<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR375931_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag gemeente Twenterand 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Twenterand</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-08-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Twenterand</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 20 augustus 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag gemeente Twenterand 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet en Algemene wet bestuursrecht.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-03-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-08-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BISNr. 015.038.0006</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studietoeslag gemeente Twenterand 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. 015.038.0006 </al><al>De raad van de gemeente Twenterand;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al><vet><cursief>besluit:</cursief></vet></al><al>vast te stellen de: </al><al><vet>Verordeningindividuelestudietoeslaggemeente
                            Twenterand 2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid van de
                            Participatiewet, wordt ingediend door middel van een door het college
                            van burgemeester en wethouders vastgesteld formulier. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan advies vragen aan een
                            externe instantie met betrekking tot het oordeel of een persoon met
                            voltijdse arbeid niet in staat is tot het zelfstandig verdienen van het
                            wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden heeft tot
                            arbeidsparticipatie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen</titel></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van 12 maanden in
                            aanmerking komen voor een studietoeslag. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele studietoeslag bedraagt €750,00 per periode van 12
                                maanden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er bestaat geen recht op een individuele studietoeslag indien het
                                totale inkomen van de aanvrager, inclusief studiefinanciering op
                                grond van de Wet studiefinanciering 2000 en tegemoetkoming op grond
                                van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, hoger
                                is dan voor belanghebbende geldende wettelijk miniumloon. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanvraag en betaling individuele studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag kan gedurende het hele jaar worden ingediend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De individuele studietoeslag wordt in twee termijnen van €375,00
                                uitgekeerd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan in de gevallen waarin
                            deze verordening niet voorziet, dan wle in gevallen waarin toepassing
                            van deze verordening leidt tot onevenredig nadelige gevolgen voor de
                            belanghebbende, besluiten om op individuele gronden van de verordening
                            af te wijken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van
                            bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2015. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele
                            Studietoeslag gemeente Twenterand. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 17
                            maart 2015.</ondertekening><ondertekening>Vriezenveen,</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De griffier, </ondertekening><ondertekening>Drs. R.J.M. Ros,</ondertekening><ondertekening>De burgemeester, </ondertekening><ondertekening>Ir. C.L. Visser</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING </titel></kop><tussenkop>VERORDENING INDIVIDUELE STUDIETOESLAG</tussenkop><tussenkop>TWENTERAND</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                    Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de
                    mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                    minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als ze
                    studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de arbeidsmarkt.
                    Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand gemotiveerd is en veel
                    in zijn mars heeft. </al><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje in
                    de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een
                    stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                    stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie
                    te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het
                    voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan. </al><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van bijzondere
                    bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De individuele
                    studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                    inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze niet
                    in staat zijn het minimumloon te verdienen. </al><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in een
                    verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                    studietoeslag. Deze verordeningsplicht is neergelegd in artikel 8, eerste lid,
                    onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval betrekking
                    hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele
                    studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de Participatiewet). </al><tussenkop>Discretionaire bevoegdheid </tussenkop><al>Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire bevoegdheid
                    van het college. Het college kan in beleidsregels aangeven of bepaalde groepen
                    niet in aanmerking komen voor een studietoeslag. Het college kan in aanvulling
                    op artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet – in beleidsregels aangeven
                    wie, wanneer en op grond van welke nadere voorwaarden recht heeft op een
                    individuele studietoeslag. </al><tussenkop>Voorwaarden individuele studietoeslag </tussenkop><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                    Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele studietoeslag.
                    Hiervoor is vereist dat deze persoon op de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="·"><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="·"><al>Recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. </al></li><li nr="·"><al>Geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet heeft; </al></li></lijst><al>En </al><al>·Een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid niet in
                    staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden
                    tot arbeidsparticipatie heeft. </al><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                    WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op
                    studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding, leeftijd
                    en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in de Participatiewet
                    geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een individuele
                    studietoeslag op grond van de Participatiewet. </al><al>Voor het recht op een individuele studietoeslag is het dan ook voldoende dat een
                    persoon recht heeft op studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon zal
                    – als aanvrager van de toeslag – aannemelijk moeten maken dat hij recht op
                    studiefinanciering of tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een beschikking
                    van DUO of door een bewijs van inschrijving bij een bepaalde opleiding te
                    overleggen. </al><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van toepassing
                    bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de
                    Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend bij het college. Een
                    individuel studietoeslag kan niet als lening worden verstrekt als een persoon
                    met de studietoeslag schulden wil aflossen. Artikel 49 van de Participatiewet is
                    namelijk niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b,
                    tweede lid, van de Participatiewet). Ook artikel 52 van de Participatiewet is
                    niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid,
                    van de Participatiewet). Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan
                    worden verstrekt in de vorm van een voorschot. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting </tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Indienen verzoek </tussenkop><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door personen
                    als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet. Een
                    persoon dient op datum van de aanvraag aan de voorwaarden te voldoen zoals
                    genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet. </al><al>Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon, een besluit te nemen
                    (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient in beginsel
                    schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 van de Awb). Om onduidelijkheid te
                    voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste
                    lid, van de Participatiewet moet worden ingediend, bepaalt artikel 1 van deze
                    verordening dat het verzoek moet worden gedaan middels een door het college
                    vastgesteld formulier. Een verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals
                    bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag
                    (artikel 4:1 van de Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste
                    de naam en het adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding
                    van de beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De
                    aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de
                    aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen
                    (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb). Een mondeling verzoek kan hiermee dus
                    niet worden aangemerkt als een verzoek om individuele studietoeslag zoals
                    bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet. </al><tussenkop>Artikel 2 Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon </tussenkop><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het
                    college op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele omstandigheden,
                    een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval indien een persoon
                    op de datum van aanvraag: </al><lijst><li nr="·"><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="·"><al>Recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. </al></li><li nr="·"><al>Geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet heeft; </al></li></lijst><al>En </al><al>·Een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid niet in
                    staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden
                    tot arbeidsparticipatie heeft. </al><al>Het gaat om advies met betrekking tot het oordeel of een persoon met voltijdse
                    arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch
                    wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. </al><tussenkop>Artikel 3 Eenmaal per periode individuele studietoeslag
                    verlenen</tussenkop><al>Een persoon kan slecht éénmalig binnen een periode van 12 maanden in aanmerking
                    komen voor een individuele studietoeslag. Door de toeslag in twee termijnen per
                    jaar toe te kennen hoeft deze niet gefiscaliseerd te worden, wat wel het geval
                    is bij periodieke toekenning (b.v. maandelijkse toekenning).</al><tussenkop>Artikel 4 Hoogte individuele studietoeslag </tussenkop><al>In artikel 4 van deze verordening is de hoogte van de individuele studietoeslag
                    geregeld. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de
                    voorwaarden toegekend. Een individuele studietoeslag bedraagt €750,00 per jaar. </al><al>Is sprake van gehuwden die allebei of afzonderlijk voldoen aan de voorwaarden
                    voor een individuele studietoeslag, dan komen zij afzonderlijk in aanmerking
                    voor een individuele studietoeslag. </al><al>In het tweede lid van dit artikel is opgenomen dat er geen recht op de
                    studietoeslag bestaat indien het totale inkomen van de belanghebbende hoger is
                    dan het voor deze persoon geldende wettelijk minimumloon. De toeslag is immer
                    juist bedoeld voor personen die <cursief>niet </cursief>het minimumloon kunnen
                    verdienen. </al><tussenkop>Artikel 5 Betaling individuele studietoeslag </tussenkop><al>In dit artikel wordt de frequentie van de betaling van de individuele
                    studietoeslag geregeld. Een individuele studietoeslag wordt in twee termijnen
                    uitbetaald. Dit is het bedrag zoals neergelegd in artikel 4 van deze
                    verordening. Na 12 maanden kan een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een
                    individuele studietoeslag. Dit volgt uit artikel 3 van de verordening.</al><al>Indien wordt gekozen voor periodieke uitbetaling van de individuele
                    studietoeslag is er sprake va neen periodieke verstrekking van bijzondere
                    bijstand. Bij periodieke betaling van deze studietoeslag dienen gemeenten
                    rekening te houden met de fiscale gevolgen. Volgens de Rekenregels en
                    handleiding loonheffingen over bijstandsuitkeringen 2014 is periodieke
                    bijzondere bijstand die niet bestedingsgebonden is, maar inkomensaanvullend
                    namelijk een belaste verstrekking. Een halfjaarlijkse uitbetaling van bijzondere
                    bijstand is een onbelaste verstrekking. Daarom is gekozen voor een verstrekking
                    in twee termijnen. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>