<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR373750_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels nieuwe landgoederen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hulst</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-07-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hulst</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-69667.html">Elektronisch Gemeenteblad GVOP-2015-69667  </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels nieuwe landgoederen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Zeeland/230513/230513_1.html">Verordening ruimte provincie Zeeland; </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/Hoofdstuk4/Titel43/Artikel481">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Besluitenlijst B&amp;W d.d. 02-12-2014</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels nieuwe landgoederen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><titel>Gemeente Hulst</titel></kop><structuurtekst><al>Beleidsregels nieuwe landgoederen</al><al>Status: vastgesteld</al><al>B&amp;W: 2 december 14</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>1 Inleiding</label></kop><paragraaf><kop><label>1.1 Voorwoord</label></kop><structuurtekst><al>Om de landschappelijke kwaliteit te behouden is zowel
                                    provinciaal als gemeentelijk beleid er op gericht om geen
                                    woningen in het buitengebied toe te voegen. Wanneer de
                                    landschappelijke kwaliteit en beleving per saldo meer verbetert,
                                    dan de bestaande situatie kan hier van afgeweken worden. Zowel
                                    de Ruimte voor Ruimte regeling als de landgoederen regeling van
                                    de Provincie Zeeland zijn mogelijkheden om te bouwen in het
                                    buitengebied waarbij in de uiteindelijke situatie de kwaliteit
                                    van het landschap en de ecologie verbeterd is ten opzichte van
                                    de bestaande situatie. </al><al>De gemeente Hulst is een gemeente met een grote landschappelijke
                                    diversiteit. Het grootste gedeelte van de gemeente bestaat uit
                                    jonge zeekleipolders, waarbinnen weer gebieden met oude
                                    zeekleipolders zijn gelegen. Kenmerkend voor deze gebieden zijn
                                    de weidsheid en de openheid van het landschap. Aan de rijksgrens
                                    liggen hoger gelegen zandgronden, het landschap is hier
                                    kleinschaliger en er is relatief veel bebossing. In met name de
                                    zeekleipolders komen historisch gezien zelden landgoederen voor.
                                    In heel de provincie Zeeland komen om die reden landgoederen
                                    vrijwel uitsluitend voor in het duinlandschap. Toch heeft de
                                    provincie Zeeland in haar ruimtelijk beleid de kaders gesteld
                                    voor de ontwikkeling van nieuwe landgoederen. In de vastgestelde
                                    “Provinciale Ruimtelijke Verordening, 2012-2018” is dit op
                                    hoofdlijnen verder uitgewerkt.</al><al>De provinciale beleidskaders voor nieuwe landgoederen biedt
                                    particulieren de kans om onder voorwaarden een nieuw landgoed te
                                    ontwikkelen. Naast het bouwen van een landhuis moet een
                                    investering in het landschap plaats vinden, voornamelijk door
                                    het aanleggen van nieuw groen dat openbaar toegankelijk is. Het
                                    provinciaal beleid beperkt zich tot de hoofdlijnen. In de
                                    praktijk is gebleken dat het moeilijk is om alleen op basis
                                    hiervan een goede afweging te maken. Deze beleidsnota geeft een
                                    nadere uitwerking van het provinciaal beleid en kan worden
                                    ingezet bij de toetsing van verzoeken om een nieuw landgoed te
                                    stichten binnen de gemeente Hulst.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.2 Leeswijzer</label></kop><structuurtekst><al>Hoofdstuk 2 bevat het beleidskader waar het landgoederenbeleid
                                    op is gebaseerd. In hoofdstuk 3 vindt een landschappelijke
                                    afweging plaats en in hoofdstuk 4 een gebiedsafweging. Hoofdstuk
                                    5 bevat de algemene voorwaarden voor een landgoed en tot slot
                                    worden in hoofdstuk 6 de overige zaken besproken.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>2. Beleidskader</label></kop><paragraaf><kop><label>2.1 Natuurschoonwet</label></kop><structuurtekst><al>De Natuurschoonwet is een Nederlandse belastingwet die fiscale
                                    voordelen regelt aan eigenaars, vruchtgebruikers en erfpachters
                                    van landgoederen. De Natuurschoonwet is in de jaren twintig van
                                    de vorige eeuw ontstaan op initiatief van de
                                    volksvertegenwoordiging naar aanleiding van de driegende veiling
                                    van vele landgoederen en de massale kap van bomen. De
                                    achtergrond van het verdwijnen van de landgoederen was gelegen
                                    in de Eerste Wereldoorlog die het nodig had gemaakt de
                                    belastingen in Nederland fors te verhogen. Landgoedeigenaren
                                    werden sindsdien getroffen door hogere aanslagen in de
                                    vermogensbelasting en zwaardere successierechten. Om die te
                                    kunnen betalen deden zij hun landgoed perceelsgewijs in de
                                    verkoop en veilden zij ook de waardevolle grote bomen. Onder
                                    druk van parlement en publieke opinie zette de regering diverse
                                    commissies aan het werk om met voorstellen te komen die de
                                    belastingdruk voor de landgoedeigenaars konden verlichten. Hun
                                    werk resulteerde in de Natuurschoonwet die met unanieme steun
                                    van het parlement in 1928 in werking trad.</al><al>De wet richtte zich voornamelijk op het beschermen van bossen en
                                    lanen met mooie bomen. De kern van de wet was, dat de fiscus
                                    voor het vaststellen van de waarde van landgoederen en
                                    buitenplaatsen niet meer uitging van de verkoopwaarde maar van
                                    de bestemmingswaarde. Dit wil zeggen: de waarde van het landgoed
                                    wanneer het voor de duur van ongeveer een generatie (25 jaar)
                                    als landgoed intact bleef en als zodanig werd geëxploiteerd. Het
                                    landgoed moest intact blijven, er mochten geen gebouwen op het
                                    landgoed verrijzen, en ook geen pretparken. Voor het kappen van
                                    bomen golden strenge restricties en bos en bomen moesten
                                    fatsoenlijk worden onderhouden. Als de eigenaar zijn landgoed
                                    voor een klein bedrag openstelde voor het wandelende publiek,
                                    vergrootte dat zijn belastingvoordeel. Die openstelling van
                                    landgoederen en buitenplaatsen voor wandelaars was een lang
                                    gekoesterde wens van het parlement en was in feite de
                                    tegenprestatie van de eigenaar voor zijn belastingvoordeel.</al><al>In de praktijk bleek de Natuurschoonwet goed te werken. De
                                    bestemmingswaarde van de meeste landgoederen kwam op 50 á 75%
                                    van de verkoopwaarde te liggen wat dus leidde tot een
                                    interessante verlaging van de belastingaanslag. Tot de Tweede
                                    Wereldoorlog, dus in ruim 10 jaar tijd, kwamen er meer dan 400
                                    landgoederen en buitenplaatsen met een gezamenlijke omvang van
                                    ruim 55.000 hectare onder de wet. Hiervan was ongeveer 70%
                                    opengesteld voor het wandelende publiek. Na de Tweede
                                    Wereldoorlog zou de groei doorzetten tot 100.000 hectare in
                                    1951. Dat was toen ongeveer twee derde van het particulier
                                    bosbezit in Nederland. In 1989 beschermde de NSW nog steeds
                                    ca.100.000 hectare, maar het aantal beschermde landgoederen
                                    steeg tot ongeveer 1.000. Aan de ene kant kwamen er weliswaar
                                    steeds meer kleinere landgoederen onder de wet, maar aan de
                                    andere kant werden veel grote historische landgoederen aan de
                                    wet onttrokken. Zij vielen toe aan stichtingen en
                                    natuurbeschermingsorganisaties voor wie de wet nauwelijks
                                    praktische betekenis had.</al><al>In de decennia daarna zouden de belastingvoordelen voor
                                    landgoederen steeds gunstiger worden. In 1995 werd de
                                    Natuurschoonwet grondig herzien en werd het voor particulieren
                                    aantrekkelijker natuurschoon te beschermen. Dit had tot gevolg
                                    dat het aantal hectare onder de wet in 2007 was toegenomen tot
                                    meer dan 117.000.</al><al>Een landgoed kan onder deze wet <cursief>gerangschikt</cursief>
                                    worden als een aaneengesloten gebied van minstens 5 ha omvat en
                                    voor minstens 30% uit bos of andere natuur bestaat. Een
                                    historische buitenplaats kan worden gerangschikt als zij meer
                                    dan 1 ha. groot is.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Openstelling</label></kop><structuurtekst><al>Op een landgoed dat onder de Natuurschoonwet valt moet per ha bos 50
                                m wandelpad en per ha overig terrein 25 m wandelpad voor het publiek
                                open staan. Een opengesteld landgoed moet het gehele jaar elke dag
                                van zonsopkomst tot zonsondergang toegankelijk zijn voor wandelaars.
                            </al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>2.2Provinciaal beleid</label></kop><structuurtekst><al>De provincie Zeeland heeft de voorwaarden voor de realisatie van
                                    nieuwe landgoederen vastgelegd in haar Omgevingsplan en in
                                    artikel 2.3 van de Verordening Ruimte (VR). De voorwaarden van
                                    nieuwe landgoederen en buitenplaatsen staan in de bij artikel
                                    2.3 behorende bijlage 3. Bij vaststelling van de VR in 2012 zijn
                                    de uitgangspunten versoepeld. Uitgangspunt vormt de door de
                                    particuliere sector en zonder subsidie betaalde aaneengesloten
                                    natuur- en/of landschapsontwikkeling. De minimale omvang van een
                                    landgoed bedraagt 1,5 ha., waarbij een maximaal bouwvolume van
                                    1.350 m<sup>3</sup> is toegestaan, de maximale omvang bedraagt 5
                                    ha. waarbij de bebouwing verhoudingsgewijs maximaal 4.500
                                    m<sup>3</sup> mag bedragen. Tachtig procent van het landgoed
                                    dient openbaar toegankelijk te zijn. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.3Gemeentelijk beleid</label></kop><structuurtekst><tussenkop>
                         2.3.1 Structuurvisie Hulst
                     </tussenkop><al>In de Structuurvisie Hulst zijn twee gebieden aangeduid die
                                        in aanmerking komen voor de realisatie van een landgoed, nl.
                                        de ‘Tuin van Hulst’ en de ‘Tuin van Sint Jansteen’. In de
                                        structuurvisie staat dat er gezocht moet worden naar een
                                        nieuwe economische drager die de kwaliteit van de gebieden
                                        moet verbeteren. De realisatie van landgoederen kan de
                                        landschappelijke en recreatieve waarde van het gebied
                                        verbeteren en kan een schakel tussen de bebouwde omgeving en
                                        de bebossing in het grensgebied vormen.</al><al><plaatje><illustratie id="ife30fa5f-46ac-483d-a37f-82ba6535b00e" naam="i258221ife30fa5f-46ac-483d-a37f-82ba6535b00e.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="13.71cm"/></plaatje></al><al>Afb. 2.1 ‘Tuin van Sint-Jansteen’ en ‘Tuin van Hulst’ (bron:
                                        Structuurvisie Hulst)</al><tussenkop>
                         2.3.2 Bestemmingsplan Buitengebied
                     </tussenkop><al>De zoekgebieden voor landgoederen zijn altijd gelegen binnen
                                        de werking van het in 2013 vastgestelde bestemmingsplan
                                        ‘Buitengebied’. Dit bestemmingsplan kent geen regels, of
                                        voorschriften die het gebruik van een perceel als landgoed
                                        toestaan. Dit houdt in dat er altijd een nieuw
                                        bestemmingsplan voor de ontwikkeling dient te worden
                                        opgesteld.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>3 Landschappelijke afwegingen</label></kop><paragraaf><kop><label>3.1 Gebiedsbegrenzing gemeente Hulst</label></kop><structuurtekst><al>In de op 15 mei 2012 door de gemeenteraad van Hulst vastgestelde
                                    structuurvisie zijn de landschapskwaliteiten beschreven. Omdat
                                    een landschapsbeschrijving een vaststaand gegeven is, wordt in
                                    dit beleidskader verwezen naar deze beschrijving en het daarbij
                                    horend structuurbeeld (afb. 3.1).</al><al><plaatje><illustratie id="i9ae7dfde-8a01-4756-9869-fab636b504fd" naam="i258222i9ae7dfde-8a01-4756-9869-fab636b504fd.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.47cm"/></plaatje></al><al>afb. 3.1: duurzaam ruimtelijk structuurbeeld gemeente Hulst
                                    (bron: Structuurvisie Hulst)</al><al>In de gemeente Hulst worden op basis van de gebiedsvisie vier
                                    landschappen onderscheiden. Het kleinschalig kleilandschap, het
                                    grootschalig kleilandschap, het kleinschalig landschap in de
                                    overgang zand-klei en het coulissenlandschap. Daarnaast liggen
                                    nog de bosgebieden en de buitendijkse gebieden, waar geen
                                    bebouwing is toegestaan. Bovenop deze landschappen valt nog het
                                    linielandschap te onderscheiden. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.2 Landschapstypen en landgoederen</label></kop><structuurtekst><al>In deze paragraaf wordt beschreven in welk landschapstype de
                                    oprichting van een nieuw landgoed een gewenst ontwikkeling
                                    is.</al><tussenkop>
                         a.Kleinschalig kleilandschap
                     </tussenkop><al>Ingepolderd voor 1650. Infrastructuur over de dijken,
                                        bebouwing aan de binnendijken. Overwegend agrarisch karakter
                                        met grootschalige boerderijen en dito bebouwing. In dit
                                        landschap vormen met name de binnendijken en de kreken de
                                        natuurlijke eenheden. Deze natuurtypen lenen zich niet voor
                                        landgoederen om bij aan te sluiten, omdat kreken
                                        voornamelijk bebouwingsvrij zijn. Weinig recreatieve
                                        routes.</al><tussenkop>
                         b.Grootschalig kleilandschap
                     </tussenkop><al>Relatief jonge polders, ingepolderd tot in de vroeg
                                        20<sup>e</sup> eeuw. Ontginningsassen in het midden van de
                                        polder, rationeel verkavelingspatroon. Bebouwing aan de
                                        ontginningsassen. Amper losse burgerbebouwing in het
                                        buitengebied en amper kernen in dit landschapstype. Grote
                                        boerderijen, met grootschalige agrarische bebouwing. Ook
                                        hier vormen met name de binnendijken en de kreken de
                                        natuurlijke eenheden. Deze natuurtypen lenen zich niet voor
                                        landgoederen om bij aan te sluiten. Aansluiting met een
                                        landgoed bij buitendijkse natuurgebieden versterkt elkaar
                                        niet en voegt landschappelijk en recreatief niets toe.</al><tussenkop>
                         c.Kleinschalig landschap in de overgang zand-klei
                     </tussenkop><al>Overgangsgebied tussen zand en klei met een bijzondere
                                        ontginningsgeschiedenis, veelal als gevolg van de militaire
                                        strijd in de 16<sup>e</sup>, 17<sup>e</sup> en
                                        18<sup>e</sup> eeuw. Gebieden hebben het karakter van een
                                        polder. Relatief veel kreken in dit gebied. Realisatie van
                                        landgoederen aansluitend bij kreken is vanuit
                                        landschappelijk oogpunt niet gewenst, omdat de kreekzones
                                        veelal bebouwingsvrij zijn. Hoewel deze gebieden nog een
                                        landschappelijke en recreatieve impuls kunnen gebruiken,
                                        ligt het niet voor de hand om dit door middel van
                                        landgoederen te realiseren, omdat zowel de recreatieve-,
                                        landschaps- en natuurontwikkeling dan te veel een solitair
                                        karakter krijgt.</al><tussenkop>
                         d.Coulissenlandschap
                     </tussenkop><al>Zandige ondergrond zoals die ook in Vlaanderen voorkomt.
                                        Bosrijk, kleinschalig landschap, veelal slingerende wegen
                                        met historische bebouwingslinten. Relatief hoog gelegen,
                                        oudere kernen, geen grote boerderijtypen, on-Zeeuws
                                        karakter. Hoewel hier van oorsprong geen landgoederen
                                        aanwezig waren, komen deze in een soortgelijk landschap aan
                                        de Belgische zijde van de grens wel voor, zoals in Beveren,
                                        Stekene, Klein Sinaai, Moerbeke-Waas en Wachtebeke.
                                        Recreatieve mogelijkheden beperken zich nu veelal tot de
                                        bosgebieden en kunnen nog beter worden benut. Nieuwe
                                        landgoederen met landschaps- en natuurontwikkeling kunnen
                                        eenvoudig aansluiten op bestaande natuur- en bosgebieden en
                                        op bestaande recreatieve paden. Zowel vanuit
                                        landschappelijk, als recreatief oogpunt kunnen landgoederen
                                        een meerwaarde opleveren.</al><al>In hoofdstuk 4 wordt de begrenzing van de zoekgebieden voor
                                        de oprichting van nieuwe landgoederen nader gespecificeerd.
                                    </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.3 Maatwerk</label></kop><structuurtekst><al>Hoewel uit paragraaf 3.2 blijkt dat in beginsel het
                                    coulissenlandschap geschikt is voor de realisatie van nieuwe
                                    landgoederen binnen de gemeente Hulst, blijft onder voorwaarden
                                    vestiging in andere gebieden mogelijk. Dit wordt uitsluitend
                                    toegestaan wanneer landgoederen onderdeel (en kostendrager) zijn
                                    van een door de overheid geregisseerde grootschalige
                                    landschappelijke en/of recreatieve ontwikkeling. Te denken valt
                                    onder andere aan de aanleg van ecologische verbindingszones, een
                                    vaarroutenetwerk, herstel cultuurhistorisch landschap, of de
                                    aanleg van een golfbaan. Deze maatwerk oplossingen vallen niet
                                    onder de reikwijdte van deze beleidsnotitie.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>4 Locaties Nieuwe Landgoederen</label></kop><structuurtekst><al>In het vorige hoofdstuk is beschreven dat in beginsel het
                                coulissenlandschap binnen de gemeente Hulst in aanmerking komt voor
                                de vestiging van nieuwe landgoederen. Het coulissenlandschap komt in
                                onze gemeente voor rondom de kern Clinge, ten zuiden van de lijn
                                Sint-Jansteen – Heikant en ten noorden van de kern Hulst tussen de
                                Zandstraat, de Liniedijk, het buurtschap Schuddebeurs en
                                woonwagencentrum ‘De Rape’.</al><al>Nieuwe landgoederen dienen aan te sluiten op bestaande recreatieve
                                routes, een toevoeging op deze recreatiepaden te zijn en zowel
                                landschappelijk, als ecologisch een meerwaarde hebben.</al><al><plaatje><illustratie id="i45786a76-43a5-455a-a2ff-7752b2c14513" naam="i258224i45786a76-43a5-455a-a2ff-7752b2c14513.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="8.01cm"/></plaatje></al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>4.1 Coulissenlandschap ten noorden van Hulst</label></kop><structuurtekst><al>Als een schiereiland tussen de zeeklei ligt ten noorden van de
                                    kern Hulst een gebied met een zanderige ondergrond. Vanuit Hulst
                                    lopen twee bebouwingslinten, Zandstraat en Zeildijk, het
                                    buitengebied in. Ten noorden van de unieke Liniedijk bevindt
                                    zich amper bebouwing, maar vooral bospercelen met daartussen
                                    weilanden. Deze open weilanden zijn een belangrijke
                                    karakteristiek van dit gebied en dienen onbebouwd te blijven. </al><al>Recreatieve paden zijn geconcentreerd rondom de Liniedijk.
                                    Rondom de Zeildijk en de Zandstraat bevinden zich geen
                                    recreatieve paden. Een landgoed in dit gebied levert geen
                                    recreatieve meerwaarde op.</al><al><cursief>Conclusie: het
                                        </cursief><cursief>coulissenlandschap</cursief><cursief> ten
                                        noorden van Hulst is ongeschikt voor het toevoegen van
                                        nieuwe landgoederen.</cursief></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>4.2 Coulissenlandschap ten oosten van Clinge ‘de Witte Bergen’</label></kop><structuurtekst><al>Dit gebied grenst aan de kern Clinge en bestaat vanuit
                                    landschappelijk oogpunt uit een noordelijk en zuidelijk deel. De
                                    Woestijnestraat is de scheidslijn tussen beide landschapstypen.
                                    Vanuit de kern zijn in het deel ten zuiden van de
                                    Woestijnestraat al op verschillende plaatsen onverharde
                                    recreatieve paden richting dit gebied. Een landgoed kan voor de
                                    verdere recreatieve ontsluiting een meerwaarde opleveren.
                                    Echter, het landschap in het gebied is momenteel volledig
                                    onbebouwd en met uitzondering van de aanwezigheid van enkele
                                    landschapselementen heeft het gebied een kenmerkende openheid.
                                    Het toevoegen van bebouwing zou dit open karakter van het deel
                                    ten zuiden van de Woestijnestraat te veel verstoren. </al><al>Ten noorden van de Woestijnestraat is het landschap minder
                                    waardevol dan het zuidelijk deel. Er loopt één onverhard
                                    wandelpad die aan de noordzijde niet aansluit op een recreatief
                                    netwerk. In het gebied ligt een geslechte Liniedijk. Herstel van
                                    deze dijk en recreatieve ontsluiting kan leiden tot een
                                    verbinding tussen ‘de Witte Bergen’ en de solitaire bossen nabij
                                    Het Zeegat. Herstel van deze historische verbinding is een must
                                    bij de ontwikkeling van een landgoed. Verder herstel van de
                                    overige Staats-Spaanse Linies (afgegraven forten en dijken) ten
                                    noorden van het zoekgebied is beslist een pré. Vanuit
                                    landschappelijk oogpunt dient aangesloten te worden bij de
                                    bestaande bebouwing in het gebied. Waterberging is een aspect
                                    dat in de ontwikkeling van een landgoed meegenomen dient te
                                    worden.</al><al><cursief>Conclus</cursief><cursief>ie: het
                                        </cursief><cursief>coulissenlandschap</cursief><cursief> ten
                                        oosten</cursief><cursief> van
                                        </cursief><cursief>Clinge</cursief><cursief> is
                                        </cursief><cursief>ten zuiden van de
                                        </cursief><cursief>Woestijnestraat</cursief><cursief>ongeschikt
                                        voor het toevoegen van nieuwe
                                        landgoederen.</cursief><cursief> Ten noorden van de
                                        </cursief><cursief>Woestijnestraat</cursief><cursief> is
                                        onder voorwaarden de realisatie van een nieuw landgoed
                                        mogelijk.</cursief></al><al><plaatje><illustratie id="i80928aa4-29fe-4283-845a-511ecbe0ef5d" naam="i258225i80928aa4-29fe-4283-845a-511ecbe0ef5d.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.12cm"/></plaatje></al><al>Afb 4.1 Zoekgebied ten oosten van Clinge</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Voorwaarden:</label></kop><structuurtekst><al>Bebouwing: aan randen van gebied ten noorden van Woestijnestraat,
                                modern ontwerp wordt toegestaan.</al><al>Recreatief medegebruik: Uitsluitend doorgaande recreatieve
                                verbindingen. Schakel tussen bossen Zeegat en ‘Witte Bergen, herstel
                                en toegankelijk maken afgegraven Liniedijk, herstel overige
                                elementen Staats-Spaanse Linies buiten zoekgebied, realisatie
                                ommetjes. </al><al>Inrichting: Landschappelijke afronding en inpassing kern Clinge,
                                herstel Liniedijk, waterberging, heggenlandschap, bloemrijk
                                grasland.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>4.3 CoulissenlandschapClingepolder:</label></kop><structuurtekst><al>Ten westen van de kern Clinge, strekt de Clingepolder zich uit
                                    vanaf de Clingse Bossen aan de zuidkant en de Liniedijk aan de
                                    noordkant. De westelijke begrenzing vormen de bossen van de
                                    Zoetevaart. In het gebied ligt de woonwijk Groote Kreek. In het
                                    noorden van het gebied ligt het schootsveld van de Liniedijk,
                                    het toevoegen van bebouwing in dit gebied is vanwege dit
                                    historische schootsveld uitgesloten. Verder liggen er in het
                                    noordelijke deel enkel jonge bossen die bij de ruilverkaveling
                                    zijn aangeplant. In deze bossen liggen enkele solitaire
                                    onverharde wandelpaden die geen logisch onderdeel vormen van een
                                    recreatieve route. In de toekomst worden in dit gebied mogelijk
                                    nieuwe recreatieve routes aangelegd op of rondom de Liniedijk en
                                    de watergang die door dit gebied loopt (Inrichtingsplan
                                    Moerschans). Vanuit recreatief oogpunt zou een nieuw landgoed
                                    een katalysator en kostendrager kunnen zijn voor de realisatie
                                    van dit inrichtingsplan. Echter vanuit historisch oogpunt, maar
                                    ook vanwege de openheid van het gebied en het ontbreken van
                                    bebouwing is een landgoed in het noorden en midden van de
                                    Clingepolder ongewenst.</al><al>In het uiterst zuidelijke deel van de Clingepolder wordt het
                                    landschap kleinschaliger en bosrijker. De Molenstraat kent een
                                    lang en historisch bebouwingslint. In de Clingse bossen en de
                                    bossen van de Zoetevaart zijn recreatieve paden aanwezig.
                                    Aansluitend aan het bebouwingslint van de Molenstraat kan een
                                    nieuw landgoed voor verbinding zorgen tussen de kern Clinge, de
                                    Papaverweg, de Clingse Bossen en de Bossen van de
                                    Zoetevaart.</al><al><plaatje><illustratie id="i38488543-74b4-4e38-8a3f-627a1eabc0dd" naam="i258226i38488543-74b4-4e38-8a3f-627a1eabc0dd.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.15cm"/></plaatje></al><al>Afb 4.2 Zoekgebied ten westen van Clinge</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Voorwaarden:</label></kop><structuurtekst><al>Bebouwing: gesitueerd richting bebouwingslint Molenstraat,
                                uitsluitend aan noordzijde Molenstraat, eyecatcher, geen
                                traditionele vormgeving.</al><al>Recreatief medegebruik: Uitsluitend doorgaande recreatieve
                                verbindingen. Schakel tussen Clingse Bossen, bossen Zoetevaart, Kern
                                Clinge en Papaverweg. </al><al>Inrichting: o.a. coulissenlandschap, amfibiëenpoel, bloemrijk
                                grasland, weiland.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>4.4 CoulissenlandschapSint-Jansteenpolder:</label></kop><structuurtekst><al>Deze polder wordt aan de noord-, oost- en westzijde vrijwel
                                    geheel omsloten door lintbebouwing. Aan de zuidzijde is het
                                    natuur- en waterwingebied ‘de Schommeling’. ‘De Schommeling’
                                    kent een vrij intensief netwerk van recreatiepaden. Het gebied
                                    is echter vanuit Nederland enkel vanaf het waterpompstation bij
                                    Kapellebrug en vanaf de Ellestraat in Heikant te betreden. Het
                                    hart van de Sint-Jansteenpolder is vrij van bebouwing. Aan de
                                    noordzijde van de polder aan de Warandastraat is relatief veel
                                    bebouwing, bestaande uit burgerwoningen en agrarische bedrijven,
                                    waaronder een aantal vlasbedrijven. Het toevoegen van
                                    landgoederen past landschappelijk gezien het beste in dit deel
                                    van de polder. Medewerking wordt enkel verleend wanneer er
                                    recreatieve routes over het landgoed worden aangelegd welke een
                                    verbinding vormen tussen de kern Sint-Jansteen en het gebied ‘de
                                    Schommeling’.</al><al><plaatje><illustratie id="i26e2a2fc-ffa5-402c-8594-3995c7cd73f7" naam="i258227i26e2a2fc-ffa5-402c-8594-3995c7cd73f7.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.67cm"/></plaatje></al><al>Afb 4.3 zoekgebied Sint-Jansteenpolder</al><al>Voorwaarden:</al><al>Bebouwing: landschappelijk ingepast, bouwwerken met allure,
                                    beeldkwaliteit aansluitend op landgoederen aan de
                                    Heerstraat</al><al>Recreatief medegebruik: Schakel tussen kern Sint Jansteen /
                                    bossen De Schommeling / Landgoederen Heerstraat / Ellestraat /
                                    Vlasstraat. Doorgaande recreatieve routes verplicht. Een
                                    landgoed ten noorden van de Wilhelminastraat mag worden
                                    aangelegd op voorwaarde dat de aanleg van recreatieve routes aan
                                    de zuidzijde van de Wilhelminastraat plaats vindt.</al><al>Inrichting: o.a. coulissenlandschap, veedrinkputten, bloemrijk
                                    grasland, natuurvriendelijke oevers, historisch kleinschalig
                                    agrarisch landschap.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>4.5 CoulissenlandschapWildelanden Heikant:</label></kop><structuurtekst><al>Tussen de kern Heikant en de grens met Stekene is een gebied met
                                    relatief veel natuur- en landschapselementen. Centraal in het
                                    gebied ligt het natuurgebied ‘de Wildelanden’. In het oosten
                                    ligt het waterwingebied ‘de Schommeling’, aan de westzijde
                                    liggen op Belgisch grondgebied relatief grootschalige bossen. De
                                    samenhang tussen de natuurgebieden is op dit moment vanuit
                                    recreatief oogpunt onvoldoende en de toegang tot de Wildelanden
                                    niet uitnodigend. Karakteristiek in het gebied is de
                                    lintbebouwing met afwisselend kleine en grote kavels. Nieuwe
                                    landgoederen kunnen bijdragen tot een koppeling van de
                                    Wildelanden met de kern Heikant, of een verbinding leggen tussen
                                    de Wildelanden en de Schommeling. </al><al><plaatje><illustratie id="ie428ad1f-c38a-48fb-88a0-990de7321725" naam="i258228ie428ad1f-c38a-48fb-88a0-990de7321725.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.21cm"/></plaatje></al><al>Afb 4.4 Zoekgebied ten zuiden van Heikant</al><al>Voorwaarden Landgoederen Heikant:</al><al>Bebouwing: maximaal twee landgoederen, binnen de aangegeven
                                    vlakken. Landschappelijk ingepast, bouwwerken met allure,
                                    beeldkwaliteit aansluitend op bestaande landgoederen aan de
                                    Heerstraat.</al><al>Recreatief medegebruik: Schakel tussen kern Heikant,
                                    natuurgebied de Wildelanden, verbinding tussen de Wildelanden en
                                    de Schommeling, aansluiting op bestaande recreatieve routes,
                                    mogelijkheden voor ommetjes vanuit kern Heikant, combinaties met
                                    bruggetjes, overstapjes. </al><al>Inrichting: Coulissenlandschap, veedrinkputten, amfibieënpoelen,
                                    klein (hakhout)bosje, struweelhagen, bomenrij, knotbomen, bloem-
                                    en kruidenrijk grasland, natuuroevers, hollebollig weiland.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>5 Eisen en voorwaarden nieuwe landgoederen</label></kop><structuurtekst><al>Landschappelijke kwaliteitsverbetering is het uitgangspunt van de
                                realisatie van nieuwe landgoederen. Om deze landschappelijke
                                investering te borgen en in stand te houden is het belangrijk om
                                hier eisen aan te stellen en dit aan de voorzijde van het project
                                goed te regelen. Dit hoofdstuk gaat hier nader op in.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>5.1Voorwaarden</label></kop><structuurtekst><tussenkop>
                         5.1.1 Procedure
                     </tussenkop><al>Voor ieder nieuw landgoed dient een wijziging van het
                                        gemeentelijk bestemmingsplan plaats te vinden, waarbij zowel
                                        het woongedeelte (het landhuis) als het groenblauwe deel een
                                        daartoe passende bestemming dienen te krijgen.</al><al>Een ontvankelijke aanvraag voor een bestemmingsplan dient te
                                        bestaan uit een plantoelichting, planregels, plankaart, een
                                        door een natuur- en landschapsdeskundige opgesteld
                                        inrichtingsplan met toelichting, een schetsplan van de
                                        bebouwing, een toelichting op de openbaarheid en de
                                        recreatieve meerwaarde van het plan.</al><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere eisen te
                                        stellen voor zowel de architectonische vormgeving, als het
                                        groenblauwe deel met openbare toegankelijkheid. Zaken die
                                        niet in een bestemmingsplan kunnen worden geregeld, worden
                                        vooraf door middel van een anterieure overeenkomst
                                        vastgelegd. </al><tussenkop>
                         5.1.2 Locatie landgoed
                     </tussenkop><al>Stichting van nieuwe landgoederen is alleen mogelijk in de
                                        in deze beleidsnotitie aangegeven zoekgebieden en
                                        uitsluitend ter versterking van landschap, recreatief
                                        medegebruik en ecologische aspecten. Een nieuw landgoed mag
                                        niet worden gesticht in de Ecologische Hoofdstructuur,
                                        Vogel- en Habitatrichtlijngebieden en in andere in het
                                        geldende Omgevingsplan aangewezen gebieden van grote
                                        cultuurhistorische of archeologische waarde.</al><tussenkop>
                         5.1.3 Bebouwing landgoed
                     </tussenkop><lijst><li nr="·"><al>het landgoed wordt ten minste 1,5 hectare groot, het
                                                maximale bouwvolume bedraagt bij deze omvang 1.350
                                                m<sup>3</sup>. Als een qua oppervlak groter landgoed
                                                wordt gerealiseerd neemt de maximale oppervlakte van
                                                de bebouwing verhoudingsgewijs toe;</al></li><li nr="·"><al>Een woning van 4.500 m<sup>3</sup> mag drie
                                                wooneenheden bevatten (uitsluitend Sint
                                                Jansteenpolder), een woning van tenminste 3.000
                                                m<sup>3</sup> mag twee wooneenheden bevatten. Een
                                                wooneenheid is een zelfstandige woning; </al></li><li nr="·"><al>Indien wordt gekozen om meerdere wooneenheden in
                                                hetzelfde gebouw te realiseren, dan dient het gebouw
                                                het uiterlijk van één woning te hebben;</al></li><li nr="·"><al>op een landgoed kunnen meerdere gebouwen worden
                                                gerealiseerd. Het maximale bebouwingspercentage
                                                bedraagt 3% van de totale oppervlakte;</al></li><li nr="·"><al>Bijgebouwen worden geclusterd en zo dicht mogelijk
                                                nabij het hoofdgebouw opgericht. Tennisbanen,
                                                zwembaden etc. mogen uitsluitend binnen 50 meter van
                                                het hoofdgebouw worden opgericht;</al></li><li nr="·"><al>de beeldkwaliteit van de bebouwing dient de allure
                                                en uniciteit van een landgoedwoning te hebben. De
                                                bebouwing dient een hoogwaardige architectonische
                                                kwaliteit te hebben;</al></li><li nr="·"><al>Het landhuis en de bijgebouwen mogen uitsluitend als
                                                woning worden gebruikt. Werkfuncties zijn
                                                uitgesloten, uitgezonderd kleinschalige beroeps- en
                                                bedrijfsmatige activiteiten.</al></li></lijst><tussenkop>
                         5.1.4 Openbare toegankelijkheid en recreatief medegebruik
                     </tussenkop><lijst><li nr="·"><al>Maximaal 20% van de totale oppervlakte van het
                                                landgoed mag aan de openbaarheid worden
                                                onttrokken;</al></li><li nr="·"><al>Op het landgoed dienen openbare recreatieve paden te
                                                worden aangelegd, welke aansluiten op bestaande
                                                recreatieve routes. De kaarten in dit beleidskader
                                                geven aan welke verbindingen tenminste gelegd moeten
                                                worden;</al></li><li nr="·"><al>De recreatieve functies dienen een extensief
                                                karakter te hebben, met uitzondering van de
                                                activiteit schaatsen op natuurijs;</al></li><li nr="·"><al>Over het landgoed dienen altijd wandelpaden te
                                                worden aangelegd. Ook fiets-, ruiter- en MTB-paden
                                                zijn toegestaan. Voor alle type paden op het
                                                landgoed geldt dat ze aan dienen te sluiten op
                                                bestaande recreatieve routes;</al></li><li nr="·"><al>Eigenaren van het landgoed dragen zorg voor openbare
                                                toegankelijkheid, onderhoud en instandhouding van de
                                                paden en routes. Enkel bij zonsondergang mogen paden
                                                worden afgesloten;</al></li><li nr="·"><al>Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de
                                                aard, omvang en situering van het padenstelsel;</al></li><li nr="·"><al>Indien het recreatieve padenstelsel naar de mening
                                                van initiatiefnemer is gemaximaliseerd, maar wanneer
                                                dit in verhouding onvoldoende wordt geacht kan het
                                                bevoegd gezag nadere eisen stellen over andere
                                                vormen van verevening en recreatief medegebruik. Te
                                                denken valt aan bijvoorbeeld picknickplaatsen,
                                                bruggetjes, steigers, etc., realisatie routes buiten
                                                het landgoed, of een financiële bijdrage aan de
                                                aanleg van recreatieve routes binnen het grondgebied
                                                van de gemeente Hulst.</al></li><li nr="·"><al>Om aansluiting op bestaande recreatieve routes te
                                                garanderen, dienen initiatiefnemers zorg te dragen
                                                voor deze aansluiting vanaf het landgoed, tot het
                                                bestaande recreatieve pad, dit kan dus ook inhouden
                                                de aanleg van een pad buiten het landgoed;</al></li><li nr="·"><al>Recreatieve paden die enkel een lus over het
                                                landgoed vormen, zonder aan bestaande routes te zijn
                                                gekoppeld, worden niet toegestaan (zie afb.
                                                5.1);</al></li><li nr="·"><al>het inrichtingsplan bevat ook een paragraaf inzake
                                                uitvoering en beheer, waarin de continuïteit van het
                                                beheer in de beoogde vorm wordt gegarandeerd. De
                                                paragraaf inzake uitvoering en beheer bevat een
                                                exploitatieopzet en inzicht in de juridische
                                                structuur, waarbij een kettingbeding van belang is.
                                                Om de exploitatie en het beheer te verzekeren wordt
                                                een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten.</al></li></lijst><al><plaatje><illustratie id="i8268d44c-8f27-4422-9994-2dbb76f47344" naam="i258229i8268d44c-8f27-4422-9994-2dbb76f47344.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="10.25cm"/></plaatje></al><al>Afb. 5.1 Voorbeeld van een nieuw landgoed met recreatieve
                                        paden die een lus vormen. Deze zijn niet toegestaan in de
                                        gemeente Hulst</al><tussenkop>
                         5.1.5 Inrichtingsvoorwaarden
                     </tussenkop><lijst><li nr="·"><al>het nieuwe landgoed dient aaneengesloten te zijn;
                                                80% van het nieuwe landgoed is openbaar
                                                toegankelijk; </al></li><li nr="·"><al>het landgoed heeft groene en blauwe functies die
                                                voldoen aan de voor het gebied gewenste
                                                landschapstype, waardoor gebiedsgerichte
                                                differentiatie mogelijk is;</al></li><li nr="·"><al>Landbouwkundig gebruik van deze gronden is alleen
                                                toegestaan als beheersmaatregel voor instandhouding
                                                van de natuur- en landschapsdoeltypen;</al></li><li nr="·"><al>Bestaande natuur- en landschapselementen dienen te
                                                worden behouden en verder te worden ontwikkeld.
                                                Bovendien mogen bestaande natuur- en
                                                landschapselementen niet mogen meegeteld in de
                                                oppervlakte berekening voor de nieuwe
                                                landschapsinrichting. Een stuk land van 1,0 ha. dat
                                                tot landgoed wordt omgevormd met een
                                                landschapselement van 0,2 ha. draagt dus 0,8 ha. bij
                                                aan de landgoedontwikkeling.</al></li></lijst><al>Vanzelfsprekend zijn deze voorwaarden niet uitputtend en
                                        dient er sprake te zijn van maatwerk, waarbij de eerder
                                        genoemde uitgangspunten het kader vormen. Gemeenten kunnen
                                        in hun bestemmingsplan nadere voorwaarden stellen, voor
                                        zover deze niet strijdig zijn met de genoemde
                                        uitgangspunten.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>6 Overige</label></kop><paragraaf><kop><label>6.1 Indieningsvereisten</label></kop><structuurtekst><al>Het provinciaal beleidskader vermeldt aan welke voorwaarden een
                                    aanvraag moet voldoen. Op gemeentelijk niveau kan hierbij worden
                                    aangesloten, waarbij tevens alle genoemde voorwaarden en
                                    zoeklocaties uit deze beleidsnotitie van toepassing zijn.</al><al>De aanvraag door een initiatiefnemer voor een nieuw landgoed
                                    dient in ieder geval te voorzien in:</al><al>Een bouwplan voor het woongebouw met een
                                    beeldkwaliteitsbeschrijving, een inrichtingsplan voor de tuin en
                                    het overige terrein, een beeldkwaliteitsplan voor het landgoed,
                                    een document waarin de juridische vormgeving en een
                                    exploitatieopzet is opgenomen voor onderhoud en beheer van het
                                    gehele landgoed, tevens dient de recreatieve en landschappelijke
                                    meerwaarde te zijn opgenomen. Alle stukken worden door de
                                    aanvrager opgesteld en aangeleverd. Kosten voor het opstellen
                                    van de gevraagde stukken komen altijd voor rekening van de
                                    aanvrager. De gemeente is bevoegd eisen te stellen aan de
                                    kwaliteit van de stukken.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>6.2 Procedureel</label></kop><structuurtekst><tussenkop>
                         6.2.1 Anterieure overeenkomst
                     </tussenkop><al>Alvorens de procedure wordt opgestart, dient met
                                        initiatiefnemers eerst een anterieure overeenkomst worden
                                        afgesloten. De gemeente draagt zorg voor het opstellen van
                                        deze overeenkomst. In de overeenkomst wordt in ieder geval
                                        vastgelegd het inrichtingsplan, de openbare
                                        toegankelijkheid, de exploitatie en instandhouding van het
                                        landschap en recreatieve routes en de beeldkwaliteit van de
                                        bebouwing. Iedere anterieure overeenkomst is maatwerk.</al><tussenkop>
                         6.2.2 Planologische procedure
                     </tussenkop><al>Medewerking kan slechts worden verleend door middel van een
                                        herziening van het ter plaatse geldende bestemmingsplan.
                                        B&amp;W nemen een besluit over het opstarten van de
                                        procedure. De gemeenteraad stelt het herziene
                                        bestemmingsplan vast.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>6.3 Evaluatie</label></kop><structuurtekst><al>Na een periode van drie jaar zal worden bezien of de
                                    doelstellingen van het voorgestelde beleid worden gehaald en of
                                    bijstelling noodzakelijk of gewenst is. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>6.4 Inwerkingtreding</label></kop><structuurtekst><al>Deze beleidsregels treden in werking de dag na bekendmaking,
                                    derhalve met ingang van 30 juli 2015</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>6.5 Citeertitel</label></kop><structuurtekst><al>Deze beleidsregels worden aangehaald als: ‘Beleidsregels nieuwe
                                    landgoederen’. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de vergadering van burgemeester en wethouders
                        van 2 december 2014</al></slotformulering><ondertekening>
          Burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst,
        </ondertekening><ondertekening>
          De secretaris, De burgemeester,
        </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>