<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR373294_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening Almere 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-02-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad Almere, nr. 750, datum 06-07-2017</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening Almere 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Huisvestingswet 2014</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-06-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-07-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging diverse artikelen</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV-39/2017</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening Almere 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Almere;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 april 2015;</al><al/><al>gelet op de Huisvestingswet 2014;</al><al/><al>besluit vast te stellen de Huisvestingsverordening Almere 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>binding (aan de woningmarktregio): economisch of maatschappelijk
                                    gebonden als bedoeld in artikel 14, derde lid, van de Wet;</al></li><li nr="b."><al>bouwgroep: groep van particulieren, verenigd in een
                                    rechtspersoon zonder winstoogmerk, die - al dan niet in
                                    samenwerking met een professionele partij – gezamenlijk een
                                    woningbouwproject ontwikkelt met als doel om daarin als
                                    woongroep te gaan wonen;</al></li><li nr="c."><al>economische binding en economisch gebonden: hetgeen daaronder
                                    wordt verstaan in artikel 14, derde lid aanhef en onder a, van
                                    de Wet; </al></li><li nr="d."><al>huishouden: </al><al>- een alleenstaande die een woonruimte bewoont of wil bewonen,
                                    of</al><al>- twee of meer personen die samen een woonruimte (willen)
                                    bewonen en daarin gemeenschaqppelijk, duurzaam en
                                    niet-bedrijfsmatig (willen) voorzien in hun dagelijkse
                                    levensbehoeften;</al></li><li nr="e."><al>huishoudinkomen: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet;
                                </al></li><li nr="f."><al>huisvestingsvergunning: hetgeen daaronder wordt verstaan in de
                                    Wet;</al></li><li nr="g."><al>huurprijs: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet;</al></li><li nr="h."><al>kwaliteitskortingsgrens: de grens als bedoeld in artikel 20,
                                    eerste lid, van de Wet op de Huurtoeslag;</al></li><li nr="i."><al>maatschappelijke binding en maatschappelijk gebonden: hetgeen
                                    daaronder wordt verstaan in artikel 14, derde lid aanhef en
                                    onder b, van de Wet; </al></li><li nr="j."><al>recht op huurtoeslag: de tegemoetkoming van het Rijk in de
                                    kosten van het huren van woonruimte, als bedoeld in de Wet op de
                                    Huurtoeslag;</al></li><li nr="k."><al>tweede aftoppingsgrens: de grens als bedoeld in artikel 20,
                                    tweede lid onder a, van de Wet op de Huurtoeslag;</al></li><li nr="l."><al>urgent woningzoekende: de woningzoekende die beschikt over een
                                    urgentieverklaring;</al></li><li nr="m."><al>urgentieverklaring: de schriftelijke verklaring dat voorziening
                                    in de behoefte aan woonruimte voor de woningzoekende dringend
                                    noodzakelijk is;</al></li><li nr="n."><al>Wet: Huisvestingswet 2014, tenzij anders is aangegeven;</al></li><li nr="o."><al>woningmarktregio:hetgeen daaronder wordt verstaan in
                                    de Wet, voor deze verordening nader te definiëren als: de
                                    gemeenten in de provincie Flevoland; </al></li><li nr="p."><al>woongroep: groep van ten minste drie particulieren, verenigd in
                                    een rechtspersoon zonder winstoogmerk, die samen een complex van
                                    zelfstandige woonruimten bewonen en beheren of voornemens zijn
                                    dat te gaan doen, waarin zij een of meer wezenlijke elementen
                                    met elkaar delen.</al></li><li nr="q."><al>woonruimte: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet;</al></li><li nr="r."><al>zelfstandige woonruimte: woonruimte die een eigen toegang heeft
                                    en die door een huishouden kan worden bewoond zonder afhankelijk
                                    te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de
                                    woonruimte.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>De huisvestingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor verhuur bestemde zelfstandige woonruimten met een huurprijs
                                beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid,
                                onder a, van de Wet op de huurtoeslag, mogen enkel voor bewoning in
                                gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een
                                huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 8 van de Wet is
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op: </al><al>a. woonwagens en standplaatsen voor woonwagens; </al><al>b. woonschepen en ligplaatsen voor woonschepen;</al><al> c. woonruimten waarvan de eigenaar maximaal drie woningen verhuurt.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Wie komen in aanmerking</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de Wet, komen
                            voor een huisvestingsvergunning in aanmerking meerderjarige
                            woningzoekenden met een huishoudinkomen tot de inkomensgrens bedoeld in
                            artikel 48, eerste lid, van de Woningwet. In afwijking van het
                            voorgaande komt een meerderjarige woningzoekende met een huishoudinkomen
                            tot maximaal € 46.000 in aanmerking voor een huisvestingsvergunning
                            indien hij beschikt over een urgentieverklaring. Dit bedrag kan
                            jaarlijks op 1 januari worden gewijzigd op basis van de
                            Consumentenprijsindex Alle Huishoudens.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Register van woningzoekenden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat een register
                                    van woningzoekenden wordt aangelegd en bijgehouden. </al></li><li nr="2."><al>In het register worden op hun verzoek woningzoekenden
                                    ingeschreven die in aanmerking willen komen voor woonruimte in
                                    het inschrijfduursegment als bedoeld in artikel 5 en die voldoen
                                    aan de in artikel 3 genoemde voorwaarden. </al><lijst><li nr=""><al><cursief>NB: Met ingang van 1 januari 2018 komt artikel
                                                4, tweede lid, als volgt te luiden: </cursief></al></li></lijst><lijst><li nr=""><al><cursief>"In het register worden op hun verzoek
                                                woningzoekenden ingeschreven die in aanmerking
                                                willen komen voor woonruimte en die voldoen aan de
                                                in artikel 3 genoemde voorwaarden." </cursief></al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij het verzoek om inschrijving verstrekt de woningzoekende in
                                    elk geval de volgende gegevens: naam, omvang van het huishouden,
                                    adresgegevens, inkomensgegevens, geboortedatum, nationaliteit of
                                    verblijfstitel en indien van toepassing of sprake is van
                                    economische dan wel maatschappelijke binding aan de
                                    woningmarktregio of aan de gemeente Almere.</al></li><li nr="4."><al>De woningzoekende ontvangt na inschrijving een bewijs van
                                    inschrijving, waarop in elk geval worden vermeld de in het derde
                                    lid genoemde gegevens alsmede de datum van inschrijving. Het
                                    bewijs van inschrijving is een jaar geldig, na ommekomst waarvan
                                    de woningzoekende zijn registratie jaarlijks kan verlengen.</al></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>Ingeschreven woningzoekenden kunnen blijk geven van hun
                                    belangstelling voor woonruimte in het lotingssegment en het
                                    inschrijfduursegment als bedoeld in artikel 5. </al></li></lijst><lijst><li nr="6."><al>Een woningzoekende kan binnen één jaar maximaal twee maal een
                                    aangeboden woning weigeren. Onder weigeren wordt verstaan het
                                    niet accepteren van een aanbod van de woning waarvoor
                                    woningzoekende blijk heeft gegeven van zijn belangstelling.
                                    Indien een woningzoekende het maximum aantal weigeringen heeft
                                    bereikt, wordt de mogelijkheid om blijk te geven van
                                    belangstelling voor woonruimte in het inschrijfduursegment dan
                                    wel om deel te nemen aan een loting in het lotingsegment
                                    opgeschort met een periode van 6 maanden.</al></li></lijst><lijst><li nr="7."><al>De inschrijving kan worden doorgehaald indien de woningzoekende:
                                    a. als huurder of medehuurder zelfstandige woonruimte heeft
                                    geaccepteerd; b. niet meer aan de vereisten voor inschrijving
                                    voldoet; c. zijn jaarlijkse inschrijving niet heeft verlengd; d.
                                    de verschuldigde leges niet of niet tijdig heeft voldaan; e.
                                    daarom verzoekt.</al></li></lijst><lijst><li nr="8."><al>In afwijking van het bepaalde in het zevende lid onder a blijft
                                    de inschrijving gehandhaafd indien een woningzoekende
                                    zelfstandige woonruimte bestemd voor studentenhuisvesting
                                    accepteert. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Inschrijfduursegment en lotingssegment</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Beschikbaar komende woonruimte als bedoeld in artikel 2 wordt op
                                volgorde van aanmelding van beschikbaar komen om en om verdeeld in
                                een lotingssegment en een inschrijfduursegment. In afwijking van het
                                voorgaande wordt gelabelde woonruimte als bedoeld in artikel 9,
                                tweede lid onder a tot en met c alsmede e, uitsluitend in het
                                inschrijfduursegment ingedeeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3 kunnen voor woonruimte in het
                                inschrijfduursegment alleen woningzoekenden in aanmerking komen die
                                zijn ingeschreven in het register van woningzoekenden bedoeld in
                                artikel 4. </al><lijst><li nr=""><al><cursief>NB: Met ingang van 1 januari 2018 komt artikel 5,
                                            tweede lid, als volgt te luiden: </cursief></al></li></lijst><lijst><li nr=""><al><cursief>"Onverminderd het bepaalde in artikel 3 kunnen voor
                                            woonruimte in het inschrijfduursegment en in het
                                            lotingssegment alleen woningzoekenden in aanmerking
                                            komen die zijn ingeschreven in het register van
                                            woningzoekenden bedoeld in artikel 4."</cursief></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3 kunnen voor woonruimte in het
                                lotingssegment zowel woningzoekenden in aanmerking komen die zijn
                                ingeschreven in het register van woningzoekenden als bedoeld in
                                artikel 4 als woningzoekenden die niet in dat register zijn
                                ingeschreven.</al><lijst><li nr=""><al><cursief>NB: Met ingang van 1 januari 2018 komt artikel 5,
                                            derde lid, te vervallen</cursief>.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Om voor een woonruimte in het inschrijfduursegment of het
                                lotingssegment in aanmerking te worden gebracht, maakt de
                                woningzoekende zijn belangstelling voor die woonruimte kenbaar via
                                het platform als bedoeld in artikel 8.</al><lijst><li nr=""><al><cursief>NB: Met ingang van 1 januari 2018 wordt het vierde
                                            lid genummerd tot derde lid. </cursief></al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraag huisvestingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag om een huisvestingsvergunning gaat vergezeld van de
                                volgende gegevens en stukken: </al><lijst><li nr="a."><al>naam, contactgegevens, leeftijd, nationaliteit en, indien
                                        van toepassing, de verblijfstitel van de
                                        woningzoekende;</al></li><li nr="b."><al>omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat
                                        betrekken;</al></li><li nr="c."><al>huishoudinkomen, blijkende uit een inkomensverklaring van de
                                        Belastingdienst dan wel, indien het meest actuele
                                        huishoudinkomen afwijkt van deze verklaring, de drie laatste
                                        loon-of betaalstroken van de werkgever(s) en/of
                                        uitkeringsinstantie(s) of een recente werkgeversverklaring,
                                        dan wel - ingeval woningzoekende zelfstandig ondernemer is -
                                        de verlies en winstrekening en de belastingaangifte van het
                                        voorgaand jaar, in combinatie met de voorlopige
                                        belastingaanslag van het lopende jaar;</al></li><li nr="d."><al>adres, naam van de eigenaar en huurprijs van de te betrekken
                                        woonruimte;</al></li><li nr="e."><al>beoogde datum van het betrekken van de woonruimte;</al></li><li nr="f."><al>indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor
                                        een woonruimte met een specifieke voorziening;</al></li><li nr="g."><al>indien van toepassing, de urgentiecategorie waartoe de
                                        woningzoekende behoort, en</al></li><li nr="h."><al>een uittreksel niet ouder dan drie maanden uit de
                                        Basisregistratie Personen van de woonplaats van de
                                        woningzoekende indien de woningzoekende niet in Almere
                                        woonachtig is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere gegevens te vragen,
                                nodig om de aanvraag te beoordelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de huurprijs voor de desbetreffende woonruimte hoger is dan
                                het bedrag genoemd in artikel 20, tweede lid onder b, van de Wet op
                                de Huurtoeslag (tweede aftoppingsgrens), rekent de verhuurder aan de
                                woningzoekende voor welk deel van de huurprijs de huurder na aftrek
                                van de huurtoeslag geheel en al zelf dient te betalen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Gegevens op de huisvestingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het adres van de woonruimte waarop de vergunning betrekking
                                        heeft;</al></li><li nr="b."><al>aan wie de vergunning is verleend;</al></li><li nr="c."><al>het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt;</al></li><li nr="d."><al>de voorwaarde dat de vergunninghouder de woonruimte enkel
                                        binnen de in de vergunning genoemde termijn in gebruik kan
                                        nemen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de huisvestingsvergunning met voorrang is verstrekt met het
                                oog op de omvang van het huishouden als bedoeld in artikel 9, eerste
                                lid, onder c of d wordt in de vergunning de voorwaarde opgenomen dat
                                de huisvestingsvergunning slechts geldig is indien het gehele
                                huishouden waarvoor de vergunning is verleend de woonruimte betrekt.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Bekendmaking aanbod van woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het aanbod van de in artikel 2 aangewezen woonruimte wordt in ieder
                                geval bekendgemaakt door publicatie op een door burgemeester en
                                wethouders erkend gemeenschappelijk digitaal platform.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De termijn bedoeld in artikel 17 van de Wet (vruchteloze aanbieding)
                                bedraagt minimaal 8 weken vanaf de eerste publicatiedatum.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bekendmaking bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het adres en de huurprijs van de woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>de mededeling dat de woonruimte niet voor bewoning in
                                        gebruik genomen mag worden indien daarvoor geen
                                        huisvestingsvergunning is verleend, en</al></li><li nr="c."><al>indien van toepassing, de criteria en voorrangsregels voor
                                        het verlenen van de benodigde huisvestingsvergunning.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>Voorrangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Voorrang bij woonruimte van een bepaalde prijs of grootte en bij
                                gelabelde woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor:</al><lijst><li nr="a."><al>woonruimte met een huurprijs tot en met de tweede
                                        aftoppingsgrens wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden
                                        met een huishoudinkomen dat recht geeft op huurtoeslag;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte met een huurprijs tot en met de
                                        kwaliteitskortingsgrens wordt voorrang gegeven
                                        aanwoningzoekenden met een huishouden zonder kinderen
                                        waarvan alle leden jonger zijn dan 23 jaar en met een
                                        huishoudinkomen dat recht geeft op huurtoeslag;</al></li><li nr="c."><al>woonruimte met vier kamers wordt voorrang gegeven aan
                                        huishoudens van ten minste twee personen;</al></li><li nr="d."><al>woonruimte met vijf of meer kamers wordt voorrang gegeven
                                        aan huishoudens van ten minste vijf personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor de volgende
                                categorieën woonruimte wordt voorrang gegeven aan de daarbij
                                aangeduide categorie woningzoekenden:</al><lijst><li nr="a."><al>woonruimte met zorg in de nabijheid: huishoudens waarvan een
                                        van de leden beschikt over een daartoe strekkende
                                        indicatie;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte die is aangepast in het kader van de Wet
                                        Maatschappelijke Ondersteuning: huishoudens waarvan een van
                                        de leden beschikt over een daartoe strekkende
                                        indicatie;</al></li><li nr="c."><al>woonruimte in een wooncomplex bestemd voor 55-plussers:
                                        huishoudens waarvan een van de leden tenminste 55 jaar of
                                        ouder is;</al></li><li nr="d."><al>woonruimte bestemd voor jongeren: huishoudens zonder
                                        kinderen waarvan alle leden jonger zijn dan 23 jaar; </al></li><li nr="e."><al>woonruimte bestemd voor studenten: woningzoekenden die
                                        studerend zijn aan een instelling voor middelbaar of hoger
                                        beroepsonderwijs of universitair onderwijs;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De criteria en voorwaarden waaronder woonruimte onder de
                                voorrangsregels bedoeld in het tweede lid kan worden gebracht, de
                                voorwaarden om met voorrang voor een aldus gelabelde woonruimte in
                                aanmerking te komen en de rangorde van toewijzing van gelabelde
                                woonruimte zijn uitgewerkt in Bijlage I bij deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het tweede lid bedoelde woonruimten worden via het platform
                                als bedoeld in artikel 8 aan de specifieke doelgroep aangeboden.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Voorrang bij economische of maatschappelijke binding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Woonruimten die op grond van artikel 5 zijn ingedeeld in het
                                lotingssegment worden bij voorrang toegewezen aan woningzoekenden
                                die overeenkomstig artikel 14, derde lid, van de Wet economisch of
                                maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Woonruimten die op grond van artikel 5 zijn ingedeeld in het
                                inschrijfduursegment en onderdeel zijn van een daartoe door
                                burgemeester en wethouders aangewezen nieuwbouwcomplex binnen het
                                bestaand stedelijk gebied kunnen met voorrang worden toegewezen aan
                                woningzoekenden die</al><lijst><li nr="a."><al>ten minste 6 jaar onafgebroken ingezetene zijn van een door
                                        burgemeester en wethouders aangewezen woongebied, of</al></li><li nr="b."><al>gedurende de voorafgaande tien jaar tenminste 6 jaar
                                        onafgebroken ingezetene zijn geweest van een door
                                        burgemeester en wethouders aangewezen woongebied.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Voorrang bij urgentie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het verlenen van huisvestingsvergunningen wordt voorrang
                                    gegeven aan woningzoekenden voor wie voorziening in de behoefte
                                    aan woonruimte dringend noodzakelijk is en aan wie burgemeester
                                    en wethouders een urgentieverklaring hebben afgegeven.</al></li><li nr="2."><al>De behoefte aan woonruimte wordt dringend noodzakelijk geacht en
                                    een urgentieverklaring wordt verleend indien, ter beoordeling
                                    van burgemeester en wethouders:</al><lijst><li nr="a."><al>de woningzoekende behoort tot een van de in artikel 12,
                                            derde lid, van de Wet bedoelde categorieën; of</al></li><li nr="b."><al>de woningzoekende in een acute noodsituatie verkeert;
                                            of</al></li><li nr="c."><al>de woningzoekende op grond van medische of sociale
                                            redenen dringend moet omzien naar andere woonruimte;
                                            of</al></li><li nr="d."><al>de woningzoekende moet omzien naar woonruimte na een
                                            verblijf in een instelling voor opvang als bedoeld in
                                            artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke
                                            ondersteuning 2015, een psychiatrische instelling of een
                                            erkende hulp- of dienstverleningsinstelling; of</al></li><li nr="e."><al>de woningzoekende woonruimte nodig heeft in verband met
                                            de sloop of ingrijpende renovatie van de huidige
                                            woonruimte of bij herstructurering van het gebied waarin
                                            deze woonruimte is gelegen; of</al></li><li nr="f."><al>sprake is van calamiteiten, crisisopvang, overlast en
                                            betalingsproblemen die slechts kunnen worden opgelost
                                            met het aanbieden van een passende woning elders; of
                                        </al></li><li nr="g."><al>de woningzoekende voor de eerste maal moet omzien naar
                                            woonruimte na gedetineerd te zijn geweest en door het
                                            Veiligheidshuis Almere wordt voorgedragen; of</al></li><li nr="h."><al>de woningzoekende een vergunninghouder is als bedoeld in
                                            artikel 28 van de Wet, voor wie niet op andere wijze in
                                            huisvesting kan worden voorzien dan door middel van
                                            woonruimte als bedoeld in deze verordening.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De in het tweede lid genoemde urgentiecategorieën en de
                                    voorwaarden om voor een urgentieverklaring in aanmerking te
                                    komen zijn uitgewerkt in Bijlage II bij deze verordening. Tevens
                                    regelt Bijlage II voor welke woonruimtecategorieën
                                    woningzoekenden als bedoeld in het eerste lid bij voorrang voor
                                    een huisvestingsvergunning in aanmerking gebracht kunnen
                                    worden.</al></li><li nr="4."><al>Om voor een urgentieverklaring in aanmerking te komen, moet de
                                    woningzoekende aan de volgende voorwaarden voldoen:</al><lijst><li nr="a."><al>De woningzoekende is op het moment van indienen van een
                                            verzoek om een urgentieverklaring minimaal twee jaar
                                            onafgebroken ingezetene van de gemeente Almere. Deze
                                            voorwaarde is niet van toepassing indien de
                                            woningzoekende behoort tot een van de categorieën
                                            bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Wet en het
                                            tweede lid onder g van dit artikel 11.</al></li><li nr="b."><al>De woningzoekende staat ingeschreven in de
                                            Basisregistratie personen op het adres waar hij of zij
                                            feitelijk woont, tenzij hij of zij beschikt over een
                                            briefadres.</al></li><li nr="c."><al>De woningzoekende – met uitzondering van de
                                            vergunninghouder als bedoeld in artikel 28 van de Wet -
                                            staat geregistreerd als woningzoekende in Almere en kan
                                            gezien zijn of haar inschrijfduur binnen een jaar geen
                                            passende woning krijgen. </al></li><li nr="d."><al>De woningzoekende heeft het afgelopen jaar geen sociale
                                            huurwoning geweigerd.</al></li><li nr="e."><al>De woningzoekende heeft de afgelopen twee jaar niet voor
                                            een zelfde soort problematiek een urgentieverklaring
                                            ontvangen.</al></li><li nr="f."><al>De woningzoekende heeft er alles aan gedaan om het
                                            probleem op te lossen; andere oplossingen zijn niet
                                            mogelijk of zijn uitgeput.</al></li><li nr="g."><al>De woningzoekende heeft de situatie niet zelf
                                            veroorzaakt of had deze niet kunnen voorkomen.</al></li><li nr="h."><al>De woningzoekende is in staat om een zelfstandig
                                            huishouden te voeren. Voor de eventueel aanwezige
                                            schulden (huurschulden uitgezonderd) heeft de
                                            woningzoekende de afbetaling voldoende geregeld:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="- "><al>de woningzoekende moet aantonen dat er op de
                                                  datum van urgentieaanvraag een minnelijke
                                                  schuldregeling via de gemeentelijke schuldregelaar
                                                  of een wettelijke schuldregeling loopt, of</al></li></lijst></li><li nr=""><lijst><li nr="-"><al>de woningzoekende moet aantonen dat er op de
                                                  datum van urgentie-aanvraag een ondersteuning
                                                  schuldstabilisatietraject (OSS) loopt via de
                                                  gezamenlijke zorgpartners en dat hij beschikt over
                                                  een budgetbeheerrekening bij de gemeentelijke
                                                  schuldregelaar.</al></li><li nr=""><al>Indien de woningzoekende alleen een huurschuld
                                                  heeft, moet hij aantonen dat een adequate
                                                  betalingsregeling is getroffen met de oude
                                                  verhuurder waarbij rekening is gehouden met de
                                                  beslagvrije voet.</al></li></lijst></li><li nr="i."><al>De woningzoekende levert bij het verzoek de gegevens en
                                            stukken als bedoeld in artikel 12 volledig en juist
                                            aan.</al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Verzoek om een urgentieverklaring</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verzoek om een urgentieverklaring gaat vergezeld van de volgende
                                gegevens en documenten:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>naam, contactgegevens, leeftijd, nationaliteit en, indien
                                        van toepassing, de verblijfstitel van de verzoeker;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>een uittreksel uit de Basisregistratie personen; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="c."><al>omvang van het huishouden van de verzoeker;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="d."><al>aanduiding en motivering van de urgentiecategorie, en</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="e."><al>overige gegevens en documenten die nodig zijn om het verzoek
                                        te kunnen toetsen of aan de vereisten van artikel 11 wordt
                                        voldaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In Bijlage II zijn per urgentiecategorie bedoeld in artikel 11,
                                tweede lid, waar nodig aanvullende voorwaarden gesteld met
                                betrekking tot de over te leggen gegevens en documenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Urgentiecommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de beoordeling van het verzoek om een urgentieverklaring laten
                                burgemeester en wethouders zich adviseren door een door hen in te
                                stellen urgentiecommissie. Het voorgaande is niet van toepassing
                                indien de woningzoekende vergunninghouder is als bedoeld in artikel
                                28 van de Wet, dan wel indien de urgentie wordt aangevraagd op grond
                                van artikel 11, tweede lid onder f of g. De urgentiecommissie
                                adviseert schriftelijk en deugdelijk gemotiveerd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De urgentiecommissie bestaat uit ten minste drie onafhankelijke
                                leden, die geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder
                                verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Almere
                                of een verhuurder van woonruimte als bedoeld in deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter en leden van de urgentiecommissie worden door
                                burgemeester en wethouders benoemd. Eén lid wordt benoemd op
                                gezamenlijke voordracht van de verhuurders van woonruimte als
                                bedoeld in deze verordening, één lid op voordracht van de Zorggroep
                                Almere dan wel diens rechtsopvolger. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter en de leden worden benoemd voor een termijn van vier
                                jaar. Zij kunnen ten hoogste tweemaal worden herbenoemd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter en de leden kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij
                                doen daarvan schriftelijk mededeling aan burgemeester en wethouders.
                                De aftredende of ontslag nemende voorzitter of leden van de
                                commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is
                                voorzien.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De urgentiecommissie doet jaarlijks aan burgemeester en wethouders
                                verslag van haar werkzaamheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Urgentieverklaring</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders besluiten op een verzoek om een
                                urgentieverklaring op basis van het advies van de urgentiecommissie
                                als bedoeld in artikel 13, eerste lid, en delen dit besluit mee aan
                                de woningzoekende.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De urgentieverklaring vermeldt in ieder geval:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>de naam en adres van de woningzoekende;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>de geboortedatum van de woningzoekende;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="c."><al>de samenstelling van het huishouden van de
                                        woningzoekende;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="d."><al>het zoekprofiel, zijnde een beschrijving van de categorie of
                                        categorieën woonruimte die voor de woningzoekende gelet op
                                        artikel 16 passend wordt of worden geacht, waarbij worden
                                        vermeld: indien van toepassing de maximale huur, het
                                        maximale aantal kamers en eventuele andere noodzakelijke
                                        kenmerken van de woonruimte;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="e."><al>de datum van het verzoek als bedoeld in het eerste lid,
                                        en</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="f."><al>de datum van verstrekking.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De woningzoekende die in het bezit is van een urgentieverklaring
                                dient het eerste aanbod van een woning die voldoet aan het
                                zoekprofiel als bedoeld in het tweede lid onder d te
                                accepteren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het besluit tot indeling in een urgentiecategorie is geldig voor ten
                                hoogste 6 maanden. Burgemeester en wethouders kunnen de
                                geldigheidsduur verlengen indien de woningzoekende in de genoemde
                                periode telkens heeft gereageerd op geadverteerde woonruimte en
                                nooit nummer één heeft gestaan voor een woonruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Verval van rechtswege, intrekking en wijziging
                                urgentieverklaring</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een urgentieverklaring vervalt van rechtswege:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>nadat de geldigheidsduur als bedoeld in artikel 14, vierde
                                        lid, is verstreken,</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>de woningzoekende een woonruimte toegewezen heeft gekregen
                                        en daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de urgentieverklaring intrekken
                                indien:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>de woningzoekende naar hun oordeel niet langer als urgent
                                        woningzoekende als bedoeld in artikel 11, eerste lid, is aan
                                        te merken,</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>de woningzoekende bij zijn aanvraag gegevens heeft verstrekt
                                        waarvan hij wist of kon vermoeden dat deze onjuist of
                                        onvolledig waren, </al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="c."><al>de woningzoekende een aanbod van een woning heeft geweigerd
                                        die naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoet
                                        aan het zoekprofiel als bedoeld in artikel 14, tweede lid
                                        onder d, </al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="d."><al>de feitelijke omstandigheden niet overeenstemmen met de
                                        beschrijving van die omstandigheden in de gemeentelijke
                                        basisadministratie, </al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="e."><al>de woningzoekende daarom verzoekt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Passendheid bij urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een urgent woningzoekende komt met voorrang in aanmerking voor
                                woonruimte die passend is gelet op de verhouding tussen de omvang
                                van het huishouden van de woningzoekende en het aantal kamers. De
                                passendheidscriteria zijn uitgewerkt in Bijlage II bij deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een urgent woningzoekende een of meer schulden heeft, komt
                                hij slechts met voorrang op grond van urgentie in aanmerking voor
                                woonruimte met een huurprijs tot en met het bedrag genoemd in
                                artikel 20, tweede lid onder b, van de Wet op de Huurtoeslag (tweede
                                aftoppingsgrens). Indien een urgent woningzoekende met een
                                huishouden waarvan alle leden jonger zijn dan 23 jaar schulden
                                heeft, komt hij slechts met voorrang op grond van urgentie in
                                aanmerking voor woonruimte met een huurprijs tot en met het bedrag
                                genoemd in artikel 20, eerste lid, van de Wet op de Huurtoeslag
                                (kwaliteitskortingsgrens). </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een urgent woningzoekende komt slechts met voorrang op grond van
                                urgentie in aanmerking voor gelabelde woonruimte als bedoeld in
                                artikel 9, tweede lid, indien hij voldoet aan de aldaar per
                                categorie genoemde criteria.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3A.</nr><titel>Rangordebepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Rangorde inschrijfduursegment</titel></kop><al>Indien op grond van deze verordening meerdere woningzoekenden in
                            aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning voor woonruimte in het
                            inschrijfduursegment, bedoeld in artikel 5, wordt de rangorde bepaald
                            als geregeld in de artikelen 17a tot en met 17c.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17a.</nr><titel>Rangorde bij huur t/m 2e aftoppingsgrens en kandidaten met recht
                                op huurtoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor woonruimte met een huurprijs die niet hoger is dan de tweede
                                aftoppingsgrens komen als eerste in aanmerking woningzoekenden
                                    <cursief>met recht op huurtoeslag.</cursief> Voor woonruimte met
                                een huur die niet hoger is dan de kwaliteitskortingsgrens komen als
                                eerste in aanmerking woningzoekenden met een huishouden zonder
                                kinderen waarvan alle leden jonger zijn dan 23 jaar en met een
                                huishoudinkomen dat recht geeft op huurtoeslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien:</al><lijst><li nr="-"><al>op grond van het eerste lid meerdere woningzoekenden voor de
                                        woonruimte in aanmerking komen en</al></li><li nr="-"><al> de woonruimte <cursief>als bedoeld in artikel 10, tweede
                                            lid</cursief>, dan komen de in artikel 10, tweede lid,
                                        genoemde woningzoekenden als eerste in aanmerking.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Indien: </al><lijst><li nr="-"><al>op grond van het eerste lid meerdere woningzoekenden
                                                voor de woonruimte in aanmerking komen en</al></li><li nr="-"><al>meerdere van deze óf geen van deze behoren tot de in
                                                artikel 10, tweede lid, bedoelde categorie
                                                woningzoekenden òf het geen woonruimte betreft als
                                                bedoeld in artikel 10, tweede lid, </al><al>dan komen als eerste in aanmerking woningzoekenden
                                                die beschikken over een
                                                  <cursief>urgentieverklaring,</cursief> mits de
                                                woonruimte voldoet aan het in de urgentieverklaring
                                                opgenomen zoekprofiel als bedoeld in artikel 14,
                                                tweede lid onder d.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>Komen meerdere woningzoekenden met een urgentieverklaring
                                        voor de woonruimte in aanmerking, dan:</al><lijst><li nr="-"><al>gaan woningzoekenden met een <cursief>eerder
                                                  afgegeven urgentieverklaring</cursief> voor op
                                                woningzoekenden met een later afgegeven
                                                urgentieverklaring. Indien de urgentieverklaring van
                                                meerdere woningzoekenden op dezelfde datum is
                                                afgegeven, </al></li><li nr="-"><al>gaat de woningzoekende met de <cursief>langste
                                                  inschrijvingsduur</cursief> in het register van
                                                woningzoekenden voor.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien: </al><lijst><li nr="-"><al>op grond van het eerste lid meerdere woningzoekenden voor de
                                        woonruimte in aanmerking komen en </al></li><li nr="-"><al>meerdere woningzoekenden behoren tot de in artikel 10,
                                        tweede lid, bedoelde categorie woningzoekenden, òf de
                                        woonruimte niet is aangewezen voor voorrang als bedoeld in
                                        artikel 10, tweede lid</al></li><li nr="-"><al>en geen van de in aanmerking komende woningzoekenden over
                                        een urgentieverklaring beschikt, dan komen vervolgens als
                                        eerste in aanmerking de woningzoekenden van wie de
                                            <cursief>omvang van het huishouden</cursief> passend is
                                        gelet op het aantal kamers, als bedoeld in artikel 9, eerste
                                        lid onder c of d (bij woonruimte met vier kamers voorrang
                                        voor huishoudens van ten minste twee personen; bij vijf of
                                        meer kamers voorrang voor huishoudens van ten minste vijf
                                        personen). </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Komen op basis van toepassing van de voorgaande leden nog steeds
                                meerdere woningzoekenden voor de woonruimte in aanmerking, of is er
                                sprake van een woning met minder dan vier kamers, dan komt als
                                eerste in aanmerking de woningzoekende met de <cursief>langste
                                    inschrijvingsduur</cursief> in het register van woningzoekenden.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17b</nr><titel>Rangorde bij huur t/m 2e aftoppingsgrens en geen kandidaten met
                                recht op huurtoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien voor woonruimte met een huurprijs die niet hoger is dan de
                                tweede aftoppingsgrens en <cursief>die met toepassing van artikel
                                    10, tweede lid, is aangewezen voor voorrang</cursief> geen
                                woningzoekenden in aanmerking komen die recht hebben op huurtoeslag,
                                dan komen de in artikel 10, tweede lid, genoemde woningzoekenden in
                                aanmerking die geen recht hebben op huurtoeslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien: </al><lijst><li nr="-"><al>op grond van het eerste lid meerdere woningzoekenden voor de
                                        woonruimte in aanmerking komen, òf </al></li><li nr="-"><al>meerdere woningzoekenden in aanmerking komen voor woonruimte
                                        met een huurprijs bedoeld in het eerste lid maar daaronder
                                        zich geen woningzoekenden bevinden als bedoeld in artikel
                                        10, tweede lid, dan wel de woonruimte niet is aangewezen
                                        voor voorrang als bedoeld in artikel 10, tweede lid, dan
                                        komen als eerste in aanmerking woningzoekenden die
                                        beschikken over een <cursief>urgentieverklaring</cursief>,
                                        mits de woonruimte voldoet aan het in de urgentieverklaring
                                        opgenomen zoekprofiel als bedoeld in artikel 14, tweede lid
                                        onder d. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Artikel 17a, de leden 3 onder b, 4 en 5, zijn van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17c</nr><titel>Rangorde bij huur boven tweede aftoppingsgrens</titel></kop><lid><lidnr/><al>Voor woonruimte met een huurprijs boven de tweede aftoppingsgrens,
                                die is aangewezen voor voorrang in een woongebied als bedoeld in
                                artikel 10, tweede lid komen als eerste in aanmerking de in artikel
                                10, tweede lid, genoemde woningzoekenden. Het bepaalde in artikel
                                17b, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing voor
                                huishoudens met en zonder recht op huurtoeslag. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18 </nr><titel>Rangorde gelabelde woonruimte</titel></kop><al>Indien op grond van deze verordening meerdere woningzoekenden in
                            aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning voor woonruimte als
                            bedoeld in artikel 9, tweede lid onder a tot en met d (gelabelde
                            woonruimte), wordt de rangorde bepaald als geregeld in artikelen 18a tot
                            en met 18c.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18a</nr><titel>Gelabelde woonruimte - bij huur t/m 2e aftoppingsgrens en
                                kandidaten met recht op huurtoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor gelabelde woonruimte met een huurprijs die niet hoger is dan de
                                tweede aftoppingsgrens komen als eerste in aanmerking
                                woningzoekenden die beschikken over de op grond van artikel 9,
                                tweede lid onder a tot en met d, vereiste indicatie of leeftijd en
                                recht hebben op huurtoeslag. Voor woonruimte met een huur die niet
                                hoger is dan de kwaliteitskortingsgrens, komen als eerste in
                                aanmerking woningzoekenden met de op grond van artikel 9, tweede lid
                                onder a tot en met d, vereiste indicatie of leeftijd, die een
                                huishouden zonder kinderen hebben waarvan alle leden jonger zijn dan
                                23 jaar en recht hebben op huurtoeslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 17a, de leden 2 tot en met 5, is van
                                overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor de woonruimte geen woningzoekenden met de vereiste
                                indicatie of leeftijd in aanmerking komen, dan komen woningzoekenden
                                    <cursief>zonder </cursief><cursief>de vereiste leeftijd of
                                    indicatie</cursief> in aanmerking en is artikel 17a van
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18b</nr><titel>Gelabelde woonruimte - bij huur t/m 2e aftoppingsgrens en geen
                                kandidaten met recht op huurtoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien voor gelabelde woonruimte met een huurprijs die niet hoger is
                                dan de tweede aftoppingsgrens en die is aangewezen voor
                                    <cursief>voorrang in </cursief><cursief>een woongebied
                                </cursief>als bedoeld in artikel 10, tweede lid<cursief>,</cursief>
                                geen woningzoekenden in aanmerking komen die recht hebben op
                                huurtoeslag, dan komen de in artikel 10, tweede lid, genoemde
                                woningzoekenden in aanmerking die geen recht hebben op huurtoeslag,
                                mits zij beschikken over de vereiste <cursief>indicatie of
                                    leeftijd</cursief>.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien:</al><lijst><li nr="-"><al>op grond van het eerste lid meerdere woningzoekenden voor de
                                        woonruimte in aanmerking komen, òf </al></li><li nr="-"><al>meerdere woningzoekenden in aanmerking komen voor woonruimte
                                        met een huurprijs bedoeld in het eerste lid maar daaronder
                                        zich geen woningzoekenden bevinden als bedoeld in artikel
                                        10, tweede lid, dan wel de woonruimte niet is aangewezen
                                        voor voorrang als bedoeld in artikel 10, tweede lid, dan
                                        komen als eerste in aanmerking woningzoekenden met de
                                        vereiste indicatie of leeftijd die beschikken over een
                                            <cursief>urgentieverklaring</cursief>, mits de
                                        woonruimte voldoet aan het in de urgentieverklaring
                                        opgenomen zoekprofiel als bedoeld in artikel 14, tweede lid
                                        onder d. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 17a, de leden 3 onder b, 4 en 5 is van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien voor de woonruimte geen woningzoekenden met de vereiste
                                indicatie of leeftijd in aanmerking komen, dan komen woningzoekenden
                                    <cursief>zonder </cursief><cursief>de vereiste leeftijd of
                                    indicatie</cursief> in aanmerking en is artikel 17b van
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18c</nr><titel>Gelabelde woonruimte - bij huur boven tweede
                                aftoppingsgrens</titel></kop><al>Voor gelabelde woonruimte met een huurprijs boven de tweede
                            aftoppingsgrens, die is aangewezen voor
                                <cursief>voorrang</cursief><cursief> als bedoeld in artikel 10,
                                tweede lid,</cursief>komen als eerste in aanmerking de in artikel
                            10, tweede lid, genoemde woningzoekenden met de vereiste
                                <cursief>indicatie of leeftijd</cursief>. Het bepaalde in artikel
                            18b, tweede tot en met vierde lid, is op deze woonruimte van
                            overeenkomstige toepassing voor huishoudens met en zonder recht op
                            huurtoeslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Rangorde lotingssegment</titel></kop><al>Indien op grond van deze verordening meerdere woningzoekenden in
                            aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning voor woonruimte in het
                            lotingssegment, bedoeld in artikel 5, wordt de rangorde bepaald als
                            geregeld in de artikelen 19a tot en met 19c.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19a</nr><titel>Rangorde bij huur t/m 2e aftoppingsgrens en kandidaten met recht
                                op huurtoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor woonruimten die op grond van artikel 5 zijn ingedeeld in het
                                lotingssegment komen als eerste woningzoekenden in aanmerking met
                                    <cursief>binding</cursief> aan de woningmarktregio.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien meerdere woningzoekenden met binding aan de woningmarktregio
                                voor de woonruimte in aanmerking komen, wordt:</al><lijst><li nr="-"><al>voor woonruimte met een huurprijs die niet hoger is dan de
                                        tweede aftoppingsgrens voorrang gegeven aan woningzoekenden
                                        die <cursief>recht hebben op huurtoeslag</cursief>;</al></li><li nr="-"><al>voor woonruimte met een huurprijs die niet hoger is dan de
                                        kwaliteitskortingsgrens voorrang gegeven aan woningzoekenden
                                        met een huishouden zonder kinderen waarvan alle leden jonger
                                        zijn dan 23 jaar en met een huishoudinkomen dat recht geeft
                                        op huurtoeslag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><lijst><li nr="a."><al> Indien meerdere woningzoekenden op grond van het tweede lid
                                        in aanmerking komen voor de woonruimte, wordt voorrang
                                        gegeven aan woningzoekenden die beschikken over een
                                            <cursief>urgentieverklaring</cursief>, mits de
                                        woonruimte voldoet aan het in de urgentieverklaring
                                        opgenomen zoekprofiel als bedoeld in artikel 14, tweede lid
                                        onder d.</al></li><li nr="b."><al>Komen meerdere woningzoekenden met een urgentieverklaring
                                        voor de woonruimte in aanmerking, dan gaan woningzoekenden
                                        met een <cursief>eerder afgegeven
                                            urgentieverklaring</cursief> voor op woningzoekenden met
                                        een later afgegeven urgentieverklaring.</al><lijst><li nr="-"><al>Indien de urgentieverklaring van meerdere
                                                woningzoekenden op dezelfde datum is afgegeven en
                                                het betreft woonruimte met minder dan vier kamers,
                                                dan wordt de rangorde door loting bepaald. </al></li><li nr="-"><al>Bij woonruimte met 4 of meer kamers gaat de
                                                woningzoekende voor die in Almere woonruimte beneden
                                                de huurslaggrens vrijmaakt
                                                  <cursief>(doorstromer</cursief>). Komen op deze
                                                grond meerdere woningzoekenden voor de
                                                huisvestingsvergunning in aanmerking, dan wordt de
                                                rangorde door <cursief>loting </cursief>bepaald.
                                            </al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><lijst><li nr="a."><al> Indien meerdere woningzoekenden op grond van het tweede lid
                                        in aanmerking komen voor woonruimte met minder dan vier
                                        kamers, en geen van hen over een urgentieverklaring
                                        beschikt, wordt de rangorde door loting bepaald.</al></li><li nr="b."><al>Indien meerdere woningzoekenden op grond van het tweede lid
                                        in aanmerking komen voor woonruimte met vier of meer kamers,
                                        en geen van hen over een urgentieverklaring beschikt, komen
                                        als eerste in aanmerking de woningzoekenden van wie de
                                            <cursief>omvang van het huishouden</cursief> passend is
                                        gelet op het aantal kamers, als bedoeld in artikel 9, eerste
                                        lid onder c of d (bij woonruimte met vier kamers voorrang
                                        voor huishoudens van ten minste twee personen; bij vijf of
                                        meer kamers voorrang voor huishoudens van ten minste vijf
                                        personen). </al></li><li nr=""><al>Indien meerdere woningzoekenden op deze grond in aanmerking
                                        komen voor de woonruimte, dan gaat de woningzoekende voor
                                        die in Almere woonruimte beneden de huurtoeslaggrens
                                        vrijmaakt <cursief>(doorstromer).</cursief></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien meerdere of geen woningzoekenden op grond van het vierde lid
                                onder b in aanmerking komen voor de woonruimte, dan wordt de
                                rangorde door <cursief>loting</cursief> bepaald.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij ontbreken van woningzoekenden met binding zijn de leden 2 tot en
                                met 5 van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19b</nr><titel>Rangorde bij huur t/m 2e aftoppingsgrens en geen kandidaten met
                                recht op huurtoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien voor woonruimte met een huurprijs die niet hoger is dan de
                                tweede aftoppingsgrens geen woningzoekenden met binding aan de
                                woningmarktregio in aanmerking komen die recht hebben op
                                huurtoeslag, komen de woningzoekenden in aanmerking die wel deze
                                    <cursief>binding</cursief> hebben maar geen recht hebben op
                                huurtoeslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 19a, de leden 3 tot en met 5, is van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij ontbreken van woningzoekenden met binding zijn van artikel 19a
                                de leden 3 tot en met 5 van overeenkomstige toepassing voor
                                huishoudens zonder recht op huurtoeslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19c</nr><titel>Rangorde bij huur boven tweede aftoppingsgrens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor woonruimte met een huurprijs boven de tweede aftoppingsgrens
                                komen woningzoekenden met <cursief>binding</cursief> aan de
                                woningmarktregio als eerste in aanmerking, ongeacht of zij recht
                                hebben op huurtoeslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 19a, de leden 3 tot en met 5, is van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het ontbreken van woningzoekenden met binding zijn van artikel
                                19a de leden 3 tot en met 5 van overeenkomstige toepassing voor
                                huishoudens met en zonder huurtoeslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Rangorde van toewijzing studentenwoningen</titel></kop><al>Indien op grond van deze verordening meerdere woningzoekenden in
                            aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning voor woonruimte voor
                            studenten, bedoeld in artikel 9, tweede lid onder e, wordt de volgende
                            rangorde gehanteerd:</al><lijst><li nr="1e."><al>woningzoekenden die als student zijn ingeschreven bij een
                                    instelling voor hoger beroepsonderwijs of universitair onderwijs
                                    in Almere, in volgorde van de datum van inschrijving in het
                                    register van woningzoekenden bedoeld in artikel 4;</al></li><li nr="2e."><al>woningzoekenden die ingezetene zijn van Almere en die als
                                    student zijn ingeschreven bij een instelling voor hoger
                                    beroepsonderwijs of universitair onderwijs elders in Nederland,
                                    in volgorde van de datum van inschrijving in het register van
                                    woningzoekenden bedoeld in artikel 4.</al></li><li nr="3e."><al>woningzoekenden die onderwijs volgen aan een instelling voor
                                    middelbaar beroepsonderwijs in Almere, in volgorde van de datum
                                    van inschrijving in het register van woningzoekenden bedoeld in
                                    artikel 4.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3B</nr><titel>Bouw- en Woongroepen, omzettingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Bouwgroepen en woongroepen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om in afwijking van de
                            toewijzingsregels van deze verordening bij de verlening van
                            huisvestingsvergunningen voor woonruimten als bedoeld in artikel 2
                            voorrang te geven aan door een bouwgroep of woongroep voorgedragen
                            kandidaten, mits deze voldoen aan het bepaalde in artikel 10, tweede
                            lid, van de Wet en artikel 3 van deze verordening, en voorts met
                            inachtneming van het bepaalde in Bijlage III bij deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21a</nr><titel>Woningen met zorgbestemming</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om, in afwijking van de
                            toewijzingsregels van deze verordening, bij de verlening van
                            huisvestingsvergunningen voor woonruimten die worden toegewezen door
                            instellingen voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van
                            de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, een psychiatrische
                            instelling of een erkende hulp- of dienstverleningsinstelling in Almere,
                            voorrang te geven aan woningzoekenden die door die instelling worden
                            voorgedragen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Woningruil</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ingeval van ruil van woonruimte
                                bedoeld in artikel 2 een huisvestingsvergunning verlenen
                                indien:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>het huishouden voldoet aan het bepaalde in artikel 10,
                                        tweede lid, van de Wet en artikel 3 van deze verordening,
                                        en</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>op voorhand niet te voorzien is dat ingebruikneming van de
                                        woonruimte door een van de partijen van beperkte duur zal
                                        zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het gelabelde woonruimte betreft als vermeld in artikel 9,
                                tweede lid, wordt de huisvestingsvergunning slechts verleend indien
                                het huishouden voor een dergelijke woonruimte in aanmerking komt.
                            </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In gevallen, waarin strikte naleving van deze verordening tot
                            onbillijkheid van overwegende aard zou leiden, kunnen burgemeester en
                            wethouders ten gunste van de woningzoekende afwijken van deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Experimenten</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen voor een beperkte en bepaalde periode
                            van (onderdelen van) het bepaalde in deze verordening afwijken of
                            afwijkingen daarvan toestaan ten behoeve van experimenten die in het
                            belang zijn van de volkshuisvesting, mits niet in strijd met de Wet.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Bestuurlijke boete</titel></kop><al>1.Bij overtreding van het verbod, bedoeld in artikel 8 van de Wet
                            kunnen</al><lijst><li nr=""><al>burgemeester en wethouders een bestuurlijke boete opleggen.</al></li></lijst><al>2. De boete voor overtreding van:</al><lijst><li nr="a."><al>het verbod, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet
                                    bedraagt </al><al>€ 405; </al></li><li nr="b."><al>het verbod, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet
                                    bedraagt </al><al>€ 20.250. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Intrekking oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Huisvestingsverordening Almere 2012 wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een inschrijving als woningzoekende die is gedaan voor het tijdstip
                                van inwerkingtreding van deze verordening wordt, met behoud van de
                                opgebouwde inschrijfduur, gelijkgesteld met een inschrijving gedaan
                                onder deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een urgentieverklaring als bedoeld in de artikel 19 van de
                                Huisvestingsverordening Almere 2012 die is verleend voor het
                                tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, wordt
                                gelijkgesteld met een urgentieverklaring als bedoeld in deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015 en vervalt op 1
                                juli 2019.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Huisvestingsverordening
                                Almere 2015.</al><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2 juli
                        2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Huisvestingsverordening Almere 2015</label></kop><tussenkop>Bijlage I Uitwerking voorrangsregels gelabelde woningen als bedoeld in
                        artikel 9 derde lid</tussenkop><al> Deze bijlage bevat de criteria en voorwaarden waaronder eigenaars van
                    woonruimte, vallend onder de werking van deze Verordening, woonruimte kunnen
                    labelen voor specifieke doelgroepen onder de woningzoekenden. Daarnaast wordt
                    geregeld onder welke voorwaarden een woningzoekende met voorrang voor een
                    gelabelde woning in aanmerking kan komen en in welke rangorde de toewijzing
                    plaatsvindt. </al><al/><al>1.<vet>Woonruimten met zorg in de nabijheid</vet><vet>, bedoeld
                        </vet><vet>artikel </vet><vet>9</vet><vet>, tweede lid onder
                        a</vet><vet>.</vet></al><al/><tussenkop>Criteria en voorwaarden voor labeling </tussenkop><al>Er is 24-uurs oproepbare zorg binnen een straal van 200 meter.</al><al/><tussenkop>Voorwaarden om met voorrang voor deze woonruimte in aanmerking te komen </tussenkop><al>De woningzoekende beschikt over een geldig indicatiebesluit met
                    zorgzwaartepakket 1, 2, 3 of 4.</al><al/><tussenkop>Toewijzing en volgordecriteria</tussenkop><al>Woningzoekenden zoeken zelf in het aanbod. De rangorde van woningzoekenden die
                    hun interesse voor de woning kenbaar hebben gemaakt, wordt opgemaakt op basis
                    van de datum op het indicatiebesluit.</al><al/><al><vet>2. Woonruimten met WMO-aanpassingen, bedoeld artikel 9, tweede lid onder
                        b</vet></al><al/><al><vet>a. Rolstoelgeschikte woonruimten </vet></al><al/><tussenkop>Criteria en voorwaarden voor labeling </tussenkop><lijst><li nr="-"><al>De woning of het wooncomplex is toegankelijk met een rolstoel,
                            bijvoorbeeld door middel van een elektrische deuropener op voordeur van
                            het complex.</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>De woning is gelijkvloers of te bereiken met een lift.</al></li><li nr="-"><al>De doorgangen zijn voldoende breed: buitendeuren 80/90 cm, hal/gang
                            minimaal 1,10 m breed met op één punt mogelijkheid voor een draaicirkel
                            van 1,50 m, andere deuren minimaal 90 cm.</al></li><li nr="-"><al>Er is een toilet in de natte cel.</al></li><li nr="-"><al>De natte cel heeft een vloer op afschot, de minimale oppervlakte van de
                            natte cel is 6 m2.</al></li><li nr="-"><al>De slaapkamer heeft een oppervlakte van minimaal 10 tot 12 m2 en is in
                            de breedte minimaal 2,5 meter. Deze maten zijn van toepassing indien de
                            slaapkamer door één rolstoelgebruiker wordt gebruikt (alleenstaande of
                            kind). Voor een echtpaar, waarvan een persoon een rolstoel gebruikt is
                            een oppervlakte van 15 m2 noodzakelijk en een minimale breedte van 3,90
                            m.</al></li><li nr="-"><al>Indien de woning uit meerdere verdiepingen bestaat moeten de
                            verdiepingen toegankelijk zijn met een woonhuislift, plateaulift of
                            zweeflift.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Voorwaarden om met voorrang voor deze woonruimte in aanmerking te
                        komen</cursief></al><al>De woningzoekende beschikt over een geldig WMO-indicatiebesluit met in het
                    programma van eisen ‘rolstoeltoe- en doorgankelijke woning’. </al><al/><tussenkop>Toewijzing en volgordecriteria</tussenkop><al>Woningzoekenden zoeken zelf in het aanbod. De rangorde van woningzoekenden die
                    hun interesse voor de woning kenbaar hebben gemaakt, wordt opgemaakt op basis
                    van de datum op het WMO-indicatiebesluit. </al><al/><al><vet>b.</vet><vet>Woonruimten</vet><vet> met WMO-aanpassingen</vet><vet> anders
                        dan voor rolstoelgeschiktheid</vet></al><al/><tussenkop>Criteria en voorwaarden voor labeling </tussenkop><al>De woning wordt gelabeld als woning met WMO-voorzieningen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het om grotere woningaanpassingen gaat, waarbij de waarde van de
                            aanpassingen minimaal € 2.000 bedraagt,</al></li><li nr="b."><al>of indien in de woning meerdere kleine woningaanpassingen aanwezig zijn
                            waarvan de gezamenlijke waarde meer dan € 2.000 bedraagt.</al></li></lijst><al>Onder ‘waarde van de aanpassingen’ wordt verstaan de waarde van de voorziening
                    zelf tezamen met de totale kosten van realiseren of plaatsen van de voorziening,
                    e.e.a. overeenkomstig opgave van burgemeester en wethouders. </al><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de onder a. en b. genoemde bedragen
                    periodiek aan te passen.</al><al/><tussenkop>Voorwaarden om met voorrang voor deze woonruimte in aanmerking te komen </tussenkop><al>De woningzoekende beschikt over een geldig WMO-indicatiebesluit met passend
                    Programma van Eisen. </al><al/><tussenkop>Toewijzing en volgordecriteria</tussenkop><al>Woningzoekenden zoeken zelf in het woningaanbod met een WMO-label. De rangorde
                    van woningzoekenden die hun interesse voor de woning kenbaar hebben gemaakt,
                    wordt opgemaakt op basis van inschrijfduur.</al><al/><al>In de woningadvertentie worden de aanwezige voorzieningen benoemd, zodat de
                    woningzoekende weet waar hij op reageert. Indien het een nultredenwoning betreft
                    wordt dit in de advertentie aangegeven.</al><al/><al><vet>3.</vet><vet>Woonruimten bestemd voor 55-plussers</vet><vet>, bedoeld
                        artikel </vet><vet>9</vet><vet>, tweede lid onder </vet><vet>c</vet></al><al/><tussenkop>Criteria en voorwaarden voor labeling </tussenkop><al>Het label heeft betrekking op de sociale kenmerken van de woning en het complex.
                    Senioren wordt ‘een woonomgeving met gelijkgestemden’ aangeboden. Het kan gaan
                    om gelijkvloerse woningen of eengezinswoningen waarbij alle essentiële
                    woonfuncties zich op de begane grond bevinden. </al><al>Woningen die aan deze criteria voldoen maar die ook rolstoeltoegankelijk en
                    rolstoeldoorgankelijk zijn worden niet als <cursief>seniorenwoning</cursief>
                    gelabeld, maar als <cursief>rolstoeltoe- en doorgankelijke woning</cursief> of
                    indien dat van toepassing is <cursief>wonen met zorg in de
                    nabijheid</cursief>.</al><al/><tussenkop>Voorwaarden om met voorrang voor deze woonruimte in aanmerking te komen </tussenkop><al>Woningzoekenden van 55 jaar en ouder.</al><al/><tussenkop>Toewijzing en volgordecriteria</tussenkop><al>De woningen worden verdeeld via inschrijfduur.</al><al/><al><vet>4.</vet><vet>Woonruimten bestemd voor jongeren</vet><vet>, bedoeld artikel
                        </vet><vet>9</vet><vet>, tweede lid onder </vet><vet>d</vet></al><al/><tussenkop>Criteria en voorwaarden voor labeling </tussenkop><al>De woonruimte heeft een huur beneden kwaliteitskortingsgrens. </al><al/><tussenkop>Voorwaarden om met voorrang voor deze woonruimte in aanmerking te komen </tussenkop><al>Huishoudens zonder kinderen waarvan alle leden jonger zijn dan 23 jaar.</al><al/><tussenkop>Toewijzing en volgordecriteria</tussenkop><al>De woningen worden verdeeld via loting of inschrijfduur, afhankelijk van het
                    segment waarin de woning wordt aangeboden.</al><al/><al><vet>5.</vet><vet>Woonruimten bestemd voor studenten, bedoeld artikel
                        </vet><vet>9</vet><vet>, tweede lid onder </vet><vet>e</vet></al><al/><tussenkop>Criteria en voorwaarden voor labeling </tussenkop><al>Woonruimte bestemd voor studenten wordt door of namens burgemeester en
                    wethouders na overleg met de eigenaar van de woning aangewezen</al><al/><tussenkop>Voorwaarden om met voorrang voor deze woonruimte in aanmerking te komen </tussenkop><al>Woningzoekenden die studeren aan een instelling voor MBO, HBO of
                    universiteit.</al><al/><al><cursief>Toewijzing en volgordecriteria</cursief></al><al>Hierop is artikel 20 van toepassing</al><al/><al/><tussenkop><vet>Huisvestingsverordening Almere 2015</vet></tussenkop></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage II Uitwerking urgentieregels</titel></kop><tussenkop>I. <vet>Uitwerking urgentieregels als be</vet>doeld in artikel 11,
                    derde lid en artikel 12, tweede lid.</tussenkop><al/><al><cursief>1. Wettelijk aangewezen categorieën (artikel
                        </cursief><cursief>11</cursief><cursief> tweede lid onder a)</cursief></al><al>Artikel 12, derde lid, van de Wet wijst de volgende
                    categorieën aan: </al><lijst><li nr="a."><al>woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang
                            van personen, die in verband met problemen van relationele aard of
                            geweld hun woonruimte hebben verlaten,</al></li><li nr="b."><al>woningzoekenden die mantelzorg als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid,
                            van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlenen of ontvangen, </al><al/></li></lijst><al> Woningzoekenden bedoeld onder a. dienen bij de aanvraag om urgentie het
                    verblijf in de opvangvoorziening aan te tonen met een rechtsgeldig ondertekende
                    verklaring van directie van de opvangvoorziening.</al><al/><al>Woningzoekenden bedoeld onder b. dienen bij de aanvraag om urgentie aan te tonen
                    dat een woning in Almere voor mantelzorger of -ontvanger de enige manier is om
                    te zorgen dat mantelzorgontvanger zelfstandig kan (blijven) wonen. De
                    mantelzorger moet geregistreerd zijn bij de Vrijwilligers en Mantelzorg Centrale
                    Almere. Om voor voorrang op deze grond in aanmerking te komen dient voorts aan
                    de volgende voorwaarden te zijn voldaan:</al><lijst><li nr="i."><al>Burgemeester en wethouders, eventueel op advies van een medisch
                            specialist, bepalen de zorgvraag en stellen vast dat in de zorgvraag kan
                            worden voorzien met mantelzorg. </al></li><li nr="ii."><al>De woningzoekende mantelzorger of –ontvanger heeft in de huidige
                            woonsituatie geen huurschulden en geen overlast veroorzaakt. </al></li><li nr="iii."><al>De reisafstand tussen het huidige woonadres van de mantelzorgverlener en
                            dat van de mantelzorgontvanger is meer dan vijf kilometer en wordt na
                            verhuizing minder dan vijf kilometer. </al></li><li nr="iv."><al>Er is sprake van langdurige zorg, dat wil zeggen dat de mantelzorg
                            noodzakelijk is over minimaal vier dagen per week en naar verwachting
                            nog enkele jaren moet worden verstrekt. </al></li><li nr="v."><al>Per mantelzorgsituatie wordt één urgentie afgegeven. </al></li></lijst><al/><al><cursief>2. Acute noodsituatie</cursief> (<cursief>artikel
                        </cursief><cursief>11</cursief><cursief> tweede lid onder b)</cursief></al><al>Onder een acute noodsituatie als bedoeld in artikel 11 tweede lid onder b wordt
                    verstaan de situatie waarin de zelfstandige woning van woningzoekende door een
                    calamiteit zoals brand, ernstige waterschade of explosie ongeschikt is geraakt
                    voor bewoning. Om voor voorrang op deze grond in aanmerking te komen dient aan
                    de volgende voorwaarden te zijn voldaan:</al><lijst><li nr="d."><al>de woning is naar het oordeel van burgemeester en wethouders
                            onbewoonbaar;</al></li><li nr="e."><al>het herstel van de woning duurt naar het oordeel van burgemeester en
                            wethouders langer dan vier maanden;</al></li><li nr="f."><al>de hoofdbewoner woont legaal in de ongeschikt geraakte woning;</al></li><li nr="g."><al>de calamiteit is niet met opzet veroorzaakt door de woningzoekende.</al><al/></li></lijst><al> Indien de woonruimte volgens burgemeester en wethouders binnen vier maanden
                    weer bewoonbaar kan zijn, zal het huishouden van de hoofdbewoner worden
                    bemiddeld naar tijdelijke woonruimte en keert het huishouden na de
                    herstelwerkzaamheden terug naar de eigen woning. Een urgentieverklaring wordt
                    dan niet verleend.</al><al/><al>3.<cursief>Medische en/of sociale redenen</cursief><cursief> (artikel
                        </cursief><cursief>11</cursief><cursief> tweede lid onder c)</cursief></al><al>Aan het criterium genoemd in artikel 11 tweede lid onder c
                    wordt voldaan indien op grond van medische en/of sociale omstandigheden sprake
                    is van een levensontwrichtende situatie die alleen kan worden opgelost met
                    (andere) zelfstandige woonruimte op zeer korte termijn. De woningzoekende dient
                    zelf zijn levensontwrichtende woonsituatie aan te tonen en te zorgen voor
                    bewijsmateriaal. </al><al>Tot een levensontwrichtende situatie worden uitsluitend gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>ernstige medische redenen, waarbij vereist is dat</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>- het medisch probleem langdurig is en </al></li><li nr=""><al>- de situatie dermate ontwrichtend is dat deze alleen kan worden
                            opgelost met een woning op korte termijn (maximaal 3 tot 4
                            maanden).</al></li><li nr=""><al>De woningzoekende dient door het overleggen van verklaringen van een
                            arts en/of medisch specialist aan te tonen dat hij voldoet aan
                            voornoemde criteria om in aanmerking te komen voor een medische
                            urgentie.</al><al>De GGD (of een vergelijkbare door burgemeester en wethouders aan te
                            wijzen onafhankelijke instelling) toetst of de woningzoekende in
                            aanmerking komt voor een medische urgentie en adviseert de
                            urgentiecommissie. Indien de woningzoekende reeds op een van de in
                            artikel 11, vierde lid, genoemde gronden niet voor een
                            urgentieverklaring in aanmerking komt, kan onverminderd het bepaalde in
                            artikel 27 voornoemde toetsing achterwege blijven.</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>dakloos met minderjarige kinderen door:</al><lijst><li nr="i."><al>echtscheiding of beëindiging van samenwoning, waarbij aan de
                                    volgende eisen moet zijn voldaan: </al></li><li nr=""><al>- aangetoond is dat in de procedure door de partner met de zorg
                                    over de kinderen het recht is geclaimd om in de huidige woning
                                    te blijven,</al></li><li nr=""><al>- aangetoond is dat de claim op de woning niet is
                                    toegekend,</al></li><li nr=""><al>- de woningzoekende heeft de zorg over de kinderen en de
                                    kinderen staan bij deze partner in de Basisregistratie Personen
                                    geregistreerd,</al></li><li nr=""><al>- de samenwoning bestond minimaal twee jaar en</al></li><li nr=""><al>- er is sprake van een rechtstreekse relatie tussen verbreking
                                    van de relatie en de dreigende dakloosheid met minderjarige
                                    kinderen.</al></li><li nr=""><al>In geval van echtscheiding en ontbinding van een geregistreerd
                                    partnerschap in de Basisregistratie Personen is een
                                    echtscheidingsvonnis of vergelijkbaar bewijs vereist waaruit
                                    blijkt dat de rechter heeft afgeweken van het verzoek tot
                                    toewijzing van de woning aan de partij die de zorg van de
                                    kinderen op zich neemt. </al></li><li nr=""><al>In geval van ontbinding van het notarieel vastgelegd
                                    samenlevingscontract en verbreking van de samenwoning is een
                                    vonnis of vergelijkbaar bewijs vereist waaruit blijkt dat het
                                    niet gelukt is om de woning o.g.v. het huurrecht op naam te
                                    krijgen van de partij die de zorg van de kinderen op zich
                                    neemt.</al></li><li nr=""><al>In geval van gedeeld gezag over minderjarige kinderen kan
                                    slechts aan één van de ouders een urgentie worden verleend,
                                    namelijk aan de ouder waar de kinderen hun hoofdverblijf
                                    hebben.</al></li><li nr="ii"><al>gedwongen verkoop van een eigen woning in Almere, aan te tonen
                                    door middel van een schriftelijke verklaring van de bank of
                                    hypotheekverstrekker. De gedwongen verkoop is niet het gevolg
                                    van verwijtbaar (betaal)gedrag van de woningzoekende.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>te hoge woonlasten van de woningzoekende. Hierbij gelden de volgende
                            voorwaarden: </al><lijst><li nr="-"><al>de woningzoekende woont zelfstandig en de woning staat op zijn
                                    naam;</al></li><li nr="-"><al>de woningzoekende ontvangt een woonkostentoeslag van
                                    burgemeester en wethouders van Almere onder de voorwaarde om te
                                    zien naar goedkope woonruimte met verhuisverplichting;</al></li><li nr="-"><al>de woonkosten zijn hoger dan de huurprijsgrens;</al></li><li nr="-"><al>de slechte inkomenssituatie in relatie tot de woonlasten is
                                    blijvend en financieel ontwrichtend.</al><al/></li></lijst></li><li nr="d."><al>Geweld of bedreiging, van dien aard dat de woningzoekende niet in de
                            oorspronkelijke woning kan of kon blijven. Het geweld of de bedreiging
                            heeft zich korter dan drie maanden geleden voorgedaan. De woningzoekende
                            dient het geweld of de bedreiging zelf aan te tonen met relevante
                            bewijsstukken. Dat kunnen bewijsstukken zijn van diverse instanties. Een
                            aangifte bij de politie kan de aanvraag ondersteunen, maar is niet in
                            alle gevallen voldoende bewijs dat sprake is van een levensontwrichtende
                            situatie.</al><al/></li></lijst><al>4.<cursief>Woonruimte nodig na verblijf in een instelling voor opvang
                        als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke
                        ondersteuning 2015, een psychiatrische instelling of een erkende hulp- of
                        dienstverleningsinstelling</cursief></al><lijst><li nr=""><al>Aan het criterium genoemd in artikel 11 tweede lid onder d wordt voldaan
                            indien de woningzoekende verblijft in een instelling voor opvang als
                            bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke
                            ondersteuning 2015, een psychiatrische instelling of een erkende hulp-
                            of dienstverleningsinstelling en toe is aan zelfstandig wonen, al dan
                            niet met begeleiding. De woningzoekende kan in aanmerking komen voor
                            eenmalige bemiddeling naar passende woonruimte, mits overtuigend wordt
                            onderbouwd dat hij/zij niet zelf kan zoeken. Instellingen waarvan
                            cliënten in aanmerking kunnen komen voor een urgentieverklaring, moeten
                            aan alle volgende voorwaarden voldoen:</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>De instelling heeft een binding met Almere: de instelling heeft Almere
                            als werkgebied.</al></li><li nr="-"><al>Het aanbieden van woonruimte maakt integraal onderdeel uit van de
                            begeleiding van de instelling.</al></li><li nr="-"><al>De instelling heeft onder meer tot doel te bevorderen dat cliënten
                            zelfstandig wonen, zo nodig met (tijdelijke of structurele) begeleiding. </al><al/></li></lijst><al> Voor het aanvragen van urgentie op grond van artikel 11 tweede lid sub d gelden
                    de volgende eisen:</al><lijst><li nr="-"><al>De woningzoekende dient te verblijven in een instelling die voldoet aan
                            de hierboven genoemde voorwaarden</al></li><li nr="-"><al>De woningzoekende vraagt zelf de urgentieverklaring aan en kan daarin
                            zonodig worden begeleid door de instelling</al></li><li nr="-"><al>De woningzoekende dient in de urgentieaanvraag aan te geven dat het een
                            aanvraag op grond van artikel 11, lid 2, sub c van de
                            Huisvestingsverordening 2015 betreft.</al></li><li nr="-"><al>De woningzoekende dient zelf relevante bewijsstukken aan te leveren dat
                            hij/zij toe is aan zelfstandig wonen en plaats zal maken voor een nieuwe
                            cliënt.</al></li><li nr="-"><al>De aanvraag dient in ieder geval te worden ondersteund door een brief
                            van de instelling.</al></li><li nr="-"><al>Uitgegaan wordt van de situatie dat de woningzoekende bij
                            urgentverklaring zelf een woning gaat zoeken.</al></li><li nr="-"><al>De woningzoekende kan in de urgentieaanvraag aangeven dat hij/zij in
                            aanmerking wil komen voor eenmalige bemiddeling. In dat geval dient dit
                            verzoek door woningzoekende te worden voorzien van een motivatie. In de
                            ondersteunende brief van de instelling dient dit verzoek te worden
                            onderschreven. </al></li><li nr="-"><al>Bij de toekenning van een urgentieverklaring worden de woningzoekende en
                            de instelling daarover geïnformeerd. Indien het een urgentieverklaring
                            voor eenmalige bemiddeling betreft als hiervoor bedoeld, wordt ook de
                            aangewezen verhuurder daarover geïnformeerd.</al></li><li nr="-"><al>Voor de woningzoekende die een urgentieverklaring heeft gekregen, zijn
                            drie soorten huurcontracten mogelijk: op naam van de cliënt, op naam van
                            de instelling met de mogelijkheid het contract na één jaar op naam van
                            de cliënt te zetten of structureel op naam van de instelling.</al><al/></li></lijst><al><cursief>5. Woonruimte</cursief><cursief> nodig vanwege sloop of ingrijpende
                        renovatie van de woonruimte</cursief><cursief> (</cursief><cursief>artikel
                        </cursief><cursief>11</cursief><cursief> tweede lid onder
                    e)</cursief></al><al>Aan het criterium genoemd in artikel 11 tweede lid onder e wordt voldaan indien
                    het huishouden van de hoofdbewoner van een in Almere gelegen woonruimte als
                    bedoeld in artikel 2 deze woonruimte moet verlaten vanwege sloop of ingrijpende
                    renovatie van de woonruimte of vanwege herstructurering van het gebied waarin de
                    woonruimte is gelegen. </al><al/><al><cursief>6. O</cursief><cursief>verlastsituaties of
                        calamiteiten</cursief><cursief> (a</cursief><cursief>rtikel
                        </cursief><cursief>11</cursief><cursief> tweede lid onder
                        </cursief><cursief>f</cursief><cursief>)</cursief></al><al>De behoefte aan woonruimte wordt dringend noodzakelijk
                    geacht ingeval van calamiteiten, crisisopvang, overlast en betalingsproblemen
                    die slechts kunnen worden opgelost met het aanbieden van een passende woning
                    elders. Jaarlijks kunnen verhuurders maximaal 3% van de vrijkomende woningen
                    voor het oplossen van deze problematiek aanwenden. De huishoudens worden
                    eenmalig en zonder tussenkomst van de urgentiecommissie bemiddeld naar een
                    passende woning. </al><al/><al><cursief>7. Nazorg ex-gedetineerden</cursief><cursief> (artikel
                        </cursief><cursief>11</cursief><cursief> tweede lid onder
                        </cursief><cursief>g</cursief><cursief>)</cursief></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen een urgentieverklaring verlenen aan
                    ex-gedetineerden die voor de eerste maal na detentie zelfstandige woonruimte
                    zoeken en via het coördinatiepunt nazorg ex-gedetineerden in het Veiligheidshuis
                    Almere aan burgemeester en wethouders worden voorgedragen. Zij worden eenmalig
                    en zonder tussenkomst van de urgentiecommissie bemiddeld naar een passende
                    woning. </al><al/><al><cursief>8. Vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de Wet (artikel 11
                        tweede lid onder h)</cursief></al><al>Vergunninghouders die op grond van de gemeentelijke taakstelling in Almere
                    moeten worden gehuisvest en voor wie niet op andere wijze in de huisvesting kan
                    worden voorzien dan door middel van woonruimte als bedoeld in deze verordening,
                    worden eenmalig zonder tussenkomst van de urgentiecommissie bemiddeld naar een
                    woning. Desgevraagd overleggen zij hun verblijfsvergunning. </al><tussenkop><vet>II. Uitwerking passendheidscriteria als bedoeld in artikel 16
                    </vet></tussenkop><al/><al>De woningzoekende met een urgentieverklaring komt binnen het beschikbare aanbod
                    met voorrang in aanmerking voor een passende woning.</al><al/><tussenkop>Passendheid</tussenkop><al>Om te bepalen of een woonruimte passend is, worden onderstaande regels
                    toegepast:</al><al/><al>Het aantal kamers van de woonruimte is als volgt gerelateerd aan de omvang van
                    het huishouden:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="54*"/><colspec colname="col2" colwidth="46*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Samenstelling van het huishouden</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Kamertal</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 persoon jonger dan 23 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 persoon 23 jaar en ouder</al></entry><entry colname="col2"><al>1-2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2 personen</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 ouder* en 1 kind</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2 ouders* en 1 kind</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 ouder* en 2 kinderen</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2 ouders* en 2 kinderen</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 ouder* en 3 kinderen</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2 ouders* en 3 kinderen</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 ouder* en 4 kinderen</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2 ouders* en 4 kinderen</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 of 2 ouders* met 5 of meer kinderen of meer dan 6 personen
                                    </al></entry><entry colname="col2"><al>5 of meer</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>*ouder(s) of daaraan, gelet op de zorg voor de kind(eren) gelijk te stellen
                    perso(o)n(en) </al><al/><al>In afwijking van het bovenstaande kan een huishouden een extra kamer toegewezen
                    krijgen, als één of meer kinderen in de middelbare schoolleeftijd zijn, om te
                    voorkomen dat ouders en kinderen van ongelijk geslacht een kamer moeten
                    delen.</al><al/><al>Woningzoekenden met een zoekprofiel van 1, 2 of 3 kamers krijgen uitsluitend
                    urgentie voor een appartement.</al><al/><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om, gerelateerd aan persoonlijke
                    omstandigheden van de woningzoekende:</al><lijst><li nr="-"><al>bepaalde wijken of buurten als zoekgebied uit te sluiten;</al></li><li nr="-"><al>van het kamertal uit bovenstaande tabel af te wijken.</al></li></lijst><al/><al>Burgemeester en wethouders zijn daarnaast bevoegd om voor categorieën van
                    woningzoekenden tijdelijk van het kamertal af te wijken indien het (beperkte)
                    aanbod van woonruimte met een bepaald kamertal daartoe aanleiding geeft en
                    passend toewijzen daardoor te zeer wordt belemmerd (bijvoorbeeld in de situatie
                    dat het aanbod van één- of tweekamerwoningen te beperkt is gelet op het aantal
                    alleenstaande woningzoekenden).</al><al/><tussenkop>Eenmalig aanbod</tussenkop><al>Voor onderstaande groepen van urgent woningzoekenden geldt dat zij niet zelf in
                    het woningaanbod zoeken maar een éénmalig aanbod van passende woonruimte krijgen
                    en dat urgentieverlening zonder tussenkomst van de urgentiecommissie
                    geschiedt:</al><lijst><li nr="-"><al>vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 juncto artikel 1, eerste lid
                            onder g, van de Wet (houders van een verblijfsvergunning),</al></li><li nr="-"><al>woningzoekenden die verblijven in een instelling als beschreven onder I
                            sub 4 van deze Bijlage, en overtuigend hebben onderbouwd dat zij niet
                            zelf kunnen zoeken, </al></li><li nr="-"><al>personen die in het kader van de onder I sub 6 van deze Bijlage bedoelde
                            overlast- en calamiteitenregeling moeten worden geherhuisvest,</al></li><li nr="-"><al>ex-gedetineerden als bedoeld onder I sub 7 van deze Bijlage.</al></li></lijst><al/><al/><tussenkop>Huisvestingsverordening Almere 2015</tussenkop></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage III Uitwerking regels voor bouw- en woongroepen als bedoeld in
                        artikel 21</titel></kop><al>Deze bijlage beschrijft de voorwaarden waaronder en de manier waarop bij bouw-
                    en woongroepen kan worden afgeweken van de reguliere toewijzingsregels van de
                    Huisvestingsverordening.</al><al/><tussenkop>Definities</tussenkop><al>In deze bijlage wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>Zelfbouwproject: project van een bouwgroep voor de ontwikkeling van ten
                            minste drie woonruimten als bedoeld in artikel 2 van deze
                            Verordening</al></li><li nr="-"><al>Zelfbeheerproject: project van een woongroep voor het bewonen en beheren
                            van een complex van ten minste drie woonruimten als bedoeld in artikel 2
                            van deze Verordening</al></li><li nr="-"><al>Woonruimteverdeler: de instantie (met website en verdeelsysteem) die het
                            woningaanbod openbaar maakt waarop woningzoekenden kunnen reageren.</al><al/></li></lijst><al><vet>1. Algemene uitgangspunten</vet></al><al/><al>Voor het mogen afwijken van de Huisvestingsverordening moet een bouw- of
                    woongroep erkend zijn door burgemeester en wethouders. Een schriftelijke
                    aanvraag om te worden erkend, kan worden ingediend bij burgemeester en
                    wethouders.</al><al/><al>Initiatiefnemers van bouw- en woongroepen die zelf deel uitmaken van de groep,
                    kunnen bij de aanvraag voor erkenning ook vragen of zij zelf voor een
                    huisvestingsvergunning in aanmerking komen. Diegenen die bij de aanvraag kunnen
                    aantonen dat zij aan de voorwaarden voor een huisvestingsvergunning voldoen,
                    zullen in de erkenningsverklaring met naam en toenaam worden genoemd, zodat zij,
                    zodra het project gereed is, een huisvestingsvergunning kunnen krijgen.</al><al/><al>Initiatiefnemers van bouw- en woongroepen die zelf geen deel uitmaken van de
                    groep (zoals corporaties of andere ontwikkelaars) kunnen alleen voor de eerste
                    toewijzing worden erkend. Zodra het initiatief door een bouw- of woongroep is
                    overgenomen, moet deze groep zelf erkenning aanvragen voor volgende
                    toewijzingen.</al><al/><al>Lege woningen in een project van een bouw- of woongroep moeten worden aangeboden
                    via de Woonruimteverdeler als ‘woning in bouwgroep’ of ‘woning in woongroep’. </al><al/><al>Woningzoekenden die in aanmerking willen komen voor een woning in het project
                    van een bouw- of woongroep, moeten ingeschreven zijn bij de Woonruimteverdeler
                    en voldoen aan de voorwaarden voor een huisvestingsvergunning. </al><al/><al>Wanneer een lege woning in het project van een bouw- of woongroep via de
                    Woonruimteverdeler is aangeboden, kan de bouw- of woongroep een kandidaat kiezen
                    uit de eerste twintig belangstellenden die op grond van de rangordebepaling van
                    artikel 18 of artikel 19 van de Verordening in het woonruimteverdeelsysteem in
                    aanmerking komen.</al><al/><al><vet>2.</vet><vet>Aanvraag en erkenning </vet></al><al/><al>Het verzoek om als bouw- of woongroep erkend te worden, moet schriftelijk te
                    worden ingediend bij burgemeester en wethouders.</al><al/><al>Alleen bouw- en woongroepen zelf kunnen erkend worden voor zowel de eerste
                    toewijzing als volgende toewijzingen. Andere initiatiefnemers kunnen alleen
                    erkend worden voor de eerste toewijzing. De erkenning houdt in de toestemming om
                    voor vrijkomende woonruimte uit de eerste twintig kandidaten een kandidaat te
                    selecteren volgens de criteria die de woongroep wil stellen. Deze criteria
                    moeten objectief zijn en niet in strijd met de wet en de goede zeden. De
                    erkenning vermeldt de selectiecriteria van de woongroep.</al><al/><al>De beslissing van burgemeester en wethouders inclusief de achterliggende
                    argumentatie wordt schriftelijk kenbaar gemaakt aan de aanvrager, zowel bij een
                    positieve als bij een negatieve beslissing.</al><al/><al>Burgemeester en wethouders kunnen een maximum stellen aan de grootte van het
                    project cq het aantal woningen waarbij afgeweken mag worden van de
                    Huisvestingsverordening.</al><al/><tussenkop>Toelichting: Uit diverse onderzoeken is gebleken dat groepsprojecten met
                    circa 30 woningen een goede kans van slagen hebben op een duurzaam
                    groepsverband, omdat de groep dan niet te groot (anoniem) en niet te klein
                    (kwetsbaar) is. </tussenkop><al/><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen zes weken na ontvangst van de
                    aanvraag een besluit. Deze termijn kan eenmalig met vier weken worden
                    verlengd.</al><al/><al>Indien burgemeester en wethouders de erkenning hebben verleend, wordt dat
                    inclusief de achterliggende argumentatie meegedeeld op de website van de
                    Woonruimteverdeler.</al><al/><al><vet>3.</vet><vet>Criteria</vet></al><al/><al>Om als bouwgroep erkend te worden, moet bij de aanvraag worden aangetoond dat de
                    toekomstige bewoners veel invloed zullen hebben op het ontwikkelproces van de
                    woningen en bijzonder veel tijd en energie zullen stoppen in het
                    ontwikkeltraject.</al><al/><al>Om als woongroep erkend te worden, moet bij de aanvraag worden aangetoond dat de
                    bewoners meer met elkaar zullen delen dan het enkele feit dat zij elkaars buren
                    (willen) zijn. Dat kunnen fysieke elementen zijn, zoals gemeenschappelijke
                    ruimten, maar ook sociale elementen, zoals onderlinge zorgtaken.</al><al/><al>Zowel bij bouwgroepen als bij woongroepen moet worden aangetoond dat inspraak in
                    de toewijzing noodzakelijk is voor het succes van het project.</al><al/><al><vet>4.</vet><vet>Overgangsregeling</vet></al><al/><al>Bestaande bouw- en woongroepen hebben een half jaar na inwerkingtreding van deze
                    verordening de tijd om erkenning aan te vragen en, als zij een wachtlijst
                    hebben, deze bij de aanvraag tot erkenning te voegen.</al><al/><al>Wanneer Burgemeester en Wethouders een groep erkend hebben, zorgen zij dat de
                    groep en, als zij een wachtlijst hebben, deze wachtlijst bij de
                    Woonruimteverdeler bekend wordt.</al><al/><al>Woningzoekenden die bij bouw- en woongroepen op een wachtlijst staan, hebben een
                    half jaar na inwerkingtreding van deze verordening de tijd om zich bij de
                    Woonruimteverdeler in te schrijven. Indien in een bouw- of woongroep woonruimte
                    vrijkomt, hebben woningzoekenden die op de erkende wachtlijst staan en
                    ingeschreven zijn bij de Woonruimteverdeler, voorrang. Wanneer meerdere leden
                    van de wachtlijst op de woning reageren, gaat het lid dat het hoogst op de
                    wachtlijst staat voor. </al><al/><tussenkop><vet>Huisvestingsverordening Almere 2015 – Toelichting</vet></tussenkop><al/><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al/><tussenkop>Uitgangspunten Huisvestingswet 2014</tussenkop><al>De Huisvestingswet 2014 (hierna: Wet) biedt gemeenten het (uitputtende)
                    instrumentarium in te grijpen in de verdeling van woonruimte en de samenstelling
                    van de woonruimtevoorraad. Gebruikmaken van dit instrumentarium – door een
                    huisvestingsverordening vast te stellen – is niet vanzelfsprekend en dient
                    periodiek onderbouwd en getoetst te worden. </al><al/><al>Het instrumentarium bestaat uit het vaststellen van een Huisvestingsverordening,
                    die regels bevat met betrekking tot het in gebruik geven en nemen van goedkope
                    woonruimte en/of het wijzigen van de samenstelling van de woningvoorraad. Het is
                    niet meer mogelijk om in plaats van een verordening dergelijke regels af te
                    spreken met corporaties (in een convenant). Zodoende wordt de democratische
                    legitimiteit vergroot en de transparantie, openheid en rechtsbescherming voor
                    woningzoekenden bevorderd. </al><al/><al>Het uitgangspunt van de Wet is de vrijheid van vestiging. Iedereen die
                    rechtmatig in Nederland verblijft, heeft het recht om zich vrijelijk te
                    verplaatsen en te vestigen. Dit grondrecht kan alleen worden beperkt indien
                    noodzakelijk voor het algemeen belang in een democratische samenleving. Dat
                    belang kan volgens de Wet gelegen zijn in het tegengaan van de onevenwichtige en
                    onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte. Als hier
                    aantoonbaar sprake van is – en als het instrumentarium van de Wet geschikt en
                    proportioneel is om die effecten te bestrijden – kunnen gemeenten
                    verdelingsregels stellen. De schaarste kan betrekking hebben op schaarste aan
                    goedkope woonruimte in het algemeen, schaarste aan woonruimte met specifieke
                    voorzieningen of schaarste aan woonruimte voor de huidige inwoners van een
                    gemeente. </al><al>Het bestaan van schaarste op zich is onvoldoende reden om van de Wet gebruik te
                    maken: er moet tevens sprake zijn van verdringing van kwetsbare groepen, als
                    gevolg van die schaarste. Teneinde de rechten van woningzoekenden niet onnodig
                    te beperkten, dient ingrijpen beperkt te blijven tot die delen van de
                    woningmarkt waar de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste
                    zich voordoen. Sturing in de woonruimteverdeling beperkt zich tot de goedkope
                    woonruimtevoorraad die bestemd is voor verhuur. De vaste huurprijsgrens is
                    vervallen; gemeente wijst zelf de schaarse, goedkope voorraad aan en maakt deze
                    daarmee vergunningplichtig. Bemoeienis van de gemeente met de verdeling van
                    woonruimte boven de in de verordening genoemde prijsgrens is uitgesloten.</al><al/><al><cursief>De huisvestingsvergunning</cursief></al><al>Het is verboden de in de verordening aangewezen woonruimte zonder
                    huisvestingsvergunning in gebruik te nemen of te geven. Woonruimteverdeling op
                    basis van de Wet gebeurt dus aan de hand van een vergunningensysteem.
                    Burgemeester en wethouders kunnen de bevoegdheid om vergunningen te verlenen
                    mandateren aan verhuurders, bijvoorbeeld de (samenwerkende) corporaties. </al><al/><al><cursief>Inwerkingtreding Wet, overgangsrecht, tijdelijk karakter verordening en
                        overleg</cursief></al><al>De Wet is in werking getreden op 1 januari 2015 en bevat overgangsrecht voor
                    bestaande huisvestingsverordeningen; deze vervallen op 1 juli 2015. </al><al/><tussenkop>Huisvestingsverordening in Almere noodzakelijk </tussenkop><al/><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al/><al>Per 1 januari 2015 is de nieuwe Huisvestingswet 2014 van kracht geworden. De
                    nieuwe wet eist van gemeenten die regels willen stellen aan de
                    woonruimteverdeling, dat zij aantonen dat er sprake is van schaarste aan
                    goedkope huurwoningen. De gemeente moet aantonen dát er schaarste is, in welke
                    gebieden dat zo is, bij welke woningen en bij welke doelgroepen. Ook moet de
                    gemeente beschrijven hoe zij met haar huisvestingsverordening denkt de negatieve
                    effecten van de schaarste te bestrijden. Tenslotte mag de gemeente slechts voor
                    vier jaar een huisvestingsverordening vaststellen en moet zij laten weten wat
                    zij in die vier jaar doet om het schaarsteprobleem op te lossen. </al><al>In deze notitie wordt in de eerste plaats ingegaan op de schaarste in Almere als
                    gevolg van de afnemende aanwezigheid en beschikbaarheid van betaalbare
                    huurwoningen. Daarbij is met name gebruik gemaakt van het OTB-onderzoek
                    ‘Betaalbaarheid en beschikbaarheid sociale huurwoningen in Almere’ dd 12 juli
                    2013 en de kwartaalrapportages van Woningnet. Ten tweede wordt beschreven hoe
                    Almere met de huisvestingsverordening beoogt de negatieve effecten van de
                    schaarste te verkleinen. Tenslotte worden de maatregelen opgesomd die de
                    gemeente treft om het schaarsteprobleem aan te pakken.</al><al/><tussenkop>Aanwezigheid betaalbare en bereikbare woningen in Almere</tussenkop><al>In Almere zijn steeds minder betaalbare huurwoningen aanwezig. Terwijl het
                    aantal betaalbare huurwoningen afneemt, groeit de primaire doelgroep, de groep
                    die op de betaalbare voorraad is aangewezen. Zie de rode cijfers in onderstaande
                    tabel. </al><al>De tabel laat ook zien dat de primaire doelgroep steeds meer woont in woningen
                    die feitelijk te duur voor hen zijn (bereikbare huur, vrije sector huur en
                    duurdere koop). Zie de blauwe cijfers. </al><al>Tenslotte toont de tabel dat de (veel kleinere) secundaire doelgroep ook steeds
                    vaker terecht komt in duurdere woningen (vrije sector huur en duurdere koop).
                    Zie de groene cijfers.</al><al/><al>Voor de definities, zie onder de tabel.</al><table><tgroup cols="7"><colspec colname="col1" colwidth="17*"/><colspec colname="col2" colwidth="14*"/><colspec colname="col3" colwidth="14*"/><colspec colname="col4" colwidth="14*"/><colspec colname="col5" colwidth="14*"/><colspec colname="col6" colwidth="14*"/><colspec colname="col7" colwidth="14*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al><vet>Voorraad versus doelgroep in 2006</vet></al></entry><entry colname="col5" nameend="col7" namest="col5"><al><vet>Voorraad versus doelgroep in 2012</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Omvang voorraad </al><al>01-01-2006</al></entry><entry colname="col3"><al>Omvang doelgroep </al><al>01-01-2006 </al></entry><entry colname="col4"><al>Doelgroep in voorraad </al><al>01-01-2006</al></entry><entry colname="col5"><al>Omvang voorraad in 01-01-2012</al></entry><entry colname="col6"><al>Omvang doelgroep </al><al>01-01-2012</al></entry><entry colname="col7"><al>Doelgroep in voorraad </al><al>01-01-2012</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Betaalbare huur</al></entry><entry colname="col2"><al>20.870</al></entry><entry colname="col3"><al>19.340 primaire doelgroep</al></entry><entry colname="col4"><al>11.797 prim</al><al>4.579 sec</al><al>(16.376 doelgroep)</al></entry><entry colname="col5"><al>16.880</al></entry><entry colname="col6"><al>20.380</al><al>primaire doelgroep</al></entry><entry colname="col7"><al>9.579 prim</al><al>2.323 sec. (11.902 doelgroep)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bereikbare huur </al></entry><entry colname="col2"><al>3.290</al></entry><entry colname="col3"><al>8.640 secundaire doelgroep</al></entry><entry colname="col4"><al>774 prim</al><al>346 sec</al><al>(1.120 doelgroep)</al></entry><entry colname="col5"><al>7.890</al></entry><entry colname="col6"><al>7.260 secundaire doelgroep</al></entry><entry colname="col7"><al>3.668 prim</al><al>1.016 sec</al><al>(4.684 doelgroep)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bereikbare koop</al></entry><entry colname="col2"><al>7.540</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>1.934 prim</al><al>1.123 sec</al><al>(3.057 doelgroep)</al></entry><entry colname="col5"><al>2.220</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>204 prim</al><al>726 sec</al><al>(930 doelgroep)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Betaalbare + bereikbare voorraad</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>31.700</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>27.980 primaire + secundaire doelgroep</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>20.553</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>26.990</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>27.640 primaire + secundaire doelgroep</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>17.516</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vrije sector huur + duurdere koop</al></entry><entry colname="col2"><al>38.350</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>4.835 prim</al><al>2.592 sec</al><al>(7.427 doelgroep)</al></entry><entry colname="col5"><al>49.010</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>6.929 prim</al><al>3.194 sec</al><al>(10.123 doelgroep)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Totaal </vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>70.050</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>27.980</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>27.980</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>76.000</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>27.640</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>27.640</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Bron: OTB onderzoek pagina 7 en 8</al><tussenkop>Definities</tussenkop><lijst><li nr="-"><al>Betaalbare huur: tot 2<sup>e</sup> aftoppingsgrens huurtoeslag (€
                            596,75, prijspeil 2014)</al></li><li nr="-"><al>Bereikbare huur: tussen 2<sup>e</sup> aftoppingsgrens en
                            huurtoeslaggrens (€ 596,75 - € 699,48, prijspeil 2014)</al></li><li nr="-"><al>Bereikbare koop: tot € 150.500 (prijspeil 2011)</al></li><li nr="-"><al>Vrije sector huur: vanaf huurtoeslaggrens (vanaf € 699,48, prijspeil
                            2014)</al></li><li nr="-"><al>Duurdere koop: vanaf € 150.500 (prijspeil 2011)</al></li><li nr="-"><al>Primaire doelgroep: inkomen tot inkomensgrenzen huurtoeslag (€ 21.600
                            voor eenpersoonshuishoudens, € 29.325 voor meerpersoonshuishoudens, €
                            29.400 voor meerpersoonsouderenhuishoudens, prijspeil 2014) </al></li><li nr="-"><al>Secundaire doelgroep: inkomen tussen inkomensgrenzen huurtoeslag en
                            inkomensgrens EU (bovengenoemde grenzen tot € 34.678, prijspeil
                            2014)</al></li><li nr="-"><al>Doelgroep: inkomen tot inkomensgrens EU (€ 34.678) </al><al/></li></lijst><tussenkop>Meer huurwoningen nodig onder de 2e aftoppingsgrens</tussenkop><al/><al>Dat de doelgroep verschuift naar duurdere huurwoningen komt door het huurbeleid
                    van de verhuurders. Zowel bij zittende als bij nieuwe huurders, wordt de huur
                    opgetrokken, vaak tot boven de 2<sup>e</sup> aftoppingsgrens. Soms wordt de huur
                    ook niet meer afgegrendeld op de huurtoeslaggrens, zodat de woning terecht komt
                    in de vrije sector. Dit terwijl uit Nibud-adviesprijzen voor huur blijkt dat
                    huren boven de 2<sup>e</sup> aftoppingsgrens voor huishoudens in de primaire
                    doelgroep niet betaalbaar zijn. Zij houden na aftrek van de huurlasten niet
                    genoeg over om van te leven. Er zouden meer huurwoningen onder de 2<sup>e</sup>
                    aftoppingsgrens moeten blijven. </al><al/><tussenkop><onderstreept>Meer betaalbare en bereikbare huurwoningen nodig
                    </onderstreept></tussenkop><al/><al>De groei van de woningvoorraad tussen 2006 en 2012 via nieuwbouw heeft
                    grotendeels plaats gevonden in de koopsector. Bij gebrek aan alternatieven is
                    daar een flink deel van de doelgroep komen te wonen. </al><al>Op basis van Nibud-adviesprijzen voor koop kan gesteld worden dat de maximale
                    hypotheek voor de doelgroep tussen € 77.000 (voor de onderkant van de primaire
                    doelgroep) en € 147.000 (voor de bovenkant van de secundaire doelgroep) ligt,
                    allebei prijspeil 2013. Dat impliceert dat veel huishoudens uit de doelgroep in
                    koopwoningen, na aftrek van de hypotheeklasten, niet genoeg over houden om van
                    te leven. Er hadden betaalbare en bereikbare huurwoningen voor hen moeten zijn. </al><al/><tussenkop>Aanwezigheid betaalbare en bereikbare woningen in de vijf stadsdelen </tussenkop><al/><al>De trend die geldt voor de gemeente Almere als geheel, is in alle vijf
                    stadsdelen zichtbaar. In alle stadsdelen wonen huishoudens die tot de doelgroep
                    behoren steeds minder in betaalbare huurwoningen en steeds meer in duurdere
                    huur- en koopwoningen. </al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Stadsdeel</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Percentage bereikbare huur en bereikbare
                                        koop</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Almere Buiten</al></entry><entry colname="col2"><al>21%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Almere Haven + Almere Hout</al></entry><entry colname="col2"><al>34%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Almere Poort + Pampus</al></entry><entry colname="col2"><al>22%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Almere Stad Oost</al></entry><entry colname="col2"><al>20%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Almere Stad West</al></entry><entry colname="col2"><al>27%</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Bron: OTB onderzoek pagina 14</al><al> De voorraad betaalbare en bereikbare huurwoningen staat voornamelijk in Almere
                    Stad, Almere Haven en Almere Buiten. </al><al/><tussenkop>Beschikbaarheid betaalbare en bereikbare corporatiewoningen in
                    Almere</tussenkop><al/><al>Er zijn niet alleen steeds minder betaalbare huurwoningen aanwezig, ze komen ook
                    steeds minder beschikbaar. Zie de rode cijfers in onderstaande tabel. In 2013
                    lijkt de dalende trend ten einde. De daling werd veroorzaakt door de beperkte
                    nieuwbouw van sociale huurwoningen, de lage mutatiegraad in de sociale
                    huursector, het huurbeleid van de corporaties en de verkoop van leegkomende
                    sociale huurwoningen. Behalve de daling van het aantal betaalbare en bereikbare
                    huurwoningen dat beschikbaar komt, is ook hier de verschuiving te zien van
                    betaalbaar (90% in 2008 en 25% in 2013) naar bereikbaar (10% in 2003 en 75% in
                    2013). </al><al/><tussenkop>Aantal corporatiewoningen dat voor verhuur beschikbaar komt naar
                    prijsklasse</tussenkop><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colwidth="14*"/><colspec colname="col2" colwidth="13*"/><colspec colname="col3" colwidth="13*"/><colspec colname="col4" colwidth="13*"/><colspec colname="col5" colwidth="13*"/><colspec colname="col6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colwidth="13*"/><colspec colname="col8" colwidth="11*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>2008</al></entry><entry colname="col3"><al>2009</al></entry><entry colname="col4"><al>2010</al></entry><entry colname="col5"><al>2011</al></entry><entry colname="col6"><al>2012</al></entry><entry colname="col7"><al>2013</al></entry><entry colname="col8"><al>2014</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Betaalbare huur</al></entry><entry colname="col2"><al>1.400 (90%)</al></entry><entry colname="col3"><al>1.158</al></entry><entry colname="col4"><al>1,002</al></entry><entry colname="col5"><al>682</al></entry><entry colname="col6"><al>425</al></entry><entry colname="col7"><al>322 </al><al>(25%)</al></entry><entry colname="col8"><al>390 </al><al>(33%)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bereikbare huur</al></entry><entry colname="col2"><al>159</al><al>(10%)</al></entry><entry colname="col3"><al>215</al></entry><entry colname="col4"><al>345</al></entry><entry colname="col5"><al>329</al></entry><entry colname="col6"><al>401</al></entry><entry colname="col7"><al>997</al><al>(75%)</al></entry><entry colname="col8"><al>781</al><al>(67%)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Totaal</al></entry><entry colname="col2"><al>1.559 (100%)</al></entry><entry colname="col3"><al>1.373</al></entry><entry colname="col4"><al>1.347</al></entry><entry colname="col5"><al>1.011</al></entry><entry colname="col6"><al>826</al></entry><entry colname="col7"><al>1.319</al><al>(100%)</al></entry><entry colname="col8"><al>1.171</al><al>(100%)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Bron: Kwartaalrapportage WoningNet, 4<sup>e</sup> kwartaal 2014, inclusief
                    jaaroverzicht, kengetallen aanbod</al><al/><al>Er stonden in 2014 48.000 woningzoekenden bij Woningnet ingeschreven. Dat zijn
                    er 4.500 meer dan het jaar daarvoor. Daarvan waren 8.320 woningzoekenden actief
                    naar woonruimte op zoek. In dat jaar kwamen slechts 1.171 woningen beschikbaar.
                    Slechts 14% van de actief woningzoekenden heeft dus maar een woning weten te
                    bemachtigen.</al><al/><tussenkop>Beschikbaarheid betaalbare en bereikbare corporatiewoningen in de vijf
                    stadsdelen</tussenkop><al/><al>Als in de kwartaalrapportages van Woningnet gekeken wordt naar de verdeling van
                    het vrijkomende aanbod over de stadsdelen, kan geconcludeerd worden dat de
                    meeste huurwoningen beschikbaar komen in Almere Stad. Daarna volgen Almere Haven
                    en Almere Buiten. In Almere Poort komen relatief weinig huurwoningen
                    beschikbaar. </al><al/><al>61% Van de actief woningzoekenden uit Almere woont in Almere Stad. 70% Van hen
                    zoekt een andere woning in het eigen stadsdeel. </al><al>26% Van de actief woningzoekenden komt uit Almere Buiten, waarvan 38% in het
                    eigen stadsdeel zoekt en 52% in Almere Stad. </al><al>13% Van de actief woningzoekenden komt uit Almere Haven, waarvan 46% in het
                    eigen stadsdeel zoekt en 41% in Almere Stad. </al><al/><tussenkop>Beschikbaarheid betaalbare en bereikbare corporatiewoningen naar
                    woningtype en doelgroep</tussenkop><al/><al>Als gekeken wordt naar de woningtypes die jaarlijks beschikbaar komen, kan
                    geconcludeerd worden dat al jaren lang ruim 30% van de aangeboden huurwoningen
                    uit grondgebonden woningen bestaat en ruim 60% uit flats. </al><al>Als de reacties naast deze percentages geplaatst worden, kan geconcludeerd
                    worden dat het aantal reacties in de loop der jaren toeneemt, zowel bij
                    grondgebonden woningen als bij flats. De aantallen reacties zijn hoger dan
                    gemiddeld bij grotere woningen (eengezinswoningen met 4 of meer kamers en flats
                    met 4 kamers). De schaarste is dus in zijn algemeenheid toegenomen en in het
                    bijzonder bij grotere woningen.</al><al>Het aantal reacties bij woningen zonder label is hoger dan het gemiddelde. Bij
                    woningen met label is het aantal reacties lager dan het gemiddelde. De schaarste
                    is dus het grootst bij ‘gewone’ woningen zonder label.</al><al/><tussenkop>Betaalbare en bereikbare particuliere huurwoningen</tussenkop><al/><al>De drie corporaties die samenwerken met Woningnet zijn verreweg de grootste
                    aanbieders van betaalbare en bereikbare huurwoningen in Almere: 19.955 op 1
                    januari 2015. Daarnaast zijn in Almere de corporaties Woonzorg Nederland en
                    Habion actief met 430 betaalbare en bereikbare huurwoningen. </al><al/><al>Almere telt een twintigtal particuliere verhuurders. De particuliere verhuurders
                    hebben naar schatting 1.135 betaalbare en bereikbare huurwoningen in eigendom en
                    beheer (ten opzichte van 20.385 corporatiewoningen). Vesteda is met 650
                    betaalbare en bereikbare woningen de grootste particuliere speler (In een
                    gesprek met Vesteda op 24 februari vertelde Vesteda dat zij inmiddels nog maar
                    500 (i.p.v. 650) woningen in het niet geliberaliseerde segment heeft. In de
                    afgelopen jaren is het bereikbare deel dus met bijna een kwart afgenomen. Als
                    dat voor alle particuliere huurwoningen in Almere geldt, telt die voorraad nog
                    circa 875 bereikbare woningen. Als daarvan jaarlijks 8% vrijkomt, komen
                    jaarlijks 70 bereikbare huurwoningen vrij, die weer gedeeltelijk geliberaliseerd
                    zullen worden.)</al><tussenkop>Negatieve effecten van de schaarste</tussenkop><al/><al>Negatieve effecten van de schaarste zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>dat huishoudens die urgent naar een betaalbare of bereikbare huurwoning
                            op zoek zijn, op straat komen te staan; </al></li><li nr="-"><al>dat huishoudens die in financiële problemen komen, op straat komen te
                            staan;</al></li><li nr="-"><al>Uit het OTB-onderzoek blijkt dat de huurachterstanden bij de corporaties
                            in de afgelopen jaren zijn gestegen. Dat geldt zowel voor het aantal
                            huurders met achterstand als de hoogte van de huurachterstand per
                            huurder.</al></li><li nr="-"><al>dat huishoudens die op straat komen te staan in de maatschappelijke
                            opvang terecht komen;</al></li><li nr="-"><al>Dat brengt hoge maatschappelijke kosten met zich mee.</al></li><li nr="-"><al>dat de maatschappelijke opvang overvol of verstopt raakt, omdat niet kan
                            worden uitgestroomd naar betaalbare of bereikbare woningen;</al></li><li nr="-"><al>Overvolle opvangvoorzieningen leiden tot onaanvaardbare
                            leefomstandigheden. Verstopte voorzieningen leidt tot dakloosheid of
                            overbewoning. </al></li><li nr="-"><al>dat huishoudens te klein blijven wonen en bij elkaar gaan inwonen, zodat
                            overbewoning ontstaat.</al></li><li nr="-"><al>Dat werkt belemmerend voor de ontplooiing van de gezinsleden en kan
                            overlast veroorzaken.</al></li><li nr="-"><al>dat huishoudens elkaar verdringen op de woningmarkt, omdat teveel
                            huishoudens moeten vissen uit dezelfde kleine vijver.</al><al/></li></lijst><tussenkop>Beoogde effecten van de huisvestingsverordening</tussenkop><al/><al>De gemeente Almere beoogt de volgende negatieve effecten van de schaarste met de
                    huisvestingsverordening te bestrijden: </al><lijst><li nr="-"><al>huishoudens die urgent naar betaalbare of bereikbare huurwoningen op
                            zoek zijn, krijgen voorrang op niet-urgenten; dat is nodig, omdat de
                            wachttijden van ‘gewone’ woningzoekenden maatschappelijk onverantwoord
                            lang zijn voor urgenten;</al></li><li nr="-"><al>huishoudens die voor huurtoeslag in aanmerking komen (primaire
                            doelgroep) krijgen voorrang bij de toewijzing van betaalbare
                            huurwoningen; ‘gewone’ huishoudens krijgen voorrang bij woningen met een
                            huur tot de 2<sup>e</sup> aftoppingsgrens; huishoudens zonder kinderen
                            waarvan alle leden jonger zijn dan 23 jaar krijgen voorrang bij woningen
                            met een huur tot de kwaliteitskortingsgrens; </al></li><li nr="-"><al>deze regels zijn nodig, omdat die voorraad slinkt en bij duurdere
                            huurwoningen de betaalbaarheid voor de primaire doelgroep onder druk
                            staat; de weinige betaalbare huurwoningen die beschikbaar komen, moeten
                            zoveel mogelijk toekomen aan de primaire doelgroep. </al></li><li nr="-"><al>grotere huishoudens krijgen voorrang bij grotere huurwoningen;
                            4-kamerwoningen worden bij voorrang toegewezen aan huishoudens van 2 of
                            meer personen; 5- of meerkamerwoningen worden bij voorrang toegewezen
                            aan huishoudens van 5 of meer personen; deze regels zijn nodig omdat
                            grotere woningen minder vaak vrij komen en meer dan gemiddeld gewild
                            zijn; de weinige grotere woningen die beschikbaar komen, moeten zoveel
                            mogelijk toekomen aan grotere huishoudens.</al></li></lijst><al>Daarnaast worden woningen gelabeld om te bevorderen dat woningen met bijzondere
                    kenmerken toekomen aan de doelgroepen waarvoor ze bedoeld zijn, zoals
                    zorgbehoevende ouderen, lichamelijk gehandicapten, ouderen met
                    mobiliteitsproblemen, jongeren en studenten. </al><al/><al>De vrijkomende <vet>woningen</vet> worden voor de helft verdeeld onder
                    ingeschreven woningzoekenden die aan de voorwaarden voldoen en voor de helft
                    verloot. Om mee te kunnen loten, hoeven kandidaten niet ingeschreven te zijn. Ze
                    moeten wel aan de voorwaarden voldoen. </al><al>Omdat de wachttijden voor ingeschrevenen zo lang zijn en starters met een korte
                    inschrijfduur daarvan per definitie de dupe zijn, wordt de helft van de woningen
                    verloot. Dat geeft starters een gelijke kans aan mensen die langer zijn
                    ingeschreven. </al><al/><al>De urgentieregeling is er als vangnet voor extreme huisvestingsnood.</al><al/><tussenkop>Maatregelen die de gemeente treft om het schaarsteprobleem aan te
                    pakken</tussenkop><al/><al>De gemeente twijfelt of het schaarsteprobleem in vier jaar zodanig opgelost zal
                    zijn en dat dan geen woonruimteverdelingsregels meer nodig zijn. Wel doet zij er
                    alles aan wat in haar vermogen ligt om het schaarsteprobleem aan te pakken.</al><al/><al>Ten eerste is ze met de corporaties in gesprek over:</al><lijst><li nr="-"><al>de bouw van 1000 sociale huurwoningen in deze collegeperiode;</al></li><li nr="-"><al>verruiming van het aanbod onder de 2<sup>e</sup> aftoppingsgrens en de
                            kwaliteitskortingsgrens;</al></li><li nr="-"><al>bereik van evenwicht tussen vraag en aanbod in het betaalbare en
                            bereikbare segment.</al><al/></li></lijst><al>Daarnaast ontwikkelt de gemeente een plan om 200 zogenaamde Goedhuur-woningen
                    ontwikkeld te krijgen buiten de corporaties om, met huren onder de tweede
                    aftoppingsgrens.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><cursief>Artikel 1. Begripsbepalingen</cursief></al><al>Deze begripsbepalingen spreken voor zich. Het aantal begripsbepalingen is
                    beperkt aangezien de Wet (in artikel 1) al een aantal definities kent die ook
                    bindend zijn voor deze verordening. In de begripsbepalingen wordt dan naar de
                    wettelijke definitie verwezen. Voor de overzichtelijkheid zijn de belangrijkste
                    wettelijke definities hieronder weergegeven: </al><al>b. <vet><cursief>economische binding en economisch gebonden</cursief></vet>:
                    artikel 14, derde lid, van de Wet bepaalt dat voor de toepassing van artikel 14,
                    eerste en tweede lid, een woningzoekende economisch gebonden is aan de
                    woningmarktregio, de gemeente of de kern indien hij met het oog op de
                    voorziening in het bestaan een redelijk belang heeft zich in die
                    woningmarktregio, die gemeente of die kern te vestigen. </al><al>c. <vet><cursief>huishoudinkomen</cursief></vet><cursief>:</cursief>
                    gezamenlijke verzamelinkomens als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet op de
                    inkomstenbelasting 2001 van de woningzoekende van een huisvestingsvergunning
                    voor een bij huisvestingsverordening aangewezen woonruimte, met uitzondering van
                    kinderen in de zin van artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke
                    regelingen, met dien verstande dat in het eerste lid van dat artikel voor
                    «belanghebbende» telkens wordt gelezen «woningzoekende»; </al><al>f. <vet><cursief>maatschappelijke binding en maatschappelijk
                        gebonden</cursief></vet>: artikel 14, derde lid, van de Wet bepaalt dat voor
                    de toepassing van artikel 14, eerste en tweede lid, een woningzoekende
                    maatschappelijk gebonden is aan de woningmarktregio, de gemeente of de kern
                    indien hij: 1°. een redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend
                    belang heeft zich in die woningmarktregio, die gemeente of die kern te vestigen,
                    of 2°. ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de
                    voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest
                    van die woningmarktregio, die gemeente of die kern. </al><al>k. <vet><cursief>woningmarktregio</cursief></vet><cursief>:</cursief> gebied dat
                    vanuit het oogpunt van het functioneren van de woningmarkt als een geheel kan
                    worden beschouwd; </al><al>m. <vet><cursief>woonruimte</cursief></vet><cursief>:</cursief> besloten ruimte
                    die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is
                    voor bewoning door een huishouden. </al><al/><al>In Bijlage II (Uitwerking urgentieregels) van de verordening wordt gesproken van
                        <vet>mantelzorg</vet> als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet
                    maatschappelijke ondersteuning 2015. In die bepaling wordt ‘mantelzorg’ als
                    volgt gedefinieerd:hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie,
                    beschermd wonen opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en
                    zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks
                    voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt
                    verleend in het kader van een hulpverlenend beroep.</al><al><cursief>Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</cursief></al><al>Woonruimteverdelingsregels mogen op grond van de Huisvestingswet 2014 enkel
                    worden gesteld voor goedkope huurwoningen. Het wordt aan de gemeente overgelaten
                    wat zij onder goedkope huurwoningen verstaat en daarmee welk deel van de
                    goedkope huurwoningvoorraad vergunningplichtig is. De vaste huurprijsgrens zoals
                    die was opgenomen in de vorige Huisvestingswet is vervallen.</al><al>Artikel 7 van de Huisvestingswet 2014 bepaalt dat de gemeenteraad in de
                    huisvestingsverordening categorieën goedkope woonruimte kan aanwijzen die niet
                    voor bewoning in gebruik mogen worden genomen of gegeven als daarvoor geen
                    huisvestingsvergunning is verleend.</al><al>In artikel 2 is er in het eerste lid voor gekozen aansluiting te zoeken bij de
                    huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op
                    de huurtoeslag. Hiervoor is gekozen omdat in Almere de schaarste aan
                    huurwoningen zich specifiek in het segment onder de huurtoeslaggrens voordoet.
                    Woonruimten met een huur boven de huurprijsgrens kunnen zonder
                    huisvestingsvergunning worden gehuurd of verhuurd. Omdat de schaarste aan
                    goedkope huurwoningen zich in geheel Almere voordoet, is de vergunningplicht van
                    toepassing op de hele gemeente. </al><al/><al>Woonruimten waarvan de eigenaar maximaal drie woningen in Almere verhuurt, zijn
                    uitgezonderd van de vergunningplicht. Op deze manier is het mogelijk voor
                    bijvoorbeeld ouders van studerende kinderen, een woning te kopen en die aan hen
                    te verhuren. De Verordening is ook niet van toepassing op onzelfstandige
                    woonruimten, zoals studentenkamers of kamers in verzorgingstehuizen. Ook is de
                    Verordening niet van toepassing op standplaatsen voor woonwagens, woonwagens,
                    ligplaatsen voor woonschepen en woonschepen. De omvang van deze categorieën
                    woonruimte is dermate beperkt dat regulering van de woonruimteverdeling een te
                    verwaarlozen bijdrage zou leveren aan het terugdringen van de schaarste aan
                    goedkope huurwoningen.</al><al/><tussenkop>Artikel 3. Wie komen in aanmerking</tussenkop><al>Deze bepaling is in de eerste plaats een uitwerking van artikel 9 van de Wet
                    waarin dwingend is bepaald dat als de gemeenteraad toepassing heeft gegeven aan
                    artikel 7 van de Wet, hij in de huisvestingsverordening de criteria vastlegt
                    voor de verlening van huisvestingsvergunningen. De gemeenteraad is vrij in het
                    vaststellen van die criteria. Deze bepaling is in de tweede plaats een
                    uitwerking van artikel 10, eerste lid, van de Wet waarin in het belang van de
                    transparantie van het huisvestingsvergunningstelsel is bepaald dat de
                    gemeenteraad in de huisvestingsverordening vastlegt welke categorieën
                    woningzoekenden in aanmerking komen voor het verkrijgen van een
                    huisvestingsvergunning. In artikel 3 is bepaald dat huurwoningen waarop deze
                    Verordening betrekking heeft alleen betrokken kunnen worden door woningzoekenden
                    met een huishoudinkomen tot het bedrag genoemd in artikel 4, eerste lid, van de
                    Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang, jaarlijks aan te
                    passen overeenkomstig artikel 4, vijfde lid, van de Tijdelijke regeling. Per 1
                    januari 2015 ligt deze grens op € 34.678. In afwijking hiervan is de bovengrens
                    voor urgent woningzoekenden gesteld op € 46.000. </al><al/><al>Woningzoekenden die niet aan de criteria van artikel 10, tweede lid, van de Wet
                    dan wel aan dit artikel 3 voldoen, komen in geen geval in aanmerking voor een
                    huisvestingsvergunning. </al><al/><al><cursief><vet>Toelichting bij de eerste wijziging van de
                        verordening</vet></cursief></al><al><cursief>Artikel 3 is gewijzigd met het oog op het vervallen van de Tijdelijke
                        regeling diensten van algemeen economisch belang (Tijdelijke Regeling DAEB).
                        De Huisvestingsverordening Almere 2015 rept in artikel 3 over de Tijdelijke
                        Regeling DAEB, met de inkomensgrens van € 34.911. Deze regeling is echter op
                        1 juli jl. vervangen door het Besluit toegelaten instellingen
                        volkshuisvesting 2015, uitgewerkt in de Regeling toegelaten instellingen
                        volkshuisvesting 2015. Besluit en Regeling zijn gebaseerd op artikel 48 van
                        de Woningwet. De tijdelijke regeling zelf is ingetrokken. De nieuwe regeling
                        handhaaft de inkomensgrens van € 34.911, maar voegt daar tijdelijk een
                        hogere inkomensgrens (€ 38.950) aan toe voor maximaal 10% van de
                        toewijzingen van corporaties.</cursief></al><al/><al><cursief>Artikel 4. Register van woningzoekenden </cursief></al><al>Deze bepaling is gegrond op artikel 4, eerste lid, onder a, van de Wet. Het
                    hanteren van eenzelfde inschrijfsysteem door de betrokken verhuurders bevordert
                    de transparantie en vermindert de administratieve lasten voor de burger. In
                    artikel 27, tweede lid, is een overgangsregeling opgenomen voor inschrijvingen
                    onder het regime van de Huisvestingsverordening Almere 2012. </al><al/><tussenkop>Artikel 5. Inschrijfduursegment en lotingssegment</tussenkop><al>Vrijkomende woonruimten worden na leegmelding om en om verdeeld over het
                    lotingssegment en het inschrijfduursegment. De eerste vrijkomende woonruimte
                    wordt verdeeld via het lotingssegment, de daarop volgende woonruimte via het
                    inschrijfduursegment, et cetera. De helft van de vrijkomende woonruimten valt
                    dus in het lotingssegment, de andere helft in het inschrijfduursegment. Daarbij
                    wordt geen onderscheid gemaakt naar kenmerken van de woonruimte zoals type,
                    prijs et cetera. </al><al>Woningzoekenden kunnen in beide segmenten zoeken. Voor het lotingssegment hoeft
                    men zich niet in te schrijven in het register van woningzoekenden.</al><al>Huishoudens in het bezit van een urgentieverklaring als bedoeld in artikel 11
                    kunnen reageren op woningen in beide segmenten. Zij hebben dan voorrang boven
                    huishoudens zonder urgentieverklaring.</al><al/><al>De regeling van de onderlinge rangorde tussen de verschillende
                    voorrangscategorieën is voor het inschrijfduursegment opgenomen in de artikelen
                    17 en 18 en voor het lotingssegment opgenomen in artikel 19. De rangorde van
                    woningzoekenden voor een woonruimte in het inschrijfduursegment wordt bepaald op
                    basis van inschrijfduur, nadat achtereenvolgens de voorrangsregels van de
                    artikelen 11 (urgentie) en 9 (passendheid) zijn toegepast (de voorrang voor
                    economisch en maatschappelijk gebondenen bedoeld in artikel 10, eerste lid,
                    geldt alleen in het lotingssegment). </al><al>De rangorde van woningzoekenden voor een woonruimte in het lotingssegment wordt
                    bepaald op basis van loting, nadat achtereenvolgens de voorrangsregels van de
                    artikelen 11, 10, eerste lid, en 9 zijn toegepast.</al><al/><al><cursief><vet>Toelichting bij de tweede wijziging van de
                        verordening</vet></cursief></al><al><cursief>Bij de tweede wijziging van de verordening zijn enkele bepalingen
                        aangepast om ook voor het lotingsegment betaalde inschrijving verplicht te
                        maken en niet langer alleen voor het inschrijfduursegment.
                        </cursief><cursief>Deze wijzigingen treden in werking op 1 januari
                        2018.</cursief></al><al><cursief>Het betreft artikel 4, tweede lid, en artikel 5 tweede lid. Daarnaast
                        is van artikel 5 het toenmalige derde lid komen te vervallen, dat bepaalde
                        dat in het lotingssegment zowel woningzoekenden voor woonruimte in
                        aanmerking kunnen komen die zijn ingeschreven als woningzoekenden die dat
                        niet zijn. </cursief></al><al/><tussenkop>Artikel 6. Aanvraag huisvestingsvergunning</tussenkop><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 5 van de Wet. Daarin is bepaald dat
                    de gemeenteraad in de huisvestingsverordening regels stelt over de wijze van
                    aanvragen van vergunningen en de gegevens die door de woningzoekende worden
                    verstrekt bij de aanvraag van een vergunning. De onder a genoemde gegevens met
                    betrekking tot leeftijd, nationaliteit en, indien van toepassing, verblijfstitel
                    zijn noodzakelijk in verband met de wettelijke eisen van artikel 10, tweede lid,
                    van de Wet. Zie hierover nader de toelichting onder artikel 3.</al><al/><al>In artikel 18 van de Wet zijn intrekkingsgronden voor de huisvestingvergunning
                    opgenomen. Zo kan de vergunning worden ingetrokken als de vergunninghouder de in
                    die vergunning vermelde woonruimte niet binnen de door burgemeester en
                    wethouders bij de verlening gestelde termijn in gebruik heeft genomen (zie het
                    derde lid, onder d) of als de vergunning is verleend op grond van door de
                    vergunninghouder verstrekte gegevens (zie het tweede lid) waarvan deze wist of
                    moest vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren. Deze intrekkingsgronden
                    gelden rechtstreeks op grond van de Wet en zijn in de verordening niet
                    herhaald.</al><al/><al>Het derde lid is opgenomen omdat teveel huurders de afgelopen jaren zijn
                    geplaatst in woningen met een huur boven de € 610. Die woningen zijn –
                    uitzonderingen daargelaten - te duur voor huurders met aanspraak op huurtoeslag.
                    Uit een oogpunt van preventieve schuldhulpverlening zou de huurder – voordat hij
                    of zij een huurcontract tekent - concreet behoren te worden geïnformeerd over
                    het beschikbare budget en de feitelijke kosten van het huren van een
                    woning.</al><al>De corporatie als professionele organisatie is daartoe geëquipeerd en kan door
                    middel van het vroegtijdige verschaffen van concrete informatie een bijdrage
                    leveren aan het voorkomen van problematische schulden die het gevolg zijn van de
                    schaarste aan betaalbare huurwoningen.</al><al/><tussenkop>Artikel 7. Gegevens op de huisvestingsvergunning</tussenkop><al>In dit artikel is vervat welke gegevens op de huisvestingsvergunning worden
                    vermeld. Het tweede lid beoogt zeker te stellen dat het hele huishouden de
                    woning daadwerkelijk betrekt als de omvang van het huishouden doorslaggevend is
                    geweest om de huisvestingsvergunning met voorrang te verstrekken.</al><al/><tussenkop>Artikel 8. Bekendmaking aanbod van woonruimte</tussenkop><al> Deze bepaling is een uitwerking van artikel 20 van de Wet, waarin is bepaald
                    dat de gemeenteraad regels kan stellen over de wijze van bekendmaking van de
                    beschikbaarheid van vergunningplichtige woonruimte. Transparantie in het
                    woningaanbod draagt voor woningzoekenden bij aan het gericht vinden van voor hen
                    beschikbare woonruimte (Kamerstukken II 2009/10, 32 271, nr. 3, blz. 51.</al><al/><tussenkop>Artikel 9. Voorrang bij woonruimte van een bepaalde prijs of grootte en
                    bij gelabelde woningen</tussenkop><al>Deze bepaling, die is uitgewerkt in Bijlage I, is een uitwerking van artikel 11
                    van de Wet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening
                    kan bepalen dat voor een of meer daarbij aangewezen categorieën woonruimte in
                    verband met de aard, grootte of prijs van die woonruimte bij het verlenen van
                    huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan een daarbij aangewezen
                    gedeelte van de overeenkomstig artikel 10, eerste lid, van de Wet (artikel 3 van
                    de verordening) aangewezen categorieën woningzoekenden. </al><al>Teveel huurders zijn de afgelopen jaren geplaatst in woningen met een huur boven
                    de € 610. Diewoningen zijn – uitzonderingen daargelaten - te duur voor huurders
                    met aanspraak op huurtoeslag. Hetaanbod huurwoningen met een prijs onder de €
                    618 (2e aftoppingsgrens) is - ook na het vastleggen vannieuwe prestatieafspraken
                    - nog schaarser dan het totaal aan sociale huurwoningen met een prijs tot
                    €710.Artikel 9, eerste lid onder a tot en met d, bevordert dat goedkope
                    woonruimte terecht komt bij de woningzoekenden voor wie de desbetreffende
                    woningen qua inkomen en omvang van het huishouden bestemd zijn.</al><al/><al>In lid 2 is geregeld dat woonruimten die van een ‘label’ zijn voorzien met
                    voorrang worden toegewezen aan de genoemde groepen woningzoekenden. Omdat
                    woonruimten met specifieke kenmerken schaars zijn, worden deze voorbehouden aan
                    bepaalde doelgroepen. De labeling van woningen is de gezamenlijke
                    verantwoordelijkheid van gemeente en verhuurders. Dit vormt onderwerp van nader
                    overleg.</al><al/><al><cursief><vet>Toelichting bij de eerste wijziging van de
                        verordening</vet></cursief></al><al><cursief>Het eerste lid van artikel 9 is gewijzigd. Deze bepaling sloot
                        woningzoekenden uit van woningen onder de tweede aftoppingsgrens indien zij
                        gezien hun inkomen geen recht hebben op huurtoeslag. De bepaling sloot
                        daarnaast woningzoekenden uit indien zij een huishouden zonder kinderen
                        hebben waarvan alle leden jonger zijn dan 23 jaar en geen recht hebben op
                        huurtoeslag. Door deze uitsluitingsbepaling worden met name één- en
                        tweepersoonshuishoudens met een inkomen (net) boven de inkomensgrens voor
                        huurtoeslag gedupeerd. In het nieuwe artikel 9, eerste lid, worden deze
                        groepen niet langer uitgesloten, maar moeten zij wel woningzoekenden met
                        recht op huurtoeslag voor laten gaan. </cursief></al><al/><tussenkop>Artikel 10. Voorrang bij economische of maatschappelijke
                    binding</tussenkop><al>Het eerste lid van deze bepaling is een uitwerking van artikel 14 van de
                        Wet<vet>, </vet>waarin is bepaald dat de gemeenteraadin de
                    huisvestingsverordening kan bepalen dat bij de verlening van
                    huisvestingsvergunningen voor ten hoogste 50 procent van een of meer daarbij
                    aangewezen categorieën woonruimte, voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden
                    die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio. Aan
                    deze mogelijkheid is invulling gegeven door de woningen die o.g.v. artikel 5
                    zijn ingedeeld in het lotingssegment met voorrang toe te wijzen aan
                    woningzoekenden met de genoemde binding aan de woningmarktregio.</al><al/><al>Een woningzoekende is economisch gebonden aan het in de verordening aangewezen
                    gebied als hij met het oog op de voorziening in het bestaan een redelijk belang
                    heeft zich in dit gebied te vestigen; en hij is maatschappelijk gebonden als hij
                    een redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich
                    in dat gebied te vestigen, of ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is dan
                    wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken
                    ingezetene is geweest (artikel 14, derde lid, van de Wet). </al><al>Deze voorrangsregel kan er bijvoorbeeld toe leiden dat als er meer dan één
                    gegadigde is voor een bepaalde woonruimte, degene die economisch of
                    maatschappelijk gebonden is aan de woningmarktregio als eerste in aanmerking
                    komt voor de aangeboden woonruimte. </al><al/><al>Het tweede lid regelt dat woonruimten die zijn ingedeeld in het
                    inschrijfduursegment in bepaalde aangewezen wijken of delen daarvan met voorrang
                    kunnen worden toegewezen aan ingezetenen of voormalig ingezetenen van het
                    desbetreffende focusgebied. </al><al/><al><cursief><vet>Toelichting bij de tweede wijziging van de
                        verordening</vet></cursief></al><al><cursief>Bij de tweede wijziging van de Verordening is de zgn. Voordeelregeling,
                        opgenomen in het tweede lid, vervangen door de regeling ‘Bouwen voor de
                        buurt’. Hiermee wordt aangesloten bij de veranderde wetgeving en tegemoet
                        komen aan de behoeften van wijkbewoners. De regeling is beperkt tot
                        nieuwbouwcomplexen binnen het bestaand gebied en tegelijkertijd
                        </cursief><cursief>uitgebreid</cursief><cursief> naar meerdere delen van de
                        stad.</cursief></al><al><cursief>Veel nieuwbouwprojecten komen voort uit een specifieke vraag vanuit
                        wijkbewoners en het is dan logisch om deze bewoners doorstroommogelijkheden
                        naar deze woningen te bieden. De doelgroep kan per nieuwbouwproject
                        verschillen. Bijvoorbeeld een ouder echtpaar dat de eengezinswoning wil
                        verlaten voor een nieuwbouwappartement of een jongere die uit huis wil maar
                        wel in de buurt wil blijven wonen. De oude voordeelregeling is daarvoor
                        geografisch beperkend (alleen focusgebieden) en in reikwijdte te groot. Het
                        hele focusgebied heeft voorrang, terwijl dat niet altijd nuttig en
                        noodzakelijk zal zijn. Om te voorkomen dat er bij de nieuwe voordeelregeling
                        sprake is van willekeur zijn er een aantal criteria waaraan voldaan moet
                        worden: </cursief></al><al>- <cursief> doorstroom of een wooncarrière zijn in het aangewezen gebied beperkt
                        mogelijk;</cursief></al><al>- <cursief> overeenstemming met de woningbouwcorporaties die in het gebied
                        actief zijn.</cursief></al><al><cursief>Het college besluit per locatie of de voordeelregeling wordt toegepast
                        en zal altijd de raad vooraf informeren als de regeling wordt
                        toegepast.</cursief></al><al/><tussenkop>Artikel 11. Voorrang bij urgentie</tussenkop><al>In de huisvestingsverordening kan overeenkomstig artikel 12 van de Wet worden
                    bepaald dat voor een of meer daarbij aangewezen categorieën woonruimte bij het
                    verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden
                    waarvoor de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is. </al><al/><al>In het tweede lid van artikel 11 zijn de criteria vastgelegd volgens welke
                    woningzoekenden voor een urgentieverklaring in aanmerking komen. Op grond van
                    artikel 12, derde lid, van de Wet behoren houders van een verblijfsvergunning,
                    personen die in blijf-van-mijn-lijfhuizen verblijven, en woningzoekenden die
                    mantelzorg verlenen of ontvangen in ieder geval tot de urgent woningzoekenden.
                    Deze groepen kunnen dus niet van indeling in een urgentiecategorie worden
                    uitgesloten. Dit geldt voor alle gemeenten, dat wil zeggen dat een
                    woningzoekende die valt onder deze verplichte urgentiecategorieën in elke
                    gemeente met urgentie moet worden behandeld.( Kamerstukken II 2009/10, 32 271,
                    nr. 3, blz. 47). </al><al/><al>Omwille van de leesbaarheid is de detaillering van de urgentieregeling opgenomen
                    in bijlage II bij de Verordening. </al><al/><al>Het vierde lid regelt aan welke vereisten de woningzoekende moet voldoen om voor
                    een urgentieverklaring in aanmerking te komen.</al><al/><al><cursief><vet>Toelichting bij de eerste wijziging van de
                        verordening</vet></cursief></al><al>De Huisvestingsverordening Almere 2015 rept in artikel 11, lid 2 onder d, en
                    bijlage II paragraaf I onder 4 over AWBZ-erkende instellingen, terwijl die als
                    zodanig niet meer bestaan. Het gaat met ingang van 1 januari jl. om door de
                    gemeente erkende instellingen voor maatschappelijke opvang in het kader van de
                    Wet Maatschappelijke Ondersteuning, Wet Langdurige Zorg, Jeugdwet en
                    Zorgverzekeringswet. Artikel 11, lid 2 onder d, en bijlage II paragraaf I onder
                    4 zijn dienovereenkomstig aangepast. </al><al/><al><cursief><vet>Toelichting bij de tweede wijziging van de
                        verordening</vet></cursief></al><al><cursief>Vrije toewijzingsruimte</cursief></al><al><cursief>In artikel 11, tweede lid aanhef en onder f, is bepaald dat sprake is
                        van urgentie ingeval van overlastsituaties of calamiteiten die slechts
                        kunnen worden opgelost met het aanbieden van een passende woning elders. Bij
                        de tweede wijziging van de verordening zijn is hieraan toegevoegd:
                        crisisopvang en betalingsproblemen.</cursief></al><al><cursief>Daarnaast is in bijlage II paragraaf I onder 6 de vrije
                        toewijzingsruimte van corporaties uit te breiden van 1% naar 3%. Corporaties
                        hebben de bevoegdheid om in geval van calamiteiten, crisisopvang, overlast
                        en betalingsproblemen een passende woning elders aan te bieden. Jaarlijks
                        kunnen verhuurders maximaal het genoemde percentage van de vrijkomende
                        woningen voor het oplossen van deze problematiek aanwenden. De huishoudens
                        worden eenmalig en zonder tussenkomst van de</cursief><cursief>
                        urgentiecommissie bemiddeld naar een passende woning. Het gaat dan
                        bijvoorbeeld om ernstige burenruzies of huurders die een ernstige
                        huurachterstand hebben opgelopen en waarbij urgentie geen optie (meer) is.
                        Met 1% konden de corporaties circa 15 huishoudens op jaarbasis aan
                        (vervangende) woonruimte helpen. Hierdoor bleven veel huishoudens met grote
                        problemen in hun woning zitten, met als gevolg dat financiële
                        en</cursief><cursief>maatschappelijke problematiek verergerde en/of overlast
                        toenam. </cursief></al><al><cursief>Om deze reden is de vrije ruimte van corporaties verruimd naar 3%,
                        zodat corporaties tot circa 45 huishoudens op jaarbasis op deze wijze
                        flexibel kunnen huisvesten. </cursief></al><al/><al><cursief>Urgentiecategorie vergunninghouders</cursief></al><al><cursief>Bij de tweede wijziging van de Verordening is artikel 11, tweede lid,
                        onder sub h uitgebreid met de urgentiecategorie die voorheen in de
                        Huisvestingswet 2014 was opgenomen: vergunninghouders (vergunninghouders als
                        bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet 2014). In de Huisvestingwet is
                        de verplichte urgentiecategorie voor vergunninghouders in 2016 vervallen. Om
                        aan de door het Rijk opgelegde taakstelling voor de huisvesting van
                        vergunninghouders te kunnen blijven voldoen, is het handhaven van urgentie
                        voor bepaalde groepen vergunninghouders noodzakelijk. Daartoe is de
                        urgentieregeling in de verordening aangevuld. Deze urgentie wordt alleen
                        verleend indien niet op een andere wijze in de huisvesting kan worden
                        voorzien. Concreet betekent dit dat met name aan meerpersoonshuishoudens en
                        aan nareizigers en hun familie urgentie wordt verleend. Voor alleenstaanden
                        is er de mogelijkheid om hen buiten de Verordening om, onzelfstandig,
                        kamergewijs te huisvesten in vrije sector huurwoningen. </cursief></al><al/><tussenkop>Artikel 12. Verzoek om een urgentieverklaring </tussenkop><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 13 van de Wet, waarin is bepaald dat
                    burgemeester en wethouders beslissen over de indeling van woningzoekenden in de
                    urgentiecategorieën (= urgentieverklaring). Hierbij is expliciet bepaald dat
                    burgemeester en wethouders deze bevoegdheid kunnen mandateren. Voorts is bepaald
                    dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening regels stelt over de wijze
                    waarop woningzoekenden kunnen verzoeken om een urgentieverklaring. De
                    motivering, bedoeld in het eerste lid, onder e, kan bijvoorbeeld omvatten: de
                    aard van de persoonlijke problematiek, de relatie van deze problematiek met de
                    huidige woonsituatie en de argumentatie op grond waarvan verhuizing op korte
                    termijn absoluut noodzakelijk is. Met het hier genoemde begrip urgentiecategorie
                    wordt gedoeld op de gronden waarop urgentie verleend kan worden bedoeld in
                    artikel 11, tweede lid. </al><al/><tussenkop>Artikel 13. Urgentiecommissie</tussenkop><al>Voor het beoordelen van urgentieaanvragen – met de in het eerste lid genoemde
                    uitzonderingen - wordt een urgentiecommissie ingesteld, samengesteld als in deze
                    bepaling geregeld. De urgentiecommissie kan zich op haar beurt laten adviseren.
                    Dit doet zich met name voor bij een verzoek om een urgentieverklaring op
                    medische gronden, in welk geval een medisch adviseur wordt ingeschakeld.</al><al/><tussenkop>Artikel 14. Urgentieverklaring</tussenkop><al>Bij het verlenen van een urgentieverklaring wordt in de beschikking vermeld voor
                    welk type woning de urgentie geldt. Het zoekprofiel is daarmee van groot belang.
                    De verlening van een urgentieverklaring is immers uitsluitend bedoeld om de
                    specifieke woonnoodsituatie van de aanvrager op te lossen. Hiermee geeft dit
                    artikel uitdrukking aan de onwenselijkheid om met behulp van een toegekende
                    urgentieverklaring ‘promotie’ te maken in de wooncarrière van de aanvrager. </al><al/><al>Woningzoekenden met een urgentieverklaring moeten, behoudens uitzonderingen
                    zoals beschreven in bijlage II, zelf zoeken naar een passende woning, op basis
                    van hun zoekprofiel. De passendheidscriteria bij urgentie zijn beschreven in
                    artikel 16 en uitgewerkt in bijlage II, paragraaf II.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 15. Verval van rechtswege, intrekking en wijziging
                        urgentieverklaring</vet></tussenkop><al>Als een woningzoekende bijvoorbeeld langer dan zes maanden geen gebruik heeft
                    gemaakt van de urgentieverklaring vervalt deze. Indien de woning wordt geweigerd
                    kan de urgentieverklaring worden ingetrokken indien de aangeboden woning passend
                    is en ook verder voldoet aan het zoekprofiel.</al><al/><al><vet>Artikel 16 Passendheid bij urgentie</vet></al><al>Urgent woningzoekenden komen slechts met voorrang in aanmerking voor een woning
                    die past in het zoekprofiel. Het tweede lid regelt dat urgenten met schulden
                    slechts met voorrang in aanmerking komen voor woningen onder tweede
                    aftoppingsgrens. Lid 3 bepaalt dat bij gelabelde woningen urgenten voorrang
                    krijgen indien zij tevens over de vereiste leeftijd of indicatie
                    beschikken.</al><al/><al><cursief><vet>Toelichting bij de tweede wijziging van de
                        verordening</vet></cursief></al><al><cursief>Bij de tweede wijziging van de Verordening is de uitwerking van de
                        passendheidscriteria in bijlage II, paragraaf II zodanig aangepast dat het
                        college bevoegd is tijdelijk af te wijken van de passendheidscriteria voor
                        wat betreft het aantal kamers. Urgenten krijgen een standaard zoekprofiel
                        mee, waarin een maximaal aantal kamers wordt vastgesteld. Als de
                        persoonlijke omstandigheden hierom vragen kon dit in specifieke gevallen al
                        worden aangepast. De wijziging maakt het mogelijk deze aanpassing ook
                        generiek in te zetten, om flexibel te kunnen inspelen op veranderingen in de
                        sociale huurmarkt.</cursief></al><al/><tussenkop><vet>Artikel 17 tot en met 19c. Rangorde van toewijzing
                    </vet></tussenkop><al>Deze bepalingen regelen de rangorde van de vergunningverlening indien meerdere
                    woningzoekenden in aanmerking komen voor een vrijkomende woonruimte die in het
                    inschrijfduursegment en het lotingsegment is ingedeeld. Deze rangorde is in
                    hoofdzaak gewijzigd om het inkomenscriterium hoger in de rangordening te
                    plaatsen. </al><al/><al>In het kort is deze rangorde als volgt:</al><al/><al>I Woningen in het inschrijfduursegment</al><al>Ia woningen met huren t/m de 2<sup>e</sup> aftoppingsgrens</al><al>Ib woningen met huren boven de 2<sup>e</sup> aftoppingsgrens</al><al/><al>II Woningen in het lotingssegment</al><al>IIa woningen met huren t/m de 2<sup>e</sup> aftoppingsgrens</al><al>IIb woningen met huren boven de 2<sup>e</sup> aftoppingsgrens</al><al/><al><onderstreept><vet>Ia Woningen in het inschrijfduursegment met huren t/m de
                            2<sup>e</sup> aftoppingsgrens</vet></onderstreept></al><al/><al><cursief>Indien er gegadigden zijn met een inkomen dat recht geeft op
                        huurtoeslag</cursief></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Voorrang voor huishoudens met een inkomen dat recht geeft op
                            huurtoeslag: bij woningen met een huur t/m 2<sup>e</sup> aftoppingsgrens
                            voorrang voor huishoudens met recht op huurtoeslag, en bij woningen met
                            een huur t/m kwaliteitskortingsgrens voorrang voor huishoudens met recht
                            op huurtoeslag zonder kinderen waarvan elk lid jonger is dan 23
                            jaar.</al></li><li nr="2."><al>Bij meerdere gegadigden met recht op huurtoeslag en indien het een
                            woning betreft die is aangewezen voor de voordeelregeling, voorrang aan
                            een woningzoekende die al 6 jaar woont of 6 jaar gewoond heeft in het
                            betreffende focusgebied.</al></li><li nr="3."><al>Bij meerdere gegadigden met recht op huurtoeslag én meerdere gegadigden
                            op basis van 2. of indien het geen woning in de voordeelregeling is,
                            voorrang voor urgenten.</al><lijst><li nr="a."><al>Bij meerdere urgenten voorrang voor de urgent met de langste
                                    urgentieduur.</al></li><li nr="b."><al>Bij meerdere urgenten met dezelfde urgentieduur, voorrang voor
                                    het huishouden met de langste inschrijfduur.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Bij meerdere gegadigden met recht op huurtoeslag én meerdere gegadigden
                            op grond van 2. of indien het geen woning in de voordeelregeling is, en
                            indien er geen urgenten belangstelling hebben voor de woning, voorrang
                            voor huishoudens van wie de omvang van het huishouden passend is gelet
                            op het aantal kamers (bij woningen met 4 kamers voorrang voor 2 of meer
                            persoons huishoudens; bij 5 of meer kamers voorrang voor 5 of meer
                            persoons huishoudens).</al></li><li nr="5."><al>Bij meerdere gegadigden met recht op huurtoeslag én geen of meerdere
                            kandidaten op grond van 2, 3 en/of 4, voorrang voor het huishouden met
                            de langste inschrijfduur.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Indien er <onderstreept>geen </onderstreept>gegadigden zijn met een
                        inkomen dat recht geeft op huurtoeslag</cursief></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Bij geen gegadigden met recht op huurtoeslag en indien het een woning
                            betreft die is aangewezen voor de voordeelregeling, voorrang aan een
                            woningzoekende die al 6 jaar woont of 6 jaar gewoond heeft in het
                            betreffende focusgebied. </al></li><li nr="2."><al>Bij meerdere gegadigden zonder recht op huurtoeslag én meerdere
                            gegadigden op basis van 6. of indien het geen woning in de
                            voordeelregeling is, voorrang voor urgenten.</al><lijst><li nr="a."><al>Bij meerdere urgenten voorrang voor de urgent met de langste
                                    urgentieduur.</al></li><li nr="b."><al>Bij meerdere urgenten met dezelfde urgentieduur, voorrang voor
                                    het huishouden met de langste inschrijfduur.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij meerdere gegadigden zonder recht op huurtoeslag én meerdere
                            gegadigden op grond van 6. of indien het geen woning in de
                            voordeelregeling is, en indien er geen urgenten belangstelling hebben
                            voor de woning, voorrang voor huishoudens van wie de omvang van het
                            huishouden passend is gelet op het aantal kamers (bij woningen met 4
                            kamers voorrang voor 2 of meer persoons huishoudens; bij 5 of meer
                            kamers voorrang voor 5 of meer persoons huishoudens).</al></li><li nr="4."><al>Bij meerdere gegadigden zonder recht op huurtoeslag én geen of meerdere
                            kandidaten op grond van 6, 7 en/of 8, voorrang voor het huishouden met
                            de langste inschrijfduur.</al></li></lijst><al/><al><onderstreept><vet>Ib Woningen in het inschrijfduursegment met huren boven de
                            2<sup>e</sup> aftoppingsgrens</vet></onderstreept></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Indien het een woning betreft die is aangewezen voor de
                            voordeelregeling, voorrang aan een woningzoekende die al 6 jaar woont of
                            6 jaar gewoond heeft in het betreffende focusgebied.</al></li><li nr="2."><al>Bij meerdere gegadigden op basis van 1. of indien het geen woning in de
                            voordeelregeling is, voorrang voor urgenten.</al><lijst><li nr="a."><al>Bij meerdere urgenten voorrang voor de urgent met de langste
                                    urgentieduur.</al></li><li nr="b."><al>Bij meerdere urgenten met dezelfde urgentieduur, voorrang voor
                                    het huishouden met de langste inschrijfduur.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij meerdere gegadigden op grond van 1. of indien het geen woning in de
                            voordeelregeling is, en indien er geen urgenten belangstelling hebben
                            voor de woning, voorrang voor huishoudens van wie de omvang van het
                            huishouden passend is gelet op het aantal kamers (bij woningen met 4
                            kamers voorrang voor 2 of meer persoons huishoudens; bij 5 of meer
                            kamers voorrang voor 5 of meer persoons huishoudens).</al></li><li nr="4."><al>Bij meerdere kandidaten op grond van 1, 2 en/of 3, voorrang voor het
                            huishouden met de langste inschrijfduur.</al></li></lijst><al/><al><onderstreept><vet>IIa Woningen in het lotingssegment met huren t/m de
                            2<sup>e</sup> aftoppingsgrens:</vet></onderstreept></al><al/><al><cursief>Indien er gegadigden zijn met een inkomen dat recht geeft op
                        huurtoeslag</cursief></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Voorrang voor huishoudens met economische of maatschappelijke binding
                            aan de regio Almere.</al></li><li nr="2."><al>Bij meerdere gegadigden met binding, voorrang voor huishoudens met een
                            inkomen dat recht geeft op huurtoeslag: bij woningen met een huur t/m
                            2<sup>e</sup> aftoppingsgrens voorrang voor huishoudens met recht op
                            huurtoeslag, en bij woningen met een huur t/m kwaliteitskortingsgrens
                            voorrang voor huishoudens met recht op huurtoeslag zonder kinderen
                            waarvan elk lid jonger is dan 23 jaar.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Bij meerdere gegadigden met binding en recht op huurtoeslag, voorrang
                            voor urgenten.</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>Bij meerdere urgenten voorrang voor de urgent met de langste
                                    urgentieduur.</al></li><li nr="b."><al>Bij meerdere urgenten met dezelfde urgentieduur, en bij een
                                    woning met 4 of meer kamers, voorrang voor huishoudens die een
                                    sociale huurwoning in Almere achterlaten (doorstromers), bij
                                    geen doorstromers of bij een woning met minder dan 4 kamers,
                                    loting.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Bij meerdere gegadigden met binding en recht op huurtoeslag, en er zijn
                            geen urgenten, voorrang voor huishoudens van wie de omvang van het
                            huishouden passend is gelet op het aantal kamers (bij woningen met 4
                            kamers voorrang voor 2 of meer persoons huishoudens; bij 5 of meer
                            kamers voorrang voor 5 of meer persoons huishoudens).</al></li><li nr="5."><al>Bij geen of meerdere gegadigden met binding en recht op huurtoeslag én
                            passende huishoudengrootte, voorrang aan woningzoekenden die een sociale
                            huurwoning (onder de maximale huurtoeslaggrens) in Almere achter laten
                            (doorstromers).</al></li><li nr="6."><al>Bij meerdere gegadigden met binding en recht op huurtoeslag én geen of
                            meerdere kandidaten op grond van 3, 4 en/of 5, loting.</al></li><li nr="7."><al>Bij het ontbreken van kandidaten met binding gelden dezelfde
                            voorrangsregels, maar dan zonder binding, als bij 2 t/m 6 voor huurders
                            met recht op huurtoeslag </al></li></lijst><al/><al><cursief>Indien er <onderstreept>geen </onderstreept>gegadigden zijn met een
                        inkomen dat recht geeft op huurtoeslag</cursief></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Bij geen gegadigden met recht op huurtoeslag en meerdere gegadigden met
                            binding, voorrang voor urgenten zonder recht op huurtoeslag.</al><lijst><li nr="a."><al>Bij meerdere urgenten voorrang voor de urgent met de langste
                                    urgentieduur.</al></li><li nr="b."><al>Bij meerdere urgenten met dezelfde urgentieduur, en bij een
                                    woning met 4 of meer kamers, voorrang voor huishoudens die een
                                    sociale huurwoning in Almere achterlaten (doorstromers), bij
                                    geen doorstromers of bij een woning met minder dan 4 kamers,
                                    loting.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij meerdere gegadigden met binding zonder recht op huurtoeslag, en er
                            zijn geen urgenten, voorrang voor huishoudens van wie de omvang van het
                            huishouden passend is gelet op het aantal kamers (bij woningen met 4
                            kamers voorrang voor 2 of meer persoons huishoudens; bij 5 of meer
                            kamers voorrang voor 5 of meer persoons huishoudens).</al></li><li nr="3."><al>Bij meerdere gegadigden met binding zonder recht op huurtoeslag én
                            passende huishoudengrootte (geldt alleen bij woonruimte met 4 of meer
                            kamers): voorrang aan woningzoekenden die een sociale huurwoning (onder
                            de maximale huurtoeslaggrens) in Almere achter laten
                            (doorstromers).</al></li><li nr="4."><al>Bij meerdere gegadigden met binding zonder recht op huurtoeslag én geen
                            of meerdere kandidaten op grond van 8 t/m 10, loting.</al></li><li nr="5."><al>Bij het ontbreken van kandidaten met binding gelden dezelfde
                            voorrangsregels, maar dan zonder binding, als bij 8 t/m 11 voor
                            huishoudens zonder recht op huurtoeslag. </al></li></lijst><al/><al><onderstreept><vet>IIb Woningen in het lotingssegment met huren boven de
                            2<sup>e</sup> aftoppingsgrens:</vet></onderstreept></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Bij meerdere gegadigden met binding, voorrang voor urgenten.</al><lijst><li nr="a."><al>Bij meerdere urgenten voorrang voor de urgent met de langste
                                    urgentieduur.</al></li><li nr="b."><al>Bij meerdere urgenten met dezelfde urgentieduur, en bij een
                                    woning met 4 of meer kamers, voorrang voor huishoudens die een
                                    sociale huurwoning in Almere achterlaten (doorstromers), bij
                                    geen of meerdere doorstromers of bij een woning met minder dan 4
                                    kamers, loting.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij meerdere gegadigden met binding, en indien er geen urgenten
                            belangstelling hebben voor de woning, voorrang voor huishoudens van wie
                            de omvang van het huishouden passend is gelet op het aantal kamers (bij
                            woningen met 4 kamers voorrang voor 2 of meer persoons huishoudens; bij
                            5 of meer kamers voorrang voor 5 of meer persoons huishoudens).</al></li><li nr="3."><al>Bij meerdere gegadigden met binding én passende huishoudengrootte (geldt
                            alleen bij woonruimte met 4 of meer kamers), voorrang aan
                            woningzoekenden die een sociale huurwoning (onder de maximale
                            huurtoeslaggrens) in Almere achter laten (doorstromers).</al></li><li nr="4."><al>Bij meerdere gegadigden met binding én geen of meerdere kandidaten op
                            grond van 2 en 3, loting.</al></li><li nr="5."><al>Bij het ontbreken van kandidaten met binding gelden dezelfde
                            voorrangsregels, maar dan zonder binding als bij 1 t/m 4.</al></li></lijst><al/><tussenkop>Artikel 20 Rangorde van toewijzing studentenwoningen</tussenkop><al>Deze bepaling regelt de rangorde van de vergunningverlening indien meerdere
                    woningzoekenden in aanmerking komen voor een studentenwoning. Als eerste komen
                    in aanmerking studenten aan HBO of universiteit in Almere studeren, in volgorde
                    van inschrijfduur. Vervolgens komen in aanmerking studenten die ingezetene zijn
                    van Almere, in volgorde van inschrijfduur. Daarna komen in aanmerking leerlingen
                    aan een MBO in Almere, eveneens in volgorde van inschrijfduur.</al><al/><tussenkop>Artikel 21. Bouwgroepen en woongroepen</tussenkop><al>Dit artikel regelt de voorrang voor deelnemers van bouw- en woongroepen. In
                    Bijlage III is de regeling uitgewerkt. De gemeente stimuleert dat inwoners zelf
                    (mede) bepalen hoe zij willen wonen. Dat gebeurt o.a. via bouw- en woongroepen.
                    Bewoners realiseren daarbij gezamenlijk (al dan niet met hulp van een
                    ontwikkelende partij) een woningbouwproject. De tijd, geld en moeite die mensen
                    in het project steken verschaft de deelnemers een voorrangspositie bij de
                    woningtoewijzing. Voor woonruimten die gerealiseerd zijn door een bouwgroep, of
                    woonruimten die onderdeel zijn van een woongroep kan het college toestemming
                    geven om af te wijken van de reguliere toewijzingsregels van deze verordening.
                    De bouw- of woongroep kan een huishouden voor een huisvestingsvergunning
                    voordragen die behoort tot een van de eerste 20 kandidaten die in aanmerking
                    komen voor de leegkomende woonruimte.</al><al/><al><cursief><vet>Toelichting bij de tweede wijziging van de
                        verordening</vet></cursief></al><al><cursief>Artikel 21a. Woningen met zorgbestemming</cursief></al><al><cursief>Artikel 21a is bij de tweede wijziging van de verordening opgenomen.
                        Dit artikel zorgt ervoor dat woningen met een zorgbestemming die via een
                        zorginstelling worden verhuurd, met voorrang buiten Woningnet om mogen
                        worden verhuurd. Deze zorginstellingen houden een eigen wachtlijst met
                        potentiële bewoners bij.</cursief></al><al><cursief>Woningen met een zorgbestemming zijn vaak bedoeld voor een erg
                        specifieke doelgroep en toewijzing via Woningnet zou ertoe kunnen leiden dat
                        een zorgwoning wordt verhuurd aan iemand met een niet-passend zorgprofiel.
                    </cursief></al><al><cursief>Directe toewijzing aan zorgdoelgroepen is alleen mogelijk voor
                        zorginstellingen die door de gemeente zijn erkend. Tevens moeten de huurders
                        net als ieder ander een huisvestingsvergunning hebben.</cursief></al><al/><tussenkop>Artikel 22. Woningruil </tussenkop><al>Dit artikel geeft aan hoe om te gaan met het verlenen van
                    huisvestingsvergunningen bij woningruil, ook in geval op de woning een label
                    rust.</al><al/><tussenkop>Artikelen 23 tot en met 26. Omzettingsvergunning</tussenkop><al>Eengezinswoningen zijn niet gebouwd voor kamerverhuur. De intensieve bewoning
                    van een eengezinswoning door kamerhuurders zorgt geregeld voor woonoverlast in
                    woonwijken.Het college heeft toegezegd om in het najaar te komen met een analyse
                    van de verschillendeoplossingen voor de problemen die het gevolg zijn van
                    ongebreidelde kamerverhuur in woonwijken. Hetcollege focust op een
                    paraplu-bestemmingsplan voor kamerverhuur en wil dat instrument tegen het licht
                    van de omzettingsvergunning houden.</al><al>Almere kent flexibele bestemmingsplannen met veel ruimte. Almere kent geen
                    bestemmingsplannen dieniet gedetailleerd vastleggen in welke straat hoeveel
                    kamerverhuurbedrijven zich mogen vestigen.Voor het vaststellen van een
                    bestemmingsplan is het doorlopen van een langdurig en met allerhandewaarborgen
                    omkleed traject te doorlopen. In de tijd tussen ideevorming en de vaststelling
                    van eenparaplu bestemmingsplan verdampt veel water uit het Weerwater.</al><al>In de gereedschapskist van de Huisvestingswet zit het instrument van de
                    omzettingsvergunning. Met dievergunning kan de gemeente Almere de komst van
                    kamerverhuurbedrijven in woonwijken reguleren.</al><al>De invoering van de omzettingvergunning betekent niet dat kamerverhuur
                    onmogelijk wordt, wel dat deontwikkeling van het aantal kamerverhuurbedrijven in
                    woonwijken verantwoord kan plaatsvinden.</al><al>Door die vergunning nu in de gereedschapskist van dehuisvestingsverordening op
                    te nemen, maar nogniet in werking te laten treden, geeft de raad het college de
                    ruimte om in het najaar met een doordachtepakket maatregelen te komen. Mocht dan
                    blijken dat de omzettingsvergunning als precisie instrumentnodig is, dan kan dat
                    gereedschap - sneller dan een bestemmingsplan vastgesteld kan worden –
                    wordeningezet om de leefbaarheid van woonwijken te beschermen.</al><al/><al><cursief><vet>Toelichting bij de tweede wijziging van de
                        verordening</vet></cursief></al><al><cursief>De artikelen 23 tot en met 26 waren nog niet in werking getreden. In
                        verband met het voornemen kamerverhuur te reguleren via een
                        paraplu-bestemmingsplan zijn deze bepalingen bij de tweede wijziging van de
                        verordening vervallen, evenals van artikel 31, het oorspronkelijke tweede
                        lid, dat regelde dat die bepalingen op een nader door de raad te bepalen
                        tijdstip in werking zouden treden.</cursief></al><al/><tussenkop>Artikel 27. Hardheidsclausule</tussenkop><al>De aard en de strekking van de hardheidsclausule zijn zodanig dat deze slechts
                    met uiterste terughoudendheid kan worden toegepast. Er moet sprake zijn van
                    uitzonderlijke omstandigheden die bij het vaststellen van de verordening niet
                    zijn voorzien en gelet op het doel van de verordening redelijkerwijs toch een
                    grond voor de verlening van een urgentieverklaring zouden kunnen zijn. Bij de
                    toetsing van de bijzondere gevallen dient ook beoordeeld te worden of het
                    college in eerdere, vergelijkbare situaties heeft besloten tot toepassing van de
                    hardheidsclausule.</al><al/><tussenkop>Artikel 28. Experimenten</tussenkop><al>Dit artikel regelt dat ruimte bestaat om in het belang van de volkshuisvesting
                    experimenten te starten waarbij voor een beperkte tijd kan worden afgeweken van
                    deze verordening. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn omdat de wens bestaat om
                    gedurende een bepaalde termijn met een andere wijze van toewijzing te
                    experimenteren.</al><al/><tussenkop>Artikel 29. Bestuurlijke boete</tussenkop><al> Deze bepaling is een uitwerking van artikel 35 van de Wet<vet>, </vet>waarin is
                    bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening kan bepalen dat een
                    bestuurlijke boete kan worden opgelegd ter zake van de overtreding van het
                    verbod bedoeld in onder meer artikel 8 van de Wet (zonder vergunning woonruimte
                    in gebruik nemen of geven).</al><al/><al>Naast het bepalen dat de bestuurlijke boete kan worden opgelegd, bepaalt de raad
                    in de verordening ook de hoogte van de boete die voor verschillende
                    overtredingen kan worden opgelegd. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot
                    het daadwerkelijk opleggen van een bestuurlijke boete.</al><al/><al>De Wet geeft alleen bestuursrechtelijke handhavingsmogelijkheden. Het gewone
                    strafrecht geldt daarnaast bij overtreding van de bepalingen in het Wetboek van
                    Strafrecht (bijvoorbeeld in geval van valsheid in geschrifte of bedreiging).
                        </al><al/><al><vet>Artikel 30</vet><vet>. Intrekking oude verordening en overgangsrecht</vet>
                    In artikel 51, tweede lid, van de Wet is geregeld dat de verordening op grond
                    van de (oude) Huisvestingswet zes maanden na de inwerkingtreding van de
                    Huisvestingswet 2014 vervalt. In het derde en vierde lid van artikel 51 is
                    overgangsrecht opgenomen voor al verleende vergunningen. Deze vergunningen
                    worden gelijkgesteld met de vergunningen op grond van de Huisvestingswet 2014.
                    Ook lopende bezwaarschriften vallen onder deze overgangsregeling, omdat
                    bezwaarschriften altijd betrekking hebben op vergunningen of het weigeren of
                    intrekken van vergunningen. In artikel 51, vijfde lid, van de Wet is geregeld
                    dat aanvragen die zijn ingediend op grond van de verordening op grond van de
                    (oude) Huisvestingswet, worden afgehandeld krachtens de daarop gebaseerde (oude)
                    verordening. In het tweede lid is aanvullend overgangsrecht opgenomen voor
                    bestaande inschrijvingen als woningzoekenden onder de oude verordening
                    (Huisvestingsverordening Almere 2012). Deze inschrijvingen worden ingevolge het
                    tweede lid beschouwd als inschrijvingen gedaan onder deze verordening met behoud
                    van de opgebouwde inschrijfduur. Het derde lid bevat eenzelfde regeling voor
                    urgentieverklaringen.</al><al/><tussenkop>Artikel 31. Inwerkingtreding en citeertitel</tussenkop><al>Bepaald is dat de verordening vervalt op 1 juli 2019. De Huisvestingswet 2014
                    bepaalt nl. dat de gemeenteraad een huisvestingsverordening mag vaststellen voor
                    maximaal 4 jaar. Wil de gemeenteraad daarna opnieuw een huisvestingsverordening
                    vaststellen, dan moet opnieuw de noodzaak daartoe worden aangetoond, zoals
                    beschreven in het hoofdstuk Algemeen van deze toelichting. De artikelen 23 e.v.
                    over de omzettingsvergunning treden niet op 1 juli 2015 in werking maar op een
                    door de gemeenteraad te bepalen tijdstip. Zie de toelichting bij deze
                    bepalingen.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>