<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR373364_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening loonkostensubsidie gemeente Overbetuwe 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-07-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Officiële bekendmakingen 20 juli 2015, gemeenteblad nr. 65805</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening loonkostensubsidie gemeente Overbetuwe 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 6, tweede lid van de Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-04-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15rb000053</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage resourceIdentifier="exb-2018-9475">Verordening loonkostensubsidie gemeente Overbetuwe 2015.pdf</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening loonkostensubsidie gemeente Overbetuwe 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Onderwerp: Verordening loonkostensubsidie gemeente Overbetuwe 2015</al><al/><al>Ons kenmerk: 15RB000053</al><al/><al>Nr. 13</al><al/><al>De raad van de gemeente Overbetuwe;</al><al/><al>gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 26 mei
                        2015;</al><al/><al>gelezen het advies van de participatieraad van 19 mei 2015;</al><al/><al>gelezen het advies van de voorbereidende vergadering van 30 juni 2015;</al><al/><al>gelet op artikel(en) 6, tweede lid van de Participatiewet;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al><vet>Verordening loonkostensubsidie</vet></al><al><vet>gemeente Overbetuwe 2015</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen op aanvraag of ambtshalve vast of
                                een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, als bedoeld
                                in artikel 6, eerste lid van de Participatiewet.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders hanteren bij de vaststelling de volgende
                                criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in
                                        artikel 7, eerste lid onderdeel a van de
                                        Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al>de persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het
                                        wettelijk minimumloon te verdienen, en</al></li><li nr="c."><al>de persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen zich met betrekking tot het
                                oordeel of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie
                                laten adviseren door een externe organisatie die daarbij de in het
                                tweede lid neergelegde criteria in acht neemt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de bepaling van de loonwaarde maken burgemeester en wethouders
                                gebruik van een loonwaardemethodiek die voldoet aan de minimumeisen
                                van de Regeling loonkostensubsidie Participatiewet.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen zich bij de bepaling van de
                                loonwaarde van een persoon laten adviseren door een externe
                                organisatie die daarbij de in het eerste lid bedoelde eisen in acht
                                neemt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking en
                        werkt terug tot en met 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening loonkostensubsidie
                        gemeente Overbetuwe 2015.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van 14 juli 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>A.J. van den Brink MBA.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs A.S.F. van Asseldonk.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Algemene Toelichting</titel></kop><al>Met de Participatiewet krijgen de gemeenten de mogelijkheid een nieuwe vorm van
                    loonkostensubsidie in te zetten. Deze kunnen wij structureel verstrekken aan de
                    werkgever, </al><al>en financieren vanuit het inkomensdeel. Deze loonkostensubsidie is vastgelegd in
                    artikel 10d van de Participatiewet. </al><al>De werkgever betaalt de werknemer minimaal het wettelijk minimumloon (wml) of
                    het toepasselijk cao-loon, en draagt de werkgeverslasten. De gemeente verleent
                    een loonkostensubsidie aan de werkgever. Het bedrag van de subsidie is het
                    verschil tussen het bruto wml en de loonwaarde, met een maximum van 70% van het
                    wml.</al><al>De loonkostensubsidie wordt vermeerderd met een bij ministeriële regeling
                    (Regeling loonkostensubsidie Participatiewet) bepaalde vergoeding voor de
                    werkgeverslasten. </al><al/><al>Loonwaarde is artikel 6, eerste lid, onderdeel g van de Participatiewet en als
                    volgt gedefinieerd:</al><al>“vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor de door een persoon,
                    die tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, verrichte arbeid in een functie
                    naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde
                    werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoort.”</al><al/><al>Deze nieuwe vorm van loonkostensubsidie is niet perse tijdelijk, maar kan als
                    het nodig is voor een langere periode worden ingezet. Met dit instrument
                    compenseert de gemeente werkgevers voor de verminderde productiviteit van de
                    werknemer (Kamerstukken II 2013/14,33 161, nr. 107, blz. 60).</al><al/><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie
                    behoort</vet></al><al>De loonkostensubsidie kunnen wij uitsluitend inzetten als de persoon behoort tot
                    de doelgroep loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel
                    e van de Participatiewet. In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld dat
                    wij op schriftelijke aanvraag, dan wel ambtshalve, vaststellen of een persoon
                    tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 1, eerste lid van deze
                    verordening). </al><al>Het is alleen mogelijk ambtshalve vast te stellen dat iemand tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoort bij:</al><lijst><li nr="-"><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdeel b van de WIA,
                            artikel 35, vierde lid, onderdeel b van de WIA en artikel 36, derde lid,
                            onderdeel b van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid in
                            dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het
                            minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren
                            geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                            Participatiewet is verleend;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Ioaw (Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers), en</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Ioaz (Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen).</al></li></lijst><al/><al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan het college is
                    om vast te stellen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort.
                    Binnen de kaders van de Participatiewet is het aan de gemeente om vast te
                    stellen op welke wijze zij bepalen of een persoon tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoort en of de loonkostensubsidie voor hen ingezet wordt
                    (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161, nr. 107, blz.62).</al><al>In artikel 1, tweede lid van deze verordening is vastgelegd welke criteria
                    daarbij in acht worden genomen. Deze cumulatieve criteria zijn ontleend aan
                    artikel 6, eerste lid, onderdeel e van de Participatiewet. In dit artikel is
                    wettelijk de doelgroep loonkostensubsidie vastgelegd.</al><al/><al>In artikel 1 van het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet is vastgelegd
                    wanneer iemand mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, te weten:</al><lijst><li nr="-"><al>de persoon kan een taak uitvoeren in een arbeidsorganisatie;</al></li><li nr="-"><al>de persoon beschikt over basale werknemersvaardigheden;</al></li><li nr="-"><al>de persoon is in staat om aaneengesloten te werken voor een periode van
                            ten minste één uur, en</al></li><li nr="-"><al>de persoon ten minste vier uur per dag belastbaar is of ten minste twee
                            uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag
                            te verdienen dat gelijk is aan het wml.</al></li></lijst><al/><al>Bij de vaststelling of iemand behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie kan
                    het college zich laten adviseren door een externe organisatie (artikel 1, derde
                    lid van deze verordening). Het college draagt in dat geval personen voor die
                    zouden kunnen behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie. De externe
                    organisatie adviseert het college en neemt daarbij ook de in artikel 1, tweede
                    lid van deze verordening neergelegde criteria in acht. Op basis van het advies
                    beslist het college of iemand tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. Dit
                    advies is leidend. Alleen als sprake van een onzorgvuldige totstandkoming van
                    het advies, kan het college besluiten het advies niet te volgen.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Vaststelling loonwaarde</vet></al><al>Wanneer het college heeft vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie, en een werkgever heeft de intentie met deze persoon een
                    dienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het college in beginsel de loonwaarde
                    van die persoon vast. Dit is vastgelegd in artikel 10d, eerste lid van de
                    Participatiewet.</al><al>Hiervoor hoeft geen aanvraag ingediend te worden. De vastgestelde loonwaarde
                    legt het college vast in een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon
                    als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. Als een
                    dienstbetrekking tot stand komt, verleent het college loonkostensubsidie aan de
                    werkgever met inachtneming van artikel 10d van de Participatiewet.</al><al/><al>De regering heeft beoogd, en erin voorzien, dat werkbedrijven op regionaal
                    niveau afspraken maken over de te gebruiken methode voor loonwaardevaststelling.
                    Een ministeriële regeling (Regeling loonkostensubsidie Participatiewet) biedt,
                    zolang er geen afspraken op regionaal niveau gemaakt zijn door werkbedrijven,
                    nadere regels omtrent minimumeisen voor de vaststelling van de loonwaarde van
                    mensen met een arbeidsbeperking die met loonkostensubsidie aan het werk gaan. </al><al>Deze Regeling loonkostensubsidie Participatiewet is mede gebaseerd op het
                    Besluit loonkostensubsidie Participatiewet, waarin is geregeld dat het college
                    de loonwaarde vaststelt op basis van de feitelijk werkzaamheden van een persoon
                    op de werkplek bij de werkgever, op basis van een objectieve beschreven
                    methodiek en door of onder verantwoordelijkheid van een deskundige. </al><al>Naast de Participatiewet zelf biedt ook het Besluit de bevoegdheid om nadere
                    regels bij ministeriële regeling te stellen omtrent eisen ten aanzien van de
                    bestanddelen die bij de vaststelling van de loonwaarde moeten worden betrokken,
                    de functie waartegen de prestaties van de (potentiële) werknemer moeten worden
                    afgezet en de wijze waarop de loonwaarde wordt berekend. De Regeling
                    loonkostensubsidie Participatiewet geeft invulling aan deze bevoegdheid. De
                    regering is van mening dat de loonwaarde de prestatie van de potentiële
                    werknemer moet weergeven. De loonwaarde wordt vastgesteld op basis van tempo,
                    kwaliteit en inzetbaarheid (artikel 4 van het Besluit loonkostensubsidie
                    Participatiewet).Dit houdt ook in dat de regering vindt dat de additionele
                    kosten niet in de loonwaarde, en dus niet in één van de elementen tempo,
                    kwaliteit en inzetbaarheid moet worden betrokken. Onder additionele kosten
                    worden kosten verstaan die gemaakt moeten worden om de werknemer op de werkplek
                    te laten functioneren. Hierbij kunt u denken aan kosten van extra begeleiding en
                    hulpmiddelen. Het college ontvangt financiële middelen voor deze additionele
                    kosten via het participatiebudget.</al><al/><al>De deelnemende gemeenten in de arbeidsmarktregio Arnhem, waaronder Overbetuwe,
                    hebben een model en werkwijze rondom loonkostensubsidie binnen de
                    Participatiewet ontwikkeld. Naar aanleiding hiervan bereiden wij gezamenlijk een
                    aanbesteding voor die wij niet voor eind 2015 denken af te ronden. Zolang er nog
                    geen door het Werkbedrijf en de minister goedgekeurde loonwaardemethodiek is
                    voor de arbeidsmarktregio Arnhem wordt de loonwaarde vastgesteld door middel van
                    een methodiek die voldoet aan de minimumeisen die in de Regeling
                    loonkostensubsidie Participatiewet zijn vastgelegd (artikel 2, eerste lid van
                    deze verordening). </al><al>Een externe organisatie kan het college adviseren met betrekking tot de
                    vaststelling van de loonwaarde van een persoon. Dit is vastgelegd in artikel 2,
                    tweede lid van deze verordening. In de arbeidsmarktregio is ervoor gekozen de
                    loonwaardemeting in 2015 door het UWV te laten uitvoeren. </al><al/><al><vet>Artikel 3 Inwerkingtreding</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Citeertitel</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Overbetuwe/i258075.pdf">Verordening loonkostensubsidie gemeente Overbetuwe 2015.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>