<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR373654_1</dcterms:identifier><dcterms:title>RE-INTEGRATIEVERORDENING PARTICIPATIEWET 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Grootegast</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-07-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westerkwartier</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitaal Gemeenteblad van 30-07-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening participatiewet 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, art. 8a, lid 1, aanhef en onder a, c, d, e</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, art. 8a, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, art.l 10b, lid 4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-06-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-18809</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>RE-INTEGRATIEVERORDENING PARTICIPATIEWET 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Grootegast;</al><al>gelezen het voorstel van het college van … ; Gezien het advies van de
                        Wmo-adviesraad d.d…. </al><al>gelet op de artikelen 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d en e, en
                        tweede lid, en 10b, vierde lid, van de Participatiewet;</al><al>BESLUIT:</al><al><vet>de Re-integratieverordening Participatiewet 2015 vast te
                        stellen</vet>.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="•"><al>doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste
                                            lid, onder a, van de wet;</al></li><li nr="•"><al>grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de
                                            arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één
                                            jaar;</al></li><li nr="•"><al>korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de
                                            arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één
                                            jaar;</al></li><li nr="•"><al>wet: Participatiewet.</al></li></lijst></li><li nr="2"><al>Voor zover niet anders is bepaald, worden begrippen in deze
                                    verordening gebruikt in dezelfde betekenis als in de wet.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Beleid en financiën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Evenwichtige verdeling</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan de voorzieningen, bedoeld in artikel 4:2, 4:4 en
                                    4:5 aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met
                                    korte afstand tot de arbeidsmarkt.</al></li><li nr="2"><al>Het college kan de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 4:2,
                                    4:3,4:4,4:5 en 4:6 aanbieden aan personen die behoren tot de
                                    doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. </al></li><li nr="3"><al>Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening
                                    opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en
                                    functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden
                                    hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en
                                    de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep
                                    loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut
                                    werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan:</al><lijst><li nr="a"><al>de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar,
                                            en</al></li><li nr="b"><al>de noodzakelijkheid van het verrichten van
                                            mantelzorg.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Budget- en subsidieplafonds</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan bij uitvoeringsbesluit een of meer subsidie- of
                                    budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen.
                                    Een door het college ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt
                                    een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke
                                    voorziening.</al></li><li nr="2"><al>Het college kan bij uitvoeringsbesluit een plafond instellen
                                    voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een
                                    specifieke voorziening.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Verplichtingen belanghebbende</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Een belanghebbende aan wie door het college een voorziening
                                    wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken.</al></li><li nr="2"><al>Een belanghebbende die deelneemt aan een voorziening is gehouden
                                    aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet
                                    structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, deze
                                    verordening alsmede aan de verplichtingen die het college aan de
                                    aangeboden voorziening heeft verbonden. </al></li><li nr="3"><al>Indien een belanghebbende niet zijnde een uitkeringsgerechtigde,
                                    die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het
                                    gestelde in het tweede lid, kan het college de kosten van de
                                    voorziening dan wel de subsidie geheel of gedeeltelijk
                                    terugvorderen. </al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Algemene bepalingen over voorzieningen</titel></kop><al>Het college kan een voorziening beëindigen als: </al><lijst><li nr="a"><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting
                                    als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13
                                    en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37
                                    van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; </al></li><li nr="b"><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort
                                    tot de doelgroep;</al></li><li nr="c"><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen
                                    geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt
                                    gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen,
                                    tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet;</al></li><li nr="d"><al>naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende
                                    bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="e"><al>de voorziening naar het oordeel van het college niet meer
                                    geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de
                                    voorziening;</al></li><li nr="f"><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren
                                    gebruik maakt van de aangeboden voorziening;</al></li><li nr="g"><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet
                                    aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in
                                    aanmerking te komen voor die voorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Werkstage</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan een persoon een werkstage gericht op
                                    arbeidsinschakeling aanbieden als deze behoort tot de
                                    doelgroep.</al></li><li nr="2"><al>Het doel van een werkstage is het opdoen van werkervaring of het
                                    leren functioneren in een arbeidsrelatie. </al></li><li nr="3"><al>Het college plaatst de persoon uitsluitend als hierdoor de
                                    concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en
                                    er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. </al></li><li nr="4"><al>De werkstage duurt maximaal zes maanden en vindt als de persoon
                                    algemene bijstand ontvangt, plaats met behoud van uitkering. Een
                                    werkstage kan eenmaal met een zelfde periode worden verlengd
                                    indien dit noodzakelijk is voor arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="5"><al>De werkstage wordt vastgelegd in een schriftelijke
                                    overeenkomst.</al></li><li nr="6"><al>Gedurende de werkstage vindt begeleiding plaats.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Sociale activering</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep
                                    activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor
                                    zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen
                                    geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt
                                    gemaakt van een voorziening. </al></li><li nr="2"><al>Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde
                                    activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die
                                    persoon.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Detacheringsbaan</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan zorgen voor toeleiding van een persoon die
                                    behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een
                                    werkgever, gericht op arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="2"><al>De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd
                                    bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een
                                    schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en
                                    inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende
                                    organisatie.</al></li><li nr="3"><al>Een werknemer wordt uitsluitend geplaatst als hierdoor de
                                    concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en
                                    er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.</al></li><li nr="4"><al>Het college kan formeel als werkgever van de werknemer optreden,
                                    dan wel een organisatie aanwijzen die in opdracht van de
                                    gemeente formeel als werkgever van de werknemer, bedoeld in het
                                    eerste lid, optreedt.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Scholing</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een
                                    scholingstraject aanbieden.</al></li><li nr="2"><al>Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende
                                    eisen:</al><lijst><li nr="a"><al>is noodzakelijk voor de toeleiding naar de arbeidsmarkt,
                                            en</al></li><li nr="b"><al>duurt niet langer dan een jaar.</al></li></lijst></li><li nr="3"><al>Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in
                                    artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de wet.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Participatieplaats</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan een persoon van 27 jaar of ouder met recht op
                                    algemene bijstand overeenkomstig artikel 10a van de wet
                                    onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. </al></li><li nr="2"><al>Een participatieplaats duurt maximaal zes maanden. Een
                                    participatieplaats kan maximaal driemaal met een zelfde periode
                                    worden verlengd tot in totaal vierentwintig maanden, indien dit
                                    noodzakelijk is voor een grotere kans op arbeidsinschakeling.
                                    Het deelnemen aan een participatieplaats wordt schriftelijk aan
                                    de persoon bevestigd. </al></li><li nr="3"><al>Gedurende de periode waarin een persoon op een
                                    participatieplaats werkzaamheden verricht, vindt begeleiding
                                    plaats.</al></li><li nr="4"><al>De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet
                                    bedraagt € 600 per zes maanden, mits in die zes maanden
                                    voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op
                                    inschakeling in het arbeidsproces. De toekenning hiervan wordt
                                    schriftelijk aan de persoon meegedeeld.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Participatievoorziening beschut werk</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan aan een persoon die behoort tot de doelgroep de
                                    voorziening beschut werk aanbieden als hij door een
                                    lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een
                                    zodanige mate van begeleiding op en aanpassingen van de werkplek
                                    nodig heeft dat van een reguliere werkgever redelijkerwijs niet
                                    kan worden verwacht dat hij deze persoon in dienst neemt. </al></li><li nr="2"><al>Het college maakt uit de personen die behoren tot de doelgroep
                                    een voorselectie en wint bij het Uitvoeringsinstituut
                                    werknemersverzekeringen advies in voor de beoordeling of zij
                                    uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste
                                    omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Het
                                    college maakt voor de voorselectie gebruik van het reguliere
                                    instroom- en diagnoseproces zoals dat in de dienstverleningslijn
                                    wordt toegepast, tenzij dit gelet op de aard en ernst van de
                                    arbeidsbeperking niet mogelijk is. In dat geval wordt gebruik
                                    gemaakt van een op de situatie van de persoon aangepaste
                                    methodiek. </al></li><li nr="3"><al>Om de in artikel 10b, eerste lid, van de wet, bedoelde
                                    werkzaamheden mogelijk te maken zet het college de volgende
                                    ondersteunende voorzieningen in: fysieke aanpassingen van de
                                    werkplek of de werkomgeving, uitsplitsing van taken of
                                    aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of
                                    arbeidsduur.</al></li><li nr="4"><al>Het college bepaalt de omvang van het aanbod beschut werk en
                                    legt vast hoeveel plekken voor beschut werk beschikbaar worden
                                    gesteld. In verband hiermee overlegt het college met het
                                    Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, aan de gemeente
                                    gelieerde bedrijven en andere reguliere werkgevers. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Ondersteuning bij leer-werktraject</titel></kop><al>Het college kan ondersteuning als bedoeld in artikel 10f van de wet
                            aanbieden bij het volgen van een leer-werktraject als het college van
                            oordeel is dat een leer-werktraject nodig is. Ondersteuning wordt alleen
                            aangeboden als deze nodig is voor het volgen van een leer-werktraject en
                            het personen betreft:</al><lijst><li nr="a"><al>van zestien of zeventien jaar van wie de leerplicht of de
                                    kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet
                                    is geëindigd, of</al></li><li nr="b"><al>van achttien tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben
                                    behaald.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Persoonlijke ondersteuning</titel></kop><al>Aan een persoon die behoort tot de doelgroep kan het college
                            persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van de aan die persoon
                            opgedragen taken aanbieden in de vorm van structurele begeleiding indien
                            hij zonder persoonlijke ondersteuning niet in staat is de aan hem
                            opgedragen taken te verrichten. Persoonlijke ondersteuning wordt in
                            ieder geval aangeboden als de werkgever ten behoeve van de werknemer een
                            loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de wet ontvangt of als
                            de persoon die op een detacheringsbaan werkzaam is, behoort tot de
                            doelgroep loonkostensubsidie in de zin van artikel 6, eerst lid sub e
                            van de wet. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>No-riskpolis</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan werkgevers de kosten van de tijdelijke
                                    no-riskpolis UWV 2015 vergoeden als:</al><lijst><li nr="a"><al>de werkgever voor tenminste de duur van zes maanden een
                                            arbeidsovereenkomst aangaat met een werknemer;</al></li><li nr="b"><al>de werknemer voorafgaand aan de aanvraag van de arbeid
                                            behoort tot de doelgroep;</al></li><li nr="c"><al>de werkgever ten behoeve van de werknemer een
                                            loonkostensubsidie als bedoeld in artikel10d van de wet
                                            ontvangt;</al></li><li nr="d"><al>artikel 29b van de Ziektewet niet van toepassing is,
                                            en</al></li><li nr="e"><al>de werknemer zijn woonplaats heeft binnen de
                                            gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="2"><al>Deze regeling geldt tot 1 januari 2016.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Werkgeversarrangement</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan met een werkgever een overeenkomst sluiten over
                                    een pakket voorzieningen gericht op re-integratie ten behoeve
                                    van de arbeidsinschakeling van een of meer personen die behoren
                                    tot de doelgroep. Dit pakket kan bestaan uit verschillende
                                    voorzieningen zoals die in de verordening of de krachtens deze
                                    verordening genomen uitvoeringsbesluiten zijn vastgelegd.</al></li><li nr="2"><al>Het college kan in de overeenkomst afwijken van hetgeen in deze
                                    verordening of de krachtens deze verordening genomen
                                    uitvoeringsbesluiten is bepaald, voor zover dit de
                                    arbeidsinschakeling van een of meer personen als bedoeld in het
                                    eerste lid bevordert.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Nazorg</titel></kop><al>Het college kan voorzieningen bieden gericht op nazorg aan een werkgever
                            die een persoon die behoort tot de doelgroep in dienst neemt voor het
                            verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen sprake is van
                            een voorziening.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Loonkostensubsidies</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan een subsidie verstrekken aan werkgevers die met
                                    een tot de doelgroep behorende persoon een arbeidsovereenkomst
                                    sluiten, gericht op het opdoen van werkervaring en het
                                    bevorderen van de arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="2"><al>Bij uitvoeringsbesluit stelt het college regels ten aanzien van
                                    de hoogte en de duur van de subsidie, alsmede de verplichtingen
                                    die aan de subsidie worden verbonden. </al></li><li nr="3"><al>De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op
                                    grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële
                                    tegemoetkomingen in verband met de het afsluiten van de in het
                                    eerste lid bedoelde arbeidsovereenkomst. </al></li><li nr="4"><al>Indien de in het eerste lid bedoelde arbeidsovereenkomst wordt
                                    ontbonden binnen de wettelijke proeftijd, wegens dringende of
                                    gewichtige redenen of met een ontslagvergunning wegens
                                    bedrijfseconomische redenen, wordt de subsidie naar rato lager
                                    vastgesteld.</al></li><li nr="5"><al>De subsidie wordt alleen verstrekt indien hierdoor de
                                    concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en
                                    er geen verdringing van reguliere arbeid plaatsvindt.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Uitstroompremie</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan eenmalig een uitstroompremie toekennen aan een
                                    langdurig werkloze die duurzaam uitstroomt naar algemeen
                                    geaccepteerde arbeid en daardoor niet langer recht heeft op
                                    algemene bijstand. </al></li><li nr="2"><al>De premie kan worden aangevraagd vanaf de 7e maand na de
                                    indiensttreding.</al></li><li nr="3"><al>De hoogte van de te verstrekken premie wordt door het college
                                    vastgelegd in een uitvoeringsbesluit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Overige vergoedingen</titel></kop><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep kan in aanmerking komen voor
                            vergoeding van kosten die naar het oordeel van het college noodzakelijk
                            zijn in het kader van de voorziening waarvan die persoon gebruik maakt.
                        </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Onvoorzien en nadere regels</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                    college.</al></li><li nr="2"><al>Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van
                                    deze verordening.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Intrekken oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De Re-integratieverordening Wet werk en bijstand wordt
                                    ingetrokken.</al></li><li nr="2"><al>Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op
                                    grond van de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand, die
                                    moet worden beëindigd op grond van deze verordening, behoudt
                                    deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit
                                    de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand voor de
                                    duur:</al><lijst><li nr="a"><al>van een periode van twaalf maanden gerekend vanaf de
                                            inwerkingtreding van deze verordening, of</al></li><li nr="b"><al>van een periode waarvoor deze voorziening bij besluit is
                                            verstrekt, als dat korter is dan de periode als bedoeld
                                            in het tweede lid, onderdeel a.</al></li></lijst></li><li nr="3"><al>Het college kan na afloop van de in het tweede lid, onderdeel a,
                                    bedoelde periode, besluiten of een voorziening wordt
                                    voortgezet.</al></li><li nr="4"><al>De Re-integratieverordening Wet werk en bijstand blijft van
                                    toepassing ten aanzien van een voorziening als bedoeld in het
                                    tweede en derde lid. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015.</al></li><li nr="2"><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Re-integratieverordening
                                    2015.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier, </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Grootegast/i258212.pdf">Re-integratieverordening 2015-Toelichting.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>