<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR375603_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-07-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch gemeenteblad 2 juli 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden Gemeente Velsen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 95 en 96, 97 en 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R15.042</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Deze regeling werkt terug tot 1 juli 2014, met uitzondering van artikel 13</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2011 komt te vervallen.</al><al>Artikel 15 van de Regeling kunstcommissie, artikel 6 van de Verordening op de Rekenkamercommissie, artikel 13 van de Regeling Commissie Naamgeving openbare ruimte en artikel 18 van de Regeling voor de commissie Bezwaarschriften te laten vervallen zover de verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden Gemeente Velsen 2015 hierin voorziet.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83
                                    of 84 van de gemeentewet;</al></li><li nr="-"><al>commissielid: lid van een commissie, bedoeld in artikel 1,
                                    onderdeel e, van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                    commissieleden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raads- en commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan commissieleden wordt een vergoeding voor het bijwonen van de
                                vergaderingen van een commissie en haar subcommissies toegekend die
                                gelijk is aan het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse
                                vastgestelde bedrag in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads-
                                en commissieleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die
                                zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als
                                rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die
                                grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid ontvangen de leden
                                van de commissie Stedelijk Schoon, gezien hun deskundigheid,
                                gezamenlijk een totale vergoeding die gelijk is aan het bedrag van
                                leges, zoals dat is bepaald in, de op dat moment vigerende,
                                legesverordening voor het inwinnen van een welstandsadvies.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid ontvangt de
                                voorzitter van de rekenkamercommissie een vergoeding die 200%
                                bedraagt van het bepaalde in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan raadsleden worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte reis-
                                en verblijfkosten in verband met reizen buiten het grondgebied van
                                de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het
                                gemeentebestuur vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan commissieleden worden de reis- en verblijfkosten voor het
                                bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid is:</al><lijst><li nr="a."><al>voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het
                                        overeenkomstig in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders bepaalde;</al></li><li nr="b."><al>voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het overeenkomstig
                                        in artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders bepaalde. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De reiskosten worden voor ten hoogste één vergadering per dag
                                vergoed.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die
                                zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als
                                rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die
                                grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De reis- en verblijfkosten worden alleen vergoed als deze
                                gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan een delegatie uit de gemeenteraad of een
                                raadscommissie toestemming verlenen voor een excursie of reis naar
                                het buitenland als deze door of vanwege de gemeente wordt
                                georganiseerd. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden
                                verbinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                rekening van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Scholing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raads- of commissieleden die aan scholing als bedoeld in artikel 13,
                                eerste lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
                                willen deelnemen, die niet door of namens de gemeente wordt
                                aangeboden of verzorgd, dienen daartoe via de fractievoorzitter
                                vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van
                                inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de
                                beroepsvereniging van raadsleden of door de Vereniging van
                                Nederlandse Gemeenten komt altijd voor vergoeding door de gemeente
                                in aanmerking als voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in het
                                eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De maximale vergoeding bedraagt € 500,-- per jaar per raadslid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze verordening
                                worden ingediend komen niet voor vergoeding in aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In voorkomende gevallen beslist de vergadering van
                                fractievoorzitters van alle in de raad vertegenwoordigde politieke
                                groeperingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raads- en commissieleden ontvangen een vergoeding voor de aanschaf
                                en het gebruik van een computer, dan wel I-pad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding bedraagt € 22,50 per maand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                            eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel
                            f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in
                            artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wethouders hebben recht op een vergoeding van de kosten voor
                                woon-werkverkeer, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 van de
                                Regeling rechtspositie wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er bestaat maximaal twee keer per dag recht op een enkele reis
                                vergoeding woon-werkverkeer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden alleen vergoed
                                als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wethouders hebben recht op een vergoeding voor reis- en
                                verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt
                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van de Regeling
                                rechtspositie wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden alleen vergoed
                                als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Dienstauto</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wethouders kunnen voor reizen ten behoeve van de gemeente gebruik
                                maken van een dienstauto met of zonder chauffeur. Onder dienstauto
                                wordt voor de toepassing van dit artikel mede verstaan een door de
                                gemeente ingehuurde auto.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De dienstauto met of zonder chauffeur kan door de wethouders ook
                                worden gebruikt voor het woon-werkverkeer en voor reizen ten behoeve
                                van nevenfuncties die de wethouders vervullen uit hoofde van het
                                ambt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de wethouders gebruikmaken van een dienstauto dan hebben zij
                                voor die reizen geen recht op een tegemoetkoming voor de reiskosten.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de wethouders voor reizen ten behoeve van in het tweede lid
                                bedoelde nevenfuncties gebruikmaken van de dienstauto en daarvoor
                                een vergoeding van reiskosten ontvangen wordt die vergoeding in de
                                gemeentelijke kas gestort.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de wethouders in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                Nederland maken worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reis- en verblijfkosten vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming
                                van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming
                                voorwaarden verbinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><al>De wethouders aan wie een computer, bijbehorende apparatuur en software
                            in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, tekenen hiervoor een
                            bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Communicatieapparatuur</titel></kop><al>De wethouders aan wie communicatieapparatuur in bruikleen ter
                            beschikking wordt gesteld tekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met
                            de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel></kop><al>De wethouders die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikken hebben ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1
                                    van de Regeling rechtspositie wethouders, en</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                            eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel
                            f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in
                            artikel 28a van het Rechtspositiebesluit wethouders. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Betaling vaste vergoedingen</titel></kop><al>De betaling van de vergoeding voor werkzaamheden, de bezoldiging voor
                            wethouders op grond van het Rechtspositiebesluit wethouders, de
                            onkostenvergoedingen en declaraties geschiedt maandelijks of in
                            maandelijkse termijnen als er sprake is van een vergoeding op jaarbasis
                            tenzij het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, het
                            Rechtspositiebesluit wethouders of de Regeling rechtspositie wethouders
                            anders bepalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raads- en commissieleden en wethouders dragen ten behoeven van het
                                vergoeden van kosten zorgen voor rechtstreekse toezending van de
                                factuur aan de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verantwoording van de vergoeding door het raadslid, het commissielid
                                respectievelijk de wethouder vindt plaats door een door het college
                                vastgesteld formulier volledig in te vullen en te ondertekenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Facturen komen alleen voor vergoeding in aanmerking als voldaan
                                wordt aan de bepalingen in deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het formulier wordt ter goedkeuring ingediend bij de griffier,
                                respectievelijk de gemeentesecretaris, of een daartoe aangewezen
                                ambtenaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De declaratie van de kosten die uit eigen middelen vooruit zijn
                                betaald en de vergoeding van reiskosten met de eigen auto vindt
                                plaats door gebruikmaking van een door het college vastgesteld
                                formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het formulier wordt binnen twee maanden na de betaling cq de datum
                                van de gemaakte rit volledig ingevuld en ondertekend door het raads-
                                of het commissielid respectievelijk de wethouder en ter goedkeuring
                                ingediend bij de griffier, respectievelijk de gemeentesecretaris, of
                                een daartoe aangewezen ambtenaar, onder bijvoeging van de
                                bewijsstukken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Brutering vergoedingen</titel></kop><al>Als de gemeente toepassing geeft aan artikel 39c van de Wet op de
                            Loonbelasting 1964 zijn de artikelen 8 en 16 niet van toepassing en
                            worden artikel 16 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
                            en artikel 29b van het Rechtspositiebesluit wethouders toegepast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2011
                            wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op de dag na de officiële bekendmaking
                            en werkt, met uitzondering van artikel 13, terug tot en met 1 juli
                            2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads- en commissieleden Gemeente Velsen 2015</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van ………………..</ondertekening><ondertekening>De raad van de gemeente Velsen,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A.Overbeek F.M. Weerwind</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><titel>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><al>In dit artikel is het presentiegeld voor leden van gemeentelijke
                            commissies die zijn ingesteld op basis van artikel 82 t/m 84 Gemeentewet
                            geregeld. Deze bepaling geldt niet voor raadsleden en wethouders die in
                            de commissie zitten (uitgezonderd in artikel 96 Gemeentewet).
                            Uitgezonderd zijn verder onder meer ambtenaren (op grond van artikel 1
                            rechtspositiebesluit raads- en commissieleden), en medewerkers en
                            bestuurders van door de gesubsidieerde organisaties die in die
                            hoedanigheid in de commissie zitting hebben. </al><al>De hoogte van het presentiegeld wordt bepaald op een vast bedrag per
                            inwonersklasse overeenkomstig het Rechtspositiebesluit raads- en
                            commissieleden. De Minister van Binnenlandse Zaken en
                            Koninkrijksrelaties indexeert jaarlijks per 1 januari het bedrag zoals
                            dat is herzien aan de hand van het indexcijfer Cao lonen overheid.</al><al>Het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en de Gemeentewet
                            bieden de mogelijkheid om in de gemeentelijke verordening te regelen dat
                            in bepaalde gevallen een hoger bedrag aan presentiegeld wordt toegekend
                            dan het eerder bedoelde bedrag. Deze mogelijkheid is geregeld in het
                            vierde lid. Er kan bijvoorbeeld gekozen worden voor een procentuele
                            verhoging, maar het is ook mogelijk om het bedrag uit een hogere
                            inwonersklasse te kiezen.</al><al>Het bepaalde in lid 1 van artikel 2 is niet van toepassing verklaard op
                            (de leden van) de commissie Stedelijk Schoon. De reden hiervan is de
                            deskundige inbreng van de commissie Stedelijk Schoon. Op grond van de
                            Woningwet benoemt de gemeenteraad een onafhankelijke commissie die aan
                            het college advies uitbrengt ten aanzien van de vraag of het uiterlijk
                            of de plaatsing van een bouwwerk, waarvoor een aanvraag om een
                            omgevingsvergunning voor het bouwen van dat bouwwerk is ingediend, in
                            strijd is met redelijke eisen van welstand. De gemeenteraad heeft ook
                            besloten om deze welstandsadvisering onder te brengen bij Stichting
                            Welstandszorg Noord-Holland (WZNH). De gemeente betaalt deze stichting
                            voor de geleverde diensten. Dit is contractueel vastgelegd. De
                            kostenberekening die wordt gehanteerd voor de geleverde diensten is
                            gerelateerd aan de tarief bepaling zoals opgenomen in de
                            legesverordening. en (titel 2, hoofdstuk 3: omgevingsvergunning
                            bouwactiviteiten). Er geldt echter wel een minimumbedrag van 40,- euro
                            en een maximum van € 2250,- . </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden</titel></kop><al>De Gemeentewet voorziet niet in een vergoeding voor ‘woon-werkverkeer’
                            voor raadsleden. Het is dan ook in strijd met artikel 99 van de
                            Gemeentewet als raadsleden van de gemeente een vergoeding ontvangen voor
                            reizen binnen het grondgebied van de gemeente.</al><al>Artikel 97 van de Gemeentewet voorziet voor raads- en commissieleden wel
                            in een vergoeding van de reis- en verblijfkosten voor reizen buiten het
                            grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het
                            gemeentebestuur.</al><al>Aan commissieleden kan krachtens artikel 96, eerste lid, van de
                            Gemeentewet echter wel een vergoeding worden gegeven voor de reis- en
                            verblijfkosten in verband met reizen binnen de gemeente.</al><al>De vergoeding voor noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte
                            verblijfkosten is niet nader ingevuld. Daarmee is dit een lokale
                            aangelegenheid </al><al>Omdat in het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden verder geen
                            eigen vergoedingsregeling is opgenomen, is aansluiting gezocht bij de
                            vergoedingsregelingen voor wethouders. </al><al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt
                            dat de verstrekte vergoedingen bij de aangifte inkomstenbelasting als
                            opbrengst moeten worden verantwoord. De reiskosten kunnen binnen de
                            geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten worden
                            opgevoerd.</al><al><vet>Artikelen 4 en 11 Buitenlandse dienstreis</vet></al><al>Gemeenteraden, delegaties daaruit of wethouders maken wel eens in het
                            gemeentelijk belang excursies of reizen naar het buitenland. Hiervoor
                            moet de gemeenteraad expliciet toestemming verlenen. De reis of excursie
                            wordt in alle gevallen door of vanwege de gemeente georganiseerd. </al><al>Bij buitenlandse dienstreizen in het gemeentelijk belang kunnen aan de
                            wethouder de in redelijkheid gemaakte werkelijke reis- en verblijfkosten
                            worden vergoed. De tarieven in het voor het rijkspersoneel geldende
                            Reisbesluit buitenland zijn daarbij richtsnoer. </al><al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt
                            dat de vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in het economische
                            verkeer bij de aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden
                            verantwoord en dat de gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden
                            als aftrekbare beroepskosten kunnen worden opgevoerd.</al><al><vet>Artikelen 5 Scholing</vet></al><al>Op grond van artikel 13 lid 1 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                            commissieleden komt niet partij-politiek georiënteerde scholing in
                            verband met de vervulling van de functie van raads- of
                            commissielidmaatschap ten laste van de gemeente. In dit artikel is de
                            procedure verder uitgewerkt</al><al>Gezien de aard en duur van het ambt liggen voor raads- en commissieleden
                            opleidingen voor de hand die gericht zijn op het persoonlijk
                            functioneren in het ambt. </al><al>Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde
                            vakkennis en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. </al><al>Onder deze scholingskosten worden verstaan de cursus- en lesgelden, de
                            kosten van het studiemateriaal, examen- en diplomakosten en de
                            aanschafkosten van verplicht gesteld studiemateriaal, alsmede reis- en
                            verblijfkosten in het kader van de opleiding.</al><al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt
                            dat de vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in het economische
                            verkeer bij de aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden
                            verantwoord en dat de gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden
                            als aftrekbare beroepskosten kunnen worden opgevoerd.</al><al>Het zesde lid bevat een hardheidsclausule. Mocht de griffier behoefte
                            hebben aan extra oordeel of of de gevraagde vergoeding binnen de
                            geldende regels voor vergoeding in aanmerking komt, dan kan de
                            vergadering van de fractievoorzitters in de raad om een oordeel gevraagd
                            worden.</al><al><vet>Artikelen 6 Computer en internetverbinding</vet></al><al>In het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is geregeld dat het
                            raads- of commissielid, van de gemeente een computer in bruikleen krijgt
                            verstrekt of een vergoeding ontvangt voor de aanschaf of het gebruik van
                            zijn eigen computer. </al><al>In Velsen wordt er voor gekozen om alleen een vergoeding te verstrekken.
                            Dit moet wel worden vastgelegd in een verordening. Vanaf 2015 valt deze
                            vergoeding onder de werkkostenregeling en als deze noodzakelijk is voor
                            het werk mag de vergoeding onbelast worden verstrekt Om voor de
                            vergoeding in aanmerking te komen is het noodzakelijk dat er een
                            aanschafbewijs wordt ingeleverd bij de griffier. Dit geldt alleen voor
                            de raadsleden die na 1 januari 2015 zijn benoemd. Ook blijft daarvoor de
                            mogelijkheid bestaan om een voorschot te ontvangen.</al><al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt
                            dat de vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in het economisch
                            verkeer bij de aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden
                            verantwoord en dat de gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden
                            als aftrekbare beroepskosten kunnen worden opgevoerd.</al><al><vet>Artikelen 7 en 15 Werkkostenregeling</vet></al><al>In verband met de werkkostenregeling moeten een aantal
                            netto-vergoedingen en verstrekkingen door de gemeente aangewezen worden
                            als eindheffingsbestanddeel. Anders worden deze door de belastingdienst
                            als loon gezien en moet hierover belasting worden ingehouden. Ook de
                            vergoedingen en verstrekkingen die door de belastingdienst gezien worden
                            als gerichte vrijstelling of voor nihil waardering in aanmerking komen
                            moeten in eerste instantie wel aangewezen worden. In een later stadium
                            wordt dan (in de financiele administratie) aangegeven dat dit gerichte
                            vrijstellingen of nihil waarderingen betreft.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>en 9 Reiskosten woon-werk en zakelijke reiskosten</titel></kop><al>Voor wethouders is in artikel 9 een belastingvrije vergoeding voor het
                            woon-werkverkeer geregeld overeenkomstig de bepalingen bij en krachtens
                            het Rechtspositiebesluit wethouders en de Regeling rechtspositie
                            wethouders. </al><al>Op grond van artikel 10 worden zakelijke reiskosten, vergoed
                            overeenkomstig de bepalingen bij en krachtens het Rechtspositiebesluit
                            wethouders en de Regeling rechtspositie wethouders.</al><al>Bij gebruik van een eigen personenauto <vet>voor dienstreizen</vet>
                            ontvangen wethouders een bedrag van € 0,28 (0,37) per kilometer (zie
                            artikel 4, onderdeel b, en artikel 5a, onder 1, van de Regeling
                            rechtspositie wethouders). De hoogte van deze vergoeding is geënt op de
                            ‘hoge’ kilometervergoeding die geldt voor het rijkspersoneel op grond
                            van het Reisbesluit en Reisregeling binnenland. Op grond van artikel 5,
                            tweede lid, van de regeling wordt onder openbaar vervoer voor
                            dienstreizen wel verstaan een veerpont of een veerboot. Tol- en
                            parkeerkosten worden niet genoemd in de regeling en mogen daarom op
                            grond van artikel 44 lid 3 Gemeentewet niet vergoed worden. </al><al>Verblijfkosten zijn zakelijk gebruikte maaltijden en kosten voor
                            overnachting en geen parkeerkosten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Dienstauto</titel></kop><al>Als onderdeel van de bedrijfsvoering kan de gemeente een dienstauto met
                            of zonder chauffeur voor zakelijk gebruik beschikbaar stellen aan
                            wethouders. De dienstauto kan ook voor het woon-werkverkeer worden
                            gebruikt. In dat geval vindt wel een korting plaats op de tegemoetkoming
                            in de reiskosten woon-werk. De dienstauto kan ook worden gebruikt voor
                            de vervulling van een q.q.-nevenfunctie. De eventueel uit hoofde van die
                            nevenfunctie ontvangen vergoeding van reiskosten terzake wordt in dat
                            geval in de gemeentelijke kas gestort. De dienstauto is niet beschikbaar
                            voor privégebruik.</al><al>De kilometers voor ambtsgebonden nevenfuncties worden als zakelijk
                            aangemerkt. Ambtsgebonden nevenfuncties vloeien voort uit het ambt. Van
                            een ambtsgebonden nevenfunctie is in elk geval sprake als de ambtsdrager
                            zich er niet aan kan onttrekken en de functie moet worden beëindigd als
                            het ambt niet meer wordt uitgeoefend. Of met de nevenfunctie een
                            maatschappelijk of algemeen bestuurlijk belang is gediend, is fiscaal
                            bezien geen criterium voor het begrip ambtsgebonden nevenfunctie. Ook is
                            het fiscaal niet relevant of door provinciale staten c.q. de
                            gemeenteraad toestemming is gegeven voor het vervullen van de
                            nevenfunctie en het gebruik van de dienstauto voor dat doel.</al><al>Het gebruik van de dienstauto voor niet ambtsgebonden nevenfuncties
                            wordt als privégebruik aangemerkt. (Brief van de minister van
                            Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 22 maart 2007 aan de
                            Tweede Kamer, Tweede Kamerstuknummer 30 800 VII, nr. 42).</al><al>Bijwonen van bijvoorbeeld vergaderingen van de VNG behoort tot
                            ambtsgebonden activiteiten. Het gebruik voor overige nevenactiviteiten
                            die dus tot het privégebruik worden gerekend, is slechts tot 500 km per
                            jaar onbelast. Daarboven wordt het privégebruik aangemerkt als loon in
                            natura en is om die reden belast.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Communicatieapparatuur</titel></kop><al>Vergoedingen of verstrekkingen van een mobiele telefoon (dit zal de
                            meest gebruikte communicatieapparatuur zijn) zijn geheel onbelast als
                            het zakelijk gebruik meer dan 10% bedraagt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</titel></kop><al>Ook personen van buiten de gemeenteraad kunnen tot wethouder worden
                            benoemd. Dat kunnen ook personen zijn die niet in de gemeente zelf
                            wonen. Die zijn op grond van de Gemeentewet verplicht om te gaan wonen
                            in de gemeente waar zij wethouder zijn geworden. In artikel 17 is
                            geregeld dat zij bij verhuizing naar de gemeente in aanmerking komen
                            voor een verhuiskostenvergoeding en eventueel voor vergoeding van reis-
                            en pensionkosten in afwachting van de verhuizingvolgens de bepalingen in
                            artikel 1 en 2 van de Regeling Rechtspositie Wethouders. De vergoedingen
                            zijn onbelast.</al><al><vet>Artikelen 16 t/m 18 De procedure van declaratie</vet></al><al>In de verordening zijn de drie wijzen van betaling aangegeven. Ook is
                            aangegeven in welke gevallen welke betalingswijze aan de orde is en
                            welke procedurevoorschriften in achtgenomen moeten worden. Hierbij gaat
                            de voorkeur uit naar rechtstreeks facturering bij de gemeente, en daarna
                            declaratie van vooruitbetaalde kosten of gebruik van de gemeentelijk
                            creditcard, waarbij deze laatste twee afhankelijk zijn van de
                            situatie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>In artikel 21 is de overgangsbepaling opgenomen voor de gemeenten die in
                            2014 nog niet de werkkostenregeling hebben ingevoerd. Gemeenten die al
                            wel de werkkostenregeling hebben ingevoerd hoeven dit artikel niet op te
                            nemen in de verordening. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>