<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR373442_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Financieel Besluit Maatschappelijke ondersteuning gemeente Grootegast 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Grootegast</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westerkwartier</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitaal gemeenteblad 12-01-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financieel Besluit Maatschappelijke ondersteuning gemeente Grootegast 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Maatschappelijke ondersteuning art. 2.1.3</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Maatschappelijke ondersteuning art. 2.1.4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening maatschappelijke ondersteuning Grootegast 2015 art 12.5.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening maatschappelijke ondersteuning Grootegast 2015 art 14.5</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening maatschappelijke ondersteuning Grootegast 2015 art 17.4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening maatschappelijke ondersteuning Grootegast 2015 art 19</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening maatschappelijke ondersteuning Grootegast 2015 art 23.4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-01-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling Deze regeling vervangt de regeling 'Besluit maatschappelijke ondersteuning Grootegast (versie 2015)</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Fiancieel besluit WMO</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financieel Besluit Maatschappelijke ondersteuning gemeente Grootegast 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Grootegast; </al><al>gelet op artikel 2.1.3, en 2.1.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning
                        en artikel 149 van de Gemeentewet; </al><al>overwegende dat gelet op de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning
                        gemeente Grootegast 2015, waarin aan ons de bevoegdheid is gegeven om nadere
                        regels te stellen; </al><al/><al>besluit vast te stellen het volgende besluit:</al><al/><al>Financieel Besluit maatschappelijk ondersteuning gemeente Grootegast
                        2016</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de begripsbepalingen wordt verwezen naar de Verordening
                            maatschappelijke ondersteuning gemeente Grootegast 2015</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel/></kop><structuurtekst><al>Kosten voor rekening aanvrager, eigen bijdrage en berekening maximale
                            periodebijdrage </al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Eigen rekening</titel></kop><al>Indien de belanghebbende een duurdere voorziening wil dan de goedkoopst
                            compenserende voorziening komt het meerdere voor rekening van de
                            belanghebbende. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Eigen bijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor voorzieningen die in de vorm van een financiële
                                    tegemoetkoming worden verstrekt is een eigen bijdrage
                                    verschuldigd.</al></li><li nr="2."><al>Voor voorzieningen die in natura of als persoonsgebonden budget
                                    worden verstrekt is een eigen bijdrage verschuldigd. </al></li><li nr="3."><al>Voor kosten voor onderhoud, reparatie en/of verzekering van een
                                    voorziening kan ook een eigen bijdrage worden opgelegd. </al></li><li nr="4."><al>In uitzondering op de voorgaande leden is geen eigen bijdrage
                                    verschuldigd voor jeugdigen (onder 18 jaar),
                                    rolstoelvoorzieningen, het collectief vervoer,
                                    verhuiskostenvergoeding, woningaanpassingen in
                                    gemeenschappelijke ruimten, tijdelijke huisvesting, huurderving
                                    of voorzieningen met een waarde lager dan € 150,--. </al></li><li nr="5."><al>In uitzondering op lid 4 is voor woningaanpassingen van
                                    jeugdigen onder de 18 jaar is wel een eigen bijdrage
                                    verschuldigd, deze wordt opgelegd. </al><al>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Berekening, vaststelling eigen bijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigen bijdrage wordt berekend, opgelegd, vastgesteld en al
                                    dan niet geïnd per periode van 4 weken, zoals geregeld in het
                                    Uitvoeringsbesluit Wmo 2016.</al></li><li nr="2."><al>Berekening, oplegging, vaststelling en inning van de eigen
                                    bijdrage vindt plaats door het Centraal Administratie Kantoor
                                    (CAK). </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Maximale periodebijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigen bijdrage over een periode van 4 weken is gelijk aan de
                                    wettelijke “maximale periodebijdrage” in die periode, tenzij
                                    deze bijdrage hoger is dan de “kosten van de voorziening per 4
                                    weken” in die periode. In dat geval is de eigen bijdrage of het
                                    eigen aandeel gelijk aan de “kosten van de voorziening per 4
                                    weken”. </al></li><li nr="2."><al>Wanneer meerdere Wmo voorzieningen verstrekt worden en/of
                                    wanneer er ook voor Wlz-zorg een eigen bijdrage opgelegd wordt,
                                    geldt het anticumulatiebeginsel. Het anticumulatiebeginsel
                                    bepaalt dat de belanghebbende per 4 weken nooit meer betaalt dan
                                    de voor zijn situatie berekende “maximale periodebijdrage”,
                                    ongeacht de totale kosten van alle voorzieningen (Wmo en/of
                                    Wlz-zorg). </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Berekening maximale periodebijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de bepaling van de hoogte van de maximale periodebijdrage in
                                    een bepaald jaar wordt rekening gehouden met het verzamelinkomen
                                    van de belanghebbende en dat van zijn eventuele partner het
                                    tweede kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin aan een
                                    persoon maatschappelijke ondersteuning is verleend. Onder
                                    verzamelinkomen wordt in dit besluit verstaan: het inkomen zoals
                                    bedoeld in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2016. De gegevens over het
                                    verzamelinkomen worden ingewonnen bij de belastingdienst. </al></li><li nr="2."><al>De wettelijk bepaalde maximale periodebijdrage is voor ongehuwde
                                    personen jonger dan 65 jaar € 19,40 per 4 weken (norm 2016), met
                                    dien verstande dat indien zijn verzamelinkomen meer bedraagt dan
                                    € 22.331,-- het bedrag van € 19,40 wordt verhoogd met een
                                    dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn
                                    verzamelinkomen en € 22.468,-- per 4 weken;</al></li><li nr="3."><al>De wettelijke bepaalde maximale periodebijdrage is voor
                                    ongehuwde personen van met de pensioengerechtigde leeftijd of
                                    ouder € 19,40 (norm 2016) per 4 weken, met dien verstande dat
                                    indien zijn verzamelinkomen meer bedraagt dan € 16.887,-- het
                                    bedrag van € 19,40 wordt verhoogd met dertiende deel van 15% van
                                    het verschil tussen zijn verzamelinkomen en € 16.887,-- per 4
                                    weken;</al></li><li nr="4."><al>De wettelijk bepaalde maximale periodebijdrage is voor gehuwde
                                    personen, indien een van beiden jonger is dan de
                                    pensioengerechtigde leeftijd € 27,60 (norm 2016) per 4 weken,
                                    met dien verstande dat indien hun gezamenlijke verzamelinkomen
                                    meer bedraagt dan € 28.177,-- het bedrag van € 27,60 wordt
                                    verhoogd met dertiende deel van 15% van het verschil tussen hun
                                    gezamenlijke verzamelinkomen en € 28.177,-- per 4 weken;</al></li><li nr="5."><al>De wettelijk bepaalde maximale periodebijdrage is voor gehuwde
                                    personen die beiden de pensioengerechtigde leeftijd hebben
                                    bereikt € 27,80 (norm 2016) per 4 weken, met dien verstande dat
                                    indien hun gezamenlijke verzamelinkomen meer bedraagt dan €
                                    23.374,-- het bedrag van € 27,80 wordt verhoogd met een
                                    dertiende deel van 15% van het verschil tussen hun gezamenlijke
                                    verzamelinkomen en € 23.374,-- per 4 weken;</al></li><li nr="6."><al>Voor wat betreft de hoogte van de in leden 2 t/m 5 genoemde
                                    bedragen wordt aangesloten bij de bedragen in het
                                    Uitvoeringsbesluit Wmo 2016. </al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel/></kop><structuurtekst><al>Oplegging eigen bijdrage en vaststelling “Kosten van de voorziening per
                            4 weken”</al><al/></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Inhoud besluit</titel></kop><al>Het college meldt de belanghebbende in een besluit tot verstrekking van
                            een voorziening gedurende welke periode een eigen bijdrage verschuldigd
                            is en hoe hoog het bedrag van de ‘kosten van de voorziening per 4 weken’
                            is of de totale kosten van de voorziening waarvoor de eigen bijdrage is
                            verschuldigd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (Hulp bij het
                                huishouden)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor hulp bij het huishouden in natura (HH2) wordt een eigen
                                    bijdrage opgelegd zolang de huishoudelijke hulp wordt verstrekt.
                                    De “Kosten van de voorziening per 4 weken” worden als volgt
                                    vastgesteld: het aantal uren ontvangen zorg in die 4 weken,
                                    vermenigvuldigd met het uurtarief dat het college aan de
                                    zorgaanbieders betaalt. </al></li><li nr="2."><al>Voor hulp bij het huishouden in de vorm van een persoonsgebonden
                                    budget (HH2) wordt een eigen bijdrage opgelegd zolang het
                                    periodieke persoonsgebonden budget wordt verstrekt. De “Kosten
                                    van de voorziening per 4 weken” wordt als volgt vastgesteld: de
                                    hoogte van het periodiek persoonsgebonden budget omgerekend naar
                                    het bedrag per periode van 4 weken. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Eigen bijdrage bij tegemoetkoming aannemelijke meerkosten</titel></kop><al>Voor voorzieningen die verstrekt worden in de vorm van een (periodieke)
                            financiële tegemoetkoming wordt een eigen bijdrage opgelegd zolang de
                            tegemoetkoming verstrekt wordt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Eigen bijdrage maatwerkvoorziening in bruikleen en PGB</titel></kop><al>Voor voorzieningen in bruikleen en in de vorm van een persoonsgebonden
                            budget wordt een eigen bijdrage opgelegd zolang de voorziening gebruikt
                            wordt. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Eigen bijdrage bij opvang en beschermd wonen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een cliënt is voor verblijf in een opvang of beschermd wonen een
                                    bijdrage verschuldigd.</al></li><li nr="2."><al>De bijdrage is gelijk aan de kostprijs voor verblijf in een
                                    opvang of beschermd wonen minus zak –en kleedgeld. </al></li><li nr="3."><al>De cliënt mag bij opvang niet minder over houden dan de zak-en
                                    kleedgeldnorm, als bedoeld in artikel 23 lid 1 van de
                                    Participatiewet, alsmede een bedrag in verband met de
                                    standaardpremie gecorrigeerd met de zorgtoeslag en inclusief
                                    vakantiegeld, overeenkomstig artikel 1 lid 1 sub g van de Wet op
                                    de zorgtoeslag. </al></li><li nr="4."><al>Indien de instelling bij voltijdsopvang of crisisopvang aan de
                                    cliënt geen voeding verstrekt, dan dient de instelling de cliënt
                                    een bedrag per dag beschikbaar te stellen voor het inkopen van
                                    voedingsmiddelen. Dit bedrag is gelijk aan dat het NIBUD
                                    jaarlijks berekent als gemiddelde kosten voor voeding per dag.
                                </al></li><li nr="5."><al>Afwezigheid van de cliënt uit de opvang of beschermd wonen,
                                    anders dan in verband met beëindiging voor de opvang of
                                    beschermd wonen, wordt de verschuldigdheid van de bijdrage
                                    buiten beschouwing gelaten.</al></li><li nr="6."><al>Een cliënt is geen bijdrage verschuldigd als hij een vergoeding
                                    voor huisvesting betaalt aan een instelling.</al></li><li nr="7."><al>Voor dagopvang, nachtopvang en noodopvang voor personen die de
                                    huiselijke situatie hebben verlaten in verband met risico’s voor
                                    hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld is voor maximaal
                                    drie dagen geen bijdrage verschuldigd. </al></li><li nr="8."><al>Een cliënt is geen bijdrage verschuldigd als hij tijdens zijn
                                    verblijf woonkosten is verschuldigd, wanneer hij als
                                    hoofdbewoner voor de woning die hij verlaten heeft in verband
                                    met risico’s voor de veiligheid in verband met huiselijk geweld.
                                </al></li><li nr="9."><al>De door het college aangewezen instellingen voor
                                    maatschappelijke opvang en opvang van personen die de huiselijke
                                    situatie hebben verlaten in verband met risico’s voor hun
                                    veiligheid als gevolg van huiselijk geweld zijn verplicht de
                                    vastgestelde bijdrage te innen van de cliënten in die gevallen
                                    wanneer de bijdrage niet kan worden ingehouden op de
                                    bijstandsuitkering of inkomensvoorziening van de cliënt.</al></li><li nr="10."><al>Het college stelt de bijdrage voor de opvang vast en beschermd
                                    wonen vast. </al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Nadere regels over het persoonsgebonden budget</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Vroegtijdige beëindiging, afschrijving en verantwoording</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ingeval het gebruik van de voorziening welke met een
                                    persoonsgebonden budget is aangeschaft, is beëindigd en de
                                    gebruiksduur van de voorziening niet geheel is verstreken, is de
                                    budgethouder verplicht de voorziening te retourneren dan wel de
                                    restwaarde, onder verrekening van eventueel ingebrachte eigen
                                    middelen, aan het college te vergoeden. </al></li><li nr="2."><al>Bij vaststelling van het persoonsgebonden budget wordt rekening
                                    gehouden met afschrijvingstermijnen die naar geldende
                                    maatschappelijke normen voor de verstrekte voorziening
                                    gebruikelijk zijn. Indien de voorziening na afloop van de
                                    afschrijvingstermijn nog in goede staat verkeren, dan wordt de
                                    gebruiksduur verlengd. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De hulp bij het huishouden wordt bij een persoonsgebonden budget
                                    vastgesteld in uren. </al></li><li nr="2."><al>Het uurtarief bij het inhuren van huishoudelijke hulp bedraagt €
                                    18,98 voor HH2. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Persoonsgebonden budget vervoersvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen wordt
                                    vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopste
                                    compenserende voorziening. Dit bedrag wordt, indien nodig,
                                    verhoogd met 25% van de tegenwaarde voor de kosten van onderhoud
                                    en reparatie van de voorziening en, een bedrag voor de
                                    verzekering. </al></li><li nr="2."><al>Ingeval het een persoonsgebonden budget voor roerende
                                    voorzieningen betreft, die de gemeenten normaal huurt, is de
                                    tegenwaarde de huurprijs van de goedkoopst-adequate voorziening
                                    inclusief onderhoud en reparatie en aanpassingen zoals dat door
                                    het college aan de leverancier wordt betaald gedurende een
                                    periode van 5 jaar.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Persoonsgebonden budget rolstoel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel, niet zijnde een
                                    sportrolstoel, wordt op basis van een offerte vastgesteld op als
                                    tegenwaarde van de goedkoopst compenserende voorziening,
                                    verhoogd met 25% van de tegenwaarde voor de kosten van onderhoud
                                    en reparatie van de voorziening en indien nodig, met de kosten
                                    van een verzekering.</al></li><li nr="2."><al>Ingeval het een persoonsgebonden budget voor roerende
                                    voorzieningen betreft, die de gemeenten normaal huurt, is de
                                    tegenwaarde de huurprijs van de goedkoopst-adequate voorziening
                                    inclusief onderhoud en reparatie en aanpassingen zoals dat door
                                    het college aan de leverancier wordt betaald gedurende een
                                    periode van 5 jaar.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Beschermd Wonen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De uitvoering van de ondersteuning aan inwoners die aangewezen
                                    zijn op de voorzieningen Opvang of Beschermd Wonen in de zin van
                                    de Wmo 2015 geldt dat het college van de gemeente Grootegast
                                    deze gemandateerd heeft aan de centrumgemeente Groningen.
                                    Derhalve zijn voor beschermd wonen Wmo de nadere regels en
                                    financieel besluit van de gemeente Groningen van toepassing. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Persoonsgebonden budget begeleiding individueel en groep,
                                persoonlijke verzorging en kortdurend verblijf</titel></kop><al/><al>De hoogte van het persoonsgebonden budget voor begeleiding (individueel
                            en groep) en kortdurend verblijf wordt vastgesteld aan de hand van
                            onderstaande tabel. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen formele
                            en informele hulp.</al><al>NB. De budgetten zijn afgerond op hele bedragen. Uitgangspunt voor
                            vergoeding vervoer is maximaal vijf dagen per week. </al><al/><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="21*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="21*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="21*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="21*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="14*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Categorie </al></entry><entry colname="col2"><al>Activiteit </al></entry><entry colname="col3"><al>Tarief Zorg in natura</al></entry><entry colname="col4"><al>Tarief Persoonsgebonden budget </al></entry><entry colname="col5"><al>Eenheid </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hulp bij het huishouden</al></entry><entry colname="col2"><al>Hulp bij het Huishouden 2</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 25,60</al></entry><entry colname="col4"><al>Grootegast: € 18,98</al><al>Leek: € 18,98</al><al>Marum: € 19,28</al><al>Zuidhorn: € 24,12</al></entry><entry colname="col5"><al>Uur </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Begeleiding</al></entry><entry colname="col2"><al>Begeleiding Individueel basis Formeel</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 42,55</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 40,42</al></entry><entry colname="col5"><al>Uur </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Individuele begeleiding intensief Formeel</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 72,56</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 68,93</al></entry><entry colname="col5"><al>Uur </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Individuele begeleiding Informeel</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 15,40</al></entry><entry colname="col5"><al>Uur </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kortdurend verblijf</al></entry><entry colname="col2"><al>Logeren/respijt-zorg Formeel</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 92,53</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 87,90</al></entry><entry colname="col5"><al>Etmaal </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Logeren/respijt-zorg Informeel</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 23,10</al></entry><entry colname="col5"><al>Etmaal </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Dagbesteding</al></entry><entry colname="col2"><al>Begeleiding groep basis Formeel</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 28,66</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 27,23</al></entry><entry colname="col5"><al>Dagdeel </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Begeleiding groep intensief Formeel</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 49,10</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 46,65</al></entry><entry colname="col5"><al>Dagdeel </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Begeleiding groep Informeel</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 15,40</al></entry><entry colname="col5"><al>Dagdeel</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vervoer-diensten</al></entry><entry colname="col2"><al>Vervoer</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 7,74</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 7,74</al></entry><entry colname="col5"><al>Dag</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Vervoer (rolstoel)</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 20,28</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 20,28</al></entry><entry colname="col5"><al>Dag</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al>Voor de maatwerkvoorzieningen Opvang en Beschermd Wonen zijn de nadere
                            regels en financieel besluit van de centrumgemeente Groningen van
                            toepassing. </al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Nadere regels financiële tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Financiële tegemoetkoming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van de door het college vast te stellen financiële
                                    tegemoetkoming in de kosten van een woonvoorziening bedraagt
                                    100% van de voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking
                                    komende kosten, tot een maximum van € 53.313,-- (norm 2016),
                                    tenzij dit leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. </al></li><li nr="2."><al>De financiële tegemoetkoming voor een bouwkundige of
                                    woontechnische woningaanpassing wordt vastgesteld op basis van
                                    de door het college geaccepteerde offerte. Wanneer de financiële
                                    tegemoetkoming meer dan € 5.000,-- bedraagt, moet de aanvrager
                                    twee offertes inleveren. </al></li><li nr="3."><al>De financiële tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten
                                    bedraagt maximaal € 2.707,-- (norm 2016).</al></li><li nr="4."><al>De hoogte van de door het college te verlenen financiële
                                    tegemoetkoming voor een woonvoorziening (woonvoorzieningen van
                                    niet bouwkundige of woontechnische aard) bedraagt: voor roerende
                                    woonvoorzieningen, niet zijnde woningsanering, 100% van de
                                    aanschafkosten, tenzij de roerende woonvoorzieningen in natura
                                    worden verstrekt. voor kosten van woningsanering, afhankelijk
                                    van de leeftijd van de stoffering 100% tot nihil. Daarbij geldt
                                    het volgende vergoedingsschema: 1e jaar na aanschaf: 100% 5e
                                    jaar na aanschaf: 50% 2e jaar na aanschaf: 87,5 % 6e jaar na
                                    aanschaf: 37,5% 3e jaar na aanschaf: 75% 7e jaar na aanschaf:
                                    25% 4e jaar na aanschaf: 62,5% 8e jaar na aanschaf: 12,5% 9e
                                    jaar en meer na aanschaf: 0%</al></li><li nr="5."><al>De hoogte van de door het college te verlenen financiële
                                    tegemoetkoming voor een woonvoorziening (onderhoud, reparatie en
                                    keuring) bedraagt 100% van de voor een financiële tegemoetkoming
                                    in aanmerking komende kosten. </al></li><li nr="6."><al>Het persoonsgebonden budget voor een roerende woonvoorziening
                                    wordt vastgesteld op basis van de geldende prijsafspraken met de
                                    leveranciers van voorzieningen of met Wold &amp; Waard
                                    woonservice.</al></li><li nr="7."><al>Bij eenvoudige woningaanpassingen zal, in de situatie dat de
                                    persoon met beperkingen tevens eigenaar is van de woning, de
                                    vergoeding worden vastgesteld op basis van de gehanteerde
                                    richtprijzen van woningbouwvereniging Wold &amp; Waard
                                    woonservice voor dergelijke voorzieningen. </al></li><li nr="8."><al>De financiële tegemoetkoming in de kosten van het bezoekbaar
                                    maken van één woonruimte (artikel 4.8 Verordening) bedraagt
                                    maximaal € 5.437,-- (norm 2016).</al></li><li nr="9."><al>De hoogte van de door het college te verlenen financiële
                                    tegemoetkoming voor een woonvoorziening (huurderving) bedraagt
                                    maximaal € 272,- per maand (norm 2016) tot een maximum van 6
                                    maanden en met uitzondering van de eerste maand. </al></li><li nr="10."><al>De hoogte van de door het college te verlenen financiële
                                    tegemoetkoming voor een woonvoorziening (tijdelijke huisvesting)
                                    bedraagt maximaal € 544,-- per maand (norm 2016) met een maximum
                                    van 6 maanden. </al></li><li nr="11."><al>De hoogte van de door het college te verlenen financiële
                                    tegemoetkoming voor een woonvoorziening, specifiek voor een
                                    woonwagen of woonschip, bedraagt maximaal € 1.189,-- (norm
                                    2016). </al></li><li nr="12."><al>Bij het bepalen van de hoogte van het terug te betalen bedrag
                                    van de woningaanpassing na verkoop van een aangepaste woning,
                                    wordt uitgegaan van de meerwaarde van 60% van de financiële
                                    tegemoetkoming voor de kosten van de aan-en bijgebouw van de
                                    woning. </al><al/></li><li nr="13."><al>De hoogte van een door het college te verlenen financiële
                                    tegemoetkoming voor een sportrolstoel bedraagt € 2.895,- voor de
                                    aanschaf van de sportrolstoel zelf en 25% hiervan voor de kosten
                                    van onderhoud en reparatie van de voorziening en kan maximaal
                                    eens in de 3 jaar worden verstrekt(afhankelijk van de technische
                                    staat van de voorziening). Het gehele bedrag wordt in één keer
                                    voor de periode van 3 jaar uitgekeerd. </al></li><li nr="14."><al>De hoogte van een door het college te verlenen financiële
                                    tegemoetkoming die op grond van artikel 10 lid 12 van de Nadere
                                    regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Grootegast 2015
                                    wordt verstrekt voor het gebruik van een bruikleenauto of eigen
                                    auto bedraagt € 994,-- </al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Citeertitel, inwerkingtreding en vervallen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit financieel besluit kan worden aangehaald als het Financieel
                                    Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Grootegast
                                    2016.</al></li><li nr="2."><al>Dit besluit treedt in werking op1 januari 2016.</al></li><li nr="3."><al>Met ingang van de dag waarop het Financieel Besluit
                                    maatschappelijke ondersteuning gemeente Grootegast 2016 in
                                    werking treedt, wordt het Besluit maatschappelijke ondersteuning
                                    Grootegast (versie september 2015) ingetrokken. </al><al/><al/><al/><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Grootegast, januari 2016,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld door het college van Burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente Grootegast,</ondertekening><ondertekening>in haar vergadering van 5 januari 2016,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>E. Paré K.B. Dijkstra</ondertekening><ondertekening>Secretaris burgemeester</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage/></regeling></body></cvdr>