-3f8f192bd18a" naam="i258867ib1d67e3c-9b9c-4396-b89e-3f8f192bd18a.jpg" type="tekst" breedte="15.9cm" hoogte="15.33cm"/></plaatje></al><al><vet>Figuur 3: De interventiematrix voor het bepalen van de eerste
                                    interventie(s) – zie ook bijlage 2 </vet></al><al> De handhaver zet de betreffende (combinatie van) interventie(s) in
                                totdat sprake is van naleving. Als naleving binnen de door de
                                handhaver bepaalde termijn uitblijft, pakt de handhaver direct door,
                                door middel van het inzetten van een zwaardere (combinatie van)
                                interventie(s). In algemene zin geldt voor termijnen het volgende: </al><lijst><li nr="·"><al>Gedragsvoorschriften dienen direct in acht genomen te
                                        worden. Hiervoor dient geen of hooguit een zeer korte
                                        termijn te worden gesteld om de overtreding te beëindigen
                                        en/of herhaling ervan te voorkomen. </al></li><li nr="·"><al>In alle andere gevallen – waaronder ook plannen of
                                        voorzieningen waarvoor investeringen vereist zijn – geldt:
                                        hoe urgenter de situatie des te korter de termijn. Daarbij
                                        rekening houdend met de technische en organisatorische
                                        realiseerbaarheid in die termijn. </al></li></lijst><al>Het optreden in stap 4, zoals tot nu toe beschreven, heeft
                                betrekking op gedane bevinding(en) die op grond van de
                                interventiematrix worden aangepakt. Uiteraard kunnen
                                handhavinginstanties aanvullend ook hun toezichtstrategie bij het
                                betreffende bedrijf als zodanig aanpassen, in de zin van
                                bijvoorbeeld het verhogen/verlagen van de toezichtfrequentie, het
                                initiëren van de herijking van de vergunningensituatie, et cetera.
                            </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>3.5</nr><titel>Stap 5 – Vastlegging</titel></kop><structuurtekst><al>De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden verifieerbaar en
                                transparant vastgelegd volgens de binnen de handhavinginstantie
                                geldende administratieprocedures en -systemen, zodanig dat hieruit
                                kan worden afgeleid dat is voldaan aan: het motiverings-beginsel,
                                het zorgvuldigheidsbeginsel, het verbod van willekeur en het verbod
                                van misbruik van bevoegdheid.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>– Begrippen</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="28*"/><colspec colname="col2" colwidth="72*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Begrip </vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Toelichting </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beginselplicht tot handhaven </al></entry><entry colname="col2"><al>Uitgangspunt dat het bevoegd gezag verplicht is om op te
                                        treden bij een geconstateerde overtreding. De term
                                        ‘beginselplicht’ impliceert dat er omstandigheden kunnen
                                        zijn om van handhaven en/of het opleggen van een sanctie af
                                        te zien. Dit is in het recht geregeld via artikel 5:5 Awb
                                        (het bestuursorgaan legt geen bestuurlijke sanctie op voor
                                        zover voor de overtreding een rechtvaardigingsgrond bestond)
                                        en artikelen 39 en verder van het Wetboek van strafrecht
                                        (strafuitsluitingsgronden). Uit de recht-spraak volgt voorts
                                        dat overwogen kan worden van handhaven af te zien als er
                                        concreet zicht op legalisatie bestaat, of wanneer handhavend
                                        optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee
                                        te dienen belangen, dat van optreden in die concrete
                                        situatie behoort te worden afgezien. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bestuurlijk handhavingoverleg </al></entry><entry colname="col2"><al>Een overleg onder coördinatie van de provincie waaraan de
                                        handhaving-partners deelnemen. Het BHO stelt uitgaande van
                                        de landelijke hand-havingprioriteiten de regionale / lokale
                                        handhavingprioriteiten vast. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bestuurlijk Omgevingsberaad </al></entry><entry colname="col2"><al>Centraal bestuurlijk overleg over het stelsel VTH o.l.v de
                                        Minister van IenM, gericht op afstemming van de
                                        verschillende taken en verantwoor-delijkheden. Aan het
                                        Bestuurlijk omgevingsberaad doen in ieder geval mee: de
                                        ministers van I&amp;M en V&amp;J, drie vertegenwoordigers
                                        van de omgevingsdiensten, vertegenwoordigers van de bevoegde
                                        overheden en het OM. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bestuurlijke boete </al></entry><entry colname="col2"><al>Een boete die door een daartoe bevoegde overheidsdienst
                                        zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan worden
                                        opgelegd. Het CJIB verzorgt de inning en incasso van
                                        bestuurlijke boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder
                                        de NVWA, de Inspectie SZW en de Inspectie Leefomgeving en
                                        Transport. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bestuurlijke strafbeschikking milieu </al></entry><entry colname="col2"><al>Een strafrechtelijke boete die bij strafbeschikking wordt
                                        opgelegd ter afdoening van relatief eenvoudige
                                        overtredingen. De gevallen waarin dit instrument kan worden
                                        toegepast zijn opgenomen in het Feitenboekje Bestuurlijke
                                        strafbeschikking milieu- en keurfeiten. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bevinding </al></entry><entry colname="col2"><al>Waarneming die ten aanzien van een bepaald onderwerp van
                                        onderzoek tijdens een inspectie wordt gedaan. Na beoordeling
                                        ervan kunnen bevindingen leiden tot de kwalificatie wel/geen
                                        overtreding. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Functioneel Parket </al></entry><entry colname="col2"><al>Specialistisch, landelijk opererend onderdeel van het OM,
                                        dat zich toelegt op de bestrijding van complexe fraude en
                                        milieucriminaliteit. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Fysieke leefomgeving </al></entry><entry colname="col2"><al>De fysieke leefomgeving omvat de inrichting van de
                                        woonwijk/gemeente inclusief de wegen, parken,
                                        industrieterreinen. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving
                                        wordt deels bepaald door de milieukwaliteit. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gedoogstrategie </al></entry><entry colname="col2"><al>Een bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd
                                        in welke situaties en onder welke condities inzet van
                                        sancties tegenover overtreders tijdelijk achterwege kan
                                        blijven. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handhaving </al></entry><entry colname="col2"><al>Het door toezicht bewerkstelligen en zo nodig met toepassing
                                        van bestuursrechtelijke of strafrechtelijke middelen
                                        bereiken dat de regelgeving wordt nageleefd. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handhavingprogramma </al></entry><entry colname="col2"><al>Op onderkende risico’s en vastgestelde prioriteiten gericht
                                        handhaving-activiteitenprogramma, inclusief financiering en
                                        capaciteit. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Interventie </al></entry><entry colname="col2"><al>Actieve handeling om een geconstateerd probleem op te
                                        lossen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Legalisatietoets </al></entry><entry colname="col2"><al>Toets om na te gaan of legalisatie van een overtreding
                                        mogelijk is. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Motiveringsbeginsel </al></entry><entry colname="col2"><al>In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd beginsel dat de
                                        overheid haar besluiten goed moet motiveren: de feiten
                                        moeten kloppen en de motivering moet logisch en begrijpelijk
                                        zijn. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Nalevingstrategie </al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd met
                                        welke instrumenten naleving wordt gerealiseerd en welke rol
                                        handhaving daarbinnen speelt. Een nalevingstrategie bevat in
                                        ieder geval een toezichtstrategie, een sanctiestrategie en
                                        een gedoogstrategie. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Normadressaat </al></entry><entry colname="col2"><al>Natuurlijke of rechtspersoon voor wie een bepaalde norm of
                                        voorschrift geldt. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>OM </al></entry><entry colname="col2"><al>Openbaar Ministerie. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Omgevingsdiensten </al></entry><entry colname="col2"><al>Diensten van provincies en gemeenten voor de uitvoering van
                                        de VTH-taken. De Omgevingsdiensten werden eerder ook wel
                                        aangeduid als Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s). </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Rechtsgelijkheid </al></entry><entry colname="col2"><al>Rechtsbeginsel dat bepaalt dat gelijke gevallen gelijk
                                        dienen te worden behandeld en ongelijke verschillend naar de
                                        mate van het verschil. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Rechtvaardigingsgrond </al></entry><entry colname="col2"><al>Omstandigheid die de wederrechtelijkheid van een handeling
                                        bij nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk
                                        geen sanctie op te leggen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Sanctie </al></entry><entry colname="col2"><al>Straf of maatregel die wordt toegepast als rechtsregels
                                        worden overschreden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Sanctiestrategie </al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijk vastgesteld document, waarin de basisaanpak voor
                                        het bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden bij
                                        overtredingen is vastgelegd. De sanctiestrategie omvat ten
                                        minste: </al><al>a.een op elkaar afgestemd bestuursrechtelijk –
                                        strafrechtelijk optreden tegen overtreding van de gestelde
                                        milieunormen;</al><al>b.een passende reactie op geconstateerde overtredingen;</al><al>c.een stringentere reactie bij voortduring van de
                                        overtreding;</al><al>d.een regeling voor optreden tegen overtredingen door de
                                        eigen organisatie en andere overheden;</al><al>e.transparantie over te stellen termijnen voor het opheffen
                                        van (standaard)overtredingen en over de zwaarte van sancties
                                        daarvoor.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Schulduitsluitingsgrond </al></entry><entry colname="col2"><al>Omstandigheid die de verwijtbaarheid van een handeling bij
                                        nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen
                                        sanctie op te leggen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Strafuitsluitingsgronden </al></entry><entry colname="col2"><al>Er zijn twee categorieën strafuitsluitingsgronden:
                                        rechtvaardigheids-gronden en schulduitsluitingsgronden. Zie
                                        aldaar. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Strategische milieukamer </al></entry><entry colname="col2"><al>Overleg tussen het Functioneel Parket van het OM, de
                                        inspecteurs-generaal van de ILT, NVWA en de Inspectie SZW,
                                        de Nationale Politie, een vertegenwoordiging van de
                                        Omgevingsdiensten en het bestuurlijk bevoegd gezag. De SMK
                                        stelt de landelijke prioriteiten vast voor de
                                        strafrechtelijke handhaving en de afstemming van de
                                        strafrechtelijke handhaving op de bestuurlijke handhaving.
                                    </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toezicht </al></entry><entry colname="col2"><al>Het controleren of en in hoeverre wettelijke bepalingen
                                        worden nageleefd. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toezichtstrategie </al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd welke
                                        vormen van toezicht worden onderscheiden en wat de
                                        basiswerkwijze daarbij is. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VTH kwaliteitscriteria </al></entry><entry colname="col2"><al>Kwaliteitscriteria die inzichtelijk maken welke kwaliteit
                                        burgers, bedrijven en instellingen, maar ook overheden
                                        onderling en opdrachtgevers mogen verwachten bij de
                                        uitvoering of de invulling van taken op het gebied van
                                        vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH taken).
                                    </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Zorgvuldigheidsbeginsel </al></entry><entry colname="col2"><al>In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd rechtsbeginsel,
                                        dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden en
                                        nemen: correcte handeling van de burger, zorgvuldig
                                        onderzoek naar de feiten en belangen, procedure goed volgen
                                        en deugdelijke besluitvorming. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2</nr><titel>Toelichting interventies van licht naar zwaar</titel></kop><al><vet>Bestuursrecht herstellend</vet></al><al/><al><vet><cursief>Aanspreken/informeren</cursief></vet></al><al>Aanspreken/informeren is een informele interventie (geen wettelijke basis) naar
                    aanleiding van een inspectie die ertoe moet leiden dat de normadressaat naleeft
                    of in staat is na te leven. Aanspreken/informeren gebeurt mondeling, door het
                    verstrekken van schriftelijke informatie of door verwijzing naar websites.
                    Aanspreken/informeren is vooral aan de orde bij goedwillende normadressaten die
                    onbedoeld niet naleven en die gemotiveerd zijn de niet naleving zo snel mogelijk
                    zelf op te lossen.</al><al><vet><cursief>Waarschuwen - brief met hersteltermijn</cursief></vet></al><al>Waarschuwen betekent dat de normadressaat naar aanleiding van een inspectie een
                    waarschuwingsbrief ontvangt. Daarin is opgenomen welke maatregelen of
                    voorzieningen getroffen moeten worden om na te leven en binnen welke (redelijke)
                    termijn. In de brief staat ook dat de handhavinginstantie verdergaande
                    bestuursrechtelijke interventies zal nemen (LOB, LOD), als blijkt dat de in de
                    waarschuwingsbrief opgenomen maatregelen of voorzieningen niet zijn getroffen na
                    het verstrijken van de termijn.</al><al><vet><cursief>Bestuurlijk gesprek</cursief></vet></al><al>Een bestuurlijk gesprek met (de leiding van) de normadressaat in kwestie is een
                    aanvullende escalerende interventie op waarschuwen.</al><al><vet><cursief>Verscherpt toezicht</cursief></vet></al><al>Verscherpt toezicht als interventie betreft het naar aanleiding van een
                    inspectie meer of intensiever toezicht houden op de normadressaat. Een
                    bestuurlijk gesprek zal hier vaak aan vooraf gaan. Verscherpt toezicht moet
                    worden aangekondigd, als ook onder welke voorwaarden het verscherpt toezicht
                    weer zal worden opgeheven.</al><al><vet><cursief>Last onder dwangsom - LOD</cursief></vet></al><al>Een last onder dwangsom is een op herstel gerichte interventie voor het ongedaan
                    maken van overtredingen en/of het voorkomen van verdere/herhaalde overtreding.
                    De normadressaat krijgt een verplichting (een last) opgelegd om binnen een
                    gegeven termijn de overtreding te beeindigen door iets te doen of na te laten op
                    straffe van het verbeuren van een dwangsom wanneer de last niet tijdig wordt
                    uitgevoerd. De op te leggen dwangsom moet voldoende hoog zijn om de overtreding
                    te beëindigen. Een last onder dwangsom kan alleen worden opgelegd als hiervoor
                    een wettelijke bevoegdheid bestaat.</al><al>Het opleggen van een last onder dwangsom gebeurt volgens zorgvuldig te volgen
                    stappen. In het algemeen worden de volgende stappen doorlopen:</al><lijst><li nr="1."><al><onderstreept>Bestuurlijke waarschuwing</onderstreept>, dat wil zeggen:
                            het bekend maken van het voornemen om een last onder dwangsom op te
                            leggen met een hersteltermijn plus de termijn om zienswijzen bekend te
                            maken. Indien niet tijdig hersteld:</al></li><li nr="2."><al><onderstreept>Sanctiebeschikking</onderstreept>, dat wil zeggen: het
                            opleggen van een last onder dwangsom met een hersteltermijn. Indien niet
                            tijdig hersteld:</al></li><li nr="3."><al><onderstreept>Verbeuren en innen dwangsom</onderstreept>.</al></li></lijst><al><vet><cursief>Last onder bestuursdwang </cursief></vet><vet><cursief>-</cursief></vet><vet><cursief> LOB</cursief></vet></al><al>Een last onder bestuursdwang is een op herstel gerichte interventie voor het
                    ongedaan maken van een overtreding waarbij de handhavinginstantie, wanneer de
                    last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd, op kosten van de overtreder, een
                    overtreding beeindigt door zelf daadwerkelijk in te (laten) grijpen. Een last
                    onder bestuursdwang kan alleen worden toegepast als hiervoor een wettelijke
                    bevoegdheid bestaat.</al><al>Voor de last onder bestuursdwang gelden dezelfde zorgvuldig te doorlopen stappen
                    als voor de last onder dwangsom. Ook hier kan, bijvoorbeeld in spoedeisende
                    situaties, van deze stappen worden afgeweken:</al><lijst><li nr="1."><al><onderstreept>Bestuurlijke waarschuwing</onderstreept>, dat wil zeggen:
                            het bekend maken van het voornemen om een last onder bestuursdwang op te
                            leggen met een hersteltermijn plus de termijn om zienswijzen bekend te
                            maken. Indien niet tijdig hersteld:</al></li><li nr="2."><al><onderstreept>Sanctiebeschikking</onderstreept>, dat wil zeggen: het
                            opleggen van een last onder bestuursdwang met een hersteltermijn. Indien
                            niet tijdig hersteld:</al></li><li nr="3."><al><onderstreept>Uitvoeren bestuursdwang</onderstreept>.</al></li></lijst><al>In spoedeisende situaties en bij ernstige overtredingen is de last onder
                    bestuursdwang de meest geschikte bestuursrechtelijke interventie. De
                    handhavinginstantie kan verzoeken om onmiddellijke beeindiging van de
                    overtreding. Als blijkt dat de normadressaat niet bereid is aan dit verzoek te
                    voldoen, kan de handhavinginstantie zelf en in spoedeisende gevallen zonder
                    voorafgaande last feitelijk optreden. Wel moet de handhavinginstantie zo spoedig
                    mogelijk nadien alsnog een formele sanctiebeschikking uitvaardigen.</al><al><vet><cursief>Tijdelijk stilleggen</cursief></vet></al><al>Tijdelijk stilleggen betekent dat activiteiten of voertuigen als gevolg van de
                    overtreding tijdelijk worden stilgelegd, tot de overtreding is hersteld en van
                    naleving sprake is. Er kan aanleiding zijn om bij tijdelijk stilleggen beleid
                    en/of politiek te informeren. Tijdelijk stilleggen kan onder de LOB vallen.</al><al/><al><vet>Bestuursrecht bestraffend</vet></al><al/><al><vet><cursief>Bestuurlijke boete</cursief></vet></al><al>Een bestuurlijke boete is een bestuurlijke bestraffende sanctie die door een
                    daartoe bevoegde overheidsdienst zonder tussenkomst van het OM of een rechter
                    kan worden opgelegd. Het CJIB verzorgt de inning en incasso van bestuurlijke
                    boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder de NVWA, de Inspectie SZW en de
                    Inspectie Leefomgeving en Transport.</al><al>Een bestuurlijke boete houdt de onvoorwaardelijke verplichting in tot betaling
                    van een geldsom en kan naast een last onder dwangsom of een last onder
                    bestuursdwang worden opgelegd. Het opstellen van het boeterapport gebeurt door
                    de toezichthouder/handhaver, maar de kennisgeving, beschikking en inning
                    gebeuren door het boetebureau (o.a. CJIB). De maxima en bandbreedtes van
                    boetebedragen zijn veelal vastgelegd in de wetgeving. Een belangrijk verschil
                    met de BSBm is dat bezwaar en beroep bij het bestuursorgaan dienen te worden
                    aangetekend, terwijl de normadressaat tegen de BSBm in verzet kan komen bij het
                    OM.</al><al><vet><cursief>Schorsen of intrekken vergunning, certificaat of
                            erkenning</cursief></vet></al><al>Als de normadressaat houder is van een begunstigend besluit (vergunning of
                    ontheffing), dan kan het geheel of gedeeltelijk intrekken van dat besluit een
                    passende interventie zijn. Deze interventie is met name passend als de
                    normadressaat niet in actie komt naar aanleiding van eerdere correctieve
                    interventies, zoals een last onder dwangsom. Het geheel of gedeeltelijk
                    intrekken van een begunstigend besluit is een vergaande interventie die
                    zorgvuldig moet worden voorbereid.</al><al><vet><cursief>Exploitatieverbod, sluiting</cursief></vet></al><al>Voor niet vergunningplichtige normadressaten bestaat de mogelijkheid op basis
                    van de Fraudewet om het bedrijf te sluiten of de exploitatie ervan te verbieden.
                    Ook dit zijn vergaande interventies die zorgvuldig moeten worden voorbereid en
                    waarbij het informeren van beleid en politiek noodzakelijk is.</al><al/><al><vet>Strafrecht</vet></al><al/><al><vet><cursief>Bestuurlijke strafbeschikking milieu </cursief></vet><vet><cursief>-</cursief></vet><vet><cursief> BSBm</cursief></vet></al><al>De bestuurlijke strafbeschikking milieu is een op het strafrecht (artikel 257ba
                    Wetboek van Strafvordering) gebaseerde interventie die daartoe bevoegde
                    handhavinginstanties zonder tussenkomst van het OM kunnen opleggen. Voor feiten
                    uit het zogenoemde ‘Feitenboekje Bestuurlijke Strafbeschikking Milieu- en
                    Keurfeiten’ wordt een combibon uitgeschreven (geldboete) die ter afdoening wordt
                    gezonden aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). De BSBm kan los van
                    (of of), parallel met (en en) of volgtijdelijk aan (eerst…dan…) op herstel
                    gerichte interventies worden ingezet.</al><al>De BSBm is bedoeld voor relatief eenvoudige overtredingen, waarbij er over de
                    schuldvraag geen twijfel bestaat. De ‘Richtlijn bestuurlijke
                    strafbeschikkingbevoegdheid milieu- en keurfeiten’ geeft in paragraaf 2.7 de
                    beleidsvrijheid binnen gestelde grenzen aan en in paragraaf 2.8 de
                    contra-indicaties</al><al>voor het uitvaardigen van een BSBm. Als geen BSBm kan worden uitgevaardigd is in
                    veel gevallen overleg met het OM noodzakelijk.</al><al><vet><cursief>Proces-verbaal (PV)</cursief></vet></al><al>BOA’s die een strafbaar feit vermoeden of constateren, kunnen een PV opmaken.
                    Dit optreden valt onder het strafrechtelijk optreden dat in deze landelijke
                    handhavingstrategie is geregeld. Een PV is de basis voor het verdere optreden
                    van het OM dat kan leiden tot sancties als: een geldboete, een werkstraf, een
                    gevangenisstraf, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, publicatie
                    van het vonnis, stillegging van de onderneming en verbeurdverklaring.</al></bijlage><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>Landelijke handhavingstrategie </al><al>1.1 Achtergrond en aanleiding </al><al>1.2 Beoogde brede werking, doel en positionering </al><al>1.3 Werking, implementatie en monitoring en evaluatie </al><al>2. Visie landelijke handhavingstrategie </al><al>2.1 Onafhankelijkheid – sterke, slagkrachtige en onafhankelijke
                                handhavinginstanties </al><al>2.2 Professionaliteit en vakmanschap – training, opleiding,
                                kennis- en informatie-uitwisseling </al><al>2.3 Betrouwbaarheid – beginselplicht tot handhaven en
                                verantwoording afleggen </al><al>2.4 Eenvoud – een passende interventie bij iedere bevinding en
                                hoe daar toe te komen </al><al>2.5 Gezamenlijkheid – overleg, afstemming en planmatig en
                                informatiegestuurd gezamenlijk optreden </al><al>3. Realisatie landelijke handhavingstrategie – stappenplan </al><al>3.1 Stap 1 – Positionering bevinding in de interventiematrix
                            </al><al>3.2 Stap 2 – Bepalen verzwarende aspecten </al><al>3.3 Stap 3 – Bepalen of overleg van het bestuur met politie en
                                OM, dan wel van politie en OM met het bestuur, over de toepassing
                                van het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is </al><al>3.4 Stap 4 – Optreden met de interventiematrix </al><al>3.5 Stap 5 – Vastlegging </al><al>Bijlage 1 – Begrippen </al><al>Bijlage 2 Toelichting interventies van licht naar zwaar </al></bijlage></regeling></body></cvdr>