<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR373707_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Opsterland 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Opsterland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-09-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Opsterland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Opsterland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2015, nr. 21186, 12-03-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Opsterland 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning, art. 5</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Opsterland 2015</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-03-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-47279</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-55443</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>FINANCIEEL BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE OPSTERLAND
            2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland;</al><al>gelet op de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Opsterland 2015 zoals
            vastgesteld door de raad bij besluit van 17 november 2014;</al><al/><al>stellen vast:</al><al/><al>het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Opsterland 2015</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>1.De begripsbepalingen uit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de
            Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Opsterland 2015 (hierna: “de
            Verordening”) zijn van toepassing op dit Besluit. </al><al/><al>2. Alle begrippen die in dit besluit worden gebruikt en die niet nader worden
            omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het besluit, de Awb en de
            Verordening. </al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Vormen van de te verstrekken maatwerkvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verzoek om een voorziening in natura</titel></kop><al>Verstrekking van
            een toegekende maatwerkvoorziening in de vorm van een voorziening in natura vindt plaats
            op verzoek van de belanghebbende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verzoek om een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget (PGB)</titel></kop><al>Verstrekking van een toegekende maatwerkvoorziening in de vorm van een PGB vindt
            plaats op verzoek van de belanghebbende, waarbij voldaan moet worden aan de voorwaarden
            zoals gesteld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Bepalingen rondom het verstrekken van een maatwerkvoorziening in
              de vorm van een PGB</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Algemene voorwaarden en procedurele bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Definities: </vet></al><al>Sociaal netwerk: zie artikel 1.1.1 lid 1 Wmo 2015.</al><al>Gekwalificeerd: In het bezit van de in de branche vastgestelde
            Basiscompetentieprofielen</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorwaarden voor de verstrekking van een PGB</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belanghebbende stelt zich gemotiveerd op het standpunt dat hij de betreffende
                maatwerkvoorziening in de vorm van een PGB geleverd wenst te krijgen. </al></li><li nr="2."><al>De belanghebbende die verzoekt in aanmerking te komen voor een PGB is op eigen
                kracht voldoende in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake
                dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger. Tevens
                heeft hij inzicht in keuzemogelijkheden tussen de verschillende leveranciers en
                voorzieningen.</al></li><li nr="3."><al>De met behulp van een PGB aangeschafte voorziening(en) moet adequaat gemaakt en
                onderhouden kunnen worden. Dit betekent dat de belanghebbende dan wel degene door
                wie hij wordt bijgestaan, in staat moet zijn de voorzieningen bij een leverancier
                uit te kiezen, aan te kopen en zorg te dragen dat de voorziening gedurende de
                looptijd van het PGB in goede staat in gebruik kan blijven.</al></li><li nr="4."><al>Er mag geen sprake zijn van financiële problemen bij de belanghebbende, tenzij op
                belanghebbende financieel toezicht wordt uitgeoefend door bijvoorbeeld het
                maatschappelijk werk of een gemeentelijke kredietbank.</al></li><li nr="5."><al>De volgende voorwaarden worden gehanteerd bij het verstrekken van een PGB: </al><lijst><li nr="-"><al>Eenmalige uitkering bij beëindiging van de PGB relatie met de aanbieder is
                toegestaan</al></li><li nr="-"><al>Reiskostenvergoeding is toegestaan</al></li><li nr="-"><al>Betaling kan per maand of per uur, naar gelang de wens van de cliënt</al></li><li nr="-"><al>Administratiekosten mogen van het PGB niet worden betaald</al></li><li nr="-"><al>Bemiddelingskosten zijn niet toegestaan</al></li><li nr="-"><al>Feestdagenvergoeding is niet toegestaan</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Weigering van een PGB</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Toekenning van een PGB wordt geweigerd indien de belanghebbende niet voldoet aan
                de algemene voorwaarden als bedoeld in artikel 4.</al></li><li nr="2."><al>Toekenning van een PGB kan ook geweigerd worden indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het een verstrekking betreft voor een periode korter dan 3 maanden.</al></li><li nr="b."><al>bij een aanvrager met een zeer progressief ziektebeeld al op voorhand vast
                    staat dat binnen korte tijd vervanging van de voorziening nodig is, wellicht
                    daarna weer. </al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De toekenning van het PGB</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als de hoogte van het PGB is vastgesteld, wordt het bij beschikking aan de
                belanghebbende bekend gemaakt. In deze beschikking wordt in elk geval vermeld wat de
                maximale omvang van het PGB is, aan welke voorwaarden voldaan moet en voor welke
                periode het PGB bedoeld. In de beschikking wordt ook vermeld wanneer een bijdrage in
                de kosten verschuldigd is. </al></li><li nr="2."><al>De Sociale verzekeringsbank, genoemd in artikel 3 van de Wet structuur
                uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, voert namens het college de betalingen ten
                laste van verstrekte persoonsgebonden budgetten, alsmede het hiermee verbonden
                budgetbeheer, uit.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Het PGB-plan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als aan de belanghebbende een maatwerkvoorziening in de vorm van een PGB wordt
                toegekend, stelt de belanghebbende een PGB-plan op waarin in elk geval wordt
                opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>welke maatwerkvoorziening de goedkoopst adequate oplossing is;</al></li><li nr="b."><al>om welke reden(en) hij de maatwerkvoorziening in de vorm van een PGB verstrekt
                    wenst te krijgen; </al></li><li nr="c."><al>welke hulpverlener(s) hij wil contracteren, dan wel welke fysieke
                    voorziening(en) hij aan wil schaffen;</al></li><li nr="d."><al>de arbeidsovereenkomst(en) die hij wil sluiten met de hulpverlener(s), dan wel
                    een offerte van de voorziening(en) die hij aan wil schaffen inclusief de kosten
                    voor onderhoud, reparatie, keuring en verzekering van deze voorziening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Wanneer er tussen het college en de belanghebbende overeenstemming is bereikt over
                de inhoud van het PGB-plan, zal het plan opgenomen worden in de beschikking en mag
                de belanghebbende overgaan tot het contracteren van de hulpverleners, dan wel het
                verkrijgen van de fysieke voorziening. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De uitbetaling van het PGB</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belanghebbende dient de facturen ten behoeve van de afgesproken
                maatwerkvoorziening in bij de Sociale verzekeringsbank.</al></li><li nr="2."><al>De Sociale verzekeringsbank controleert of de facturen overeen komen met de
                arbeidsovereenkomst(en), dan wel de vooraf ingediende offerte alvorens over wordt
                gegaan op het betalen van de factuur.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Terugvorderen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het PGB wordt (deels) teruggevorderd als:</al><lijst><li nr="a."><al>het budget niet of niet volledig wordt aangewend voor het doel waarvoor het is
                    verstrekt; </al></li><li nr="b."><al>door een voortschrijdend ziektebeeld de geïndiceerde voorziening niet meer
                    adequaat is en de belanghebbende de voorziening nog niet heeft aangekocht of
                    besteld;</al></li><li nr="c."><al>de belanghebbende zich niet houdt aan voorwaarden waaronder het PGB is
                    verstrekt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het PGB of de voorziening kan worden teruggevorderd als belanghebbende overlijdt
                of verhuist naar een andere gemeente. </al></li><li nr="3."><al>Terugvordering van een PGB kan plaatsvinden indien de voorziening niet
                (volledig) wordt gebruikt. </al></li><li nr="4."><al>Bij terugvordering van een PGB voor een fysieke voorziening worden de
                terugvorderingstermijnen c.q. percentages gehanteerd zoals weergegeven in de
                ‘bijlage 1 tabellen’.</al></li><li nr="5."><al>Er wordt niet overgegaan tot terugvordering indien het terug te vorderen bedrag
                minder dan € 55,00 bedraagt.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>De vaststelling van de hoogte van het PGB</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De hoogte van het PGB voor het kunnen voeren van een gestructureerd huishouden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van het PGB in verband met het kunnen voeren van een gestructureerd
                huishoudenis afhankelijk van het toegekende aantal uren hulp waarmee het
                resultaat gerealiseerd kan worden.</al></li><li nr="2."><al>Voor hulp bij het kunnen voeren van een gestructureerd huishouden wordt een bedrag
                per uur beschikbaar gesteld. </al></li><li nr="3."><al>De PGB-bedragen van het lopende kalenderjaar zijn opgenomen in de ‘bijlage 1
                tabellen’. Er wordt verondersteld dat deze bedragen toereikend zijn om de
                geïndiceerde hulp in te kopen. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De hoogte van het PGB voor een roerende woonvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het PGB voor een roerende woonvoorziening en de eventueel daarmee samenhangende
                kosten van onderhoud, verzekering, keuring en reparatie wordt vastgesteld op basis
                van de tegenwaarde van de voor de gemeente goedkoopst adequate voorziening (zo
                mogelijk uit het kernassortiment), zoals dat door het college aan de leverancier of
                de woningcorporaties wordt betaald (onder aftrek van het kortingspercentage dat door
                de leverancier wordt geboden). </al></li><li nr="2."><al>Voor voorzieningen die buiten het kernassortiment vallen kan de hoogte van het PGB
                worden vastgesteld aan de hand van één of meer offertes. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De hoogte van het PGB voor een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van het PGB voor een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening en de
                daarmee eventueel samenhangende kosten van onderhoud, verzekering, keuring en
                reparatie kan worden bepaald op basis van een voorcalculatie of aan de hand van door
                de belanghebbende opgevraagde vergelijkbare offertes, waarbij de prijs van de
                leverancier die de goedkoopst adequate voorziening kan leveren doorslaggevend is. De
                gemeente is gemachtigd om een tegenofferte op te vragen.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van het PGB voor een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening kan
                worden vastgesteld op basis van een voorcalculatie of op basis van de tegenwaarde
                die vermeld staat in de door het college geaccepteerde offerte voor de goedkoopst
                adequate voorziening. </al></li><li nr="3."><al>Bij de berekening van de hoogte van een PGB voor de kosten van een bouwkundige of
                woontechnische woonvoorziening, worden enkel de volgende kosten meegerekend: </al><lijst><li nr="a."><al>De aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen
                    van de voorziening. Indien de voorziening in zelfwerkzaamheid wordt getroffen,
                    vervalt de post loonkosten en worden alleen de materiaalkosten vergoed.</al></li><li nr="b."><al>Het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien
                    verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in DNR
                    2011 van de BNA. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een
                    architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld worden deze kosten
                    subsidiabel geacht. Het betreft dan veelal de ingrijpender
                    woningaanpassingen.</al></li><li nr="c."><al>De kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot
                    een maximum van 2% van de aanneemsom.</al></li><li nr="d."><al>De leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de
                    voorziening.</al></li><li nr="e."><al>De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting.</al></li><li nr="f."><al>Renteverlies, dat ontstaat indien de belanghebbende noodzakelijke betaling aan
                    derden moet doen voordat tot vergoeding is overgegaan, maar uitsluitend indien
                    deze betalingen verband houden met de bouw dan wel het treffen van
                    voorzieningen.</al></li><li nr="g."><al>De prijs van bouwrijpe grond indien de aanschaf van de grond noodzakelijk is
                    omdat niet binnen het oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden.</al></li><li nr="h."><al>Na de oorspronkelijke raming ontstane kosten, die ten tijde van de raming van
                    de kosten redelijkerwijs niet voorzien konden worden, mits het college
                    schriftelijk toestemming geeft voor de uitgave van deze extra bedragen.</al></li><li nr="i."><al>De kosten van noodzakelijk technisch onderzoek en voor advisering over de te
                    treffen aanpassing.</al></li><li nr="j."><al>De kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>De hoogte van het PGB voor een vervoersvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen en de eventueel daarmee
                samenhangende kosten van onderhoud, verzekering, keuring en reparatie is gelijk aan
                de tegenwaarde van het bedrag dat de gemeente heeft bedongen, of zou hebben bedongen
                indien zij de vervoersvoorziening zelf zou hebben ingekocht. </al></li><li nr="2."><al>Voor voorzieningen die buiten het kernassortiment vallen kan de hoogte van het PGB
                worden vastgesteld aan de hand van één of meer offertes.</al></li><li nr="3."><al>Het persoonsgebonden budget voor aanpassingen aan een auto is beperkt tot
                aanpassingen met een economische levensduur van zeven jaar, die geplaats of
                overgeplaatst wordt in een auto met een economische levensduur van tenminste vijf
                jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>De hoogte van het PGB voor een rolstoel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het PGB voor een rolstoel, niet zijnde een sportrolstoel, wordt vastgesteld op
                basis van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate voorziening, zoals dat door het
                college aan de gecontracteerde leverancier wordt betaald. </al></li><li nr="2."><al>Ten behoeve van onderhoud en reparatie van de vervoersvoorziening kan dit bedrag
                verhoogd worden met een door de gemeente te bepalen bedrag per jaar, dat gelijk is
                aan de gehanteerde prijzen van de door de gemeente gecontracteerde leverancier.
                Hierbij wordt uitgegaan van de gemiddelde gebruiksduur van de voorziening.</al></li><li nr="3."><al>Voor voorzieningen die buiten het assortiment vallen kan de hoogte van het PGB
                worden vastgesteld aan de hand van één of meer offertes. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>De hoogte van het PGB voor een sportvoorziening</titel></kop><al>Het PGB voor een sportvoorziening en de daarmee eventueel samenhangende kosten van
                onderhoud, verzekering, keuring en reparatie wordt bepaald aan de hand van door de
                belanghebbende opgevraagde vergelijkbare offertes, waarbij de prijs van de
                leverancier die de goedkoopst adequate voorziening kan leveren doorslaggevend is. De
                gemeente is gemachtigd om een tegenofferte op te vragen. Vanwege de aard en het
                gebruik van dergelijke voorzieningen wordt de economische levensduur van
                sportrolstoelen gezet op drie jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>De hoogte van het PGB voor begeleiding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van het PGB in verband met begeleiding individueelis
                afhankelijk van het toegekende aantal uren begeleiding waarmee het resultaat
                gerealiseerd kan worden.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van het PGB in verband met begeleiding in groepsverband is afhankelijk
                van het aantal toegekende dagdelen begeleiding waarmee het resultaat gerealiseerd
                kan worden.</al></li><li nr="3."><al>Voor individuele begeleiding wordt een bedrag per uur beschikbaar gesteld. </al></li><li nr="4."><al>Voor begeleiding in groepsverband wordt een bedrag per dagdeel beschikbaar
                gesteld. </al></li><li nr="5."><al>De PGB-bedragen van het lopende kalenderjaar zijn opgenomen in de ‘bijlage 1
                tabellen’. Deze bedragen zijn toereikend om begeleiding in te kopen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>De hoogte van het PGB voor kortdurend verblijf</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van het PGB in verband met kortdurend verblijfis afhankelijk
                van het toegekende aantal dagen per week waarmee het resultaat gerealiseerd kan
                worden.</al></li><li nr="2."><al>Voor kortdurend verblijf wordt een bedrag per dag beschikbaar gesteld. </al></li><li nr="3."><al>De PGB-bedragen van het lopende kalenderjaar zijn opgenomen in de ‘bijlage 1
                tabellen’. Er wordt verondersteld dat deze bedragen toereikend zijn om kortdurend
                verblijf in te kopen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>De hoogte van het PGB voor beschermd wonen of opvang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>beschermd wonen uitgevoerd door een door het college van de centrumgemeente
                gecontracteerde aanbieder of een daarmee te vergelijken aanbieder, bedraagt 100% van
                het tarief per uur voor beschermd wonen, zoals door het college gecontracteerd;</al></li><li nr="2."><al>beschermd wonen uitgevoerd door derden, niet zijnde personen uit het sociale
                netwerk of mantelzorgers, bedraagt 75% van het tarief per uur voor beschermd wonen,
                zoals door het college van de centrumgemeente gecontracteerd;</al></li><li nr="3."><al>beschermd wonen uitgevoerd door iemand uit het sociale netwerk, dan wel door een
                mantelzorger, bedraagt 50% van het tarief per uur voor beschermd wonen, zoals door
                het college van de centrumgemeente gecontracteerd</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>De hoogte van het PGB ingeval van inzet door een persoon die
                  behoort tot het sociaal netwerk of door een ongekwalificeerde kracht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als de hulp wordt geboden door een ongekwalificeerde kracht, zoals een werkstudent
                of ZZP’er zonder gespecialiseerde opleiding, wordt het PGB begrensd op maximaal 50%
                van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate door het
                college ingekochte individuele voorziening in natura.</al></li><li nr="2."><al>Als de hulp wordt geboden door een persoon die behoort tot het sociale netwerk
                bedraagt de vergoeding maximaal 25% van de in de betreffende situatie goedkoopst
                adequate door het college ingekochte individuele voorziening in natura.</al></li><li nr="3."><al>De PGB-bedragen van het lopende kalenderjaar zijn opgenomen in de “Bijlage 1
                Tabellen”.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3:</nr><titel>Overige bepalingen ten aanzien van het verstrekken van een
                  PGB</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Gereedmelding</titel></kop><al>Bij de verstrekking van een PGB voor een bouwtechnische of woontechnische
                woonvoorziening kan de gemeente bepalen dat een gereedmelding plaats dient te
                vinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Terugbetaling bij verkoop</titel></kop><al>1. De waardestijging die door het treffen van een woonvoorziening van meer dan
                €15000,00 is ontstaan, dient bij eventuele verkoop binnen 10 jaar na gereedmelding
                van de woningaanpassing gedeeltelijk aan de gemeente te worden terugbetaald door
                belanghebbende, indien deze (deels) woningeigenaar is.</al><al>2. De waardestijging die door
                het treffen van een woningaanpassing ontstaat, wordt bepaald door taxatie van de
                woning voorafgaand aan het realiseren van de woningaanpassing en taxatie van de
                woning na gereedmelding hiervan. De taxatie wordt uitgevoerd door een beëdigd
                taxateur, in opdracht van de gemeente. </al><al>3. De restitutie wordt berekend volgens tabel Looptijd Voorzieningen 10 Jaar
                (bijlage 1) </al><al/><lijst><li nr="a."><al>Bovenstaande regeling is niet van toepassing indien de eigenaar-bewoner door
                omstandigheden buiten de persoon gelegen de woning gedwongen dient te verkopen. Dit
                is ter beoordeling aan het college van burgemeester en wethouders. </al></li><li nr="b."><al>In alle gevallen wordt de bijdrage, die voor rekening van de woningeigenaar is
                gekomen bij de toekenning van de woonvoorziening(en) in mindering gebracht op de
                waardestijging. Het terug te betalen bedrag bedraagt nooit meer dan het verstrekte
                PGB. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Verantwoording PGB</titel></kop><al>Het college en/of de Sociale Verzekeringsbank kunnen steekproefsgewijs onderzoek
                doen naar de manier waarop het PGB is besteed.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Bijdrage</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Algemene voorzieningen Artikel 23 Bijdrage in de kosten van een
                  algemene voorziening</titel></kop><structuurtekst><al>De belanghebbende is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor het gebruik van
                een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Hoogte van de bijdrage voor een algemene voorziening</titel></kop><al>Dit artikel wordt nader ingevuld zodra er een algemene voorziening wordt
                ingericht, waarvoor een bijdrage gevraagd gaat worden.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>Maatwerkvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Bijdrage voor een maatwerkvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belanghebbende is een bijdrage verschuldigd in de kosten van een
                maatwerkvoorziening voor zolang hij gebruik maakt van de maatwerkvoorziening, dan
                wel gedurende de periode waarvoor het PGB wordt verstrekt. </al></li><li nr="2."><al>Als de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of PGB ten behoeve van een
                woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd, is de bijdrage
                verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie
                een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is
                afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent
                over een cliënt. </al></li><li nr="3."><al>In navolging van lid 2 van dit artikel is de ouder of stiefouder die ingevolge de
                Algemene Kinderbijslagwet onmiddellijk voorafgaande aan de verstrekking van de
                maatwerkvoorziening of het PGB recht op kinderbijslag heeft, de bijdrage
                verschuldigd indien de bijdrageplichtige ouders of stiefouders gescheiden wonen en
                geen bedrag is bepaald op de voet van de artikelen 406 of 407 van het Boek 1 van het
                Burgerlijk Wetboek of van artikel 822, eerste lid, onderdeel c, van het Wetboek van
                Burgerlijke Rechtsvordering, </al></li><li nr="4."><al>De economische levensduur van een aanpassing aan een auto bedraagt 7 jaar. </al></li><li nr="5."><al>De economische levensduur van een sportvoorziening bedraagt 3 jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Hoogte van de bijdrage voor een
                maatwerkvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De door belanghebbende verschuldigde bijdrage in de kosten van de toegekende
                maakwerkvoorziening(en) wordt vastgesteld conform het bepaalde in het
                Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. </al></li><li nr="2."><al>De kostprijs van een maatwerkvoorziening en PGB wordt bepaald naar aanleiding van
                de afspraken met de gecontracteerde aanbieders, het kernassortiment van de
                gecontracteerde aanbieders of het opvragen van offertes in de markt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Inning van de bijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bijdrage voor een maatwerkvoorziening dan wel een persoonsgebonden budget wordt, met uitzondering van die voor opvang,
                vastgesteld en voor de gemeente geïnd door het CAK.</al></li><li nr="2."><al>Bij bijdragen voor een maatwerkvoorziening of PGB voor opvang wordt door Gemeente
                Leeuwardenvastgesteld en geïnd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Geen bijdrage</titel></kop><al>Geen bijdrage is verschuldigd indien:</al><lijst><li nr="1."><al>het resultaat behaald kan worden door een voorziening in de vorm van een
                woningaanpassing in algemene ruimten.</al></li><li nr="2."><al>het resultaat behaald kan worden door een voorziening in de vorm van aanpassingen
                aan eerder verstrekte woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen. </al></li><li nr="3."><al>een maatwerkvoorziening is verstrekt in de vorm van een rolstoel. </al></li><li nr="4."><al>collectieve voorzieningen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Overige regelingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Overgangsbepaling begeleiding en beschermd wonen</titel></kop><al>1. Het college houdt bij de bepaling van de hoogte van het pgb voor begeleiding
                rekening met overgangsrecht zoals bepaald in artikel 8.3 lid 3 van de wet;</al><al/><al>2. Het college houdt bij de bepaling van de hoogte van het pgb voor beschermd
                wonen rekening met overgangsrecht zoals bepaald in artikel 8.4 juncto artikel 8.3.
                lid 3 van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>De jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers</titel></kop><al>De jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorger wordt, na overleg met
                mantelzorgers op een nader moment in dit artikel vastgelegd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Citeerartikel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit besluit wordt aangehaald als: Financieel besluit maatschappelijke
                ondersteuning gemeente Opsterland 2015.</al></li><li nr="2."><al>Het besluit treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="3."><al>Het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Opsterland 2013 wordt met
                ingang van 1 januari 2015 ingetrokken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de vergadering van het college d.d.15 december 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Burgemeester en wethouders voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Koen van Veen Ellen van Selm </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Opsterland/i258232.pdf">tabellen behorende bij het financieel besluit Maatschappelijk Ondersteuning Opsterland</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>