<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR375716_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het Financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rotterdam</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barendrecht</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Brielle</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Goeree-Overflakkee</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hellevoetsluis</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Krimpen aan den IJssel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Maassluis</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nissewaard</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlaardingen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westvoorne</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=212">Artikel 212 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 39, eerste lid Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-12-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2011-04-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>11AB111205</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
            2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio
                        Rotterdam-Rijnmond,</al><al/><al>gelet op artikel 212 Gemeentewet en artikel 39, 1<sup>e</sup> lid
                        Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond,</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de volgende:</al><al/><al><vet>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede
                            voor het Financieel beheer en voor de inrichting van de financiële
                            organisatie van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond</vet>.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><al><vet>a. Administratie</vet></al><al>Het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van
                            informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het
                            beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de Veiligheidsregio
                            Rotterdam-Rijnmond en ten behoeve van de verantwoording die daarover
                            moet worden afgelegd.</al><al/><al><vet>b. Financiële administratie</vet></al><al>Het systematisch verwerken van financiële gegevens van (onderdelen van)
                            de organisatie, teneinde te komen tot een goed inzicht in:</al><al>1. de financieel-economische positie;</al><al>2. het financiële beheer ;</al><al>3. de uitvoering van de programmabegroting;</al><al>4. het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al><al>5. alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                            daarover.</al><al/><al><vet>c. Administratieve organisatie</vet></al><al>Het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand
                            brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke
                            en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke
                            leiding.</al><al/><al><vet>d. Financieel beheer</vet></al><al>Het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen
                            en het uitoefenen van rechten van de Veiligheidsregio
                            Rotterdam-Rijnmond.</al><al/><al><vet>e. Rechtmatigheid</vet></al><al>Het in overeenstemming zijn met de relevante geldende wet- en
                            regelgeving, waaronder in ieder geval de besluiten van het Algemeen
                            Bestuur.</al><al/><al><vet>f. Doelmatigheid</vet></al><al>Het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke
                            inzet van middelen.</al><al/><al><vet>g. Doeltreffendheid</vet></al><al>De mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook
                            daadwerkelijk worden behaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>1</nr><titel>Programmabegroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur stelt de programma-indeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur steltper programma
                                vast:</al><al> a. de beoogde maatschappelijke effecten;</al><al> b. de te leveren goederen en diensten;</al><al> c. de baten en lasten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt per programma indicatoren voor met
                                betrekking tot de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren
                                goederen en diensten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen
                                van gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
                                maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
                                doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door het Algemeen
                                Bestuur, kunnen worden getoetst.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Binnen de begroting wordt inzicht gegeven in de verwachte
                                ontwikkeling van de inwonerbijdrage. Deze meerjarenraming bevat een
                                raming van de financiële gevolgen voor de drie jaren volgend op het
                                begrotingsjaar. Het meerjarenperspectief beschrijft de verwachte
                                ontwikkeling van de inwonerbijdrage. Daartoe wordt inzicht gegeven
                                in relevante beleidsmatige ontwikkelingen en de gevolgen daarvan
                                voor de inwonerbijdrage.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor half april wordt jaarlijks door het Dagelijks Bestuur een
                                begroting opgesteld voor het daaropvolgende boekjaar. Voor 15 juni
                                wordt jaarlijks de begroting inclusief meerjarenraming door het
                                Algemeen Bestuur vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Begrotingswijzigingen worden expliciet ter goedkeuring voorgelegd
                                aan het Algemeen Bestuur. De besluitvorming van administratieve
                                begrotingswijzigingen waarbij het niveau van de dienstverlening voor
                                deelnemende gemeenten gelijk blijft en die tevens geen directe
                                financiële consequenties impliceren, gebeurt door het Algemeen
                                Bestuur zonder de gevoelenprocedure te hanteren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Producten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij iedere programmabegroting en jaarstukken wordt een overzicht
                                gegeven van de toedeling van de producten uit de productenraming aan
                                de programma’s.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderverdeling van de programma’s in de producten wordt
                                vastgesteld door het Dagelijks Bestuur. Wijzigingen kunnen door het
                                Dagelijks Bestuur worden aangebracht en dienen expliciet in de
                                programmabegroting te worden vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt regels die waarborgen dat de uitvoering
                                van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend
                                verloopt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt ten aanzien van de programmaraming er
                                zorg voor dat:</al><al> a. de lasten en baten, door middel van kostentoerekening, eenduidig
                                zijn toegewezen aan de programma’s; </al><al>b. de budgetten uit de programma’s en kredieten voor investeringen
                                passen binnen de kaders zoals geautoriseerd bij de vaststelling van
                                de uiteenzetting van de financiële positie;</al><al>c. de lasten van de programma’s niet dusdanig worden overschreden
                                dat de realisatie van andere programma’s onder druk komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en
                                de rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse
                                interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking,
                                en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen
                                neemt het Dagelijks Bestuur maatregelen tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de jaarlijkse interne
                                toetsing van een aantal bedrijfsonderdelen en/of een aantal
                                bedrijfsprocessen op juistheid, volledigheid en tijdigheid van de
                                bestuurlijke informatievoorziening, de rechtmatigheid van
                                beheershandelingen en op de toepassing van gemeentelijke regelingen.
                                Het Dagelijks Bestuur treft maatregelen voor herstel van de
                                tekortkomingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur wordt zo nodig tussentijds maar in ieder geval
                                bij de jaarverantwoording geïnformeerd over geconstateerde
                                tekortkomingen en het herstel daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur informeert het Algemeen Bestuur minstens drie
                                maal per jaar door middel van tussentijdse rapportages over de
                                realisatie van de programmabegroting van de Veiligheidsregio
                                Rotterdam-Rijnmond. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tussentijdse rapportages gaan in op substantiële afwijkingen,
                                zowel wat betreft de lasten en de baten, en de geleverde goederen en
                                diensten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                verantwoording van de uitvoeringsorganisatie naar de
                                productenrealisatie en naar de Programmaverantwoording.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur legt verantwoording af over de uitvoering van
                                de programma’s. In de verantwoording geeft het Dagelijks Bestuur
                                aan:</al><al>a. wat is bereikt; </al><al>b. wat de kosten en baten zijn;</al><al>c. hoe de resultaten zich verhouden tot de in de programmabegroting
                                gestelde doelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>het Algemeen Bestuur bepaalt aan de hand van de uitvoering van de
                                programma’s of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende
                                jaar bijstelling behoeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>2</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor, dat het financieel beleid
                                waartoe het Algemeen Bestuur heeft besloten, in de uiteenzetting van
                                de financiële positie en de meerjarenramingen is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden bij de
                                uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur autoriseert met het vaststellen van de
                                financiële positie de investeringskredieten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vaste activa: investeringscalculatie, waardering &amp;
                                    afschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het beleid omtrent waardering en afschrijving van activa zal worden
                                opgenomen in de nota investerings- en afschrijvingsbeleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kosten voor het afsluiten en kosten van het vervroegd aflossen van
                                geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie
                                gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder investeringen worden naast initiële investeringen ook
                                vervangingsinvesteringen en uitbreidingsinvesteringen gerekend,
                                daarmee ook groot onderhoud en renovatie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in de nota investerings- en afschrijvingsbeleid vermelde
                                afschrijftermijnen houden in dat ten tijde van het verstrijken van
                                de afschrijftermijnen bij ongewijzigd beleid vervanging/groot
                                onderhoud/renovatie zal plaatsvinden. Hiertoe zullen als
                                dekkingsmiddel de vrijkomende afschrijvingen beschikbaar blijven.
                                Indien economisch mogelijk wordt het actief langer gebruikt dan de
                                in de nota investerings- en afschrijvingsbeleid bepaalde
                                afschrijftermijnen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Reserves mogen niet direct in mindering worden gebracht op
                                investeringen met een economisch nut.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Van het in dit artikel bepaalde kan door het Algemeen Bestuur worden
                                afgeweken. Afwijkingen worden schriftelijk gemotiveerd en éénmaal
                                per vier jaar ter kennis gebracht van de raden van de deelnemende
                                gemeenten. Ten aanzien van afwijkingen op de in artikel 9 bepaalde
                                afschrijftermijnen geldt daarnaast dat het Algemeen Bestuur deze
                                afwijkingen vaststelt met inachtneming van:</al><al>a. het Besluit Begroting &amp; Verantwoording;</al><al>b. de nota investerings- en afschrijvingsbeleid;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens
                                oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van
                                de openstaande vorderingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur biedt 4-jaarlijks een (bijgestelde) nota
                                reserves en voorzieningen ter vaststelling aan het Algemeen Bestuur
                                aan. Deze nota behandelt:</al><al> a. de vorming en besteding van reserves;</al><al> b. de vorming en besteding van voorzieningen;</al><al>c. de toerekening en verwerking van rente over de reserves en
                                voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een weerstandscapaciteit is nodig om toekomstige risico’s op te
                                vangen. Bij de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond wordt een
                                algemene reserve opgebouwd ter grootte van het berekende
                                weerstandsvermogen om schommelingen in de bijdragen te voorkomen.
                                Het bedrag van deze algemene reserve wordt vierjaarlijks
                                vastgesteld. Jaarlijks zal bij de vaststelling van de
                                programmabegroting een voorstel aan het Algemeen Bestuur worden
                                gedaan over het verloop van de reservepositie in relatie tot de
                                verwachte risico’s.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
                                beslist over toevoegingen en onttrekkingen aan de algemene
                                reserve.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Niet bestede gelden uitgekeerd op basis van het Besluit
                                Doeluitkeringen van het Rijk (BDUR) mogen door het Algemeen Bestuur
                                worden gereserveerd. Dit betekent dat niet bestede gelden uitgekeerd
                                op basis van het Besluit Doeluitkeringen worden toegevoegd aan de
                                tussenrekening vooruit ontvangen middelen van overheden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het saldo op de tussenrekening vooruit ontvangen middelen van
                                overheden mag nooit hoger zijn dan het bedrag van de jaarlijkse
                                Rijksbijdrage. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Ten aanzien van de Meldkamer Ambulancezorg en de Ambulancezorg
                                worden door het Algemeen Bestuur de beleidsregels van NZa in acht
                                genomen. Dit betekent dat indien de werkelijke kosten van de
                                Meldkamer Ambulancezorg en de ambulancezorg in het jaar (t) meer of
                                minder bedragen dan de aanvaardbare kosten in het jaar (t) het
                                verschil aan de bestemmingsreserve “Reserve Aanvaardbare Kosten”
                                wordt onttrokken dan wel toegevoegd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de bijdragen aan de producten wordt een systeem
                                van kostentoerekening gehanteerd. Het uitgangspunt hierbij is
                                integrale toerekening van de kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de kostentoerekening aan producten die worden gedekt door
                                middel van een tarief aan derden wordt eveneens gebruik gemaakt van
                                het systeem van kostentoerekening gehanteerd gebaseerd op integrale
                                toerekening van kosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel><vet>Financieringsfunctie </vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur biedt éénmaal per vijf jaar aan het Algemeen
                                Bestuur een (geactualiseerd) treasurystatuut aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt bij de uitoefening van de
                                financieringsfunctie zorg voor:</al><al>a. het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten
                                van overtollige gelden om de programma’s binnen de door het Algemeen
                                Bestuur vastgestelde kaders van de programmabegroting uit te kunnen
                                voeren;</al><al>b. het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                financieringsfunctie zoals renterisico’s en kredietrisico’s;</al><al>c. het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen en
                                het bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen;</al><al>d. het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten
                                bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur neemt bij de uitvoering van de
                                financieringsfunctie de richtlijnen van de wet Fido in acht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat het openbaar
                                lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al
                                zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen;</al><al>Indien aan het Algemeen Bestuur van het openbaar lichaam blijkt dat
                                een deelnemer weigert deze uitgave op de begroting te zetten doet
                                het Algemeen Bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek
                                over te gaan tot toepassing van artikel 194 en 195 van de
                                gemeentewet, respectievelijk een verzoek aan de minister tot
                                toepassing van de artikelen 198 en 199 van de provinciewet.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De deelnemers garanderen jegens iedere geldgever de nakoming van de
                                huidige en toekomstige verplichtingen die het openbaar lichaam te
                                eniger tijd jegens die geldgever heeft. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien een der deelnemers op grond van een in het eerste lid
                                bedoelde borgstelling en/of garantie wordt aangesproken door een
                                geldgever zijn de deelnemers jegens elkaar verplicht bij te dragen
                                in de schuld waarvoor de eerstbedoelde deelnemer wordt aangesproken.
                            </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De interne verhaals-afspraken hierop betrekking hebbend, regarderen
                                de geldgever niet.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De deelnemers verbinden zich in geval van opheffing van het openbaar
                                lichaam de rechten en verplichten van het lichaam over de deelnemers
                                op basis van inwoneraantal per gemeenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Registratie bezittingen, activa en vermogen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor een actuele en volledige
                                registratie van bezittingen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een actief administratief is afgeschreven máár nog in gebruik
                                wordt deze gehandhaafd in de activa-administratie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor, dat de registratie en de
                                ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de organisatie
                                systematisch worden gecontroleerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het
                                Dagelijks Bestuur maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. De
                                resultaten van de controle en eventuele plannen van verbetering
                                worden ter informatie aan het Algemeen Bestuur aangeboden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>3</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Weerstandsvermogen en risicomanagement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur draagt zorg voor een adequaat risicomanagement.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur geeft in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                programmabegroting en van de jaarstukken de risico’s van materieel
                                belang aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur geeft in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                programmabegroting en van de jaarstukken de weerstandscapaciteit aan
                                en in hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico’s van
                                materieel belang met de weerstandscapaciteit kunnen worden
                                opgevangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor meerjarige beheersplannen in
                                het kader van onderhoud gebouwen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de programmabegroting en de jaarstukken doet het Algemeen
                                Bestuur in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen verslag over de
                                voortgang van het geplande onderhoud en het eventuele achterstallig
                                onderhoud aan gebouwen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>Bij de programmabegroting en de jaarstukken doet het Algemeen Bestuur in
                            de paragraaf financiering in ieder geval verslag van:</al><al>a. de kasgeldlimiet;</al><al>b. de renterisico norm;</al><al>c. de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende
                            drie jaar;</al><al>d. de rentevisie en</al><al>e. de rentekosten en rente-opbrengsten verbonden aan de
                            financieringsfunctie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In de bedrijfsvoeringparagraaf in de programmabegroting wordt ingegaan
                            op de tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven. In de
                            bedrijfsvoeringparagraaf van het jaarverslag wordt gerapporteerd over de
                            bij de programmabegroting bepaalde onderwerpen aangaande de
                            bedrijfsvoering. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>4</nr><titel>Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen voor
                                    de organisatie als geheel en in de organisatieonderdelen;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                    voorraden, vorderingen en schulden;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het
                                    maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                    doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                    gestelde beleidsdoelen, de programmabegroting en ter zake
                                    geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de programmabegroting en
                                    ter zake geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="f."><al>controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de
                                    daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie
                                    voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording provincies,
                                    de Gemeentewet en overige relevante wet- en regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>de vereiste informatie verstrekt wordt aan het Rijk, de
                                    provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen
                                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                    gemeenschappelijke regelingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur draagt de zorg voor en legt (in een besluit)
                            vast:</al><lijst><li nr="a."><al>de indeling van de organisatie en de toedeling van taken;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de regels voor de opdrachtverlening en de verrekening van
                                    leveringen tussen de organisatieonderdelen van de
                                    organisatie;</al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de organisatie over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen;</al></li><li nr="f."><al>de regels voor de verlening van décharge over het gevoerde
                                    beheer van de ambtelijke uitvoeringsorganisatie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de
                            interne regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van werken,
                            leveringen, en diensten. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in
                            overeenstemming met de regels terzake van de Europese Unie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking per 1 april 2011, met dien
                                verstande dat de programmabegroting, de jaarstukken, de
                                uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden met ingang van
                                het begrotingsjaar 2011 voldoen aan de bepalingen van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in de plaats van de Financiële verordening
                                Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond zoals deze was vastgesteld op 27
                                maart 2006</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                            verordening Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond 2011”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de
                        Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond 11 december 2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris, </ondertekening><ondertekening>A. Littooij </ondertekening><ondertekening/><ondertekening> De voorzitter,</ondertekening><ondertekening> A. Aboutaleb</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting op de artikelen.</label></kop><al><vet>Artikel 2. Programmabegroting</vet></al><al>Het Algemeen Bestuur legt op basis van dit artikel een belangrijk deel van de
                    infrastructuur van de programmabegroting vast, evenals het daarin opgenomen
                    beleid waarop het Algemeen Bestuur wil sturen en controleren.</al><al/><al>Het Algemeen Bestuur bepaalt zelf het aantal en de inhoud van de programma's van
                    de programmabegroting en kan daardoor de begrotingsopzet aanpassen aan de eigen
                    politiek-bestuurlijke wensen. Het verdient de voorkeur (ook vanwege de
                    vergelijkbaarheid van begrotingsjaren) de gewenste indeling voor meerdere jaren
                    vast te stellen. Indien daartoe aanleiding is, kan het Algemeen Bestuur de
                    indeling wijzigen.</al><al/><al><vet>Artikel 3. Producten</vet></al><al>Het Algemeen Bestuur stelt de programmabegroting vast. Ter uitvoering van de
                    begroting stelt het Dagelijks Bestuur een productenraming op. Het Dagelijks
                    Bestuur is vrij in het aantal producten en de indeling daarvan. De
                    productenraming is in de systematiek van het besluit geen onderdeel van de
                    programmabegroting. Het Algemeen Bestuur kan van oordeel zijn dat hij bij de
                    programmabegroting en verantwoording een overzicht wil hebben van welke
                    producten er bij de programma’s horen. Dit wordt geregeld in het eerste
                    lid.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Uitvoering programmabegroting</vet></al><al>In het eerste lid wordt bepaald dat het Dagelijks Bestuur de rechtmatigheid, de
                    doeltreffendheid en de doelmatigheid van de uitvoering dient te waarborgen. Lid
                    2 stelt eisen voor de onderwerpen die van belang zijn voor de opstelling en de
                    uitvoering van de programma’s van de programmabegroting.</al><al/><al><vet>Artikel 5. Interne controle</vet></al><al>Het Dagelijks Bestuur zal voor de inrichting van de financiële organisatie
                    maatregelen laten treffen door de organisatie op het gebied van interne
                    controle, bijvoorbeeld een adequate functiescheiding. Voor een goede interne
                    controle zijn daarbij aanvullende onderzoeken nodig. Op grond van de uitkomsten
                    van de onderzoeken worden bij tekortkomingen maatregelen tot herstel getroffen,
                    waarbij het Algemeen Bestuur over de uitkomsten van de onderzoeken en de
                    eventuele maatregelen tot herstel op de hoogte wordt gebracht.</al><al/><al><vet>Artikel 6. Tussentijdse rapportage en informatie</vet></al><al>Artikel 6 formaliseert een deel van de controletaak van het Algemeen Bestuur. Op
                    basis van deze tussentijdse informatie kan het Algemeen Bestuur de uitvoering
                    van de programmabegroting volgen en besluiten of bijsturing nodig is. Het
                    Algemeen Bestuur autoriseert het Dagelijks Bestuur met het vaststellen van de
                    programmabegroting op hoofdlijnen voor het door het Dagelijks Bestuur uit te
                    voeren beleid. Hiermee worden alle afzonderlijke verplichtingen die in de
                    programma’s besloten liggen in materiële zin oftewel financieel geaccordeerd. </al><al/><al><vet>Artikel 7. Jaarrekening</vet></al><al>De jaarrekening is het sluitstuk van de begrotingscyclus, de verantwoording over
                    de begrotingsuitvoering door het Dagelijks Bestuur, cq. de controle van het
                    Algemeen Bestuur daarop. Basis daarvoor is de productrealisatie. </al><al/><al><vet>Artikel 8. De financiële positie</vet></al><al>Het Algemeen Bestuur geeft in dit artikel de uitgangspunten aan die het
                    Dagelijks Bestuur voor de uiteenzetting van de financiële positie en de
                    meerjarenramingen moet volgen.</al><al>Tevens wordt hier expliciet vastgelegd dat het Algemeen Bestuur bij het
                    vaststellen van de financiële positie tevens de investeringskredieten
                    autoriseert. </al><al/><al><vet>Artikel 9. Vaste activa: beslissing, waardering &amp;
                    afschrijving</vet></al><al>De verordening moet volgens artikel 212 Gemeentewet in elk geval bevatten de
                    “regels voor waardering en afschrijving activa”. De vaste activa worden
                    verplicht ingedeeld in immateriële vaste activa, materiele vaste activa en
                    financiële vaste activa.</al><al/><al><vet>Artikel 10. Waardering oninbare vorderingen</vet></al><al>Artikel 10 geeft de regels voor de bepaling van de hoogte van de voorziening
                    voor oninbare vorderingen. </al><al/><al><vet>Artikel 11. Reserves en voorzieningen</vet></al><al>Een belangrijk beleidsmatig aspect betreft de omvang van het eigen vermogen van
                    een organisatie. </al><al>Artikel 11 bepaalt, dat het Dagelijks Bestuur vierjaarlijks een geactualiseerde
                    nota over de reserves en voorzieningen ter behandeling en vaststelling door het
                    Algemeen Bestuur aanbiedt. Op basis van deze nota kan het Algemeen Bestuur het
                    kader vaststellen voor de omvang van de reserves. Kaders stellen voor
                    voorzieningen is veelal niet aan de orde, omdat voorzieningen een verplichtend
                    karakter kennen.</al><al/><al><vet>Artikel 12. Kostprijsberekening</vet></al><al>In artikel 12 is de grondslag voor de bepaling van heffingen en tarieven
                    neergelegd, zoals dat door artikel 212, lid 2, sub b Gemeentewet wordt geëist.
                    De grondslag voor de hoogte van heffingen en tarieven is namelijk politieke
                    besluitvorming door het Algemeen Bestuur op basis van de geraamde hoeveelheden
                    en de geraamde kostprijzen. Kostprijzen laten zich op vele manieren berekenen.
                    In dit artikel is bepaald dat de kostprijs berekend wordt met als uitgangspunt
                    een integrale toerekening van de kosten.</al><al/><al><vet>Artikel 13. Financieringsfunctie</vet></al><al>De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                    middelenbeheer. Gezien de operationele kwetsbaarheid van deze functie bevat
                    artikel 212 het expliciete voorschrift dat de verordening een onderdeel over de
                    financieringsfunctie heeft. Het gaat om de kaders voor het uitvoeren van de
                    financieringsfunctie. De uitvoering van de financieringsfunctie komt aan de orde
                    in de financieringsparagraaf in de programmabegroting en de rekening zoals die
                    in het Besluit begroting en verantwoording is voorgeschreven. In aanvulling
                    hierop stelt het Dagelijks Bestuur een treasurystatuut op dat protocollen bevat
                    voor de dagelijkse uitvoering.</al><al/><al>De kasgeldlimiet en de renterisiconorm zijn wettelijk geregeld. Overschrijding
                    is in beginsel niet toegestaan.</al><al>Gedeputeerde staten van de provincie moeten dan in hun hoedanigheid van
                    toezichthouder ingrijpen, maar kunnen onder bijzondere omstandigheden een
                    tijdelijke overschrijding tolereren. </al><al>Bij overschrijding kan de organisatie worden geconfronteerd met preventief
                    toezicht op het sluiten van kortlopende (kasgeldlimiet) of langlopende
                    (renterisiconorm) leningen. Wanneer overschrijding dreigt wordt het Algemeen
                    Bestuur daarover door het Dagelijks Bestuur geïnformeerd.</al><al/><al><vet>Artikel 14. Registratie bezittingen, activa en vermogen</vet></al><al>Voor een goed beeld van de financiële positie is een volledige registratie van
                    de organisatie bezittingen onontbeerlijk. Om dit te borgen zal het Dagelijks
                    Bestuur de registratie periodiek controleren en bij afwijkingen maatregelen tot
                    herstel te treffen. </al><al/><al><vet>Artikel 15. Weerstandsvermogen</vet></al><al>Een organisatie loopt risico’s. Deze risico’s zijn van uiteenlopende aard. Tegen
                    een deel van deze risico’s kan een organisatie zich verzekeren, of er moeten
                    voorzieningen worden gevormd, of ze kunnen anderszins worden opgevangen. Voor
                    een deel van de risico’s is dit echter niet het geval. </al><al/><al>De niet verzekerde risico’s hebben, als ze zich voordoen, (grote) financiële
                    consequenties. Het is dus zaak voor een organisatie, dat ze zich bewust is van
                    de risico’s die ze loopt, en ze beheerst. Het uitsluiten van risico’s is echter
                    niet mogelijk. Niet verzekerde risico’s die zich voordoen, moet de organisatie
                    opgevangen met het eigen vermogen, door belastingverhoging of door beleidsmatige
                    ombuigingen op de programmabegroting.</al><al/><al><vet>Artikel 17. Financiering</vet></al><al>De basis voor dit artikel is gelegen in artikel 13. Artikel 18 regelt over welke
                    feiten inzake het financieel beheer van de financieringsfunctie het Algemeen
                    Bestuur in elk geval in de verplichte paragraaf financiering bij de
                    programmabegroting en jaarstukken wordt geïnformeerd. </al><al/><al><vet>Artikel 18. Bedrijfsvoering</vet></al><al>Het domein van de ambtelijke organisatie is de verantwoordelijkheid van het
                    Dagelijks Bestuur. Beleid op dit gebied wordt in de eerste plaats vormgegeven
                    door het Dagelijks Bestuur. In de bedrijfsvoeringparagraaf wordt ingegaan op de
                    tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven. </al><al/><al/><al><vet>Artikel 19. Administratie</vet></al><al>In dit artikel worden de kaders gegeven voor de inrichting van administraties
                    van de organisatie. In hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens moeten worden
                    vastgelegd en aan welke eisen de vastgelegde gegevens moeten voldoen.</al><al/><al><vet>Artikel 20. Financiële administratie</vet></al><al>Een belangrijk onderdeel van de administratie is de financiële administratie.
                    Bij algemene maatregel van bestuur stelt het Rijk eisen aan de
                    verantwoordingsinformatie in de Gemeentewet. In het Besluit begroting en
                    verantwoording zijn onder andere waarderingsgrondslagen, balansindeling en
                    verplicht op te leveren financiële gegevens vastgelegd. Vanuit de financiële
                    administratie moeten gegevens worden aangeleverd voor de financiële
                    verantwoordingsinformatie aan het Algemeen Bestuur, maar ook aan Gedeputeerde
                    Staten, in hun rol als toezichthouder, het rijk, de Europese Unie etc.</al><al/><al><vet>Artikel 21. Financiële organisatie</vet></al><al>In dit artikel worden uitgangspunten voor de inrichting van de financiële
                    organisatie gegeven, waaraan het Dagelijks Bestuur bij het stellen van regels
                    voor de ambtelijke organisatie invulling zal geven. </al><al/><al><vet>Artikel 22. Aanbesteding en inkoop</vet></al><al>De inkoop en de aanbesteding van werken, leveringen en diensten zijn belangrijke
                    en kwetsbare activiteiten die een groot budgettair effect kunnen hebben. Het
                    hanteren van een protocol is naast de desbetreffende administratieve aspecten
                    ook te zien als een vorm van risicobeheersing. De aansprakelijkheid kan worden
                    beperkt en er wordt jegens derden rechtszekerheid gecreëerd. Artikel 22 legt aan
                    het Dagelijks Bestuur de zorg op om regels op te stellen voor de aanbesteding
                    van werken en inkoop van goederen en diensten. De regelgeving van de Europese
                    Unie dient daarbij nageleefd te worden. Doordat de regels worden vastgelegd kan
                    de accountant bij zijn controle van de jaarstukken nagaan of de interne regels
                    (en de Europese regelgeving) zijn nageleefd, dit is een onderdeel van de
                    rechtmatigheidstoets. De accountant beoordeelt hiervoor eveneens het systeem van
                    interne regels.</al><al/><al><vet>Artikel 23. Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze verordening treedt inwerking op 1 april 2011.</al><al/><al><vet>Artikel 24.</vet><vet>Citeertitel</vet></al><al>In dit artikel wordt de naam gegeven, waarmee men in de organisatie stukken naar
                    deze verordening kan verwijzen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>