<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR374364_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Weesp</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Weesp</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">WeesperNieuws</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">bronvermelding</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">bronvermelding</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z.47340/D.23613  </overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Huisvestingsverordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2015</al><al>De raad van de gemeente Weesp;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 mei 2015;</al><al>gelet op de Huisvestingswet 2014;</al><al/><al>overwegende dat in de regio Gooi en Vechtstreek al sinds een groot aantal
                        jaren sprake is van schaarste zoals onderbouwd in de toelichting op deze
                        verordening;</al><al>na overleg met woningcorporaties en alle gemeenten in de regio;</al><al>Besluit:</al><al>1.Vastellen van de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2015</al><al>2. De verordening 1 dag na publicatie in werking te laten treden.</al><al>3. De voorgaande Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek op die datum in
                        te trekken.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>Brp: (Wet) basisregistratie personen;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>bijzondere maatschappelijke doelgroep: woningzoekende, die
                                ingezetene van de regio is en die vanwege huurschuld en/of ernstige
                                overlast ontruimd is en waarbij zelfstandig huurderschap vanwege de
                                overlast en of financiële problematiek (nog) niet mogelijk is;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>directe bemiddeling: beschikbaar stelling van een woning door direct
                                overleg tussen een daarvoor aangewezen medewerker (van het
                                urgentiebureau of de woningcorporaties) met de
                                woningcorporatie;</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>doorstromer: woningzoekende die een zelfstandige huur- of koopwoning
                                achterlaat in de regio;</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>economische binding: de situatie dat de woningzoekende met het oog
                                op de voorziening in het bestaan een redelijk belang heeft zich in
                                de woningmarktregio te vestigen. Hieronder wordt verstaan het
                                duurzaam (tenminste 19 uur per week) verrichten van arbeid binnen of
                                vanuit de woningmarktregio. Er moet eveneens sprake zijn van een
                                duurzame relatie tussen arbeid en betrokken gebied. Het duurzaam
                                volgen van een dagopleiding in de woningmarktregio wordt hiermee
                                gelijk gesteld;</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>gemeentebinding: economische of maatschappelijke binding conform
                                deze verordening aan uitsluitend de betreffende gemeente;</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>herhuisvestingsurgentie: urgentie die wordt toegekend omdat een
                                bestaande woning in de regio van een corporatie moet worden verlaten
                                door grootschalige renovatie of sloop;</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>huishouden: een alleenstaande die een huishouden voert, danwel twee
                                of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren,
                                danwel wenst te voeren resp. wensen te voeren;</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>huishoudinkomen: gezamenlijke verzamelinkomens als bedoeld in
                                Rijksregelingen;</al></lid><lid><lidnr>10</lidnr><al>huren onder voorwaarden: een (te sluiten) huurcontract met
                                bijzondere voorwaarden over gedrag, goed huurderschap en/of een
                                zorgcontract ten behoeve van een woningzoekende uit de bijzondere
                                maatschappelijke doelgroep waarbij het huurcontract in eerste
                                instantie op naam van een zorgaanbieder gesloten kan worden.</al></lid><lid><lidnr>11</lidnr><al>inkomen: conform rijksbeleid</al></lid><lid><lidnr>12</lidnr><al>inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een
                                woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen;</al></lid><lid><lidnr>13</lidnr><al>ingezetene: degene die, voorafgaand aan de urgentieaanvraag en/of
                                woningtoewijzing, gedurende tenminste één jaar onafgebroken in de
                                Brp van één van de gemeenten in de woningmarktregio is ingeschreven
                                en in die gemeente daadwerkelijk zijn/haar hoofdverblijf heeft
                                conform de wet Brp;</al></lid><lid><lidnr>14</lidnr><al>inschrijving: inschrijving als woningzoekende;</al></lid><lid><lidnr>15</lidnr><al>inschrijfsysteem: de door of namens B&amp;W bijgehouden registratie
                                van woningzoekenden;</al></lid><lid><lidnr>16</lidnr><al>kamer: elke afzonderlijke ruimte in een woning bestemd voor woon-
                                en/of slaapruimte;</al></lid><lid><lidnr>17</lidnr><al>loting: het gebruikmaken van een toevalsgenerator om de rangorde bij
                                woningtoewijzing te bepalen;</al></lid><lid><lidnr>18</lidnr><al>maatschappelijke binding: De situatie dat de woningzoekende een
                                redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang
                                heeft zich in de woningmarktregio te vestigen. Hieronder wordt in
                                deze verordening verstaan de ingezetene van de woningmarktregio in
                                de zin van deze verordening, de woningzoekende die gedurende de
                                voorafgaande tien jaar tenminste zes jaar onafgebroken ingezetene is
                                geweest van de woningmarktregio en de mantelzorger die conform de
                                definitie uit deze verordening, mantelzorg verleent aan een inwoner
                                van de woningmarktregio.</al></lid><lid><lidnr>19</lidnr><al>mantelzorg: intensieve, langdurige zorg of ondersteuning, die niet
                                in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een
                                hulpbehoevende in de woningmarktregio, ten behoeve van
                                zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een
                                tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp
                                van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met
                                een verklaring van een door de gemeente aangewezen sociaal-medisch
                                adviseur kan worden aangetoond;</al></lid><lid><lidnr>20</lidnr><al>onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte
                                bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet
                                door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij
                                afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die
                                woonruimte;</al></lid><lid><lidnr>21</lidnr><al>oude waarde: voor doorstromers: de woonduur van de woningzoekende in
                                de huidige huur- of koopwoning in de regio tot 29 september
                                2011,</al><al>Voor starters en woningzoekenden van buiten de regio: de
                                inschrijfduur van de woningzoekende tot 29 september 2011.</al></lid><lid><lidnr>22</lidnr><al>pfho: portefeuillehoudersoverleg Sociaal Domein van de regio Gooi en
                                Vechtstreek;</al></lid><lid><lidnr>23</lidnr><al>postcodegroep: een verzameling adressen met een identieke door Post
                                NL toegekende postcode;</al></lid><lid><lidnr>24</lidnr><al>regionale urgentiecommissie: de commissie als bedoeld in artikel 1
                                onder g van het Reglement Regionale Urgentiecommissie Gooi en
                                Vechtstreek 2015;</al></lid><lid><lidnr>25</lidnr><al>regionaal medisch deskundige: een door burgemeester en wethouders
                                aangewezen medisch adviseur;</al></lid><lid><lidnr>26</lidnr><al>starter: woningzoekende ingezetene van de regio die geen
                                zelfstandige huur- of koopwoning achterlaat;</al></lid><lid><lidnr>27</lidnr><al>tweede kans: het aan een huurder van een toegelaten instelling, die
                                met uitzetting wordt bedreigd vanwege omstandigheden in de
                                persoonlijke sfeer van die huurder, bieden van een tweede (meestal
                                laatste) mogelijkheid zich als een goed huurder te gedragen in de
                                huidige woning of een andere woning van dezelfde (of een andere
                                samenwerkende) woningbouwvereniging. Hierbij is verplichte
                                begeleiding een voorwaarde voor de huurder om de problematiek die
                                tot uitzetting van de huurder zou leiden op te lossen of sterk te
                                verminderen</al></lid><lid><lidnr>28</lidnr><al>urgentie: een door burgemeester en wethouders toegekende voorrang op
                                andere woningzoekenden;</al></lid><lid><lidnr>29</lidnr><al>vergunninghouder: (statushouder) persoon van wie de asielaanvraag
                                uitmondt in een geldige status tot verblijf (verblijfsvergunning) in
                                Nederland en voor wie als gevolg daarvan dezelfde rechten en
                                plichten gelden als voor Nederlanders;</al></lid><lid><lidnr>30</lidnr><al>vestiger: woningzoekende van buiten de woningmarktregio;</al></lid><lid><lidnr>31</lidnr><al>wet: Huisvestingswet 2014;</al></lid><lid><lidnr>32</lidnr><al>woning: woning als gedefinieerd in artikel 7:234 BW welke een eigen
                                toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij
                                afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de
                                woning;</al></lid><lid><lidnr>33</lidnr><al>woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70
                                van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in woningmarktregio;</al></lid><lid><lidnr>34</lidnr><al>woningmarktregio: het grondgebied van de gemeenten Blaricum, Bussum,
                                Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp en Wijdemeren;</al></lid><lid><lidnr>35</lidnr><al>woningzoekende: huishouden dat in het inschrijfsysteem is
                                ingeschreven;</al></lid><lid><lidnr>36</lidnr><al>woonduur: de tijd dat de woningzoekende feitelijk als huurder of
                                koper zijn hoofdverblijf op het huidige adres in de regio heeft
                                conform de wet BRP</al></lid><lid><lidnr>37</lidnr><al>zelfstandige woonruimte: de woning conform Burgerlijk Wetboek 7
                                artikel 234,</al></lid><lid><lidnr>38</lidnr><al>zoekwaarde: waarde waarmee sinds 29 september 2011 de rangorde van
                                woningzoekenden bij de woningtoewijzing wordt bepaald;</al></lid><lid><lidnr>39</lidnr><al>zorgcontract: een door een gemeente gecontracteerde instelling of
                                door een gemeentelijke Wmo medewerker opgesteld plan voor zorg of
                                behandeling van een persoon uit de bijzondere maatschappelijke
                                doelgroep ten behoeve van huisvesting voor die persoon, geaccordeerd
                                door zowel de gecontacteerde instelling als de gemeentelijke Wmo
                                medewerker en de persoon uit de bijzondere maatschappelijke
                                doelstelling;</al></lid><lid><lidnr>40</lidnr><al>zorgindicatie: vaststelling van de behoefte voor langdurige
                                persoonlijke zorg en/of begeleiding in een zelfstandige woning door
                                de wijkverpleging, op basis van de Wet maatschappelijke
                                ondersteuning of de Wet langdurige zorg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Berekening Zoekwaarde</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor woningzoekenden die al vóór 29 september 2011 als huurder of
                                eigenaar een zelfstandige huur- of koopwoning bewoonden in de regio
                                en deze ná 29 september 2011 zullen achterlaten bij het betrekken
                                van een sociale huurwoning van de corporaties in de regio geldt de
                                navolgende zoekwaarde:</al><al>a. bij inschrijving als woningzoekende vóór 29 september 2011: 100%
                                van de oude waarde vermeerderd met de inschrijfduur vanaf 29
                                september 2011.</al><al> b. bij inschrijving als woningzoekende ná 29 september 2011: 100%
                                van de oude waarde vermeerderd met de actuele inschrijfduur van na
                                29 september 2011.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor woningzoekenden die na 1 januari 2011 zijn uitgeschreven als
                                woningzoekende vanwege de acceptatie van een sociale huurwoning van
                                de corporaties in de regio geldt bij nieuwe inschrijving als
                                woningzoekende: 75% van de zoekwaarde die nodig was om de laatste
                                sociale huurwoning te verkrijgen vermeerderd met de duur van die
                                nieuwe inschrijving.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voor woningzoekende starters of vestigers van buiten de regio die al
                                vóór 29 september 2011 ingeschreven stonden als woningzoekende en
                                niet als huurder of eigenaar een zelfstandige woning in de regio
                                achterlaten geldt: de oude waarde tot 29 september vermeerderd met
                                de inschrijfduur vanaf 29 september 2011.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Bij echtscheiding of verbreken van een relatie na 29 september 2011
                                geldt:</al><al>a. de laatst in de woning achterblijvende woningzoekende krijgt de
                                eventuele extra zoekwaarde als bepaald in lid 1 en 2, vermeerderd
                                met de eigen inschrijfduur als woningzoekende als hoofdaanvrager
                                respectievelijk partner.</al><al> b. Voor de woningzoekende die de woning als eerste gaat verlaten of
                                al verlaten heeft geldt: de eigen inschrijfduur als hoofdaanvrager
                                respectievelijk partner.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Voor alle overige woningzoekenden geldt de navolgende zoekwaarde: de
                                duur van de actuele inschrijving.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Inschrijfsysteem van woningzoekenden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders houden een uniform inschrijfsysteem van
                                woningzoekenden bij.</al><al> Zij stellen regels op over de wijze van inschrijving, registratie
                                van gegevens, opschorting en einde van de inschrijving.</al><al> De woningzoekende ontvangt een digitaal bewijs van
                                inschrijving.</al><al>1. Inschrijvingen die in een andere gemeente binnen de regio zijn
                                gedaan hebben gelijke gelding als inschrijvingen bij burgemeester en
                                wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Bekendmaking aanbod van woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het aanbod van de in artikel 4.1 aangewezen woonruimte wordt
                                bekendgemaakt door publicatie via een (regionaal) digitaal
                                platform.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ook andere woonruimte kan via dit platform worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De bekendmaking bevat in ieder geval:</al><al>a. het adres en de huurprijs van de woonruimte met vermelding van
                                woningtype, aantal kamers en ligging, en</al><al> b. de mededeling dat de woonruimte niet voor bewoning in gebruik
                                genomen mag worden als daarvoor geen huisvestingsvergunning is
                                verleend, en</al><al> c. indien van toepassing, de criteria en voorrangsregels voor het
                                verlenen van de benodigde huisvestingsvergunning, en</al><al> d. de op grond van artikel 26 lid 2 van de wet bepaalde huurprijs
                                van de woning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Woonruimte van een bepaalde aard, grootte of prijs</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Woonruimte kan door burgemeester en wethouders worden aangemerkt
                                als:</al><al>a. woonruimte in specifieke ouderen- of jongerencomplexen;</al><al> b. woonruimte die toegankelijk is voor mensen met een beperking
                                en/of een zorgindicatie;</al><al> c. woonruimte in een complex met een zorginfrastructuur;</al><al> d. woonruimte waarbij ten behoeve van de huurders collectieve zorg
                                wordt ingekocht;</al><al> e. nieuwbouwwoningen die voor het eerst worden toegewezen.</al><al> f. Woonruimte in de gemeenten Blaricum, Laren, Muiden en Wijdemeren
                                waarvoor gemeentebinding een voorwaarde is, met een maximum van 25%
                                van de jaarlijks beschikbaar komende woonruimte in de betreffende
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden formuleren waaraan een
                                woningzoekende moet voldoen om in aanmerking te komen voor deze
                                woonruimte.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Urgentie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kennen voor de in artikel 4.1 aangewezen
                                woonruimte urgentie toe aan woningzoekenden die voldoen aan artikel
                                12 lid 3 van de wet:</al><al>a. woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke
                                opvang van personen die in verband met problemen van relationele
                                aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten;</al><al> b. woningzoekenden met maatschappelijke binding die mantelzorg
                                ontvangen of verlenen, of,</al><al> c. vergunninghouders (statushouders) als bedoeld in artikel 28 van
                                de wet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kennen voor de in artikel 4.1 aangewezen
                                woonruimte urgentie toe aan woningzoekenden die voldoen aan:</al><al>a. de criteria voor de verlening van een huisvestingsvergunning uit
                                artikel 4.4, met uitzondering van het criterium over de rangorde,
                                en,</al><al> b. de randvoorwaarden uit artikel 2.2, en,</al><al> c. één of meer van de criteria van artikel 2.3.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kennen voor de in artikel 4.1 aangewezen
                                woonruimte herhuis-vestingsurgentie toe indien er een concreet plan
                                voor sloop of renovatie van de bestaande woning voorligt dat noopt
                                tot vertrek uit die woning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Randvoorwaarden voor urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor de toekenning van urgentie gelden de navolgende
                                randvoorwaarden:</al><al>Er dient sprake te zijn van een noodsituatie die vergt dat er direct
                                of uiterlijk binnen drie maanden een woning beschikbaar komt ter
                                voorkoming van ernstige schade voor het welzijn van de
                                woningzoekende, waarbij die schade het rechtstreeks gevolg is van de
                                bestaande woonsituatie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De woningzoekende dient aan te tonen dat hij getracht heeft het
                                probleem zelf op te lossen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 2.1 lid 2 dient de woningzoekende
                                die geen ingezetene is van de regio, maar wel een maatschappelijke
                                of economische binding heeft, aan te tonen dat het woonprobleem
                                uitsluitend in deze woningmarktregio opgelost kan worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Criteria voor urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor de toekenning van urgentie moet de woningzoekende en/of een lid
                                van zijn gezin aan één of meer van navolgende criteria voldoen:</al><al>1. Medische gronden: medische problemen waarop de huidige
                                woonsituatie een zeer ernstige negatieve invloed heeft terwijl die
                                problemen redelijkerwijs niet oplosbaar zijn binnen de huidige
                                woonsituatie. De regionaal medisch deskundige en de regionale
                                urgentiecommissie brengen advies uit.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Dakloosheid ten gevolge van calamiteiten: de huidige woning is
                                blijvend onbewoonbaar en de woningzoekende kan niet zelf in andere
                                woonruimte voorzien.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Dakloosheid van een ouder met minderjarig(e) kind(eren):</al><al>a. de ouder kan na een scheiding of na beëindiging van een opname in
                                een psychiatrische inrichting niet over woonruimte beschikken voor
                                zichzelf en één of meer minderjarige kinderen, en,</al><al> b. de andere ouder kan de kinderen redelijkerwijs niet huisvesten,
                                en,</al><al> c. wanneer sprake is van een (voormalige) echtelijke woning toont
                                de aanvrager aan dat niet van hem gevergd kan worden dat hij de
                                woning opeist.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Financiële ontwrichting: onvoorziene en niet aan de aanvrager te
                                verwijten financiële problemen waardoor de huidige woonlasten niet
                                meer kunnen worden opgebracht. De aanvrager dient aan te tonen dat
                                er geen andere oplossingen zijn.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Geweld: geweld of reële bedreiging met geweld die maakt dat de
                                aanvrager redelijkerwijs niet meer in de huidige woning kan blijven.
                                De aanvrager dient aan te tonen dat er geen (tijdelijk) onderdak te
                                verkrijgen is. Het geweld of de bedreiging moet aangetoond kunnen
                                worden, bijvoorbeeld door een rapport van de politie,</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Langdurige inwoning van een ouder met minderjarig(e) kind(eren) bij
                                familie, vrienden of kennissen in de woningmarktregio: de inwoning
                                heeft tenminste twee jaar geduurd en de aanvrager toont aan dat in
                                een periode van twee jaar voorafgaand aan de urgentieaanvraag in
                                voldoende mate is gereageerd op passende woningaanbiedingen in de
                                regio.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Sociale indicatie: zeer ernstige sociale problemen die een directe
                                relatie hebben met de woonsituatie waarbij die problemen tot gevolg
                                hebben dat de aanvrager en/of zijn gezin niet langer zelfstandig
                                kunnen functioneren als gezin of in de maatschappij.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Urgentie onder voorwaarde van een zorgcontract</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen met inachtneming van artikel 2.1
                                lid 2 onder a en b een urgentie toekennen aan een woningzoekende uit
                                de bijzondere maatschappelijke doelgroep onder de voorwaarde van een
                                zorgcontract.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de aanvraag wordt een door aanvrager, zorginstantie en gemeente
                                ondertekend zorgcontract ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Deze urgentie wordt alleen verleend met directe bemiddeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Aanvraag, behandeling en verlening urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Urgentie wordt schriftelijk aangevraagd bij burgemeester en
                                wethouders van de woonplaats. Woningzoekenden van buiten de regio
                                vragen naar keuze urgentie bij burgemeester en wethouders van een
                                regiogemeente.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen een aanvraagformulier vast en
                                bepalen welke gegevens bij de aanvraag moeten worden
                                overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een aanvraag wordt niet in behandeling genomen zolang de
                                behandelkosten niet zijn voldaan.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Burgemeester en wethouders winnen advies in van de regionale
                                urgentiecommissie.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag binnen acht
                                weken na ontvangst.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Burgemeester en wethouders besluiten alleen tot toekenning van een
                                urgentie als naar hun oordeel voldaan is aan de artikelen 2.1 tot en
                                met 2.4.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beoordelen de aanvraag op basis van de
                                individuele situatie van de aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de eigen verantwoordelijkheid van
                                de aanvrager voor het ontstaan van de problematische woonsituatie
                                meewegen in de besluitvorming.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de urgentie beperken tot een
                                bepaald woningtype.</al></lid><lid><lidnr>10</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de urgentie beperken tot een
                                bepaald gedeelte van de regio.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Gelding urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Urgenties die in een andere gemeente binnen de regio zijn verleend
                                hebben gelijke gelding als een door burgemeester en wethouders
                                verleende urgentie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een urgentie geldt tot drie maanden na de datum van verzending.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Inhoud urgentiebeschikking</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het besluit tot toekenning van de urgentie vermeldt in ieder
                                geval:</al><al>a. de naam en adresgegevens van de woningzoekende;</al><al> b. de datum van de aanvraag;</al><al> c. de voorwaarden die aan de urgentie zijn verbonden;</al><al> d. de verzenddatum en de daaraan verbonden geldigheidstermijn;</al><al> e. het registratienummer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Verlenging van de gelding van de urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvraag tot verlenging van de geldingstermijn van een urgentie
                                wordt vóór afloop van die termijn schriftelijk ingediend bij het
                                college van burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders winnen advies in van de regionale
                                urgentiecommissie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De geldingstermijn van de urgentie wordt alleen verlengd als de
                                woningzoekende naar het oordeel van burgemeester en wethouders:</al><al>a. in voldoende mate heeft gereageerd op beschikbare passende
                                woningen, en,</al><al> b. de woningzoekende geen aangeboden woning(en) ongegrond heeft
                                geweigerd, of,</al><al> c. er binnen de geldingstermijn geen aanbod is geweest van passende
                                woningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Intrekking van de urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de urgentie in ieder geval
                                intrekken als:</al><al>a. niet meer wordt voldaan aan de artikelen 2.1 tot en met 2.4;</al><al> b. de aanvrager daarom verzoekt;</al><al> c. de aanvrager een aangeboden woning ongegrond heeft
                                geweigerd;</al><al> d. de urgentie is toegekend op basis van gegevens waarvan de
                                aanvrager wist of kon weten dat deze onjuist of onvolledig
                                waren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voordat zij een besluit nemen winnen burgemeester en wethouders
                                advies in van de regionale urgentiecommissie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Tweede kans</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Gevolgen tweede kans</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen besluiten om een (potentieel)
                                woningzoekende voor drie jaar uit te sluiten van een
                                huisvestingsvergunning als het een bewoner van een woning van de
                                toegelaten instellingen in de woningmarktregio betreft die door
                                slecht huurderschap met huisuitzetting wordt bedreigd en een tweede
                                kans als gedefinieerd in art. 1. 27 krijgt aangeboden, indien:</al><al>a. de bewoner de tweede kans weigert.</al><al> b. de bewoner de tweede kans aanneemt, maar ook in deze woning
                                huisuitzetting dreigt of is uitgevoerd door slecht
                                huurderschap.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>De huisvestingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden om in de woonmarktregio woonruimte in eigendom een
                                toegelaten instelling met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens
                                als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de
                                huurtoeslag voor bewoning in gebruik te nemen of te geven zonder dat
                                daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</al><al>a. woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en
                                met c, van de Leegstandwet;</al><al> b. onzelfstandige woonruimten;</al><al> c. woonruimte voor inwoning;</al><al> d. bedrijfswoningen;</al><al> e. woonschepen en ligplaatsen voor woonschepen;</al><al> f. woonwagens en standplaatsen voor woonwagens;</al><al> g. woongroepen;</al><al> h. zorgwoningen met gekoppeld zorgcontract;</al><al> i. 2% van het jaarlijkse aanbod van woningen als bedoeld in lid
                                1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Rangorde woningzoekenden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De rangorde om in aanmerking te komen voor de huisvestingsvergunning
                                wordt als volgt bepaald:</al><al>Voor op grond van artikel 4.1 aangewezen woningen:</al><al>a. primair de woningzoekende met een urgentie passend bij woningtype
                                en locatie.</al><al> b. secundair de woningzoekende die een gemeentebinding heeft als
                                bedoeld in 1.5 onder f, met de hoogste zoekwaarde zoals bepaald in
                                artikel 1.2 binnen deze groep woningzoekenden voor die gemeente,
                                mits de woning wordt aangeboden met de specificatie
                                “gemeentebinding”.</al><al> c. tertiair de woningzoekende die ingezetene van de regio is of een
                                maatschappelijke of economische binding heeft met de regio, met de
                                hoogste zoekwaarde zoals bepaalt in artikel 1.2 binnen deze groep
                                woningzoekenden.</al><al> d. quartair de woningzoekende die geen ingezetene is van de regio
                                en geen maatschappelijke of economische binding heeft met de regio,
                                met de hoogste zoekwaarde zoals bepaalt in artikel 1.2 binnen deze
                                groep woningzoekenden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Als op grond van lid 1 onder a meerdere urgente woningzoekenden in
                                aanmerking komen:</al><al>a. primair woningzoekenden met een urgentie op grond van artikel 2.1
                                lid 1 en 2.</al><al> b. secundair woningzoekenden met een herhuisvestingsurgentie op
                                grond van artikel 2.1 lid 3.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van lid 2 komen woningzoekenden met een
                                herhuisvestingsurgentie als eerste in aanmerking als sprake is van
                                terugkeer naar de buurt waar de sloop of renovatie heeft
                                plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Als op grond van lid 2 of 3 meerdere urgente woningzoekenden van
                                dezelfde categorie in aanmerking komen: De woningzoekende met de
                                oudste urgentie.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Als er in geval van lid 4 meerdere woningzoekenden zijn met een even
                                oude urgentie: De woningzoekende met de hoogste zoekwaarde.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Voor op grond van artikel 4.1 aangewezen woningen, tevens zijnde
                                woonruimte aangeduid als van een bepaalde aard, grootte of prijs als
                                bedoeld in artikel 1.5 geldt in aanvulling op de leden 1 tot en met
                                5 van artikel 4.2:</al><al>a. woonruimte in een jongerencomplex kan met voorrang aangeboden
                                worden aan woningzoekenden tot 23 jaar;</al><al> b. woonruimte in een ouderencomplex kan met voorrang aangeboden
                                worden aan woningzoekenden vanaf 55 jaar of 65 jaar en ouder;</al><al> c. woonruimte met zorg als bedoeld in artikel 1.5 lid 1 onder b, c
                                en d worden met voorrang aangeboden aan woningzoekenden met een
                                bijpassende zorgindicatie;</al><al> d. voor de eerste toewijzing van nieuwbouwwoningen komen
                                woningzoekenden in aanmerking op grond van nader door burgemeester
                                en wethouders te bepalen criteria. Zij vragen advies bij de
                                verhurende corporatie.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Als de woningzoekende de woning weigert vervalt zijn rangorde voor
                                deze specifieke woning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Aanvraag huisvestingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Degene die de hoogste rangorde heeft op grond van artikel 4.2, 5.1
                                of 5.2 vraagt van rechtswege een huisvestingsvergunning aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Criteria voor verlening huisvestingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet,
                                komen woningzoekenden voor een huisvestigingsvergunning in
                                aanmerking als zij:</al><al>a. de Nederlandse nationaliteit bezitten of op grond van een
                                wettelijke bepaling als Nederlander worden behandeld of vreemdeling
                                zijn en rechtmatig verblijf in Nederland hebben als bedoeld in
                                artikel 8, onderdelen a tot en met e en l van de Vreemdelingenwet
                                2000 en,</al><al> b. meerderjarig zijn, en,</al><al> c. een gezamenlijk inkomen hebben dat lager is dan de regionale
                                toewijzingsgrens voor sociale huurwoningen ( prijspeil 2015:
                                €44.658,-).</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De huisvestingsvergunning wordt verleend aan de woningzoekende met
                                de hoogste rangorde bepaald op grond van artikel 4.2 respectievelijk
                                5.1 of 5.2.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Vruchteloos aanbieden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van artikel 4.4 lid 3 kunnen burgemeester en wethouders
                                de huisvestingsvergunning verlenen aan een woningzoekende die niet
                                de hoogste rangorde heeft als de woning gedurende vier weken
                                vruchteloos is aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De in lid 1 bedoelde termijn van vier weken gaat lopen op de dag van
                                eerste publicatie van de aanbieding van de woning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Inhoud huisvestingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval:</al><al>a. een aanduiding van de woonruimte waarop de vergunning betrekking
                                heeft;</al><al> b. aan wie de vergunning is verleend;</al><al> c. het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt;</al><al> d. de voorwaarde dat de vergunninghouder de woonruimte enkel binnen
                                de in de vergunning genoemde termijn in gebruik kan nemen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Woningverdeling door loting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Spoedzoekregeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van artikel 4.2 kunnen maximaal 10% van de toe te
                                wijzen woningen per kalenderjaar aangeboden worden aan
                                woningzoekenden die met spoed een woning zoeken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In dat geval geldt het navolgende:</al><al>a. de woningzoekende schrijft zich apart in voor de
                                spoedzoekregeling;</al><al> b. registratie en deelname vinden per maand plaats;</al><al> c. de rangorde wordt bepaald door loting;</al><al> d. het aanbod aan woningen is niet inzichtelijk voor de
                                woningzoekenden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bepalen de passendheid van de woning, met
                                dien verstande dat het aantal kamers het aantal bewoners met ten
                                hoogste één mag overtreffen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Bij weigering van een aangeboden woning wordt de woningzoekende voor
                                twee jaar uitgesloten van de spoedzoekregeling.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Als de woningzoekende de woning weigert vervalt zijn rangorde voor
                                deze specifieke woning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Loting voor jongeren</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van artikel 4.2 kunnen woningen verloot worden onder
                                jongeren tot en met 25 jaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het maximaal aantal te verloten woningen per kalenderjaar is
                                regionaal 350.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het bruto woonoppervlak van de te verloten woningen is maximaal 55
                                vierkante meter.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Als de woningzoekende de woning weigert vervalt zijn rangorde voor
                                deze specifieke woning.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Experimenten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij wijze van experiment kunnen burgemeester en wethouders besluiten
                                om maximaal 10% van de per kalenderjaar toe te wijzen woningen te
                                verdelen op grond van regels die afwijken van deze</al><al> verordening. Burgemeester en wethouders besluiten na consultatie
                                van het portefeuillehoudersoverleg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de rangorde indien
                                strikte toepassing van de regels zou leiden tot niet
                                gerechtvaardigde hardheid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de regels voor
                                urgentie indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot niet
                                gerechtvaardigde hardheid.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Afwijkingsbesluiten op grond van dit artikel worden ter kennis van
                                het portefeuillehoudersoverleg gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Intrekking oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De (citeertitel oude verordening) wordt ingetrokken per 1 juli
                                2015.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Verleende urgenties behouden hun gelding onder de nieuwe
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Op aanvragen voor urgentie die zijn ingediend vóór 1 juli 2015
                                blijft de Huisvestingsverordening Gooi- en Vechtstreek 2011 van
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel>In werking treding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking 1 dag na publicatie en vervalt op
                                30 juni 2019.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Huisvestingsverordening
                                Gooi- en Vechtstreek 2015”.</al><al/></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 1 juli
                        2015</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2015</titel></kop><al>HOOFDSTUK 1.1 Begripsbepalingen.</al><al>Artikel 1.1.2 bijzondere maatschappelijke doelgroep,</al><al>Artikel 1.1.3 directe bemiddeling,</al><al>Artikel 1.1.10 huren onder voorwaarden en</al><al>Artikel 1.1.39 zorgcontract.</al><al>Via directe bemiddeling krijgen woningzoekenden uit de bijzondere
                    maatschappelijke doelgroep die geen woonruimte meer hebben en vanwege slecht
                    huurderschap geen huurcontract meer kunnen krijgen bij de woningcorporaties, de
                    kans om te wonen. Deze woningzoekenden zoeken niet zelf een woning in WoningNet,
                    maar worden door een aangewezen medewerker rechtstreeks bij de woningcorporaties
                    bemiddeld voor een passende woning. Voorwaarde voor deze directe bemiddeling is
                    een (tripartite) zorgcontract waarin tenminste het opnieuw ontstaan van
                    overlast- en/of financiële problematiek en/of de schuldafbetaling voldoende zijn
                    afgedekt voor de woningcorporaties. Daarnaast moet het zorgcontract
                    evaluatiemomenten bevatten en de consequenties aangeven als de woningzoekende
                    zich niet houdt aan de afspraken uit het zorgcontract., In dat geval moet de
                    betreffende woningzoekende de woning weer verlaten. Het huurcontract van de
                    woning wordt daarom eerst gedurende een tot twee jaar afgesloten op naam van de
                    betrokken zorginstantie. Als de woningzoekende heeft aangetoond dat hij/zij zelf
                    in staat is tot goed huurderschap, wordt het huurcontract aan het einde van de
                    afgesproken periode op naam van de betrokken woningzoekende gesteld.</al><al>Het zorgcontract moet voor akkoord worden ondertekend door zowel de
                    woningzoekende als de betrokken gemeente (Wmo) en zorgverlenende instantie.</al><al>Artikel 1.1.5 economische binding.</al><al>Uitzendkrachten zijn economisch gebonden aan het gebied van waaruit hun
                    uitzendorganisatie opereert. Als die uitzendorganisatie niet in een
                    regiogemeente is gevestigd, is er geen sprake van een economische binding, ook
                    niet als de uitzendkracht tijdelijk in een regiogemeente werkt. Er is in dat
                    geval geen sprake van een duurzame relatie tussen arbeid en betrokken
                    gebied.</al><al>Artikel 1.1.9 huishoudinkomen.</al><al>Het gezamenlijk verzamelinkomen als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet
                    inkomstenbelasting 2001 van de bewoners van een woongelegenheid, met
                    uitzondering van kinderen in de zin van artikel 4 van de Algemene wet
                    inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat in het eerste lid van
                    dat artikel voor ‘belanghebbende’ telkens wordt gelezen: ‘huurder’.</al><al>Artikel 1.1.14 ingezetene.</al><al>Ook de ingezetenen conform de definitie van deze verordening zijn
                    woningzoekenden met een maatschappelijke binding. Op grond van urgentieregeling
                    (artikel 2.2) worden binnen de groep maatschappelijk gebondenen, ingezetenen van
                    niet-ingezetenen onderscheiden. Voor niet-ingezetenen van de woningmarkt regio
                    is voor het verkrijgen van urgentie een aanvullende voorwaarde van toepassing. </al><al>Artikel 1.1.18 maatschappelijke binding.</al><al>Woningzoekenden met een maatschappelijke binding zijn de woningzoekenden die in
                    het verleden ingezetenen waren van regiogemeenten regio, maar de regio hebben
                    verlaten en elders hun hoofdverblijf hebben gevonden. Onder maatschappelijke
                    binding vallen die woningzoekenden die van de laatste tien jaar, tenminste zes
                    jaar in een regiogemeente hebben gewoond (of in meerdere gemeenten in de regio
                    opgeteld zes jaar) en de woningzoekenden die conform definitie 1.19 mantelzorg
                    aan een inwoner van de regio verlenen. Dat ingezetenen in de regio uiteraard een
                    maatschappelijke binding hebben met de regio is hier niet van belang; zij
                    behoren tot de categorie ingezetenen.</al><al>Artikel 1.1.19 mantelzorg.</al><al>Bij twijfel of er sprake is van mantelzorg zoals gedefinieerd, kunnen
                    burgemeester en wethouders een verklaring van een door hen aangewezen
                    onafhankelijk medisch adviseur vragen.</al><al>Artikel 1.1.27 Tweede kans en</al><al>Artikel 3.1 gevolgen Tweede kans.</al><al>De huurders van de woningcorporaties in de regio die een ontruimingsvonnis
                    hebben gekregen kunnen onder voorwaarden voor een Tweede en laatste kans in
                    aanmerking komen in de huidige of een andere woning. Als de betrokken huurders
                    zich niet aan de voorwaarden van de Tweede kans houden, of zich er aan
                    onttrekken, worden zij alsnog ontruimd. Omdat deze Tweede kans ook echt als een
                    laatste kans ingezet wordt, kunnen burgemeester en wethouders besluiten dat de
                    consequentie voor de huurder bij ontruiming is dat die huurder/potentieel
                    woningzoekende voor een periode van drie jaar niet meer in aanmerking komt voor
                    een huisvestingsvergunning.</al><al>Artikel 1.1.35 woningzoekende.</al><al>Economische gebondenen en maatschappelijk gebondenen conform de definities uit
                    deze verordening en overige woningzoekenden die zich in de regio vestigen, zich
                    laten inschrijven in de Bpr van een regiogemeente en in deze gemeente het
                    hoofdverblijf hebben, worden na een periode van één jaar aangemerkt als
                    ingezetenen van de regio in de zin van de deze verordening. Voorwaarde is dat
                    uit de Bpr blijkt dat de woningzoekenden gedurende een periode van één jaar
                    voorafgaande aan de urgentieaanvraag of woningtoewijzing geregistreerd zijn als
                    inwoner van een regiogemeente (of meerdere regiogemeenten bij elkaar opgeteld).
                    Het hebben van een zogenoemd ‘post- of briefadres’ in een regiogemeente telt
                    niet mee.</al><al>Artikel 1.1.38 zoekwaarde.</al><al>Zoekwaarde is een waarde die de totaal opgebouwde wachttijd bevat en die nodig
                    is voor het bepalen van de rangorde van woningzoekenden bij de woningtoewijzing.
                    De zoekwaarde bevat de (actuele) inschrijftijd in WoningNet, eventueel
                    vermeerderd met een gedeelte van de (oude) waarde die nodig was om in aanmerking
                    te komen voor de huidige sociale huurwoning in een gemeente in de regio.</al><al>In het geval van bijvoorbeeld een echtscheiding of een verbroken relatie kan
                    slechts één van de ex-partners aanspraak maken op het deel van de eerder
                    opgebouwde zoekwaarde. Het is aan de ex-partners te bepalen wie de woning
                    ‘ínlevert’ en dus leeg achterlaat en daarom het gedeelte van de eerdere
                    inschrijftijd behoudt.</al><al>De zoekwaarde voor woningzoekenden die geen zelfstandige sociale huurwoning
                    (meer) achterlaten en niet-ingezeten woningzoekenden (economisch gebondenen,
                    maatschappelijke gebonden en overige woningzoekenden), bestaat alleen uit de
                    (eigen) inschrijftijd.</al><al>Woningzoekenden die in het kader van de Verhuisregeling bij herstructurering in
                    de regio Gooi en Vechtstreek een urgentie hebben toegekend gekregen, behouden de
                    volledige zoekwaarde als zij met de herhuisvestingsurgentie verhuizen ten
                    behoeve van renovatie of sloop van de huidige woning. Ook bij terugkeer van
                    herhuisvestingsurgenten naar de ‘oude’ woonomgeving geldt dat de volledige
                    zoekwaarde behouden blijft.</al><al>Artikel 1.5 woonruimte van een bepaalde aard, grootte of prijs, onder a, b, c en
                    d.</al><al>Woningzoekenden moeten langer zelfstandig blijven wonen in de huidige woning of
                    een beter passende woning. Dat maakt het nodig dat woningen die specifiek
                    bedoeld of toegankelijk zijn voor bijvoorbeeld ouderen, of mensen met een
                    beperking/zorgindicatie met voorrang (en niet uitsluitend) aan die doelgroepen
                    kunnen worden aangeboden. Datzelfde geldt voor woningen met een specifieke
                    zorginfrastructuur. Als er geen woningzoekenden uit de gevraagde doelgroep
                    reageren op de woningaanbieding kan de woning worden aangeboden aan de overige
                    woningzoekenden die gereageerd hebben op de aanbieding. </al><al>HOOFDSTUK 2 Urgentieregeling.</al><al>Dit hoofdstuk maakt het mogelijk dat burgemeester en wethouders aan
                    woningzoekenden een urgentie kunnen toekennen. In dit hoofdstuk worden de
                    procedure voor het indienen van een aanvraag om urgentie, de behandeling van de
                    aanvraag, de uiteindelijke beslissing en de mogelijkheid tot verlenging van de
                    urgentieperiode weergegeven. Daarnaast worden de randvoorwaarden, de
                    urgentiecriteria en bijzondere voorwaarden aangegeven.</al><al>Artikel 2.1 Toekenning urgentie.</al><al>2.1.1 Woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang
                    van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun
                    woonruimte hebben verlaten en woningzoekenden met maatschappelijke binding die
                    mantelzorg ontvangen of verlenen, of,</al><al>vergunninghouders (statushouders) als bedoeld in artikel 28 van de wet, hebben
                    op basis van de wet recht op een urgentie. Advies van de urgentiecommissie is
                    voor deze categorieën niet van toepassing, er kan een ‘automatische’ urgentie
                    worden verstrekt. Uitzondering hierop vormen die woningzoekenden binnen de
                    genoemde categorieën die vanwege persoonlijke omstandigheden aangemerkt kunnen
                    worden als een woningzoekende uit de bijzondere maatschappelijke doelgroep en
                    (nog) niet in staat zijn om zelfstandig te huren. Voor deze woningzoekenden kan
                    een urgentie onder voorwaarde van een zorgplan van toepassing zijn, huisvesting
                    volgt (urgent) via directe bemiddeling.</al><al>Artikel 2.2 Randvoorwaarden.</al><al>2.2.1 In de regio Gooi en Vechtstreek is al heel veel jaren een ernstige
                    schaarste aan vrijkomende sociale huurwoningen. Gemiddeld komen er jaarlijks
                    1400-1500 woningen vrij, tegenover meer dan 33.000 geregistreerde
                    woningzoekenden begin 2015. Die schaarste aan vrijkomende sociale huurwoningen
                    is naar verwachting blijvend en zal mogelijk nog verder toenemen. Een
                    woningaanbodsysteem dat in principe toegankelijk is voor iedereen uit de EU
                    landen moet de kansen op een woning zo rechtvaardig mogelijk verdelen. Op grond
                    van persoonlijke omstandigheden is het onder voorwaarden en op grond van
                    daarvoor opgestelde criteria, mogelijk dat er voorrang wordt toegekend aan een
                    woningzoekende. Echter, een dergelijke voorrangspositie moet vanwege de ernstige
                    schaarste aan vrijkomende woningen, wel uiterst beperkt worden toegekend. En op
                    een zodanige manier dat dit verdedigbaar is ten opzichte van andere
                    woningzoekenden.</al><al>Een urgentie wordt daarom alleen toegekend als sprake is van een noodsituatie
                    die het (dringend) noodzakelijk maakt dat direct of op zeer korte termijn
                    -uiterlijk binnen drie maanden- een (andere) woning beschikbaar komt. Een en
                    ander ter voorkoming van ernstige schade voor het welzijn van aanvrager, die
                    rechtstreeks het gevolg is van de woonsituatie. Situaties waarin een verhuizing
                    wenselijk, begrijpelijk is of misschien wel nodig, maar niet dringend
                    noodzakelijk is, komen gezien de schaarste en de vele duizenden woningzoekenden,
                    niet in aanmerking voor een voorrangspositie. Daarnaast moet een aanvrager van
                    urgentie aantonen dat er een behoorlijke termijn –op basis van de individuele
                    omstandigheden- is geprobeerd om op eigen kracht een woning toegewezen te
                    krijgen in de gehele regio via WoningNet, gebruik heeft gemaakt van de
                    spoedzoekregeling en/of geprobeerd heeft een tijdelijk onderkomen te
                    vinden.</al><al>Een urgentie is niet van toepassing als duidelijk is dat een woningzoekende voor
                    een oplossing van het woonprobleem niet afhankelijk is van een urgentie, als het
                    probleem geen relatie heeft met de woonsituatie of als het probleem niet
                    significant verbeteren zal in een andere woning.</al><al>Ook als de woningzoekende voor het indienen van een urgentieaanvraag bij de
                    omstandigheden passende woningen heeft geweigerd, of vanwege woonwensen langer
                    moet wachten dan nodig is, is een urgentie niet van toepassing. Het langer
                    voortduren van een woonprobleem dan nodig is behoort tot de eigen
                    verantwoordelijkheid.</al><al>2.2.2 Belangrijk is dat de woningzoekende ook een eigen verantwoordelijkheid
                    heeft. Voorafgaand aan het ontstaan van het probleem en zeker bij het oplossen
                    van het woonprobleem. Die verantwoordelijkheid houdt in dat woningzoekenden
                    vanaf het moment dat duidelijk wordt dat er een woonprobleem kàn ontstaan, alles
                    in het werk moeten stellen om te voorkomen dat dit woonprobleem ook
                    daadwerkelijk ontstaat. Als dat niet lukt dat dan moeten woningzoekenden eerst
                    zelf een (tijdelijke) oplossing (kamers, logeren) zoeken voor het woonprobleem,
                    ook al is dit misschien niet de meest ideale oplossing. Daarnaast moeten
                    woningzoekenden in een redelijke periode voorafgaand aan het woonprobleem,
                    voldoende hebben gereageerd op het woningaanbod om zo te proberen het
                    woonprobleem zelf op te lossen.</al><al>2.2.3 Urgentieaanvragers van buiten de regio moeten ook aantonen dat de
                    oplossing van hun woonprobleem uitsluitend in de regio Gooi en Vechtstreek is
                    gelegen. Met andere woorden: niet ingezetenen van de regiogemeenten moeten
                    aantonen dat het woonprobleem werkelijk nergens anders opgelost zou kunnen
                    worden.</al><al/><al>Het niet voldoen aan de randvoorwaarden betekent in principe dat een urgentie en
                    daarmee ook artikel 2.3 Criteria voor urgentiecriteria niet van toepassing
                    is.</al><al>Artikel 2.3 Criteria voor urgentie.</al><al>Dit artikel bevat de criteria met bijbehorende voorwaarden waaraan getoetst
                    wordt of sprake is van een noodsituatie die toekenning van een urgentie
                    rechtvaardigt. Die criteria zijn niet uitputtend. De praktijk heeft geleerd dat
                    de criteria over het algemeen toereikend zijn voor de beoordeling van de vraag
                    of sprake is van een noodsituatie. In uitzonderlijke gevallen is het gegeven
                    kader niet toereikend en kan de urgentiecommissie toch adviseren tot verlening
                    van urgentie op basis van de geconstateerde noodsituatie.</al><al>Er kunnen ook diverse klachten of problemen zijn die duidelijk een verband
                    hebben met de woonsituatie, zonder dat er sprake hoeft te zijn van een
                    noodsituatie. Een verandering in de woonsituatie zal in deze gevallen in het
                    algemeen leiden tot vermindering van de klachten. Toch zijn deze problemen van
                    een andere orde, omdat hulp op wat langere termijn (dan 3 maanden) geboden kan
                    worden.</al><al>Voorbeelden van situaties waarin de praktijk heeft uitgewezen dat toekenning van
                    een urgentie niet gerechtvaardigd is omdat geen sprake is van een noodsituatie
                    zijn onder meer: inwoning/kamerbewoning met of zonder kinderen, de mogelijkheid
                    van tijdelijk onderdak elders, burenruzie of hinder van buren, het werken in
                    onregelmatige diensten, verstoring van relatie of generatieconflicten,
                    bezwaarlijke reisafstand in verband met economische binding, huis te groot of te
                    klein, tuin te bewerkelijk, dichterbij voorzieningen of familie willen wonen,
                    co-ouderschap, problemen met flatbewoning, terugkeer uit het buitenland, het
                    willen laten overkomen van partner en/of kinderen uit het buitenland, heimwee,
                    lang op een woning moeten wachten.</al><al>Artikel 2.3.3 Dakloosheid van een ouder met minderjarige kind(eren).</al><al>Bij echtscheiding of een verbroken relatie is het uitgangspunt dat de ouder die
                    de dagelijkse zorg van het kind of de kinderen op zich neemt, het gebruik van de
                    voormalige gezamenlijke (sociale huur) woning via de rechter vraagt. Als dat
                    verzoek niet wordt gehonoreerd of de ouder die de kinderen dagelijks verzorgt,
                    kan de huur of hypotheek van de woning aantoonbaar niet zelf (tijdelijk)
                    bekostigen, dan moet in ieder geval het tijdelijk gebruik, dat is zes maanden na
                    inschrijving echtscheidingsvonnis, van de woning gevraagd worden. Er kan in
                    principe geen sprake van dakloosheid van ouders met minderjarige kinderen zijn
                    als één van de ouders beschikt over passende woonruimte om de kinderen
                    (tijdelijk) te huisvesten. Argumenten dat een ouder de kinderen niet kan
                    huisvesten, bijvoorbeeld vanwege een volledige werkweek, doen in het kader van
                    een urgentieaanvraag hieraan niet af. Veel (alleenstaande) werkende ouders zijn
                    immers aangewezen op kinderopvang.</al><al>Artikel 2.4 Urgentie onder voorwaarde van een zorgcontract.</al><al>Zie ook de toelichting op de artikelen 1.1.2, 1.1.3, 1.1.10 en 1.1.39</al><al>Een urgentie kan onder voorwaarde van een zorgcontract worden toegekend.</al><al>Artikel 2.5 Aanvraag, behandeling en verlening urgentie.</al><al>2.5.4 Het beoordelen van aanvragen om urgenties vereist specifieke
                    deskundigheid. Daarom is hier voorgeschreven dat over binnengekomen aanvragen
                    het advies van een onafhankelijke commissie moet worden ingewonnen. De
                    individuele situatie van de aanvrager is uitgangspunt voor de beoordeling van de
                    urgentieaanvraag.</al><al>De taak, samenstelling en werkwijze van de commissie worden geregeld in het
                    ‘Reglement op de Regionale urgentiecommissie huisvesting Gooi en
                    Vechtstreek'.</al><al>2.5.9 Een urgentie wordt toegekend voor het type woning waarmee naar het oordeel
                    van de urgentiecommissie het woonprobleem kan worden opgelost. Dat type woning
                    is afgestemd op de individuele (medische) problematiek en de samenstelling van
                    de huishouding. Vanwege de schaarste aan vrijkomende woningen en de lange
                    wachttijden die daardoor ontstaan, is een toegekende urgentie uitsluitend
                    bedoeld om de specifieke woonproblematiek van woningzoekenden op te lossen. Het
                    is niet mogelijk om met een toegekende urgentie woonwensen te realiseren of
                    ‘promotie’ te maken in de wooncarrière. Zo geldt bijvoorbeeld dat een urgent
                    woningzoekende, die niet meer over woonruimte beschikt, in principe geholpen is
                    met een flatwoning. Het toegekende woningtype hoeft niet gelijk(waardig) te zijn
                    aan de woningen waarin de woningzoekenden het laatst woonachtig waren.
                    Afhankelijk van het aanbod van vrijkomende woningen kan het toegekende
                    woningtype in soortgelijke omstandigheden verschillen om zodoende de urgent
                    woningzoekenden voldoende kans te bieden om binnen drie maanden een woning te
                    verkrijgen.</al><al>Bijlage bij Huisvestingsverordening 2015,</al><al>Motivering en doel huisvestingverordening 2015</al><al>Doel van de Huisvestingswet 2014</al><al>Het algemene doel van de Huisvestingswet is het bestrijden van onevenwichtige en
                    onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte (huur tot €710,68
                    per maand) in een bepaald gebied.</al><al>De wet gaat in eerste instantie uit van vestigingsvrijheid binnen de Europese
                    grenzen.</al><al>Wanneer geen er geen schaarste in een woningmarktregio aanwezig is en er daarom
                    ook geen negatieve effecten van schaarste zijn, dan dient een gemeente/regio de
                    woonruimteverdeling over te laten aan de markt. Wanneer er schaarste aanwezig
                    is, dient daarvoor een motivering aanwezig te zijn waaruit dat blijkt. De
                    gemeenteraad dient de keuze’s die zij maakt af te stemmen met de omliggende
                    gemeenten. Het al dan niet beperken van vrije vestiging heeft immers
                    consequenties voor de naburige gemeenten. Regionale afstemming in een
                    samenhangende woningmarktregio is derhalve noodzakelijk. Deze regio is voor
                    Wijdemeren de Regio Gooi en Vechtstreek.</al><al>Motivering en vaststellen van schaarste</al><al>Met de Huisvestingswet kunnen gemeenten (mee)sturen in de woonruimteverdeling.
                    Toewijzingsregels zijn alleen mogelijk voor ‘zover noodzakelijk en geschikt om
                    de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste te bestrijden’. De
                    Huisvestingswet maakt het mogelijk om via een verordening woningen met een lage
                    huurprijs met voorrang toe te wijzen aan mensen met lagere inkomens.</al><al>In de regio Gooi en Vechtstreek is sprake van schaarste aan goedkope woonruimte.
                    Daarnaast zijn er weinig mogelijkheden om deze schaarste op te heffen c.q. er is
                    een gebrek aan uitbreidingsmogelijkheden. Op grond daarvan wordt op dit moment
                    en blijft door vaststelling van een verordening voorrang voor maatschappelijk-
                    en economisch gebondenen toegepast. De motivatie daarvoor is gelegen in:</al><al>er zijn gemiddeld 1500 vrijkomende sociale huurwoningen per jaar ten opzichte
                    van meer dan 33.000 ingeschreven woningzoekenden;</al><al>er zijn geen of geringe uitbreidingsmogelijkheden, de provinciale verordening
                    kent voor onze regio een veelheid aan rode en groene contouren. Die contouren
                    werken ernstig beperkend op de mogelijkheden tot uitbreiding;</al><al>er zijn diverse regionale onderzoeken, bijvoorbeeld het
                    betaalbaarheidsonderzoek, die aantonen hoe beperkt de kansen zijn voor de
                    laagste- en lage middeninkomens om woonruimte te vinden in de regio.</al><al>Ten opzichte van de huidige situatie zijn in de huisvestingswet nog drie
                    voorrangscategorieën opgenomen die wettelijk voorrang hebben op het
                    verdelingskader in de huisvestingsverordening, waaronder urgent woningzoekenden.
                    Zij dienen verplicht te worden opgenomen in de verordening.</al><al>Huisvestingswet en wettelijke urgent woningzoekenden</al><al>De wet noemt drie categorieën van woningzoekenden die in de urgentieregeling
                    moeten staan:</al><al>1. Mensen die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang vanwege
                    relationele problemen.</al><al>Het gaat in praktijk om urgentie voor alle vrouwen uit elke vrouwenopvang in
                    Nederland.</al><al>2. Mantelzorgers- en ontvangers. Naast mantelzorgers komen nu ook
                    mantelzorgontvangers voor urgentie in aanmerking.</al><al>3. Vergunninghouders</al><al>De huisvesting van vergunninghouders (of statushouders) wordt door het rijk aan
                    gemeenten als taakstelling opgelegd. Gemeenten vragen daartoe corporaties om
                    woonruimte. Tot nu toe gebeurt dat via ‘de achterdeur’ – gemeente vraagt
                    corporatie A. woning voor huisvesting statushouder B.</al><al>Met het verlenen van een urgentie aan statushouders kan een efficiëntere sturing
                    op en afstemming van vraag en aanbod gerealiseerd worden. Aan een
                    (proces)voorstel hiertoe wordt momenteel gewerkt.</al><al>Gemeenten mogen hier nog andere groepen aan toe voegen die ook voorrang krijgen
                    bij de woonruimteverdeling</al><al>In de regio Gooi en Vechtstreek zijn en blijven daarnaast als urgentiecriteria
                    gehanteerd:</al><al>sociale en of medische gronden</al><al> dakloosheid als gevolg van calamiteiten</al><al> financiële ontwrichting</al><al> geweld</al><al> dakloosheid of langdurige inwoning ouder met minderjarig(e) kind(eren)</al><al>Daarnaast hebben gemeenten en woningcorporaties in de regio formules ontwikkeld
                    waarmee ook huishoudens die wegens financiële en/of overlastproblematiek niet
                    meer voor een (sociale) huurwoning in aanmerking zouden komen, toch gehuisvest
                    kunnen worden. Naast het Tweede Kans-beleid is dat bijvoorbeeld ook Huren onder
                    Voorwaarden (van een zorgplan) met urgentie.</al><al>Huisvestingswet en ‘administratieve zaken’</al><al>De Huisvestingswet behelst een vergunningstelsel voor toewijzing van woningen
                    die onder de verordening vallen. Ook het bijhouden van een lijst van
                    ingeschreven woningzoekenden is belegd bij het College van B&amp;W. Beide
                    aspecten mandateren de Colleges aan de gezamenlijke regionale woningcorporaties,
                    zodat de huidige werkwijze via WoningNet gehandhaafd kan blijven en de
                    administratieve belasting zoveel mogelijk beperkt kan blijven, voor zowel
                    gemeenten als woningcorporaties, maar vooral voor woningzoekenden.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>