<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR37429_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en inning van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dinkelland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dinkelland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">DinkellandVisie 24 december 2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffing 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet, en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-11-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en
            reinigingsrechten 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Dinkelland;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 oktober 2008;</al><al/><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet, en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al><vet><cursief>Besluit</cursief></vet></al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEF­FING EN
                            REINIGINGS­RECHTEN 2009</vet></al><al/><al><vet>(VERORDENING REINIGINGSHEFFINGEN 2009)</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Algemene bepalingen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><al>a. een afvalstoffenheffing;</al><al>b. reinigingsrechten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Afvalstoffenheffing</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven
                            als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994,
                            80).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk
                                gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel
                                10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot </al><al> het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker
                                aangemerkt:</al><al>a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet
                                krachtens eigendom, bezit, beperkt of persoonlijk recht, feitelijk
                                gebruik maakt van het perceel;</al><al>b. ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan:
                                degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en het tarieven, opgenomen
                            in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting, bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel, wordt bij
                            wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde
                                gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat
                                jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                                kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede één maand
                                later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in het geval het totaalbedrag
                                van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, meer is dan €
                                100,--, doch minder is dan € 2.500,--, en zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen
                                gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van
                                de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens
                                een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande
                                leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Reinigingsrechten</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het
                            genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het
                            gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken
                            of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven,
                                opgenomen in de hoofdstukken 2 en 3 van de bij deze verordening
                                behorende tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de
                                tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid
                                aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden
                                geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar
                                feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden
                                geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het
                                gevorderde bedrag is vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang
                                voor de jaarlijkse verschuldigde rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn
                                verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later
                                is, bij de aanvang van de belastingplicht;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt
                                zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten</titel></kop><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd
                            bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik
                            van de bezittingen, werken of inrichtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Termijn van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De op de voet van artikel 13 eerste lid, verschuldigde rechten
                                moeten in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de
                                Invorderingswet 1990 worden betaald in twee gelijke termijnen
                                waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de tweede één maand later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in het geval het totaalbedrag
                                van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, meer is dan €
                                100,--, doch minder is dan € 2.500,--, en zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen
                                gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van
                                de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens
                                een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande
                                leden gestelde termijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De op de voet van artikel 13 tweede lid, geheven rechten moeten
                                worden betaald:</al><al>a. ingeval van uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van
                                uitreiking;</al><al>b. ingeval van toezending van de kennisgeving: binnen 20 dagen na de
                                dagtekening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Aanvullende bepalingen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            reinigingsrechten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Geen kwijtschelding wordt verleend voor de rechten als bedoeld in
                            Hoofdstuk 2 en 3 van de tarieventabel behorende bij deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De "Verordening Reinigingsheffingen 2007" vastgesteld bij
                                raadsbesluit van 14 november 2006, wordt ingetrokken met ingang van
                                de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met
                                dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare
                                feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2009.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                                Reinigingsheffingen 2009".</al><al/><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 4 november
                        2008.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Mr. O.J.R.J. Huitema. J.G. Kristen.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>TARIEVENTABEL 2009, BEHORENDE BIJ DE VERORDENING REINIGINGSHEFFINGEN 2009</label></kop><divisie><kop><titel>Algemeen</titel></kop><al>De bedragen genoemd in Hoofdstuk 1 en 3 van deze tabel zijn inclusief
                        omzetbelasting indien deze verschuldigd is en de bedragen genoemd in
                        Hoofdstuk 2 van deze tabel zijn exclusief omzetbelasting.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing</titel></kop></divisie><divisie><kop><label/></kop><al>De belasting bedraagt per perceel voor het belastingjaar 2009:</al><al>1.1.1 </al><al>als het perceel op 1 januari 2009, of als de belastingplicht in 2009 later
                        aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één
                        persoon € 193,00;</al><al>1.1.2 </al><al>als het perceel op 1 januari 2009, of als de belastingplicht in 2009 later
                        aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door twee of
                        meer personen € 253,00. </al><al>1.2 </al><al>De belasting als bedoeld in de leden 1.1.1 tot en met 1.1.2. wordt
                        vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar, of indien de
                        belastingplicht later aanvangt bij aanvang van de belastingplicht, in
                        bruikleen hebben van één respectievelijk twee extra containers (= boven
                        hetgeen volgens de gemeentelijke afvalstoffenverordening aan het perceel </al><al>1.2 is verstrekt):</al><al>1.2.1.1 één minicontainer voor groente-, fruit- en/of tuinafval, dan wel één
                        minicontainer voor huishoudelijk afval met 50% van het in 1.1.2 genoemde
                        tarief;</al><al>1.2.1.2 twee minicontainers voor groente, fruit- en/of tuinafval dan wel
                        voor huishoudelijk restafval met 100% van het in 1.1.2 genoemde tarief, met
                        dien verstande dat per perceel voor de fractie groente-, fruit- en
                        tuinafaval maximaal twee containers beschikbaar worden gesteld, alsmede voor
                        de fractie restafval eveneens maximaal twee containers beschikbaar worden
                        gesteld.</al></divisie><divisie><kop><titel>Hoofdstuk 2 Maatstaven en tarieven reinigingsrechten bedrijfsafval
                        </titel></kop><al>2.1 </al><al>Het recht bedraagt per belastingjaar voor het wekelijks ophalen van afval
                        voor elk perceel of perceelsgedeelte, waarin beroeps- en
                        bedrijfswerkzaamheden worden uitgeoefend indien gebruik wordt gemaakt van
                        een door de gemeente beschikbaar gestelde standaardset minicontainers €
                        253,00.</al><al>2.2 </al><al>De rechten als bedoeld in lid 2.1 worden vermeerderd voor het op 1 januari
                        van het belastingjaar of indien de belastingplicht later aanvangt bij
                        aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van één respectievelijk
                        twee extra containers:</al><al>2.2.1.1. één minicontainer voor groente-, fruit- en/of tuinafval, dan wel
                        één minicontainer voor huishoudelijk afval met 50%;</al><al>2.2.1.2. twee minicontainers voor groente-, fruit- en/of tuinafval dan wel
                        huishoudelijk afval met 100%.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3 Maatstaven en reinigingsrechten achterlaten afval</nr></kop><al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt voor een gedeelte van een halve
                        kubieke meter gelezen: een halve kubieke meter.</al><al>Het recht bedraagt voor:</al><al>a. het achterlaten van grof huishoudelijk afval op een daartoe van
                        gemeentewege ter beschikking ge stelde plaats, per halve kubieke meter
                        </al><al><vet><cursief>€ 12,50 </cursief></vet>;</al><al>b. het achterlaten van snoeihout en tuinafval op een daartoe van
                        gemeentewege ter beschikking ge stelde plaats, per halve kubieke meter
                        </al><al><vet><cursief>€ 5,50 </cursief></vet>;</al><al>c. het achterlaten door particulieren van bouw- en sloopafval op een daartoe
                        van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats, per halve kubieke meter
                                <vet><cursief>€ 10,00 </cursief></vet>;</al><al>d. het achterlaten van autobanden op een daartoe van gemeentewege ter
                        beschikking gestelde plaats, per stuk <vet><cursief>€ 2,50
                        </cursief></vet>;</al><al>e. het achterlaten van oud ijzer op een daartoe van gemeentewege ter
                        beschikking gestelde plaats, per stuk <vet><cursief>€
                        0,--</cursief></vet>;</al><al>f. het achterlaten door particulieren van zogenaamd B-hout (bewerkt/geverfd)
                        op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats per halve
                        kubieke meter <vet><cursief>€ 8,00</cursief>;</vet></al><al>g. het achterlaten door particulieren van zogenaamd C-hout (geïmpregneerd,
                        gecreosoteerd) op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde
                        plaats per halve kubieke meter <vet><cursief>€ 18,00</cursief></vet></al><al>h. het achterlaten door particulieren van schoon puin (vrij van asbest) op
                        een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats per halve
                        kubieke meter <vet><cursief>€ 12,50</cursief></vet>;</al><al>i. het achterlaten van tractorbanden op een daartoe van gemeentewege ter
                        beschikking gestelde plaats, per stuk <vet><cursief>€
                        20,--</cursief></vet></al><al>j. het achterlaten van asbesthoudend materiaal, mits dubbel verpakt in
                        doorzichtig plastic, op een daartoe van gemeentewege ter beschikking
                        gestelde plaats, per plaat <vet><cursief>€
                            3,--</cursief></vet><cursief>.</cursief></al><al>k. het achterlaten van klein chemisch afval (kca), op een daartoe van
                        gemeentewege ter beschikking gestelde plaats, <vet>€ 0,--</vet>.</al><al/><al/><al>Behoort bij raadsbesluit van 4 november 2008 tot vaststelling van de
                        “Verordening Reinigingsheffingen 2009”.</al><al/><al>De griffier van Dinkelland,</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>