<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR37465_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de inrichting van de financiële organisatie, het financiële beheer en de uitgangspunten van het financiële beleid van de gemeente Noordoostpolder</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordoostpolder</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordoostpolder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2015, 31601</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Noordoostpolder</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit Begroting en verantwoording provincies en gemeenten</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-03-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>298967</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening gemeente Noordoostpolder</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Noordoostpolder,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van</al><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet en het Besluit begroting en
                        verantwoording provincies en gemeenten;</al><al>B E S L U I T:</al><al>vast te stellen: Verordening op de inrichting van de financiële organisatie,
                        het financiële beheer en de uitgangspunten van het financiële beleid van de
                        gemeente Noordoostpolder.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/></kop><artikel><kop><label>Artikel 1. Definities. </label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>dienst: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke
                                    organisatie die als zodanig een eigen rechtstreekse
                                    verantwoordelijkheid aan het college heeft. </al></li><li nr="b."><al>administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                    verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                                    besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van)
                                    de organisatie van de gemeente Noordoostpolder en ten behoeve
                                    van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. </al></li><li nr="c."><al>financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat
                                    omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen
                                    betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de
                                    organisatie van de gemeente Noordoostpolder, teneinde te komen
                                    tot een goed inzicht in: </al><lijst><li nr="1."><al>de financieel-economische positie; </al></li><li nr="2."><al>het financiële beheer; </al></li><li nr="3."><al>de uitvoering van de begroting; </al></li><li nr="4."><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden; </al></li><li nr="5."><al>alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                            daarover. </al></li></lijst></li><li nr="d."><al>administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische
                                    maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand
                                    houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke
                                    informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke
                                    leiding. </al></li><li nr="e."><al>financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht
                                    op het beheer van middelen en het uitoefenen rechten van de
                                    gemeente Noordoostpolder. </al></li><li nr="f."><al>rechtmatigheid: ontvangsten en bestedingen vinden plaats in
                                    overeenstemming met geldende wet- en regelgeving, waaronder
                                    gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en collegebesluiten.
                                </al></li><li nr="g."><al>doelmatigheid: het streven om binnen de gestelde kaders met een
                                    zo beperkt mogelijke inzet van beschikbare middelen het gewenste
                                    resultaat bereiken. </al></li><li nr="h."><al>doeltreffendheid: de mate waarin de gemeente erin slaagt met de
                                    geleverde prestaties de gestelde doelen of de beoogde
                                    maatschappelijke effecten te bereiken. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel 1. Begroting en verantwoording.</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2. Programmabegroting. </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt in ieder geval bij de aanvang van de nieuwe
                                raadsperiode een programma-indeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt per programma vast: </al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>de beoogde maatschappelijke effecten: wat willen we
                                                bereiken? </al></li><li nr="b."><al>de te leveren goederen en diensten: wat gaan we
                                                daarvoor doen? </al></li><li nr="c."><al>de baten en lasten: wat mag het kosten? </al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking tot
                                de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren goederen en
                                diensten. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid, vast. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
                                maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
                                doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad,
                                kunnen worden getoetst. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3. Producten. </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven van
                                welke producten uit de productraming onder welke programma’s horen.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderverdeling van de programma’s in de producten staat voor de
                                raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen.
                                Wijzigingen worden bij de begroting expliciet vermeld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4. Kaders begroting. </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt uiterlijk 1 juli van het begrotingsjaar een nota
                                aan over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie
                                opvolgende jaren. In deze nota worden de bevindingen betrokken uit
                                de rapportage van de begrotingsuitvoering bedoeld in artikel 7 en de
                                jaarstukken bedoeld in artikel 8. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt deze nota binnen drie maanden nadat de nota is
                                aangeboden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5. Uitvoering begroting. </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                                begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt ten aanzien van de productenraming er zorg voor
                                dat: </al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>de lasten en baten, door middel van
                                                kostentoerekening, eenduidig zijn toegewezen aan de
                                                producten van de productraming; </al></li><li nr="b."><al>de budgetten uit de productraming en kredieten voor
                                                investeringen passen binnen de kaders zoals
                                                geautoriseerd bij de vaststelling van de
                                                uiteenzetting van de financiële positie; </al></li><li nr="c."><al>de lasten van de producten niet dusdanig worden
                                                overschreden dat de realisatie van andere producten
                                                binnen hetzelfde programma onder druk komt. </al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de programma’s
                                zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting niet worden
                                overschreden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6. Interne controle. </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse interne
                                toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking, en de
                                rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het
                                college maatregelen tot herstel. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt ten minste elke vier jaar een nota aan inzake de
                                bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de gemeentelijke
                                regelingen. De raad stelt deze nota vast binnen drie maanden nadat
                                deze is aangeboden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van een
                                aantal bedrijfsonderdelen op juistheid, volledigheid en tijdigheid
                                van de bestuurlijke informatievoorziening, de rechtmatigheid van
                                beheershandelingen en op misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                                gemeentelijke regelingen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college zorgt op basis van de resultaten van de toets bedoeld in
                                het derde lid indien nodig voor een plan van verbetering. Het
                                college neemt op basis van het plan van verbetering maatregelen voor
                                herstel van de tekortkomingen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De resultaten van de toets en het plan van verbetering worden ter
                                kennisgeving aan de raad aangeboden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7. Tussentijdse rapportage en informatie. </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over
                                de eerste vier maanden en de eerste acht maanden van het lopende
                                boekjaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tussenrapportages worden aan de raad aangeboden op de volgende
                                tijdstippen: </al><lijst><li nr="a."><al>de viermaands rapportage vóór 1 juli van het lopende
                                        begrotingsjaar; </al></li><li nr="b."><al>de achtmaands rapportage vóór 1 december van het lopende
                                        begrotingsjaar; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                                programma-indeling van de begroting. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de lasten,
                                de geleverde goederen en diensten en indien daar aanleiding voor is
                                de maatschappelijke effecten. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas
                                een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen
                                en bedenkingen ter kennis van het college te brengen voorzover het
                                betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen
                                inzake: </al><lijst><li nr="a."><al>investeringen groter dan EUR 50.000,00; </al></li><li nr="b."><al>aankoop en verkoop van goederen en diensten groter dan EUR
                                        50.000,00; </al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties,
                                        indien:</al><al>- de gevolgen van de rechtshandeling niet of nauwelijks
                                        passen in het bestaande beleid.</al><al>- er ten aanzien van de gevolgen van de rechtshandeling
                                        sprake is van niet voorzienbare (financiële) risico’s </al><al>- de te verwachten maatschappelijke impact groot is. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit nadat
                                de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter
                                kennis van het college te brengen indien het college nieuwe
                                meerjarige verplichtingen aangaat waarvan de jaarlijkse lasten
                                groter zijn dan EUR 50.000,00. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8. Jaarstukken. </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                verantwoording van de diensten naar de productenrealisatie en naar
                                de programma verantwoording. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
                                programma’s. In de verantwoording geeft het college aan: </al><lijst><li nr="2."><lijst><li nr="a."><al>wat hebben we bereikt? </al></li><li nr="b."><al>wat hebben we ervoor gedaan? </al></li><li nr="c."><al>wat heeft het gekost? </al></li><li nr="d."><al>hoe verhouden zich de resultaten tot de in de
                                                begroting gestelde doelen? </al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of
                                de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar
                                bijstelling behoeven. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel 2. Financiële positie</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 9. Financiële positie. </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de raad
                                heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie en de
                                meerjarenramingen is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden bij de
                                uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de financiële positie de
                                investeringskredieten</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10. Waardering &amp; afschrijving vaste activa. </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een
                                (bijgestelde) nota Afschrijvingsbeleid aan</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nota dient ondermeer aan te geven welke investeringen worden
                                gerubriceerd onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut en
                                de afschrijvingsmethode en -vorm van de immateriele vaste activa met
                                economisch nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit
                                begroting en verantwoording provincies en gemeenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11. Voorziening voor oninbare vorderingen </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1.Voor openstaande vorderingen betreffende: </al><lijst><li nr="a."><al>onroerende zaakbelasting gebruikers; </al></li><li nr="b."><al>onroerende zaakbelasting eigenaren; </al></li><li nr="c."><al>precariobelasting; </al></li><li nr="d."><al>hondenbelasting; </al></li><li nr="e."><al>rioolrechten; </al></li><li nr="f."><al>en reinigingsrechten; </al></li></lijst><al>wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van
                                het historische percentage van oninbaarheid. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens
                                oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van
                                de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12. Reserves en voorzieningen. </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een
                                (bijgestelde) nota reserves en voorzieningen aan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nota behandelt in ieder geval: </al><lijst><li nr="1."><al>de vorming en besteding van reserves; </al></li><li nr="2."><al>de vorming en besteding voorzieningen; </al></li><li nr="3."><al>de toerekening en verwerking van rente over de reserves en
                                        de voorzieningen, in relatie tot de nota weerstandsvermogen
                                        bedoeld in artikel 17. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Jaarlijks komt in de in artikel 4 genoemde nota de totale
                                reservepositie, inclusief de voorzieningen en met inachtneming van
                                voornoemde nota reserves en voorzieningen, aan de orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13. Kostprijsberekening. </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten
                                van de gemeente Noordoostpolder wordt een systeem van
                                kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast
                                de directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken, die
                                rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan reserves
                                voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de
                                kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolrechten,
                                reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de compensabele BTW.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14. Financieringsfunctie. </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie
                                zorg voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                        uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
                                        door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te
                                        kunnen voeren; </al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                        financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en
                                        kredietrisico’s; </al></li><li nr="c."><al>het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen
                                        en het bereiken van een voldoende rendement op de
                                        uitzettingen; </al></li></lijst><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij
                                het beheren van de geldstromen en financiële posities.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de
                                richtlijnen, alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de
                                verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                zoals die zijn opgenomen in het door de raad vastgestelde
                                Financieringsstatuut gemeente Noordoostpolder, in acht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële
                                participaties anders dan genoemd in het tweede lid worden
                                uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het
                                uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan
                                van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt
                                het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in
                                zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van
                                middelen, verstrekkingen van garanties en financiële
                                participaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15. Registratie bezittingen, activa en vermogen. </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorgt voor een actuele en volledige registratie
                                van bezittingen. In de registratie worden ook opgenomen
                                niet-geactiveerde kunstvoorwerpen met cultuurhistorische waarde en
                                de niet- of netto-geactiveerde investeringen in de openbare ruimte.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en de
                                ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente
                                systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de
                                waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de
                                (debiteuren-)vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen en
                                de (crediteuren-)schulden jaarlijks worden gecontroleerd en
                                registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de vier
                                jaar. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het college
                                maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. De resultaten van de
                                controle en eventuele plannen van verbetering worden ter
                                kennisgeving aan de raad aangeboden. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel 3. Paragrafen.</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 16. Lokale heffingen. </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een
                                (bijgestelde) nota lokale heffingen aan. Deze nota behandelt in
                                ieder geval: </al><al>- de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen en
                                heffingen; </al><al>- de verdeling van de druk van de belastingen over de diverse
                                bevolkingsgroepen en belanghebbenden; </al><al>- de kostendekkendheid van de heffingen; </al><al>- de druk van de lokale belastingen en heffingen; </al><al>- het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nota bevat voorts een overzicht van de verordeningen met de
                                bijbehorende vaststellingsdata waarin tarieven, heffingen en prijzen
                                zijn vastgelegd. Het college draagt er zorg voor dat er een actueel
                                overzicht is van de tarieven, heffingen, prijzen en kosten per
                                verstrekte dienst. De raad stelt de nota vast binnen drie maanden
                                nadat de nota is aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het vaststellen van de hoogte van gemeentelijke tarieven,
                                heffingen en prijzen door de raad verstrekt het college aan de raad
                                per verordening de actueel geraamde hoeveelheden per door de
                                gemeente verstrekte dienst, waarover de tarieven, heffingen en
                                prijzen in rekening worden gebracht en per verordening het totaal
                                van de geraamde kosten van de erin genoemde door de gemeente
                                verstrekte diensten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                lokale heffingen verslag van: de opbrengsten per lokale heffing; het
                                volume en bedrag aan kwijtscheldingen; de kostendekkendheid van de
                                rioolrechten en de afvalstoffenheffing; de (ontwikkeling van de)
                                lokale lastendruk voor eenpersoonshuishoudingen,
                                meerpersoonshuishoudingen en bedrijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 17. Weerstandsvermogen en risicomanagement. </label></kop><lid><lidnr>1. </lidnr><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een
                                (bijgestelde) nota weerstandsvermogen en risicomanagement aan. In
                                deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement, het opvangen van
                                risico’s door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen
                                of anderszins. In de nota wordt tevens het gewenste
                                weerstandscapaciteit bepaald. De raad stelt de nota vast binnen drie
                                maanden nadat de nota is aangeboden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                begroting en van de jaarstukken de risico’s van materieel belang en
                                een inschatting van de kans dat deze risico’s zich voordoen. Het
                                college brengt hierbij in elk geval de risico’s in beeld en
                                actualiseert de risico’s genoemd in de nota bedoeld in het eerste
                                lid. Hierbij wordt speciale aandacht gegeven aan: </al><lijst><li nr="a."><al>een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; </al></li><li nr="b."><al>een inventarisatie van de risico’s; </al></li><li nr="c."><al>het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s
                                    </al></li><li nr="d."><al>tegenvallende rente-ontwikkelingen op de kapitaalmarkt;
                                    </al></li><li nr="e."><al>tegenvallende resultaten uit grondexploitatie; </al></li><li nr="f."><al>lopende en te verwachten claims van derden; </al></li><li nr="g."><al>nog niet getaxeerde kosten van (vermoedde)
                                        milieuverontreiniging; </al></li><li nr="h."><al>overschrijding openeinde regelingen en subsidies; </al></li><li nr="i."><al>dreigend faillissement van verbonden partijen; </al></li><li nr="j."><al>dreigend faillissement van derden bij wie borgstellingen,
                                        garanties, leningen of vorderingen uitstaan. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><al>Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                begroting en van de jaarstukken de weerstandscapaciteit en in
                                hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico’s van
                                materieel belang met de weerstandscapaciteit kunnen worden
                                opgevangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 18. Onderhoud kapitaalgoederen. </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een nota onderhoud
                                openbare ruimte aan. De nota geeft het kader weer voor de inrichting
                                van het onderhoud en het beoogde onderhoudsniveau voor het openbaar
                                groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair en eveneens de
                                normkostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag. De raad
                                stelt de nota vast binnen drie maanden nadat de nota is
                                aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een nota
                                rioleringsplan aan. De nota geeft het kader weer voor de inrichting
                                van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau en de uitbreiding
                                van de riolering alsmede de kwaliteit van het milieu en eveneens de
                                normkostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag. De raad
                                stelt de nota vast binnen <cursief>drie</cursief> maanden nadat de
                                nota is aangeboden</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college biedt eens in de vier jaar een nota onderhoud gebouwen
                                aan ter behandeling en vaststelling door de raad. De nota bevat de
                                voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten
                                aan de gemeentelijke gebouwen en eveneens de normkostensystematiek
                                en het meerjarig budgettair beslag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang van het
                                geplande onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan
                                openbaar groen, water, wegen, kunstwerken, straatmeubilair,
                                riolering, gebouwen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 19. Financiering. </label></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            financiering in ieder geval verslag van:</al><lijst><li nr="a."><al>de kasgeldlimiet; </al></li><li nr="b."><al>de renterisico norm; </al></li><li nr="c."><al>de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de
                                    komende drie jaar; </al></li><li nr="d."><al>de rentevisie en </al></li><li nr="e."><al>de rentekosten en rente-opbrengsten verbonden aan de
                                    financieringsfunctie. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 20. bedrijfsvoering</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota
                                bedrijfsvoering vast. De nota wordt ter kennisgeving aan de raad
                                gezonden. In de nota wordt speciale aandacht geschonken aan de
                                relatie tussen het gemeentelijk apparaat en de inwoners van de
                                gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de bedrijfsvoeringsparagraaf in de begroting wordt ingegaan op de
                                tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven. In de
                                bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag wordt gerapporteerd
                                over de bij de begroting bepaalde onderwerpen aangaande de
                                bedrijfsvoering alsmede over nieuwe ontwikkelingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de
                                begroting en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar
                                de doelmatigheid en doeltreffendheid, bedoeld in artikel 213a
                                Gemeentewet, en de uitputting van de bijbehorende budgetten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 21. Verbonden partijen. </label></kop><al>In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden
                            partijen in elk geval ingegaan op nieuwe verbonden partijen, het
                            beëindigen van bestaande verbonden partijen, het wijzigen van bestaande
                            verbonden partijen en eventuele problemen bij bestaande verbonden
                            partijen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 22. Grondbeleid. </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een (bijgestelde)
                                nota grondbeleid aan ter behandeling en vaststelling door de raad.
                                In deze nota wordt aandacht besteed aan: </al><lijst><li nr="a."><al>de relatie met de programma’s van de begroting; </al></li><li nr="b."><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                                        gemeente; </al></li><li nr="c."><al>aan te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;
                                    </al></li><li nr="d."><al>de voorraadverwerving en uitgifte van gronden; </al></li><li nr="e."><al>de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van
                                        erfpachtvergoedingen. </al></li></lijst><al>De raad stelt de nota vast binnen drie maanden nadat de nota is
                                ingediend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken wordt
                                ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid, met name de
                                belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals
                                verlies/winstverwachtingen, de verwerving van gronden e.d. en de
                                relaties van het grondbeleid met de programma’s. Bij de begroting en
                                de jaarstukken doet het college in de paragraaf grondbeleid verslag
                                van: </al><lijst><li nr="a."><al>een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie
                                        van de doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen
                                        in de begroting; </al></li><li nr="b."><al>een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het
                                        grondbeleid uitvoert; </al></li><li nr="c."><al>een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de
                                        totale grondexploitatie; </al></li><li nr="d."><al>een onderbouwing van de geraamde winstneming; </al></li><li nr="e."><al>de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken
                                        in relatie tot de risico’s van de grondzaken. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 23. Verstrekking subsidies. </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt tenminste eens in de vierjaar
                                een (bijgestelde) nota verstrekking gemeentelijke subsidies aan. De
                                nota bevat het kader voor de verstrekking van gemeentelijke
                                subsidies en een overzicht van de toegekende gemeentelijke
                                subsidies. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt de nota vast binnen drie maanden na aanbieding van de
                                nota door het college. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel 4. Financiële organisatie en administratie.</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 24. Administratie. </label></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor: </al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente als geheel en in de diensten; </al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                    voorraden, vorderingen en schulden, enzovoorts.; </al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het
                                    maken van kostencalculaties; </al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                    doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                    gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet-
                                    en regelgeving; </al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake
                                    geldende wet- en regelgeving; </al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 25. Financiële administratie. </label></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie
                                    voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording provincies
                                    en gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving; </al></li><li nr="b."><al>de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de
                                    provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen
                                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                    gemeenten. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 26. Financiële organisatie. </label></kop><al>Het college draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de diensten
                                </al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd; </al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten; </al></li><li nr="d."><al>de regels voor de opdrachtverlening en de verrekening van
                                    leveringen tussen de diensten van de gemeente; </al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de diensten over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen; </al></li><li nr="f."><al>de regels voor de verlening van décharge over het gevoerde
                                    beheer van de diensten. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 27. Aanbesteding en inkoop. </label></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van werken en diensten.
                            De regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de
                            regels terzake van de Europese Unie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 28. Subsidieverstrekking en steunverlening. </label></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels (protocol) voor de toekenning van steunverlening aan
                            ondernemingen en subsidies. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in
                            overeenstemming met de regels terzake van de Europese Unie en de
                            subsidieverordening van de gemeente Noordoostpolder.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel 5. Slotbepalingen.</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 29. inwerkingtreding</label></kop><al>Deze verordening treedt in werking per 1 december 2010.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Financiële verordening gemeente Noordoostpolder, vastgesteld op 23
                            oktober 2003 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 31. Citeertitel. </label></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                            verordening gemeente Noordoostpolder”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van 11 november 2010</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>