<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR375695_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2014, nr. 7241</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0006622&amp;artikel=2a">Wegenverkeerswet 1994, artikel 2a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-01-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-02-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/9272</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Parkeerverordening 2014</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de Gemeente Zaanstad,</vet></al><al/><al><cursief>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en
                            wethouders;</cursief></al><al/><al><cursief>kennis genomen hebbende van de punten uit de voorbereidende
                            vergadering op 23 januari 2014,</cursief></al><al/><al><vet>Besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende <vet>Parkeerverordening 2014.</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I. </nr><titel>Definities</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
                                </al></li><li nr="b."><al> motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV
                                    1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1
                                    onder a van het RVV 1990; </al></li><li nr="c."><al> parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of
                                    laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd
                                    die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of
                                    uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen
                                    van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden; </al></li><li nr="d."><al> houder van een motorvoertuig: degene op wiens naam het voor het
                                    motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was
                                    ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994
                                    aangehouden register van opgegeven kentekens; </al></li><li nr="e."><lijst><li nr=""><al>bedrijf:</al><al> i. elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid
                                            optredend organisatorisch verband waarin krachtens
                                            arbeidsovereenkomst of krachtens publiekrechtelijke
                                            aanstelling arbeid wordt verricht,</al><al> ii. de zelfstandige die arbeid verricht in het eigen
                                            bedrijf of zelfstandig beroep, of </al><al>iii. een niet-commerciële organisatie die hieraan door
                                            het college van burgemeester en wethouders is
                                            gelijkgesteld; met dien verstande dat bedrijven worden
                                            beschouwd als één bedrijf indien de vestigingsadressen
                                            dezelfde zijn of het een aaneengesloten bebouwing
                                            betreft, dan wel indien sprake is van een (juridische)
                                            constructie waaruit moet worden geconcludeerd dat het in
                                            wezen één bedrijf of beroep betreft, tenzij het
                                            tegendeel wordt aangetoond;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al> parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met
                                    inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer voor het
                                    verlenen van diensten op het gebied van telefonische betaling
                                    bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen en hetgeen
                                    naar maatschappelijke opvatting overigens onder
                                    parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="g."><al> centrale computer: de computer van het Servicehuis Parkeer- en
                                    Verblijfsrechten bestemd voor de registratie van
                                    parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op
                                    het gebied van betaald parkeren; </al></li><li nr="h."><al> parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor
                                    parkeerbelasting wordt geheven door middel van
                                    parkeerapparatuur; </al></li><li nr="i."><al> parkeervergunning: een vergunning krachtens welke het is
                                    toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                                    parkeerapparatuurplaatsen zonder de parkeerapparatuur in werking
                                    testellen; </al></li><li nr="j."><al> categorie I, II of III: de categorie-ïndeling als bedoeld in
                                    artikel 2, tweede lid.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II.</nr><titel>Vergunningen en plaatsen voor vergunninghouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reguliere parkeervergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een
                                parkeervergunning verlenen. Het college kan bij de
                                vergunningverlening onderscheid maken in de categorieën als bedoeld
                                in het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend aan: </al><lijst><li nr="a."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in
                                        een door het college aangewezen gebied als bedoeld in
                                        artikel 10, eerste lid (categorie I). </al></li><li nr="b."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een bedrijf
                                        uitoefent dat is gevestigd in een door het college
                                        aangewezen gebied als bedoeld in artikel 10, eerste lid
                                        (categorie II).</al></li><li nr="c."><al> een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een
                                        bedrijf uitoefent in meerdere gebieden waar mede door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                        aanwezig zijn en die aantoont dat het in het belang van
                                        diens bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in meerdere
                                        gebieden een motorvoertuig te parkeren (categorie III).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning in categorie I wordt uitsluitend verleend voor het
                                gebied waarbinnen de aanvrager als inwoner staat ingeschreven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een vergunning in categorie II wordt uitsluitend verleend voor het
                                gebied waarbinnen het bedrijf van de aanvrager is gevestigd. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning in categorie III wordt verleend voor het gehele
                                grondgebied van de gemeente en wordt aangeduid als een volledige
                                vergunning.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen
                                aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet
                                aan één van de in het tweede lid genoemde vereisten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Aan een parkeervergunning kan het college voorschriften en
                                beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang
                                van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte
                                overlast, hinder of schade.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Volledige vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een volledige vergunning (categorie III) kan worden verleend aan de
                                aanvrager die aantoont dat hij in meerdere gebieden waar mede door
                                vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig
                                zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>regelmatig werkzaamheden verricht met een spoedeisend
                                        karakter, zoalswerkzaamheden aan nutsvoorzieningen en
                                        storingsdiensten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten,
                                        of</al></li><li nr="b."><al>noodzakelijkerwijs regelmatig bedrijven of personen
                                        bezoekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen volledige vergunning wordt verleend voor laden en lossen of
                                voor het doen van financiële afdrachten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een volledige vergunning kan worden verleend voor de duur van een
                                kalenderjaar of van een dag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Burchtvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan degene die in aanmerking komt voor een
                                parkeervergunning in categorie II op een daartoe strekkende aanvraag
                                een parkeervergunning verlenen voor parkeerterrein de Burcht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning voor parkeerterrein de Burcht wordt aangeduid als een
                                Burchtvergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de
                                geldigheid van de Burchtvergunning en kan het maximum aantal uit te
                                geven Burchtvergunningen vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op dagen en tijden waarop parkeerterrein de Burcht is afgesloten, is
                                de houder van een Burchtvergunning gerechtigd elders in de gemeente
                                te parkeren. De aan de Burchtvergunning verbonden voorschriften en
                                beperkingen, voor zover niet onlosmakelijk verbonden aan
                                parkeerterrein de Burcht, blijven van kracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan besluiten om vanaf een door het college te bepalen
                                datum geen Burchtvergunningen meer te verlenen, indien dit naar het
                                oordeel van het college noodzakelijk is vanwege een te hoge
                                parkeerdruk op parkeerterrein de Burcht. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Vanaf de dag na de datum van bekendmaking van het in het vorige lid
                                bedoelde besluit, worden aanvragen van Burchtvergunningen buiten
                                behandeling gelaten. Aanvragen die voordien zijn ingediend en waarop
                                nog niet is besloten, worden buiten behandeling gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Aantallen parkeervergunningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder een parkeerplaats op eigen
                                terrein:</al><lijst><li nr="i."><al>een parkeerplaats waarover de aanvrager van een vergunning
                                        kan beschikken op grond van eigendom, erfpacht, huur,
                                        ingebruikgeving of anderszins;</al></li><li nr="ii."><al>een parkeerplaats in een (collectieve) garage of op een
                                        perceel, die/dat volgens een raadsbesluit, een
                                        bouwvergunning, een erfpachts- of splitsingsakte of een
                                        huur- of koopovereenkomst voor de woning van de aanvrager
                                        van een vergunning bestemd is;</al></li><li nr="iii."><al>een oprit die voldoende ruimte biedt voor het parkeren van
                                        ten minste één auto;</al></li><li nr="iv."><al>een voormalige parkeerplaats op eigen terrein die na 11
                                        oktober 2012 door of vanwege de aanvrager van een vergunning
                                        een andere bestemming dan die van parkeerplaats heeft
                                        gekregen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Per adres worden maximaal twee parkeervergunningen in categorie I of
                                II verleend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de aanvrager die beschikt over een parkeerplaats op eigen
                                terrein op zijn woon- dan wel vestigingsadres, wordt maximaal één
                                parkeervergunning verleend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de aanvrager die beschikt over twee of meer parkeerplaatsen op
                                eigen terrein op zijn woon- dan wel vestigingsadres, wordt geen
                                parkeervergunning verleend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aan de aanvrager van parkeervergunningen voor het parkeerterrein de
                                Burcht worden maximaal tien parkeervergunningen verleend,
                                vergunningen in categorie II daaronder begrepen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Bezoekersvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder een bezoekersvergunning:
                                een parkeervergunning die uitsluitend geldig is op de door de
                                vergunninghouder aangegeven datum;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkend verzoek van een inwonende
                                van een door het college aangewezen gebied als bedoeld in artikel
                                10, eerste lid, bezoekersvergunningen verlenen aan bezoekers van dat
                                gebied.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Per adres worden per kalenderjaar maximaal 120
                                bezoekers-vergunningen verleend. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bezoekersvergunningen zijn geldig gedurende het kalenderjaar
                                waarvoor ze zijn afgegeven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Van het aantal bezoekersvergunningen als bedoeld in het derde lid
                                kan worden afgeweken, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: </al><lijst><li nr="a."><al>degene die om verlening van de bezoekersvergunningen
                                        verzoekt, heeft zich tijdens het lopende kalenderjaar als
                                        nieuwe bewoner op het adres laten inschrijven in de
                                        Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens, en</al></li><li nr="b."><al>in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens
                                        staan geen eerdere bewoners meer ingeschreven op het adres.
                                    </al></li></lijst><al>Het maximum aantal bezoekersvergunningen dat op verzoek van nieuwe
                                bewoners wordt verleend, bedraagt 120 met aftrek van 10
                                bezoekersvergunningen voor iedere kalendermaand die is verstreken
                                voorafgaand aan de inschrijving van de nieuwe bewoners in de
                                Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkend verzoek van het zorgcentrum
                                Saenden aan de Nova Zembla 2 bezoekersvergunningen verlenen aan
                                bezoekers van de bewoners van het tehuis. Per jaar worden maximaal
                                11.040 bezoekersvergunningen verleend.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college kan nadere procedurele regels stellen met betrekking tot
                                het het uitgeven en gebruik van bezoekersvergunningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Bezoekersvergunning mantelzorg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder een mantelzorgontvanger:
                                degene met een schriftelijke verklaring van het CIZ waaruit blijkt
                                dat er mantelzorg wordt ontvangen dan met wel een indicatie voor
                                mantelzorg van de Wmo. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder een bezoekersvergunning
                                mantelzorg: een bezoekersvergunning welke uitsluitend wordt verleend
                                voor gebruik door niet-commerciële mantelzorgverleners.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bezoekersvergunningen mantelzorg verlenen op een
                                daartoe strekkend verzoek van een mantelzorgontvanger.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Per adres worden per kalenderjaar maximaal 240
                                bezoekers-vergunningen mantelzorg verleend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bezoekersvergunningen mantelzorg zijn geldig gedurende het
                                kalenderjaar waarvoor ze zijn afgegeven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan procedurele regels stellen met betrekking tot het
                                uitgeven en gebruik van bezoekersvergunningen mantelzorg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Autodatevergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik
                                        van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen
                                        natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke
                                        personen uit meer dan één huishouden;</al></li><li nr="-"><al>autodateplaats: een parkeerplaats aangewezen voor een
                                        motorvoertuig bestemd voor autodate;</al></li><li nr="-"><al>autodatevergunning: een vergunning krachtens welke het is
                                        toegestaan een motorvoertuig te parkeren op een daartoe
                                        aangewezen autodateplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een
                                autodatevergunning verlenen aan een eigenaar of houder van een
                                motorvoertuig bestemd voor autodate op een autodateplaats binnen de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan een autodatevergunning kan het college voorschriften en
                                beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang
                                van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte
                                overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu,
                                bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het
                                stimuleren van selectief autogebruik.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Marktparkeervergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder een
                                marktparkeer-vergunning: een parkeervergunning die op een daartoe
                                strekkend verzoek wordt verleend aan de houder van een vergunning
                                als bedoeld in artikel 11 van de Verordening op de markten van
                                Zaanstad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er wordt één marktparkeervergunning verleend per vergunning als
                                bedoeld in artikel 11 van de Verordening op de markten van
                                Zaanstad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een marktparkeervergunning is uitsluitend geldig op marktdagen als
                                bedoeld in artikel 1 van de Verordening op de markten van
                                Zaanstad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een marktparkeervergunning vervalt op de vervaldatum van de aan de
                                houder verstrekte vergunning als bedoeld in artikel 11 van de
                                Verordening op de markten van Zaanstad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Aanwijsbesluiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wijst gebieden aan waarbinnen bezoekers- dan wel
                                parkeervergunningen geldig kunnen zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan autodateplaatsen aanwijzen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III.</nr><titel>Procedurele voorschriften</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Toepassingsbereik</titel></kop><al>Deze afdeling is niet van toepassing op bezoekersvergunningen en
                            bezoekersvergunningen mantelzorg. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een
                            vergunning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag
                                van een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten
                                hoogste vier wekenverlengen. Van een verlenging van deze termijn
                                wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Geldigheidsduur en inhoud van de vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt verleend voor de termijn van een kalenderjaar
                                dan wel een of meer kalendermaanden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De vergunning bevat ten minste de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is
                                        verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde in
                                het tweede lid onder c. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Intrekkingen en wijzigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen
                                        beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de
                                        vergunning is verleend;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                        omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                        vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
                                        vergunningen komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn
                                        betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft
                                        voldaan;</al></li><li nr="f."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                        vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="g."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning
                                        onjuiste gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="h."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij intrekking van een parkeervergunning in de categorie I of II
                                vindt gedeeltelijke restitutie plaats van de ter zake van de
                                vergunning betaalde belasting. De hoogte van het te restitueren
                                bedrag wordt vastgesteld op basis van het maandtarief zoals
                                vastgelegd in de tarieventabel behorende bij en deel uitmakende van
                                de Verordening Parkeerbelastingen 2014.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV.</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Autodateplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een autodateplaats een motorvoertuig te parkeren
                                of geparkeerd te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder autodatevergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien
                                        van de voor dat motorvoertuig afgegeven
                                        autodatevergunning;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de autodatevergunning verbonden
                                        voorschriften.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Parkeerapparatuur</titel></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Misbruik en hinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te
                                plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een autodateplaats;</al></li><li nr="c."><al>op een parkeerplaats met infrastructuur voor het opladen van
                                        een voertuig met een elektrische aandrijving;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>VI.</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Overgangsrecht voormalig parkeerregime </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunningen die zijn verleend krachtens Parkeerverordening 2013
                                worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die houder is van een vergunning waarvoor hij ingevolge deze
                                verordening niet meer in aanmerking komt, kan aansluitend aan het
                                verstrijken van de vergunningtermijn een nieuwe vergunning
                                aanvragen. De nieuwe vergunning wordt verleend onder dezelfde
                                voorwaarden als de daaraan voorgaande vergunning. ‎Artikel 14 is van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de door het college aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: "Parkeerverordening 2014".</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><al><vet>Algemene toelichting</vet>　</al><al>　</al><al>　</al><al>Parkeerbeleid is vanouds een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk verkeer-
                    en vervoerbeleid. Parkeerbeleid is van belang in verband met de verbetering van
                    de bereikbaarheid en leefbaarheid op lokaal en regionaal niveau. Via
                    parkeerbeleid kan de gemeente de verdeling van de schaarse parkeerruimte
                    reguleren en overlast voorkomen.</al><al>De Parkeerverordening 2014 is gebaseerd op de visie "Eenvoudiger en Duidelijker
                    Parkeren", welke op 11 oktober 2012 door de raad is vastgesteld. De voorliggende
                    verordening is een directe vertaling van deze visie in een juridisch document.
                    In afwijking van de visie is opgenomen dat er bezoekersvergunningen aan het
                    verzorgingstehuis Nova Zembla kunnen worden verstrekt. Daarmee wordt de huidige
                    situatie gecontinueerd. Voor het overige is de verordening volledig in
                    overeenstemming met de visie.</al><al>Met de parkeerverordening wordt ook vastgelegd of een bepaalde aanpassing van de
                    regels bevoegdheid van college of van de raad is. Gezien de politieke
                    gevoeligheden op dit dossier wordt met deze verordening voorgesteld niet meer
                    dan strikt noodzakelijke bevoegdheden bij het college neer te leggen.
                    Afgesproken is dat de vastgestelde parkeervisie geëvalueerd wordt. Dat zou dan
                    de aanleiding kunnen zijn om de bevoegdheden op een andere wijze te
                    verdelen.</al><al>In de parkeervisie is ervoor gekozen het systeem van
                    belangenhebbendenvergunningen los te laten. Dit betekent dat er geen
                    parkeerplaatsen meer zijn uitsluitend voor vergunninghouders. Vergunning-houders
                    parkeren op de betaalde parkeerplaatsen.</al><al>Verdere maatregelen ingevolge de parkeervisie zijn:</al><lijst><li nr="."><al>Door een nieuwe gebiedsindeling mogen bewoners alleen parkeren in het
                            deelgebied waar zij wonen.</al></li><li nr="."><al>Er is één soort parkeervergunning voor bewoners met één tarief. Bewoners
                            komen per adres in aanmerking voor maximaal twee
                            bewonersvergunningen.</al></li><li nr="."><al>Er is één soort gebiedsvergunning voor bedrijven binnen het gereguleerde
                            gebied met één tarief. Per bedrijfsadres worden maximaal twee
                            gebiedsvergunningen afgegeven.</al></li><li nr="."><al>Het gebruik van private parkeergelegenheid wordt gestimuleerd. Dit
                            gebeurt door bij het aantal te verstrekken vergunningen rekening te
                            houden met de mogelijkheid voor parkeren op privaat terrein.</al></li><li nr="."><al>De kraskaart voor bezoek van bewoners blijft. De kraskaart is de
                            informele aanduiding voor een bezoekersvergunning. Bewoners kunnen
                            echter minder bezoekersvergunningen aanschaffen dan in 2012.</al></li><li nr="."><al>De gemeente introduceert een voorziening voor bewoners die mantelzorg
                            ontvangen.</al></li><li nr="."><al>Bedrijven kunnen aanvullende vergunningen aanschaffen voor
                            parkeerterrein de Burcht. Deze vergunningen zijn geldig op weekdagen,
                            uitgezonderd de avonden.</al></li><li nr="."><al>Bedrijven kunnen tegen een commercieel tarief een vergunning aanschaffen
                            voor het complete gereguleerde gebied in Zaanstad. De werkzaamheden van
                            het bedrijf zijn bepalend of men in aanmerking komt voor deze
                            vergunning.</al></li></lijst><al>In de Parkeerverordening wordt vooral aandacht besteed aan het verlenen van
                    parkeervergunningen en is een aantal verbodsbepalingen opgenomen, zoals het
                    zonder vergunning parkeren op een autodateplaats en het plaatsen van andere
                    voorwerpen op parkeerplaatsen die bestemd zijn voor betaald parkeren.</al><al/><al><vet>Fiscalisering</vet></al><al>Er is gekozen voor het systeem van fiscale afhandeling van het betaald parkeren.
                    Dit houdt in dat de handhaving door de gemeente zelf wordt gedaan door middel
                    van het opleggen van een fiscale naheffingsaanslag, wanneer iemand niet, niet
                    geheel of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting via de aangewezen
                    parkeerapparatuur heeft voldaan. Dit in tegenstelling tot de strafrechtelijke
                    afhandeling via de ‘Wet Mulder’, waarbij de handhaving door de politie,
                    bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s) en het openbaar ministerie wordt
                    gedaan.</al><al>Het parkeren bij parkeerapparatuur (parkeermeters, parkeerautomaten en verder
                    alles wat hieronder kan worden verstaan) kan worden gefiscaliseerd. Bij deze
                    apparatuur wordt een parkeerbelasting geheven. Het college van burgemeester en
                    wethouders wijst de gebieden aan waar het betaald parkeren wordt ingevoerd. Bij
                    niet, niet geheel of niet tijdige betaling van de parkeerbelasting wordt het
                    verschuldigde parkeergeld nageheven en worden ook de kosten van de
                    naheffingsaanslag doorgerekend.</al><al>Met de vaststelling van de visie "Eenvoudiger en Duidelijker Parkeren" heeft de
                    raad ervoor gekozen geen aparte parkeerplaatsen alleen voor vergunninghouders
                    meer in stand te houden. Het parkeren voor vergunninghouders valt samen met het
                    betaald parkeren. Vergunninghouders mogen parkeren op parkeerplaatsen met
                    parkeerapparatuur. In feite is er dus sprake van een gecombineerd gebied voor
                    betaald parkeren en parkeren voor vergunninghouders. Wanneer iemand in zo’n
                    gebied parkeert zonder vergunning én zonder betaling van de parkeerbelasting,
                    kan een naheffingsaanslag worden opgelegd.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>b. motorvoertuigen</al><al>Op grond van artikel 225 van de Gemeentewet kunnen parkeerbelastingen worden
                    geheven voor het parkeren met voertuigen. In de Parkeerverordening is ervoor
                    gekozen om de werking van deze veror-dening te beperken tot motorvoertuigen,
                    zoals bedoeld in artikel 1 onder z van het RW 1990 met inbegrip van
                    brommobielen. In dit artikel wordt onder motorvoertuigen verstaan: 'alle
                    gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en
                    gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden
                    voortbewogen'. Een brommobiel is in het RVV 1990 (art. 1 onder ia) gedefinieerd
                    als een bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een carrosserie.
                    Brommobielen vallen dus niet onder de definitie van motorvoertuigen. In artikel
                    2a van het RVV 1990 is echter bepaald dat de regels voor motorvoertuigen ook van
                    toepassing zijn op brommobielen en de bestuurders en passagiers van
                    brommobielen. Bestuurders van brommobielen moeten zich in het verkeer dus
                    gedragen als een 'gewone' automobilist. Dit geldt ook voor het parkeren met een
                    brommobiel. Daarom is ervoor gekozen de Parkeerverordening en de Verordening
                    parkeerbelastingen ook van toepassing te verklaren op brommobielen.</al><al>c. parkeren</al><al>In de Parkeerverordening is aansluiting gezocht bij de definitie van het begrip
                    parkeren in artikel 225 van de Gemeentewet en dus niet bij de definitie uit
                    artikel 1 onder ac. van het RVV 1990. Er is gekozen voor deze definitie, omdat
                    het invoeren van betaald parkeren en vergunninghouderparkeren ook gebaseerd is
                    op artikel 225 van de Gemeentewet.</al><al>d. houder</al><al>In de definitie van het begrip houder van een motorvoertuig komt het begrip
                    'motorrijtuig' voor. Dit is gedaan, omdat in de WVW 1994 bepaald is dat
                    motorrijtuigen over een kenteken moeten beschikken. Het RVV 1990, waarin onder
                    andere bepalingen over parkeren zijn opgenomen, spreekt daarentegen over
                    motorvoertuigen. Dit is op zich verwarrend, maar</al><al>materieel gezien komen de definities van beide begrippen goeddeels overeen.</al><al/><al><vet>Afdeling II. Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                        vergunningbewijzen</vet></al><al><vet>Artikel 2 Reguliere parkeervergunning</vet></al><al>Eerste lid</al><al/><al>Het college kan parkeervergunningen afgeven voor het parkeren op plaatsen met
                    parkeerapparatuur.</al><al>Tweede lid</al><al>In het tweede lid worden verschillende categorieën belanghebbenden genoemd die
                    in aanmerking kunnen komen voor een parkeervergunning. In de verordening zijn
                    drie categorieën opgenomen: bewoners, in het gereguleerde gebied gevestigde
                    bedrijven met een parkeerbehoefte bij het bedrijf en bedrijven die voor hun
                    bedrijfsvoering op uiteenlopende verschillende plaatsen in Zaanstad moeten
                    kunnen parkeren.</al><al>Derde lid</al><al>Bewoners kunnen alleen een vergunning krijgen voor het gebied waarbinnen zij
                    wonen.</al><al>Vierde lid</al><al>Bedrijven kunnen een vergunning krijgen voor het gebied waarin zij zijn
                    gevestigd. Er zijn geen afzonderlijke parkeerplaatsen voor bewoners en voor
                    bedrijven.</al><al>Vijfde lid</al><al>Een vergunning voor het gehele gereguleerde gebied, de volledige
                    bedrijvenvergunning, kan worden verstrekt aan bedrijven die zowel binnen als
                    buiten Zaanstad zijn gelegen.</al><al>Een volledige vergunning kan worden verleend, indien een bedrijf aantoont dat
                    voor het uitvoeren van werkzaamheden in één of meerdere parkeerzones het gebruik
                    van een motorvoertuig onmisbaar is en het bedrijf bovendien de noodzaak van een
                    parkeervergunning aantoont. ln artikel 3 zijn criteria opgenomen op basis
                    waarvan deze vergunning verstrekt kan worden.</al><al>Zesde lid</al><al>In het zesde lid is een soort hardheidsclausule opgenomen. In bijzondere
                    gevallen kan het college ook een (tijdelijke) parkeervergunning verlenen aan de
                    eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de
                    vereisten die in het tweede lid zijn opgenomen. Hierbij kan onder andere worden
                    gedacht aan personen of bedrijven die nog niet in het vergunningenhoudersgebied
                    wonen of gevestigd zijn, maar die dat wel binnen afzienbare tijd gaan doen. Ook
                    kan gedacht worden aan schrijnende persoonlijke situaties waarbij de aanvrager
                    geen permanente bewoner is of geen eigenaar van het voertuig kan zijn. In deze
                    gevallen zal getoetst worden op basis van de noodzakelijkheid van het
                    autogebruik, bijvoorbeeld als gevolg van een handicap, of de rechten als bewoner
                    centraal gesteld worden. Financiële overwegingen zijn geen reden om ontheffing
                    te verlenen.</al><al>In de parkeervisie is alleen voor de Burcht een plafond ingesteld. Wanneer voor
                    andere gebieden een plafond noodzakelijk is, is een aanpassing van de
                    verordening noodzakelijk.</al><al>Zevende lid</al><al>Op grond van het zevende lid kunnen met het oog op een goede verdeling van de
                    beschikbare parkeerruimte aan de vergunning zowel beperkingen worden verbonden
                    met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de
                    tijdstippen waarop de vergunning van kracht is. Voor betaald parkeren wordt dit
                    via de belastingverordening geregeld. Het betaald parkeren is daarom hier niet
                    opgenomen.</al><al>Artikel 3. Volledige vergunning</al><al>ln artikel 3 zijn criteria opgenomen op basis waarvan een volledige vergunning
                    verstrekt kan worden. Deze criteria zijn ontleend aan bijlage 5 van de
                    visie.</al><al/><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>