<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR373473_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag 2015 GR Ferm Werk</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Ferm Werk</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-07-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woerden</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bodegraven-Reeuwijk</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oudewater</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">&lt;a title="blad
                gemeenschappelijke regeling 2015, 125" href="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2015-125.html"&gt;blad
                gemeenschappelijke regeling 2015, 125&lt;/a&gt;</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag 2015 GR Ferm Werk</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0015703&amp;artikel=artikel 8&amp;g=01-01-2015">Participatiewet, artikel 8</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-01-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-03-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>besluit algemeen bestuur</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>participatie en inkomen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studietoeslag</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Het algemeen bestuur van Ferm Werk</vet></al><lijst><li nr="-"><al><vet>gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 11 december
                                    2014; </vet></al></li><li nr="-"><al><vet>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van
                                    de Participatiewet; </vet></al></li><li nr="-"><al><vet>gezien de zienswijze van:</vet></al></li><li nr="-"><al><vet>de gemeenteraad van de gemeente Woerden d.d. 10 november 2014,
                                </vet></al></li><li nr="-"><al><vet>de gemeenteraad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk d.d. 17
                                    december 2014, </vet></al></li><li nr="-"><al><vet>de gemeenteraad van de gemeente Montfoort d.d. 15 december
                                    2014, </vet></al></li><li nr="-"><al><vet>de gemeenteraad van de gemeente Oudewater d.d. 23 oktober 2014,
                                </vet></al></li></lijst><al><vet>en het advies van de: </vet></al><lijst><li nr="-"><al><vet>Regionale adviesraad Werk en Bijstand d.d. 15 november
                                    2014,</vet></al></li><li nr="-"><al><vet>Stichting Puree d.d. 18 november 2014,</vet></al></li><li nr="-"><al><vet>Participatieraad gemeente Montfoort d.d. 23 oktober 2014,</vet></al></li></lijst><al><vet>besluit vast te stellen de</vet></al><al/><al><vet>Verordening individuele studietoeslag 2015 GR Ferm Werk</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet,
                        wordt ingediend middels een door de algemeen directeur Ferm Werk vastgesteld
                        formulier. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur beoordeelt of de indiener van een verzoek als bedoeld
                        in artikel 1 een persoon is die niet in staat is om het wettelijk
                        minimumloon te verdienen. Indien het dagelijks bestuur hier onvoldoende
                        zicht op heeft, wordt advies gevraagd aan een onafhankelijke derde partij.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen</titel></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van 6 maanden in
                        aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele studietoeslag bedraagt € 600,00. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een individuele studietoeslag wordt als één bedrag uitbetaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt jaarlijks geïndexeerd conform
                            de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal
                            Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op
                            hele euro's. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele studietoeslag
                        2015 GR Ferm Werk.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de vergadering van het algemeen bestuur van Ferm Werk
                        gehouden op 18 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Y.Koster-Dreese </ondertekening><ondertekening>voorzitter algemeen bestuur Ferm Werk </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>I. Korte</ondertekening><ondertekening>secretaris algemeen bestuur Ferm Werk </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><divisie><kop><titel>Bestuursorganen</titel></kop><al>Op grond van artikel 5 lid 2 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Ferm
                        Werk hebben de raden en de colleges van burgemeester en wethouders hun
                        bevoegdheden overgedragen aan de betreffende bestuursorganen van de GR Ferm
                        Werk. Om die reden wordt in deze verordening gesproken over het algemeen
                        bestuur waar het gaat om een bevoegdheid van de gemeenteraad en over
                        dagelijks bestuur waar het gaat om een bevoegdheid van het college. </al></divisie><divisie><kop><titel>Nieuwe regeling</titel></kop><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                        Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het dagelijks
                        bestuur de mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat
                        zijn om het minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te
                        verstrekken als ze studeren. Het afronden van een studie versterkt de
                        positie op de arbeidsmarkt. Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers
                        dat iemand gemotiveerd is en veel in zijn mars heeft. </al><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje
                        in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen
                        een stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                        stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een
                        studie te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het
                        feit dat het voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met
                        een bijbaan. </al><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van
                        bijzondere bijstand. De individuele studietoeslag is niet gerelateerd aan
                        bepaalde kosten, maar een inkomensondersteunende maatregel voor mensen van
                        wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen.
                    </al></divisie><divisie><kop><titel>Verordeningsplicht </titel></kop><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in
                        een verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                        studietoeslag. De regels moeten in ieder geval betrekking hebben op de
                        hoogte en de betalingsfrequentie van de individuele studietoeslag.</al></divisie><divisie><kop><titel>Discretionaire bevoegdheid </titel></kop><al>Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire
                        bevoegdheid van het dagelijks bestuur. Dit betekent dat het dagelijks
                        bestuur aan personen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36b, eerste
                        lid, van de Participatiewet, een individuele studietoeslag kan toekennen,
                        maar hiertoe niet is gehouden. Het dagelijks bestuur kan in beleidsregels
                        aangeven of bepaalde groepen niet in aanmerking komen voor een
                        studietoeslag. Het dagelijks bestuur kan in plaats daarvan -en in aanvulling
                        op artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet- in beleidsregels
                        aangeven wie, wanneer en op grond van welke nadere voorwaarden recht heeft
                        op een individuele studietoeslag.</al></divisie><divisie><kop><titel>Doelgroep individuele studietoeslag </titel></kop><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                        arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van
                        de Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele
                        studietoeslag. Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt
                        overigens zowel over verzoek als aanvraag. Het dagelijks bestuur kan op een
                        dergelijk verzoek -gelet op de individuele omstandigheden van een persoon-
                        een individuele studietoeslag verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon
                        op de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="·"><al>18 jaar of ouder is; </al></li><li nr="·"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                schoolkosten; </al></li><li nr="·"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van
                                de Participatiewet heeft; en </al></li><li nr="·"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot
                                het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden
                                tot arbeidsparticipatie heeft. </al></li></lijst><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                        WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                        studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op
                        studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding,
                        leeftijd en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in de
                        Participatiewet geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een
                        individuele studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het recht op
                        een individuele studietoeslag is het dan ook voldoende dat een persoon recht
                        heeft op studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon zal - als
                        aanvrager van de toeslag - aannemelijk moeten maken dat hij recht op
                        studiefinanciering of een tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een
                        beschikking van DUO of door een bewijs van inschrijving bij een bepaalde
                        opleiding te overleggen. De aanvraag moet worden ingediend bij het dagelijks
                        bestuur.</al><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van
                        toepassing bij verlening van de individuele studietoeslag. Een individuele
                        studietoeslag kan niet als lening worden verstrekt als een persoon met de
                        studietoeslag schulden wil aflossen. Artikel 49 van de Participatiewet is
                        namelijk niet van toepassing op de individuele studietoeslag. Ook artikel 52
                        van de Participatiewet is niet van toepassing op de individuele
                        studietoeslag. Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan worden
                        verstrekt in de vorm van een voorschot. </al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door
                        personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                        Participatiewet. Dit betreft personen die het dagelijks bestuur ondersteunt
                        bij arbeidsinschakeling: </al><lijst><li nr="·"><al>personen die algemene bijstand ontvangen; </al></li><li nr="·"><al>personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdelen b
                                en c, 35, vierde lid, onderdelen b en c, en 36, derde lid,
                                onderdelen b en c, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
                                tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking
                                gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon
                                bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen
                                loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is verleend; </al></li><li nr="·"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                                Participatiewet; </al></li><li nr="·"><al>personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de
                                Algemene nabestaandenwet; </al></li><li nr="·"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                                oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, </al></li><li nr="·"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                                oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en.
                            </al></li><li nr="·"><al>niet-uitkeringsgerechtigden. </al></li></lijst><al>Het dagelijks bestuur kan aan deze personen, op een daartoe strekkend
                        verzoek, een individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b, eerste lid,
                        van de Participatiewet). Een persoon dient op datum van de aanvraag aan de
                        voorwaarden te voldoen zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de
                        Participatiewet. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon,
                        een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag
                        dient in beginsel schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 van de Awb). </al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als
                        bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet moet worden
                        ingediend, bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek moet
                        worden gedaan middels een door de algemeen directeur Ferm Werk vastgesteld
                        formulier. Een verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in
                        afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag
                        (artikel 4:1 van de Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten
                        minste de naam en het adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een
                        aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid,
                        van de Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden die voor
                        de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de
                        beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb). Een mondeling
                        verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om
                        individuele studietoeslag zoals bedoeld in artikel 36b van de
                        Participatiewet. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon</titel></kop><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het
                        dagelijks bestuur op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele
                        omstandigheden, een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval
                        indien een persoon op de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="·"><al>18 jaar of ouder is; </al></li><li nr="·"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                schoolkosten; </al></li><li nr="·"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van
                                de Participatiewet heeft; en </al></li><li nr="·"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot
                                het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden
                                tot arbeidsparticipatie heeft. </al></li></lijst><al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium wint het dagelijks bestuur
                        advies in bij een onafhankelijke partij. Deze partij wordt benoemd in de
                        uitvoeringsvoorschriften. Het gaat om advies met betrekking tot het oordeel
                        of een persoon niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk
                        minimumloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. </al><al>Daar waar uit het dossier blijkt dat de persoon niet in staat is tot het
                        verdienen van het wettelijk minimumloon kan het inwinnen van advies bij een
                        onafhankelijk derde achterwege blijven.</al><al>Ten opzichte van de modelverordening is de mogelijkheid toegevoegd om zonder
                        advies te bepalen of iemand niet in staat is om het minimumloon te
                        verdienen. Dit kan immers uit het aanwezige dossier al blijken. In dat geval
                        kunnen kosten en moeite worden bespaard. Dergelijke adviezen zijn ook aan de
                        orde bij het inzetten van het instrument loonkostensubsidie. Het ligt voor
                        de hand dat de advisering in dit kader bij dezelfde instantie wordt
                        neergelegd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen</titel></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van 6 maanden in
                        aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. </al><al>Doorgaans kan een persoon halfjaarlijks starten met een opleiding. Voor de
                        beoordeling of een belanghebbende in aanmerking komt voor een individuele
                        studietoeslag wordt de situatie op de datum van de aanvraag beoordeeld
                        (artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet). Om deze reden is geregeld
                        dat een persoon slechts eenmaal binnen een periode van zes maanden in
                        aanmerking kan komen voor een individuele studietoeslag (artikel 3 van deze
                        verordening). Studeert een persoon na die zes maanden nog steeds en voldoet
                        hij aan de voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet,
                        dan kan hij opnieuw in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. </al><al>Een andere optie in de modelverordening vermeldt een periode van 12 maanden.
                        Dit brengt weliswaar minder administratieve lasten met zich mee, maar het
                        risico ontstaat dat iemand nog recht op de toeslag heeft terwijl hij al lang
                        met de opleiding is gestopt. Immers, alleen op het moment van de aanvraag
                        moet iemand aan de voorwaarden voldoen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><al>In artikel 4 van deze verordening is de hoogte van de individuele
                        studietoeslag geregeld. Deze bedraagt in 2014 € 600,00 per periode van 6
                        maanden.</al><al>Een individuele studietoeslag wordt gerelateerd aan die component van de
                        studietoeslag die de student geacht wordt zelf bij te verdienen of te lenen
                        bij DUO, zoals uiteengezet in paragraaf 3.1 van de Wet Studiefinanciering
                        2000. Dit is immers dat deel van de studiefinanciering dat de student zelf
                        dient in te brengen door te werken of te lenen en vormt dat deel van de
                        studiefinanciering dat een drempel kan vormen voor arbeidsgehandicapten om
                        te gaan studeren. Om studenten met een arbeidshandicap niet te bevoordelen
                        ten opzichte van studenten zonder arbeidshandicap, wordt er voor gekozen de
                        individuele studietoeslag te stellen op een lager bedrag. Het is immers ook
                        voor studenten zonder arbeidshandicap niet altijd mogelijk om zelf bij te
                        verdienen, omdat zij al hun tijd en aandacht nodig hebben om de studie
                        succesvol te doorlopen. Deze studenten dienen ook te lenen. </al><al>De Rijksbijdrage staat toe om alle studenten, die naar verwachting aanspraak
                        zullen maken op individuele studietoeslag, een toeslag ter hoogte van €
                        100,- per maand te vergoeden. Met de verlening van een studietoeslag van €
                        100,- per maand meent de gemeente de drempel om te studeren voor
                        arbeidsgehandicapten aanzienlijk te verlagen.</al><al>Is sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de voorwaarden
                        voor een individuele studietoeslag, dan komen zij afzonderlijk in aanmerking
                        voor een individuele studietoeslag. </al><al>Een individuele studietoeslag wordt per half jaar uitbetaald. Volgens de
                        Rekenregels en handleiding loonheffingen over bijstandsuitkeringen 2014 is
                        periodieke bijzondere bijstand die niet bestedingsgebonden is maar
                        inkomensaanvullend een belaste verstrekking. Eenmalige bijzondere bijstand
                        is een onbelaste verstrekking. </al><al>Om die reden is er voor gekozen om niet 6 maanden lang € 100,00 per maand te
                        betalen, maar per half jaar eenmalig € 600,00 te verstrekken. </al><al>Een persoon moet op de datum van de aanvraag voldoen aan de in artikel 36b,
                        eerste lid, van de Participatiewet. Als een persoon op enig moment na de
                        aanvraag hier niet meer aan voldoet heeft dat geen gevolgen voor het recht
                        op een individuele studietoeslag. Dit betekent dat het dus kan voorkomen dat
                        een persoon geen recht op studiefinanciering meer heeft, maar wel nog recht
                        heeft op uitbetaling van een eerder toegekende individuele studietoeslag
                        aangezien uitsluitend de situatie op de datum van de aanvraag bepalend is. </al><al>In artikel 4, tweede lid, van deze verordening, is een indexeringsbepaling
                        opgenomen. Deze bepaling voorkomt dat de verordening telkens opnieuw moet
                        worden vastgesteld, enkel voor indexatie van de bedragen. Het is van belang
                        de nieuwe bedragen (na indexatie) intern duidelijk te communiceren. </al><al>Een persoon moet op de datum van de aanvraag voldoen aan de in artikel 36b,
                        eerste lid, van de Participatiewet. Als een persoon op enig moment na de
                        aanvraag hier niet meer aan voldoet heeft dat geen gevolgen voor het recht
                        op een individuele studietoeslag. Dit betekent dat het dus kan voorkomen dat
                        een persoon geen recht op studiefinanciering meer heeft, maar wel nog recht
                        heeft op uitbetaling van een eerder toegekende individuele studietoeslag
                        aangezien uitsluitend de situatie op de datum van de aanvraag bepalend is. </al><al>Na 6 maanden kan een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een
                        individuele studietoeslag. Dit volgt uit artikel 3 van deze verordening.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Vanaf die
                        datum is in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet de
                        verordeningsopdracht voor het algemeen bestuur neergelegd om regels in de
                        verordening vast te stellen over het verlenen van een individuele
                        studietoeslag. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>In dit artikel is de citeertitel van deze verordening neergelegd.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>